Bijlage 16. 1210355 Bijlage 10 bij toelichting
Tekst van het document
Waaijakkers II te Aerdt Toelichting bij de watertoets projectnr. 156479 20 juli 2007 revisie 04
Auteur(s) ir. Wilma Buitenhuis ir. Jaap Korf ing. Jeroen Beuseker ir. A. Schuphof
Opdrachtgever Gemeente Rijnwaarden Postbus 49 6916 ZG Tolkamer
datum vrijgave
beschrijving
goedkeuring
vrijgave
20 juli 2007
Aangepast aan hernieuwd ontwerp
A. Schuphof
J.Beuseker
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Inhoud
Blz.
1
Inleiding
2
2 2.1 2.2 2.3
Gebiedsbeschrijving Algemeen Bodemopbouw en geohydrologie Waterhuishouding
4 4 5 6
3 3.1 3.2 3.2.1
Voorontwerp waterhuishouding Programma van eisen Voorgenomen ontwikkeling Waterhuishoudkundige toetsing
7 7 9 9
4
Conclusies
12
Bronnen
13
Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V
Concept waterparagraaf Resultaten bodemonderzoek Grondwaterstanden Doorlatendheidsmetingen Berginsgberekening
blad 1 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
1
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Inleiding In opdracht van gemeente Rijnwaarden heeft ingenieursbureau Oranjewoud B.V. het proces van de watertoets begeleidt voor de nieuwbouwlocatie Waaijakkers II te Aerdt. Dit heeft geresulteerd in de conceptwaterparagraaf voor het bestemmingsplan, zoals opgenomen in Bijlage I. Onderhavig rapport vormt een toelichting op deze waterparagraaf. Het plan geeft een analyse van het huidige watersysteem en beschrijft de (on)mogelijkheden voor de toekomstige inrichting van het plangebied vanuit waterhuishoudkundig oogpunt. Hiervoor is een voorontwerp opgesteld binnen het vigerende beleid en in samenspraak met de gemeente Rijnwaarden en het waterschap Rijn en IJssel. Status In het voorjaar van 2007 heeft de gemeente het stedenbouwkundige plan voor Waaijakkers bijgesteld. In dit rapport zijn de wijzigingen en daarmee samenhangende consequenties voor de waterhuishouding uitgewerkt en doorgevoerd in de waterparagraaf. Globaal betreft de wijziging het toevoegen van een appartementencomplex binnen de wadi uit het oorspronkelijke ontwerp (mei 2006). In dit rapport is de aanwezige en benodigde retentie berekend. Aanleiding De gemeente Rijnwaarden is voornemens om ten zuiden van de kern Aerdt 34 woningen te realiseren. Hier is een bestemmingsplanwijziging voor nodig. In verband met de bestemmingsplanprocedure is het verplicht om het proces van de watertoets te doorlopen.
De watertoets is een instrument om water vroegtijdig bij het ruimtelijke planproces te betrekken, waarbij rekening wordt gehouden met de eisen die vanuit de waterhuishouding en de kenmerken van het gebied aan de inrichting worden gesteld. Doel Het doel van deze watertoets is: Het komen tot een goed functionerend, beheersbaar en kostenefficiënt ontwerp van de waterhuishouding en riolering bij de ontwikkeling van Waaijakkers II te Aerdt. Om dit doel te bereiken dienen de volgende vragen beantwoordt te worden: 1. Welke waterhuishoudkundige mogelijkheden biedt het plangebied? 2. Welke oplossingsrichtingen zijn wenselijk (en mogelijk) binnen het aanwezige watersysteem? 3. Hoe ziet de toekomstige waterhuishouding er uit? Werkwijze De werkwijze die is gevolgd voor Waaijakkers II is schematisch weergeven in Figuur 1.1. Het onderhavige rapport beschrijft het proces tot werkstap 3. Werkstap 1
Werkstap 2
Informeren waterberheerder
Geohydrologisch onderzoek en analyse
Figuur 1.1 Schematische weergave werkwijze
blad 2 van 29
Water en Groene Ruimte
Werkstap 3 Voorontwerp waterhuishoudkundige inrichting
Werkstap 4 Opstellen waterparagraaf
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Als eerste werkstap is de waterbeheerder geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Gezamenlijk is de bovenstaande werkwijze vastgesteld en zijn er afspraken gemaakt voor de verdere uitwerking van het plan (randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpeisen). Voor de tweede werkstap is de geohydrologie en de bodemopbouw van het plangebied geïnventariseerd (veld- en literatuuronderzoek) en zijn de mogelijkheden vastgesteld voor het realiseren van infiltratie-, retentie- en de overige waterhuishoudkundige voorzieningen. In de derde werkstap is het voorontwerp van de waterhuishouding en de riolering uitgewerkt en getoetst. Dit betekent dat alle toekomstige waterstromen (vuilwater, hemelwater, grondwater) zijn vastgelegd en dat de belangrijkste waterhuishoudkundige voorzieningen zijn gedimensioneerd (retentie- en infiltratievoorzieningen). Op basis van het onderhavige rapport is het voorontwerp besproken. Na vaststelling van het rapport wordt een waterparagraaf opgesteld. Dit zal plaatsvinden in werkstap 4. Verder wordt opgemerkt dat de uitwerking van de waterhuishouding en de riolering tot een definitief ontwerp geen onderdeel is van de watertoetsprocedure. Dit dient derhalve in een vervolgfase opgepakt te worden.
Leeswijzer De bovenstaande werkwijze heeft geresulteerd in een viertal hoofdstukken, waarbij de belangrijkste punten zijn samengevat in het laatste hoofdstuk 'conclusies en aanbevelingen'. Voor de selectieve lezer is het rapport verder als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de huidige situatie. Deze richt zich allereerst op het aanwezige watersysteem en waterketen. De beschrijving van de huidige situatie maakt enerzijds inzichtelijk welke (waterhuishoudkundige) mogelijkheden er bestaan voor de toekomstige inrichting, anderzijds geldt de huidige situatie als referentiebeeld voor de effectbeschrijving van de toekomstige waterhuishouding en riolering. In hoofdstuk 3 is het ontwerp van de waterhuishouding en riolering uitgewerkt. Het ontwerp gaat in op het hydraulisch functioneren van het watersysteem en de verwerking van het vuil- en hemelwater. In deze fase van het proces zijn alleen de retentie en infiltratievoorzieningen gedimensioneerd. Status Voorliggende rapportage betreft een wijziging van de rapportage van 12 januari 2007 ,toelichting watertoets Aerdt.03. De wijziging betreft een aanpassing van de bergingsbereking van de Wadi naar aanleiding van het gewijzigde stedenbouwkundig ontwerp.
blad 3 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
2
Gebiedsbeschrijving 2.1
Algemeen
Ligging Waaijakkers II is gelegen in de kern Aerdt in de gemeente Rijnwaarden (provincie Gelderland). Het plangebied (kadastraal nr: Aerdt sectie B 1968 en 1971) is gelegen ten zuiden van de kern van Aerdt en heeft een grootte van circa 2,0 ha. Een overzicht van de ligging van het plangebied is gegeven in Figuur 2.1.
Waaijakkers II
Waaijakkers II Figuur 2.1 Overzicht ligging plangebied
Uit de figuur blijkt dat het plangebied is gelegen tussen de wegen Waaijakkers, Groene straat en Schoolstraat. Ten noorden van Waaijakkers II is in 1998 Waaijakkers I aangelegd. Opgemerkt wordt dat er binnen het plangebied een depot aanwezig is. Het depot is waarschijnlijk in gebruik voor de opslag van grond die is vrij gekomen bij het realiseren de bestaande wadi voor Waaijakkers I. Grondgebruik In de huidige situatie ligt het plangebied braak (zie figuur 2.2).
Figuur 2.2 Wadi op plangebied Waaijakkers II te Aerdt
blad 4 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
2.2
Bodemopbouw en geohydrologie De bodemopbouw en geohydrologie zijn bepaald middels een veldonderzoek en literatuurstudie. De resultaten van het veldonderzoek zijn weergegeven in Bijlage I Concept waterparagraaf Bijlage II. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar het 'verkennend bodemonderzoek'[lit. 03]. De locale gegevens zijn aangevuld met regionale gegevens van uit DINO loket van TNO [lit. 04]. Maaiveldhoogte De maaiveldhoogte van het plangebied varieert van circa N.A.P. +14 m tot N.A.P. +12 m. Een gemiddelde maaiveldhoogte is niet te geven. Het gronddepot heeft een hoogte van circa 1 a 1,5 m (zie figuur 2.2). Bodemopbouw en geohydrologie Het plangebied is gelegen in de nabijheid van de Rijn en de bodemopbouw is kenmerkend voor het rivierengebied. De kenmerken van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn schematisch weergegeven in Tabel 2.1. De gegevens zijn afkomstig uit de Bodemkaart van Nederland [lit. 07].
Top [N.A.P. +m] maaiveld 9,8 tot 6, 8 -13,2 tot -14,2 -49,2 tot -58,2 -94,2 tot -102,2
Tabel 2.1 Kenmerken regionale bodemopbouw en geohydrologie Lithostratigrafie Grondsoort [-] [-] Betuwe formatie Matig grindhoudend en uiterst fijn zand en klei 20,0 tot 24,0 Formatie van Kreftenheye Grindhoudende zeer grove tot matig fijne zanden 35,0 tot 45,0 Formatie van Drenthe Zandige klei 44,0 tot 45,0 Formatie van Maassluis, Urk en Grindhoudende zeer grove tot Oosterhout matig fijne zanden 29 tot 33 Formatie van Oosterhout Klei Laagdikte [m] 2,5 tot 5,5
Omschrijving [-] Deklaag (beperkt doorlatend) 1e WVP*
Doorlatendheid [m2/dag] 10- 100 500-4000
1e SL** 2e WVP*
500- 4000
Slecht doorlatende basis
-
*1e WVP is eerste watervoerende pakket ** 1e SL is eerste scheidende laag
Uit het bodemonderzoek [Lit.03] blijkt dat de bodem tot 1,9 a 2,3 m beneden maaiveld uit zwak humeuze klei bestaat. Vervolgens komt tot maximaal geboorde diepte van 5,0 m beneden maaiveld, matig fijn tot zeer grof zand voor. De doorlatendheid van deze laag wordt ingeschat op 1,1 tot 3,3 m/d (Bron; cultuurtechnisch Vademecum).
Doorlatendheid Bij veldonderzoek is een tweetal keer een omgekeerde boorgatmethode uitgevoerd voor het bepalen van de doorlatendheid van de onverzadigde zone ter plaatse van het plangebied. In Bijlage IV zijn de doorlatendheidsmetingen uitgewerkt. De doorlatendheid wordt gesteld op circa 0,5 m/d. Grondwaterstandverloop Een aantal grondwaterstandmetingen is gevonden in het DINOloket van TNO [lit. 04]. In de bijlage zijn twee grafieken opgenomen welke het grondwaterstandverloop geven van 1994 tot 2003. Gemiddeld voor het plangebied wordt een grondwaterstand van N.A.P +10,50 m aangenomen. Uit de grafieken blijkt dat er ook grondwaterstanden optreden, waarbij het peil stijgt tot N.A.P. +11,50 m. Deze peilstijgingen treden op onder invloed van hoge rivierwaterstanden. Deze komen met name voor in de wintermaanden. Hierbij
blad 5 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
wordt opgemerkt dat de duur van deze hoge grondwaterstanden beperkt is tot slechts enkele dagen per jaar. Ontwateringsdiepte Op de website van Alterra en Wageningen Universiteit en Researchcentrum [lit. 06] zijn gegevens gevonden over de grondwatertrap van het plangebied. Waaijakkers I en II hebben grondwatertrap VI. De GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) ligt tussen de 0,40 en 0,80 m beneden maaiveld. De GLG (gemiddeld laagste grondwaterstand) lager dan 1,20 m beneden maaiveld. Dit komt overeen een gemiddelde grondwaterstand van N.A.P +10,50 m. Gezien de bodemhoogte van de wadi (N.A.P. +11,15 m) is er voldoende ruimte om het water in de bodem te infiltreren. Wadi De gegevens in ogenschouw genomen, wordt geconcludeerd dat infiltratie in de bestaande bovenlaag niet mogelijk is. De diepere ondergrond is wel geschikt. Daarom is in de bestaande wadi een bovenverbetering toegepast zodat infiltratie wel mogelijk is. De doorlatendheid van deze laag wordt ingeschat op 1,5 m/d (Bron; cultuurtechnisch Vademecum Minimale doorlatendheid ).
2.3
Waterhuishouding
Watersysteem Uit de gegevens blijkt dat er voldoende berging in het aangrenzende landelijke watersysteem aanwezig is. Eventueel kan de neerslag, in extreme situaties (boven eens per 10 jaar), naar landelijk gebied afgevoerd worden. Verwerking hemelwater Voor Waaijakkers I geldt dat alle verharde oppervlakken (wegen en daken) zijn afgekoppeld van de riolering. Het watersysteem van Waaijakkers I wordt gevormd door een HWAriool dat het overtollige hemelwater inzamelt en transporteert naar de bestaande wadi, die op het plangebied van Waaijakkers II ligt. De wadi is middels een 'slok-op' aangesloten op de riolering. Verder is geen riolering of drainage aanwezig op het plangebied. De wadi is aangelegd ten behoeve van de afwatering van afgekoppeld verhard oppervlak van de reeds gerealiseerde wijk Waaijakkers I. Het overtollige hemelwater wordt derhalve direct geïnfiltreerd of stroomt oppervlakkig af naar de wadi. De wadi heeft een totale oppervlakte van 1.031 m2. De overstort is gesitueerd halverwege het talud op een hoogte van N.A.P. +11,90 m. De bodem ligt op N.A.P. +11,15, zodat de maximale waterdiepte in de wadi 0,75 m is. Verwerking vuilwater Waaijakkers I is in het verleden aangelegd met een gescheiden riolering met een koppeling via de wadi naar het vuilwaterriool.
Voor de kern Aerdt wordt de Basisinspanning op het moment van schrijven doorgerekend en tevens wordt er een OAS studie uitgevoerd.
blad 6 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
3
Voorontwerp waterhuishouding In dit hoofdstuk is een voorontwerp voor de toekomstige waterhuishouding opgesteld. Het ontwerp is opgesteld op basis van het programma van eisen. Dit betekent dat het ontwerp aansluit op het vigerende beleid en de eisen van het waterschap en de gemeente. Ook is aangesloten op de thema's van het waterschap Rijn & IJssel. Voor het plangebied worden de onderstaande thema's onderkend: 1. Riolering 2. Grondwaterkwaliteit 3. Wateroverlast 4. Grondwateroverlast 5. Oppervlaktewaterkwaliteit 6. Uitvoering, beheer en onderhoud
3.1
Programma van eisen
Voor het opstellen van het ontwerp van de waterhuishouding is het programma van eisen uit Bijlage V gehanteerd. Het programma van eisen is een samenspraak met het waterschap overgenomen uit voorgaande projecten en omvat een beleidskader en de randvoorwaarden, uitgangspunten, ontwerpeisen voor de uitwerking van de inrichting van Waaijakkers II. Beleidskader Voor het beleidskader zijn de onderstaande beleidsdocumenten in beschouwing genomen: § Nationaal Bestuursakkoord Water; § Europese Kaderrichtlijn; § Vierde Nota Waterhuishouding; § Waterbeleid 21e eeuw; § Derde Gelderse Waterhuishoudingsplan 'Water leeft in Gelderland'; § Waterbeheersplan 2002- 2005; § Watervisie; § Riolering en waterschap Rijn & IJssel; § Keur op de watergangen/ waterkeringen; § Handreiking waterparagraaf voor stedelijke bestemmingsplannen; Randvoorwaarden, uitgangspunten en toetsingscriteria Bij het ontwerp van de waterhuishouding voor Waaijakkers II in Aerdt geldt dat het ontwerp grondwaterneutraal moet zijn. Anders gezegd: de totale afvoer uit het plangebied is in de toekomstige situatie niet groter dan in de huidige situatie. Daarnaast dient het plangebied 'droge voeten' te houden tot een herhalingstijd van 10 jaar. Dit heeft twee consequenties:
blad 7 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
1. Realiseren noodoverlaten De infiltratie- en retentievoorzieningen worden gedimensioneerd op een regenduurlijn met een herhalingstijd van 10 jaar (+10% klimaatscorrectie). Dit gebeurt bij voorkeur naar gebieden met voldoende bergingscapaciteit (landelijke watersysteem) of anders naar het rioolstelsel. 2. Ophogen in plaats van draineren (indien nodig) Als tweede randvoorwaarde bij het ontwerp geldt dat het gebied grondwaterneutraal is. Dit betekent dat er geen (on)nodige grondwaterafvoer optreedt. Ten aanzien van het behalen van voldoende ontwateringsdiepte betekent dit, indien de ontwateringdiepte niet wordt gehaald, dat het plangebied wordt opgehoogd. Beide aspecten zijn getoetst in het volgende hoofdstuk. Uitgangspunten Het beleidskader biedt concrete uitgangspunten voor het ontwerp. Deze zijn ingedeeld in de thema's zoals het waterschap Rijn & IJssel die hanteert voor waterparagrafen in stedelijk gebied [Lit. 02]. Ontwerpeisen Als laatste stap in het programma van eisen zijn de ontwerpeisen opgenomen voor de toekomstige waterhuishoudkundige en rioleringsvoorzieningen. De belangrijkste eis is het dimensioneren van retentie- en infiltratievoorzieningen. Derhalve is deze hieronder kort toegelicht.
Ontwerpeis nieuw stedelijk gebied De ontwerpeis voor retentie- en infiltratievoorzieningen in nieuw stedelijk gebied gaat uit van een neerslagsituatie van T= 10 jaar conform de regenduurlijn van Buishand & Velds (incl. klimaatcorrectie 10%) en een afvoer van maximaal 1,2 l/s/ha. Het overige water dient in de wadi geborgen te worden. Indien een neerslagsituatie extremer is dan de bovengenoemde norm, dan kan worden afgevoerd naar het aangrenzende watersysteem.
blad 8 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
3.2
Voorgenomen ontwikkeling Het ontwerp voorziet in de aanleg van een wadi in de noordhoek van het plangebied. Een schetsontwerp van de voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in figuur 3.
figuur 3 Schetsontwerp
3.2.1
Waterhuishoudkundige toetsing
Benodigde bergingscapaciteit In de wadi dient de afvoer van het verharde oppervlak van Waaijakkers I en Waaijakkers II geborgen (en geïnfiltreerd) te kunnen worden. Daarom is als eerste stap het aangesloten verhard oppervlak berekend. Dit is samengevat in Tabel 2.
blad 9 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Tabel 2
Oppervlakten
Oppervak Rijbaan voetpad parkeerplaatsen bebouwing verhard kaveloppervlak (50% kavel excl. Bebouwing) Verhard Waaijkkers II Verhard Waaijakkers I Wadi Totaal
Oppervlakte 2.684 m 840 m 228 m 2.552 m 3.115 m *
2
2
2
2
2
9.419 m 4.260 m 776 m 14.455 m
2
2
2
2
* Oppervlakten bepaald op basis van de verkavelingschets
Op basis van het aangesloten verhard oppervlak is de bergingsbehoefte berekend. De resultaten van de berekening zijn weergegeven in Bijlage V. Hierbij is uitgegaan van: - Berging is vereist voor een situatie van T=10 jaar + 10% klimaatkorrektie; - Er wordt geen oppervlaktewater aangelegd, dus er vindt geen afvoer plaats behalve naar de bodem; - Effectief oppervlak van de wadi bedraagt 500 m2 (bij talud 1:4); - Maximale waterdiepte in de wadi bedraagt 0,75 m; - Infiltratiecapaciteit van 1,5 m/d (minimale bij bodemverbetering). Hieruit blijkt dat er een bergingsbehoefte is van 500 m3. De wadi heeft een berginscapaciteit van 375 m3. Op de verharde oppervlakten blijft een initiële berging van 44 m3 achter (3 mm voor verharde oppervlakken, leidraad riolering). Het bergingstekort bedraagt daarmee 81 m3. Dit bergingstekort kan worden opgevangen door (een combinatie van) de onderstaande maatregelen: • Het toestaan van een steiler talud van de wadi. Dit vergroot zowel de berging als de afvoercapaciteit (groter effectief oppervlak) van de wadi; • Infiltratieonderzoek, een hogere infiltratiesnelheid vereist een lagere bergingscapaciteit. bij de berekening is uitgegaan van het minimum voor een wadi (=worst case); • Het accepteren van water op straat.
Bij een T=10 situatie resulteert bij bovenstaande uitgangssituatie in 3 cm water op de rijbaan en de parkeerplaatsen; • Het aanleggen van berging onder de openbare verharding. Bij deze keuze voor bovenstaande oplossingsrichtingen moet met het volgende rekeningen worden gehouden. • Een te hoog ingeschatte infiltratiecapaciteit levert een bergingstekort en daarmee inundatieproblemen. De infiltratiecapaciteit van een wadi zal in de loop der tijd afnemen door het 'dichtslibben' van de bovengrond; • Het accepteren van water op straat zal veel klachten vanuit bewoners opleveren. Goede voorlichting over mate van optredende overlast en frequentie is hierbij noodzakelijk; • Eventuele berging onder de openbare verharding (kratjes) dient goed bereikbaar te zijn voor onderhoud; • Indien de wadi niet voor de gehele berging kan voorzien zal er niet alleen in Waaijakkers II water op straat staan, maar ook in het gebied Waaijackers I.
blad 10 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Ontwateringsdiepte In het programma van eisen wordt een minimale ontwateringsdiepte genoemd. De hoogste grondwaterstand is gevonden op N.A.P. +11,5 m. Om aan de eisen van de ontwateringsdiepte te voldoen worden de wegen en woningen aangelegd op een hoogte van minimaal N.A.P. +12,2 m en de tuinen op een hoogte van minimaal N.A.P. +12,00 m. Bij Waaiakkers I zijn de wegen aangelegd op N.A.P. +12,50 m en de woningen gemiddeld op N.A.P. +12,65 m. Afvoer De wadi heeft in de huidige planschets geen andere afvoer mogelijkheid dan naar de bodem. Voor een extremere neerslagsituatie dan T=10 dient het overtollige water uit het bebouwd gebied te worden afgevoerd. Om hier aan te kunnen voldoen moet de wadi worden voorzien van een overstortvoorziening. De overstortvoorziening kan worden aangesloten op de watergang ten zuiden van het plangebied.
blad 11 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
4
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Conclusies Conclusies • Het totale verharde oppervlak wordt afgekoppeld van de riolering en aangesloten op de wadi; • Overstort bij extreme neerslag wordt aangekoppeld op de riolering; • De geplande wadi heeft volgens de gangbare normen normen onvoldoende capaciteit om een T=10 neerslag te bergen; • Het toepassen van een steiler talud (1:2) kan voor voldoende bergingscapaciteit zorgen. Aanbevelingen • Aanleg van een afvoermogelijkheid. Afvoer van de landelijke afvoer heeft een verlaging van de bergingsbehoefte tot gevolg.
blad 12 van 29
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Bronnen lit. 01 lit. 02 lit. 03 lit. 04 lit. 05 lit. 06 lit. 07
blad 13 van 29
Gemeente Rijnwaarden i.s.m. Gelders Genootschap, Beeldkwaliteitplan Waaijakkers II, Een woonwijk met een Aerdts karakter, mei 2005. Waterschap Rijn en IJssel, 'Waterparagraaf voor bestemmingsplannen stedelijke gebied', september 2004. Oranjewoud, Verkennend bodemonderzoek Aerdt, november 2005. Nederlands instituut voor toegepaste geowetenschappen TNO, DINOloket op http://www.nitg.tno.nl. Elsevier bedrijfsinformatie BV en Vereniging voor Landinrichting, Cultuurtechnische Vademecum, 2000. Alterra BV en Wageningen Universiteit en Researchcentrum, http://www.bodemdata.nl/. Stichting Bodemkaart Nederland, De bodemkaart van Nederland
Water en Groene Ruimte
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Bijlage I :
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Concept waterparagraaf In de periode van oktober tot december 2005 heeft ingenieursbureau Oranjewoud, in opdracht van Goldewijk projectontwikkeling, het proces van de watertoets doorlopen voor het bestemmingsplan 'Waaijakkers II' te Aerdt. Binnen het proces zijn een geohydrologisch onderzoek en een waterhuishoudkundige analyse uitgevoerd. In het rapport 'Geohydrologisch onderzoek en waterhuishoudkundige analyse' (kenmerk 156584) zijn de resultaten beschreven. Daarmee vormt het rapport een toelichting op de onderstaande waterparagraaf. Inventarisatie waterhuishouding De knelpunten en aandachtspunten ten aanzien van de waterhuishouding in het plangebied zijn geïnventariseerd door het waterschap Rijn & IJssel conform de thema's uit de handreiking watertoets voor stedelijk gebied [lit.1] en hieronder puntsgewijs weergegeven: 7. Riolering 8. Grondwaterkwaliteit 9. Wateroverlast 10. Grondwateroverlast 11. Oppervlaktewaterkwaliteit 12. Volksgezondheid Per relevant thema zijn de huidige en de gewenste situatie beschreven, vervolgens is de toekomstige inrichting voor 'De Pannerd' beschreven. Indien de wenselijke en de toekomstige situatie niet overeenkomen, is de reden waarom is afgeweken aangegeven. 1.
Riolering Een gemengd stelsel heeft ten opzichte van een (verbeterd) gescheiden stelsel als nadeel dat er 'schoon' hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering (RWZI) en er geen water ten goede komt aan het watersysteem. Bij nieuwe ontwikkelingen dient het rioolstelsel derhalve gescheiden aangelegd te worden. Het hemelwater wordt bij voorkeur afgevoerd naar oppervlaktewater. Huidige situatie De bestaande wadi loost in de huidige situatie middels een 'slokop' op het gemengde stelsel van Aerdt. Wenselijke situatie Al het hemelwater wordt afgevoerd naar bodem en niet naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Ook niet middels een slokop. Alleen het vuilwater uit het plangebied wordt afgevoerd naar de RWZI. Toekomstige situatie De slokop wordt in de toekomstige situatie aangesloten op een nieuwe wadi. Tijdelijk wordt de wadi aangesloten op de DWA-riolering. Al het hemelwater wordt afgevoerd naar de bodem.
blad 14 van 29
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
2. Grondwaterwaterkwaliteit. Het uitbreidingsplan ligt in een regionaal hydrologisch beïnvloedingsgebied. Dit betekent dat de grondwaterkwaliteit niet mag verslechteren. Huidige situatie De materiaalkeuze van het verharde oppervlak, dat is aangesloten op de bestaande wadi, voldoet aan de eisen conform 'Duurzaam bouwen' [Lit.7]. Wenselijke situatie Om het afstromende regenwater schoon te houden worden er bij de toekomstige inrichting van het plangebied alleen materialen toegepast conform 'Duurzaam bouwen' [Lit.7]. Toekomstige situatie Om verslechtering van de grondwaterkwaliteit tegen te gaan dient de trits schoonhouden, scheiden en zuiveren aangehouden te worden. Het toepassen van duurzame bouwmaterialen is door de verschillende overheden onderschreven middels convenanten. Dit heeft er toe geleid dat er een toetsing plaatsvindt binnen de procedure van het bouwbesluit. De wenselijke situatie ten aanzien van de grondwaterkwaliteit wordt dan ook behaald in de toekomstige situatie. 3. Wateroverlast Een toename van de afvoer naar het (oppervlakte)watersysteem mag geen wateroverlast veroorzaken. Daarom dient voldoende berging binnen het plangebeid aanwezig te zijn. Huidige situatie In de huidige situatie stroomt er geen hemelwater naar het oppervlaktewatersysteem. De noodoverlaat van de wadi is aangesloten op het gemengde riool.
Indien overlast in de kern ontstaat kan de wadi niet langer afvoeren. Wenselijke situatie Het toekomstige watersysteem beschikt over voldoende bergingscapaciteit zodat er (tot de normstelling) geen wateroverlast optreedt. Toekomstige situatie Berging wordt gerealiseerd in een wadi en mogelijk in alternative voorzieningen. De keuze waar de benodigde berging uiteindelijk wordt gerealiseerd wordt bij het definitieve ontwerp gemaakt. Bij grotere neerslagintensiteit zal het hemelwater (tijdelijk) teruggeleid worden richting het vuilwaterriool. 4. Grondwateroverlast In het plangebied mag geen grondwateroverlast optreden. Huidige situatie De ontwateringsdiepte van de bebouwing en wegen voldoet in de huidige situatie aan de normen ten aanzien van ontwateringsdiepte. Wenselijke situatie Het plangebied beschikt over voldoende ontwateringsdiepte. Toekomstige situatie Het plangebied voldoet aan de ontwateringsnormen.
blad 15 van 29
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
5. Oppervlaktewaterkwaliteit Riooloverstorten dienen in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen/ beperkt te worden. Huidige situatie In de huidige situatie wordt het overtollige water afgevoerd naar het gemengde rioolstelsel. Uit dit rioolstelsel stort het 'vervuilde' hemelwater over naar oppervlaktewater en verslechterd de oppervlaktewaterkwaliteit. Wenselijke situatie Voor het verbeteren van de waterkwaliteit wordt het rioolstelsel gescheiden aangelegd. Hierdoor komt er minder hemelwater in het gemengde stelsel en stort er meer vervuild water over naar het oppervlaktewater. Dit levert een positieve bijdrage aan de oppervlaktewaterkwaliteit. Toekomstige situatie In de toekomst storten de wadi's direct over naar oppervlaktewater. Het schone water wordt niet vermengd met vuilwater uit het riool. Tijdelijk zal de wadi in op het riool overstorten. 6. Uitvoering, beheer en onderhoud Er wordt geen oppervlaktewater aangelegd. De aan te leggen voorzieningen (wadi en eventueel ondergrondse berging) zal in beheer en onderhoud van de gemeente komen.
blad 16 van 29
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Bijlage II : Boringnummer
Resultaten bodemonderzoek
Diepte
Textuur
Opmerkingen
in (cm-mv)
001
0-
50
50 -
70
002
0-
50
003
0-
240
Klei, zwak zandig, zwak humeus, lichtbruin Klei, sterk zandig, bruin, grijs
Monsterdiepte in (cm-mv)
0-
50
sterk puinhoudend, matig koolhoudend
50 -
70
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige
geen olie-water reactie, geroerd
0-
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige
laagjes zand, geen olie-water reactie
0-
50
50 100 150 200 240 -
100 150 200 240 290
0-
50
geen olie-water reactie
0-
50
geen olie-water reactie
50 100 150 200 -
100 150 200 250
0-
50
0-
50
50 -
100
240 -
300
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinbeige Klei, matig siltig, zwak humeus, bruinbeige Klei, matig siltig, blauwgrijs Zand, matig grof, donkergrijs
300 -
320
320 450 -
450 520
004
0-
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruin
005
0-
200
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige
geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie
200 -
250
250 -
320
320 -
350
350 450 -
450 500
006
0-
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak grindig, bruin
007
0-
50
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
50 -
100
Klei, sterk zandig, sterk grindig, bruingrijs Klei, matig zandig, lichtbruin
0-
40
40
90
resten kolengruis, sporen puin, sterk grindhoudend geen olie-water reactie
0-
40 -
Klei, sterk zandig, donkerbruin Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinbeige
40 -
90
0-
50
geen olie-water reactie
0-
50
50 -
150
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin
resten grind, geen olie-water reactie
50 -
100
150 -
200
Klei, matig siltig, zwak
geen olie-water reactie
100 150 -
150 200
008
009
blad 17 van 29
Klei, zwak zandig, zwak humeus, bruinbeige Klei, matig siltig, zwak humeus, bruinbeige Zand, matig fijn, matig siltig, bruinbeige Zand, matig grof, lichtbruin Zand, zeer grof, lichtbruin
geen olie-water reactie
laagjes zand, geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie sterk grindhoudend, geen olie-water reactie
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Boringnummer
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Diepte
Textuur
Opmerkingen
in (cm-mv)
Monsterdiepte in (cm-mv)
humeus, bruinbeige 010
0-
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruin
011
0-
40
40 -
200
Klei, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige
sporen puin, geen olie-water reactie, houskoolresten geen olie-water reactie
0-
50
0-
40
40 -
90
90 140 -
140 190
012
0-
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinbeige
geen olie-water reactie
0-
50
013
0-
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruin
sporen kolengruis
0-
50
014
0-
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruin
0-
50
015
0-
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs
matig puinhoudend
0-
50
016
0-
220
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige
geen olie-water reactie
0-
50
50 100 150 200 -
100 150 200 220
220 -
260
260 350 -
350 450
0-
40
40 -
50
018
0-
019
020
017
022
blad 18 van 29
Klei, zwak zandig, zwak humeus, bruinbeige Zand, matig grof, lichtbeige Zand, matig grof, lichtbeige
laagjes zand, geen olie-water reactie geen olie-water reactie sterk grindhoudend, geen olie-water reactie
Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinbeige Klei, sterk zandig, zwak humeus, beige
geen olie-water reactie
0-
40
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, lichtbruin
sporen puin
0-
50
0-
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, lichtbruin
0-
50
0-
50
geen olie-water reactie
0-
50
50 -
190
Klei, matig zandig, matig humeus, donkerbruin Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige
geen olie-water reactie
50 -
100
100 150 -
150 190
0-
50
190 -
200
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, lichtbruin
resten grind, geen olie-water reactie
0-
40
geen olie-water reactie
40 -
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruinbeige Klei, matig zandig, zwak humeus, beige
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Boringnummer
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Diepte
Textuur
Opmerkingen
in (cm-mv)
Monsterdiepte in (cm-mv)
023
0-
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige
geen olie-water reactie
0-
50
024
0-
45
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruinbeige
sporen puin, geen olie-water reactie
0-
45
025
0-
35
Klei, sterk zandig, zwak humeus, bruin, grijs
zwak puinhoudend, matig asfalthoudend, zwak koolhoudend, sterk grindhoudend
0-
35
21
0-
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, bruingrijs
sporen kolengruis
0-
50
blad 19 van 29
blad 20 van 29
Figuur Grondwaterstandmeting ten zuiden van Aerdt
900
PutB40G0216_1
850 14-1-2002
14-9-2001
14-5-2001
14-1-2001
14-9-2000
14-5-2000
14-1-2000
14-9-1999
14-5-1999
14-1-1999
14-9-1998
14-5-1998
14-1-1998
14-9-1997
14-5-1997
14-1-1997
14-9-1996
14-5-1996
14-1-1996
14-9-1995
14-5-1995
14-1-1995
14-9-1994
14-5-1994
14-5-2003
950 14-1-2003
1000
14-5-2003
1050 14-9-2002
1100
14-1-2003
1150 14-5-2002
1200
14-9-2002
Figuur Grondwaterstandmeting ten noorden van Aerdt
14-5-2002
14-1-2002
14-9-2001
14-5-2001
14-1-2001
14-9-2000
14-5-2000
14-1-2000
14-9-1999
14-5-1999
14-1-1999
14-9-1998
14-5-1998
14-1-1998
14-9-1997
14-5-1997
14-1-1997
14-9-1996
14-5-1996
14-1-1996
14-9-1995
14-5-1995
14-1-1995
14-9-1994
14-1-1994
Stijghoogte in cm t.o.v. N.A.P.
Bijlage III :
14-5-1994
14-1-1994
Stijghoogte in cm t.o.v. N.A.P.
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Grondwaterstanden Locatie peilbuizen
1200
1150
1100
1050
1000
950
900 PutB40G0215_1
850
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Bijlage IV :
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Doorlatendheidsmetingen De metingen van de doorlatendheid (k-waarde) worden uitgevoerd d.m.v. een infiltratieproef. In de onderstaande figuur is een voorbeeld van de gemeten en de berekende doorlatendheid opgenomen.
Doorlatendheidsmeting 80
Gemeten drukhoogte (cm)
70 60 50 gemeten
40
berekend
30 20 10 0 0
20
40
60
80
100
Tijd (sec.)
In het onderhavige geval zijn de volgende doorlatendheden berekend: Diepte Profielbeschrijving Doorlatendheid (m mv.) (m/d) Pb005 3,10 Klei, matig siltig, zwak humeus ca. 0,45 Bovengronds 1,53 Klei, matig zandig, zwak humeus ca. 0,30
Vanwege de lage doorlatendheden wordt infiltreren in de Deklaag niet wenselijk geacht.
blad 21 van 29
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Bijlage V :
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Programma van eisen In deze bijlage is het programma van eisen weergeven, zoals deze is gehanteerd bij het ontwerp van de toekomstige waterhuishouding en riolering van Waaijakkers te Aerdt.
Beleidskader In het onderstaande beleidskader is een overzicht gegeven van het (relevante) beleid op nationaal, provinciaal en regionaal niveau (rijk, provincie, waterschap Rijn & IJssel en de gemeente Rijnwaarden). Het beleidskader vormt de basis voor de randvoorwaarden en uitgangspunten zoals beschreven in paragraaf 1.2.
Nationaal beleid A. Nationaal bestuursakkoord water (NBW) Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is op 2 juli 2003 ondertekend door het Rijk, het Inter Provinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UVW) en bevat afspraken voor de korte en lange termijn om de watersystemen in Nederland weer op peil te brengen en te houden. Aanleiding hiervoor is de structurele verandering in de waterproblematiek door klimaatswijziging, zeespiegelstijging, bodemdaling en verstedelijking. Doelstelling is het op orde brengen van de Nederlandse waterhuishouding in 2015 conform afspraken in NBW. In de NBW staat beschreven de wijze waarop, de middelen waarmee en het tijdspad waarin deze doelstellingen gerealiseerd moeten worden en hoe het op orde houden richting 2050. De belangrijkste middelen die hier uit voortvloeien zijn de werknormen voor regionale watersystemen en het proces van de watertoets. B. Europese kaderrichtlijn water (EKRW) De Europese Kaderrichtlijn Water is op 22 december 2000 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, waarmee de Kaderrichtlijn officieel van kracht is geworden.
Doel van de EKRW is de vaststelling van een kader voor de bescherming van landoppervlak, overgangswater, kustwateren en grondwater, waardoor: 1) Aquatische systemen en gebieden die hier rechtstreeks van afhankelijk zijn, worden behoed voor verdere achteruitgang 2) Verbetering van het aquatisch milieu wordt bereikt, onder andere door een forse vermindering van lozing en emissies 3) Duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van beschikbare waterbronnen op langere termijn 4) Zorgdragen voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater In de EKRW worden milieudoelstellingen voorgesteld voor oppervlaktewater, grondwater en beschermde gebieden. De doelstellingen moeten eind 2015 gerealiseerd zijn. Eventueel is verlening mogelijk met twee periode van 6 jaar (deadline is 2027). C. 4e nota waterhuishouding Het regeringsbesluit 4e nota waterhuishouding is eind 1999 uitgegeven. Het belangrijkste doel van deze nota is het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land en het in standhouden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd.
blad 22 van 29
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
D. Waterbeleid voor de 21e eeuw (Geef water de ruimte en aandacht die het verdient) De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de voorzitter van de Unie van Waterschappen hebben in april 1999 de Commissie Waterbeheer 21e eeuw verzocht advies uit te brengen over de waterhuishoudkundige inrichting van Nederland. De drie belangrijkste adviezen van WB21 zijn: 1) Anticiperen in plaats van reageren 2) Niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van vasthouden bergen afvoeren 3) Meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen
Provinciaal beleid De provincie Gelderland heeft haar waterbeleid in de onderstaande stukken beschreven. A. Derde Gelders waterhuishoudingsplan 2005-2009 'Water leeft in Gelderland' Het ontwerp Derde waterhuishoudingsplan van Gelderland is gepubliceerd in juli 2004 en volgt bij vaststelling het Tweede Waterhuishoudingsplan 1996- 2004 op. Het Derde plan lijkt meer op een actualisering van het Tweede plan dan op een geheel nieuw plan. Het gaat verder op de hoogwaters in de rivieren, de beperkte ruimte voor water, de klimaatsverandering, de bodemdaling en de toenemende verharding binnen de provincie grenzen. Het accent ligt echter wel meer op de uitvoering en realisatie van het beleid uit het voorgaande plan.
Regionaal beleid Het waterschap Rijn & IJssel en de gemeente Berkelland hebben haar waterbeleid in de onderstaande stukken beschreven. A. Waterbeheersplan 2002-2005 In het waterbeheersplan zijn het beleid en de hieruit voortvloeiende acties van het waterschap vastgelegd voor de periode 2000- 2005. Hiertoe is het beheersplan opgesplitst in drie delen. Het eerste deel vertaald het nationale beleid naar het waterschapsbeleid, rekening houdend met de lange termijn. Het tweede deel is een uitwerking van het waterschapsbeleid naar concrete taakvelden. In het laatste deel zijn de voorgenomen acties, maatregelen en financiën vastgesteld voor de bovengenoemde planperiode.
B. Watervisie De watervisie beschrijft de zienswijze van het waterschap op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het beheersgebied om de wateropgaven op een duurzame wijze op te lossen. De visie geeft richting aan activiteiten zoals het bestrijden van verdroging, regionale wateroverlast, inrichting van waterlopen en saneren van verontreinigde waterbodems. De watervisie vormt het vertrekpunt voor de wijze waarop de toekomstige inrichting in het beheersgebied gestalte dient te krijgen. C. Riolering en waterschap Rijn & IJssel Voor de verbetering van de waterkwaliteit en terugdringing van de verdroging is van cruciaal dat hemelwater wordt afgekoppeld, de werking van de riolering wordt verbeterd,
blad 23 van 29
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
de overstortvolume worden beperkt en de hydraulsche belasting van rwzis wordt teruggedrongen. De instrumenten die het waterschap hiertoe heeft zijn beschreven in Riolering en waterschap Rijn & IJssel. D. Waterparagraaf voor bestemmingsplannen De waterparagraaf voor bestemmingsplannen is in september 2004 door het waterschap uitgegeven en beschrijft het door het waterschap gewenste proces voor de watertoets. In deze handreiking beschrijft het waterschap de door haar gewenste procedure om het proces van de watertoets te doorlopen. Het watersysteem van een (her)ontwikkelingslocatie dient hiertoe voor een twaalftal thema's geanalyseerd te worden.
blad 24 van 29
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Randvoorwaarden en uitgangspunten Voorafgaand aan het daadwerkelijke ontwerp van de waterhuishouding en de riolering zijn er randvoorwaarden en uitgangspunten opgesteld voor de ontwikkeling van Waaijakkers te Aerdt. De randvoorwaarden en uitgangspunten zijn allereerst besproken en vervolgens vastgesteld door medewerkers van het Waterschap Rijn & IJssel en de gemeente Rijnwaarden. De randvoorwaarden en uitgangspunten zijn weergegeven in tabel 1 tot 7. Opgemerkt wordt dat de indeling per thema aansluit op de procedure van de watertoets van het waterschap Rijn & IJssel. Normaal gesproken onderkent het waterschap hierin nog een zestal thema's (veiligheid, watervoorziening, bodemdaling, grondwaterkwaliteit, natte natuur en verdroging), maar deze zijn buiten beschouwing gelaten omdat ze niet van belang zijn voor Waaijakkers. Tabel 0.1 •
•
Randvoorwaarden (op thema niveau)
Het watersysteem dient te voldoen aan de normering wateroverlast zoals deze is opgenomen in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); Voor het nieuw te ontwikkelen stedelijk gebied Schollenkamp betekent dit, dat er voldaan moet worden aan een faalkans van 1:100 jaar. Het watersysteem dient te voldoen aan het principe van grondwaterneutraal bouwen, dit wil zeggen: waar het verharde oppervlak toeneemt dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken en om infiltratie van water mogelijk te maken. Voor Waaijsakkers betekent dit dat er waar mogelijk wordt geïnfiltreerd en het overige hemelwater in retentievijvers wordt vastgehouden. De totale afvoer uit het gebied is na de ontwikkeling van de wijk niet groter dan de afvoer uit het oorspronkelijke landelijke gebied.
Ontwerpeisen: § De afvoer uit het plangebied is maximaal 1,2 l/s/ha;
Tabel 0.2 • • •
Uitgangspunten wateroverlast
De watergangen in het plangebied dienen over voldoende afvoercapaciteit te beschikken; De afvoer van het overtollige water dient onder vrij verval plaats te vinden; Het overtollige hemelwater dient zolang mogelijk in het gebied te worden vastgehouden, dit kan bij voorkeur door het toepassen van infiltratie- en/ of retentievoorzieningen, als dit niet mogelijk is wordt retentie toegepast.;
Ontwerpeisen: § De bergingscapaciteit in de wadi (oppervlaktewater) voldoen aan (zomer)regenduurlijn van T=10 jaar conform Buishandt met een klimaatcorrectie van 10%;
Tabel 0.3 • • • • •
blad 25 van 29
Uitgangspunten riolering
Bij het ontwerp van het rioolstelsel dient gewerkt te worden volgens de Leidraadmodule B2000 "Functioneel ontwerp"; Voor het afkoppelen van afvoerende oppervlakken worden de 'Leidraad aan- en afkoppelen verharde oppervlakken' ; De droogweerafvoer (dwa) stroomt bij voorkeur onder vrij verval af naar een bestaand stelsel; Het hemelwater (HWA) wordt bij voorkeur oppervlakkig (en zichtbaar) afgevoerd naar de infiltratievoorzieningen of het openwater; Bij het ontwerp van het vuilwaterstelsel worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: minimale diameter: Ø 250 mm; minimale dekking: 1,10 m; uiterst 0,80 m; verhang 1:250 tot 1:1000; minimale schuifspanning : 1,0 N/m2 ; maximale strenglengte: 75 m; kruisingen ten opzichte van de waterbodem: -1,00 m onder bodem; deze kruisingen zoveel mogelijk vermijden; kruisingen met overige leidingen: 0,20 m tussen buitenkant leidingen.
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
Toetsingscriteria: § Het DWA riool is gedimensioneerd op 3 ve/woning en een afvoer van 10l/uur/ve gedurende 12 uur (120/etmaal/ve); § De afvoer uit wadi's bedraagt maximaal 1,2 l/s/ha; § De bergingscapaciteit van de wadi's voldoen aan (zomer)regenduurlijn van T=10 jaar conform Buishandt met een klimaatcorrectie van 10% en een lediging van 48 uur.
Tabel 0.4 • • •
Uitgangspunten volksgezondheid
De toplaag van de wadi's dienen een goed ontwikkelde vegetatie mogelijk te maken; Voor beschoeiingen worden alleen milieuvriendelijke materialen toegestaan; Tegen waterverontreiniging bij brandbestrijding en ongevallen worden preventieve maatregelen genomen.
Ontwerpeisen: § De bodem van wadi dienen minimaal 0,20 m boven het GHG te liggen § De diepte van berging/ retentievijvers bedraagt minimaal 1,2 m; § De berging/ retentievijvers beschikken over een oever met plas/dras situatie met een breedte van minimaal 1,0 m; § De berging/ retentievijvers beschikken over een talud van maximaal 1:4.
Tabel 0.5 • •
• •
Grondwateroverlast
De inrichting van het plangebied mag de grondwatersituatie niet negatief beïnvloeden, de huidige situatie dient minimaal gehandhaafd te blijven; De grondwatersituatie dient afgestemd te zijn op de toekomstige functies binnen het plangebied, indien vereist dient de maaiveldhoogte of het vloerpeil van de bebouwing verhoogd te worden en niet het grondwaterpeil verlaagd; Bij het dempen van watergangen dient rekening gehouden te worden met bestaande drainagesystemen; Boven storende lagen worden bij voorkeur geen infiltratievoorzieningen aangelegd, tenzij de laag wordt doorboord of verwijderd.
Ontwerpeisen: § De ontwateringsdiepte onder primaire wegen bedraagt 1,00 m onder wegpeil; § De ontwateringsdiepte onder woonstraten bedraagt 0,70 m onder wegpeil; § De ontwateringsdiepte onder woningen met kruipruimte bedraagt 0,70 m onder wegpeil; § De ontwateringsdiepte onder groen/tuinen bedraagt 0,50 m onder wegpeil; § De ontwateringsdiepte onder woningen zonder kruipruimte bedraagt 0,30 m onder wegpeil; § Parkeerkelders, laad- en losbunkers (bebouwing in het grondwater) dienen waterdicht aangelegd te worden.
Tabel 0.6 • • • • • •
• • • • • •
Ontwerpeisen:
blad 26 van 29
Uitgangspunten oppervlaktewaterkwaliteit
Vervuiling aan de bron wordt voorkomen door te bouwen conform 'Duurzaam bouwen' Voor het afkoppelen van afvoerende oppervlakken worden de 'Leidraad aan- en afkoppelen verharde oppervlakken' ; Het hemelwater wordt te allen tijde indirect afgevoerd naar het oppervlaktewater. Dit betekent of via een infiltratievoorziening of via een bodempassage; Doodlopende sloten dienen voorkomen te worden; Het watersysteem dient doorspoelbaar te zijn; Gestreefd wordt naar het zoveel mogelijk afkoppelen van schone dakoppervlakken van de riolering; oppervlakken die vervuild zijn of waar de kans op vervuiling groot is (wegen e.d.) worden afgekoppeld via een (in)filtratievoorziening of een vergelijkbare voorziening (bv. Lamellen filters) ; Gestreefd dient te worden naar oppervlakkige afvoer van hemelwater; Het gebruik van uitlogende materialen voor bouwwerken (b.v.
zinken dakgoten) wordt verboden; Het tegengaan van onkruid wordt gerealiseerd door het kiezen van de juiste bestrating (type tegels of asfalt) er mogen in ieder geval geen chemische bestrijdingsmiddelen worden toegepast; Het afvoeren van afvalwater via de openbare weg (bijvoorbeeld ramenwassen of reinigen afvalcontainers) dient te worden voorkomen; Het strooien van zout bij van gladheid dient tegengegaan te worden; een alternatief is het strooien van natzout; Er dient tijdig voorlichting gegeven te worden aan de toekomstige bewoners van het plangebied, dit kan bijvoorbeeld door het opstellen van een communicatieplan.
projectnr. 176479 20 juli 2007,01 Water en Groene Ruimte
Toelichting watertoets Waaijakkers II te Aerdt' Gemeente Rijnwaarden
§
Er zijn geen toetsingscriteria opgesteld ten aanzien van het behalen van de oppervlaktewaterkwaliteit, aangezien deze niet middels berekeningen wordt bepaald. Wel wordt verwacht dat er wordt toegelicht wat de verwachting is ten aanzien van het behalen van de MTR-waarde
Tabel 0.7 • • •
• • • • •
Uitgangspunten inrichting, uitvoering, beheer en onderhoud
De inrichting is in overeenstemming met het stedelijke beeld; Water, oevers en onderhoudsstroken worden in principe eigendom van WRIJ; De verwerving vindt plaats op basis van agrarische waarde; De watergangen zijn bij voorkeur geschikt voor varend onderhoud, in andere gevallen dient in bebouwd gebied rekening gehouden te worden met een onderhoudsstrook van eenzijdig 4 meter langs de watergang. Peilregulerende kunstwerken komen in beheer bij WRIJ, overige kunstwerken bij de gemeente; De watergangen (baggeren) en oevers (maaien en afvoeren) worden regelmatig onderhouden; De wadis (maaien)worden regelmatig onderhouden door de gemeente; Voordat met demping van bestaande watergangen begonnen wordt, moet de watergangen zijn ontdaan van baggerspecie en/of andere aanwezige verontreinigingen; De voor demping gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit de "Bouwstoffenbesluit bodemen oppervlaktewaterenbescherming" en het "Interprovinciaal beleid voor de hygiënisch verantwoorde toepassing van secundaire grondstoffen in werken";
Ontwerpeisen: § De diepte van watergangen bedraagt minimaal 1,0 m; § Bij watergangen met plas/dras situatie zijn de oevers minimaal 1,0 m;
blad 27 van 29
Invoerparameters Aanvoer -
Oppervlakte verhard Afkoppelpercentage
1,45
ha
100,0
%
0,08
ha
0,0
%
Afkoppeloppervlak -
Oppervlakte onverhard Afkoppelpercentage Afkoppeloppervlak
1,45
ha
0,00
ha
500,0
m2
1,65
ha
375
m3
44
M3
419
M3
Afvoer -
-
Oppervlakte Infiltratievoorzieningen Doorlatendheid voorziening
1,0
m/dag
Doorlatendheid bodem
1,0
m/dag
0,0
l/s*ha
Oppervlakte
500,0
m2
Waterdiepte
0,75
m
Landelijke afvoer Afvoernorm
Berging -
Berging wadi
Initiële berging Op straat
3
mm
Onverhard
0
mm
-Totale berging Ledigingstijd
Bergingstekort
Aanvoer verhard
Afvoerbodem
Afvoer landelijk gebied
Berging in voorziening
Initiële berging
(m3)
Neerslag T=10 jaar + 10%
(m3)
Dagen
maatgevende situatie
(m3)
1
Afvoer totaal
Aanvoer totaal
Bergingsbehoefte
duur
(min)
(mm)
(m3)
(m3)
(m3)
(m3)
(m3)
(m3)
500
605
104
300
42
82
605
104
0
375
44
361
861
500
1.440
59,4
0
861
500
0
375
44
279
284
5
15
19,6
0
284
5
0
375
44
356
367
10
30
25,3
0
367
10
0
375
44
393
408
16
45
28,2
0
408
16
0
375
44
415
435
21
60
30,0
0
435
21
0
375
44
429
455
26
75
31,4
10
455
26
0
375
44
442
474
31
90
32,7
24
474
31
0
375
44
449
486
36
105
33,5
31
486
36
0
375
44
456
498
42
120
34,3
37
498
42
0
375
44
497
581
83
240
40,0
79
581
83
0
375
44
479
687
208
600
47,4
61
687
208
0
375
44
376
793
417
1.200
54,7
0
793
417
0
375
44
103
936
833
2.400
64,6
0
936
833
0
375
44
-499
1.168
1.667
4.800
80,5
0
1.168
1.667
0
375
44
-1.799
1.534
3.333
9.600
105,8
0
1.534
3.333
0
375
44
-3.118
1.882
5.000
14.400
129,8
0
1.882
5.000
0
375
44
blad 29 van 29