Bijlage 16. 1209990 Bijlage 10 bij toelichting Aanvullend soortenonderzoek steenmarter en wezel
Tekst van het document
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Grietakkers te Zevenaar
Versie: Definitief Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 1 van 19
Colofon Titel:
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Grietakkers te Zevenaar
Projectcode Versie: Datum
P04484 Definitief 19-12-2022
Opdrachtgever:
Pro Ruimte Modelleur 4 5171 SL Kaatsheuvel
Uitvoerder
Email: Website:
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon: Telefoon: Email:
M.W.J. Witjes 074-02020258 Michael.witjes@grasadvies.nl
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 2 van 19
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 5
1.1
Inleiding.............................................................................................................................................. 5
1.1
Samenvatting ..................................................................................................................................... 6
1.2
Projectgebied ..................................................................................................................................... 7
1.3
Voorgenomen ontwikkeling en werkzaamheden ............................................................................... 8
2
Werkwijze........................................................................................................................................... 9
2.1
Kleine marterachtigen (wezel) ........................................................................................................... 9
2.1.1
Werkwijze........................................................................................................................................... 9
2.1.2
Onderzoeksmethoden ....................................................................................................................... 9
2.2
Steenmarter ..................................................................................................................................... 10
2.3
Uitvoering locatieonderzoeken ........................................................................................................ 10
3
Resultaten ........................................................................................................................................ 12
3.1
Steenmarter ..................................................................................................................................... 12
3.2
Kleine marterachtigen (wezel) ......................................................................................................... 12
4
Conclusies en advies ....................................................................................................................... 13
5. Bronnen ....................................................................................................................................................... 14
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 3 van 19
Bijlagen Bijlage 1: Wet natuurbescherming Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 4 van 19
1 Inleiding 1.1
Inleiding
In opdracht van Pro Ruimte B.V. is aanvullend soortenonderzoek uitgevoerd aan de Grietakkers 7 in Zevenaar. De initiatiefnemer is voornemens om woningbouw te realiseren binnen het projectgebied. De exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Uit de resultaten van de verkennende onderzoeken (quickscans) flora en fauna van de verschillende deelgebieden van het projectgebied (Grasadvies, 2022) blijkt dat in het projectgebied mogelijk steenmarter (Martes foina) en wezel (Mustela nivalis) voorkomen. Op basis hiervan is besloten nader onderzoek naar deze soorten uit te voeren.
Doelstelling rapport Het doel van dit aanvullend onderzoek is om uitsluitsel te geven over de aanwezigheid en aantallen beschermde diersoorten in het projectgebied, de mogelijke functies van het projectgebied voor deze soorten, de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkelingen en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend onderzoek. GRAS Advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De medewerkers van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 5 van 19
1.1
Samenvatting
Steenmarter Tijdens de onderzoeksperiode is de steenmarter niet waargenomen door de aanwezige wildcamera. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het projectgebied onderdeel is van het leefgebied van deze soort. Er is geen sprake van een negatief effect op de steenmarter binnen het projectgebied. Wezel Er zijn geen sporen aangetroffen van de wezel in de sporenbuizen. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het projectgebied onderdeel is van het leefgebied van deze soort. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op de wezel. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor steenmarter en wezel is voor de uitvoering van de werkzaamheden niet nodig. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Advies Geadviseerd wordt de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 6 van 19
1.2
Projectgebied
Het projectgebied is gelegen in de provincie Gelderland aan de Grietakkers 7 te Zevenaar (Afbeelding 1.1). Het is gelegen binnen de bebouwde kom en is omgeven door wijken, grasvelden, de Ringbaan Zuid en spoor ten noorden van het gebied. In de huidige situatie liggen binnen het projectgebied een paardenweide, een vervallen schuur en een kleine bosschage (Afbeelding 1.2). De aanwezige schuur binnen het projectgebied is zwaar vervallen, met alleen delen van de muren nog overeind.
Afbeelding 1.1 Ligging van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 7 van 19
Afbeelding 1.2 Luchtfoto van het projectgebied (binnen het rode kader).
1.3
Voorgenomen ontwikkeling en werkzaamheden
De initiatiefnemer is voornemens het terrein bouwrijp te maken voor de realisatie van circa 25 woningen (Afbeelding 1.3).
Afbeelding 1.3 Schetsontwerp Grietakkers, Zevenaar Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 8 van 19
2 Werkwijze 2.1
Kleine marterachtigen (wezel)
2.1.1
Werkwijze
Onderzoek naar kleine marterachtigen is maatwerk en verschilt per projectgebied. De provincie Gelderland kent geen vrijstellingen voor kleine marterachtigen (de wezel, bunzing en hermelijn). Dit betekend dat er bij ruimtelijke ontwikkeling onderzoek gedaan moet worden naar de aanwezigheid van deze soorten en de functie van het gebied voor deze soorten. Er zijn geen landelijke soortenstandaarden die richtlijnen bieden voor dit soort onderzoek, wel zijn er de provincie Noord-Holland, Overijssel, Flevoland en Noord-Brabant die documenten hebben uitgebracht die als handreiking fungeren. De ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ kent een stappenplan dat doorlopen moet worden om de geschiktheid van een gebied te bepalen, veldonderzoek uit te voeren en een conclusie uit de opgedane gegevens te kunnen trekken. Eerst wordt met behulp van informatiebronnen en kaartmateriaal onderzocht wat de geschikte plekken zijn voor kleine marterachtigen. Tijdens het verkennend onderzoek (quickscan) is een globale inschatting gemaakt in hoeverre het gebied geschikt is voor deze soorten en waar de meest kansrijke plekken zich bevinden. Voor deze plekken wordt de inventarisatiemethode uitgedacht.
2.1.2
Onderzoeksmethoden
De ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ geeft aan dat er verschillende geschikte onderzoeksmethoden zijn om de aanwezigheid van een of meer soorten kleine marterachtigen vast te stellen. Voor het onderzoek aan de Grietakkers is gekozen voor onderstaande methoden. Wildcamera Een wildcamera of struikrover® maakt beelden (foto’s of video’s) van passerende dieren, zonder zelf heel opvallend te zijn. Zo kan de camera ook schuwe en nacht-actieve diersoorten zoals kleine marters op beeld krijgen. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Een voordeel van de camera is dat een diersoort op beeld staat. Een nadeel is dat een camera een relatief klein gebied in kaart brengt. De handreiking geeft aan dat een reguliere cameraval alleen voor de bunzing te gebruiken is. De struikrover ® is een universele methode geschikt om alle kleine marterachtigen te detecteren. Sporenbuis Een sporenbuis is een buis met een inktmatje en een wit geschilderd afdrukdeel. Wanneer een wezel of hermelijn door de sporenbuis kruipt, loopt deze over het inktmatje en komen er pootafdrukken op het houten plankje. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Een voordeel is dat de kosten van de buizen laag zijn. Sporenbuizen zijn voor de wezel en hermelijn te gebruiken.
Kansrijke gebieden Kansrijke gebieden zijn gebieden waar de kans het grootst is om een kleine marterachtige waar te nemen. Deze gebieden moeten aan een aantal eisen voldoen. • Foerageergebied met voldoende schuilmogelijkheden: Kleine marterachtigen hebben een voorkeur voor kleinschalig landschap waar genoeg schuilmogelijkheden te vinden zijn, zoals bosranden, struwelen, extensief beweide percelen en natuurgraslanden. • Verbindingsroutes: Verbindingen tussen gebieden is van essentieel belang voor kleine marterachtigen om toegang te hebben tot zowel foerageergebieden als rust- en nestplaatsen. Verbindingsroutes dienen voldoende beschutting te bieden tegen predatie door o.a. roofvogels. Verbindingsroutes bestaan onder meer uit bosranden, takkenrillen, hagen, houtwallen, struweelvegetaties, hogere graslandvegetaties en begroeide greppels. • Rust en nestplaatsen: Alle kleine marterachtigen maken gebruik van meerdere rust- en verblijfplaatsen verspreid over het territorium. Rust- en nestplaatsen zijn vaak holen van andere (prooi)dieren zoals konijnen, maar ook houtstapels, holle bomen, mollennesten, takkenrillen, hooi- en strobalen en bebouwing zoals schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 9 van 19
Hoeveelheid inventarisatiemiddelen Hoeveel inventarisatiemiddelen er gebruikt moeten worden hangt af van de potentiële aanwezige verblijfplaatsen, verbindingszones en foerageergebieden en het toekomstig gebruik van het projectgebied. Tijdens het eerste locatiebezoek zijn de definitieve locaties van de waarnemingsapparatuur bepaald aan de hand van de meest kansrijke locaties (Afbeelding 2.1).
Afbeelding 2.1 Locaties materiaal.
2.2
Steenmarter
Onderzoek naar de steenmarter is niet gebonden aan vaste perioden. Er is minimaal één locatieonderzoek nodig om de aanwezigheid, nestplaatsen en functioneel leefgebied van de steenmarter vast te stellen. Om de aan/afwezigheid van de steenmarter te bevestigen wordt onderzoek gedaan met wildcamera’s. Een wildcamera maakt beelden (foto’s of video’s) van passerende diersoorten, zonder zelf heel opvallend te zijn. Zo kan de camera ook schuwe en nacht-actieve diersoorten zoals de steenmarter op beeld krijgen. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Uit een voorstudie (La Haye et al. 2015) is gebleken dat met behulp van cameravallen deze soort (indien aanwezig) efficiënt kan worden aangetoond. De camera dient minimaal 6 weken op locatie te staan. Naast het plaatsen van een cameraval wordt bij het veldbezoek gecontroleerd op sporen van de steenmarter.
2.3
Uitvoering locatieonderzoeken
In totaal zijn 5 locatieonderzoeken op 5 verschillende dagen uitgevoerd. De weersomstandigheden en andere informatie van elk locatieonderzoek is weergegeven in tabel 2.1.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 10 van 19
De locatieonderzoeken naar kleine marterachtigen (wezel) en steenmarter zijn uitgevoerd door een medewerker van GRAS Advies, die middels opleiding en ervaring bevoegd is voor de verrichtte werkzaamheden. De waarnemingsapparatuur is geplaatst op de meest kansrijke locaties. In de actieve periode, lopend vanaf maart tot en met augustus, dienen de middelen minimaal zes weken in het gebied te liggen. Wordt het onderzoek buiten deze periode uitgevoerd, dan is de trefkans minder en dienen de middelen minimaal twaalf weken in het gebied te liggen. De sporenbuizen en cameravallen met lokstof (pindakaas) zijn geplaatst op 26-09-2022 en hebben gefunctioneerd tot 19-12-2022. Daarmee is de waarnemingsapparatuur gedurende 12 weken operationeel geweest. Na het plaatsen van de waarnemingsapparatuur zijn in totaal 4 veldbezoeken geweest om de SD-kaarten en batterijen van de wildcamera’s te vervangen, de sporenbuizen te controleren en daarbij het sporenplankje te vervangen/ verversen (Tabel 2.1). Bij het laatste locatiebezoek is de waarnemingsapparatuur weer verwijderd. Tabel 2.1. Overzicht locatieonderzoeken. Datum
Soort
Tijdstip
Weersomstandigheden
26-09-2022
Steenmarter en wezel
14:05
12° C, bewolkt, 3 Bft
11-10-2022
Steenmarter en wezel
10:48
9° C, licht bewolkt, droog, 2 Bft
08-11-2022
Steenmarter en wezel
10:16
12° C, bewolkt, droog, 3 Bft
22-11-2022
Steenmarter en wezel
13:45
7° C, bewolkt, droog, 4 Bft
19-12-2022
Steenmarter en wezel
9:00
6° C, bewolkt, motregen, 4 Bft
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 11 van 19
3 Resultaten 3.1
Steenmarter
Tijdens de onderzoeksperiode zijn geen sporen aangetroffen of waarnemingen via de wildcamera vastgelegd van de steenmarter. De steenmarter is niet eerder waargenomen binnen het projectgebied of directe omgeving (NDFF; waarneming.nl). Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het projectgebied onderdeel is van het leefgebied van de steenmarter. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op de steenmarter. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor steenmarter is niet nodig.
3.2
Kleine marterachtigen (wezel)
Er zijn geen sporen van marterachtigen (wezel) tijdens de onderzoeksperiode in een sporenbuis waargenomen. Er zijn geen eerdere waarnemingen bekend van wezel in het projectgebied of directe omgeving (NDFF; waarneming.nl). Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het projectgebied onderdeel is van het leefgebied van de wezel. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op de wezel. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor wezel is niet nodig.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 12 van 19
4 Conclusies en advies Steenmarter Tijdens de onderzoeksperiode is de steenmarter niet waargenomen door de aanwezige wildcamera. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het projectgebied onderdeel is van het leefgebied van deze soort. Er is geen sprake van een negatief effect op de steenmarter binnen het projectgebied. Kleine marterachtigen Er zijn geen sporen aangetroffen van de wezel in de sporenbuizen. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het projectgebied onderdeel is van het leefgebied van deze soort. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op de wezel. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor steenmarter en wezel is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig. Advies Geadviseerd wordt de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 13 van 19
5. Bronnen Literatuur -
Aanwezigheidsprotocol van het Netwerk Groene Bureaus. (2017) Bouwens, S. (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming, Provincie Noord-Brabant Brochure soortenbescherming, Provincie Overijssel, 2019 Grasadvies. (2022). Rapportage quickscan flora & fauna Grietakkers te Zevenaar Hunnink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. La Haye, M., V. Dijkstra & H. Hollander (2015). Meetnetontwerp bunzing, boommarter en eikelmuis. Ten behoeve van NEM-Zoogdieren. Rapport 2015.28. Bureau van de Zoogdiervereniging, Nijmegen.
Internet Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de NDFF zijn waarnemingen beschikbaar met exacte locatiegegevens. Geraadpleegd op 19-12-2022 https://www.waarneming.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 19-12-2022 https://www.stichtingkleinemarters.nl SKM doet onderzoek naar kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Geraadpleegd op 19-12-2022
Overige ArcGIS (2022). Geografisch informatiesysteem met kaarten van Esri, Natura2000 en NNN. Datum geraadpleegd: 19-12-2022
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 14 van 19
6. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekend dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna. 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna. 3. Ongedaan maken van toegebrachte schade.
Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht: ▪ Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 15 van 19
Bijlage 1: Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht. Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: ▪ Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; ▪ Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld.
Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie. Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen.
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: ▪ Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken). ▪ Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd. ▪ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer. ▪ Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee. ▪ Bijna alle Natura 2000-gebieden.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 16 van 19
Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden.
• Soorten van de Vogelrichtlijn • Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn • Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. • Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is • Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv. volksgezondheid of openbare veiligheid) • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzijprincipe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 17 van 19
Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).
Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 18 van 19
Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P04484 Versie: Definitief
Pagina 19 van 19