CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. 1292992 - TAM-omgevingsplan Mercurion 34 Zevenaar - Motivering

Commissie Ruimte 20 mei 2026, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/25/504052 TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22f Mercurion 34 Zevenaar’23.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Mercurion 34 Zevenaar

Gemeente Zevenaar

Projectnummer: 3609.02 Datum: 30-03-2026

Inhoudsopgave Motivering Hoofdstuk 1 1.1 1.2

7 7 7 8 8 8 10 11 13 13 14 19 19 19 23 23 23 26 30 34

Goede omgevingskwaliteit

35

Ladder voor duurzame verstedelijking Stedenbouw Welstand Mobiliteit en parkeren Openbare ruimte Cultureel erfgoed Groen, bomen en landschap Natuur Nutsvoorzieningen, kabels en leidingen Milieuzonering

35 35 37 39 42 43 44 44 50 50

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

Beleid en regelgeving

Algemeen Rijk Provincie Gemeente Waterschap

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10

Toekomstige situatie

Functionele ontwikkeling Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Huidige situatie

Ontstaansgeschiedenis Ruimtelijke en functionele structuur

Hoofdstuk 4 4.1 4.2

Aanleiding

Aanleiding Projectgebied Strijdigheden met het omgevingsplan Voorbereiding

Hoofdstuk 3 3.1 3.2

Inleiding en leeswijzer

TAM- IMRO Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4

3

Veilige en gezonde fysieke leefomgeving

Water Bodem Geluid Luchtkwaliteit Geur

52 52 54 55 58 59

5

7.6 7.7 7.8 7.9 7.10 7.11 7.12 7.13

Omgevingsveiligheid Licht Windhinder Trillingen Beschermen van de gezondheid Duurzaamheid en klimaatadaptatie M.e.r.- beoordeling Lichthinder kunstmatig licht

Hoofdstuk 8 8.1 8.2

Beoordeling Conclusie

Hoofdstuk 9 9.1 9.2

Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal

Proces

Wettelijke procedure Advies en instemming vooroverlegpartners

60 62 64 64 64 65 66 68 69 69 69 70 70 70

Hoofdstuk 10 Eindconclusie

72

10.1 10.2

72 72

Beoordeling Conclusie

6

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding en leeswijzer

TAM- IMRO

Het TAM-IMRO Omgevingsplan is een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) die kan worden gebruikt in de periode dat onderdelen van het DSO nog niet (optimaal) werken of gebruikt kunnen worden omdat de plansoftware van de gemeente nog niet alle benodigde functies biedt of omdat er te weinig tijd is geweest om ermee te oefenen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de techniek voor planvorming zoals gebruikt onder de Wet ruimtelijke ordening (inmiddels vervallen) tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening Ruimtelijkeplannen.nl. Een TAM-IMRO omgevingsplan wordt alleen gebruikt om een ontwikkeling mogelijk te maken als niet van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA, betreft een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningsvrij voor bouwen is) gebruik gemaakt kan worden. In Hoofdstuk 2 wordt hierop nader ingegaan. Juridisch gezien is een TAM-IMRO plan aan te merken als een wijziging van het omgevingsplan en moet daarom ook voldoen aan de eisen van de Omgevingswet. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan gaat juridisch één geheel vormen met het gemeentelijke omgevingsplan. Dit TAM-IMRO omgevingsplan wordt als een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan gevoegd.

1.2

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk, Hoofdstuk 1, vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat de aanleiding voor het opstellen van dit plan. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving en analyse van de huidige situatie. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de toekomstige situatie, de beoogde ontwikkeling. Hoofdstuk 5 bevat de beoordeling ten aanzien van algemeen beleid en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. In Hoofdstuk 6 (goede omgevingskwaliteit) en Hoofdstuk 7 (veilige en gezonde fysieke leefomgeving) wordt ingegaan op de effecten van de ontwikkeling in relatie tot de bescherming van de fysieke leefomgeving. Afgesloten wordt met een concluderend Hoofdstuk 8, Hoofdstuk 9 en Hoofdstuk 10 waarin wordt aangegeven onder welke voorwaarden de aanvraag voldoet aan de wettelijke en beleidsmatige kaders.

7

Hoofdstuk 2 2.1

Aanleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens op het perceel aan de Mercurion, naast nummer 36, een (zorg-)wooncomplex te realiseren. In het (zorg-)wooncomplex worden 56 zorgappartementen en 18 reguliere huurappartementen gerealiseerd. Deze ontwikkeling is niet rechtstreeks mogelijk op grond van het omgevingsplan. Tevens is in het omgevingsplan is geen binnenplanse mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken. De gemeente Zevenaar kiest ervoor om qua systematiek zoveel mogelijk aan te sluiten bij het bestemmingsplan. Het TAM-Omgevingsplan sluit hier het beste bij aan. De gemeente Zevenaar wil daarom medewerking verlenen aan de ontwikkeling door een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen. Aan een dergelijke wijziging kan alleen medewerking worden verleend als deze in ieder geval voldoet aan: de doelen van de Omgevingswet (zie artikel 1.3 en 2.1, lid 1, Omgevingswet); de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (zie artikel 4.2, Omgevingswet); de instructieregels over het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); de instructieregels over het omgevingsplan uit de omgevingsverordening van Provincie Gelderland; de instructies (instructiebesluiten) van Rijk over het omgevingsplan. De onderbouwing dat de beoogde ontwikkeling hieraan voldoet is opgenomen in voorliggend document.

Daar waar in dit document gesproken wordt over de wijziging van het omgevingsplan, wordt bedoeld de wijziging van het omgevingsplan met toepassing van de tijdelijke alternatieve maatregel op basis van de IMRO-standaard.

2.2

Projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Mercurion, naast nummer 36. Kadastraal staat het gebied bekend als: nummer 4856, sectie K, kadastrale gemeente Zevenaar. Het projectgebied is gelegen op kantorenpark Mercurion aan de noordzijde van Zevenaar. Het projectgebied heeft een omvang van 2.945 m² en bestaat in de huidige situatie uit een grasveld met bosschages. Op de volgende afbeeldingen zijn de globale ligging en ligging in de directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit TAM-Omgevingsplan.

8

Globale ligging projectgebied

Globale begrenzing projectgebied

In de directe omgeving van het gebied zijn aan de noordwestelijke zijde van het projectgebied bedrijven gevestigd. Ten oosten van het projectgebied ligt een fietsverbinding met aan de overzijde een basisschool en parkeerplaats. In zuidelijke richting bevindt zich een groenstructuur met daarin een fietsverbinding. Aan de overzijde van deze fietsverbinding bevinden zich woningen. Tevens bevindt zich aan de noordoostzijde een sportpark met tennis- en padelbanen.

9

2.3

Strijdigheden met het omgevingsplan

2.3.1

Projectgebied

Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de Erfgoedverordening en de Geurverordening en de bruidsschat. Hierna wordt per aspect de ontwikkeling getoetst op strijdigheden. Voor het projectgebied geldt het 'Omgevingsplan gemeente Zevenaar'. Onderdeel van dit omgevingsplan zijn de bruidsschatregels en de bestemmingsplannen. De bruidsschatregels zijn voormalige rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn komen te vervallen en in het omgevingsplan van de gemeente zijn opgenomen. Alle (voorheen of op 31 december 2023) geldende bestemmingsplannen zijn per 1 januari 2024 van rechtswege onderdeel geworden van het 'Omgevingsplan gemeente Zevenaar'. Ter plaatse van het projectgebied zijn nog geen specifieke regelingen opgenomen in het omgevingsplan. Daarom geldt het bestemmingsplan 'Mercurion' dat op 29 mei 2013 is vastgesteld door de raad van de gemeente Zevenaar. Op grond van het vigerend bestemmingsplan kent het projectgebied de bestemming 'Gemengd'. De gronden met de bestemming 'Gemengd' zijn bestemd voor het uitvoeren van bedrijfsmatige activiteiten, kantoren, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Ter plaatste van het projectgebied is een bouwvlak opgenomen.

Binnen het opgenomen bouwvlak is een maximaal bebouwingspercentage van 40%, een maximale bouwhoogte van 9 meter en een minimale bouwhoogte van 6 meter opgenomen. Tevens heeft het projectgebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' en is de functieaanduiding 'Specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting' opgenomen. Ter plaatste van deze functieaanduiding is het verboden om bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,5 meter uit te voeren of te laten uitvoeren zonder een omgevingsvergunning. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het vigerend bestemmingsplan weergegeven. Het projectgebied is hierop globaal met een gele belijning aangegeven.

Uitsnede bestemmingsplan 'Mercurion'

10

2.3.2

Strijdigheden met het omgevingsplan van rechtswege

Zoals in voorgaande subparagraaf benoemd heeft het projectgebied op grond van het vigerend bestemmingsplan 'Mercurion' de bestemming 'Gemengd'. Ten aanzien van de ruimtelijke bouwactiviteiten zijn er de volgende strijdigheden met het omgevingsplan geconstateerd: Binnen de bestemming 'Gemengd' is wonen niet toegestaan. De beoogde ontwikkeling is hiermee in strijd met het Omgevingsplan. Ter plaatse van de bouwactiviteiten is een maximale bouwhoogte van 9 meter opgenomen. Met de voorliggende ontwikkeling wordt de bouwhoogte overschreden. De beoogde ontwikkeling is hiermee in strijd met het Omgevingsplan. Ten aanzien van de wijziging van het omgevingsplan voor voorliggend initiatief, is de gemeente Zevenaar het bevoegd gezag om een besluit te nemen. In het omgevingsplan zelf is geen mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit medewerking te verlenen aan de beoogde ontwikkeling.

2.4

Voorbereiding

2.4.1

Conceptaanvraag

Voordat initiatiefnemers een definitief verzoek om wijziging van het omgevingsplan indienen, kan er eerst vooroverleg worden gevoerd met de gemeente. De gemeente beoordeelt dan of het plan op hoofdlijnen aansluit op de maatschappelijke behoeften en of de fysieke leefomgeving voldoende beschermd blijft. Dit leidt tot een formele beoordeling van het plan in de vorm van een reactie op een conceptaanvraag. Beoordeling Voor de beoogde ontwikkeling is voorafgaand aan de definitieve aanvraag omgevingsvergunning is een conceptaanvraag ingediend. Op 6 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders een positieve grondhouding aan genomen over de conceptaanvraag. Hiermee kan het proces worden gestart om te komen tot realisatie. Hiervoor moet een Omgevingsplan opgesteld worden, waarvoor benodigde onderzoeken worden uitgevoerd. Dit TAM-Omgevingsplan voorziet in de eisen uit de conceptaanvraag. Hiervoor is nadere toetsing niet noodzakelijk. 2.4.2

Participatie

Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Ook bij de wijziging van het omgevingsplan hecht de gemeente veel waarde aan een goed participatietraject. Participatie vindt in de regel plaats in aanloop naar de publicatie van een ontwerp-omgevingsplan: op die manier worden belanghebbenden in een vroegtijdig stadium betrokken en kunnen de verschillende belangen en wensen worden betrokken bij de te maken afweging. Wettelijk kader Participatie door de initiatiefnemer bij de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan is niet wettelijk vereist. Wel dient in het vaststellingsbesluit staan of en hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken heeft. En ook wat de gemeente met de resultaten heeft gedaan. Dit staat in artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit. Wie de gemeente bij de vroegtijdige participatie betrekt of laat betrekken, hangt af van het type omgevingsplanwijziging, de aard, de omvang en de invloed op de fysieke leefomgeving voor

11

belanghebbenden. Beleid en verordeningen De gemeenteraad van Zevenaar heeft een dergelijke lijst op 21 september 2022 vastgesteld. In dezelfde raadsvergadering is de participatieleidraad 'Zevenaar voor een goede omgevingsdialoog onder de Omgevingswet' vastgesteld. Daarin wordt aangegeven op welke manier in Zevenaar uitvoering gegeven wordt aan participatie voor alle ruimtelijke ontwikkelingen (dus ook de niet wettelijk verplichte). De formele wettelijke procedures (zienswijze, bezwaar en beroep) worden niet vervangen door participatie. Meer informatie over deze wettelijke procedures is te vinden in hoofdstuk 8 (proces). In de participatieleidraad wordt gebruik gemaakt van de 'participatietrap' om per project of plan de juiste participatieaanpak te bepalen. In deze trap zijn verschillende opties, ook wel de gespreksdoelen, van participatie weergegeven: Informeren Inventariseren Verdiepen Samen doen Per initiatief wordt beoordeeld welk gespreksdoel het meest voor de hand ligt. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan de impact die de ontwikkeling heeft op de omgeving door bijvoorbeeld de omvang of de aard van de activiteit, politieke gevoeligheid, te verwachten zienswijzen etc. Grote initiatieven zijn ontwikkelingen waarbij meerdere (tegengestelde) belangen spelen.

Beoordeling De informatieavond vond plaats op woensdagavond 29 januari 2025 van 19.00 – 20.00 uur bij Zevenaardig aan de Voltastraat 45 in Zevenaar. De genodigden konden zich vooraf per mail aanmelden. In de ruimte waren diverse informatiepanelen opgesteld met daarop een presentatie van de plannen. Deze plannen bestonden uit het architectonische ontwerp van het (zorg-)wooncomplex, almede de inrichting van het bijbehorende terrein. Door de initiatiefnemer en de architect werden de plannen, op verzoek, nader toegelicht. Er was positieve en kritische feedback, maar er werd op een prettige en constructieve wijze met elkaar gediscussieerd. Een volledig participatieverslag is bijgevoegd als Bijlage 1. Conclusie In het kader van de totstandkoming van het ontwerp-omgevingsplan is vorm gegeven aan de eis tot participatie (artikel 10.2, lid 2 Omgevingsbesluit). Dit is wel conform het vereiste niveau van de 'participatietrap' in de participatieleidraad van de gemeente Zevenaar. Het aspect participatie vormt daarmee geen belemmering voor de haalbaarheid van het project.

12

Hoofdstuk 3 3.1

Huidige situatie

Ontstaansgeschiedenis

Het gebied bestond oorspronkelijk uit weilanden in een orthogonale verkavelingsstructuur. Op de topografische kaart uit 1950 zien we de Hunneveldweg wat destijds nog een doorgaande autoverbinding was.

Topografische kaarten 1950 (bron: www.topotijdreis.nl)

Door de jaren heen groeit Zevenaar in noordelijke richting. De woningbouw ten zuiden van de locatie is op de topografische kaart van 1980 voor het eerst zichtbaar. Vlak daarna volgt ook de bouw van het ziekenhuis en de sporthal op het bedrijventerrein Mercurion. De Hunneveldweg wordt een langzaam verkeersverbinding.

Topografische kaarten 1980 (bron: www.topotijdreis.nl)

Inmiddels is een groot deel van het bedrijventerrein bebouwd met kantoren, een school en sportvelden. Er zijn nog een aantal open ruimtes te vinden die nooit zijn bebouwd, waaronder ook het

13

projectgebied.

Topografische kaarten 2023 (bron: www.topotijdreis.nl)

Tevens is er door Buro Ontwerp & Omgeving een stedenbouwkundige analyse gemaakt waarin de historie van het projectgebied nader is uitgewerkt. Voor de stedenbouwkundige analyse wordt verwezen naar Bijlage 3.

3.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het projectgebied is gelegen op voormalig Technopark, thans kantorenpark Mercurion aan de noordzijde van Zevenaar. Het kantorenpark is ontwikkeld als werkomgeving in een parkachtige structuur, waarbij de openbare ruimte samen met een groene buitenruimte en kwalitatieve bebouwing op uitgeefbare grond elkaar versterken tot een hoogwaardige omgeving. Het projectgebied heeft een omvang van 2.945 m² en bestaat in de huidige situatie uit een grasveld met bosschages. Aan de noordwestelijke zijde van het projectgebied bevinden zich bedrijven. Ten oosten van het projectgebied ligt een fietsverbinding met daarachter een basisschool en parkeerplaats. In zuidelijke richting bevindt zich een groenstructuur met daarin een fietsverbinding. Aan de overzijde van deze fietsverbinding bevinden zich woningen. Tevens bevindt zich aan de noordoostzijde een sportpark met tennis- en padelbanen. Er is door Buro Ontwerp & Omgeving een stedenbouwkundige analyse gemaakt waarin het groen en bebouwing van het projectgebied nader is uitgewerkt. Voor de stedenbouwkundige analyse wordt verwezen naar Bijlage 3. Groen Het projectgebied is open met sterke groene randen. In zuidelijk richting grenst het aan een belangrijke doorlopende groenstructuur, bestaande uit een bomenlaan met daaronder bosschage.

Deze groenstructuur is een belangrijke groene buffer tussen het bedrijventerrein en de woonwijk ten zuiden van het projectgebied. De bosschage loopt door tot in het projectgebied. Voor de bouw van het appartementencomplex zal deze bosschage terug worden gebracht richting de erfgrens. Het projectgebied heeft momenteel een open en groene uitstraling. Het is gewenst deze groene uitstraling zoveel mogelijk te behouden. Waar nodig zullen enkele bosschages worden verwijderd.

14

Bebouwing In de omgeving van het projectgebied liggen grote, massieve bouwblokken met een strakke uitstraling, wat kenmerkend is voor een kantorenpark. De functies van deze gebouwen zijn in lijn met deze uitstraling en bestaan uit maatschappelijke voorzieningen en bedrijfsruimtes. De bouwblokken variëren in hoogte van één tot drie verdiepingen en zijn op een logische manier naar de straat georiënteerd. De achterkanten van de gebouwen zijn naar elkaar gericht. Een nieuw appartementencomplex, naar buiten georiënteerd, zou het stedenbouwkundige bouwblok kunnen afronden. Bij de positionering van het gebouw is het wenselijk om enige afstand tot de 'straatzijde' of 'voorzijde' (noordelijke en oostelijke perceelsgrens) te hebben. Dit is ook te zien bij de bestaande bebouwing. Het is wenselijk om minimaal 4m uit de perceelsgrens te blijven. Binnen deze zone zijn op hoogte wel balkons mogelijk. Daarnaast kan de rooilijn van naastgelegen gebouw worden aangehouden. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie en inrichting van de openbare ruimte in het projectgebied.

Vogelvluchtweergave huidige situatie projectgebied

15

Grasveld met bosschages op het projectgebied

16

Parkeerplaats grenzend aan het projectgebied

Fietspad aangrenzend aan projectgebied

17

Straatbeeld Mercurion

18

Hoofdstuk 4

Toekomstige situatie

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en weergegeven met afbeeldingen.

4.1

Functionele ontwikkeling

Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een (zorg-)wooncomplex met parkeervoorzieningen. In het (zorg-)wooncomplex worden 56 zorgappartementen en 18 reguliere huurappartementen gerealiseerd. Het huidige perceel is onbebouwd. Echter bevinden zich er wel enkele bosschages in het projectgebied, deze moeten terug gebracht richting de erfgrens om de realisatie van het (zorg-)wooncomplex mogelijk te maken. De doelgroep voor wie het (zorg-)wooncomplex wordt gerealiseerd is vastgelegd in de anterieure overeenkomst. De ontwikkeling geeft het huidige braakliggend terrein een kwaliteitsimpuls door het introduceren van een nieuwe functie. De leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit zal met het initiatief worden verbeterd waardoor de ontwikkeling als gewenst kan worden aangemerkt.

4.2

Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving

Momenteel bestaat het projectgebied uit een grasveld en kent geen overige functies. Om die reden wordt er nieuwe invulling aan het projectgebied gegeven door de realisatie van een (zorg-)wooncomplex met parkeervoorzieningen. Het perceel van circa 2.950 m2 wordt voor circa 40% bebouwd (1180 m2). Tevens worden er aan de voorkant 23 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd, met ruimte bij de entree van het complex voor twee invalide parkeerplaatsen. Daarnaast wordt er een berging en fietsparkeren gerealiseerd. Voor de ontwikkeling is een inrichtingsplan en een stedenbouwkundige analyse opgesteld. Het inrichtingsplan is als Bijlage 2 bijgevoegd. Tevens is de stedenbouwkundige analyse toegevoegd als Bijlage 3. Op de navolgende afbeelding wordt het inrichtingsplan voor het projectgebied weergegeven.

19

Inrichtingsplan toekomstige situatie

In de stedenbouwkundige opzet wordt rekening gehouden met de groene uitstraling door het appartementencomplex in te passen en de perceelsranden groen te houden. Daarnaast worden er met het initiatief bosschages terug gebracht richting de erfgrens. In het stedenbouwkundig ontwerp zijn daarom nieuwe bomen voorzien welke de te verwijderen bosschage zullen compenseren. Dit voor het behoud van de groene uitstraling en natuurwaarden. Op de navolgende afbeelding uit het inrichtingsplan met een gedetailleerde invulling van het perceel weergegeven.

20

Gedetailleerde invulling perceel

In het plan zijn diverse stedenbouwkundige uitgangspunten meegenomen, hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten: Groen: De groene uitstraling zoveel mogelijk behouden door het appartementencomplex groen in te passen en de perceelsranden groen te houden. De te verwijderen bosschages compenseren voor het behoud van de groene uitstraling en natuurwaarden. Bosschage onder ecologische begeleiding terugsnoeien (mits vergund). De te kappen bomen/bosschages zijn echter niet (ecologisch) waardevol. Overhangende boomkronen aan de westzijde dienen gerespecteerd te worden voor het behoud van een groene zone langs de perceelgrens. Hoge haag aan de noordzijde handhaven/versterken voor een groene scheiding langs de perceelgrens. Door de slechte infiltratie van regenwater (kleigronden/laagliggend gebied) dienen er aanvullende maatregelen te worden genomen, zoals een groen dak, opvang in de omgeving of aansluiting op het rioolsysteem. Bomen langs het fietspad aan de westzijde zijn structuurbepalend en worden te allen tijde behouden, ook wanneer zij zonlichtinval beperken; bij de verdere uitwerking wordt de bouwafstand hierop afgestemd. Aan de oostzijde wordt de beplanting waar mogelijk behouden en herplant wanneer deze de bouwfase niet overleeft.

Infrastructuur: Zoekgebied voor ontsluiting aan de oostelijke zijde bij de bestaande parkeerplaats en fietsverbinding, wat zorgt voor een goede aansluiting op de bestaande infrastructuur. Zoekgebied voor parkeren bij de ontsluiting, voor een duidelijke entree en vermindering van verharding op het perceel. Benutten van de naastgelegen bestaande parkeerplaatsen indien mogelijk/noodzakelijk.

21

Doortrekken van het trottoir vanaf de noordelijke zijde en langs de oostelijke zijde, en aansluiten op de bestaande voetgangersstructuur voor een verbeterde toegankelijkheid voor voetgangers en het tegengaan van olifantenpaadjes. Bebouwing: Aan de 'voorzijde' moet enige afstand tot de perceelsgrens worden gehouden. Deze zone kan groen worden ingericht om een groene overgang van openbaar naar privé te creëren. De rooilijn van naastgelegen gebouw moet aan de zuidzijde worden gehandhaafd. Hierdoor komt het toekomstige appartementencomplex in lijn met de bestaande bebouwing en blijft de groene buffer richting de woonwijk behouden. Bij de afronding van het stedelijk bouwblok is het belangrijk dat het gebouw rondom representatief is en zich onderscheidt in architectuur van de omliggende gebouwen, waarbij de noordelijke en oostelijke gevels de voorzijde vormen die gericht zijn op de openbare ruimte. De nieuwbouw bestaat uit meerdere volumes, met aan de westzijde maximaal drie bouwlagen en aan de oostzijde een hoogteaccent van maximaal zes bouwlagen. Hierdoor sluit het plan aan op de schaal van de omliggende bebouwing en krijgt het gebouw een minder massieve uitstraling. Zo ontstaat een geleidelijke overgang naar de omgeving. Voor een verdere toelichting hierover wordt verwezen naar Bijlage 3.

De bouwmassa krijgt een plat dak voor de mogelijke realisatie van een groen dak en zorgt voor aansluiting op de omgeving. Richting de school (oostzijde) is een set-back en/ of architectonische verbijzondering gewenst. Dit geeft het gebouw een minder massieve, vriendelijke uitstraling. Het zoekgebied voor de entree moet aansluiten op de parkeerplaats, voor een goede bereikbaarheid van de entree. Het gebouw onderscheidt zich in architectuur van de naastgelegen (kantoor)gebouwen, passend bij de woonfunctie. Binnen de buitenberging is een vaste, afsluitbare locatie gereserveerd voor de inzameling en tijdelijke opslag van bedrijfsafval van RIBW en Siza. De 30x30 betontegels worden doorgezet als trottoirverharding, waarmee de aansluiting op de bestaande openbare ruimte wordt gewaarborgd.

22

Hoofdstuk 5 5.1

Beleid en regelgeving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het algemene beleid en regelgeving van de drie overheidslagen (Rijk, provincie en gemeente) en het waterschap ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Op specifieke onderwerpen wordt in de hoofdstukken 6 (goede omgevingskwaliteit) en 7 (veilige en gezonde leefomgeving) nader ingegaan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn in afdeling 5.1 en 5.2 de instructieregels opgenomen die relevant zijn bij de wijziging van het omgevingsplan. Zoals ook opgenomen in paragraaf 2.1, dient bij de wijziging van een omgevingsplan ten minste gevolg te worden gegeven aan de volgende aspecten: de doelen van de Omgevingswet (zie artikel 1.3 en 2.1, lid 1, Omgevingswet); de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (zie artikel 4.2, Omgevingswet); de instructieregels over het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); de instructieregels over het omgevingsplan uit de omgevingsverordening van Provincie Gelderland; de instructies (instructiebesluiten) van Rijk en van Provincie Gelderland over het omgevingsplan. In Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7 van deze toelichting is nader onderbouwd dat - en op welke wijze - het plan zich verhoudt met deze elementen.

5.2

Rijk

5.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) speelt het Rijk in op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van circa 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI geeft richting door strategische keuzes te maken. Ook maakt de NOVI ruimte voor maatwerk in de regio en een gebiedsgerichte aanpak. Vier prioriteiten staan centraal: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. De NOVI maakt hierbij gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen.

23

Daarbij zijn de belangrijkste inhoudelijke keuzes: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; De transitie van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor omgevingskwaliteit; De transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee wordt gestuurd op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid en wordt het potentieel van heel Nederland benut. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit; Concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en daarmee behoud van openheid van het landschap; Op termijn herindeling van het landelijk gebied in goed evenwicht met natuur en landschap en werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw. Naast de NOVI zijn er vanuit het Rijk nog themagerichte structuurvisies en programma's: Nationaal Water Programma 2022-2027 Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 Structuurvisie Ondergrond Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 Programma Noordzee 2022-2027 Structuurvisie Windenergie op land Programma Energiehoofdstructuur Op nationale belangen geeft het Rijk hiermee sturing aan het inrichten van de fysieke leefomgeving.

De bovenlokale belangen worden door provincie en gemeente vertaald naar concrete besluiten. Dit gebeurt via de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Beoordeling initiatief Hoewel het project vanwege de kleine schaal niet van invloed is op NOVI-doelstellingen, levert het op lokaal niveau wél een positieve bijdrage. Met het initiatief wordt op zeer geringe schaal bijgedragen aan de prioriteiten "Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie" en "Steden en regio's sterker en gezonder maken" uit het NOVI. Met het plan is sprake van een ontwikkeling binnen een bestaand bedrijventerrein. Het huidige braakliggend terrein krijgt een nieuw functie door een (zorg-)wooncomplex te realiseren. Onderdeel van het initiatief is het inrichten van de openbare ruimte met meer en biodiverser groen en klimaatadaptieve maatregelen. Er is sprake van uitbreiding van de woningvoorraad en een kwaliteitsimpuls voor de omgeving. 5.2.2

Instructieregels Rijk (AMvB's)

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen

24

gelden er op grond van het Bkl instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan: de dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl); waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen.

In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Beoordeling initiatief Voor het initiatief zijn, anders dan de instructieregels die verderop in deze motivering aan bod komen, geen specifieke instructieregels van toepassing. 5.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Onder de Omgevingswet is in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. In artikel 5.129g van het Bkl wordt de ladder als volgt omschreven: Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: 1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en 2. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: 1. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is

25

vereist; en 2. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. Beoordeling initiatief Voorliggende ontwikkeling zou kunnen worden aangemerkt als een woningbouwlocatie. Deze term is echter niet gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met elf woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar grotere woningbouwplannen wel. In voorliggend plan is sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Er worden per saldo meer dan 11 (zorg)woningen gerealiseerd. Nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingegaan op paragraaf 6.1. 5.2.4

Nationale woon- en bouwagenda

In de Nationale Woon- en Bouwagenda (11 maart 2022) worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid zijn eigen rol voor het grondrecht wonen te klein gemaakt. Te veel is gedacht dat de markt als vanzelf en alleen een oplossing zou bieden voor de woningnood. Te lang is geloofd dat de optelsom van alle gedecentraliseerde keuzes zou leiden tot de oplossing. Regie is nu des te gewenster, omdat er – mede als gevolg van de bevolkingstoename – een enorme schaarste aan huizen is. Die maakt dat de overheid nu met meer tempo en meer regie aan de slag moet. De huidige situatie vergt de bouw van veel meer huizen. De ambitie gaat omhoog naar 100.000 nieuwe woningen per jaar. De Rijksoverheid wil ook duidelijk kunnen sturen op voor wie er wordt gebouwd, op het bouwen van goede en betaalbare woningen op de plek waar ze gewenst zijn. Beoordeling initiatief Met het plan is sprake van ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Er worden per saldo 56 zorgappartementen en 18 reguliere huurappartementen in het projectgebied gerealiseerd.

De extra (zorg)woningen dragen, zij het beperkt, bij aan de ambitie om 100.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen. 5.2.5

Conclusie

Het voorliggende plan voldoet wel aan de instructieregels van het Rijk.

5.3

Provincie

5.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie;

26

biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit initiatief zijn met name de ambities voor klimaatadaptatie en het woon- en leefklimaat van toepassing. Klimaatadaptatie Het klimaat is merkbaar aan het veranderen, waarbij hoosbuien, extreme hitte en langdurige droogte hierbij goede voorbeelden van zijn. Provincie Gelderland wil zich voorbereiden op het veranderende klimaat door in te zetten op het tegengaan van de bijbehorende risico's en gevaren. Dit heeft prioriteit: In 2050 wil Gelderland optimaal beschermd zijn en kunnen meebewegen met het veranderend klimaat. De provincie Gelderland werkt hierbij vooral vanuit haar betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de variatie van de Gelderse streken. De provincie Gelderland wil met haar partners verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving nemen we de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken afspraken over hoe met de risico's om te gaan. Klimaatbestendig werken is daarbij voor de provincie Gelderland een logische voorwaarde als er samengewerkt wordt met anderen. Verschillende ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie horen hier ook bij. Deze ontwikkelen wil de provincie Gelderland benutten.

Hierbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij de Gelderse kwaliteiten. De provincie streeft naar een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid zodat Gelderland versterkt wordt voor nu en in de toekomst. Woon- en leefklimaat Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Beoordeling initiatief Met het plan is sprake van een ontwikkeling binnen een bestaand stedelijk gebied. Het huidige braakliggend terrein krijgt een nieuw functie door een (zorg-)wooncomplex te realiseren. Onderdeel van het initiatief is het inrichten van de buitenruimte met meer en biodiverser groen en klimaatadaptieve maatregelen. Er is sprake van uitbreiding van de woningvoorraad en een kwaliteitsimpuls voor de omgeving op lokaal niveau. Het initiatief draagt bij aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

27

5.3.2

Omgevingsverordening

De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Ten aanzien van voorliggend initiatief zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'woonlocaties' en 'klimaatadaptatie' relevant. Paragraaf 5.7.1 'Woonlocaties' In de verordening wordt aangegeven dat een omgevingsplan nieuwe woningen alleen toe laat als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a.

de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. Paragraaf 5.7.6 'Klimaatadaptatie' Voor zover een initiatief een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van de instructieregel klimaatadaptatie de toelichting bij het ruimtelijke plan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Beoordeling initiatief Met het plan is sprake van een ontwikkeling binnen een bestaand stedelijk gebied. Het huidige braakliggend terrein krijgt een nieuw functie door een (zorg-)wooncomplex te realiseren. Onderdeel van het initiatief is het inrichten van de openbare ruimte met meer en biodiverser groen en klimaatadaptieve maatregelen. Er is sprake van uitbreiding van de woningvoorraad, een kwaliteitsimpuls voor de omgeving en een vergroting van het woonaanbod voor aandachtsgroepen.

Zoals weergegeven in paragraaf 5.3.3 past het initiatief binnen de afspraken uit het Actieplan wonen 2020-2025. Met het plan wordt door de inpassing van veelvoudig groen een bijdrage geleverd aan de klimaatadaptatie van het gebied. Evenals door de implementatie van groen kan wateroverlast, droogte, hitte en overstroming worden tegengegaan. In paragraaf 7.11 is de nadere toetsing aan het aspect klimaatadaptatie weergegeven. Het initiatief is in overeenstemming met de regels uit de Omgevingsverordening Gelderland.

28

5.3.3

Actieplan wonen 2020-2025

Het Actieplan Wonen is op 27 mei 2020 vastgesteld door de Provinciale Staten van Gelderland. Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar meer woonruimte. Tot 2030 moeten er in de provincie ruim 80.000 nieuwe woningen gebouwd worden. Het provinciale 'Actieplan Wonen 2020-2025' is een actieplan voor heel Gelderland. Met het plan wil de provincie het tekort aan (betaalbare) huizen terugdringen. Er moet worden gewerkt aan het oplossen van het woningtekort. Vanuit deze insteek benoemt het 'Actieplan Wonen 2020-2025' twaalf acties voor de woningmarkt en nodigt gemeenten en andere bij het bouwen en wonen betrokken partijen uit om samen met de provincie een impuls te geven aan de (verdere) versterking en vernieuwing van de regionale samenwerking. De twaalf acties zijn ondergebracht in drie thema's. Deze thema's betreffen: acties om de woningbouw te versnellen; acties voor betaalbaar wonen; acties voor meer flexibele woonvormen. Acties om de woningbouw te versnellen Het 'Actieplan Wonen' versnelt de komende vijf jaar de bouwproductie van 43.000 woningen, met vijftig doorbraakprojecten beginnend met grote projecten met een harde status die voor 2025 gerealiseerd kunnen zijn. Daarnaast zorgen de acties ervoor dat overal in Gelderland in bestemmingsplannen voldoende bouwplannen zijn opgenomen die uitgevoerd kunnen worden.

Acties voor betaalbaar wonen Het 'Actieplan Wonen' zorgt voor de betere beschikbaarheid en betaalbaarheid van sociale en middeldure huur- en koopwoningen. De provincie zet daarbij niet alleen bestaande provinciale instrumenten in, zoals afspraken in de regionale woonagenda's, maar draagt ook bij aan de financiering en/of totstandkoming van deze woningen. Acties voor meer flexibele woonvormen Het 'Actieplan Wonen' wil 2.000 flexibele woningen (tijdelijke huizen gerealiseerd door nieuwbouw of transformatie van bestaande woningen) toevoegen. Beoordeling initiatief Met het plan worden er 56 zorgappartementen en 18 reguliere huurappartementen gerealiseerd. Het plan draagt hiermee bij aan de realisatie van de 43.000 woningen tot 2025. Daarnaast worden de woningen betaalbaar, wat ook een actiepunt is voor het Actieplan wonen. Het initiatief sluit aan bij het Actieplan Wonen 2020-2025.

5.3.4

Conclusie

De wijziging omgevingsplan voldoet aan de instructieregels van de provincie Gelderland. Daarnaast voldoet de beoogde ontwikkeling wel aan de rechtstreeks geldende regels.

29

5.4

Gemeente

5.4.1

Omgevingsvisie Gemeente Zevenaar 2040

De omgevingsvisie 'Zevenaar: stad, dorpen en landschap in balans' is op 25 juni 2025 vastgesteld. In deze visie is de langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving van Zevenaar uitgewerkt. De gemeente groeit in 2040 uit tot circa 45.000 inwoners. Om deze groei te faciliteren kiest Zevenaar voor meervoudig ruimtegebruik, behoud van cultuurhistorische kwaliteiten en versterken van landschap en biodiversiteit. De visie is uitgewerkt in acht integrale ambities die richting geven aan toekomstige ontwikkelingen: 1. Een fijne woongemeente in een dynamische omgeving met een goed woningaanbod (voor jong en oud). Zevenaar bouwt het grootste deel van de nieuwe woningen (ongeveer 80%) binnen de stedelijke zone. De dorpen groeien mee, passend bij hun eigen schaal en identiteit. De gemeente zet in op betaalbaar en passend wonen ( 2/3 betaalbaar, waarvan 1/3 sociaal), met ruimte voor verschillende woonvormen, zorg en doorstroming. Verdichten gebeurt zo veel mogelijk in combinatie met vergroenen en waar mogelijk circulair bouwen. 2. Een onderwijsaanbod en werkgelegenheid passend bij de beroepsbevolking. Verouderde bedrijventerreinen worden getransformeerd naar gemengde woon- en werkgebieden. Nieuwe werklocaties worden vooral langs de A12 ontwikkeld.

Zevenaar blijft inzetten op maakindustrie, logistiek en vrijetijdseconomie, en geeft ruimte aan innovatie en samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven, bijvoorbeeld in de vorm van een technische campus. 3. Mooie landschappen en natuur en beleefbarecultuurhistorie, waar het fijn recreëren is. Groenblauwe structuren worden versterkt, zodat landschap, stad en dorpen beter met elkaar verbonden zijn. Cultuurhistorische elementen, zoals oude dijken, landgoederen en de Romeinse Limes, worden zichtbaar gemaakt en gebruikt als inspiratie bij ruimtelijke ontwikkelingen. Recreatie richt zich op water, natuur, cultuurhistorie en winkelen. 4. Een gezonde, veilige en schone leefomgeving. De openbare ruimte wordt groener en aantrekkelijk ingericht, om bewegen, ontmoeten en gezond gedrag te stimuleren. De gemeente zet in op een veilig leefklimaat, goede luchtkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast. 5. Een klimaatneutrale gemeente. Zevenaar werkt aan grootschalige opwek van duurzame energie, met mogelijkheden voor zon op daken en wind langs de A12. Nieuwbouw en bestaande wijken worden klimaatadaptief ingericht en circulair bouwen wordt gestimuleerd. De gemeente ondersteunt inwoners en bedrijven bij energiebesparing en werkt aan de doorontwikkeling van warmtenetten. 6. Een voorzieningen passend bij regiofunctie.

Zevenaar versterkt zijn rol als regionaal centrum voor zorg, onderwijs, vrije tijd en evenementen. Voorzieningen worden geconcentreerd in en rondom het centrum en het station, zodat ze goed bereikbaar zijn en bijdragen aan een levendige stad. In de stedelijke zone is ruimte voor groei in zowel wonen als werken. 7. Een goede bereikbaarheid als noodzakelijke basisvoorwaarde voor de leefbaarheid en vitaliteit. Fiets, lopen, openbaar vervoer en gedeelde mobiliteit krijgen prioriteit, waardoor de stad autoluwer wordt. De station- en spoorzone worden verbeterd en beter verbonden met de omgeving. Waar nodig worden wegen en verbindingen uitgebreid, onder meer met een nieuwe fiets- en loopbrug over de IJssel. 8. Saamhorigheid in de kernen, ruimte voor ontmoeting en initiatieven. Nieuwe woonwijken worden gemengd opgebouwd, met voorzieningen dichtbij en een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen, spelen en ontmoeten. De gemeente stimuleert veerkrachtige dorpen en buurten, waar mensen naar elkaar omkijken en iedereen kan meedoen. Beoordeling initiatief

30

Het initiatief betreft een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Een braakliggend perceel aan de Mercurion krijgt een nieuwe functie door de realisatie van een (zorg-)wooncomplex met zorgappartementen en huurappartementen. De Omgevingsvisie Zevenaar 2040 benoemt Mercurion expliciet als transformatielocaties. De locatie wordt geleidelijk getransformeerd naar meer passende functies, voornamelijk woongebieden. Het plan draagt bij aan de woningbouwopgave binnen de stedelijke zone en vergroot het woonaanbod voor aandachtsgroepen. De inrichting van het terrein wordt groen, biodivers en klimaatadaptief, waarbij groen zo veel mogelijk blijft behouden. Het initiatief sluit daarom aan op de ambities uit de Omgevingsvisie van de gemeente Zevenaar voor 2040. 5.4.2

Structuurvisie Zevenaar 2030

De Structuurvisie 'Samen kijken naar de toekomst 2012-2030' is 20 februari 2013 vastgesteld als kader voor het ruimtelijke beleid van de gemeente Zevenaar voor de periode tot 2030. De visie omvat vijf hoofdopgaven: Versterken van de identiteit van Zevenaar met aandacht voor de diversiteit in landschappen, kernen en functies; Voldoende plek voor stedelijke ontwikkelingen tot 2030; Behoud van kwalitatief goede woon- en werkgebieden en goede voorzieningen; Tegengaan van versnippering van de leefomgeving inclusief het leefbaar houden van de kernen; Nadrukkelijker inzetten op een duurzame ontwikkeling. De opgaven worden benaderd vanuit drie kernwaarden: 'verbinden', 'diversiteit' en 'kwaliteit'. Deze kernwaarden vormen de rode draad van waaruit de gemeente Zevenaar gedurende de planperiode werkt. Conform het kaartbeeld van de structuurvisie is het projectgebied gelegen in de bestaande woonkern Zevenaar.

Uitsnede kaartbeeld Structuurvisie Zevenaar (projectgebied geel omlijnd)

Beoordeling initiatief Met het plan is sprake van een ontwikkeling binnen een bestaand stedelijk gebied. Het huidige braakliggend terrein krijgt een nieuw functie door een (zorg-)wooncomplex te realiseren. Onderdeel van het initiatief is het inrichten van de openbare ruimte met meer en biodiverser groen en

31

klimaatadaptieve maatregelen. Er is sprake van uitbreiding van de woningvoorraad, een kwaliteitsimpuls voor de omgeving en een vergroting van het woonaanbod voor aandachtsgroepen. Conform de structuurvisie zal Zevenaar zich blijven uitbreiden door middel van ontwikkelingslocaties. Mercurion is een ontwikkellocatie binnen bestaand stedelijk gebied. Het initiatief sluit daarom aan bij de Structuurvisie Zevenaar 2030. 5.4.3

Woonvisie gemeente Zevenaar 2015-2025

In de Woonvisie Zevenaar is de koers van de gemeente tot 2025 bepaald. Naast het visiedeel is er een uitvoeringsprogramma waarin is vastgelegd hoe de gemeente dit vorm gaat geven in de komende vier jaar. Het uitvoeringsprogramma wordt iedere 4 jaar bekeken en indien nodig bijgesteld. De gemeente blijft zich inzetten om een jonge populatie en hogere inkomensgroepen aan zich te binden. Dat is goed voor de lokale economie en noodzakelijk om voldoende draagvlak te behouden voor de voorzieningen. Deze voorzieningen zijn belangrijk voor een prettige woonomgeving en om de leefbaarheid op peil te houden. In de nota wonen is aangegeven dat de gemeente heeft gekozen voor “Groeien in een veranderd perspectief”. Daarbij legt zij de focus op drie belangrijke opgaven: Het aantrekkelijk houden van de bestaande woningvoorraad; Het verbeteren van de positie van doelgroepen met een kwetsbare positie; Bewaken dat de woningbouw aansluit bij de behoefte: om de potentiële groei maximaal op te vangen én tegelijkertijd het voorkomen van overaanbod. Bij de invulling van deze drie opgaven komt ook het beleid en ambitie rondom duurzaamheid, wonen en zorg, leefbaarheid en het ruimtelijk beleid aan bod. Zevenaar blijft de centrumgemeente in de Liemers en biedt met het woningbouwprogramma ruimte om te groeien.

Naast voldoende woningaanbod is een transparante woningmarkt, een goede bereikbaarheid, een aantrekkelijk voorzieningenaanbod en voldoende werkgelegenheid cruciaal om deze ambitie waar te kunnen maken. Beoordeling initiatief Met het plan is sprake van een ontwikkeling binnen een bestaand stedelijk gebied. Het huidige braakliggend terrein krijgt een nieuw functie door een (zorg-)wooncomplex te realiseren. Het plan levert hiermee en bijdrage aan de kwantitatieve en kwalitatieve bijdrage in de gemeente Zevenaar. Ook voldoen de woningen aan actuele normen op het gebied van duurzaamheid en wordt er rekening gehouden met thema's op het gebied van klimaatadaptief bouwen en mogelijkheden voor laadinfrastructuur. Hiermee wordt tevens een kwalitatieve bijdrage geleverd aan het woonaanbod in de gemeente Zevenaar. Het initiatief is daarmee passend binnen de Woonvisie. 5.4.4

Liemerse Woonagenda 2020-2025

Op 13 oktober 2020 is door de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland de Liemerse Woonagenda 2020-2025 vastgesteld, waarmee de agenda onderdeel is van het provinciaal beleid. Met dit document wil de regio de gezamenlijke koers vastleggen over hoe er lokaal voor wordt gezorgd dat er ruimte wordt gegeven aan kwalitatief goede woningbouwplannen. De regionale woningbouwafspraken zijn tot stand gekomen op basis van recentelijk uitgevoerd onderzoek naar de toekomstige woonbehoeftes in de Liemers en is doorvertaald naar de verschillende gemeenten. Waar men vijf jaar geleden nog bezig was met de aanstaande krimp en het terugbrengen van de nieuwbouw aantallen, voorziet men nu dat er hard aan de slag gegaan moet worden met extra locaties om in de groeiende woningbehoefte te voorzien. Op basis van het Woningmarktonderzoek 2019 Arnhem Nijmegen is in beeld gebracht wat de belangrijkste opgaven zijn in de komende jaren. De opgaven voor de Liemerse Woningmarkt zijn:

32

Groeiende woningbehoefte; Ruimte voor nieuwe woningbouwlocaties; Behoefte aan betaalbaar wonen; Kleine uitbreidingsvraag sociale huur; Aan de slag met de versnelling van de woningbouw in de Liemers. Groeiende woningbehoefte en behoefte aan betaalbaar wonen De Liemerse Woonagenda gaat qua woningbehoefte nog uit van de prognoses uit 2019. Zoals beschreven in de Ladder voor Duurzame Verstedelijking die is toegevoegd als Bijlage 4 is er inmiddels een recenter Woonbehoefteonderzoek 2022 - 2040, welke het onderzoek uit 2019 vervangt. Ruimte voor nieuwe woningbouwlocaties De woningvraag in de Liemers concentreert zich in de kernen langs de A12. Er is dan ook voor gekozen om in de kernen langs de A12 en de spoorlijn, Westervoort, Duiven, Zevenaar en Didam de bouwopgave in de komende jaren te concentreren. Kleine uitbreidingsvraag sociale huur De sociale huursector wordt (door Rijksregels) ingezet voor de laagste inkomensgroepen. Afhankelijk van de economische ontwikkelingen is er in de Liemers volgens het woningbehoefteonderzoek een beperkte uitbreidingsbehoefte. Bij nieuwe ontwikkelingen ligt er een opgave in het toevoegen van woningen in het midden- en dure segment om meer ruimte te bieden voor doorstroming. Aan de slag met de versnelling van de woningbouw in de Liemers Om voor de komende 10 jaar voldoende plancapaciteit beschikbaar te hebben zijn extra locaties nodig.

Naast nieuwe transformatielocaties (vrijkomende scholen, sportvelden, kerken etc.) is daarvoor ook een beperkt aantal nieuwe uitleglocaties nodig. De groei wordt op een groene manier gerealiseerd. Daarbij gaat om de woningen én de woonomgeving om te zorgen voor toekomstbestendige nieuwbouwwijken. Bij de uitleglocaties wordt dan ook gestuurd op kwaliteit: duurzaam, klimaatadaptieve woonomgevingen, circulair bouwen en een goede overgang naar het open Liemerse landschap. Dit aansluitend op de ambities uit de Woondeal. Samen met het Rijk, de provincie, woningcorporaties en marktpartijen maakt de regio Liemers in de Woondeal Arnhem-Nijmegen actief werk van de versnelling. Op basis van bovenstaande opgaven worden de volgende zes uitgangspunten van de Liemerse Woonagenda gehanteerd: De regio legt de prioriteit bij inbreiding en vullen dat aanbod aan met uitleglocaties; De regio zet in op verduurzaming en vernieuwing van de woningvoorraad; De regio stuurt op de 'groene' kwaliteit van nieuwbouw; Ruimte voor goede woningbouwplannen: maatwerk per kern voor aanvullend woningaanbod; Ruimte voor goede woningbouwplannen: opgave in betaalbare woningbouw; Woningbouwopgave en versnelling. Met de Liemerse Woonagenda wordt sterker ingezet op bouwen naar behoefte (zowel kwalitatief als kwantitatief) en is men afgestapt van harde afspraken over het aantal te bouwen woningen.

Beoordeling initiatief Met het plan is sprake van een ontwikkeling binnen een bestaand stedelijk gebied. Het huidige braakliggend terrein krijgt een nieuw functie door een (zorg-)wooncomplex te realiseren. Het plan

33

levert hiermee en bijdrage aan de kwantitatieve en kwalitatieve bijdrage in de gemeente Zevenaar. Het plan sluit aan op de Liemerse woonagenda gezien er in een van de gekozen kernen uit de woonagenda een nieuwe woningbouwlocatie is gevonden. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan inbreiding, waar voorliggend initiatief ook op aansluit. Tevens kan er met het plan een significante bijdrage worden geleverd aan de behoefte aan nieuwe woningen. Concluderend sluit het initiatief aan op de Liemerse Woonagenda. 5.4.5

Conclusie

Het project voldoet aan de regels van het beleid van de gemeente.

5.5

Waterschap

De gemeente Zevenaar ligt in het werkgebied van waterschap Rijn en IJssel. Waterschap Rijn en IJssel beschrijft in het Waterbeheerplan 2022-2027 het beleid voor alle taakgebieden van het waterschap. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak het waterschap deze doelen wil bereiken. Als gevolg van het veranderende klimaat heeft het waterschap de uitgangspunten voor de weging van het waterbelang geactualiseerd. De uitgangspunten in de uitgangspuntennotitie 'Water in ruimtelijke plannen' vormen het vertrekpunt voor het overleg tussen waterschap en initiatiefnemer en/of gemeente over de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en hun effect op het watersysteem, de waterketen en waterveiligheid. Hoofdpunten van verandering van de uitgangspunten zijn: de eisen ten aanzien van het tegengaan van wateroverlast; in de 'Uitgangspunten voor waterneutraal bouwen' worden de klimaatstatistieken van het KNMI als basis genomen voor de berekening van de bergingsopgave; uitbreiding van het beleid om meer water vast te houden tegen droogte en hitte. 5.5.1

Waterschapsverordening

De belangen van het waterschap in de fysieke leefomgeving worden gewaarborgd via regels in een waterschapsverordening. De kern van de waterschapsverordening bestaat uit regels over activiteiten van burgers, bedrijven en mede-overheden die van invloed zijn op het watersysteem, de waterveiligheid en de zuiveringtechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallaties, RWZI). Het waterschap kan via de waterschapsverordening bepalen dat een initiatiefnemer voor een activiteit een omgevingsvergunning moet aanvragen of een melding moet doen. Beoordeling initiatief Er is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan water gemaakt, deze is bijgevoegd als Bijlage 10. In de quickscan water is rekening gehouden met de bergingseis. Er worden geen negatieve gevolgen verwacht voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. De uiteindelijke wijze van berging dient afgestemd te worden met de gemeente en het waterschap. Het hemelwatersysteem dient in een latere fase verder gedimensioneerd en civieltechnisch uitgewerkt te worden. Tevens is via 'het wateradvies' is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Voor dit plan is op 4 november 2024 'het wateradvies' doorlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=b80865f0-f60d-4599-b905-073045c70579