Bijlage 1. 1280846 - Bestemmingsplan 'Thushoeve' - Toelichting
Tekst van het document
Gemeente Zevenaar
Bestemmingsplan “Thushoeve” Vaststelling
622.162.30 KUIPERCOMPAGNONS Datum: December 2025
GEMEENTE ZEVENAAR
Bestemmingsplan “Thushoeve”
TOELICHTING, REGELS, VERBEELDING
werknummer 622.162.30 datum December 2025 bestand J:\622\162\30\3.projectresultaat
Procedureoverzicht Fase
Datum
Concept
Augustus 2023
Ontwerp
December 2023
Vaststelling
Februari 2026
TOELICHTING
Inhoudsopgave van de toelichting 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................ 1 1.2 Plangebied ....................................................................................................................................... 1 1.3 Vigerende ruimtelijke plannen ......................................................................................................... 2 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 3 2 Planbeschrijving ................................................................................................................................ 4 2.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 4 2.2 Bestaande situatie ........................................................................................................................... 4 2.3 Ontwikkelingen.................................................................................................................................
5 2.4 Planmethodiek ................................................................................................................................. 7 3 Ruimtelijk kader ............................................................................................................................... 10 3.1 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 10 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 12 3.3 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 15 4 Omgevingsaspecten ........................................................................................................................ 17 4.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 17 4.2 Milieueffectrapportage ................................................................................................................... 17 4.3 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................
18 4.4 Geluid ............................................................................................................................................. 20 4.5 Bodemkwaliteit ............................................................................................................................... 21 4.6 Externe veiligheid........................................................................................................................... 22 4.7 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................... 25 4.8 Water ............................................................................................................................................. 26 4.9 Natuur en ecologie ......................................................................................................................... 33 4.10 Cultuurhistorie en archeologie ....................................................................................................... 35 4.11 Duurzaamheid................................................................................................................................ 38 4.12 Mobiliteit .........................................................................................................................................
39 4.13 Overige aspecten ........................................................................................................................... 40 5. 5.1 5.2 5.3
Uitvoerbaarheid............................................................................................................................ 41 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 41 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................. 41 Handhavingsaspecten ................................................................................................................... 42
Bijlagen bij de toelichting: Bijlage 1:
KuiperCompagnons (14 augustus 2023) Akoestisch onderzoek wegverkeers- en railverkeerslawaai Bijlage 2: ABO-Milieuconsult (11 augustus 2023) Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: AVIV (4 augustus 2023) Onderzoek externe veiligheid Bijlage 4: ABO Milieuconsult (22 augustus 2023) Flora- en faunaonderzoek Bijlage 5: De Roever (3 december 2025) Stikstofdepositie-onderzoek Bijlage 6: KuiperCompagnons (november 2023) Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Bijlage 7: Vestigia (2 november 2023) Archeologisch vooronderzoek Bijlage 8: ABO-Milieuconsult (6 oktober 2023) Nader bodemonderzoek Bijlage 9: Omgevingsdienst regio Arnhem (27 november 2023) Verantwoording groepsrisico Bijlage 10: ABO-Milieuconsult (29 augustus 2024) Nader onderzoek flora en fauna
Bijlage 11: Gemeente Zevenaar (november 2023) Besluit Hogere Waarden Bijlage 12: ABO Milieuconsult (6 januari 2025) Activiteitenplan soortenbescherming Bijlage 13: Provincie Gelderland (21 juli 2025) Besluit Flora- en Fauna-activiteit Bijlage 14: Eco Reest (25 september 2025) Ecologisch werkprotocol Bijlage 15: Zienswijzennota
1
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Context Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van de woonzorgvoorziening Thushoeve. De woonruimte voldoet niet meer aan de eigentijdse eisen en behoeftes. Om toekomstperspectief te bieden is een ingrijpende kwaliteitsslag nodig in de vorm van sloop en nieuwbouw. De bestaande opstallen ten behoeve van het dagbestedingsgedeelte met de boerderijtuinen, de kas, de dierenweides en een winkeltje worden vervangen, waardoor deze weer aansluiten aan de hedendaagse eisen van veiligheid en functionaliteit. Voor een verantwoorde en toekomstbestendige exploitatie is daarnaast een capaciteitsuitbreiding van het aantal zorgeenheden nodig. Aan de huidige 8 plaatsen worden daarom 12 zorgeenheden toegevoegd. Doel De gewenste ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘buitengebied Zevenaar Noord 2018’. Ter hoogte van de beoogde ontwikkeling van de woonvoorziening geldt op dit moment een agrarische bestemming. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridischplanologische zin mogelijk gemaakt.
1.2
Plangebied
Het plangebied van dit bestemmingsplan bevindt zich in het zuidwesten van Zevenaar, direct aan de Betuwelijn. De locatie omvat het gebied tussen de Hoevestraat in het westen, de Methen en een groendepot van de gemeente in het oosten, de Betuwelijn in het noorden en een agrarisch perceel parallel aan de Groessenseweg in het oosten. Het plangebied is ongeveer 2 hectare groot. Afbeelding 1.1 en 1.2 geven een globaal inzicht in de ligging en begrenzing van het plangebied. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied in de omgeving (het plangebied is wit omkaderd). Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
2
Afbeelding 1.2: Ligging en begrenzing van het plangebied (het plangebied is wit omkaderd).
1.3
Vigerende ruimtelijke plannen
Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan “buitengebied Zevenaar Noord 2018”, dat op 10 juli 2022 is vastgesteld. De gronden kennen voor een deel de bestemming ‘Maatschappelijk’, ten behoeve van de huidige Thushoeve. Binnen de maatschappelijke bestemming geldt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – 7’. Hierin is opgenomen dat op deze locatie ruimte is voor beschermd wonen, bestaande uit maximaal 8 eenheden, in combinatie met dagbesteding. De overige gronden in het gebied hebben de bestemming ‘Agrarisch’. Daarnaast kent een klein deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ en een groot deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie middelmatige verwachting’. De voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied passen niet binnen de vigerende bestemmingen. Om deze nieuwe functies mogelijk te maken in het plangebied, wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader vastgelegd op grond waarvan de beoogde ontwikkeling kan plaatsvinden.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
3
Afbeelding 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan (voorliggend plangebied is rood omkaderd).
1.4
Leeswijzer
De opzet en het vervolg van deze toelichting is als volgt. In hoofdstuk 2 vindt de planbeschrijving plaats waarin de huidige en toekomstige situatie wordt beschreven. Tevens komt de planmethodiek aan de orde. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk beleidskader. In het vierde hoofdstuk komen de verschillende milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Hierbij worden per thema de relevante juridische en beleidskaders beknopt weergegeven, waarna vervolgens de effecten in relatie tot de beoogde toekomstige situatie worden beoordeeld (inclusief alle bijbehorende onderzoeken). De uitvoerbaarheid van het plan en procedurele aspecten met betrekking tot overleg en inspraak komen in de laatste twee hoofdstukken aan de orde.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
4
2
Planbeschrijving
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het plan zodat een duidelijk beeld van het totale gebied in de voormalige en toekomstige situatie ontstaat. Eerst komen de ruimtelijke en functionele aspecten van de bestaande situatie van het plangebied aan bod. Vervolgens worden de beoogde ontwikkelingen beschreven, aan de hand van het stedenbouwkundig plan dat voor het gebied is opgesteld. Dit vormt het uitgangspunt voor het bestemmingsplan en de planologische afwegingen die daarbij gemaakt zijn. Ten slotte wordt de methodiek van het bestemmingsplan besproken.
2.2
Bestaande situatie
2.2.1. Het ontstaan van de Thushoeve en huidige situatie In 1996 werd de Thushoeve opgericht door de familie Thus. Zij wilden er voor zorgen dat hun zoon, die een verstandelijke beperking heeft, op de boerderij kon blijven wonen als zij er niet meer zouden zijn. De grond en opstallen zijn daartoe ondergebracht bij de ‘Stichting Thus’. De zorg wordt verleend door zorginstelling Zozijn (destijds Festog). Op organische wijze is de Thushoeve geleidelijk uitgegroeid tot een volwaardige zorgboerderij met tuinen, een kas, kippen, schapen en andere dieren (afbeelding 2.1 en 2.2). Er is een theekoepeltje en er is een kleine winkel waar producten van de boerderij worden verkocht. De winkel heeft lokale bekendheid. Veel mensen uit Zevenaar kopen hier hun producten. De Thushoeve biedt woonruimte aan maximaal 8 cliënten en dagbesteding aan 25 à 30 cliënten. De mensen die er wonen en werken vallen onder de Wlz (Wet langdurige zorg). Het dagbestedingsgedeelte met de boerderijtuinen, de kas, de dierenweides en het winkeltje functioneert overwegend goed. De Thushoeve heeft de charme van een kleinschalige boerderij met een grote verscheidenheid aan dieren, bomen en planten. De plek heeft in potentie alles wat de beleving op een boerderij aantrekkelijk maakt, zowel voor de cliënten die er werken in de dagbesteding als voor bezoekers.
Overigens zijn wonen en dagbesteding op de boerderij niet noodzakelijk aan elkaar gekoppeld. In de dagbesteding werken overwegend mensen die elders in Zevenaar wonen.
Afbeelding 2.1: Bestaande gebied Thushoeve dat nu wordt gebruikt voor wonen en dagbesteding Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
5
Afbeelding 2.2 Impressie van wonen en dagbesteding op de huidige Thushoeve
2.3
Ontwikkelingen
2.3.1 Aanleiding De woonvoorziening is opgezet voor 8 cliënten, maar is momenteel gedeeltelijk onbezet. De woonruimte voldoet niet meer aan de eigentijdse eisen en behoeftes en wijkt sterk af van de standaarden die Zozijn normaliter op haar locaties hanteert. Bewoners hebben kleine individuele kamers en gedeeld sanitair. Daarnaast is er een gemeenschappelijke woonkeuken en een bijkeuken. De verdieping is enkel met een trap bereikbaar. De ruimtes zijn gehorig, er is weinig privacy en de thermische isolatie is slecht. De gemiddelde leeftijd van de bewoners neemt toe omdat de voorziening onaantrekkelijk is voor nieuwe instroom. Vandaar ook de teruglopende bezetting.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
6 Om toekomstperspectief te bieden is een ingrijpende kwaliteitsslag nodig in de vorm van sloop en nieuwbouw. Daarbij is de huidige omvang te klein om een zorg-technisch en economisch verantwoorde exploitatie mogelijk te maken (waaronder bijvoorbeeld ’s nachts een slaapwacht). Voor een verantwoorde en toekomstbestendige exploitatie is een capaciteitsuitbreiding nodig van 8 naar 20 plaatsen. Als het wonen kwalitatief goed is voorziet deze uitbreiding in een behoefte vanuit het cliëntenbestand van Zozijn in de regio. De opstallen ten behoeve van de dagbesteding voldoen op dit moment niet aan de hedendaagse eisen van veiligheid en functionaliteit en zijn daarom dringend toe aan vervanging. Qua capaciteit wordt geen uitbreiding voorzien. De dagbesteding is gericht op 25-30 cliënten en dat blijft ongewijzigd. 2.3.2 Stedenbouwkundig plan Wonen De vernieuwde Thushoeve biedt woonruimte aan 20 bewoners die geïndiceerd zijn als hulpbehoevend volgens de Wlz. In het plan worden twee gebouwen gerealiseerd, ieder voor 10 bewoners. De bewoners beschikken over een eigen woonkamer en slaapkamer en over een eigen sanitaire ruimte. Daarnaast is er een gemeenschappelijke woonkeuken. Alle functies zullen op de begane grond worden gesitueerd. De architectuur sluit aan op de landelijke bebouwing in de omgeving.
Er heeft overleg plaatsgevonden met omwonenden, hetgeen heeft geleid tot een aantal aanpassingen in de stedenbouwkundige opzet. Dit betreft ondermeer het verschuiven van de woonbebouwing en de parkeergelegenheid, zodat meer afstand tot de erfgrens ontstaat. Ook is een tweede entree aan de Hoevestraat komen te vervallen. Dagbesteding Qua dagbesteding wordt geen uitbreiding voorzien van de huidige capaciteit van 25 à 30 plaatsen, maar wel een vernieuwing van de gebouwen. De huidige en toekomstige activiteiten zijn de teelt van bloemen, groenten en fruit in de tuinen en de kas en het houden van kippen en schapen en andere dieren. Er is een winkeltje voor de verkoop van boerderij producten. De bestaande kas en de theekoepel blijven behouden. De overige bestaande opstallen zullen worden gesloopt, omdat deze verouderd zijn en in sommige gevallen niet meer voldoen aan de huidige regelgeving. Er wordt voorzien in een nieuw gebouw voor dagbesteding van circa 500 m2. Daarnaast komen er vervangende dierenverblijven. Op afbeelding 2.3 is het stedenbouwkundig plan weergegeven, met de volgende onderdelen aangeduid: 1. Nieuwe aansluiting op rotonde Methen 2. Entreegebied, met veilige keermogelijkheid busjes dagbesteding 3. Parkeerplaatsen voor de dagbesteding en de winkel 4. Parkeerplaatsen voor de woongebouwen 5. Berijdbaar voetpad 6. Toegang voor calamiteitenverkeer via de Hoevestraat 7.
Woongebouwen 8. Dagbesteding
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
7
Afbeelding 2.3 Stedenbouwkundig plan (oktober 2025)
2.4
Planmethodiek
Algemeen De planmethodiek van dit bestemmingsplan is afgestemd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen van de DURP-standaarden 2012 (SVBP2012). Daarbij is de indelingsopzet van de aangegeven hoofdgroepen van bestemmingen gehanteerd. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en (plan)regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting bevat een motivering en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding worden tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis. De verbeelding is volgens IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) 2012 getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
8 Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de begrippen verklaard die gebruikt worden in hoofdstuk 2 en 3. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel “wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Voor dit bestemmingsplan geldt de enkelbestemming, ‘Maatschappelijk’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – archeologie hoge verwachting’ en ‘Waarde – archeologie middelmatige verwachting. Maatschappelijk Binnen de maatschappelijke bestemming zijn de gronden bestemd voor maatschappelijke voorzieningen.. Ter plaatse van de bouwvlakken is bebouwing toegestaan met een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 8 meter. De toekomstige woonverblijven zijn enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - verblijfsruimte'.
Voor de dagbesteding is de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dagbesteding' opgenomen. Ter plaatse van de bouwvlakken die bestemd zijn voor dagbesteding is zowel ondergeschikte detailhandel als horeca toegestaan als onderdeel van de hoofdfunctie. Dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie lage verwachting De gronden binnen deze dubbelbestemmingen zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Daartoe zijn regels opgenomen die archeologische waarden beschermen in relatie tot bodemingrepen. Hiertoe heeft de gemeente haar gronden verdeeld in meerdere categorieën. De verschillende gebieden zijn door middel van een aparte dubbelbestemming (Waarde – Archeologie lage verwachting) overgenomen in het bestemmingsplan. Ter bescherming van deze waarden zijn gebruiksregels en een omgevingsvergunningstelsel opgenomen met daarbij een onderzoeksverplichting. Het bestemmingsregime is afhankelijk van de aangetoonde waarde en de hoogte van de verwachting. In het belang van de te beschermen archeologische waarden kunnen middels een omgevingsvergunning voorwaarden worden gesteld aan de gewenste uit te voeren werkzaamheden. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen.
Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Dit artikel voorkomt dubbel gebruik van gronden bij bouwmogelijkheden, in de zin dat dezelfde gronden niet voor verschillende bouwplannen mogen worden meegenomen.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
9 Algemene bouwregels in de algemene bouwregels is aangegeven dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of de afstand tot op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels zijn aanvullende regels opgenomen wat betreft beroepen en bedrijven aan huis. Daarnaast is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en is het algemeen toegestaan gebruik omschreven. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden een aantal voorwaarden genoemd waaronder het bevoegd gezag kan afwijken van de in het plan genoemde regels. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Overige regels hier zijn algemene voor alle bestemmingen geldende regels opgenomen, tenzij in die bestemmingen anders is bepaald. In dit plan betreft het de regeling voor parkeren.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd, bijvoorbeeld mits de afwijking van het plan naar aard en omvang niet wordt vergroot. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
10
3
Ruimtelijk kader
3.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld.
Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
Planspecifiek Voorliggend plangebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. De maatschappelijke voorzieningen die met dit plan mogelijk gemaakt worden dragen bij aan een waardevolle leefomgeving. De uitbreiding van de woonzorgvoorziening komt voort uit een concrete behoefte waardoor er geen sprake is van afwenteling. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
11 (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Planspecifiek Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening) Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de capaciteitsuitbreiding van de Thushoeve van 8 naar 20 zorgwoningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is dus ladderplichtig. Planspecifiek Onderbouwing behoefte De ontwikkeling voorziet in uitbreiding van de woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking van acht naar twintig plaatsen. Anders dan in de oude situatie is de nieuwe woonvoorziening toegesneden op mensen die een meer intensieve zorg behoeven; zorg waarbij 24 uur per dag begeleiding aanwezig is. Naast uitbreiding van de wooncapaciteit van 8 naar 20 plaatsen voorziet de ontwikkeling ook in vernieuwing van de dagbestedingsfaciliteiten.
Het gaat hierbij niet om capaciteitsuitbreiding (de dagbesteding blijft gehandhaafd op circa 30 plaatsen) maar om vernieuwing en kwalitatieve verbetering. Dit is noodzakelijk omdat de bestaande voorzieningen sterk verouderd en versleten zijn. De ontwikkeling is een initiatief van Stichting Zozijn, een instelling die zorg en ondersteuning biedt aan mensen met een verstandelijke beperking, kinderen met ontwikkelings- en/of opvoedvragen en mensen met niet-aangeboren hersenletsel. In de regio, waartoe Zevenaar behoort, is een toenemende vraag naar huisvesting voor mensen met een zodanige verstandelijke beperking dat 24/7 begeleiding aanwezig is. Naast een toename in het aantal benodigde plaatsen is ook een ontwikkeling gaande, waarbij de intensiteit van de zorgvraag toeneemt. Tezamen uit zich dit in groeiende wachtlijsten. Het is ook de reden waarom het zorgkantoor het uitbreidingsinitiatief van Zozijn volledig ondersteunt. De oude woonvoorziening biedt onvoldoende ruimte om in te spelen op de groeiende vraag naar zorgplaatsen, die geschikt zijn voor 24 uurs-zorg. Het woongebouw is te klein, is bouwtechnisch sterk verouderd en voldoet qua indeling niet meer aan de huidige eisen voor goede zorg (qua veiligheid, Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
12 afmetingen, privacy, sanitair enz.). Met maximaal acht plaatsen is de voorziening ook te klein om 24 uurs zorg te kunnen waarborgen. Voor een zorgtechnisch en financieel economisch verantwoorde zorgexploitatie is minimaal een omvang van 20 plaatsen vereist. Om de Thushoeve toekomsperspectief te geven is een ingrijpende kwaliteitsslag nodig in de vorm van sloop en nieuwbouw, samen met een uitbreiding van het aantal woonplaatsen om intensievere zorg aan te kunnen. Daarmee geeft het initiatief antwoord op de groeiende vraag naar passende woonruimte voor deze doelgroep. Onderbouwing locatie De Thushoeve is een volwaardige woonzorgboerderij, die organisch gegroeid is op een royaal bemeten perceel. De woonzorgboerderij voorziet al sinds 1996 in een behoefte aan wonen en dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking en is inmiddels volledig ingebed in de Zevenaarse samenleving. De locatie is uitermate geschikt om ook de noodzakelijke uitbreiding van 8 naar 20 plaatsen wonen te realiseren. De combinatie van wonen en dagbesteding in een rustgevende landschappelijke setting is functioneel gezien ideaal en heeft zich in het verleden ruimschoots bewezen. Er is sprake van een overzichtelijke situatie met veel groen en met voldoende afstand tussen de bebouwing.
De bewoners zijn gebaat bij de rust, de fysieke veiligheid en de sociale veiligheid die deze locatie te bieden heeft. Een omgeving ook waar permanente begeleiding mogelijk is. Het is de juiste soort veilige en beschermde leefomgeving, die voor de doelgroep nodig is om zich te kunnen ontplooien. Een andere, even geschikte locatie in de omgeving is niet beschikbaar. Met het realiseren van de vernieuwde zorgboerderij op deze locatie wordt dus invulling gegeven aan een concrete behoefte op een daarvoor geschikte locatie, die niet elders in binnen bebouwde kom kan worden gevonden. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan op passende wijze invulling geeft aan de Ladder van Duurzame Verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken wordt in de omgevingsvisie een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland centraal gesteld. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. • Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. • Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. • Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden.
Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
13 Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen.
Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten van de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en deze dragen duurzaam bij. • Het positioneren Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken van de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. • Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn.
Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuwe ontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. • Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
14 Planspecifiek De beoogde ontwikkeling voorziet in de capaciteitsuitbreiding van een bestaande woonzorgvoorziening, waardoor de continuïteit van de zorg voor nu en voor de toekomst wordt gewaarborgd. De omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling. Vanuit de ruimtelijke, landschappelijke en groene kwaliteiten van de omgeving is voorzien in een passend ontwerp, waarmee recht wordt gedaan aan de locatie. De nieuwbouw wordt daarnaast gasloos gerealiseerd. Zonnepanelen en warmtepompen voorzien in een energieneutrale ontwikkeling. Zodoende wordt bijgedragen aan de creatie van een duurzame en toekomstbestendige omgeving. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De regels in de Omgevingsverordening (geconsolideerd 1 februari 2022) vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd.
De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerpen 'wonen' en ‘klimaatadaptatie’ relevant. Wonen In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De regionale woonagenda draagt bij aan een passende en goede woningvoorraad in de provincie. De gemeente Zevenaar maakt onderdeel uit van de Liemers. Hiervoor is in juli 2020 de Liemerse Woonagenda opgesteld. Wat betreft wonen en zorg is in de Liemerse Woonagenda opgenomen dat de vraagontwikkeling van zorgpartijen omtrent begeleid en beschermd wonen in beeld worden gebracht en hoe hun aanbod zich ontwikkelt. De betrokken gemeenten zien een hiervan een toenemende behoefte. Meer in zijn algemeenheid is in de Woonagenda ook opgenomen dat er vooral wordt gekeken naar inbreiding, en enkel waar nodig ook gezocht wordt naar uitleglocaties, het verduurzamen en vernieuwen van de woningvoorraad, sturen op ‘groene’ kwaliteit van nieuwbouw, maatwerk per kern, betaalbare woningbouw en een versnelling van de woningbouw. Voorliggende plan voorziet in een concrete behoefte van een zorgpartij in de regio Liemers.
Daarnaast wordt ingezet op een groene en duurzame bedrijfsvoering, die in de huidige bebouwing onmogelijk is. Gezien de aard van de ontwikkeling is het niet mogelijk deze in de kern van Zevenaar te vestigen, maar wordt deels op het al bestaande terrein, en deels op het aangrenzende terrein uitgebreid. Hiermee ligt voorliggend plan in lijn met de Liemerse Woonagenda. Klimaatadaptatie In de verordening wordt aangegeven dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt moet bevatten. In paragraaf 4.8 Water en paragraaf 4.11 Duurzaamheid wordt uitgebreid stilgestaan bij de maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie in het plan. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
15
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Zevenaar 2030 Op 20 juni 2013 is de structuurvisie Zevenaar voor 2030 vastgesteld. De Structuurvisie Zevenaar is het ontwikkelingskader van de gemeente Zevenaar tot 2030. De visie geeft een samenhangend beeld van de gewenste ontwikkelingen met een ruimtelijke component voor de periode tot 2030. Het noordelijke deel van het buitengebied van de gemeente Zevenaar kent verschillende functies die naast elkaar kunnen bestaan. De identiteit van de verschillende deelgebieden van Zevenaar biedt ruimte voor gebiedskenmerkende ontwikkelingen. In de Structuurvisie wordt in het landschap van de IJssel ingezet op toerisme recreatie bij het Rhederlaag. Daarnaast wordt gewerkt aan landschapsversterking, met name bij de Ecologische Verbindingszone in het noorden van het plangebied. Ook ten zuiden van de Betuwespoorlijn wordt landschapsversterking beoogd. Hier, in het landschap van de Rijn, staat kleinschaligheid en afwisseling van functies centraal. De grote stedelijke ontwikkelingen vinden plaats in het urbane landschap van Zevenaar. In het tussenliggende gebied, Het Broek, is agrarische bedrijvigheid de hoofdfunctie en is ruimte voor het behouden van de open landschappelijke structuur. De kernopgaven genoemd in de structuurvisie zijn verbinden, diversiteit en kwaliteit. Verbinden heeft daarbij betrekking zowel op fysiek-ruimtelijke als sociale connecties.
Sociaal kunnen onder andere de gevoelsmatige verbinding tussen noord en zuid Zevenaar verbeterd worden en liggen er kansen om partijen die bijdragen aan de leefbaarheid van de gemeente met elkaar te verbinden. Fysiek-ruimtelijk draait het om het verbinden van deelgebieden en het bereikbaar houden van voorzieningen, maar ook zijn verbindingen nuttig om versnippering tegen te gaan en gebiedskwaliteiten te aggregeren. Hieronder vallen dan ook het versterken van voor de natuur belangrijke gebieden (bijvoorbeeld ecologische verbindingszones) en de fysieke aaneenschakeling van gebieden om de recreatiefunctie te ondersteunen. De volgende kernopgave in Zevenaar is het inzetten op diversiteit in leefmilieus, voorzieningen en landschappen en het behouden daarvan. Tenslotte wordt er gestreefd naar een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving, waarbij zorgvuldig wordt omgegaan met de lokale ‘parels’ en bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt gelet op duurzaamheid, belevingswaarde, veiligheid, gezondheid en bereikbaarheid. Woonvisie Zevenaar In de Woonvisie Zevenaar is de koers ten aanzien van wonen tot 2025 bepaald. Naast het visiedeel is er een uitvoeringsprogramma waarin is vastgelegd hoe deze koers vormgegeven gaat worden in de komende vier jaar. Het uitvoeringsprogramma wordt iedere 4 jaar bekeken en indien nodig bijgesteld.
De gemeente blijft zich inzetten om een jonge populatie en hogere inkomensgroepen aan zich te binden. Dat is goed voor de lokale economie en noodzakelijk om voldoende draagvlak te behouden voor de voorzieningen. Deze voorzieningen zijn belangrijk voor een prettige woonomgeving en om de leefbaarheid op peil te houden. In de Woonvisie wordt de focus onder andere gelegd op het verbeteren van de positie van doelgroepen met een kwetsbare positie, en het bewaken dat de woningbouw aansluit bij de behoefte: om de potentiële groei maximaal op te vangen én tegelijkertijd het voorkomen van overaanbod. Bij de invulling van deze opgaven komt ook het beleid en ambitie rondom duurzaamheid, wonen en zorg, leefbaarheid en het ruimtelijk beleid aan bod. Zevenaar blijft de centrumgemeente in de Liemers en biedt met het woningbouwprogramma ruimte om te groeien. Naast voldoende woningaanbod is een transparante woningmarkt, een goede bereikbaarheid, een aantrekkelijk voorzieningenaanbod en voldoende werkgelegenheid cruciaal om deze ambitie waar te kunnen maken. Wonen in het buitengebied Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
16 De verwachting is dat voorlopig een beperkte uitbreidingsbehoefte blijft bestaan voor woningen in het buitengebied. Om verstening te beperken en verpaupering van het buitengebied te voorkomen is nieuwvestiging van woning(en) slechts mogelijk door middel van functieverandering en woningsplitsing. Ruimtelijke kwaliteit In de Nota Ruimtelijke kwaliteit (vastgesteld 24 oktober 2012) is het welstandsbeleid voor de gemeente Zevenaar vastgelegd. Het grootste gedeelte van het plangebied heeft een regulier welstandsniveau. Hier dient de basiskwaliteit gehandhaafd te worden. Doorwerking plangebied Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met de aanwezige bebouwing en het landschap in de omgeving. De woonzorggebouwen krijgen een boerderij-achtige uitstraling en krijgen een maat en schaal die aansluit bij de omgeving. De te vernieuwen gebouwen voor dagbesteding worden vormgegeven als kapschuur. De vernieuwde Thushoeve zal onderdak bieden aan een speciale doelgroep die belang heeft bij dit type woonvorm in de gemeente Zevenaar en de directe omgeving. Conclusie Zoals uit het voorgaande blijkt, past de ontwikkeling in het plangebied goed binnen het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
17
4
Omgevingsaspecten
4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse milieuaspecten die relevant zijn voor het plan. Per milieuaspect wordt het geldende wettelijk en/of het beleidskader beschreven. Daarnaast wordt het uitgevoerde onderzoek belicht waarbij de resultaten kort worden weergegeven. Ten slotte wordt op basis van het kader en het onderzoek de conclusie weergegeven.
4.2
Milieueffectrapportage
4.1.1 Kader Het inwerkingtredingsbesluit wijziging Besluit m.e.r. is op 7 juli 2017 in werking getreden. In dit gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure omtrent de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van "aanzienlijke gevolgen voor het milieu". Het besluit is aangepast en de drempelwaarden zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project (ruim) onder de drempelwaarden blijft er wel een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw kan sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in D 11.2, kolom 1, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (kolom 2-'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.
Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn: in bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan, dat betrekking heeft op activiteiten, die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Er zal een toets moeten worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. 4.1.2 Beoordeling en conclusie De beoogde ontwikkeling kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt voor in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit mer (categorie 11.2).
Hoewel de drempelwaarde (kolom 2) (bij lange na) niet wordt overschreden, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
18 In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld waarin de verschillende milieuaspecten afgewogen zijn. Deze is opgenomen als bijlage 6. In deze aanmeldnotitie wordt aan de hand van de drie criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn(2011/92/EU), inzicht gegeven in de mogelijke milieueffecten van dit plan. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat er geen belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Er hoeft geen milieueffectrapport te worden gemaakt.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. Een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren. Daarnaast zijn daarin alle ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO 2), fijnstof (PM10) en ultra fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO 2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m 3, terwijl voor PM2,5 de jaargemiddelde grenswaarde 25 µg/m3 bedraagt. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m 3.
In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: • de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; • de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-ontwikkeling; • de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; • projectsaldering wordt toegepast. Als de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. 4.3.2 Onderzoek Beoordeling luchtkwaliteit In de Regeling NIBM is aangegeven dat woningbouwlocaties met maximaal 1.500 woningen (en kantoorlocaties van 100.000 m2 bvo) aan één ontsluitingsweg zijn aan te merken als een ontwikkeling die ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een woonzorgvoorziening met 20 onzelfstandige woningen gerealiseerd. De ontwikkeling blijft daarmee ruimschoots onder de criteria voor woningbouwlocaties uit de Regeling NIBM. De ontwikkeling kan dus als ‘NIBM’ worden aangemerkt. Onderzoek en toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit is daarom niet benodigd.
Besluit gevoelige bestemmingen Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
19 onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. U meet de zones vanaf de rand van de weg. Ze zijn aan weerszijde 300 meter breed bij rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen. Voorliggende ontwikkeling bevindt zich op meer dan 1 kilometer van de provinciale weg N810. Het Besluit gevoelige bestemmingen is dus niet van toepassing. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. In de volgende afbeelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2023 weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de CMILK-monitoringstool. Het dichtstbijzijnde meetpunt ligt op ongeveer 700 meter. De jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m3) en PM2,5 (25 µg/m3) worden niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uurgemiddelde concentratie PM10 is maximaal 6, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden.
Afbeelding 4.1: Overzicht concentraties NO2, PM10, PM2,5 en het jaarlijks aantal overschrijdingsdagen PM10. (CMILK, 2023)
4.3.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
20
4.4
Geluid
4.4.1 Kader De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door wegverkeer, industriële activiteit en railverkeer. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidhinder. Op grond van artikel 74 Wgh bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). In het geval er nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de zone van een weg, mag de geluidsbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. 4.4.2 Onderzoek Door KuiperCompagnons is op 14 augustus 2023 een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1).
De nieuwe zorgeenheden zijn gelegen binnen de onderzoekszone van de Groessenseweg, de route Methen/Pannerdenseweg, de Ringbaan-Zuid en de spoorlijn ter hoogte van Zevenaar en de Betuweroute. Dit betekent dat op grond van de Wgh akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd en moet worden getoetst aan de normen uit deze wet. Omdat het plangebied niet is gelegen in de zone van een industrieterrein speelt dit geluidsaspect geen rol en is dit daarom verder buiten beschouwing gelaten. De gemeente Zevenaar heeft geluidbeleid. In het akoestisch onderzoek (bijlage 1) is dit beleid samengevat en wordt eveneens getoetst aan dit beleid. Hierna zijn de resultaten kort beschreven. Wegverkeerslawaai Het verkeer op alle in het onderzoek beschouwde wegen veroorzaakt ter plaatse van het bouwvlak waarbinnen de nieuwe zorgeenheden worden gebouwd is een geluidsbelasting die niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogst berekende geluidsbelasting bedraagt 45 dB door het verkeer van de route Methen/Pannerdenseweg. Het aspect wegverkeerslawaai veroorzaakt daarom geen belemmeringen en een hogere waarde procedure is daarom niet aan de orde. Railverkeerslawaai Het railverkeer op de spoorlijn ter hoogte van Zevenaar en de Betuweroute samen veroorzaakt een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB.
De geluidsbelasting bedraagt maximaal 57 dB op een deel van de noordzijde van het bouwvlak op de eerste verdieping. Op de begane grond is de geluidsbelasting beperkt tot maximaal 56 dB. Op de zijgevels vanuit het spoor gezien wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Uit een nadere analyse van de resultaten blijkt dat de hogere geluidsbelasting vooral wordt veroorzaakt door het personenvervoer op de spoorlijn ter hoogte van Zevenaar en in veel mindere mate door het Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
21 goederenverkeer over de Betuweroute. Alhoewel de Betuweroute het dichtst bij de nieuwbouw is gelegen, blijft door de diepere ligging en de bestaande schermen langs dit spoor de geluidsbelasting door deze spoorbaan beperkt. Cumulatieve geluidsbelasting Omdat alleen een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde aan de orde is voor het spoorverkeer is geen sprake van cumulatie. Maatregelenafweging Op grond van de Wgh moet bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde(n) een afweging worden gemaakt van de in aanmerking komende geluidsreducerende maatregelen. Omdat de beide spoorwegen deel uitmaken van het landelijke hoofdspoorweggennet is de bronmaatregel waarbij een verlaging van de treinintensiteit of een verlaging van de rijsnelheid wordt toegepast niet mogelijk. Uit een aanvullende berekening blijkt dat een scherm met een hoogte van 0,6 m en een lengte van 530 m ten zuiden van de spoorlijn ter hoogte van Zevenaar noodzakelijk is om ter plaatse van de nieuwbouw te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Gezien de relatief beperkte schaal van het project en de beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde ten opzichte van de benodigde schermoppervlakte is een dergelijk scherm financieel niet doelmatig. Omdat de geluidsbelasting door het verkeer op de spoorlijnen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde moet een hogere waarde worden vastgesteld.
In de hierna opgenomen tabel zijn de hogere waarden gepresenteerd. Bij de hoogte van de hogere waarde is er van uitgegaan dat geen geluidsreducerende maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied worden getroffen zoals hierboven beschreven. Geluidsbron
Aantal zorgeenheden
Spoorlijnen ter hoogte van Zevenaar 10 Tabel 4.1 : Vast te stellen hogere waarde bestemmingsplan “Thushoeve”
Hogere waarde [dB] 57
Het aantal zorgeenheden is naar boven afgerond omdat een wijziging van het bouwplan kan resulteren in een toename van het aantal zorgeenheden waarvoor een hogere waarde noodzakelijk is. 4.4.3 Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat alleen het railverkeerslawaai een geluidsbelasting veroorzaakt die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. De voorkeursgrenswaarde wordt alleen op een deel van de noordgevel overschreden en bedraagt maximaal 57 dB. De maximale hogere waarde wordt daarom niet overschreden. Uit het onderzoek volgt verder dat geluidsreducerende maatregelen in de vorm van bron of overdrachtsmaatregelen niet gewenst of niet doelmatig is. Voor de zorgeenheden waarvoor een geluidsbelasting aan de orde is die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde is een hogere waarde procedure in het kader van de Wgh doorlopen. Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, financieel niet doelmatig zijn of tegen bezwaren stuiten van landschappelijke aard. Er dienen derhalve maatregelen aan de ontvanger zijde te worden getroffen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat overschrijding van de voorkeursgrenswaarde uitsluitend aan de noordzijde van de zorgeenheden plaatsvindt. Hiermee is aangetoond dat alle zorgeenheden een geluidluwe zijde bezitten en dat in de buitenruimte wordt voldaan aan de ambitiewaarde voor het gebiedstype ‘Buitengebied’.