Bijlage 13. 1288564 - Bijlage 8 bij Omgevingsplan: Aanvullend natuuronderzoek Vestersbos 4 in Zevenaar
Tekst van het document
Aanvullend natuuronderzoek Vestersbos 4 in Zevenaar
In opdracht van Gemeente Zevenaar
Colofon Aanvullend natuuronderzoek Vestersbos 4 in Zevenaar
Opdrachtgever Contactpersoon
Gemeente Zevenaar Dhr. G. van der Wens
Opdrachtnemer
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel
Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum: Foto voorblad
2169 S.J.J. Wamelink Ing. R. Boerboom 12-10-2010 Plangebied (foto: S.J.J. Wamelink)
Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1
2
3
4
5
6
Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1
Inleiding ................................................................................................................ 4
1.2
Doel ...................................................................................................................... 4
Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1
Gegevens plangebied ........................................................................................... 5
2.2
Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5
2.3
Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5
2.4
Geplande werkzaamheden ................................................................................... 5
Methodiek aanvullend onderzoek................................................................................. 7 3.1
Jaarrond beschermde vogelsoorten ...................................................................... 7
3.2
Vleermuizen.......................................................................................................... 8
Resultaten aanvullend onderzoek .............................................................................. 10 4.1
Jaarrond beschermde vogelsoorten .................................................................... 10
4.2
Vleermuizen........................................................................................................ 11
4.3
Steenmarter ........................................................................................................ 15
Wet natuurbescherming ............................................................................................. 16 5.1
Gewone dwergvleermuis .................................................................................... 16
5.2
Rosse vleermuis ................................................................................................. 17
Conclusie ................................................................................................................... 19
Bijlage 1
Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 21
Samenvatting Uit het gericht onderzoek blijkt dat het slopen van een schoolgebouw met bijgebouwen aan de Vestersbos 4 in Zevenaar een negatief effect heeft op vaste rust- en verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis. Tijdens een eerder uitgevoerde quickscan natuurtoets is vastgesteld dat er geen beschermde soorten van overige soortgroepen verwacht worden, met uitzondering van broedvogels (SA-rapport 1964). Het aanvragen van een ontheffing en het opstellen van een mitigatie- en compensatieplan voor de gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis is noodzakelijk. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet rekening worden gehouden met broedvogels. Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd. Voor overige soort(groep)en is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk, aangezien er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming optreden. Dit zijn de uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om aan de Vestersbos 4 in Zevenaar een schoolgebouw met bijgebouwen te slopen. Op de locatie van de te slopen gebouwen zal een nieuw schoolgebouw met water en groen gerealiseerd worden en mogelijk is er ook sprake van woningbouw. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Daarom is onderzoek noodzakelijk om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming.
Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Gemeente Zevenaar.
Pagina 3
1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. Er zijn plannen om een schoolgebouw met bijgebouwen aan de Vesterbos 4 in Zevenaar te slopen en hier een nieuw schoolgebouw met water en groen te realiseren, mogelijk ook in combinatie met woningbouw. Staring Advies heeft daarom eerder een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd (SA-rapport 1964) en is tot de conclusie gekomen dat aanvullend onderzoek naar vaste verblijfplaatsen van de jaarrond beschermde gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk is. De heer Van der Wens van Gemeente Zevenaar is betrokken bij de plannen en heeft Staring Advies opdracht gegeven voor dit aanvullende onderzoek.
1.2 Doel Ruimtelijke plannen kunnen conflicterend zijn met de Wet natuurbescherming, wanneer er sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten. Het doel van het natuuronderzoek is om te inventariseren of er door de geplande ruimtelijke ontwikkeling sprake is van aantasting van vaste verblijfplaatsen van de jaarrond beschermde gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen. Voor overige beschermde soorten is tijdens de quickscan natuurtoets aangetoond dat negatieve effecten op deze soorten op voorhand uit te sluiten zijn, indien met het broedseizoen rekening gehouden wordt.
Pagina 4
2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:
Vestersbos 4 Zevenaar Zevenaar Gelderland
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied betreft een voormalig schoolgebouw met bijgebouwen van het Liemers College in de bebouwde kom van Zevenaar (zie figuur 1). Het schoolgebouw zelf bestaat uit een oud gedeelte en een later aangebouwd deel. De (overige) bijgebouwen worden bepaald door een gymzaal en overdekte fietsenstallingen. Naast bebouwing bestaat het plangebied uit verharding, gazons, plantsoenen en een enkele solitaire boom (zie figuur 2 en bijlage 1). De directe omgeving van het plangebied bestaat onder andere uit bestaande bebouwing, verharding, gazons, openbaar groen en een spoorwegemplacement (zie figuur 2). Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de Stationsstraat, aan de oostzijde aan de Vestersbos en aan de overige zijden aan tuinen behorende bij woningen aan de Heldringstraat, Pelgromstraat en Stationsstraat (zie figuur 2).
2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied alleen. Het onderzoeksgebied wordt, naast het schoolgebouw met bijgebouwen, bepaald door woonhuizen met aangrenzende tuinen, bestrating en enkele groenstroken tussen de Stationsstraat en het spoorwegemplacement (zie figuur 2).
2.4 Geplande werkzaamheden Er zijn plannen om het voormalige schoolgebouw en de bijgebouwen te slopen. Op de locatie van de te slopen gebouwen zal een nieuw schoolgebouw met water en groen gerealiseerd worden en mogelijk is er ook sprake van woningbouw.
Pagina 5
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2020).
Heldringstraat
Pelgromstraat
Stationsstraat
Vestersbos
Figuur 2. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (gele stippellijn) met daarbinnen het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2020).
Pagina 6
3 Methodiek aanvullend onderzoek Op basis van de landelijk erkende protocollen voor gericht natuuronderzoek is de onderzoeksintensiteit bepaald. Voor het onderzoek naar jaarrond beschermde gierzwaluw en huismus zijn de Handleiding Broedvogel Monitoring Project (BMP) van SOVON Vogelonderzoek Nederland, de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus en de kennisdocumenten Gierzwaluw en Huismus van BIJ12 richtinggevend. Voor het vleermuisonderzoek is het Vleermuisprotocol, opgesteld door de Zoogdiervereniging VZZ, in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus en de Gegevensautoriteit Natuur, richtinggevend. Tijdens een eerder uitgevoerde quickscan natuurtoets (SA-rapport 1964) is vastgesteld dat er geen verblijfplaatsen van de steenmarter verwacht worden. Om eventuele vestiging toch voor 100% uit te sluiten is tijdens de uitgevoerde bezoeken nogmaals gelet op sporen en verblijfplaatsen van de steenmarter.
3.1 Jaarrond beschermde vogelsoorten 3.1.1 Gierzwaluw Om de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw aan te tonen zijn er 3 bezoeken met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen uitgevoerd (zie tabel 1). Deze onderzoeken zijn tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang in de periode 15 mei tot en met 15 juli uitgevoerd, waarvan minimaal 1 inventarisatie tussen 20 juni en 7 juli (jongen aanwezig). Er is gepost vanaf strategisch gekozen punten waarbij zoveel mogelijk alle laagvliegende (tot 20 meter boven de gebouwen of lager) gierzwaluwen genoteerd zijn. Deze losse exemplaren of groep zijn vervolgens gevolgd waarbij er speciaal is gelet op het gedrag (bezoek aan waarschijnlijke nestplaats en vluchtgedrag). Is de vlucht herhaaldelijk over een bepaald dak/gebouw dan is er gepost bij de zijde van het gebouw waar de gierzwaluwen op aanvliegen. Werd er herhaaldelijk geroepen bij het langsvliegen op eenzelfde locatie dan is daar gepost. Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door gierzwaluwen. Ronde
Functie
Datum
08-061 Nestlocaties 2020 23-062 Nestlocaties 2020 05-073 Nestlocaties 2020 Tabel 1. Veldonderzoek gierzwaluw.
Begintijd
Eindtijd
20:00 uur
22:00 uur
20:00 uur
22:00 uur
20:45 uur
22:30 uur
Weersomstandigheden Onbewolkt, droog, 16-13°C, wind 1-2 Bft Onbewolkt, droog, 15°C, wind 1-2 Bft Half bewolkt, droog, 19°C, wind 12 Bft
Pagina 7
3.1.2 Huismus De huismus is een gebouwbewonende soort waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Deze soort kan het beste tijdens de ochtend geïnventariseerd worden. Dan is de zangactiviteit van mannetjes het hoogst. Er is geïnventariseerd op territoriaal gedrag, transport van voedsel, transport van nestmateriaal etc. Zo zijn de nestlocaties vastgesteld. Tevens is in beeld gebracht of er (essentiële) elementen van de functionele leefomgeving zich binnen het onderzoeksgebied bevinden. Deze elementen zijn vooral de plekken waar gefoerageerd en geslapen wordt, zoals struiken, hagen, klimop en kruidenrijke vegetaties. Conform de richtlijnen van de Soortinventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus zijn hiervoor 2 ochtendbezoeken, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen, uitgevoerd in de periode 1 april t/m 20 juni (zie tabel 2). Middels dit onderzoek is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door huismussen. Ronde
Functie
Datum
Nestlocaties 14-04en 2020 leefgebied Nestlocaties 08-062 en 2020 leefgebied Tabel 2. Veldonderzoek huismus. 1
Begintijd
Eindtijd
Weersomstandigheden
09:30 uur
11:30 uur
Bewolkt, droog, 8°C, wind 2 Bft
10:00 uur
12:00 uur
Bewolkt, droog, 14°C, wind 0-1 Bft
3.2 Vleermuizen Het schoolgebouw en de bijgebouwen zijn (deels) potentieel geschikt als kraam-, zomeren paarverblijfplaats en eventueel (massa)winterverblijfplaatsen voor enkele gebouwbewonende soorten als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het vleermuisprotocol adviseert om bij het vermoeden op verblijfplaatsen in gebouwen van de te verwachten soorten gericht vleermuisonderzoek uit te voeren middels 3 avond- of ochtendbezoeken in de periode 15 mei – 1 augustus, waarvan twee avondbezoeken in de kraamperiode (15 mei - 15 juli), en 3 avondbezoeken in de periode 1 augustus - 1 oktober. Ten behoeve van het onderzoek naar (massa)winterverblijven van vleermuizen is in de periode van 1 augustus tot 10 september aandacht besteed aan het middernachtzwermen van vleermuizen bij potentiële winterverblijven. Hierbij zijn 2 veldbezoeken uitgevoerd van 00.00 tot 02.00. Een van de eisen uit het vleermuisprotocol is dat elke vleermuisonderzoeker op ieder moment tenminste 75% van het te onderzoeken gebied kan overzien. Om aan deze eis te voldoen zijn de bezoeken in de periode 15 mei – 1 augustus allen te voet uitgevoerd door tenminste vier vleermuisonderzoekers. Het onderzoek naar (massa)winterverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en paarverblijfplaatsen zijn door tenminste twee vleermuisonderzoekers uitgevoerd.
Hierbij moet worden opgemerkt dat het onderzoeksgebied iets groter is dan het weergegeven plangebied (zie figuur 2). Dit wordt gedaan omdat, ook al vinden de werkzaamheden binnen de grenzen van het plangebied
Pagina 8
plaats, deze werkzaamheden ook verstoring kunnen opleveren voor vleermuizen die zich mogelijk net buiten het plangebied bevinden. Het plangebied is door de aanwezigheid van direct aangrenzende openbare wegen (Stationsstraat en Vestersbos) en parkeerterrein zeer overzichtelijk. Toegang tot het afgesloten binnenplein (schoolplein) en de binnenplaats is via een sleutel verschaft. Door de onderzoeksintensiteit en toegankelijkheid van het plangebied, en de direct aangrenzende openbare wegen, is een volledig beeld ontstaan over de aanwezigheid van en het gebiedsgebruik door vleermuizen (zie tabel 3). Ronde
Functie
Datum Begintijd Eindtijd Weersomstandigheden
Zomer- en kraamverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten Avond – nacht 1 2
zomer- en kraamverblijfplaatsen zomer- en kraamverblijfplaatsen
25-052020 08-072020
21:30 uur
23:40 uur
21:45 uur
00:20 uur
03:45 uur
05:50 uur
00:00 uur
02:00 uur
00:00 uur
02:15 uur
00:00 uur
02:15 uur
23:15 uur
01:25 uur
Licht bewolkt, droog, 16-12°C, wind 1-2 Bft Bewolkt, droog, 15-13°C, wind 0-1 Bft
Nacht – ochtend 3
zomer- en kraamverblijfplaatsen
20-072020
Licht bewolkt, droog, 14°C, wind 0-1 Bft
Winterverblijfplaatsen 1 2
03/0408-2020 21/22(massa)winterverblijfplaatsen 08-2020 (massa)winterverblijfplaatsen
Bewolkt, droog, 15°C, wind 0-1 Bft Bewolkt, droog, 26°C, wind 1-2 Bft
Paarverblijfplaatsen gebouwbewonende soorten 1
paarverblijfplaatsen
2
paarverblijfplaatsen
21/2208-2020 19-092020
Bewolkt, droog, 26°C, wind 1-2 Bft Onbewolkt, droog, 15°C, wind 0-1 Bft
Tabel 3. Veldonderzoek vleermuizen.
Pagina 9
4 Resultaten aanvullend onderzoek In dit hoofdstuk worden de resultaten van het veldonderzoek besproken.
4.1
Jaarrond beschermde vogelsoorten
4.1.1 Gierzwaluw Tijdens de avondbezoeken van 8 juni, 23 juni en 5 juli 2020 zijn er alleen hoog boven het plangebied foeragerende/overvliegende gierzwaluwen waargenomen. Langs dakranden scherende en/of invliegende exemplaren zijn niet vastgesteld, ook niet bij de gebouwen direct grenzend aan het plangebied. In de (wijde) omgeving van het plangebied zijn ook geen directe aanwijzingen, als invliegende gierzwaluwen, vastgesteld welke de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats aannemelijk maken. Rondom het plangebied zijn wel bij diverse woonhuizen, onder andere aan de Heldringstraat, laag overvliegende (groepen) gierzwaluwen waargenomen. Het is plausibel dat zich hier ergens een enkele nestplaats bevindt in de betreffende woningen. Conclusie Er bevinden zich geen vaste rust- en verblijfplaatsen (nestlocaties) van de gierzwaluw in het plangebied.
4.1.2 Huismus Tijdens de veldbezoeken van 14 april en 8 juni zijn geen huismussen in het plangebied of direct grenzend aan de te slopen gebouwen waargenomen. In de omgeving van het plangebied zijn bij enkele woonhuizen aan de Pelgromstraat en Vestersbos roepende huismussen vastgesteld. Betreffende locaties en direct aangrenzende delen zijn waarschijnlijk in gebruik als vaste rust- en verblijfplaatsen en/of functionele leefomgeving. Incidenteel gebruik van de randen van het plangebied door een enkel foeragerend of rustend exemplaar is mogelijk. Door de aanwezigheid van voldoende en meer geschikt foerageer- en rustgebied direct rondom het plangebied wordt er door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect verwacht op het functioneel leefgebied van de huismus. Conclusie Er bevindt zich geen vaste rust- en verblijfplaats (nestlocatie) van de huismus in het plangebied en het plangebied behoort niet tot het functioneel leefgebied.
Pagina 10
4.2 Vleermuizen Tijdens het veldonderzoek zijn de volgende vleermuissoorten aangetroffen in, of direct grenzend aan, het plangebied: • • •
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis
4.2.1 Gewone dwergvleermuis Kraamverblijfplaats Er zijn geen kraamverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in het plangebied waargenomen. Zomerverblijfplaatsen Tijdens het avondbezoek van 25 mei zijn minstens twee uitvliegende gewone dwergvleermuizen bij de zuidgevel van het schoolgebouw (Stationsstraat) vastgesteld. Betreffende exemplaren vlogen net na zonsondergang (rond 21:45 uur) uit. De uitvliegplek bevindt zich in een spleet in een (deels verrotte) dakrand: zie foto 1. Na het uitvliegen zwermde en foerageerde deze exemplaren tot circa 22:10 uur ten hoogte van de zuidgevel van het schoolgebouw. Rond 22:00 uur voegde zich nog 1-2 gewone dwergvleermuizen bij de hier reeds foeragerende individuen. Betreffende exemplaren kwamen vanuit oostelijke richting aangevlogen. Vermoedelijk zijn deze afkomstig van een verblijfplaats in de omgeving van het plangebied. Tijdens daaropvolgende bezoeken zijn bij de op 25 mei vastgestelde zomerverblijfplaats geen in- of uitvliegende exemplaren meer vastgesteld. Op 20 juli foerageerde tijdens het ochtendbezoek 5-10 gewone dwergvleermuizen tussen 05:00 en 05:20 uur boven het binnenplein (schoolplein). Van circa 4-5 exemplaren is vastgesteld dat zij rond 05:18 uur bij de binnenplaats van het oostelijke laagbouwcomplex indoken. Dit indiceert de aanwezigheid van een (zomer)verblijfplaats (zie foto 3).
In bijlage 1 is een kaart opgenomen met de zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in het plangebied. Winterverblijfplaats Het ontbreken van grote concentraties van paarverblijven en verblijfplaatsen waar meer dan enkele tientallen exemplaren in verblijven indiceert de afwezigheid van een massawinterverblijf in het plangebied. Daarnaast is tijdens het begin van de paarperiode (augustus) geen duidelijk zwermgedrag waargenomen bij de te slopen gebouwen, wat eventueel kan duiden op aanwezigheid van een (massa)winterverblijf van een (grote) groep dwergvleermuizen. Er mag zekerheidshalve wel vanuit gegaan worden dat de plekken die als zomer- en paarverblijfplaats in gebruik zijn, tevens ook als winterverblijf dienen voor individuele en kleine groepen gewone dwergvleermuizen.
Pagina 11
Paarverblijfplaatsen Tijdens het paarverblijfplaatsonderzoek op 22 augustus en 19 september zijn enkele baltsende gewone dwergvleermuizen in het plangebied vastgesteld. Het merendeel van de baltsende mannetjes vloog al roepend boven het binnenplein en langs de randen van het plangebied, zoals ter hoogte van het Vestersbos en de Stationsstraat. Het gaat deels om exemplaren welke geen aanwijsbare binding vertoonde met de te slopen gebouwen. Op 22 augustus vlogen minstens 3 baltsende mannetjes vrijwel constant rond in het plangebied. Eén exemplaar vloog langs de zuidoostzijde van het plangebied, globaal langs de zuidgevel van de hoogbouw (zijde Stationsstraat) en de oostzijde van de laagbouw (zijde Vestersbos): zie foto 1. De twee andere baltsende gewone dwergvleermuizen vlogen boven het binnenplein. Hierbij is waargenomen dat één exemplaar voortdurend langs de west- en zuidgevel van de gymzaal (zie foto 2), in de noordwesthoek van het plangebied, rondvloog. Centraal in het plangebied vloog één baltsende gewone dwergvleermuis langs de noordzijde van de hoogbouw en de westzijde van de laagbouw (zie foto 3). Hier is ook waargenomen dat rond 00:40 uur een tweede exemplaar (vrouwtje?), direct na aankomst, achtervolgt werd door dit baltsende mannetje.
De baltsactiviteit was op 19 september beduidend minder en alleen langs de zuidoostzijde en in noordoostpunt van het plangebied zijn baltsende gewone dwergvleermuizen vastgesteld. In bijlage 1 is een kaart opgenomen met de (vermoedelijke) paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in het plangebied. De locaties zijn, op basis van het gedrag van de baltsende individuen, bij benadering bepaald. Het is aannemelijk dat de paarverblijfplaats en de zomerverblijfplaats bij de zuidgevel van het schoolgebouw (Stationsstraat) zich op dezelfde locatie bevinden. Foerageergebied Het plangebied functioneert als foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis. Tijdens vrijwel alle bezoeken is het plangebied in gebruik als foerageergebied door enkele gewone dwergvleermuizen (gemiddeld 3-4 exemplaren). De meeste exemplaren foerageerde telkens een korte periode in het plangebied. Gedurende enkele minuten tot maximaal een kwartier wordt voornamelijk boven het binnenplein gefoerageerd en daarna verdwijnen deze individuen uit het plangebied. Vermoedelijk wordt er dan elders in de bebouwde kom van Zevenaar gefoerageerd. Langs de zuidzijde van de hoogbouw en de beplanting aan de zuidrand van de Stationsstraat werd intensiever gefoerageerd. Hier zijn op 25 mei en 8 juli minstens 4-5 foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen.
In de directe omgeving, met tuinen, gazons en openbaar groen, is voldoende (alternatief) geschikt foerageergebied aanwezig. Op korte afstand van het plangebied bevinden zich verder ook geschikt foerageergebied op onder andere het terrein van zorgcomplex
Pagina 12
Pelgromhof, langs beplantingsstroken aan de Stationsstraat en in het buitengebied van Zevenaar (ten zuiden van de spoorlijn). Vliegroute Er zijn geen vliegroutes van de gewone dwergvleermuis in het plangebied vastgesteld. Net buiten het plangebied kunnen de beplantingen langs de Stationsstraat fungeren als vliegroute. Tijdens het onderzoek is hier geen gericht onderzoek naar uitgevoerd aangezien betreffende beplantingen buiten het plangebied vallen. Wel is tijdens enkele bezoeken vastgesteld dat zich in de luwte van de beplanting diverse gewone dwergvleermuizen verplaatsten en ook (kort) in en langs het plangebied foerageerden.
Foto 1. Zuidgevel schoolgebouw met locatie zomeren paarverblijfplaats (rode cirkel).
Foto 2. Zuidgevel gymzaal: paarverblijfplaats.
Foto 3. Oostgevel laagbouw (zijde Vestersbos): paar- en zomerverblijfplaats.
Foto 4. Noordgevel schoolgebouw: paarverblijfplaats.
Pagina 13
4.2.2 Laatvlieger Kraam-, paar- en zomerverblijfplaats Er zijn geen kraam- en zomerverblijfplaatsen van de laatvlieger in het plangebied waargenomen. In het plangebied zelf zijn geen aanwijzingen vastgesteld die duiden op aanwezigheid van een verblijfplaats. Foerageergebied Op 25 mei en 8 juli zijn langs de zuidzijde van de hoogbouw en ten hoogte van de beplanting aan de Stationsstraat foeragerende laatvliegers waargenomen. Tijdens beide bezoeken zijn hier 2-3 foeragerende exemplaren vastgesteld. Betreffende dieren foerageerde, ongeveer een half uur na zonsondergang, een korte periode in het plangebied. Vermoedelijk hebben deze laatvliegers hun verblijfplaats in de omgeving van het plangebied en gebruiken ze de beplantingen langs de Stationsstraat als foerageergebied en vliegroute. In het plangebied zelf zijn geen aanwijzingen vastgesteld die duiden op aanwezigheid van essentieel foerageergebied of een vliegroute.
4.2.3 Rosse vleermuis Kraam- en zomerverblijfplaats Er zijn geen kraam- en zomerverblijfplaatsen van de rosse vleermuis in het plangebied waargenomen en deze zijn door het ontbreken van geschikte bomen met holten ook niet te verwachten. Paarverblijfplaatsen Er zijn geen paarverblijfplaatsen van de rosse vleermuis in het plangebied waargenomen en deze zijn door het ontbreken van geschikte bomen met holten ook niet te verwachten. Net buiten het plangebied is tijdens het paarverblijfplaatsonderzoek van 19 september een baltsende rosse vleermuis vastgesteld. Dit exemplaar riep vermoedelijk uit een oude paardenkastanje langs de noordzijde van de Stationsstraat (zie foto 5). Opvallend genoeg zijn tijdens de twee voorafgaande najaarsbezoeken op 4 augustus en 22 augustus geen waarnemingen verricht van baltsende rosse vleermuizen. Ook tijdens de voorjaarsbezoeken zijn geen rosse vleermuizen in het plangebied of direct hieraan grenzend waargenomen. In bijlage 1 is een kaart opgenomen met de paarverblijfplaats van de rosse vleermuis.
Pagina 14
Foto 5. Locatie paardenkastanje met paarverblijfplaats rosse vleermuis (rode pijl).
4.3 Steenmarter Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen en/of verblijfplaatsen van de steenmarter in het plangebied vastgesteld.
Pagina 15
5 Wet natuurbescherming De effecten op aangetroffen beschermde fauna en de wettelijke consequenties zijn ingeschat aan de hand van de geplande werkzaamheden. In het plangebied is de strikt beschermde gewone dwergvleermuis vastgesteld en net hier buiten de strikt beschermde rosse vleermuis.
5.1 Gewone dwergvleermuis Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden. Gebruik van gebied Het plangebied is in gebruik als zomer- en paarverblijfplaats door de gewone dwergvleermuis. In totaal zijn twee zomerverblijfplaatsen en drie paarverblijfplaatsen in het plangebied aangetroffen. Het plangebied is eveneens in gebruik als foerageergebied door enkele gewone dwergvleermuizen. Mede op basis van de resultaten van het aanvullend vleermuisonderzoek kan men verder concluderen dat elders in de bebouwde kom van Zevenaar, in de nabije omgeving van het plangebied, een enkele paar- en zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig is. Deze verblijfplaatsen bevinden zich (ruim) buiten de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden en inrichting.
In het actieve seizoen moeten de in de bebouwde kom aanwezige verblijfplaatsen voldoende foerageergebied in de omgeving hebben dat vanuit deze verblijfplaatsen bereikbaar is. Onder verschillende omstandigheden (bijvoorbeeld weersomstandigheden, voedselaanbod) gebruiken de vleermuizen bij eenzelfde verblijfplaats verschillende foerageergebieden. Ook kunnen de gewone dwergvleermuizen afhankelijk van de omstandigheden (bijvoorbeeld op momenten met veel wind) langs andere structuren van de verblijfplaats naar eenzelfde foerageergebied vliegen. Hierdoor kunnen bepaalde structuren of foerageergebieden tijdelijk niet in gebruik zijn of door een wisselend aantal dieren worden gebruikt. De grootte van het jachtgebied van een individu is sterk afhankelijk van het voedselaanbod en bedraagt 0,3 hectare in zeer natte gebieden tot 300 hectare in droge gebieden (bron Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, BIJ12). De gekozen jachtlocatie hangt af van het insectenaanbod en van de weersomstandigheden. Bij
Pagina 16
bijvoorbeeld harde wind kunnen alternatieve, meer beschutte plekken worden gebruikt om te foerageren. Door de beperkte grootte van het plangebied, het vrijwel ontbreken van opgaande beplanting en de aanwezigheid van voldoende alternatieve foerageergebieden in de omgeving van het plangebied, waaronder op het terrein van zorgcomplex Pelgromhof, langs beplantingsstroken aan de Stationsstraat en in het buitengebied van Zevenaar (ten zuiden van de spoorlijn), kan men aannemen dat het plangebied één van de locaties is waar (vaak kort) gefoerageerd wordt. Er is dan ook geen sprake van essentieel foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis binnen de grenzen van het plangebied. Door de sloopwerkzaamheden verdwijnt een locatie welke in gebruik is als vaste rust- en verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in de vorm van: • • •
Eén zomerverblijfplaats van 2 exemplaren, welke tevens in gebruik is als paarverblijfplaats van 1 exemplaar Eén zomerverblijfplaats van 5 exemplaren Twee paarverblijfplaatsen van 1 exemplaar
Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom noodzakelijk voor deze soort. Er dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.
5.2 Rosse vleermuis Beschermde status Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd via de Wet natuurbescherming. Ze staan ook vermeld in de Europese Habitatrichtlijn. Dat wil zeggen dat de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn essentiële foerageergebieden en vliegroutes ook strikt beschermd. Wanneer een vaste rust- en verblijfplaats, vliegroute of essentieel foerageergebied verdwijnt dient hiervoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden en dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden. Gebruik van gebied Net buiten het plangebied is een paarverblijfplaats van de rosse vleermuis aanwezig. Mede op basis van de resultaten van het aanvullend vleermuisonderzoek kan men concluderen dat het plangebied en de directe omgeving niet in gebruik is als zomer- en kraamverblijfplaats en als foerageergebied door de rosse vleermuis. Deze onderdelen van de functionele leefomgeving bevinden zich (ruim) buiten de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden en inrichting. Door de werkzaamheden zal de paarverblijfplaats van de rosse vleermuis niet verdwijnen. Er is wel sprake van verstoring van de verblijfplaats door uitvoering van de activiteiten (sloop en bouw).
Pagina 17
Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daarom noodzakelijk voor deze soort. Er dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen getroffen te worden.
Pagina 18
6 Conclusie Aan de hand van de verkregen resultaten en datgene wat gesteld wordt in de Wet natuurbescherming kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Door de geplande ruimtelijk ontwikkeling verdwijnen twee zomerverblijfplaatsen en drie paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Daarnaast is er sprake van verstoring van een paarverblijfplaats van de rosse vleermuis. Er moeten voor beide soorten mitigerende en/of compenserende getroffen worden. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk voor de gewone dwergvleermuis en rosse vleermuis.
Pagina 19
Bijlagen 1
Resultaten veldonderzoek
Pagina 20
Bijlage 1 Resultaten veldonderzoek Gewone dwergvleermuis
= zomerverblijfplaats
= paarverblijfplaats
Pagina 21
Rosse vleermuis
= paarverblijfplaats
Pagina 22
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl
Pagina 23