Bijlage 12. 1288563 - Bijlage 7 bij Omgevingsplan: Quickscan natuurtoets Vestersbos 4 in Zevenaar
Tekst van het document
Quickscan natuurtoets Vestersbos 4 in Zevenaar In opdracht van Gemeente Zevenaar
Colofon Quickscan natuurtoets Vestersbos 4 in Zevenaar
Opdrachtgever Contactpersoon
Gemeente Zevenaar Dhr. B. Dijkerman
Opdrachtnemer
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel
Rapportnummer Auteur Controle Publicatiedatum Foto voorblad
1964 S.J.J. Wamelink Ing. R. Boerboom 10 mei 2019 Plangebied (foto: S.J.J. Wamelink)
Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. www.netwerkgroenebureaus.nl
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................... 3 1
2
3
4
Inleiding en doel........................................................................................................... 4 1.1
Inleiding ................................................................................................................ 4
1.2
Doel ...................................................................................................................... 4
Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 5 2.1
Gegevens plangebied ........................................................................................... 5
2.2
Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 5
2.3
Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 5
2.4
Geplande werkzaamheden ................................................................................... 5
Beschermde status plangebied .................................................................................... 7 3.1
Gebiedsbescherming ............................................................................................ 7
3.2
Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................... 7
3.3
Natura 2000 .......................................................................................................... 9
Beschermde soorten plangebied ............................................................................... 11 4.1
Methode ............................................................................................................. 11
4.2
Resultaten .......................................................................................................... 12
5
Wet natuurbescherming ............................................................................................. 17
6
Conclusie ................................................................................................................... 20
Bijlage 1
Impressie plangebied ..................................................................................... 22
Bijlage 2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming ......................................................... 23
Bijlage 3
Beschermde plant- en diersoorten................................................................... 31
Samenvatting Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat voor het slopen van het schoolgebouw met bijgebouwen aan de Vestersbos 4 in Zevenaar een aanvullend onderzoek naar vaste rusten verblijfplaatsen van gierzwaluw, huismus en gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk is. Aanvullend onderzoek naar de gierzwaluw bestaat uit 3 avondbezoeken in de periode 1 juni - 15 juli. Aanvullend onderzoek naar huismus bestaat uit 2 ochtendbezoeken in de periode 1 april - 20 juni. Aanvullend onderzoek naar vleermuizen bestaat uit 3 avond- en ochtendronden in de periode 15 mei - 15 juli en 2 avondronden in de periode 15 augustus – 1 oktober. Uit dit onderzoek zal blijken of er ontheffing noodzakelijk is. Het verlenen van de ontheffing kan pas nadat dit onderzoek is uitgevoerd en de eventuele extra maatregelen zijn genomen. Er moet bij het uitvoeren van de werkzaamheden verder rekening worden gehouden met overige broedvogels. Werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden. Nadere toetsing of vergunningsaanvraag voor beschermde natuurgebieden is niet aan de orde. Dit zijn uitkomsten van het onderzoek dat is gehouden naar aanleiding van de plannen om een schoolgebouw met bijgebouwen aan de Vestersbos 4 in Zevenaar te slopen.
De werkzaamheden kunnen negatieve gevolgen hebben voor beschermde plant- en diersoorten. Om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming is hiervoor onderzoek uitgevoerd. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Gemeente Zevenaar. Het bureau deed literatuuronderzoek in de Nationale Databank Flora en Fauna en veldonderzoek op de locatie.
Pagina 3
1 Inleiding en doel 1.1 Inleiding Er zijn plannen om een schoolgebouw en de bijbehorende bijgebouwen aan de Vestersbos 4 in Zevenaar te slopen. Voor de voorgenomen activiteiten verlangt de huidige wetgeving een gedegen onderzoek naar flora en fauna in verband met de zorgplicht die de Wet natuurbescherming een plannenmaker oplegt. De heer Dijkerman van de Gemeente Zevenaar is betrokken bij deze plannen en heeft aan Staring Advies gevraagd om een quickscan natuurtoets uit te voeren. Dit is een vorm van verkennend natuuronderzoek dat op korte termijn en in een kort tijdsbestek kan worden uitgevoerd. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, aangetoond worden dat er geen sprake is van aantasting van beschermde natuurgebieden en beschermde plant- en diersoorten. Om in te schatten wat het effect van de plannen is op beschermde natuurgebieden en beschermde soorten wordt een quickscan natuurtoets uitgevoerd.
1.2 Doel Het doel van de quickscan natuurtoets is om snel te inventariseren of door de geplande ontwikkelingen schade kan ontstaan aan beschermde natuurgebieden en beschermde flora of fauna. Wanneer dit het geval is wordt vervolgens geadviseerd over het noodzakelijk vervolgonderzoek en eventuele procedurele vervolgstappen.
Pagina 4
2 Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden 2.1 Gegevens plangebied Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:
Vestersbos 4 Zevenaar Zevenaar Gelderland
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied betreft een voormalig schoolgebouw met bijgebouwen van het Liemers College in de bebouwde kom van Zevenaar (zie figuur 1). Het schoolgebouw zelf bestaat uit een oud gedeelte en een later aangebouwd deel. De (overige) bijgebouwen worden bepaald door een gymzaal en overdekte fietsenstallingen. Naast bebouwing bestaat het plangebied uit verharding, gazons, plantsoenen en een enkele solitaire boom (zie figuur 2 en bijlage 1). De directe omgeving van het plangebied bestaat onder andere uit bestaande bebouwing, verharding, gazons, openbaar groen en een spoorwegemplacement (zie figuur 2). Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de Stationsstraat, aan de oostzijde aan de Vestersbos en aan de overige zijden aan tuinen behorende bij woningen aan de Heldringstraat, Pelgromstraat en Stationsstraat (zie figuur 2).
2.3 Beschrijving van het onderzoeksgebied Om het eventuele verstorend effect van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied alleen. Het onderzoeksgebied wordt, naast het schoolgebouw met bijgebouwen, bepaald door woonhuizen met aangrenzende tuinen, bestrating en enkele groenstroken tussen de Stationsstraat en het spoorwegemplacement (zie figuur 2).
2.4 Geplande werkzaamheden Er zijn plannen om het voormalige schoolgebouw en de bijgebouwen te slopen. Op de locatie van de te slopen gebouwen zal een nieuw schoolgebouw met water en groen gerealiseerd worden en mogelijk is er ook sprake van woningbouw.
Pagina 5
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2019).
Heldringstraat
Figuur 2. Luchtfoto van het onderzoeksgebied (gele stippellijn) met daarbinnen het plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2019).
Pagina 6
3 Beschermde status plangebied 3.1 Gebiedsbescherming In Nederland bestaat het Natuurnetwerk Nederland. Dit is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In paragraaf 3.2 wordt het plangebied behandeld in relatie tot de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Wet natuurbescherming gaat over gebiedsbescherming en soortenbescherming. Wat betreft de gebiedsbescherming beschermt de Wet natuurbescherming Natura 2000gebieden. Dit is een Europees, samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. In paragraaf 3.3 wordt het plangebied behandeld in relatie tot de bescherming van Natura 2000-gebieden.
3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.2.1 Conclusie Het plangebied ligt niet in het GNN/NNN. De kernkwaliteiten van het GNN/NNN worden niet aangetast. Er hoeft geen verdere toetsing uitgevoerd te worden.
3.2.2 Gelders natuurnetwerk De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland wordt in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor - overtuigend gemotiveerd – geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het Gelders Natuurnetwerk in stand blijft (het nee, tenzij principe). Dat betekent dat hier geen ruimte is voor nieuwe projecten die de aanwezige en potentiële natuurwaarden significant aantasten. Groene Ontwikkelzones (GO) De GO is een gebied waar partners en partijen worden uitgenodigd om actief 'groene' doelen mee te helpen realiseren. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Afhankelijk van het
Pagina 7
type en de schaal van de ontwikkeling vraagt de provincie om een (extra) bijdrage te leveren aan de GO.
3.2.3 Plangebied Het plangebied ligt niet in het GNN of in een GO (zie figuur 4). Enkele wilgenbossen, rietmoerassen en oude, door kwelwater gevoede, rivierstrangen ten zuiden van Zevenaar zijn aangewezen als GNN natuurgebied. Rondom deze gebieden liggen agrarische percelen die zijn aangewezen als GO. De dichtstbijzijnde bestaande NNN-natuurpercelen bevinden zich in de Rosandse Polder en langs de Oude Rijnstrangen op circa 1,2 kilometer afstand van het plangebied.
Rosandse Polder Oude Rijnstrangen
Figuur 3. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het GNN, bron: Provincie Gelderland (2019).
Pagina 8
3.3
Natura 2000
3.3.1 Conclusie Er vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats in of nabij een Natura 2000-gebied. Door de aard en de beperkte omvang van de activiteiten en door de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ en overige Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht door directe verstoringsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering. Ook significant negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren als verontreiniging, verdroging, geluidsverstoring of lichtverstoring zijn op voorhand uit te sluiten. Verdere toetsing of een vergunningsaanvraag is niet noodzakelijk.
3.3.2 Natura 2000 De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. De Wet natuurbescherming beschermt onder andere Natura 2000-gebieden. Voor activiteiten die significante, negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig.
3.3.3 Plangebied Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 1,2 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 5). Overige Natura 2000-gebieden, liggen op grotere afstand, vanaf 5 km. Door de aard en de omvang van de activiteiten en door de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ en overige Natura 2000-gebieden en het ontbreken van een ecologische binding met het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht door directe verstoringsfactoren als oppervlakteverlies of versnippering en door indirecte verstoringsfactoren als verontreiniging, verdroging, geluidsverstoring of lichtverstoring. De extra (tijdelijke) stikstofdepositie die ontstaat als gevolg van de werkzaamheden is verwaarloosbaar. Verdere toetsing of een vergunningsaanvraag is niet noodzakelijk.
Pagina 9
Arkemheen
Veluwe
Oostelijke Vechtplassen
Veluwe
Figuur 4. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden.
Pagina 10
4 Beschermde soorten plangebied 4.1
Methode
Het verzamelen van gegevens heeft op twee manieren plaatsgevonden: via een literatuuronderzoek en een gericht veldonderzoek.
4.1.1 Literatuuronderzoek Ter ondersteuning van het veldonderzoek werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze database geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren in Nederland. In de NDFF zijn uitsluitend gevalideerde gegevens opgeslagen. De NDFF is de meest complete databank voor de actuele verspreiding van Nederlandse flora en fauna met meer dan 100 miljoen waarnemingen. De databank wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. In de NDFF is voor het onderzoeksgebied gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten.
4.1.2 Veldonderzoek Een onderzoeker van Staring Advies onderzocht het plangebied om een inschatting te maken van de beschermde soorten die aanwezig zijn en om beschermde flora en fauna waar te nemen (zie tabel 1). Onderzoeker
Bezoekronde
Datum
Tijd
Weersomstandigheden
S.J.J. Wamelink
1
01-05-2019
11:00 uur
Half bewolkt, 10°C, windkracht 2 Bft
Tabel 1. Veldonderzoek.
Pagina 11
4.2 Resultaten Deze paragraaf bespreekt de resultaten van het literatuuronderzoek en het veldonderzoek.
4.2.1 Literatuuronderzoek Flora De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied geen melding van beschermde plantensoorten. Broedvogels De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van diverse beschermde vogelsoorten. Een deel van de waarnemingen betreft overvliegende vogels zonder binding met het gebied. Een deel van de vogelsoorten kunnen wel een territorium bezetten in het plangebied of in de directe omgeving hiervan, waardoor ze gebruik kunnen maken van het plangebied. Van de in de omgeving waargenomen buizerd, gierzwaluw, huismus, ransuil, roek en sperwer zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd. Zoogdieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van een aantal beschermde zoogdiersoorten. Het betreft de volgende soorten:
Nationaal beschermde soorten: bosmuis en egel1. Internationaal beschermde soorten: gewone dwergvleermuis.
Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van twee beschermde amfibiesoorten. Het betreft de volgende soorten:
Nationaal beschermde soorten: bruine kikker en kleine watersalamander¹.
Ongewervelde dieren De NDFF maakt voor het onderzoeksgebied geen melding van beschermde ongewervelde dieren.
1 Deze soorten zijn in de provincie Gelderland vrijgesteld van de verboden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid,
onderdelen a en b, bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Pagina 12
4.2.2 Veldonderzoek In deze paragraaf worden per soortgroep de resultaten van het veldonderzoek besproken. Flora Het plangebied is grotendeels verhard of bebouwd. De aanwezige gazons herbergen een soortenarme vegetatie met voornamelijk algemene plantensoorten van voedselrijke omstandigheden als gewone reigersbek, madeliefje, paardenbloem, smalle weegbree en zachte ooievaarsbek. Met name in het afgesloten gedeelte van het schoolterrein zijn de gazons, door het ontbreken van (maai)beheer, verruigd met soorten als akkerdistel, gestreepte witbol en groot streepzaad. De vegetatie in de plantsoenen van o.a. buxus en laurierkers is matig ontwikkeld met een enkele algemene soort als grote brandnetel, hondsdraf en straatgras. Op de muren van de te slopen gebouwen zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. De NDFF (zie paragraaf 4.2.1) maakt verder geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied. Ze worden hier ook niet verwacht omdat er geen geschikte groeiplaatsen zijn, zo blijkt uit het veldonderzoek. Broedvogels Een volledige broedvogelkartering heeft niet plaatsgevonden, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van de quickscan natuurtoets. Tijdens het veldbezoek zijn in het onderzoeksgebied boomkruiper, houtduif, kauw, merel en pimpelmees aangetroffen.
De plantsoenen en solitaire bomen/struiken zijn geschikt als nestlocatie voor een enkele algemene vogelsoort, zoals houtduif, merel en winterkoning. In de omgeving van het onderzoeksgebied is een zingende huismus waargenomen. Jaarrond beschermde nesten De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied de buizerd, gierzwaluw, huismus, ransuil, roek en sperwer waarvan de vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd zijn (zie paragraaf 4.2.1). Buizerd, ransuil, roek en sperwer Tijdens het veldbezoek zijn deze boombroedende, jaarrond beschermde soorten niet in het onderzoeksgebied waargenomen. Er zijn geen (oude) roofvogel- en roekennesten en (oude) ekster- en kraaiennesten in de aanwezige, en de direct aan het plangebied grenzende groenelementen aangetroffen. Verder zijn er geen sporen, zoals plukplaatsen, uitwerpselen, veren of prooiresten van bijvoorbeeld sperwer waargenomen. Door de ligging van de plantsoenen en de solitaire bomen/struiken in de bebouwde kom van Zevenaar worden nestlocaties van deze roofvogelsoorten hier ook niet verwacht. Gierzwaluw en huismus Rondom het plangebied zijn waarnemingen bekend van huismus en gierzwaluw, zo blijkt uit de NDFF. Tijdens het veldbezoek is, net buiten het plangebied, bij een woonhuis aan de Heldringstraat een zingende huismus waargenomen.
Het voormalige schoolgebouw herbergt lokaal, voor beide gebouwbewonende soorten, geschikte nestgelegenheden in de
Pagina 13
dakconstructie en gevels van het gebouw, en dan specifiek het oude gedeelte (zie foto’s 1 en 2). De later aangebouwd delen, voornamelijk bestaand uit laagbouw, en de (overige) bijgebouwen zijn niet geschikt als nestlocaties voor de gierzwaluw en huismus. Delen van het plangebied zijn verder geschikt als leefgebied voor de huismus, door de aanwezigheid van dichte buxus- en laurierkersstruiken, klimop, een enkele solitaire boom/struik, grazige gazons en kruidenrijke (verruigde) vegetatie (zie bijlage 1).
Foto 1. Pannendak met dakgoot en een enkele scheef liggende dakpan: potentiele nestlocaties voor gierzwaluw en huismus.
Foto 2. Ruimte tussen dakbeschot en muur: potentiele nestlocatie voor gierzwaluw.
Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van beschermde zoogdieren aangetroffen in het plangebied. Mogelijk hebben algemene soorten zoals egel, konijn, mol, steenmarter en enkele soorten muizen hun leefgebied in het plangebied en direct hieraan grenzend. De NDFF bevestigt de aanwezigheid van een deel van deze soorten. Voor deze soorten geldt, met uitzondering van de steenmarter, in provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Steenmarter Uit de bebouwde kom van Zevenaar zijn vanuit de NDFF geen waarnemingen van de steenmarter uit het onderzoeksgebied en de directe omgeving bekend, maar de soort is wel ruim elders in de bebouwde kom en in het buitengebied van Zevenaar op diverse plekken waargenomen (bron: NDFF). Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn geen steenmarters en/of sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van het plangebied als vaste rust- of verblijfplaats. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen. Daarnaast ontbreken geschikte kieren en gaten welke toegang kunnen bieden tot de binnenruimte van de onderzochte gebouwen.
Gelet op het ontbreken ervan kan worden gesteld dat het plangebied niet als vaste rust- en verblijfplaats in gebruik is door de steenmarter.
Pagina 14
Overige strikt beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het bronnenonderzoek bevestigt de afwezigheid van overige strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen De NDFF maakt melding van de gewone dwergvleermuis voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen In de te slopen gebouwen, en dan specifiek het hoofdgebouw en de oude sporthal, zijn diverse openingen te vinden die toegang bieden tot geschikte verblijfsruimten voor gebouwbewonende vleermuizen, zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (zie foto’s 3 en 4). De openingen bieden toegang tot mogelijke geschikte verblijfsruimten onder de dakpannen, in de spouw van de gevels en in andere donkere, beschutte ruimten aan de binnenzijde van het gebouw.
Foto 3. Geschikte in- en uitvliegplek bij regenpijp.
Foto 4. Open stootvoegen: potentiele geschikte inen uitvliegplek voor vleermuizen.
Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen In het plangebied zijn geen bomen aanwezig met voor vleermuizen geschikte holtes. Geschikte verblijfsruimten voor boombewonende vleermuizen zijn dan ook niet te verwachten. Vliegroutes en foerageergebied(en) van vleermuizen Het plangebied is door de beperkte omvang en het ontbreken van robuuste (lijnvormige) groenstructuren slechts marginaal geschikt als foerageergebied voor een weinig kritische vleermuissoort, zoals de gewone dwergvleermuis. Een essentieel foerageergebied of een vliegroute wordt hier niet verwacht. Amfibieën Beschermde amfibieën zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De NDFF meldt de beschermde bruine kikker en kleine watersalamander voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Open water is niet aanwezig in het plangebied, dus van
Pagina 15
een geschikt voortplantingshabitat voor deze of andere amfibieënsoorten is geen sprake. De ruimte rondom de te slopen gebouwen in het plangebied vormt mogelijk een geschikt landhabitat voor enkele weinig kritische en algemene soorten als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt in provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Strikt beschermde soorten worden hier niet verwacht doordat geschikte leefgebieden niet aanwezig zijn. Reptielen Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen aangetroffen. Uit de omgeving van het plangebied zijn ook geen waarnemingen van de ringslang bekend geworden (zie paragraaf 4.2.1). Beschermde reptielensoorten worden ook niet verwacht in het plangebied doordat geschikte leefgebieden ontbreken. Vissen Open water is niet aanwezig binnen de grenzen van het plangebied. Beschermde vissoorten worden dan ook niet verwacht in het plangebied. Ongewervelde dieren Uit de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde ongewervelde dieren bekend geworden (zie paragraaf 4.2.1). Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelde dieren aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte leefgebieden.
Pagina 16
5 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn:
Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden). Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren. Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10). Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11). Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies.
Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. In dit hoofdstuk wordt vastgesteld of beschermde soorten flora en fauna aanwezig zijn of verwacht worden op de locatie. Vervolgens wordt bepaald of ze mogelijk nadelige effecten kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. Deze effecten worden getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 2). Wanneer de Wet natuurbescherming (mogelijk) wordt overtreden wordt geadviseerd over het uitvoeren van aanvullend onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing. Flora Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Uit de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend geworden uit het plangebied. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten en/of het aanvragen van een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk. Broedvogels Alle vogelsoorten zijn beschermd krachtens de Wet natuurbescherming (Vogelrichtlijn). Ontheffing voor deze diergroep is niet mogelijk. Dit betekent dat het opzettelijk verstoren, verontrusten, doden en anderszins nadelig beïnvloeden van deze soortgroep niet is toegestaan.
Daarom moet er buiten het broedseizoen gestart worden met de werkzaamheden. Als de werkzaamheden in volle gang zijn bij aanvang van het broedseizoen, is het verstoringeffect op (broed)vogels minimaal. Het broedseizoen ligt, afhankelijk van de weeromstandigheden en aanwezige soorten, ruwweg tussen 15 maart en 15 juli. Broedgevallen buiten deze periode zijn ook beschermd.
Pagina 17
Vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn In het plangebied en de directe omgeving zijn waarnemingen bekend van de gierzwaluw en huismus, waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn. Gierzwaluw en huismus In enkele delen van het te slopen hoofdgebouw bevinden zich mogelijk nestlocaties van deze soorten met jaarrond beschermde nesten. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Om uit te sluiten, dan wel aan te tonen dat de gierzwaluw een jaarrond beschermde verblijfplaats heeft in het plangebied, dienen 3 veldbezoeken uitgevoerd worden in de periode van 1 juni tot en met 15 juli tussen 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang. Voor de huismus zijn minimaal twee ochtendronden in de periode van 1 april tot en met 20 juni noodzakelijk (bron: Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, Netwerk Groene Bureaus). Overige soorten met jaarrond beschermde soorten worden niet verwacht binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van beschermde zoogdieren aangetroffen in het plangebied. Mogelijk gebruiken algemene soorten als egel, konijn, mol, steenmarter en enkele soorten muizen het plangebied als leefgebied. Voor deze soorten geldt, met uitzondering van de steenmarter, in de provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze overige soorten. Steenmarter Het voorkomen van de beschermde steenmarter is alleen ontheffingsplichtig wanneer er vaste verblijfplaatsen aanwezig zijn. Hiervan is geen sprake in het plangebied. Nader onderzoek naar het voorkomen van deze strikt beschermde soort is dan ook niet noodzakelijk. Vleermuizen Om te bepalen of aanvullend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk is, worden de resultaten van de quickscan getoetst aan de checklist van Het Protocol voor vleermuisinventarisaties van de Gegevensautoriteit Natuur en de Zoogdiervereniging. Hieronder zijn de relevante passages uit de checklist weergegeven: 1. Zijn er gebouwen die gesloopt of gerenoveerd worden? Ja Nader onderzoek naar kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk.
Pagina 18
2. Zijn er bomen met potentieel geschikte holten die gekapt of gesnoeid worden? Nee Nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is niet noodzakelijk. 3. Worden er struiken, gewassen, bomen of andere elementen verwijderd of aangetast die deel uitmaken van een mogelijke route/verbinding of een essentieel foerageergebied? Nee Nader onderzoek naar vliegroutes en foerageergebieden is niet noodzakelijk. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk aangezien er door de geplande ruimtelijke ontwikkelingen mogelijke verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen worden aangetast. Het vleermuisprotocol adviseert om bij het vermoeden op kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van de te verwachten gebouwbewonende soorten (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger) gericht vleermuisonderzoek uit te voeren middels 5 veldbezoeken. Het gaat hierbij om 3 avond- of ochtendbezoeken in de periode 15 mei – 15 juli en 2 avondbezoeken in de periode 15 augustus – 1 oktober. Overige soortgroepen Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde amfibieën, reptielen, vissen en/of ongewervelde dieren, met uitzondering van enkele algemene soorten zoals bruine kikker en kleine watersalamander niet te verwachten in het plangebied.
Voor de mogelijk aanwezige algemeen voorkomende amfibieën geldt in de provincie Gelderland automatisch een vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ingrepen. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soortgroepen.
Pagina 19
6 Conclusie Aan de hand van de resultaten van de quickscan natuurtoets kan de volgende conclusie worden getrokken: Beschermde natuurgebieden Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het plangebied ligt niet in het GNN. De kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen worden niet aangetast door de geplande inrichting. Er hoeft geen verdere toetsing uitgevoerd te worden. Natura 2000 Er vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats in of nabij een Natura 2000-gebied. Door de aard en de door de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ‘Rijntakken’ en overige Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven verwacht. Verdere toetsing of een vergunningsaanvraag is niet noodzakelijk. Beschermde flora en fauna Aanvullend onderzoek is noodzakelijk voor een aantal soort(groep)en. Het gaat om de volgende soort(groep)en:
Gierzwaluw Huismus Gebouwbewonende vleermuizen
Pagina 20
Bijlagen 1 2 3
Impressie plangebied Wettelijk kader Beschermde plant- en diersoorten
Pagina 21
Bijlage 1 Impressie plangebied
Pagina 22
Bijlage 2 Wettelijk kader Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming volgt in hoofdlijnen de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn op. De belangrijkste beschermde natuurwaarden in de Wet Natuurbescherming zijn:
Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden); Aangepaste soortenlijst beschermde planten en dieren; Expliciete vermelding intrinsieke waarde van natuur (art. 1.10); Algemene zorgplicht voor natuurgebieden en in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving (art. 1.11); Actieve soortenbescherming (art. 1.12): verplichting voor provincies.
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Toetsing van effecten van projecten op Natura 2000-gebieden blijft hetzelfde als nu. Beschermde natuurmonumenten Beschermde natuurmonumenten en bijbehorende doelen komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor (nooit aangewezen) beschermde landschapsgezichten en beschermde leefomgevingen. De meeste natuurmonumenten vallen binnen het NNN areaal en zijn via dat beschermingsregime alsnog beschermd. Daarnaast kunnen gemeenten de natuurmonumenten via een bestemmingsplan als beschermde natuur aanwijzen. Provincies dienen gebieden aan te wijzen voor het NNN (voormalige EHS) en (evt. op verzoek) voor overige bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. Het rijk kan een gebied, niet zijnde een Natura 2000-gebied, als bijzonder nationaal natuurgebied aanwijzen.
Soortbescherming Alle beschermde soorten worden aangewezen in de wet zelf (deels met verwijzing naar internationale regelgeving). Alle natuurlijk in het wild levende vogels, meeste inheemse zoogdieren, alle inheemse amfibieën en reptielen, en een aantal vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten zijn beschermd. Ongeveer 200 thans beschermde soorten (vooral vaatplanten en zeevissen) worden niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming (anders dan door algemene zorgplicht). De lijst met beschermde soorten is niet meer opgedeeld in tabellen, zoals in de huidige Flora- en faunawet. Zie bijlage 3 voor de nieuwe lijst met beschermde plant- en diersoorten.
Pagina 23
Totaal aantal beschermde soorten is slechts een fractie van ongeveer 35.000 soorten die in Nederland voorkomen. Groot aantal bedreigde (Rode lijst) soorten wordt niet passief beschermd (wel actieve bescherming vereist).
Drie regimes voor beschermde soorten 1. Regels ter bescherming van vogels die vallen binnen het bereik van de Vogelrichtlijn, i.e. alle natuurlijk in het wild levende vogels in EU (art. 3.1-3.4) 2. Regels ter bescherming van dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5-3.9) 3. Regels ter bescherming van niet onder 2 vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten vermeld in de bijlage bij de wet (art. 3.10-3.11) Inhoud beschermingsregimes
Geen uniform verbodsstelsel, maar aparte verboden voor elk van de drie categorieën beschermde soorten. Verboden en uitzonderingen sluiten nauw aan bij Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (regime 1 en 2), maar ‘soepeler’ regime voor aanvullend beschermde soorten (regime 3). Meeste verboden nu alleen van toepassing op ‘opzettelijk’ handelen, maar dat dekt ook voorwaardelijk opzet (=willens en wetens aanmerkelijke kans aanvaarden dat gedraging schadelijke gevolgen heeft voor beschermde soorten). Verschil met de huidige verboden zal in de praktijk dus waarschijnlijk gering zijn.
Alle in de Wet genoemde soorten zijn strikt beschermd. Voor de verbodsbepalingen is een ontheffing noodzakelijk. Dit geldt ook voor zeer algemene soorten waarvoor in het verleden automatisch de vrijstellingsregeling van kracht was bij ruimtelijke ontwikkelingen. Echter kunnen de provincies voor een aantal algemene soorten een vrijstellingslijst opstellen (op basis van Artikel 3.11). Dit betekent dat de beschermde soorten per provincie verschillen (zie bijlage 3). Met betrekking tot ruimtelijke ontwikkelingen zijn de volgende verbodsbepalingen voor soorten het meest relevant.
Intrinsieke waarde natuur Artikel 1.10 Deze wet is gericht op: Het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit.
Pagina 24
Algemene Zorgplicht Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.3 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1, ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren.
Pagina 25
2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.1 en ten aanzien van vogels van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van hun nesten, rustplaatsen of eieren. Ontheffing of vrijstelling Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig:
in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; ter bescherming van flora of fauna; voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;
c. de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. In een ontheffing, onderscheidenlijk vrijstelling worden in elk geval voorschriften opgenomen, onderscheidenlijk regels gesteld, over: a. de middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden, waarbij enkel het gebruik wordt toegestaan van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen middelen, installaties of methoden; b. de tijd en plaats waarvoor de ontheffing of vrijstelling geldt, en c. de wijze waarop het risico voor het behoud van de vogelstand wordt beperkt.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.
Pagina 26
3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8 1. Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.5 ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van een of meer van de verboden, bedoeld in artikel 3.5 ten aanzien van dieren of planten van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Ontheffing of vrijstelling Een ontheffing of een vrijstelling wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. er bestaat geen andere bevredigende oplossing; b. zij is nodig:
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;
Pagina 27
c. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b.
ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.
Pagina 28
3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Artikel 3.11 1. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de bij die regeling aan te wijzen verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b of c niet van toepassing zijn ten aanzien van bij die regeling aan te wijzen soorten, op bij die regeling aan te wijzen categorieën van handelingen die na een voorafgaande melding aan gedeputeerde staten worden uitgevoerd om een reden, genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onderdeel b, of in artikel 3.10, tweede lid. 2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen waaraan een melding als bedoeld in het eerste lid moet voldoen.
Gedragscodes De verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, zesde lid, 3.5, 3.6 tweede lid, of 3.10, en de krachtens artikel 3.11, eerste lid, geldende verplichting tot melding, zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik, of d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. 2. Een gedragscode als bedoeld in het eerste lid wordt goedgekeurd, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a. in de gedragscode worden handelingen beschreven die nodig zijn voor:
ingeval het handelingen betreft die invloed kunnen hebben op vogels, één van de in artikel 3.3, vierde lid, genoemde redenen; ingeval het handelingen betreft die invloed kunnen hebben op dieren als bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, één van de in artikel 3.8, vijfde lid, genoemde redenen; ingeval het handelingen betreft die invloed kunnen hebben op dieren als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a, of van planten als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c, één van de in artikel 3.8, vijfde lid, of in artikel 3.10, tweede lid, onder a, e, f of g, genoemde redenen;
Pagina 29
b. in de gedragscode een wijze van uitvoering van handelingen is beschreven, waarmee naar het oordeel van Onze Minister afdoende is gewaarborgd dat ten aanzien van de soorten, bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste of vijfde lid, 3.10, eerste lid, geen benutting of economisch gewin plaatsvindt; c. in de gedragscode een wijze van uitvoering van handelingen is beschreven, waarmee naar het oordeel van Onze Minister afdoende is gewaarborgd dat ten aanzien van de soorten, bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste of vijfde lid, 3.10, eerste lid, zorgvuldig wordt gehandeld.
Zorgvuldig handelen Van zorgvuldig handelen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is in elk geval sprake, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er worden slechts handelingen verricht waarvan geen wezenlijke invloed uitgaat op de soorten, bedoeld in het tweede lid, en b. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op dieren wordt voorafgaand en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken dat:
dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden gedood; nesten van vogels worden vernield, beschadigd of weggenomen, rustplaatsen van vogels worden vernield of beschadigd, dan wel voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de in artikel 3.5, eerste lid, of artikel 3.10, eerste lid, bedoelde dieren worden beschadigd of vernield, en eieren van dieren als bedoeld in artikel 3.1, 3.5, eerste lid, of 3.10, eerste lid, worden vernield, of
c. ingeval handelingen worden verricht die invloed hebben op planten van soorten als bedoeld in artikel 3.5, vijfde lid, of 3.10, eerste lid, wordt voorafgaand aan en tijdens de handelingen in redelijkheid alles verricht of gelaten om te voorkomen dat deze planten worden geplukt, afgesneden, ontworteld of vernield. 4. Alvorens een gedragscode als bedoeld in het eerste lid, of een wijziging daarvan, goed te keuren of in te trekken, overlegt Onze Minister met gedeputeerde staten over zijn voornemen daartoe.
Pagina 30
Bijlage 3 Beschermde plant- en diersoorten Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Nog niet duidelijk is of er weer een lijst met jaarrond beschermde vogelnesten komt en/of dat de huidige lijst blijft gelden.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Niet-vogels) Naam
Wetenschappelijke naam
Soortgroep
Verdrag/ Richtlijn
baardvleermuis
Myotis mystacinus ssp. mystacinus
Zoogdierenvleermuizen
Bern II, HR IV
Weekdieren
HR IV
Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenlandzoogdieren Amfibieën
Bern II, HR IV HR IV
bataafse stroommossel Unio crassus bechsteins vleermuis
Myotis bechsteini
bever
Castor fiber ssp. albicus
boomkikker
Hyla arborea ssp. arborea
bosvleermuis
Nyctalus leisleri ssp. leisleri Myotis brandti ssp. brandti
brandts vleermuis
brede Dytiscus latissimus geelrandwaterroofkever donker Maculinea nausithous pimpernelblauwtje drijvende Luronium natans waterweegbree franjestaart Myotis nattereri
Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenvleermuizen Insecten-kevers Insectendagvlinders Zaadplanten Zoogdierenvleermuizen Insecten-libellen
gaffellibel
Ophiogomphus cecilia
geel schorpioenmos
Hamatocaulis vernicosus
geelbuikvuurpad
Bombina variegata ssp. variegata Graphoderus bilineatus
Insecten-kevers
Leucorrhinia pectoralis
Insecten-libellen
gestreepte waterroofkever gevlekte witsnuitlibel
Sporenplantenbladmossen Amfibieën
Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV
Pagina 31
gewone dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis gladde slang grijze grootoorvleermuis groene glazenmaker
Pipistrellus pipistrellus Plecotus auritus ssp. auritus Coronella austriaca ssp. austriaca Plecotus austriacus ssp. austriacus Aeshna viridis
Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenvleermuizen Reptielen Zoogdierenvleermuizen Insecten-libellen
groenknolorchis grote hoefijzerneus
Liparis loeselii Rhinolophus ferrumequinum ssp. ferrumequinum
Zaadplanten Zoogdierenvleermuizen
grote vuurvlinder
hazelmuis
Lycaena dispar ssp. batava Cricetus cricetus ssp. canescens Muscardinus avellanarius
heikikker
Rana arvalis ssp. arvalis
Insectendagvlinders Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Amfibieën
houting ingekorven vleermuis kamsalamander
Coregonus oxyrinchus Myotis emarginatus ssp. emarginatus Triturus cristatus
Vissen Zoogdierenvleermuizen Amfibieën
kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
kleine vlotvaren
Salvinia natans
knoflookpad
Pelobates fuscus ssp. fuscus Apium repens
Zoogdierenvleermuizen Sporenplantenvarens Amfibieën
hamster
kruipend moerasscherm laatvlieger liggende raket meervleermuis mercuurwaterjuffer muurhagedis
Eptesicus serotinus ssp. serotinus Sisymbrium supinum Myotis dasycneme Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale Podarcis muralis ssp. brongniardii
HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV HR IV Bern II, HR IV HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I
Zaadplanten
Bern II, HR IV Bern I, HR IV
Zoogdierenvleermuizen Zaadplanten Zoogdierenvleermuizen Insecten-libellen
Bern II, HR IV Bern I Bern II, HR IV Bern II
Reptielen
Bern II, HR IV
Pagina 32
noordse winterjuffer
otter
Sympecma annulata ssp. braueri Microtus oeconomus ssp. arenicola Lutra lutra ssp. lutra
pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
platte schijfhoren poelkikker rivierrombout
rugstreeppad
Anisus vorticulus Rana lessonae Gomphus flavipes ssp. flavipes Nyctalus noctula ssp. noctula Bufo calamita
ruige dwergvleermuis
Pipistrellus nathusii
sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
steur
Acipenser sturio
teunisbloempijlstaart
Proserpinus proserpina
tonghaarmuts
Orthotrichum rogeri
noordse woelmuis
rosse vleermuis
tweekleurige vleermuis Vespertilio murinus ssp. murinus vale vleermuis Myotis myotis ssp. myotis
Insecten-libellen Zoogdierenlandzoogdieren Zoogdierenlandzoogdieren Insectendagvlinders Weekdieren Amfibieën Insecten-libellen Zoogdierenvleermuizen Amfibieën Zoogdierenvleermuizen Insecten-libellen Vissen Insectennachtvlinders Sporenplantenbladmossen Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenvleermuizen Insecten-kevers
vermiljoenkever
Cucujus cinnaberinus
vroedmeesterpad
Alytes obstetricans ssp. obstetricans Myotis daubentoni ssp. daubentoni Felis silvestris ssp. silvestris
Zoogdierenvleermuizen Zoogdierenlandzoogdieren
Lacerta agilis ssp. agilis
Reptielen
watervleermuis wilde kat zandhagedis
Amfibieën
Bern II, HR IV HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV HR IV HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern I Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV Bern II, HR IV HR IV Bern II, HR IV
Pagina 33
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Vogels) Naam
Wetenschappelijke naam
appelvink
Coccothraustes coccothraustes ssp. coccothraustes
baardman bergeend bijeneter blauwborst blauwe kiekendief boerenzwaluw bontbekplevier bonte vliegenvanger boomklever boomkruiper boompieper boomvalk bosrietzanger bosruiter bosuil braamsluiper brandgans bruine kiekendief buizerd casarca cetti's zanger draaihals duinpieper dwergmeeuw dwergstern engelse kwikstaart
Panurus biarmicus ssp. biarmicus Tadorna tadorna Merops apiaster Luscinia svecica ssp. cyanecula Circus cyaneus ssp. cyaneus Hirundo rustica ssp. rustica Charadrius hiaticula ssp. hiaticula Ficedula hypoleuca ssp. hypoleuca Sitta europaea ssp. caesia Certhia brachydactyla ssp. megarhyncha Anthus trivialis ssp. trivialis Falco subbuteo ssp. subbuteo Acrocephalus palustris Tringa glareola Strix aluco ssp. aluco Sylvia curruca ssp. curruca Branta leucopsis Circus aeruginosus ssp. aeruginosus Buteo buteo ssp. buteo Tadorna ferruginea Cettia cetti ssp. cetti Jynx torquilla ssp. torquilla Anthus campestris ssp. campestris Larus minutus Sterna albifrons ssp. albifrons Motacilla flava ssp. flavissima
Soortgroep
Verdrag/ Richtlijn
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels Vogels
Bern II Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Pagina 34
europese kanarie fitis
Serinus serinus Phylloscopus trochilus ssp. trochilus flamingo Phoenicopterus ruber ssp. roseus fluiter Phylloscopus sibilatrix geelgors Emberiza citrinella ssp. citrinella gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus ssp. phoenicurus gele kwikstaart Motacilla flava ssp. flava geoorde fuut Podiceps nigricollis glanskop Parus palustris ssp. palustris goudhaan Regulus regulus ssp. regulus grasmus Sylvia communis ssp. communis graspieper Anthus pratensis ssp. pratensis graszanger Cisticola juncidis ssp. cisticola grauwe kiekendief Circus pygargus grauwe klauwier Lanius collurio ssp. collurio grauwe vliegenvanger Muscicapa striata ssp. striata
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels Vogels
Bern II Bern II Bern II
groene specht groenling grote barmsijs
Vogels Vogels Vogels
Bern II Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels Vogels Vogels
Bern II Bern II Bern II
grote bonte specht grote gele kwikstaart grote karekiet grote stern grote zilverreiger havik heggenmus huiszwaluw ijsvogel kerkuil
Picus viridis ssp. viridis Carduelis chloris ssp. chloris Carduelis flammea ssp. flammea Dendrocopos major ssp. pinetorum Motacilla cinerea ssp. cinerea Acrocephalus arundinaceus ssp. arundinaceus Sterna sandvicensis ssp. sandvicensis Casmerodius albus ssp. albus Accipiter gentilis ssp. gentilis Prunella modularis ssp. modularis Delichon urbica ssp. urbica Alcedo atthis ssp. ispida Tyto alba ssp. guttata
Pagina 35
klapekster
Lanius excubitor ssp. excubitor klein waterhoen Porzana parva kleine barmsijs Carduelis flammea ssp. cabaret kleine bonte specht Dendrocopos minor ssp. hortorum kleine karekiet Acrocephalus scirpaceus ssp. scirpaceus kleine plevier Charadrius dubius ssp. curonicus kleine zilverreiger Egretta garzetta ssp. garzetta kleinst waterhoen Porzana pusilla ssp. intermedia kluut Recurvirostra avosetta kneu Carduelis cannabina ssp. cannabina koolmees Parus major ssp. major kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris ssp. macrodactyla kraanvogel Grus grus ssp. grus kruisbek Loxia curvirostra ssp. curvirostra kuifmees Parus cristatus ssp. mitratus kwak Nycticorax nycticorax ssp. nycticorax kwartelkoning Crex crex lepelaar Platalea leucorodia ssp. leucorodia matkop Parus montanus ssp. rhenanus middelste bonte Dendrocopos medius ssp. specht medius nachtegaal Luscinia megarhynchos ssp. megarhynchos nachtzwaluw Caprimulgus europaeus ssp. europaeus nonnetje Mergus albellus noordse stern Sterna paradisaea oehoe Bubo bubo ssp. bubo oeverloper Tringa hypoleucos oeverzwaluw Riparia riparia ssp. riparia ooievaar Ciconia ciconia ssp. ciconia
Vogels
Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels Vogels
Bern II Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels
Bern II
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Pagina 36
paapje pimpelmees porseleinhoen purperreiger putter ransuil rietgors rietzanger rode wouw roerdomp roodborst roodborsttapuit roodhalsfuut roodmus ruigpootuil sijs slechtvalk snor sperwer spotvogel sprinkhaanzanger steenuil steltkluut strandleeuwerik strandplevier taigaboomkruiper
Saxicola rubetra Parus caeruleus ssp. caeruleus Porzana porzana Ardea purpurea ssp. purpurea Carduelis carduelis ssp. carduelis Asio otus ssp. otus Emberiza schoeniclus ssp. schoeniclus Acrocephalus schoenobaenus Milvus milvus ssp. milvus Botaurus stellaris ssp. stellaris Erithacus rubecula ssp. rubecula Saxicola torquata ssp. hibernans Podiceps grisegena ssp. grisegena Carpodacus erythrinus ssp. erythrinus Aegolius funereus ssp. funereus Carduelis spinus Falco peregrinus ssp. peregrinus Locustella luscinioides ssp. luscinioides Accipiter nisus ssp. nisus Hippolais icterina Locustella naevia ssp. naevia Athene noctua ssp. vidalii Himantopus himantopus Eremophila alpestris ssp. flava Charadrius alexandrinus ssp. alexandrinus Certhia familiaris ssp. familiaris