Bijlage 2. 1250968 - Advies van de Participatieraad Zevenaar op de verordening Jeugdhulp gemeente Zevenaar 2025
Tekst van het document
Gemeente Zevenaar T.a.v. het College van Burgemeester en Wethouders Postbus 10 6900 AA Zevenaar
Datum: 27 maart 2025 Referentie: PRZ 003-2025 Onderwerp: Advies verordening Jeugd 2025 Geacht College, Op 13 februari 2025 vroeg u de Participatieraad Zevenaar (PRZ) om advies over de verordening jeugd. Die hebben we een eerste keer besproken in onze vergadering van 24 februari. Veel vragen en opmerkingen hebben we doorgenomen met de behandelend ambtenaar (waarvoor dank!). In onze vergadering van 24 maart hebben we vastgesteld, op welke punten we willen adviseren. De PRZ is zich ervan bewust dat het hier gaat om een verordening, die enerzijds aanhaakt bij de integrale visie op het sociaal domein en die anderzijds nog in beleidsregels wordt uitgewerkt. Dat maakt een verordening tot een scharnier tussen beleid en uitvoering. Met dat oog heeft de PRZ ernaar gekeken, wat resulteert in de adviespunten hierna. 1. Overweging: In de inleiding van de verordening stelt het u: “De missie en transformatierichting uit de beleidsvisie sociaal domein (zijn) uitgangspunt voor alle beleidsterreinen van jeugd en onderwijs”. Toch is deze verordening weer sectoraal. Advies: doe bij de volgende verordening de bedoeling van de decentralisaties recht en zet alles op alles om daar een daadwerkelijk integrale verordening van te maken. Bereid dat voor door nu snel het jeugdbeleid uit te werken waarvan de hoofdlijnen zijn geschetst in de integrale visie op het sociaal domein.
Betrek daar aan de voorkant expliciet jeugdigen en hun ouders, instellingen en voorzieningen in brede zin bij, ontvouw daarin uw visie op hoe de gesloten jeugdzorg terug kan naar nul (vgl. artikel 2 verordening), hoe de lange wachtlijsten gaan worden bekort (vgl. artikel 5), hoe de betrokkenheid van burgers / betrokkenen bij de regionale inkoop (vgl. artikel 15) kan worden versterkt, et cetera. 2. Overweging: de verordening gaat over het verlenen van jeugdhulp vanuit het professionele en sociale netwerk. De hulpvraag neemt toe, de professionele tekorten ook. Versterking van het voorliggend veld en preventie zijn in brede zin essentieel om het beroep op hulp waar mogelijk te voorkomen en als die nodig is, betaalbaar te houden. Advies: uit de verordening wordt niet duidelijk hoe u het voorliggend veld versterkt en preventie stimuleert. Geef daar, tenminste in de inleiding op de verordening, expliciet aandacht aan. 3. Overweging: De PRZ checkt altijd of burgers en uitvoerenden betrokken zijn geweest bij het bedenken van de plannen. Uit de verordening wordt niet duidelijk, of dat is gebeurd en hoe breed u in de voorbereiding de netten heeft uitgegooid.
Advies: besteed daar in de verordening expliciet aan dacht aan, ook als het nog niet voldoende is gelukt om burgers en uitvoerenden (ook buiten strikt de jeugdhulp) te raadplegen. Vertel er vooral bij waarom dat dan nog niet is gelukt. Dat zal alleen maar helpen, het een volgende keer beter te doen. 4. Overweging: de PRZ vraagt zich ook altijd af of alles begrijpelijk is opgeschreven. We stellen vast dat de verordening veel juridische taal bevat die niet voor iedereen gemakkelijk is te lezen. Advies: het is al haast gebruikelijk dat we adviseren om naast het juridische document een begrijpelijke publieksversie te maken. Nu willen we benadrukken dat het belangrijk is, niet eerst het juridische document te maken en pas daarna de publieksversie. Dan komt de publieksversie letterlijk op de tweede plaats. Maak in plaats daarvan eerst de publieksversie, toets die op begrijpelijkheid bij een focusgroep en vertaal die daarna in de juridische termen die nodig zijn om rechtszekerheid en -gelijkheid te garanderen. 5. Overweging: in artikel 4, lid 4 wijst u op clientondersteuning en de vertrouwenspersoon. Al vaker heeft de PRZ erop gewezen dat deze mogelijkheden niet vanzelfsprekend en breed bekend is bij de doelgroepen. Advies: maak bij de doelgroep actief bekend dat en hoe clientondersteuning en vertrouwenspersoon beschikbaar zijn.
Een vermelding op de website en door consulenten is in de praktijk niet voldoende. Doe die actieve communicatie in nauwe samenspraak met clientondersteuners en vertrouwenspersoon. 6. Overweging: In Artikel 4 lid 7 benoemt u dat de jeugdige en/of zijn ouders naast een identificatiedocument “alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen” moeten verschaffen. Dat roept de vraag op, hoe ver dat gaat en hoe zich dat verhoudt tot de privacy van burgers. Advies: geef voorbeelden, benoem om welke gegevens en documenten het kan gaan en vermeld er ook bij waar burgers terecht kunnen als zij vinden dat hun teveel wordt gevraagd. 7. Overweging: in artikel 7 lid 5 schrijft u van ouders te verwachten dat zij maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om (dreigende) overbelasting op te heffen. Dit verbaast en verontrust de PRZ. Hier wreekt zich mogelijk de sectorale benadering van de verordening. Want van maatschappelijk actief zijn door betaald en onbetaald werk, sport, deelnemen aan verenigingen et cetera gaat veel positiefs uit: sociale contacten, het opbouwen van netwerken, het verzetten van de zinnen en daardoor nieuwe energie krijgen, het opdoen van ideeën, het gevoel krijgen er niet alleen voor te staan enz. enz.
Advies: schrap dit artikel en zo niet, nuanceer het dan met wat wij in de overweging opschrijven. Geef er vooral blijk van dat u breder kijkt dan de sectorale jeugdhulpbenadering en dat van maatschappelijk actief zijn een grote preventieve werking kan uitgaan. Zoek liever naar mogelijkheden om ouders daarbij te helpen, dan hen daarin te beperken. Evalueer deze verordening en besteed dan vooral aan de werking van dit artikel veel aandacht. 8. Overweging: artikel 9, lid 1c gaat over de bepaling van de hoogte van het PGB. Wat daar staat is abstract tot op het onbegrijpelijke af. Advies: maak van de (regionaal ingekochte) zorg een lijst met prijzen en openbaar die. Dit biedt transparantie aan de hulpvragers, zodat zij zelf een keuze kunnen maken of zij gebruik willen maken van de ingekochte hulp of van een andere partij.
9. Overweging: volgens artikel 13 lid 8 zorgt u voor een meldpunt voor oneigenlijk gebruik en fraude. Dat staat er plompverloren, waardoor het veel vragen oproept. Hoe gaat dat meldpunt eruit zien, wie bemenst het, wordt het een kliklijn, kun je daar anoniem melden of juist niet, hoe wordt de privacy gegarandeerd van melder en over wie de melding wordt gedaan, wat doet de gemeente bij valse meldingen, et cetera. Advies: werk dit artikel in elk geval in een aantal hoofdlijnen verder uit en schrijf erbij, hoe en wanneer u dit concreet maakt. De Participatieraad verzoekt het College om dit gevraagde advies te overwegen en ziet uw reactie graag tegemoet!
Met vriendelijke groet, Namens de Participatieraad,
Gert van der Kolk Voorzitter
Rik Kors Secretaris