CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. 1288929 - Aanvraagformulier Aanvraag Vangnetuitkering BUIG 2025

Raadsvergaderingen 22 april 2026, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/25/502711 Aanvraag Vangnetuitkering BUIG 20254.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: uitgebreid verzoek

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.

Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Een gemeente maakt gebruik van dit formulier wanneer één van de volgende situaties van toepassing is: -

-

Voor een aanvraag voor het uitgebreide vangnet, waarbij een eigenrisicodrempel van 5% geldt. Hiervoor dient een gemeente over 2022, 2023 en 2024 voor minimaal twee van die jaren een tekort te hebben gehad van minstens 5%. Voor een aanvraag voor het reguliere vangnet (eigenrisicodrempel van 7,5%). Hiervoor dient een gemeente over 2023 en/of 2024 een vangnetuitkering te hebben ontvangen.

Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer een aanvraag wordt gedaan voor het uitgebreide vangnet.

Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.

Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025 1

De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden

2

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

3

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort De gemeente Zevenaar heeft over 2025 een tekort van circa € 791.000 op het BUIG-budget, zijnde 5,6% van het definitief toegekende budget van € 14.176.798. Het tekort hangt samen met een structurele kloof tussen de modelmatige budgettoedeling door het Rijk en het feitelijke aantal bijstandsontvangers in Zevenaar. Het objectieve verdeelmodel voorspelt structureel minder bijstandshuishoudens dan er daadwerkelijk zijn (in 2025: 636 voorspeld versus 729 gerealiseerd).

Daarnaast heeft de herijking van verdeelmaatstaven in 2025 negatief uitgepakt voor Zevenaar, resulterend in een absolute daling van circa € 160.000 op het uitkeringendeel van het budget. De gemiddelde uitkeringskosten in Zevenaar liggen boven het landelijk gemiddelde, mede door een stijgend aandeel gehuwden en relatief dalende bijverdiensten van uitkeringsgerechtigden. Het tekort is geen incidenteel probleem; ook in 2022 (10,4%), 2023 (-9,2%) en 2024 (-4,6%) was sprake van tekorten. A. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college heeft een samenhangend pakket aan interne en externe maatregelen getroffen. Intern betreft dit: (1) verdere intensivering van de inzet op loonkostensubsidie (LKS), met de ambitie een niveau te bereiken dat vergelijkbaar is met de top 25% van gemeenten in de vergelijkingsgroep; (2) extra aandacht voor het realiseren van de taakstelling nieuw beschut werk; (3) structurele toepassing van periodieke bestandsanalyses met per trede van de participatieladder een gericht werkplan; en (4) vaststelling van een integraal misbruik- en oneigenlijk gebruik-beleid (M&O-beleid).

Extern is een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door Adlasz, dat heeft geresulteerd in een eindrapportage met een objectieve analyse van de oorzaken van het tekort, een vergelijking met andere gemeenten en concrete aanbevelingen voor tekortreductie. De uitkomsten vormen de onderlegger voor het aangescherpte maatregelenpakket. B. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen De aanvullende inzet op LKS leidt tot meer uitstroom uit de uitkering en daarmee verlaging van de uitkeringslasten, alsmede tot een hoger toekomstig budgetaandeel via de T-1-systematiek. De doorrekening laat zien dat bij een LKS-inzet vergelijkbaar met de top 25% van de vergelijkingsgroep – hetgeen neerkomt op circa 24 aanvullende LKS-plaatsingen in 2026 – een besparing van circa € 4

315.000 op de BUIG haalbaar is. Het gerichte werkplan per trede beoogt een kortere verblijfsduur in de uitkering. Het M&O-beleid draagt bij aan structurele beheersing van rechtmatigheids- en doelmatigheidsrisico’s. De effecten worden gemonitord via periodieke bestandsanalyses, KPI’s uit de bestuurlijke opdracht en rapportages in de planning- en controlcyclus. De raad wordt hierover via de reguliere rapportagemomenten geïnformeerd.

5

Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X X X X X X X X X

Moment in het proces De kadernota, de begroting. Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties. Raadsinformatiebrieven over het verwachte BUIG-tekort en de voorbereiding van de aanvraag vangnetuitkering (september 2025 en januari 2026). Bestuurlijke rapportages RSD de Liemers (H1 2025 en tweede voortgangsrapportage oktober 2025).

6

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X

X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.

7

A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). A1. Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente Het tekort op het BUIG-budget 2025 bedraagt circa € 791.000, zijnde 5,6% van het definitief toegekende budget van € 14.176.798. Dit tekort is niet terug te voeren op één enkele incidentele oorzaak, maar hangt samen met meerdere structurele factoren. Structurele kloof tussen budgettoedeling en feitelijke aantallen Het ‘uitkeringen-deel’ van het BUIG-budget wordt objectief verdeeld aan de hand van een verdeelmodel van het Rijk. Dit model voorspelt structureel minder bijstandshuishoudens dan er in Zevenaar daadwerkelijk bijstand ontvangen. In 2025 voorspelde het model 636 huishoudens, terwijl er feitelijk 729 bijstandsdossiers waren – een verschil van 93 huishoudens. Dit verschil is de afgelopen jaren toegenomen (2023: -55; 2024: -83; 2025: -93) en verklaart het structurele tekort op het uitkeringendeel. Herijking verdeelmaatstaven De verdeelmaatstaven voor het uitkeringendeel zijn in 2025 door het Rijk herijkt.

Deze herijking is negatief uitgevallen voor Zevenaar: het procentuele budgetaandeel is met circa 0,002 procentpunt gedaald, wat neerkomt op een absolute daling van circa € 160.000. Zonder deze aanpassing zou het tekort onder de 5%-grens zijn gebleven. Gemiddelde uitkeringskosten De gemiddelde uitkeringskosten in Zevenaar liggen circa € 89 (0,5%) boven het landelijk gemiddelde. Dit wordt verklaard door: een stijgend aandeel gehuwden in het bestand (hogere norm per dossier), relatief dalende bijverdiensten van uitkeringsgerechtigden (ratio gekorte inkomsten/kosten gedaald van 24,18% in 2023 naar 23,00% in 2025) en het ontbreken van een centraal vastgestelde visie op handhaving en beheer. Bestandssamenstelling en participatieladder Uit de bestandsanalyse blijkt dat meer dan de helft van de 922 personen met een uitkering de afgelopen jaren niet van trede is veranderd op de participatieladder. Op treden 4 (aanbod <1 jaar) en 5 (direct bemiddelbaar) verblijven personen langer dan verwacht, wat wijst op mogelijkheden voor gerichtere begeleiding en uitstroom. Investering in LKS Het aantal personen met LKS is gestegen van 59 (januari 2023) naar 140 (ultimo 2025). Het aandeel van Zevenaar in de landelijke LKS-uitgaven ligt structureel boven het landelijk gemiddelde. Deze investering

8

vertaalt zich via de T-1-systematiek naar hogere budgetaandelen in latere jaren, maar leidt in het lopende jaar tot hogere kosten op het LKS-deel van het budget (tekort LKS-deel 2025: circa € 71.000). A2. Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren In de afgelopen jaren zijn verschillende maatregelen ingezet om het tekort te beperken. In het kader van eerdere vangnetaanvragen (2022 en 2023) zijn maatregelen getroffen op het gebied van voortzetting van huidig beleid, integrale samenwerking, taallessen, activerend werk, inzet op LKS, prestatieafspraken en informatiemanagement. Daarnaast zijn aanvullende maatregelen getroffen rondom uitbreiding van de begeleide doelgroep (van trede 2b naar treden 1 en 2a), uitbreiding van begeleiding van inwoners met onbenut arbeidspotentieel en een pilot gericht op meervoudige problematiek. Effect van de inzet op LKS De intensivering van LKS is de meest zichtbare en meetbare maatregel. Het aantal LKS-plaatsingen is meer dan verdubbeld (van 59 naar 140). Dit heeft geleid tot een bovengemiddeld LKS-budgetaandeel en een verwachte budgetstijging van circa € 153.000 in 2026 via de T-1-systematiek. Twee derde van de groep die LKS ontvangt zonder samenloop met een uitkering heeft groeipotentie, wat illustreert dat LKS als springplank kan dienen naar regulier werk.

Kanttekeningen bij eerdere maatregelen Uit het onafhankelijk onderzoek van Adlasz blijkt dat de maatregelen historisch veelal ad-hoc tot stand zijn gekomen. Er bestond overlap tussen de verschillende maatregelenpakketten, waardoor niet altijd duidelijk was hoe zij zich tot elkaar verhielden. Resultaten werden niet altijd systematisch gemeten of geëvalueerd. De effectuering van het plan van aanpak ‘Focus op Werk’ heeft voornamelijk ad-hoc en niet in de volle omvang plaatsgevonden. Versterking van rechtmatigheidscontroles De RSD heeft diverse beheersmaatregelen geïmplementeerd, maar deze komen niet terug in één centraal vastgesteld beleidskader. Daardoor is niet te beoordelen of de beheersmaatregelen een sluitend net vormen. Uit de uitstroomcijfers blijkt dat handhavingsonderzoeken vanwege capaciteitsproblemen niet altijd konden worden uitgevoerd, hetgeen wijst op onbenutte mogelijkheden voor verdere tekortreductie. Bovenstaande bevindingen vormen de aanleiding om de bestaande maatregelen te bundelen in één samenhangend pakket, zoals beschreven in onderdeel B.

9

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2025 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2025 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2026 zijn getroffen. B1.

Beschrijving getroffen interne maatregelen Om te komen tot verdere tekortreductie worden de volgende interne maatregelen getroffen en gebundeld in één samenhangend plan van aanpak: Maatregel 1: Verdere intensivering van de inzet op loonkostensubsidie (LKS) De gemeente en RSD de Liemers zetten in op een verdere intensivering van het gebruik van LKS, met de ambitie een niveau te bereiken dat vergelijkbaar is met de top 25% van gemeenten in de vergelijkingsgroep (gemeenten met een vergelijkbaar inwonersaantal). Dit vertaalt zich naar een aanvullende inzet van circa 24 LKS-plaatsingen in 2026 bovenop het huidige niveau. Door meer inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt met behulp van LKS aan het werk te helpen, worden de uitkeringslasten verlaagd en stijgt het toekomstige budgetaandeel via de T-1-systematiek. Maatregel 2: Realiseren taakstelling nieuw beschut werk (NBW) Extra aandacht wordt besteed aan het realiseren van de taakstelling nieuw beschut werk. Voor 2025 hield het Rijk RSD-breed rekening met een taakstelling van 35 plaatsingen, terwijl tot nu toe slechts 13 inwoners werkzaam zijn op beschutte werkplekken. Specifiek voor Zevenaar wachten nog 6 inwoners op een indicatie NBW bij het UWV.

Mede gelet op de aangekondigde wijzigingen in de verdeelsystematiek voor de begeleidingsvergoeding per 2027 (verdeling op basis van realisatie) is intensivering op dit onderdeel noodzakelijk. Maatregel 3: Structurele bestandsanalyses en gericht werkplan per trede van de participatieladder Er wordt ingezet op structurele, periodieke bestandsanalyses, waarmee datasturing wordt versterkt. Op basis van een centrale visie op participatie en doorlooptijden wordt per trede van de participatieladder een gericht werkplan opgesteld. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar de groep personen die

10

langdurig op treden 4 en 5 verblijft zonder uit te stromen, terwijl de verwachting is dat deze groep op korte termijn zou moeten doorstromen naar werk. Maatregel 4: Vaststelling integraal misbruik- en oneigenlijk gebruik-beleid (M&O-beleid) Er wordt een integraal M&O-beleid vastgesteld, waarin één centrale visie op beheer wordt uitgewerkt. Daarin worden rechtmatigheid en doelmatigheid samenhangend geborgd in beleid, werkprocessen en controles. Dit beleidskader voorziet in een sluitend net van beheersmaatregelen waarmee alle rechtmatigheids- en doelmatigheidsaspecten beheerst kunnen worden. Deze maatregelen worden niet afzonderlijk, maar in samenhang uitgevoerd als onderdeel van één plan van aanpak.

11

B2.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Externe maatregel: Onafhankelijk onderzoek en eindrapportage aanvraag vangnetuitkering 2025 De gemeente Zevenaar heeft een onafhankelijk extern onderzoek laten uitvoeren ter ondersteuning van de aanvraag vangnetuitkering 2025. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een tussentijds memorandum (d.d. 19 januari 2026) en een definitieve eindrapportage (d.d. 6 februari 2026). a) De externe bron voor deze maatregel is het adviesbureau Adlasz, dat het onafhankelijk onderzoek heeft uitgevoerd. Het onderzoek is verricht door V. van de Veerdonk en J. Mulders.

b) Het onderzoek heeft de gemeente de volgende inzichten opgeleverd: een objectieve, cijfermatige analyse van de oorzaken van het tekort, waaronder de structurele kloof tussen het verdeelmodel van het Rijk en de feitelijke aantallen bijstandsontvangers in Zevenaar (in 2025: 636 voorspeld versus 729 gerealiseerd); een vergelijking van Zevenaar met andere gemeenten op het gebied van gemiddelde uitkeringskosten, LKS-inzet en bestandssamenstelling; inzicht in de beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren achter het tekort; een gedetailleerde bestandsanalyse op individueel niveau, waaruit bleek dat meer dan de helft van het bestand niet van trede is veranderd en dat op treden 4 en 5 personen langer verblijven dan verwacht; de constatering dat eerdere maatregelen veelal ad-hoc tot stand zijn gekomen, dat overlap bestond tussen maatregelenpakketten en dat systematische evaluatie versterking behoeft; een doorrekening van de effecten van aanvullende inzet op LKS, waaruit blijkt dat bij een inzet vergelijkbaar met de top 25% van de vergelijkingsgroep een besparing van circa € 315.000 per jaar haalbaar is; en concrete aanbevelingen voor tekortreductie, waaronder intensivering van LKS, vaststelling van M&O-beleid, bestandsanalyses per trede en integrale samenwerking.

c) Naar aanleiding van de conclusies uit het externe onderzoek zijn de volgende maatregelen getroffen: de aanbevelingen uit het rapport zijn integraal overgenomen en gebundeld in één samenhangend plan van aanpak voor tekortreductie (zie onderdeel B1); de ambitie voor LKSinzet is gekwantificeerd op het niveau van de top 25% van de vergelijkingsgroep; er wordt een integraal M&O-beleid vastgesteld op basis van de geconstateerde lacunes in het beheerskader; er worden structurele bestandsanalyses uitgevoerd, waarmee de inzichten uit het externe onderzoek periodiek worden geactualiseerd; de eindrapportage dient als onderlegger voor de uitgebreide vangnetaanvraag 2025.

12

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. De getroffen maatregelen beogen gezamenlijk een verdere structurele reductie van het BUIG-tekort. Het beoogde effect wordt hieronder zowel kwantitatief als kwalitatief uiteengezet. Kwantitatief: aanvullende inzet op LKS De intensivering van LKS is het best kwantificeerbare onderdeel van het maatregelenpakket. Bij het ambitieniveau van de top 25% van de vergelijkingsgroep (gemeenten met vergelijkbaar inwonersaantal) is een aanvullende inzet van circa 24 LKS-plaatsingen in 2026 nodig.

Indien deze personen duurzaam aan het werk worden geholpen met LKS en daarmee volledig uitstromen uit de uitkering, levert dit een verwachte besparing op de BUIG op van circa € 315.000 per jaar (op basis van een gemiddelde verdeling over alleenstaanden en gehuwden). Daarnaast leidt de hogere LKS-inzet via de T-1-systematiek tot een hoger budgetaandeel in het daaropvolgende jaar. De verwachte budgetstijging als gevolg van de LKSinzet in 2025 bedraagt circa € 153.000 extra LKS-budget in 2026. Het fictief resterend tekort na deze aanvullende inzet komt voor 2026 uit op circa € 419.000, hetgeen benadrukt dat ook na 2026 aanvullende inzet noodzakelijk blijft. Kwalitatief: overige maatregelen De overige maatregelen zijn meer kwalitatief van aard en zullen op termijn hun vruchten afwerpen. Het gerichte werkplan per trede beoogt een kortere verblijfsduur in de uitkering en een gerichtere toeleiding naar werk of participatie. Met name de groep die langdurig op treden 4 en 5 verblijft biedt potentieel voor aanvullende uitstroom. Het M&O-beleid draagt bij aan structurele beheersing van rechtmatigheidsen doelmatigheidsrisico’s, resulterend in betere controle op recht, hoogte en duur van uitkeringen en in een effectiever debiteurenbeheer.

De intensivering van de inzet op nieuw beschut werk draagt bij aan het realiseren van de taakstelling en het behouden van het bijbehorende budget voor de begeleidingsvergoeding bij de wijziging van de verdeelsystematiek per 2027. De integrale samenwerking binnen het sociale domein – onder meer op het gebied van inburgering, schuldhulpverlening en warme overdracht van jongeren – draagt bij aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt bij kwetsbare doelgroepen. Gezamenlijk moeten deze maatregelen leiden tot verdere tekortreductie binnen de beïnvloedbare ruimte van de gemeente. 13

C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. De effecten van de getroffen maatregelen worden op de volgende wijzen gemonitord: Periodieke bestandsanalyses Op basis van de methodiek zoals gehanteerd in het externe onderzoek worden periodiek bestandsanalyses uitgevoerd, waarin het verloop en verblijf van personen op de treden van de participatieladder wordt geanalyseerd. Deze analyses maken het mogelijk om tijdig bij te sturen op individueel en groepsniveau. KPI’s uit de bestuurlijke opdracht RSD de Liemers De voortgang wordt gemonitord aan de hand van de reeds gedefinieerde indicatoren en doelstellingen uit de bestuurlijke opdracht, waaronder het aantal plaatsingen op werk, scholing, bedrijf of beroep, het percentage duurzame plaatsingen, de jaarlijkse stijging van LKS-plaatsingen en het bereik van de groep zorg en ondersteuning. Rapportages in de planning- en controlcyclus Via de kadernota, begroting, voorjaars- en najaarsbericht, jaarrekening en bestuurlijke rapportages van RSD de Liemers wordt de raad periodiek geïnformeerd over de voortgang van de maatregelen en de ontwikkeling van het BUIG-tekort. Maandrapportages RSD de Liemers De RSD rapporteert maandelijks aan de deelnemende gemeenten over de voortgang van de dienstverlening, waaronder specifiek op Zevenaar gerichte maatregelen. Op basis van deze monitoring kan tijdig worden bijgestuurd.

De gemeenteraad wordt hierover via de reguliere rapportagemomenten geïnformeerd.

14

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________

De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: ___________

De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: ___________

15

2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Zevenaar stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: ___________

De griffier,

Naam van de ondertekenaar: ___________

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=eb2acc80-371a-47aa-9dff-e212806ac8f1