Bijlage 1. 1236154 - Omgevingsvisie Gemeente Zevenaar 2040
Tekst van het document
We willen in Zevenaar inzetten op goed doordachte vormen van samenwerking van bedrijfsleven en onderwijs zoals een technische campus: een ontmoetingsplek voor technische bedrijven en organisaties waarbij samenwerking, opleiding en kennisdelen centraal staan. Nieuw technisch talent wordt hier opgeleid. Met als doel de technologische ontwikkeling in de gemeente en/of de regio te stimuleren. Nieuw te ontwikkelen of te herontwikkelen werklocaties bieden hiertoe mogelijkheden, maar de markt zal hierbij zelf het initiatief moeten nemen. Arbeidsmigranten: naar verwachting zijn er tussen de 1000-1500 arbeidsmigranten werkzaam in onze gemeente. We hebben 200-300 aan overnachtingsplekken (stand 2023). Er zijn enkele randvoorwaarden voor de huidige overnachtingsplaatsen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Roemer-norm. Er ligt een rol voor de gemeente om de verzoeken vanuit de werkgevers voor de huisvesting te faciliteren. Bij voorkeur in vrijkomende kantoorpanden, in grotere aantallen nabij voorzieningen. Mobiliteit en bereikbaarheid De bereikbaarheid van de werklocaties blijft heel belangrijk. Goede fietspaden zijn zeer gewenst voor het goed kunnen
functioneren van werklocaties. Hier wordt ook echt gebruik van gemaakt door werknemers. Ook veel met de elektrische fiets. Als de fietspaden directe verbindingen vormen, helpt dit echt voor werknemers om de fiets te pakken voor woonwerkverkeer. Autorijden wordt duurder, er zijn betere fietsen, fietskleding en stallings- en douchefaciliteiten op het werk stimuleren dit gebruik ook. De inzet op logistiek en maakindustrie betekent ook dat we op een goede manier om moeten gaan met infrastructuur en bijkomende aspecten zoals vrachtwagenparkeren. Vrachtwagenparkeren binnen onze gemeentegrenzen bestaat in twee hoofdvormen: 1. Vrachtwagens die wachten om geladen of gelost te worden bij een ondernemer in de gemeente. Uitgangspunt is om dit op het terrein van de ondernemer plaats te laten vinden. 2. Internationale chauffeurs die de snelweg verlaten om een overnachtingsplaats te vinden. Een dergelijke plek op een van onze terreinen zullen wij faciliteren. Logisch lijkt het dat hierbij wordt ingezet op het mogelijk maken van een centrale voorziening gekoppeld aan de snelweg, bijvoorbeeld ter plekke van de grenspost. Dit is een gezamenlijke opgave met onze ondernemers en andere betrokken partijen zoals Rijkswaterstaat. Ambities werklocaties Algemeen • We zetten in op een technische campus (zoals Technoforum Wijchen, Brainport Industry Campus Eindhoven).
• Duurzame en toekomstbestendige bedrijventerreinen met aandacht voor werkklimaat en de verbinding naar de omliggende omgeving in het kader van ommetjes. • Inzet op toekomstbestendige werklocaties, zowel op klimaatadaptatie, de energietransitie en circulariteit. • Bereikbaarheid van de werklocaties vinden we belangrijk, voor zowel fiets, auto en OV. • We willen als gemeente inzetten op het stimuleren van de fiets in de vorm van goede (lokale en regionale) fietsverbindingen woon-werkverkeer en goede verbindingen vanuit het station met de werklocaties, inclusief voldoende fietsvoorzieningen. • Collectief kijken naar hoe je gezamenlijk bij het uitgeven van de werklocaties verschillende opgaven op kunt lossen aan de voorkant. • Circulaire economie: een duurzame, circulaire economie waarin we grondstoffen volledig hergebruiken, geen afval produceren en alle gebruikte energie duurzaam
opwekken. Er kan meer (bedrijfs)- ruimte nodig zijn voor circulaire economie (transitie), onder andere door meer bedrijfsactiviteiten op het gebied van recyclen. • We voeren de Economische agenda Zevenaar uit. • We kijken naar mogelijkheden voor watergebonden bedrijvigheid.
Lokaal • Bestaande lokale bedrijventerreinen zo veel mogelijk behouden en inzetten op toekomstbestendig maken (revitaliseren). • Meer verduurzaming, efficiënter ruimtegebruik, verbetering van bereikbaarheid van het openbaar vervoer en het clusteren van perifere detailhandel. • We zijn zuinig op het (behoud) van de ruimte voor werklocaties. • We blijven als gemeente kiezen voor de uitsterfconstructie van bedrijfswoningen op bedrijventerrein. • De gemeente zet nadrukkelijk in op uitbreiding van het areaal aan bedrijventerreinen, maar kijkt ook kritisch naar de reeds bestaande bedrijventerreinen. In enkele gevallen is het logischer om naar de toekomst toe bestaande oude bedrijventerrein vrij te spelen voor andere functies en op nieuwe locaties in een optimale setting in te zetten op toekomstbestendigheid. • Bij transformatie van bedrijventerreinen zetten we in op een totaalplan. We maken een plan, waarin we opnemen wat een alternatieve locatie is en wat de randvoorwaarden zijn voor de transformatie qua invulling en bereikbaarheid. • Solitaire bedrijven transformeren naar wonen is voorstelbaar binnen de bebouwde kom, als dit goed kan worden ingepast. In het buitengebied worden de mogelijkheden vanuit het VAB beleid (beleid vrijkomende agrarische bebouwing) gehanteerd.
25
• PDV (perifere detailhandel vestigingslocatie) zijn winkels die moeilijk inpasbaar zijn in bestaande winkelgebieden omdat ze veel ruimte innemen, goed bereikbaar willen zijn en veel bevoorrading behoeven. We nodigen winkeliers uit om met een goede invulling te komen voor de concept stores in combinatie met shop in shop, bijvoorbeeld in de markten: milieubewust consumeren, outdoor, reizen of gamen. • Door nieuwe ontwikkelingen dreigt ‘verdozing’ van het landschap. Om dit tegen te gaan, zullen bedrijventerreinen landschappelijk goed moeten worden ingepast. Dit komt ten gunste van zowel duurzaamheid, klimaatadaptatie als ruimtelijke kwaliteit. Regionaal • Vanuit de provincie wordt gestuurd op het aan laten sluiten van bedrijventerreinen aan het bestaand regionaal bedrijventerrein. Er worden daarom voor de toekomst kansen gezien voor het verder uitbreiden van de bedrijventerreinen langs de A12, tussen 7Poort en Transito. • Maakbedrijven moeten ook blijven in de regio. We willen dit faciliteren als gemeente. Vrijetijdseconomie (VTE = recreatie en toerisme) De Veluwezoom, natuurgebied de Gelderse Poort, Hanzestad Doesburg, de Achterhoek, Kasteel Doornenburg en Fort Pannerden in Lingewaard. Daarnaast aantrekkelijke steden als Arnhem en Nijmegen, de grensregio met in Duitsland de steden Emmerich am Rhein en Kleve.
Dit maakt van Zevenaar een goede uitvalsbasis voor een kort toeristisch verblijf. Zevenaar biedt veel ruimte en mogelijkheden voor recreatie en toerisme. De cultuurhistorie, het water en de diversiteit aan landschappen vormen een belangrijk visitekaartje voor de gemeente en geven het een hoge belevingswaarde.
Illustratie dagtoeristisch aanbod Zevenaar per basisleefstijl vanuit VTE-beleid
Verblijfsrecreatie De huidige verblijfsrecreatie concentreert zich qua locaties in het noorden van de gemeente (de IJsseldorpen) en het zuiden (’t Gelders Eiland). In het centrum en in het tussengebied tussen het centrum en het noorden van de gemeente is juist weinig verblijfsrecreatie, hier zitten veel agrarische ondernemers.
De leefomgeving in Zevenaar is grotendeels in balans met de bezoekers. Uit recent onderzoek blijkt dat de huidige omvang van het toerisme niet leidt tot een (te) hoge structurele druk op de meeste fysieke domeinen van de leefomgeving. Op sommige vlakken is de bezoekersdruk zelfs wat te laag; de potentie wordt nog niet ten volle benut. Het zou bijvoorbeeld positief kunnen zijn voor het voorzieningenniveau in de
dorpskernen wanneer er extra vraag naar voorzieningen ontstaat door bezoekers die daar overnachten of recreëren. Belangrijke conclusies ten aanzien van het uitbreiden van verblijfsrecreatiemogelijkheden zijn: • De gebieden binnen de gemeenten Zevenaar kennen grote (landschappelijke) verschillen, ook op het gebied van verblijfsrecreatie. • Het is van belang te verkennen waar verschillende opgaven elkaar kunnen versterken. Hierbij moet goed worden gekeken naar bestaande regelgeving en worden gedacht in kansen en minder in belemmeringen. • De voorzieningen in de kernen van ’t Gelders Eiland staan onder druk. • Het energienet in Zevenaar is vol voor grootverbruikers. • Er zijn uitdagingen op het gebied van de vitaliteit van de verblijfsrecreatie. • De ontwikkeling van Fashion Outlet Zevenaar en een nieuw kleinschalig (meer luxe en/of onderscheidend) vakantiepark kan een boost geven aan de het bestaande aanbod verblijfsrecreatie. • Kleinschaligheid. Er wordt meer ruimte gezien voor uitbreiding van het bestaande aanbod, dan voor nieuw aanbod. De ruimte die er wordt gezien, is vooral kleinschalig van aard. • Ondernemers geven aan de impact op het milieu het meest belangrijk te vinden bij nieuwe initiatieven. • Toerisme moet in balans zijn en blijven met de leefomgeving (toeristische druk in verhouding tot de toeristische draagkracht).
Mede vanuit een analyse en de gesprekken met onze inwoners en betrokken partijen ten aanzien van verblijfsaccomodaties is het volgende naar voren gekomen. • We zien mogelijkheden voor een hoogwaardig hotel als aanvulling op het verblijfsaanbod nabij de A12. • Mogelijkheden Rhederlaag en kernen aan de noordzijde van de gemeente Zevenaar: er worden nog mogelijkheden gezien voor uitbreiding recreatie. Voor Rhederlaag geldt echter dat een zorgvuldige inpassing gewenst is gelet op de beperkende landelijk regelgeving. De Bahrse Pol is een gebied waar we nog mogelijkheden zien voor een recreatieve invulling al dan niet met een vorm van verblijfsaccommodatie, passend bij het gebied. • Binnen het Gelders Eiland is terughoudendheid gewenst. Mogelijk nog een kleinschalig tot middelgroot recreatiepark in deel Carvium Novum. Overige nieuwe verblijfsaccommodatievormen zijn mogelijk als deze kleinschalig van aard zijn en goed in te passen in de bestaande stedelijke en landschappelijke structuur. • Mogelijkheden in de agrarische gebieden: verruimen regels voor recreatief verblijf bij de boer. 26
• Mogelijkheden voor meer solitaire vormen van verblijfsrecreatie zoals slowcabins, natuurhuisjes en ecolodges op locaties waar de aangewezen natuurgebieden niet onevenredig worden verstoord. Per gebied (zonering) verschilt de grondhouding van de gemeente. We zetten in op gebieden die kansrijk zijn, minder kansrijk en weinig kansrijk. Dit heeft te maken met verschillende type regelgeving op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau op het gebied van natuurwaarden, water en landschap en erfgoed. Naast de grondhouding kijken we er ook naar of een initiatief bijdraagt aan onze ambities zoals opgenomen in deze visie en of het initiatief aansluit bij de nog nader uit te werken uitgangspunten: 1. E en initiatief versterkt waar mogelijk landschap, natuur en cultuur 2. Een initiatief moet vitaal zijn en dat ook in de toekomst blijven 3. E en initiatief moet bijdragen aan de leefbaarheid 4. Een initiatief moet duurzaam zijn
Ambities Vrijetijdseconomie Toeristische infrastructuur (paden, routes, bewegwijzering). • Waar landschap verder ontwikkeld wordt of nieuw ontwikkelingen plaatsvinden, wordt ook ruimte gemaakt voor de ontwikkeling van nieuwe routes en ommetjes. • Het water, de watersport en de rivieren in de gemeente bieden mooie kansen om een sterke belevingen te ontwikkelen en om kansrijke doelgroepen te trekken. • Het huidige wandel- en fietsnetwerk biedt mogelijkheden om uitgebreid te worden met TOP’s (toeristische opstapplaatsen). Ontwikkeling van aanbod voor dag- en verblijfsrecreatie. • We zetten in op recreatie en toerisme met de focus op beleving van water, natuur, cultuurhistorie en winkelen. • Bestedingen van recreanten en (zakelijke) toeristen dragen bij aan de versterking van het voorzieningenniveau in de kernen. • We willen een vitale verblijfsrecreatiesector, nu en in de toekomst. Daarom zetten we in op duurzaamheid, toekomstbestendigheid en dient de verblijfsrecreatie bij te dragen aan de leefbaarheid in de gemeente. De vrijetijdseconomie is één van de pijlers van de economie van de gemeente Zevenaar en die willen we versterken. • Creëren van een meer hoogwaardig aanbod, aanvullend op dat wat er als is. • Een hotel (niet in gebruik voor opvang bijzondere doelgroepen) versterkt de aantrekkelijkheid van het toeristisch product.
Samenwerking en kwalitatief & innovatief ondernemerschap • We willen (blijven) inzetten op Zevenaar als onderdeel van de streek de Liemers. Marketing, informeren & inspireren. • We willen de beleving van het water en de rivieren benutten voor de verdere ontwikkeling van het aanbod en profilering van Zevenaar en de Liemers. • Het onderwerp water en de beheersing daarvan koppelen aan het Liemerse verhaal. Inzet op het beleven van de cultuurhistorie door drie verhaallijnen: 1. Strijd tegen het water 2. Leven van het water 3. Romeinse Limes
Zoneringskaart gemeente Zevenaar
• Plannen zoals een kunstroute en een verbinding tussen de Fashion Outlet Zevenaar en het centrum van Zevenaar ondersteunen we. We werken hierin samen met de ondernemers in en om het centrum. Landbouw Zevenaar heeft een groot buitengebied met veel agrarische bedrijven. Vooral in het gebied ten noorden van de A12 komen veel (en ook grootschalige) agrarische bedrijven voor. Een groot deel van Zevenaar is in gebruik voor de landbouw, namelijk iets meer dan 50 %. De gronden zijn vooral in gebruik voor de veehouderij en de akkerbouw. Er is sprake van een intensief grondgebruik. Wat zijn de ontwikkelingen? • Stoppende bedrijven: de komende jaren krijgen we te maken met stoppende agrarische bedrijven (boerderijen), wat leidt tot veel vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s). Er ontstaat een risico op leegstand, verloedering en verrommeling. Tegelijkertijd liggen hier kansen om het agrarisch gebied toekomstbestendiger te maken en duurzaam te versterken. • Schaalvergroting agrarische bedrijven: veel van de resterende bedrijven nemen in omvang toe (grootschalige bebouwing) om economisch succesvol te kunnen zijn. Zij groeien binnen de agrarische bedrijfstak en/of verbreden zich door andere bedrijvigheid toe te voegen. Een extensieve bedrijfsvoering dient het uitgangspunt te zijn.
• Concurrerende ruimteclaims: ruimteclaims vanuit de energietransitie en klimaatverandering die kunnen leiden tot een veranderend landschap (zonnevelden, windturbines, waterberging). • Veranderende eisen en inzichten: de landbouwsector dient te verduurzamen. Denk bijvoorbeeld aan kringlooplandbouw. Hierbij worden de stoffen die gebruikt worden door de agrarische bedrijven ook weer teruggebracht in het gebied. Bij het grondgebruik is een verdere afstemming op de waterhuishouding noodzakelijk (functie volgt systeem). Voor economische functies in het buitengebied (bijvoorbeeld in vrijkomende agrarische bebouwing of als nevenfunctie) geldt dat ruimtelijke kwaliteit en een goede landschappelijke inpassing op zowel structuur-, locatie- als inpassingsniveau belangrijke voorwaarden zijn. De dynamiek in het buitengebied biedt kansen, maar ook risico’s voor de natuuren cultuurhistorische landschapswaarde (waardevolle doorzichten en historische linten). De verscheidenheid in kern en landschappen mag niet verloren gaan en dient uitgangspunt te zijn bij planontwikkeling. 27
Het is van belang om het gesprek met de agrarische ondernemers te blijven voeren over de mogelijke combinaties tussen het toekomstperspectief voor de sectoren, de vergroting van de biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap. Ten slotte is een aantrekkelijk landschap en buitengebied een belangrijke randvoorwaarde voor recreatie en toerisme in Zevenaar en zo komen de koppelkansen ook in beeld bij de diverse opgaven. We moeten in overleg met de sector keuzes maken en de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de landbouw in Zevenaar aangeven. Het is een belangrijke opgave om ruimte te geven aan nieuwe bestemmingen voor voormalige agrarische bedrijven. Dit met het oog op veiligheid en leefbaarheid van het buitengebied. Natuurinclusieve landbouw Natuurinclusieve landbouw is een manier van landbouw waar ook de natuur en het landschap baat bij heeft. Hierbij wordt gewerkt binnen de grenzen van de natuur waardoor de biodiversiteit, de rijkdom aan planten en dieren toeneemt. Concreet betekent dit minder intensief gebruik van mest en krachtvoer. Er is aandacht voor een gezond bodemleven met genoeg bodemdiertjes zoals regenwormen, kevers, pissebedden en miljoenpoten, plus schimmels en bacteriën. Een gezonde bodem is een noodzakelijke basis en zorgt ook weer voor het aantrekken van vogels.
Een boer die natuurinclusief werkt, heeft respect voor het landschap van de streek en probeert dit ook te verfraaien.
• Van verrommeling in ons agrarisch gebied is steeds minder sprake. • Er is meer ruimte voor de natuur. • Het bouwen van woningen, de energietransitie en de mogelijkheid tot recreëren is in ons agrarisch gebied op de juiste plek ingepast en gaat niet ten koste van het landschap. • Er is een groot aantal veranderingen gaande waardoor het agrarisch gebied wezenlijk gaat veranderen: de transitie van het landelijk gebied. Dit vraagt om een regie waarbij ingezet wordt op een samenhangende aanpak. Een aanpak gericht op het landelijk gebied: agrarisch gebied én de natuurgebieden. • We willen dat de agrariërs in Zevenaar zo natuurinclusief mogelijk hun bedrijfsvoering uitoefenen en worden gefaciliteerd richting een duurzame bedrijfsvoering waaronder energieopwekking.
Met het oog op de toekomst is er op het vlak van mobiliteit nog veel te doen. Veel van de reeds bestaande infrastructuur in en buiten de kernen vergt onderhoud, maar ook aanpassing om toekomstbestendig te kunnen zijn. Veiligheid, bereikbaarheid, aandacht voor verschillende middelen van transport en bijbehorende zaken als parkeren, opladen en nieuwe ontwikkelingen blijven aandacht en investeringen vergen. Veel aan mobiliteit gerelateerde zaken worden integraal opgepakt als onderdeel van grotere ontwikkelingen zoals grootschalige wijkaanpak en de uitvoering van de uitbreiding en versterkingsopgaven voortkomend uit de andere bouwstenen. Spoor Het spoor vormt een barrière tussen het zuidelijke gebied en de kern van Zevenaar. Met het oog op bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid is de wens om de gelijkvloerse spoorkruisingen om te zetten naar ongelijkvloers in de vorm van nieuwe over-/ onderdoorgangen ten westen en oosten van de tunnel van de Betuweroute. In het tussengelegen deel dient ingezet te worden op verbindingen voor langzaam verkeer. Ook voor de nieuwe spoorkruising Witte Kruis-Betuweroute wordt ingezet op een onderdoorgang als meest robuuste en best in te passen maatregel die verdere verstedelijking naar de toekomst toe het minst in de weg staat.
Ambities Landbouw • We staan geen nieuwvestiging van agrarische bedrijven toe. Bedrijven die een nieuwe locatie willen, kunnen gebruik maken van een bestaande leegstaande agrarische locatie, mits deze op een passende locatie ligt. • Voor huidige agrariërs die willen doorgaan zetten we in op het faciliteren van mogelijkheden die in te passen zijn binnen de ambities voor het landschap, verduurzaming en kringlooplandbouw. • Voor bedrijven waar beëindigen van de agrarische activiteiten is voorzien, denken we mee in de mogelijkheden voor transformatie, mits dit geen beperking oplevert voor de aanwezige agrarische functies.. Hiertoe wordt het VAB-beleid (Vrijkomende Agrarische Bebouwing) geactualiseerd. Een gebiedsgerichte aanpak is daarbij voorstelbaar. Afhankelijk van het gebied zetten we in op woningbouw, kleinschalige niet-agrarische bedrijven of recreatieve en maatschappelijke functies.
van logische en veilige verbindingen. Ook is er nadrukkelijk aandacht voor de onlosmakelijk hieraan gekoppelde gebruiksfuncties voortkomend uit de andere bouwstenen.
Nader verkeerskundig onderzoek naar de verkeersafwikkeling op basis van de groeiambitie, de gewijzigde benaderingswijze van Zevenaar voortkomend uit ViA15 en de overige ingrepen uit deze Visie zullen moeten uitwijzen of er nog een aanvullende voorziening nodig is ten oosten van de Kerkstraat, ook rekening houdend met de mogelijkheden voor openbaar vervoer en aanrijtijden voor hulpdiensten. De ontwikkelingen zijn onlosmakelijk verbonden aan de kansen die grootschalige woningbouwontwikkeling in het clustergebied grootschalige woningbouw Spoorzone biedt. Bouwsteenkaart Economie met daarop de agrarisch bedrijven
5.5 Bouwsteen Mobiliteit Binnen de bouwsteen Mobiliteit is in brede zin aandacht voor verkeer en vervoer en de hieruit voortkomende randvoorwaarden om dit op goede wijze te laten functioneren, zoals bereikbaarheid, parkeren en het creëren
Auto De grootste opgave is het bereikbaar houden van de Liemers bij de groei die zowel in eigen gemeente, maar ook op alle andere schaalniveaus wordt voorzien. De realisatie van het project ViA15 met daarin de doortrekking van de A15 en de verbreding van de A12 is daarbij een essentiële stap. Daarnaast zal ook het onderliggend wegennet meer robuust 28
gemaakt moeten worden. Deels is hier de afgelopen jaren al op ingezet met de herinrichting van de weg Hengelder en de Arnhemseweg, maar de beoogde uitbreidingen vergen ook een goede koppeling met de nieuwe ontwikkelgebieden en de nu minder goed ontsloten gebieden. Met name de doortrekking Witte Kruis wordt hierin als absoluut noodzakelijk gezien. In het toekomstbeeld voor Zevenaar richting 2040 wijzigt de inzet op autobereikbaarheid en autogebruik ten opzichte van de huidige situatie. Een nieuwe stadsentree bij Hengelder, intensivering van bebouwing en de doortrekking van de A15 vragen om cruciale wijzigingen in het huidige wegennetwerk. Daarnaast vragen doelstellingen vanuit leefbaarheid, duurzaamheid, klimaatadaptie en vergroening om een andere benadering van mobiliteit. Dit resulteert in een netwerkvisie waarbij duidelijker onderscheid gemaakt wordt tussen hoofdstructuur en onderliggende structuur. De inzet op het stimuleren van wandelen, fietsgebruik en openbaar vervoer is hierbij het uitgangspunt. De hoofdstructuur van Zevenaar richt zich met de aansluiting op de A15 en A12 met name op de west- en oostzijde van de stad. De westelijke verbinding via de Arnhemseweg is vooral gericht op regulier autoverkeer en de ontsluiting van de woonomgeving op de A15.
De oostelijke verbinding via de Hengelderweg en aansluiting Transito richt zich zowel op het ontsluiten van autoverkeer als vrachtverkeer op de A12. Het zwaartepunt van de aansluitingen Hengelder en Transito ligt op het ontsluiten van het vrachtverkeer zodat de kern van Zevenaar wordt vermeden. De gebieden ten zuiden (Pannerden), zuidoosten (Gelders Eiland) en noorden (noordelijke kernen) van de kern Zevenaar vinden aansluiting op de ringstructuur van Zevenaar en daarmee het stadscentrum. De omschakeling naar een meer duurzame samenleving raakt met name de auto. Aanpassing van tank- en laadinfra zal samen moeten oplopen met de opkomst van nieuwe energievormen op dit vlak. Deelmobiliteit is daarbij ook een ontwikkeling die bij uitbreiding en wijkaanpak overwogen moet worden.
Meer autoluw woongebied
Uitsnede bouwsteenkaart Mobiliteit met Ringbaan (blauw)
In het gebied binnen de Ringbaan krijgt de auto naar de toekomst toe minder prioriteit. Dit geldt met name voor het centrumgebied (binnen de parkeerring) en de te herontwikkelen gebieden zoals Vestersbos, de gemeentewerf en Enghuizen (het BAT-terrein). Intensivering van woningdichtheden gaat maatregelen vergen ten opzichte van het huidige parkeerbeleid. De inzet op meerlaagse parkeervoorzieningen en het sturen middels het gericht beprijzen van het parkeren kan een bijdrage leveren aan de benodigde parkeerruimte voor centrumontwikkelingen. Ontwikkelruimte binnen het centrum is essentieel om een aantrekkelijk en goed functionerend centrumgebied naar de toekomst toe te kunnen behouden. Aan het terugdringen van de auto in het gebied zijn onlosmakelijk maatregelen gekoppeld om juist langzaam verkeer te bevorderen. De verdere uitbouw van een hoogwaardig (en grotendeels vrijliggend) fietsnetwerk met bijbehorende stallingsvoorzieningen en attractieve en veilige looproutes zijn hier onderdeel van. Parkeren De invloed van de auto op de omgeving is in meerdere opzichten hoog en door nieuwe inzichten, kostenontwikkelingen en ruimtegebruik is het ook lang niet altijd meer zo vanzelfsprekend dat dit de voornaamste vorm van mobiliteit is.
Goede, betaalbare en duurzame alternatieven genieten steeds meer de voorkeur en de ruimte die bespaard kan worden met minder fysieke inrichtingsmaatregelen voor de auto, kan ingezet worden voor andere ambities op het vlak van bijvoorbeeld wonen
of leefbaarheid. Het huidige parkeerbeleid voorziet niet in dergelijke ontwikkelingen waardoor hoge parkeernormen zwaar wegen bij nieuwe ontwikkelingen en groeiambitie en ruimtelijke kwaliteit regelmatig in de weg staan. In 2025 wordt een aanpassing voorzien waarbij beter geanticipeerd kan worden op veranderende parkeerbehoeften in relatie tot andere doelstellingen. Bij aantoonbaar goede alternatieven of twijfel over de strikte noodzaak van veel parkeerruimte wordt ruimte geboden om met maatwerk tot oplossingen te komen. Een grotere loopafstand naar de auto, maar daardoor wel een aantrekkelijkere woonomgeving, is hierbij een voorbeeld dat bij onderzoek onder bewoners als acceptabel naar voren kwam. Een betere verbinding tussen de verschillende parkeergelegenheden zal bijdragen aan een efficiënt gebruik van de parkeerplaatsen met name rondom het centrum. Fiets Om de weginfrastructuur goed te laten functioneren is het essentieel om ook andere vervoersvormen te stimuleren en daarmee bij te dragen aan de doorstroming. Het verder uitbouwen van een robuust netwerk voor de hoofdfietsstructuur moet (geholpen door de populariteit van de elektrische fiets) ervoor zorgen dat ritten van geringe afstand zoveel mogelijk met de fiets worden uitgevoerd. De fiets moet daarmee voor de gebruiker een logische keuze zijn. Bijkomende voordelen zijn er op vlakken als klimaataanpak en gezondheid.
Samen met een goed functionerend openbaar vervoer dat alle concentratiegebieden voor wonen en werken aandoet, ontstaan ook kansen voor een beter ingericht gebied met minder benodigde parkeergelegenheid. Waar mogelijk wordt ingezet op vrij liggende fietspaden met zo min mogelijk barrières en goede aansluitingen op het regionale snelfietsnetwerk. Trein en bus De ligging aan het spoor draagt reeds in hoge mate bij aan de bereikbaarheid van Zevenaar. Naar de toekomst toe heeft een verhoudingsgewijze groei hiervan de voorkeur boven groei van autoverkeer. Betrouwbare en vaak rijdende treinen zijn essentieel, maar ook de haltering van de regionale trein is daarbij nodig. Verdere uitbreiding van de mogelijkheden die het spoor kan bieden wordt nadrukkelijk als kans gezien door in te zetten op mogelijkheden van een extra station bij toekomstig intensief bebouwd gebied. De vervoersaantallen voor de bus liggen veel lager, maar de bus is voor de dorpen en het landelijk gebied voor veel inwoners het enige alternatief voor de auto op lange afstand. Het bereikbaar houden van kleine kernen met openbaar vervoer is zodoende essentieel. De wens om meer woon29
en werkgebieden direct te voorzien van een buslijn wordt onderkend, maar hier kan de komende jaren geen uitvoering aan worden gegeven.
groter deel van het transport via het water of het spoor te laten verlopen. Hierbij wordt ook bijgedragen aan een betere benutting van de aanwezige Betuweroute.
In het kader van verbetering OV en doelgroepenvervoer is er aandacht voor een verbinding met mobiliteit (specifiek het OV en aanvullend OV (zoals buurtbus)) en het aanvullend lokaal sociaal vervoer. De buslijnen bestrijken lang niet alles in onze gemeente. Door in te zetten op logische en aanvullende verbindingen kunnen we de vervoersmogelijkheden verbeteren.
Verder heeft de aanwezigheid van de rivieren, de Bijland en Rhederlaag geleid tot een behoorlijke aandeel pleziervaart en de aanwezigheid van de pontverbindingen die bijdragen aan de vrijetijdseconomie en de beleving van het rivierenlandschap.
Op de bouwsteenkaart Mobiliteit worden de verschillende verkeersaspecten nader aangeduid.
Verkeersveiligheid Het leefbaar en bereikbaar houden van Zevenaar gaat samen met verkeersveiligheid. Die bewaken we als volgt: Blijvend aandacht voor verkeersveiligheid Verkeer en mobiliteit zitten in een transitie, waarbij er steeds meer aandacht is voor alternatieven voor autogebruik. Desondanks wordt het hoofdwegennet steeds drukker, waardoor automobilisten alternatieve routes zoeken op het onderliggende wegennet. Vanuit leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid vinden wij dit een ongewenste ontwikkeling die voorkomen dient te worden. Verbindingen via het onderliggende wegennet moeten bestemmingen bereikbaar maken en ontsluiten, maar mogen geen alternatief zijn voor het hoofdwegennet. Het continue aandacht hebben voor verkeersveiligheid is daarom erg belangrijk. Dit bestaat niet alleen uit het terugdringen van verkeersbewegingen en ongevallen. Ook ziet dit op het tegengaan van gevoelens van verkeersonveiligheid. We moeten daarop in (blijven) zetten en hier structureel aandacht aan geven en capaciteit voor vrij maken.
Bouwsteenkaart Mobiliteit
Scheepvaart Op groter schaalniveau is het vervoer over water een optie die het vrachtverkeer op de weg kan helpen terugdringen. De ligging van Zevenaar binnen het rivierengebied maakt dat Zevenaar daar haar steentje aan bijdraagt met de overnachtingshavens voor de binnenvaart. Voor de nabij de rivier gelegen bedrijvigheid is de inzet erop gericht om zoveel mogelijk transport via het water te laten gaan. Daarbij staan we open voor betere mogelijkheden voor overslag voor de lokale bedrijvigheid. Voor de logistieke sector biedt de nabijheid van het overslagpunt bij Emmerich kansen om een
Duurzaam Veilig blijft het uitgangspunt We kiezen ervoor om de landelijke principes van Duurzaam Veilig te volgen. Door de inrichting van Duurzaam Veilig toe te passen op de Zevenaarse wegen creëren we duidelijkheid voor de weggebruiker. Zo weet de weggebruiker welk verkeersgedrag er van hen verwacht wordt. De in het verleden gemaakte keuze voor 30 km/uur-zones binnen de kom en 60 km/uur daarbuiten blijft vooralsnog gehandhaafd. Eventuele wijzigingen komen in de op te stellen mobiliteitsvisie aan bod. We zijn dus al een flink eind op weg en dat willen we de komende periode voortzetten. Aanvullend daarop blijven we deelnemen aan de landelijke en regionale campagnes en acties op het gebied van verkeerseducatie en gedragsbeïnvloeding, om zo tot een compleet pakket aan maatregelen te komen.
Ambities Mobiliteit Algemeen • Ambities vanuit de Verkeersvisie (2020): - De leefomgeving leefbaarder maken - Betere bereikbaarheid van kernen, bedrijven en voorzieningen - Verkeersveiliger maken van wegen • We zoeken de ruimte voor de verduurzaming van de mobiliteit. Dit leidt tot keuzes met betrekking tot elektrisch rijden, andere vormen van rijden en/of deelmobiliteit. • We willen investeren in uitbreiding van het wegennetwerk om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Echter uitbreiding alleen is niet voldoende. Het gaat om een mix aan maatregelen. • We willen een visie op het alternatief voor de auto. Hoe stimuleren we mensen om de fiets en het OV te gebruiken? Autogebruik willen we terugbrengen bij woningbouwontwikkelingen. We nemen de bereikbaarheid integraal mee bij ontwikkelingen. • Aanbieders van deelmobiliteit kunnen op strategische plekken ruimte krijgen. • De inzet is erop gericht om vervoersarmoede zoveel mogelijk tegen te gaan. We willen de individuele kernen ook in de toekomst met de bus een alternatief te bieden voor de auto. Dit betekent dat we proberen de buurtbus zo goed mogelijk te behouden en aanvullend hierop kijken of vervoeropties als automaatje/ belbus van toegevoegde waarde zijn: we willen deze mogelijkheden per dorp onderzoeken en vragen inwoners om creatief te zijn met deze alternatieven.
Auto • Kansen voor smart mobility stimuleren: uit de auto krijgen van mensen. • De plannen voor het doortrekken van de A15, de verbreding van de A12 en een nieuwe op- en afrit bij 7Poort zullen de komende jaren gerealiseerd worden. Fiets • Koppelkansen: Recreatieve verbindingen mee koppelen met verbindingen woon-werken Openbaar vervoer • Gezien de grootschalige ontwikkelingen in het oostelijk deel van Zevenaar (bedrijventerrein / woningbouw) is het een randvoorwaarde dat het voorzieningenniveau op het gebied van openbaar vervoer 30
meegroeit. Dit in combinatie met de provinciale en regionale visie met betrekking tot de mobiliteitshub (plek waar meerdere vormen van vervoer samenkomen) maakt de locatie Zevenaar-Oost uiterst kansrijk voor de realisatie van een station. Ook een station Babberich is goed voorstelbaar gelet op de ontwikkelingen in dit deel van Zevenaar. Insteek blijft station Oost, echter station Babberich als alternatief willen we ook overwegen. • Openbaar vervoer op bedrijventerreinen/werklocaties stimuleren en ontwikkelen we waar mogelijk. • Afspraken rondom vervoer vanuit fysiek domein verbinden we met het sociaal domein. Water • We willen de verbindingen over de rivieren behouden, dan wel de barrières van het water terugdringen. Verkeersveiligheid • We willen gastvrije dijken. Bij herinrichtingsplannen kijken we naar mogelijkheden om fietsverkeer en gemotoriseerd verkeer van elkaar te scheiden.
31
6. UITERWAARDEN IJSSEL
Intergemeentelijke structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort
De Koppenwaard heeft een sleutelfunctie in waterveiligheid. Voor het hele uiterwaardengebied langs de IJssel tussen Arnhem en Giesbeek is in 2020 een integraal plan vastgesteld: het Rivierklimaatpark IJsselpoort. Er is ruimte voor rijke natuur, duurzame landbouw, recreatie en bedrijvigheid. Ook wordt de IJssel beter bevaarbaar. Een belangrijk uitgangspunt is de versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de beleefbaarheid van het gebied. Vanaf 2023 wordt met een consortium toegewerkt naar concrete plannen voor herinrichting van het gebied.
Toekomstvisie Rhederlaag
Eind 2019 is een toekomstvisie voor Rhederlaag opgesteld door het IGOR (Integraal GebiedsOverleg Rhederlaag). De totstandkoming liep gelijk op met de ontwikkeling van de Intergemeentelijke Structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort. Het IGOR is ontstaan vanuit de wens van veel gebiedspartijen om actief een rol te spelen in de doorontwikkeling van het recreatiegebied door gezamenlijk een bijdrage te leveren aan een inrichtingsplan voor het Rhederlaag. In 2021 werd de toekomstvisie vertaald in een ‘Startnotitie Kwaliteitsimpuls’. Deze Startnotitie is opgesteld ter aanvulling en concretisering van de Toekomstvisie Rhederlaag en dient als input voor de uitwerking van het Rivierklimaatpark IJsselpoort. De concrete vraag die voorligt is wat moet worden verstaan onder de ‘kwaliteitsimpuls’ en wat nodig is om deze te verwezenlijken.
Algemeen De IJssel heeft een bijzondere ligging. Vanaf de dijken langs de IJssel is in zuidelijke richting zicht over het vlakke rivierenlandschap. In noordelijke richting is zicht op de Veluwezoom. Dit deelgebied omvat het stroomgebied van de IJssel tussen de bandijken. De gemeentegrens valt hier grotendeels samen met de IJssel. Grote delen van de uiterwaarden langs de IJssel zijn aangewezen als natuurgebied (Natura 2000). Grootschalige ontzanding heeft hier plaatsgevonden en een nieuw recreatielandschap gevormd. Alleen de Koppenwaard is nog steeds een kenmerkend stukje IJsseluiterwaard; een kleinschalig landschap met onregelmatige blokvormige verkaveling, oude kleiwinningsputten, bosjes en grasland. Hier staan natuur en landbouw met de herkenbaarheid van de voormalige steenfabrieken centraal. Het plassengebied, dat ontstond door de zand- en grindwinning, transformeerde naar het waterrecreatiegebied Rhederlaag, het grootste waterrecreatiegebied van OostNederland. Dit kenmerkt zich door het grote wateroppervlak met aan de randen intensieve en extensieve vormen van recreatie. Langs de noordrand liggen campings met jachthavens en stranden. Aan de zuidzijde ligt de woonwijk Lathum-Riverparc. Andere delen zijn meer extensief met dagrecreatie en natuur. Rond de Valeplas zal natuur ook meer ruimte krijgen.
Visie Rivierklimaatpark
Samen met inwoners, 8 (semi)overheidsorganisaties, agrariërs en andere ondernemers is één evenwichtig plan gemaakt om tussen Arnhem en Giesbeek een uniek rivierpark te realiseren. Dit plan zorgt voor toegankelijke uiterwaarden die klimaatextremen kunnen blijven opvangen. De intergemeentelijke structuurvisie vormt het toetsingskader voor de toelaatbaarheid van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast is de structuurvisie een uitnodiging om te komen met initiatieven die bijdragen aan doelen van het Rivierklimaatpark. In de structuurvisie is per deelgebied een uitwerking gemaakt. Volledigheidshalve wordt hierbij integraal verwezen naar de intergemeentelijke Structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort https://www.rivierklimaatpark.nl/documenten/ verkenningsfase+2016+-+2020/handlerdownloadfiles. ashx?idnv=1795141
Uitgangspunten zijn: • Een aantrekkelijk landschap en goede infrastructuur o Beheer en onderhoud op orde. o Behoud uitstekende waterkwaliteit en aandacht voor gevolgen van extreem hoog- en laagwater. o Veilige en aantrekkelijke infrastructuur. • Een toekomstbestendig goed aanbod o Activiteiten op en aan het water. o Centimeterbank om niet-riviergebonden initiatieven te kunnen realiseren als saldering op de ruimte die de rivier krijgt door de maatregelen die vanuit het Rivierklimaatpark worden ingezet. Een financiële kwaliteitsimpuls is nodig om de gewenste ontwikkeling te realiseren en om de organisatorische inzet vanuit ondernemers en gebruikers te borgen. Basiskwaliteit landschap De culturele en de ecologische waarden van het uiterwaardenlandschap van de IJssel worden hoog gewaardeerd. Uitzondering vormt het Rhederlaag. Hier zijn door de ontgronding culturele lagen verdwenen en zijn er nog weinig aanknopingspunten voor ecologische ontwikkeling. 32
Desondanks is het areaal dusdanig groot dat er in ieder geval buiten de meest intensief gebruikte delen kansen liggen voor meer biodiversiteit. De nog zichtbare delen van de oude IJsselloop zou daarbinnen een bijzondere plek kunnen krijgen.
Bouwsteen Wonen Woningbouw Dit deelgebied is buitendijks gelegen en omvat weinig hoogwatervrij terrein. In dit gebied zien we geen mogelijkheden voor woningbouw. Dat komt door de beperkingen vanuit de rivier, maar ook doordat het aanwezige grondgebruik zich niet hier niet voor leent. De reeds aanwezige woonbebouwing ligt vrijwel geheel op Riverparc, als strak omkaderd en reeds volgebouwd gebied.
Brug Een mooie en functionele fiets- en loopbrug over de IJssel ter hoogte van de Marsweg zien we als waardevolle toevoeging, ook voor de verbinding tussen de gemeenten Rheden en Zevenaar. Dit is een specifieke wens vanuit de gemeente. Deze brug is niet opgenomen in de plannen voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort, maar we zien dit als Zevenaar wel als een logische en duurzame verbindende schakel tussen de noord- en zuidoever van de IJssel. Hiermee worden voorzieningen en gebieden jaarrond bereikbaar voor woon-werkverkeer en recreatief gebruik. Ook ontstaan nieuwe fietsverbindingen, kan het netwerk van TOP’s uitgebreid worden en kan de toeristische druk op de Veluwezoom verlicht worden. Tevens fungeert een mooie brug als landmark voor het Rivierklimaatpark en kan dit helpen om het gebied op de kaart zetten als uitbreiding op de Veluwezoom.
Bouwsteen Economie Hart watersportcentrum van Oost Nederland Binnen een fraaie landschappelijke omgeving ligt recreatiegebied Rhederlaag. Vanuit recreatief en economisch oogpunt is dit een belangrijk gebied waar meerdere toeristische en recreatieve activiteiten ondernomen kunnen worden. Het Rhederlaag trekt veel toeristen en recreanten aan vanuit de wijde regio. Naast de watergebonden activiteiten wordt meer ingezet op een breder aanbod, waarbij fiets en wandelverbinding binnen het gehele IJsselpoort gebied en de koppelingen naar de omgeving verder worden uitgebouwd. Binnen het recreatiegebied wordt ruimte geboden aan diverse activiteiten en evenementen, met name op het evenemententerrein aan de zuidkant, waar ook het festival Dreamfields plaatsvindt.
Bouwsteen Mobiliteit Bereikbaarheid campings en de overzijde van de IJssel Aan de noordkant van de gemeente wordt op het vlak van mobiliteit ingezet op het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid voor recreatief gebruik. In het kader van het project Rivierklimaatpark wordt ingezet op een vernieuwde Marsweg en Koestraat met mogelijk vrijliggende fietspaden. Waar deze route nu nog richting het pontje gaat dat enkel een deel van het jaar in bedrijf is, wordt op langere termijn ingezet op de komst van een fietsbrug die een permanente goede verbinding kan maken met Rheden en de Veluwe.
landbouw zal verder met de natuur worden verweven. Het steenfabriekterrein in de Koppenwaard kan een rol vervullen bij natuurontwikkeling en als extensief recreatief punt waar je naartoe kunt wandelen of fietsen. Rhederlaag Rhederlaag is een regionaal centrum voor intensieve (water)recreatie. Een ambitie is om de herkenbaarheid en de toegankelijkheid van het gebied te vergroten, waarbij de samenhang met het grotere landschap van de IJsseluiterwaarden wordt versterkt. Er is ruimte voor natuurontwikkeling door het concentreren van functies en zonering van het gebied. De noordoever van de plassen, de zone direct langs de IJssel, maakt onderdeel uit van de ecologische hoofdstructuur. De zuidoever van Rhederlaag is kleinschalig met groene oevers met bosschages en kleine stranden. Recreatievoorzieningen zullen zorgvuldig worden ingepast met oog voor de kernkwaliteiten zoals de herkenbaarheid van de dijk, uitzichten naar de Veluwe, herkenbaarheid van de voormalige IJsselmeanders en oude bewoningsplaatsen. Welke bouwstenen zijn leidend in dit deelgebied? Leefomgeving (natuur en landschap) en economie in de vorm van recreatie zijn leidend in dit gebied. Initiatieven moeten passend zijn binnen deze bouwstenen dan wel daar een bijdrage aan leveren.
Overnachtingshaven Het is de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat om de binnenvaart vlot en veilig over de rivieren te laten varen. De IJssel heeft te weinig overnachtingshavens. Daarom zijn er vanuit het Rijk plannen voor een nieuwe haven aan de Valeplas bij Giesbeek.
Bouwsteen Leefomgeving Ontwikkeling Rivierklimaatpark IJsselpoort Vanuit de verschillende riviergebonden inrichtingsvormen wordt een meer samenhangend landschapspark nagestreefd. Koppenwaard De ambitie voor de Koppenwaard is gericht op verweving van landbouw en natuur en behoud van het kleinschalige cultuurlandschap; het reliëf en waardevolle landschapselementen. Recreatief medegebruik past daar bij. Uitbreiding van verblijfsrecreatie is hier niet aan de orde. Het gebied moet een rustige zone vormen. In het gebied komt natuurontwikkeling in de vorm van ooibos en de
Ambities deelgebied Uiterwaarden IJssel Algemeen: • Het gebied blijft zich onderscheiden van de binnendijkse IJsselzone door de vergezichten en de zichtbare (voormalige) dynamiek van de IJssel. • Het gebied wordt met oog voor ruimtelijke kwaliteit en klimaatadaptie ingericht voor recreatie, landbouw en natuur als onderdeel van het Rivierklimaatpark IJsselpoort. • Belangrijk bij nieuwe ontwikkelingen is het herkenbaar en beleefbaar houden van de structuurbepalende elementen (dijken, de oude zand- en kleigaten, oude meanders en bewoningsplaatsen, relicten van oude verdedigingslinies). Koppenwaard: • In de Koppenwaard willen we het verkavelingspatroon van weidegronden herkenbaar houden dan wel versterken. De uiterwaarden zijn een belangrijk natuurgebied.
33
Rhederlaag: • We zetten in op een mooie en functionele fiets- en loopbrug over de IJssel. • We willen een aantrekkelijk landschap, goede infrastructuur en een toekomstbestendig goed recreatief aanbod. • Bahrse Pol: een hoogwatervrije locatie met kansen voor ontwikkeling van de recreatieve/ toeristische sector, mits goed ingepast conform de Beleidslijn Grote Rivieren. • We ondersteunen de Toekomstvisie Rhederlaag en het Recreatief toeristisch profiel Rhederlaag Rivierklimaatpark IJsselpoort.
De bovenstaande ‘facetten’ van het Rhederlaag kennen allemaal hun eigen opgave voor de toekomst. Daarbij staat steeds het water centraal. Deze facetten in samenhang vormen de kracht van het Rhederlaag.
34
7. DORPEN IJSSELZONE
van de Rivierweg en het zicht op de bedrijven langs de A12 tasten het landschapsbeeld aan. Ook in het Giesbeekse Broek zijn weinig landschapselementen aanwezig. Rond Angerlo is het landschap weer rijker als overgang naar het coulissenlandschap naar het oosten.
Bouwsteen Wonen De noordelijke kernen bieden beperkte ruimte voor herontwikkeling binnen de bestaande bebouwingsgrenzen. Om enige mate van eigen groei van de kern op te vangen zijn er voor de korte termijn (tot 2030) nog een paar inbreidingslocaties door het invullen van open ruimte of herontwikkeling van vervallen van oude functies. In beperkte mate is er sprake van uitbreiding.
Algemeen: Het meer kleinschalige landschap achter de dijken met de dorpen Lathum, Giesbeek en Angerlo De kernen Lathum, Giesbeek en Angerlo hebben elk een eigen identiteit. Het landschap van de IJsselzone onderscheidt zich van het aangrenzende Broeklandschap door een kleinere schaal, een grotere variatie, meer microreliëf en minder openheid. Als gevolg van de ruilverkaveling en het verdwijnen van kleinschalige landschapselementen, is dit onderscheid op veel plekken lastiger leesbaar geworden. De N338 doorsnijdt oude patronen zoals op de oeverwal van Lathum en Bahr, waardoor de relatie tussen het bebouwingslint en het achterland deels wordt onderbroken. Op plekken aan de dijk langs de IJssel dringt de invloed van het buitendijkse recreatiegebied ook in de IJsselzone door. Overigens vormen de rust en ruimte van dit landschap met haar dorpen een waardevol en sterk contrast met de stedelijke zone waarin de stad Zevenaar ligt. Basiskwaliteit landschap De culturele en de ecologische waarden van de IJsselzone worden gemiddeld gewaardeerd. Op veel plekken zijn landschapselementen verdwenen en het landschap is enigszins versnipperd. Uitzondering vormt het landgoederenlandschap rond Bingerden, dat zowel cultureel als ecologisch hoger scoort. In het Lathumse Veld zijn juist veel landschapselementen verdwenen en de doorsnijding
• Angerlo Angerlo heeft nog ruimte binnen de reeds gestarte uitbreiding Kolkwijk en het hier aan grenzende terrein van de corporatie Plavei (Dorpstraat), mogelijk op termijn uit te breiden met het monumentale pand en terrein van de voormalige melkfabriek. Verder loopt nog een ontwikkeling op het voormalig erf aan de Ds. de Grootstraat. • Giesbeek In Giesbeek worden momenteel enkele kleine plannen onderzocht/ uitgevoerd. Als middelgrote kern valt te verwachten dat ook Giesbeek op termijn nog extra uitbreidingsruimte behoeft. Binnen de huidige contour van de kern is het sportpark in potentie een aantrekkelijke inbreidingslocatie voor woningbouw. Echter dit vergt verplaatsing van het sportpark met vermoedelijk een noodzakelijke oversteek van de Rivierweg tot gevolg. Te overwegen alternatief als uitbreidingslocatie in combinatie met aantrekkelijk en robuust groen en water vormt de oostpunt (omsloten door de straten Zwalmstraat, Rivierweg en de dijk). • Lathum Op het terrein van de voormalige Jonkerschool en achterliggend speelveld is reeds sprake van een initiatief waarbinnen nieuwe woningen mogelijk zijn.
Vanuit de opgestelde dorpenvisie (Lathum Later) wordt ingezet op het creëren van een nieuw laagdrempelig bruisend dorpshuis dat in het hart staat van het dorp en waar ruimte is voor ontmoeting en activiteiten zoals creatieve clubs, koren, fitness, cursussen, jongeren- en ouderen activiteiten, zorgactiviteiten, feesten, vergaderingen, terras, uitvoeringen enz. Daarnaast is er behoefte aan 15 tot 20 woningen. Vooral woningen voor ouderen staan in de belangstelling.
De ontwikkelingen rondom het oude schoolgebouw worden gezien als een mogelijkheid om een aantal voorzieningen, vooral voor ouderen, weer in het dorp terug te brengen. Daarbij wordt vooral gedacht aan voorzieningen op het gebied eerstelijnszorg. Een ontwikkeling van woningen tezamen met deze voorzieningen in een naastgelegen dorpshuis is een uitgelezen kans voor de ouderen in Lathum, waardoor zij langer in hun dorp kunnen blijven wonen. Verdere uitbreiding kan wenselijk zijn binnen de sfeer van de landgoederenzone (zie Het Broek) op het grondgebied tussen het dorp en de Lathumse Hoek, maar dan nadrukkelijk gekoppeld aan landschapsversterking. Landgoederenzone Binnen dit deelgebied wordt de zone direct ten zuiden van de Rivierweg aangemerkt als gebied waar een transformatie richting natuur en landschapsversterking wordt nagestreefd. Een dergelijke ontwikkeling is hier ook denkbaar onder de noemer van nieuwe landgoederen met goed ingepaste bebouwingsclusters als onderdeel van een grotere totaalontwikkeling. Deze strook kent al waardevolle ensembles waar groen en bebouwing samenkomen (Huis te Lathum Bingerden en Wielbergen). Een substantiële groen-blauwe impuls aan het landschap met veel ruimte voor biodiversiteit, recreatief medegebruik en circulaire landbouw biedt daarmee kansen voor kleinschalige wooninitiatieven.
Tijdens de participatie is naar voren gekomen dat een ruime meerderheid het ermee eens is dat de “Landgoederenzone” in de IJsseldorpen beschikbaar moet zijn voor kleinschalige woonplannen.
Landgoederenzone: gearceerde deel op bouwsteenkaart Leefomgeving
Functieverandering agrarische bedrijven Een aantal erven zal een woonfunctie krijgen. Uitgangspunt hierbij is dat de vrijkomende agrarische bebouwing zoveel mogelijk wordt geclusterd en dat er meer landgoederenzones worden gecreëerd voor woningbouw in het buitengebied. Bij transformaties van boerenerven naar wonen is het belangrijk 35
de historische kenmerken te behouden, de landschappelijke inpassing te verbeteren en erven weer hechter te verbinden met het landschap, zowel met landschapselementen als paden.
Bouwsteen Economie Bedrijventerreinen de Uitmaat en de Koppeling Het behouden van deze lokale bedrijventerreinen is wenselijk omdat dit de lokale economie stimuleert. Vanuit de gemeente worden innovatie en een kwaliteitsimpuls gestimuleerd waar voor beide op deze plek kansen worden gezien. Met InnoFields is binnen dit bedrijventerrein een concentratie van kennis en projecten aanwezig op het gebied van wateren bodemsystemen. Deze samenwerking wordt uitgebouwd tot Soil Valley met een (inter)nationale uitstraling, werkend in de regio. Een eventuele goed ingepaste uitbreiding richting de westpunt willen we als optie mogelijk houden om passende bedrijvigheid te kunnen behouden en faciliteren. Wij zien kansen om de recreatieve mogelijkheden in de noordelijke kernen van gemeente Zevenaar beter te benutten.
Bouwsteen Mobiliteit Rivierweg De Rivierweg is voor het verkeer de levensader voor de aanwezige kernen. De ooit gekozen ligging maakt de weg tot een harde grens waarbij de kernen strak ingekaderd zijn. Veiligheid gekoppeld aan oversteekbaarheid van deze weg blijven aandacht vragen, vooral de inzet op een goede oversteekbaarheid voor langzaam verkeer. Zeker als er met verdere groei van de kernen gekeken wordt naar ruimte aan de andere kant van de weg en de mogelijkheid om daar gelegen landschap meer in te zetten voor ommetjes door het landschap. Omdat de huidige inpassing van de Rivierweg conflicteert met de landschappelijke kenmerken en potenties, ligt hier een opgave die kansen biedt om het landschap duurzaam te versterken en de barrièrewerking van de weg aan te pakken. Deze opgave verdient het om in samenhang bekeken te worden met de entreegebieden voor Lathum en de Lathumse Hoek die ook relevant zijn voor de ontwikkeling van het Rivierklimaatpark.
Bijna de helft van de inwoners is het eens dat door de Rivierweg meer onderdeel te laten worden van de woonomgeving, er kansen ontstaan om deze weg minder als hindernis te ervaren. Ongeveer 30% is het hiermee oneens. Fietsnetwerk tussen IJsselzone en Zevenaar Gekoppeld aan de landgoederenzone (zie Wonen), ontstaan wellicht ook mogelijkheden voor uitbreiding van het fietsen wandelnetwerk van dit gebied die uiteindelijk ook te koppelen zijn aan de noord-zuidstructuur door Het Broek.
Bouwsteen Leefomgeving In de IJsselzone zijn de dorpen en het platteland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het platteland biedt werkgelegenheid, ontspanning en streekproducten. In de kernen liggen de (grotere) voorzieningen waarop ook bewoners van het buitengebied zijn aangewezen. Er ligt een kans voor agrarische bedrijven door in te spelen op de zorgvragen uit de kernen (zorgboerderijen, kinderopvang). Dit komt de economische vitaliteit van het platteland zeker ten goede. Gelet op de kleinere schaal van de IJsselzone is schaalvergroting hier in het algemeen minder passend. Dus de inzet is meer kleinschalige landbouw en meer nevenfuncties van boerenerven.
van het aangrenzende meer grootschalige, zeer open Broeklandschap. • Behoud van landschapselementen, karakteristieke historische bebouwingslinten en dijklinten en versterking van de natuurfunctie in dit gebied. • De landgoederen Bingerden en Wielbergen blijven herkenbaar als een cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol ensemble met een kleinschalig en meer besloten karakter. De landgoederen maken onderdeel uit van de ecologische verbindingszone BingerdenMontferland. • De landschappelijke barrièrewerking van de Rivierweg meer verzachten, zodat de samenhang in het landschap beter ervaarbaar wordt. Tegelijk is het de ambitie om de passant over deze weg fraai zicht te geven op het landschap. • Kleinschalige wooninitiatieven in de landgoederenzone. • Extra aandacht is geboden voor de landschappelijke inpassing van landbouwontwikkelingen en recreatieve functies met bijbehorende parkeervoorzieningen.
In de dorpen zijn de groene en open ruimtes van groot belang omdat deze voor een sterke relatie zorgen tussen het dorp en het landschap. Bij ontwikkelingen is het belangrijk om deze onbebouwde ruimtes te koesteren en open te houden.
Welke bouwstenen zijn leidend in dit gebied?
Leefomgeving (landbouw) en wonen prevaleren in dit gebied. Initiatieven moeten passend zijn binnen deze bouwstenen, dan wel daar een bijdrage aan leveren. Ambities deelgebied Dorpen IJsselzone • Binnen de bestaande bebouwingsgrenzen zijn er mogelijkheden voor woningbouw. • We willen de recreatieve mogelijkheden in de noordelijke kernen van gemeente Zevenaar beter benutten. • De landschappelijke samenhang versterken in het meer open oeverwallenlandschap bij Lathum en Giesbeek en in het meer besloten dekzandlandschap rond Bingerden en Angerlo. Op deze wijze moet de meer kleinschalige IJsselzone zich weer duidelijker gaan onderscheiden 36
8. HET BROEK
IJsselzone. Aan de oostkant vormt de Hengelder Leigraaf een duidelijke grens met het meer besloten zandlandschap rondom Didam met een bosrijk recreatiegebied. In het zuiden en westen voert rijksweg A12 door het komgebied en heeft het oorspronkelijke komgebied deels plaatsgemaakt voor woongebieden en bedrijventerreinen van Duiven en Zevenaar. Basiskwaliteit landschap De culturele en de ecologische waarde van Het Broek wordt laag gewaardeerd. Toch is de uitgestrektheid van Het Broek dat doorloopt in de aangrenzende gemeenten een unieke kwaliteit. Anderzijds is het een gebied dat bij de ruilverkaveling primair is ingericht voor de landbouw, waardoor de belevingswaarde en de ecologische waarde nu geringer zijn. Ook grootschalige infrastructuur draagt bij aan een lagere waardering doordat het de toegankelijkheid en de belevingswaarde van Het Broek aantast.
Bouwsteen Wonen Algemeen: Het uitgestrekte landbouwgebied Het middengebied van Zevenaar is het zogenaamde komgebied binnen het rivierenlandschap, een relatief laaggelegen stuk land van rivierklei dat zich kenmerkt door openheid en prachtige vergezichten, agrarische bedrijvigheid, harde wind en smalle wegen. Het Zevenaars broekgebied is onderdeel van het grote komgebied van de Liemers. Dit komgebied is binnen de provincie Gelderland één van de grotere open landschappen. Het gebied is voornamelijk in gebruik voor agrarische doeleinden: ruim 40% van de agrarische bouwpercelen van Zevenaar bevindt zich in Het Broek. Ook in oppervlakte neemt Het Broek een belangrijke plek in voor de landbouw. Het Broek is dus overwegend agrarisch gebied en er is maar beperkt sprake van menging van functies. Daarom is deze sector beeldbepalend voor het landschap. Het komkleigebied, ooit een groot moerasgebied, is sinds de late dertiende eeuw stapsgewijs ontgonnen vanuit de omliggende dorpen. Hoewel de bebouwing is toegenomen, heeft het gebied nog steeds een open karakter met beperkte bebouwing. Kenmerkend zijn de rechte wegen, sloten en weteringen. Het oostelijk komgebied heeft meer oorspronkelijke beplantingselementen waardoor het een meer kleinschalige opbouw kent. Door Het Broek liggen enkele noord-zuidwegen. Aan de noordzijde vormen weteringen en veldwegen de grens met de meer kleinschalige
Het Broek Binnen Het Broek is grootschalige woningbouw geen doelstelling. In het kader van transformatie van agrarische erven op basis van het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) worden wel nog mogelijkheden gezien. Echter het overal transformeren van voormalige agrarische erven tot vergelijkbare kleine woonclusters met veelal dure woningen resulteert in een vreemd bebouwingsbeeld en mogelijk groeiend conflict tussen wonen en de primaire agrarische functie. Om die reden willen we hier ruimer insteken in de herbouwmogelijkheden op meer logische plekken, dichter bij de kernen/voorzieningen, gekoppeld aan landschapsversterking en met ruimte voor woningbouw voor meer diverse doelgroepen.
Bouwsteen Economie Een vitale agrarische sector Het Broek is de voornaamste plek voor de agrarische sector binnen de Liemers. Echter het bestaande aantal agrariërs mag niet zonder meer groeien en bij uitbreiding van bestaande agrarische bedrijven dient de uitbreiding te zien op een meer toekomstbestendig en mogelijk meer natuurinclusieve en extensieve vorm van landbouw dan wel een nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf.
Nieuwe mogelijkheden In het grotendeels open landschap zal de traditionele structuur van ruilverkaveling in de basis overeind blijven, maar zal op strategische plekken ook ruimte moeten worden gemaakt voor natuur, landschap en verbindingen. Deze nieuwe functies hebben op zichzelf een waarde, maar kunnen ook van meerwaarde zijn voor natuurinclusieve bedrijfsvoering, nevenactiviteiten in het agrarisch gebied en eventueel als achtergrond voor functieverandering richting beperkte recreatie of woonclusters. We gaan het beleid voor functieverandering voor vrijkomende agrarische bebouwing heroverwegen. We willen nieuwe woonclusters in het primair agrarische deel echter beperken en mogelijkheden bieden om hieruit voortkomende bouwrechten op logische wijze te clusteren in een landschappelijke setting in de omgeving, bijvoorbeeld in de landgoederenzone.
Bouwsteen Mobiliteit Nieuwe verbindingen Dit overwegend open landelijk gebied wordt voornamelijk in noord-zuid richting doorkruist om de verbindingen tussen de dorpen in het noorden en de stedelijke zone te leggen. De aanwezige Rivierweg voldoet in functionele zin vanuit doorstroming, maar vormt tegelijkertijd een harde en prominent in het landschap liggende grens voor de aanliggende kernen. Met de gekozen landschappelijke versterking door uitbreiding van noord-zuid structuren van het groenblauw raamwerk, worden kansen gezien om deze ontwikkeling samen op te pakken met uitbreiding van een landschappelijk fraaie structuur voor de fietser die uiteindelijk de stad Zevenaar kan verbinden richting de noordelijke kernen en via de nieuwe IJsselbrug doorlopend tot de Veluwe. Een breder aanbod aan functies ten zuiden van de Rivierweg vraagt nadrukkelijk ook aandacht voor de oversteekbaarheid hiervan, met name bij de kernen. Snelheidsbeperking, weginrichting en eventueel overbrugging zou hierbij bespreekbaar gemaakt moeten worden. Ook aan de zuidzijde bij de A12 is het wenselijk om voor langzaam verkeer verbindingen te leggen tussen het Broekgebied en de woonomgeving. In eerdere planvorming voor woningen op Reisenakker is al gesproken over een brug over de snelweg om het noordelijk uitloopgebied boven de A12 te bereiken.