CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. 1220858 Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zevenaar 2025 (geconsolideerde versie)

Raadsvergaderingen 2022-2026 24 september 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/24/476670 Actualisatie Reglement van orde en Verordening op de raadscommissies4.092 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van de raad van de gemeente Zevenaar tot vaststelling van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zevenaar 2025 De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het presidium van 2 september 2025 met kenmerk INT/24/1220713; gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; besluit de volgende verordening vast te stellen:

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zevenaar 2025 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - griffier: griffier van de raad of zijn plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid of raadsleden voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - voorzitter: voorzitter van de raad of zijn plaatsvervanger; HOOFDSTUK 2. BEGIN VAN HET LIDMAATSCHAP, FRACTIES EN BENOEMING WETHOUDERS Artikel 2. Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven en toelating raadsleden 1. Er is een commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven die bestaat uit drie raadsleden. De raad benoemt de leden van de commissie. 2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4.

Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over zijn toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 3. Benoeming wethouders De Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven, genoemd in artikel 2, onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Pagina 1 van 10

Artikel 4. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden aan het begin van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, doet de fractie voor de eerste raadsvergadering schriftelijk mededeling aan de voorzitter en de griffier welke naam zij in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en zijn plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk schriftelijk doorgegeven aan de voorzitter en de griffier. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter en de griffier. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. HOOFDSTUK 3. DE VOORZITTER, DE GRIFFIER EN HET PRESIDIUM Artikel 5. De voorzitter De voorzitter is belast met: a. de handhaving van de orde in de vergadering; b. het doen naleven van dit Reglement, en c. de overige taken die op grond van dit Reglement of de Gemeentewet aan hem zijn toegedeeld. Artikel 6.

De waarnemend voorzitter Na een raadsverkiezing belast de raad een raadslid als waarnemend voorzitter. Als de burgemeester niet beschikbaar is, neemt de waarnemend voorzitter het voorzitterschap van de raad waar. Artikel 7. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium, vergaderingen van de agendacommissie en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad. 2. Als de griffier niet beschikbaar is, wordt hij vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 8. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet de taken van de agendacommissie en werkgeverscommissie betreft. 5. Het presidium vergadert in beslotenheid. 6. Het presidium wordt bijgestaan door de griffier. 7. De griffier is verantwoordelijk voor korte zakelijke verslagen van de vergaderingen van het presidium.

De verslagen worden in de eerstvolgende vergadering van het presidium ter vaststelling aangeboden. Verslagen worden openbaar gemaakt, tenzij sprake is van Pagina 2 van 10

informatie waarop op grond van de Wet open overheid (Woo) of de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) beperkingen van toepassing zijn. HOOFDSTUK 4. RAADSVERGADERINGEN Paragraaf 1. Voor de vergadering Artikel 9. De agendacommissie 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de commissievoorzitters en hun plaatsvervanger. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen, raadscommissievergaderingen en beeldvormende vergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet, en in het derde lid. 3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie ook als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 4. De agendacommissie wordt bijgestaan door de voorzitter en de griffier. 5. De griffier is verantwoordelijk voor verslagen van de vergaderingen van de agendacommissie. De verslagen worden in de eerstvolgende vergadering van de agendacommissie ter vaststelling aangeboden.

Verslagen worden openbaar gemaakt, tenzij sprake is van informatie waarop op grond van de Wet open overheid (Woo) of de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) beperkingen van toepassing zijn. Artikel 10. Oproep en agenda 1. De voorzitter roept raadsleden ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering schriftelijke op en deelt met hen de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. De voorzitter kan in spoedeisende gevallen nadat hij raadsleden schriftelijk heeft opgeroepen een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt zo snel mogelijk met de daarbij behorende stukken met de raadsleden gedeeld. 3. De stukken waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden in afwijking van het eerste en tweede lid bij de griffie ter inzage gelegd. 4. De agenda wordt aan het begin van een vergadering door de raad vastgesteld. Artikel 11. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. 2. De raad stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die horen bij de onderwerpen of voorstellen op een agenda, worden gelijktijdig met de schriftelijke oproep op elektronische wijze beschikbaar gesteld.

Als er na de schriftelijke oproep stukken beschikbaar worden gesteld of ter inzage worden gelegd, wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de raad. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden bij de griffie ter inzage gelegd. Artikel 13. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden elektronisch aangekondigd.

Pagina 3 van 10

Paragraaf 2. Tijdens de vergadering Artikel 14. Presentielijst 1. De griffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Raadsleden ondertekenen de presentielijst als zij de vergaderzaal binnenkomen. Aan het einde van de vergadering stellen de voorzitter en de griffier de presentielijst vast door deze te ondertekenen. Artikel 15. Opening vergadering bij vergaderquorum 1. De voorzitter opent de vergadering als uit de presentielijst blijkt dat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is. 2. Als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden niet aanwezig is, belegt de burgemeester op grond van artikel 20 van de Gemeentewet een nieuwe vergadering. Deze kan op zijn vroegst pas plaats vinden vierentwintig uur nadat de raadsleden voor deze vergadering zijn opgeroepen. Artikel 16. Schorsing of sluiting van de vergadering De voorzitter schorst of sluit de vergadering als hij denkt dat dit nodig is voor een goed verloop van de vergadering of om de orde te bewaren. Artikel 17. Spreken in de vergadering 1. In de vergadering voert eenieder slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Sprekers richten zich tot de voorzitter. 2. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen vindt plaats in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 3.

Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 4. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Het vierde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een motie, een initiatiefvoorstel of een voorstel van orde ten aanzien van de beraadslaging over het onderwerp of voorstel heeft ingediend. 6. Op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten spreektijden aan spreektermijnen te verbinden. Artikel 18. Deelname aan de beraadslaging door anderen De raad kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslagingen, voor zover dit niet is geregeld in artikel 21 van de Gemeentewet. Artikel 19. Voorstel van orde Een voorstel van orde betreffende de vergadering kan door de voorzitter of een raadslid worden gedaan. De raad beslist hier meteen over. Artikel 20. Interrupties De voorzitter kan interrupties toelaten. Deze moeten bestaan uit korte opmerkingen of vragen, zonder inleiding. Paragraaf 3. Besluitvorming Artikel 21. Nemen van een beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

Pagina 4 van 10

2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 22. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslagingen en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden een stemverklaring afleggen. Een stemverklaring is beperkt tot een korte uitleg over het voorgenomen stemgedrag. Artikel 23. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een voorstel dat in behandeling is amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd. Vervolgens wordt over het voorstel zoals het dan in zijn geheel luidt gestemd. 2. Als op een voorstel dat in behandeling is meerdere amendementen zijn ingediend, wordt eerst over de amendementen gestemd, te beginnen bij het meest verstrekkende amendement. Vervolgens wordt over het voorstel zoals het dan in zijn geheel luidt gestemd. 3. Als op een voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 24. Besluit zonder stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Als er geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen. 2.

Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen ter vergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. In dat geval wordt het besluit geacht genomen te zijn met de stemmen van de overige leden. Artikel 25. Stemming 1. Als een raadslid om stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 2. De voorzitter maakt de uitslag na afloop van de stemming bekend en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Artikel 26. Hoofdelijke stemming 1. Als een raadslid om hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter hiervan mededeling aan de raad. 2. Bij de hoofdelijke stemming roept de griffier raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op volgorde van de presentielijst. Ieder ter vergadering aanwezig raadslid brengt hierbij mondeling zijn stem uit met de woorden "voor" of "tegen", tenzij leden zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming onthouden. Artikel 27. Vergissingen bij stemmingen 1.

Als een raadslid zich tijdens een stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan hij zijn vergissing slechts herstellen totdat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt. 2. Als een raadslid zich tijdens een hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan hij zijn vergissing slechts herstellen totdat het volgende lid heeft gestemd. 3. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. Paragraaf 4. Besluitvorming over personen Pagina 5 van 10

Artikel 28. Stemming over personen 1. De voorzitter benoemt voor de stemming drie leden tot stemopnemers, die gezamenlijk steeds de geldigheid van de stembriefjes controleren, en bepalen hoeveel stemmen op iedere persoon zijn uitgebracht. 2. Wanneer de stemopnemers bij een stemming klaar zijn met hun taak, maakt de eerstbenoemde stemopnemer het getal van de in de stembus aangetroffen stembriefjes bekend, en de voorzitter het getal van de leden op de presentielijst. De eerst-benoemde stemopnemer maakt vervolgens de uitslag bekend. 3. De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen vindt plaats met behulp van stembriefjes. Er vinden evenveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje. 4. Raadsleden die zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, vullen voor iedere kandidaat voor de voordracht of aanbeveling, een stembriefje in. Het stembriefje moet een duidelijke aanwijzing bevatten van de persoon waarop het lid wil stemmen. In geval van twijfel, beslist de raad op voorstel van het stembureau. Artikel 29. Stemrondes 1. De stemmingen over de kandidaten vinden plaats in een aantal stemrondes. 2.

Als niemand bij de eerste stemming de meerderheid van stemmen verkrijgt of de stemmen staken, dan vindt een tweede stemming plaats. 3. Als ook bij de tweede stemming niemand de meerderheid van stemmen verkrijgt of de stemmen nog steeds staken, beslist het lot. 4. Er worden naambriefjes voor de betrokken personen gemaakt om de beslissing tot stand te brengen. De naambriefjes worden vervolgens door een stemopnemer als bedoeld in artikel 29 behoorlijk gevouwen in de stembus geworpen. De persoon die wordt vermeld op het naambriefje dat het eerste door de voorzitter uit de stembus is getrokken, is de gekozene. Artikel 30. Geldigheid stemming en bepalen besluit 1. Een stemming is geldig als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden die zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, een behoorlijk ingevuld stembriefje heeft ingeleverd. 2. Voor het bepalen van de meerderheid tellen de stembriefjes niet mee die: a. niet zijn ingevuld; b. zijn ondertekend; c. de namen van meerdere personen vermeldt, tenzij meerdere stemmingen worden samengevat op één briefje, en d. de naam van een andere persoon vermeldt dan diegene waartoe de stemming is beperkt. Paragraaf 5. Verslaglegging Artikel 31. Audiovisueel verslag en besluitenlijst 1.

De griffier is verantwoordelijk voor audiovisuele verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de aanwezige wethouders en de raadsleden, en de namen van de overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een aantekening van raadsleden die afwezig waren; Pagina 6 van 10

c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist, en de genomen besluiten; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en amendementen, en f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 18 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 4. De besluitenlijsten worden in een raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. 5. De besluitenlijst wordt na de raadsvergadering openbaar gemaakt. Paragraaf 6. Besloten raadsvergaderingen Artikel 32.

Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 33. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar worden bij de griffie ter inzage gelegd. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden in een raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 34. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet van plan is de verplichting tot geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, moet er eerst overleg zijn met het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd – als dat orgaan daarom vraagt. Dit overleg vindt dan plaats in een besloten raadsvergadering. Paragraaf 7. Bezoekers en pers Artikel 35. Bezoekers en pers 1. Bezoekers en vertegenwoordigers van de pers mogen de openbare raadsvergadering alleen bijwonen vanaf de plaatsen die voor hen zijn bedoeld. 2.

Het is niet toegestaan om goed- of afkeuring te laten zien of de vergadering op een andere manier te verstoren. Artikel 36. Beeld- en geluidsregistraties Degenen die beeld- of geluidsregistraties willen maken van een openbare raadsvergadering, vragen daarvoor toestemming van de voorzitter en volgen zijn aanwijzingen. HOOFDSTUK 5. INSTRUMENTEN VAN RAADSLEDEN Pagina 7 van 10

Artikel 37. Agenderingsverzoeken 1. Ieder raadslid kan, alleen of met andere raadsleden, agendaverzoeken schriftelijk indienen bij de agendacommissie. Een agendaverzoek vermeldt in ieder geval een toelichting op het onderwerp en een voorstel voor de wijze van behandeling. 2. De agendacommissie beslist over de behandeling van agendaverzoeken. Artikel 38. Amendementen 1. Ieder raadslid kan, alleen of met andere raadsleden, amendementen schriftelijk indienen bij de voorzitter totdat de beraadslagingen over een onderwerp zijn gesloten. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen die zijn ingediend door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. De eerste ondertekenaar kan het amendement wijzigen of intrekken totdat erover is gestemd. Artikel 39. Moties 1. Ieder raadslid kan, alleen of met andere raadsleden, moties schriftelijk indienen bij de voorzitter. 2. De behandeling van een motie over een onderwerp dat op de agenda is opgenomen, vindt plaats bij de beraadslaging over dat onderwerp. 3. De behandeling van een motie over een onderwerp dat niet op de agenda is opgenomen, vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. De eerste ondertekenaar kan verzoeken de stemming over een motie aan te houden.

Een aangehouden motie vervalt als er niet over is gestemd in de eerste vergadering 12 weken na het besluit tot aanhouden, tenzij de raad anders beslist. Aan het einde van een zittingsperiode vervallen alle aangehouden moties. 5. De eerste ondertekenaar kan de motie wijzigen of intrekken totdat erover is gestemd. Artikel 40. Initiatiefvoorstel 1. Ieder raadslid kan, alleen of met andere raadsleden, als initiatiefnemer een initiatiefvoorstel schriftelijk indienen bij de voorzitter. 2. De griffier zorgt ervoor dat het voorstel aan het college wordt voorgelegd. Het college kan binnen 30 dagen na ontvangst van een voorstel, schriftelijk wensen en bedenkingen over het voorstel met de raad delen. Als het college dat verzoekt, kan het presidium besluiten de termijn van 30 dagen te verlengen. 3. Als het college schriftelijk zijn wensen of bedenkingen met de raad heeft gedeeld of heeft aangegeven dit niet te zullen doen, of nadat de termijn van 30 dagen is verstreken, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering opgenomen. Als de schriftelijke oproep voor deze vergadering al is verzonden, wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4. Een initiatiefvoorstel dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan voor het begin van de vergadering worden aangepast als blijkt dat er een fout in zit.

Als een initiatiefvoorstel is aangepast, doet de indiener van het voorstel schriftelijk mededeling van de aanpassingen aan de raad. 5. De raad kan besluiten een aangepast initiatiefvoorstel niet in behandeling te nemen. 6. Een initiatiefvoorstel kan alleen worden ingetrokken met toestemming van de raad. Artikel 41. Raadsvoorstellen 1. Een voorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering kan alleen worden ingetrokken met toestemming van de raad.

Pagina 8 van 10

2. De indiener van een voorstel als bedoeld in het eerste lid, kan het voorstel aanpassen voor het begin van de vergadering als blijkt dat er een fout in zit. Als een voorstel is aangepast, doet de indiener van het voorstel schriftelijk mededeling van de aanpassingen aan de raad. 3. Als de raad vindt dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad voor welke vergadering het voorstel opnieuw op de agenda wordt opgenomen. Artikel 42. Schriftelijke vragen 1. Een raadslid dat schriftelijke vragen wil stellen aan het college of de burgemeester dient deze vragen in bij de griffier. Het lid geeft hierbij aan of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording in een raads- of commissievergadering bestaat. 2. De griffier zendt de vragen door aan de andere raadsleden en het college. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Als dit niet mogelijk is, doet het college of de burgemeester hiervan schriftelijk mededeling aan de raad, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De griffier zendt de schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester door aan de raadsleden. 4.

Mondelinge beantwoording van vragen die uiterlijk 12.00 uur op de dag voorafgaand aan een raads- of commissievergadering zijn ingediend, gebeurt in de raads- of commissievergadering. Als dit niet mogelijk is, doet het college of de burgemeester hiervan mededeling aan de raad, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Een raadslid kan bij mondelinge beantwoording in dezelfde raads- of commissievergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 43. Interpellatie 1. Ieder raadslid kan de raad verzoeken om hem toe te staan een interpellatie te houden om het college te bevragen over een onderwerp dat niet op de agenda staat. Het lid dient een verzoek tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter en vermeldt daarbij het onderwerp en de vragen die hij zal stellen. 2. De griffier zendt het verzoek door aan de andere raadsleden en het college. 3. Over verzoeken die voor 08.00 uur op de dag voorafgaand aan een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert tijdens de interpellatie niet vaker dan tweemaal het woord.

De andere raadsleden voeren niet vaker dan éénmaal het woord, tenzij de raad anders besluit. HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN Artikel 44. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 45. Intrekking oude reglement 1. Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Zevenaar wordt ingetrokken. 2. Het Aanvullend Reglement van Orde gemeenteraad Zevenaar voor digitale vergaderingen wordt ingetrokken. Artikel 46. Inwerkingtreding en citeertitel Pagina 9 van 10

1. Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeenteblad. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zevenaar 2025. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 24 september 2025. de griffier Lennart Sluis

de voorzitter Lucien van Riswijk

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=dc2fbd82-428e-4125-b31d-8a7d9bcd19c9