CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10. 1181601 - TOE Bijlage 4 Archeologisch onderzoek

Raadsvergaderingen 2022-2026 27 november 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/23/442271 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Nieuwe Komstraat 19 te Lobith6.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

COLOFON

Opdrachtgever

: Gemeente Zevenaar

Project

: Nieuwe Komstraat 19 te Lobith

Projectnummer

: S190012

Titel

: Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek,

Datum

: 04-06-2019

Projectleider

: drs. F. Stevens

Auteurs

: drs. J. de Kramer

Verkennend boor onderzoek

: drs. F. Stevens Autorisatie

: drs. J.S. Krist Senior KNA archeoloog/-prospector

Druk

: Synthegra B.V., Leusden

Afbeeldingen

: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld

ISSN

: 1874-9771

Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems) Synthegra B.V. Olmenlaan 6a NL-3833 AV Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl

© Synthegra B.V., 2019

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

2 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

INHOUD SAMENVATTING Inleiding Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Veldonderzoek Archeologische interpretatie veldonderzoek Aanbeveling

5 5 5 5 5 6

1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied

7 7 7 8 8

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Historische ontwikkeling Archeologische waarden in en rondom het plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting

9 9 9 12 15 17

3 3.1 3.2 3.3 3.4

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK Methode Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie

18 18 19 20 20

4 4.1 4.2 4.3

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen

22 22 22 23

BRONNEN

24

Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorprofielen

Afbeelding Voorblad: Situatie van het plangebied ten tijde van het veldwerk met hierop zichtbaar het schoolgebouw dat in het plangebied aanwezig is.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

3 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Administratieve gegevens

Toponiem

Nieuwe Komstraat 19

Plaats

Lobith

Gemeente

Zevenaar

Provincie

Gelderland

Projectnummer

S190012

Bevoegde overheid

Gemeente Zevenaar. Deskundige namens de bevoegde overheid dhr. J. Habraken van de gemeente Arnhem

Opdrachtgever

Gemeente Zevenaar

Uitvoerende instantie

Synthegra B.V.

Datum uitvoering veldwerk

04-03-2019

Uitvoerders veldwerk

drs. J. de Kramer en drs. I. Becker

Onderzoeksmelding (ARCHIS)

4675689100

Datum onderzoeksmelding

28-02-2019

Kaartblad

40G

Periode

Romeinse tijd t/m Nieuwe tijd

Oppervlakte

Circa 4000 m

Perceelnummer(s)

2608

Grond eigenaar / beheerder

Onbekend

Grondgebruik

Schoolgebouw

Geologie

Formatie van Echteld op Formatie van Kreftenheye

Geomorfologie

Stroomrug

Bodem

Kalkhoudende ooivaaggrond

Depot

Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan

2

het Provinciaal Depot van Gelderland, te Nijmegen

Het centrumcoördinaat van de onderzoekslocatie is: Centrum:

x 205006

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

y 430590

4 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van de gemeente Zevenaar een archeologisch bureauonderzoek

1

in

2

combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Nieuwe Komstraat 19 te Lobith (afbeelding 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de schoollocatie naar wonen.

De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de gebruikelijke ontgravingsdiepte bij de aanleg van woningen met kruipruimte, tot 0,90 tot 1,00 m beneden maaiveld, zal de bodem waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Er worden geen heipalen gebruikt maar zogenoemde schroefpalen. De bodemverstoring hiervan is minimaal en beperkt zich tot de paal zelf.

Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de Gemeentelijke beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische waarde. Het plangebied ligt op een stroomrug van de Waal, meer specifiek op een oeverwal, mogelijk is er ook nog een oudere oeverwal van de stroomgordel Herwen of Lobith in de ondergrond aanwezig. Sinds de Romeins tijd is dit een goede woonlocatie en sporen en nederzettingen vanaf deze periode kunnen hier verwacht worden vanaf het maaiveld tot ca. 200 cm beneden maaiveld.

Veldonderzoek Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. 2

Aangezien het plangebied slechts circa 4000 m groot is, zijn verspreid over het plangebied (afb. 3.1.1) in totaal 4 boringen gezet. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een meetlint en de hoogtes ingemeten aan de hand van de AHN..

Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont met een minimale diepte van 1,5 m –Mv en een maximale diepte van 2,2 m -Mv. Het opgeboorde sediment is geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104

3

en

4

bodemkundig geïnterpreteerd.

Archeologische interpretatie veldonderzoek De ondergrond bestaat uit kleiige oeverafzettingen op zandige beddingafzettingen behorende tot de stroomgordel Lobith die tussen 2000 en 1500 BP actief was. Hierop zijn zandige oeverafzettingen

1

BO, protocol 4002

2

IVO-K, protocol 4003

3

Nederlands Normalisatie-instituut 1989.

4

De Bakker en Schelling 1989.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

5 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

aangetroffen behorende tot de stroomgordel Waal die vanaf 2000 BP actief was. De afzettingen van Kreftenheye zijn niet aangetroffen binnen 2,2 m –Mv en worden niet bedreigd door de ontwikkelingen..

Aanbeveling In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht.

De hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor nederzettingssporen van de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd kan voor het onderzoeksgebied op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Voor de niet aangetroffen en onderzochte afzettingen van Kreftenheye die nog dieper zullen liggen blijft de verwachting middelhoog.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

6 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader 5

Synthegra B.V. heeft in opdracht van de gemeente Zevenaar een archeologisch bureauonderzoek in 6

combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Nieuwe Komstraat 19 te Lobith (afbeelding 1.1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de schoollocatie naar wonen.

De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de gebruikelijke ontgravingsdiepte bij de aanleg van woningen met kruipruimte, tot 0,90 tot 1,00 m beneden maaiveld, zal de bodem waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Er worden geen heipalen gebruikt maar zogenoemde schroefpalen. De bodemverstoring hiervan is minimaal en beperkt zich tot de paal zelf.

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Lobith dat is vastgesteld op 5 november 2013. Voor het plangebied geldt een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3. Voor terreinen met een Waarde Archeologie 3 geldt, dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in 2

voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 100 m en verstoringen die dieper reiken dan 30 cm. De bevoegde overheid, de gemeente Zevenaar, heeft een specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische Verwachtings- of Beleidsadvieskaart.

De bevoegde overheid zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag. 7

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.0 en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek.

1.2

8

Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden.

Het doel van het verkennend booronderzoek is het vervolgens toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventuele aanwezigheid van archeologische resten te inventariseren.

De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: 

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig?

5

BO, protocol 4002

6

IVO-K, protocol 4003

7

SIKB 2016.

8

SIKB 2006.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

7 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? o

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden?

o

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

1.3

Ligging en huidige situatie plangebied 2

Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 4000 m en is gelegen aan de Nieuwe Komstraat 19 te Lobith (afbeelding 1.3.1). Het plangebied is voorzien van een schoolgebouw.

Afbeelding 1.3,1: Het plangebied, paars omkaderd, op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 (Bron: Topografische Dienst 1998/ANWB 2007).

1.4

Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. De school zal worden afgebroken waarna er woningen gebouwd zullen worden. De exacte plannen zijn nog niet vastgesteld. Derhalve is uitgegaan van een totale herontwikkeling van het gehele plangebied en een verstoring tot 1 m -Mv.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

8 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysisch-geografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.

2.2

Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: 

Geomorfologische Kaart 1:50.000 (Afbeelding 2.2.1)

Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Afbeelding 2.2.2)

Bodemkaart 1:50.000 (Afbeelding 2.2.3)

Relevante achtergrondliteratuur (zie hiervoor de literatuurlijst)

Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe 9

Ondergrond. Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1.

Geo(omorfo)logie en landschap Op basis van de geomorfologische kaart is het plangebied te plaatsen in een zone van stroomruggen van de Rijn (code B44). Het kan zijn dat deze kronkelwaardruggen (code B46) afdekken (al dan niet erosief) op basis van de scherpe grens met deze aangrenzende zone. 10

In het verleden is een boring c.a. 100 m ten westen van het plangebied gezet met een onbekend doel . Het betreft hier boring B4060415 en deze is uitgevoerd op 14 juni 1971. Hier is aangetoond dat de eerste drie meter van de bodem bestaan uit kleiige afzettingen behorende tot de Formatie van Echteld waaronder zandige afzettingen behorende tot de Formatie van Kreftenheye aanwezig zijn.

9

De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond.

10

www.dinoloket.nl

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

9 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Afbeelding 2.2.1: Het plangebied, zwarte rechthoek, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.PDOK.nl).

Op basis van het digitale hoogtemodel zoals weergegeven in het AHN ligt het maaiveld in het plangebied op een hoogte van circa 14 m +NAP.

11

11

Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil)

geraadpleegd op www.ahn.nl © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

10 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Afbeelding 2.2.2: Het plangebied, op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN),(Bron: www.ahn.nl).

Bodem Wegens de ligging in een bebouwd gebied is voor het plangebied geen directe bodem informatie beschikbaar in het kaartmateriaal. Extrapolatie van omliggende eenheden geeft het beeld dat het plangebied te plaatsen is in een zone waarin kalkhoudende ooivaaggronden aanwezig zijn opgebouwd uit lichte zavel (code Rd10A). Van deze ooivaaggronden zijn de toppen antropogeen afgetopt en/of omgewerkt. Een ooivaaggrond word gekarakteriseerd als een diep bruine en goed gehomogeniseerde zavel- of kleigrond. De B-horizont (bestaande uit Bw en Bcg-horizonten kan tot wel 100 cm beneden maaiveld aanwezig zijn.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

11 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Afbeelding 2.2.3: Het plangebied, rood omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.pdok.nl).

2.3

Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is divers kaart- en beeldmateriaal (Afbeelding 2.3.1a-d) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst). De Beeldbank van de Rijskdienst Cultureel Erfgoed en de website “Kaarten en Cijfers” van de provincie Gelderland leverden geen aanvullende informatie op.

Lobith was een deel van de Pruisische gemeente Elten. Op 1 maart 1817 werd het gebied aan Nederland overgedragen, waarna er een voorlopige gemeente werd ingesteld met een burgemeester, maar zonder gemeentehuis en gemeenteraad. Dit in afwachting van de indeling van het platteland van Nederland in gemeenten. Op 1 januari 1818 werd uit de gemeente Lobith en een deel van de gemeente Heren de gemeente Herwen en Aerdt gevormd.

Op de eerste historische kaart (afbeelding 2.3.1a) is weinig informatie over de inrichting van het plangebied in te schatten. De kaart is een globale weergave van grote elementen zoals oude rijnlopen en wegen. Weinig valt af te leiden over bebouwing of perceelsinrichtingen. Op de kaart uit 1830-1855 (afbeelding 2.3.1b) valt op te maken dat het plangebied onderdeel maakt van een aantal grote percelen die duidelijk gestructureerd ingericht zijn met sloten als perceelgrenzen, één van deze sloten loopt dwars door het plangebied. Op basis van het kaartbeeld is het niet aannemelijk dat er bebouwing in het plangebied heeft gestaan. e

Uit de kaart van 1903 (afbeelding 2.3.1c) blijkt dat de inrichting uit het midden van de 19 eeuw behouden is e

gebleven. De topografische kaart uit het midden van de 20 eeuw (afbeelding 2.3.1d) laat zien dat de perceelsinichting van de voorgaande afbeeldingen verdwenen is door herverkaveling en het plangebied nu midden in een nog groter perceel ligt.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

12 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Op basis van de kaarten kan geconcludeerd worden dat de huidige wijk in de tweede helft en waarschijnlijk e

het laatste kwart van de 20 eeuw is aangelegd omstreeks 1960 en dat het schoolgebouw gebouwd is in 1973 (http://code.waag.org/buildings)

Afbeelding 2.3.1a: Het plangebied, zwarte rechthoek, op een historische kaart uit het begin van de 19e eeuw. (Bron: Gelders archief).

Afbeelding

2.3.1b:

Het

plangebied,

zwarte

rechthoek,

op

de

topografische

kaart

uit

circa

1830-1855

(Bron: http://topotijdreis.nl).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

13 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Afbeelding 2.3.1c: Het plangebied, zwarte rechthoek, op de topografische kaart uit 1903 (Bron: http://topotijdreis.nl).

Afbeelding

2.3.1d:

Het

plangebied,

zwarte

rechthoek,

op

de

topografische

kaart

uit

circa

1955-1965

(Bron: http://topotijdreis.nl).

Bekende bodemverstoring Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen grondroeringen veroorzaakt door saneringen van munitie, bodemverontreinigingen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke, waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan.

12

Ten tijde van de aanleg van het schoolgebouw in het

e

laatste kwart van de 20 eeuw zal de bovengrond geroerd zijn om het perceel bouwrijp te maken en zullen de funderingen van het schoolgebouw de grond dieper ( tot een onbekende diepte) verstoord hebben.

12

www.bodemloket.nl, http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

14 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

2.4

Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS III) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd en in aanvulling daarop de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Rijnwaarden, achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst). Op1 januari 2018 is de gemeente Rijnwaarden opgenomen in de gemeente Zevenaar.

Voor het plangebied geldt op basis van de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Rijnwaarden een hoge archeologische waarde (Afbeelding 2.4.1). Deze hoge verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van de oeverwal van de Waal en mogelijk de oeverwal van de Herwen die in de ondergrond aanwezig kan zijn.

Afbeelding 2.4.1: Het plangebied, zwarte rechthoek, geprojecteerd op de Archeologische Verwachtingskaart van de voormalige gemeente Rijnwaarden, de rode kleur betreft hier een zone met Hoge archeologische verwachting.

13

2.4.1 Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen in (de nabijheid van) het plangebied Er zijn in (de nabijheid van) het plangebied, binnen een straal van 200 m, in ARCHIS III geen gegevens bekend aangaande archeologische monumenten, waarnemingen en/of onderzoeksmeldingen. Er is informatie

13

Buesink 2011

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

15 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012 14

bekeken van drie verder gelegen onderzoeken. Het betreft hier onderzoeksmeldingen 2117026100 , 15

16

2117253100 , 2328397100 . Het betreft hier alle drie IVO-V onderzoeken. Enkel bij het laatste onderzoek ten behoeve van de aanleg van een industrieterrein ten zuiden van de Boterdijk was er een middelhoge verwachting vastgesteld voor de dieperliggende Kreftenheye afzettingen (> 3 m –Mv). Bij de aanleg van dit industrieterrein gingen de verstoringen niet zo diep en heeft er geen vervolgonderzoek plaatsgevonden. In de afdekkende Echteld afzettingen is onderscheid gemaakt tussen de dieperliggende Herwen afzettingen en de hierop aangetroffen Waal-afzettingen. Hier zijn ook geen archeologische indicatoren aangetroffen.

De lokale heemkundige kring is benaderd om meer informatie te verkrijgen echter is er geen reactie verkregen.

Afbeelding 2.4.2: Overzicht van de monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen.(Bron: Archis 3).

14

Fijma 2006

15

Hesseling & Fijma 2006

16

Goossens 2012

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

16 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

2.5

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand gegevens is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze is weergegeven in tabel 2.5.1.

Op basis van de Gemeentelijke beleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische waarde.

Het plangebied ligt op de stroomgordel Waal, meer specifiek op een oeverwal, mogelijk is er ook nog een oudere oeverwal van de stroomgordel Herwen of Lobith in de ondergrond aanwezig. Sinds de Romeinse tijd is dit een goede woonlocatie en sporen en nederzettingen vanaf deze periode kunnen hier verwacht worden vanaf het maaiveld tot ca. 200 cm beneden Maaiveld.

De verwachting is dat ca. de bovenste 30 cm zeker verstoord zal zijn tijdens het bouwrijp maken van het e

plangebied ten behoeve van de aanleg van de woonwijk in het laatste kwart van de 20 eeuw. Ter hoogte van het schoolgebouw zal de verstoring dieper zijn. Het is echter onbekend hoe diep precies.

Periode

Verwachting

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

Laat-

middelhoog

Bewoningssporen: tijdelijke

>200 cm -Mv

Paleolithicum –

kampementen

IJzertijd

Mobilia: vuursteen artefacten, haardkuilen

Romeinse tijd Nieuwe tijd

hoog

Bewoningssporen: (semi permanente)

vanaf maaiveld tot ca 200

nederzettingen, sporen van

cm -Mv

agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen Tabel 2.5.1: Gespecificeerde archeologische verwachting.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

17 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

3

Inventariserend Veldonderzoek

3.1

Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek

17

een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten 2

minste 6 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 4000 m groot is, zijn verspreid over het plangebied (afb. 3.1.1) in totaal 4 boringen gezet. De boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een meetlint, de hoogte van het maaiveld waar de boringen zijn uitgevoerd zijn bepaald aan de hand van de AHN.

Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont met een minimale diepte van 1,5 m –Mv en een maximale diepte van 2,2 m -Mv. Het opgeboorde sediment is geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 19

bodemkundig

18

en

geïnterpreteerd.

Fig. 3.1.1: Boorpuntenkaart geprojecteerd op de huidige topografische ondergrond.

17

SIKB 2006.

18

Nederlands Normalisatie-instituut 1989.

19

De Bakker en Schelling 1989.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

18 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

3.2

Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De laagopeenvolging aan de hand van de boorprofielen

20

is als volgt samengevat. De basis wordt gevormd

door het pakket dat is genummerd als 3 bestaand uit meerdere lagen, waarvan de basis bestaat uit een kalkhoudend tot kalkrijk pakket lichtgrijs tot lichtbruingrijs zwak siltig, matig fijn zand. Het kan worden geïnterpreteerd als beddingzand. Het gaat naar boven over in siltiger zand en de top bestaat uit zandig leem en in boring 3 uit zandig uiterst siltige klei (dat lemig aanvoelt). Het zand, de leem en de klei zijn kalkrijk. In boring 3 is er sprake van afwisseling van meer en minder siltig zand, maar ook met een globale trend van een in de hoogte fijner wordend pakket (fining upwards sequentie). Het betreft hier beddingafzettingen. De basis van het pakket sterk zandige leem of uiterst siltig zand, dat lemig aanvoelt, op het zandpakket ligt nabij boring 3 op circa 12,1 m +NAP en op circa 12,5 m +NAP bij boring 1 in het noordelijke deel. De top van dat lemige pakket varieert van circa +12,6 m NAP bij boring 3 tot +12,9 m NAP bij boring 1. Het betreft hier oeverafzettingen. Hierop is pakket 2 aangetroffen bestaande uit meerdere lagen. Het betreft hier een kalkrijk pakket lichtbruin tot donkerbruin zand dat in de hoogte overgaat in sterk zandige leem en steeds humeuzer word. De overgang naar het onderliggende pakket is scherp in boringen 2 en 3 en geleidelijk in boring 1.

Het betreft hier oeverafzettingen waarin bodemvorming heeft plaatsgevonden, in boringen 1 en 3 ook een B-horizont waargenomen dat echter ook sporen van verstoring vertoond.. In boring 4 ontbreekt het twee pakket en wordt pakket 3 afgedekt door een 50 cm dikke matig humeuze en sterk zandige kleilaag. Het betreft hier waarschijnlijk de basis van een recente verstoring, gerelateerd aan de bouw van het schoolgebouw. De humeuze kleilaag wordt afgedekt door een 90 cm dikke zandlaag, waarin een dunne kleilaag aanwezig is. Dit zandpakket is recent opgebracht. Op de boorlocatie 4 is er dus sprake van een relatief grote recente bodemverstoring dat aangeeft dat ter hoogte van het schoolgebouw het plangebied sterk verstoord is gezien de locatie direct naast het gebouw.

De bouwvoor (pakket 1) is hierop aangetroffen en bestaat uit een donkerbruin matig humeus, matig fijn, matig siltig zand, de bouwvoor was slechts gemiddeld 20 cm dik.

Ter illustratie is in afbeelding 3.2.1 een gefotografeerde boring weergegeven en in afbeelding 3.2.2 een profiel van de boringen

Geologisch gezien behoren alle afzettingen tot de Formatie van Echteld. Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye zijn niet waargenomen en zullen nog dieper in de ondergrond aanwezig zijn.

20

bijlage 2

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

19 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Fig. 3.2.1: Boring 1 met in blauwe cijfers de dieptes aangegeven..

Fig. 3.2.1: Het profiel van de boringen

3.3

Archeologische indicatoren Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Er is op een diepte van 60 cm –Mv in boring 1 een spikkel houtskool waargenomen, maar deze is hier waarschijnlijk door bioturbatie gekomen. .

3.4

Archeologische interpretatie De bodem van het plangebied bestaat onder de moderne bouwvoor en de recente opgebrachte zandlaag tot circa 2 m -mv uit twee natuurlijke pakketten. Het diepste is pakket 3 dat bestaat uit een laag zand dat wordt afgedekt met een laag zandige leem en uiterst siltig zand. De top van dit pakket golft en vermoedelijk is er sprake van een kronkelwaardreliëf dat was gevormd in een binnenbocht. Jan Verhagen (2014 en 2018) bespreekt de ontwikkelingen in de loop van oude rivierlopen bij Herwen en Lobith. De afzettingen van dit pakket

kunnen

derhalve

worden

toegewezen

aan

de

die

van

de

stroomgordel

van

Lobith

(stroomgordelnummer 637, Cohen et al., 2012). De afzettingen zijn niet direct gedateerd, maar de relatieve © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

20 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

datering van de afzettingen van die stroomgordel is circa 2000-1500 BP. De stroomgordel was dus vermoedelijk actief in de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen.

Het hierop aangetroffen pakket 2, dat bestaat uit lagen zand en sterk zandige leem kan worden geïnterpreteerd als oeverafzettingen van de Waal. De stroomgordel van de Waal (nummer 175; Cohen et al., 2012) is ruim 2000 jaar actief, maar zal binnen het plangebied op zijn vroegst na 1500 BP actief geworden zijn. Gezien de grofheid van het sediment lag het plangebied tijdens de vorming van het pakket nabij een actieve geul. Mogelijk is dat de loop ten westen van de bebouwde kom van Lobith zoals zichtbaar is op een kaart van 1539 (Verhagen, 2018). Deze geul kan afzettingen hebben gevormd in het plangebied tot de bedijking in de hoge middeleeuwen en/of bij eventuele latere dijkdoorbraken. De vorming van het tweede pakket had een egaliserend effect op het onderliggende landschap omdat de lage delen van pakket 3 werden opgevuld. Pakket 1 zelf is antropogeen meer of minder (modern) geëgaliseerd.

In de top van pakket 3, het onderste pakket met oever- op beddingafzettingen vermoedelijk van de stroomgordel Lobith, kunnen gezien de veronderstelde datering van de sedimenten eventuele archeologische waarden voorkomen vanaf de Romeinse tijd tot en met de Middeleeuwen. Echter, er is geen bodemvorming herkend, waardoor de archeologische verwachting hier naar laag kan worden bijgesteld. Bovendien is een deel van het plangebied relatief diep verstoord geraakt, tot in de beddingafzettingen. In de top van pakket 2 is bodemvorming waargenomen, direct onder de bouwvoor is een B-horizont aangetroffen in boring 1 en 3, deze vertoont echter sporen van verstoring..

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

21 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

4

Conclusies en aanbevelingen

4.1

Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum en nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de IJzertijd. Voor de Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd gold een hoge verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting.

4.2

Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen 

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De ondergrond bestaat uit kleiige oeverafzettingen op zandige beddingafzettingen behorende tot de stroomgordel Lobith die tussen 2000 en 1500 BP actief was. Hierop zijn zandige oeverafzettingen aangetroffen behorende tot de stroomgordel Waal die vanaf 2000 BP actief was., maar zal binnen het plangebied op zijn vroegst na 1500 BP actief geworden zijn. De afzettingen van Kreftenheye zijn niet aangetroffen binnen 2,2 m –Mv en worden niet bedreigd door de ontwikkelingen..

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig? Ondanks dat het verkennende booronderzoek niet tot doel had archeologische vindplaatsen op te sporen zijn in geen van de boringen indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.

Op grond van de beantwoording van de bovenstaande vraag zijn de twee onderstaande onderzoeksvragen niet meer van toepassing. 

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden? Niet van toepassing

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? Niet van toepassing

In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, de diepere afzettingen waar resten uit de Romeinse tijd tot en met de Vroege Middeleeuwen actief waren (oeverafzettingen van de stroomgordel Lobith) zijn hoogstwaarschijnlijk geërodeerd en vertonen daarnaast geen sporen van bodemvorming. De hierop liggende jongere afzettingen van de stroomgordel Waal vertonen sporen van bodemvorming, maar ook sporen van verstoring van dit traject. Daarnaast uit historische informatie geen aanleiding om archeologische resten te verwachten. Derhalve wordt verwacht dat archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

22 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

De

hoge

archeologische

verwachting

die

voor

het

plangebied

uit

het

bureauonderzoek

voor

nederzettingssporen van de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Voor de niet aangetroffen afzettingen van Kreftenheye die nog dieper zullen liggen blijft de verwachting middelhoog, deze afzettingen worden ook niet bedreigd door de voorgenomen ontwikkelingen..

4.3

Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.

Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Zevenaar). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. In het geval van een toevalsvondst kan dit het eenvoudigst aan de gemeente worden gedaan om zo aan de wettelijke verplichting te voldoen.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

23 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Bronnen Literatuur

Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.

Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen.

Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen.

Buesink, A, et.al. 2011: Gemeente Rijnwaarden, Archeologische verwachtings- en beleidskaart. BAAC rapport V-11.0202, ‘s-Hertogenbosch Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012: Rhine-Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography, Utrecht University.

Fijma, P., 2006: Archeologisch onderzoek Tragelweg te Lobith. Grontmij Archeologische Rapporten 215, Assen.

Goossens, E., 2012: Plangebied Bedrijventerrein Heteren, gemeente Overbetuwe; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). RAAP-rapport 2565, Weesp.

Hesseling, I. & P. Fijma, 2006. Archeologisch onderzoek Geerlingshofstraat te Lobith. Grontmij Archeologische Rapporten 286. Assen.

Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten

Nederlands

Normalisatie-instituut,

1989:

NEN

5104

Geotechniek

-

Classificatie

van

onverharde

grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft.

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (aanvulling op de KNA 3.1). SIKB, Gouda.

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2016: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.0. SIKB, Gouda. Verhagen, J.G.M., 2014: Archeologie en geomorfologie van de stroomgordel van Herwen – Meinerswijk. Beschrijving van de archeologie en geomorfologie van het gebied van de Oude Rijn en Neder-Rijn (het gedeelte van de Rijn tussen Lobith en Driel). JVA rapport nummer 2, Zevenaar.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

24 van 25

Project:

Nieuwe Komstraat 19 te Lobith. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek

Projectnummer: S190012

Verhagen, J.G.M., 2018: Bureauonderzoek Herwen – Bijllandse Waard, kleiwinningslocaties, t.b.v. kleiwinning steenfabriek Tolkamer BV. JVA rapport nummer 11, Zevenaar.

Kaarten ANWB 2007: Topografische Atlas van Gelderland, schaal 1:25.000. Den Haag. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: Rhine-Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physiscal Geography. Utrecht University. Digital Dataset. http://persistent-identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13-nqjn-zl

Topografische Dienst, 1998: Topografische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Emmen.

Uitgeverij Nieuwland, 2005: Grote Historische Atlas van Gelderland, circa 1905, schaal 1:25.000. Tilburg.

Uitgeverij 12 Provinciën, 2006/2007: Atlas van Topografische kaarten. Nederland 1955-1965, schaal 1:50.000. Landsmeer.

Wolters Noordhoff Atlasproducties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland; 3 Oost Nederland 1830– 1855, schaal 1:50.000. Groningen.

Internet (geraadpleegd februari en april 2019) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http://code.waag.org/buildings www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.topotijdreis.nl http://www.gelderland.nl/kaartenencijfers http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

25 van 25

Bijlage 1:

Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Ouderdom in jaren

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen

1

11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr. 1950

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

Atlanticum warm vochtig

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Bijlage 3:

Boorprofielen

0

Kolom:

LOB-01

Kolom:

LOB-02

Kolom:

LOB-03

X: Y:

205011,00 430604,00

X: Y:

205019,00 430576,00

X: Y:

205981,00 430564,00

Referentievlak:

13,37

Referentievlak:

13,43

Referentievlak:

13,32

Datum:

04-03-2019

Datum:

04-03-2019

Datum:

04-03-2019

1337

1327

gras Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, donkerbruin, spoor grind tot circa 5 mm, modern geroerd, 1A(a)p-horizont, kalkrijk

0

gras Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, donker bruingrijs, modern geroerd, 1Ap1-horizont, kalkrijk

0

1332

gras Zand, zeer fijn, uiterst siltig, matig humeus, donkerbruin, modern geroerd, kalkrijk, 1Ap-horizont

1322

Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, modern geroerd, spoor grind tot circa 8 mm, 1A/Bp-horizont, kalkrijk

25

1343

Leem, sterk zandig, zwak humeus, beigebruin, deels uiterst siltig zeer fijn zand, spoor grind tot circa 5 mm, verbruind, mogelijk afgetopt en deels modern geroerd, kalkrijk, 1Bp-horizont

1328

Leem, sterk zandig, zwak humeus, donkerbruin, spoor grind tot circa 1 cm, stukje plastic, modern geroerd, 1Ap2-horizont, kalkrijk 25

25 1313

1302 1301

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, mogelijk modern geroerd, 1AB-horizont, kalkrijk 1292

50

1267 1266

Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, spoor grind tot circa 5 mm, mogelijk modern geroerd of bioturbatie, 1B-horizont, 50 kalkrijk Zand, zeer fijn, uiterst siltig, laagjes leem, zwak roesthoudend, licht grijsbruin, intact, laagje matig siltig zand, spikkel houtskool, oeverafzetting, lagen worden globaal gezien fijner in de hoogte, met grovere lagen ertussen, 1BC-horizont, kalkrijk Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, oeverafzetting, mogelijk afgezet bij een overstroming, 1BC-horizont, kalkrijk

75

1252 1251

1298

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, scherpe bovengrens, deels matig siltig zand, deels niet-humeus zand, matig slecht sorteerd zand, vermoedelijk moderne bioturbatie, 2C1-horizont, kalkhoudend Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, lichtoranje, scherpe bovengrens, intact, beddingzand, 2C2g-horizont, kalkrijk

50 1277

1267

1273

Leem, sterk zandig, bruin, scherpe bovengrens, matig stevig, 3ACb1-horizont, kalkrijk

75

75

Leem, sterk zandig, laagjes zand, sporen roest, donkerbruin, grindje van circa 3 mm, vermoedelijk 2ACb-horizont, kalkrijk

1247

Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 2C1-horizont, kalkrijk 100 1232

1227

Zand, zeer fijn, matig siltig, lichtbruin, deels sterk siltig zand, overgangslaag, grover in de diepte, 2C2-horizont, kalkrijk

1237

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, deel matig siltig zand, top pakket beddingafzettingen, kalkrijk

Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, slecht gesorteerd zand, spoor grind tot circa 4 mm, beddingzand of oever nabij actieve geul, nieuwe fase van afetting, kalkrijk, 1C2-horizont Klei, uiterst siltig, lichtgrijs, scherpe bovengrens, stevig, top fining upwards sequentie, kalkrijk, 2ACb1-horizont Leem, sterk zandig, matig roesthoudend, licht oranjebruin, kalkrijk, 2ACb1-horizont Zand, zeer fijn, uiterst siltig, laagjes leem, sporen roest, licht grijsbruin, enkele laagjes met sterk siltig zand, kalkrijk, 2Cg-horizont

100

1228

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, matig goed gesorteerd zand, beddingzand, kalkrijk 125

1257

Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbruin, scherpe bovengrens, spoor grind tot 2 cm (platte vorm), beddingzand, kalkrijk, 1C2-horizont

125

1218

Zand, zeer fijn, sterk siltig, lichtbruin, deels uiterst siltig zand, overgangslaag, 3AC2-horizont, kalkrijk Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht bruingrijs, 3C1-horizont, kalkrijk

1212

Zand, zeer fijn, sterk siltig, licht beigegrijs, spoor schelpresten (gruis), kalkrijk

125 1202

Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen roest, licht bruingrijs, enkele leemlaagjes, kalkrijk 1197

1203

Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, spoor schelpresten (gruis), kalkrijk 150

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, 3C2-horizont, kalkhoudend 150

1193

150 1177

1172

1167

1167

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, enigszins grover dan bovenliggende laag, kalkhoudend

175

175

1157

1152

Zand, zeer fijn, uiterst siltig, laagjes leem, matig roesthoudend, licht oranjegrijs, kalkrijk Zand, zeer fijn, matig siltig, licht bruingrijs, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, licht beigegrijs, kalkrijk Zand, zeer fijn, uiterst siltig, matig roesthoudend, oranjebruin, restbedding, kalkrijk Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, bedding, kalkrijk, kalkrijk

200

1137

200

1112

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=3bce5a69-e139-4529-a683-edc96d9f1ac3