Bijlage 2. 1237683 - Was-Wordt lijst
Tekst van het document
Was-wordt lijst: Tweede wijziging Verordening fysieke leefomgeving Gemeente Zevenaar Artikel 10.1.1 Toezichthouders wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Artikel 10.1.1 Toezichthouders
Artikel 10.1.1 Toezichthouders
1. Het bevoegd gezag wijst de ambtenaren aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.
1. Het college wijst de ambtenaren aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.
2. De marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.1.1. t/m 3.1.12 van paragraaf 4.1 Markt.
3. De bij besluit van het college aangewezen personen, waaronder in ieder geval de marktmeester, zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.1.1 t/m 4.1.14 van paragraaf 4.1 Standplaatsen en de markt.
3. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8.2.1 t/m 8.2.6 (Voorheen verordening naamgeving) is belast de toezichthouder openbare ruimte (inspecteur bouwen).
4. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8.2.1 t/m 8.2.6 (Voorheen Verordening naamgeving en nummering) zijn belast de bij het besluit van het college aangewezen toezichthouders.
4. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens paragraaf 4.2 zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren (artikel 8.16 na inwerkintreding Omgevingswet). (Afvalstoffenverordening)
5. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens paragraaf 5.2 zijn belast de bij het besluit van het college aangewezen ambtenaren. (Afvalstoffenverordening).
5. Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening of in de bij deze verordening behorende bijlagen wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of
VERVALT
TOEGEVOEGD 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aangewezen toezichthouders, waaronder in ieder geval de ambtenaren van de politie, als bedoeld in artikel 141 onder b van het Wetboek van Strafvordering, en.
het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. (Voorheen Bouwverordening) 6. Met de opsporing van de in paragraaf 5.3 strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het wetboek van strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag aangewezen ambtenaren. (Bomen)
6. Met de opsporing van de in paragraaf 5.3 strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het wetboek van strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag aangewezen ambtenaren.
7. De opsporing van de in paragraaf 8.3 (Erfgoed) strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het bevoegd gezag met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.
7. De opsporing van de in paragraaf 8.3 (Erfgoed) strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het bevoegd gezag met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.
8. De ambtenaren bedoeld in lid 8 hebben toegang tot alle beschermde monumenten en archeologisch gevoelige gebieden, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
VERVALT
Artikel 11.1.1 Strafbepaling wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Artikel 11.1.1 Strafbepaling
Artikel 11.1.1 Strafbepaling
1. Overtreding van artikel 4.1.1 t/m 4.1.14 (Voorheen Marktverordening), wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
1. Overtreding van artikel 4.1.1 t/m 4.1.14 (voorheen Marktverordening), wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
2. Overtreding van artikel 5.2.2, t/m 5.2.7 van paragraaf 5.2 Afvalstoffen is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
2. Overtreding van artikel 5.2.2 t/m 5.2.7 van paragraaf 5.2 Afvalstoffen is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
3. (Voorheen Bomenverordening)
3. Overtreding van de in paragraaf 5.3 opgenomen artikelen en op grond van deze artikelen gegeven voorschriften, beperkingen en verplichtingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
1. Degene aan wie een voorschrift als genoemd in paragraaf 5.3 is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.
2. Overtreding van de in paragraaf 4.3 opgenomen artikelen en op grond van deze artikelen gegeven voorschriften, beperkingen en verplichtingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijk uitspraak. 3. De op grond van dit lid ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid tot het instellen door het bevoegd gezag van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan houtopstanden.
openbaarmaking van de rechtelijk uitspraak. (Voorheen Bomenverordening)
4. Overtreding van het bepaalde in paragraaf 6.3 deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie. (voorheen Parkeerverordening afdeling III)
4. Overtreding van het bepaalde in paragraaf 6.4 van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie (voorheen Parkeerverordening afdeling III).
5. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 3.1.1., 3.1.2a, 3.1.2b, 4.1.1, 4.1.2, 4.1.3, 5.1.1, 5.3.5, 5.3.6, 6.1.1, 6.1.2, 6.1.3, 6.1.4, 6.1.5, 6.1.6, 7.1.1, 7.1.2, 7.1.3 ,7.1.4, 7.2.1 bepaalde en de daarbij op grond van artikel 10.1.3 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
5. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 3.1.4, 3.1.5a, 3.1.5b, 3.1.5c, 4.1.1, 4.1.2, 5.1.1, 5.1.2, 5.4.5, 5.4.6, 6.1.1, 6.1.2, 6.1.3, 6.1.4, 6.1.5, 6.1.6, 6.1.7, 6.1.8, 6.1.9, 6.1.10, 6.1.11, 6.1.12, 6.1.13, 6.1.14, 6.1.15, 6.2.1, 6.2.2, 7.1.1, 7.2.1, 7.2.2, 9.1.1, 9.1.2, 9.1.3, 9.1.4, 9.1.5, 9.1.6, 9.2.1, 9.2.2, 9.2.4 en 9.2.5 bepaalde en de daarbij op grond van artikel 2.1.3 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
6. Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 3.1.1., 3.1.2a, 3.1.2b, 4.1.1, 4.1.2, 4.1.3, 5.1.1, 5.3.5, 5.3.6, 6.1.1, 6.1.2, 6.1.3, 6.1.4, 5.1.5, 6.1.6, 7.1.1, 7.1.2, 7.1.3, 7.1.4, 7.2.1 bepaalde en de daarbij op grond van artikel 10.1.3 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
VERVALT
7. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7.1.1, 7.1.2 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit en artikel 7.1.3, eerste lid.
6. In afwijking van het vorige lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7.1.1, 7.1.2 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit en artikel 7.1.3, eerste lid.
8. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
7. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
9. Overtreding van de artikelen 8.7.1 of 8.8.6 van deze verordening (Erfgoed), wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie (zie art. 23 Wetboek van Strafrecht).
8. Overtreding van de artikelen 8.7.1 of 8.9.6 van deze verordening (Erfgoed), wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.