Bijlage 1. 1220784 Was-wordt-tabel Reglement van orde 2025
Tekst van het document
Bijlage 1 onderwerp zaaknummer
Was-wordt-tabel Reglement van orde 2025 Z/24/476670/INT/24/1220784
Bestaande tekst
Nieuwe tekst HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; b. amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerp-beslissing, naar de c. vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; d. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt e. om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; f. motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of g. verzoek wordt uitgesproken; h. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; i. initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel.
Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid of raadsleden tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - griffier: griffier van de raad of zijn plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid of raadsleden voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - voorzitter: voorzitter van de raad of zijn plaatsvervanger.
HOOFDSTUK 2. BEGIN VAN HET LIDMAATSCHAP, FRACTIES EN BENOEMING WETHOUDERS Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders 1. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de
Artikel 2. Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven en toelating raadsleden. 1. Er is een commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven die bestaat uit drie raadsleden. De raad benoemt de leden van de commissie.
Pagina 1 van 22
2.
3.
4.
5.
6.
daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet , de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet . Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over zijn toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 3. Benoeming wethouders De Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven, genoemd in artikel 2, onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Artikel 5 Fractie 1. De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie
Artikel 4. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij het begin van de zittingsperiode als één fractie beschouwd.
Pagina 2 van 22
2.
3.
4.
5.
beschouwd. Is onder een lijstnummer één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Indien één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. De nieuwe naam van de fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad.
2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, doet de fractie voor de eerste raadsvergadering schriftelijk mededeling aan de voorzitter en de griffier welke naam zij in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en zijn plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk schriftelijk doorgegeven aan de voorzitter en de griffier. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter en de griffier. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
HOOFDSTUK 3. DE VOORZITTER, DE GRIFFIER EN HET PRESIDIUM Artikel 2 De voorzitter De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
Artikel 5. De voorzitter De voorzitter is belast met: a. de handhaving van de orde in de vergadering; b. het doen naleven van dit Reglement, en c. de overige taken die op grond van dit Reglement of de Gemeentewet aan hem zijn toegedeeld.
Pagina 3 van 22
Artikel 6. De waarnemend voorzitter Na een raadsverkiezing belast de raad een raadslid als waarnemend voorzitter. Als de burgemeester niet beschikbaar is, neemt de waarnemend voorzitter het voorzitterschap van de raad waar. Artikel 3 De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door de plv. griffier. 3. Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Artikel 7. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium, vergaderingen van de agendacommissie en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad. 2. Als de griffier niet beschikbaar is, wordt hij vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen.
Artikel 3c Het presidium 1. Het presidium bestaat uit: de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Het presidium is belast met de werkwijze van de raad en raadscommissies en het toezicht op de griffier en griffie. 3. Het presidium vergadert volgens een door hem vast te stellen schema en op oproep van de voorzitter. 4. Bij de vergaderingen van het presidium is de griffier aanwezig, tenzij het om een bespreking over zijn persoon gaat. 5. Bij de vergaderingen van het presidium is de secretaris aanwezig op uitnodiging van de voorzitter. 6. Elke fractievoorzitter wijst een lid van zijn fractie (zijnde raadslid) aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt. 7. Bij afwezigheid van de voorzitter wijst het presidium uit zijn midden een vervangend voorzitter aan. 8. Het presidium vergadert in beslotenheid met elkaar. 9. Van de presidiumvergadering wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt in de
Artikel 8. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet de taken van de agendacommissie en werkgeverscommissie betreft. 5. Het presidium vergadert in beslotenheid. 6. Het presidium wordt bijgestaan door de griffier. 7. De griffier is verantwoordelijk voor verslagen van de vergaderingen van het presidium. De verslagen worden in de eerstvolgende vergadering van het presidium ter vaststelling aangeboden. Verslagen worden openbaar gemaakt, tenzij sprake is van informatie waaromtrent op grond van de Wet open overheid (Woo) of de Algemene Verordening
Pagina 4 van 22
eerstvolgende presidiumvergadering vastgesteld. Na vaststelling wordt het verslag openbaar gemaakt. Op een verslag is verder artikel 14 lid 5 van toepassing.
Gegevensbescherming (AVG) beperkingen van toepassing zijn.
HOOFDSTUK 4. RAADSVERGADERINGEN Paragraaf 1. Voor de vergadering Artikel 3d De Agendacommissie 1. Er is een agendacommissie. 2. De agendacommissie stelt de voorlopige agenda’s van de raadscommissies en de raad vast. Bij het vaststellen van de raadsagenda wordt rekening gehouden met de adviezen van de raadscommissies. 3. De agendacommissie fungeert tevens als klankbord voor de informatieve raadsbijeenkomsten. 4. De agendacommissie bestaat uit de voorzitters van de raadscommissies en benoemt uit haar midden een voorzitter. De burgemeester is adviseur van de Agendacommissie en in elke vergadering aanwezig. 5. De griffier draagt zorg voor de ondersteuning van de agendacommissie. 6. De leden hebben elk één stem in de agendacommissie, waarbij gestreefd wordt naar unanieme besluitvorming. 7. Indien de agendacommissie niet tot een unaniem besluit komt, wordt het Presidium geraadpleegd. Daarna neemt de agendacommissie een definitief meerderheidsbesluit.
Artikel 9. De agendacommissie 4. Er is een agendacommissie die bestaat uit de commissievoorzitters en hun plaatsvervanger. 5. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen, raadscommissievergaderingen en beeldvormende vergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet, en in het derde lid. 6. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie ook als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 7. De agendacommissie wordt bijgestaan door de voorzitter en de griffier. 8. De griffier is verantwoordelijk voor verslagen van de vergaderingen van de agendacommissie. De verslagen worden in de eerstvolgende vergadering van de agendacommissie ter vaststelling aangeboden. Verslagen worden openbaar gemaakt, tenzij sprake is van informatie waaromtrent op grond van de Wet open overheid (Woo) of de Algemene Verordening
Pagina 5 van 22
Gegevensbescherming (AVG) beperkingen van toepassing zijn. Artikel 7 Oproep; toezending agenda en stukken 1. De voorzitter zendt ten minste een week voor een vergadering de leden van de raad een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda en, voor zover nog nodig, de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad verzonden. Artikel 8 Agenda 1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt de Agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 5. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 16 Ingekomen stukken 1.
Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd.
Artikel 10. Oproep en agenda 1. De voorzitter roept raadsleden ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering schriftelijke op en deelt met hen de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. De voorzitter kan in spoedeisende gevallen nadat hij raadsleden schriftelijk heeft opgeroepen een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt zo snel mogelijk met de daarbij behorende stukken met de raadsleden gedeeld. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden in afwijking van het eerste en tweede lid bij de griffie ter inzage gelegd. 4. De agenda wordt bij het begin van een vergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 11. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. 2. De raad stelt op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.
Pagina 6 van 22
2. De raad stelt op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel 9 Beschikbaar stellen van stukken Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de 1. Stukken die horen bij de onderwerpen of onderwerpen of voorstellen op de agenda voorstellen op een agenda, worden dienen, worden gelijktijdig met het verzenden gelijktijdig met de schriftelijke oproep op van de oproep voor de leden op elektronische elektronische wijze beschikbaar gesteld. Als wijze beschikbaar gesteld. Indien na het er na de schriftelijke oproep stukken verzenden van de oproep stukken ter inzage beschikbaar worden gesteld of ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling worden gelegd, wordt hiervan schriftelijk gedaan aan de leden van de raad. mededeling gedaan aan de raad. 2. Indien omtrent stukken op grond van artikel 2. Informatie van de raad of aan de raad 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet verstrekte informatie waaromtrent op grond geheimhouding is opgelegd, blijven deze van hoofdstuk Va van de Gemeentewet stukken in afwijking van het eerste lid, onder geheimhouding is opgelegd, worden in berusting van de griffier en verleent de griffier afwijking van het eerste lid bij de griffie ter de leden van de raad inzage. inzage gelegd. Artikel 10 Openbare kennisgeving 1.
De vergadering wordt door aankondiging in de gemeentelijke informatierubriek en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; b. wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien. 3. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, alsmede de gestelde technische vragen en de antwoorden worden, indien elektronisch beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 13. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden elektronisch aangekondigd.
Paragraaf 2. Tijdens de vergadering Artikel 11 Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst.
Artikel 14. Presentielijst 1. De griffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen.
Pagina 7 van 22
2. Raadsleden ondertekenen de presentielijst als zij de vergaderzaal binnenkomen. Aan het einde van de vergadering stellen de voorzitter en de griffier de presentielijst vast door deze te ondertekenen. Artikel 13 Opening vergadering; quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 15. Opening vergadering bij vergaderquorum 1. De voorzitter opent de vergadering als uit de presentielijst blijkt dat meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden aanwezig is. 2. Als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden niet aanwezig is, belegt de burgemeester op grond van artikel 20 van de Gemeentewet een nieuwe vergadering. Deze kan op zijn vroegst pas plaats vinden vierentwintig uur nadat de raadsleden voor deze vergadering zijn opgeroepen. Artikel 16. Schorsing of sluiting van de vergadering De voorzitter schorst of sluit de vergadering als hij denkt dat dit nodig is voor een goed verloop van de vergadering of om de orde te bewaren.
Artikel 17 Spreekregels 1. De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter. 2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Artikel 18 Volgorde sprekers 1. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Artikel 19 Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de voorzitter anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
Artikel 17. Spreken in de vergadering 1. In de vergadering voert eenieder slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Sprekers richten zich tot de voorzitter. 2. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen vindt plaats in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 3. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 4. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Het vierde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een motie, een initiatiefvoorstel of een voorstel van orde ten aanzien van de beraadslaging over het onderwerp of voorstel heeft ingediend.
Pagina 8 van 22
3. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij de voorzitter anders beslist. 4. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
6. Op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten spreektijden aan spreektermijnen te verbinden.
Artikel 20 Spreektijd Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen aan tijd worden gebonden. Artikel 23 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
Artikel 18. Deelname aan de beraadslaging door anderen De raad kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslagingen, voor zover dit niet is geregeld in artikel 21 van de Gemeentewet.
Artikel 3a De secretaris De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. Artikel 8a De wethouder 1. De wethouders zijn te allen tijde uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te zijn. 2. De wethouders kunnen, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, nadere informatie verstrekken over één of meer onderdelen van
Pagina 9 van 22
een onderwerp waarover door de raad wordt beraadslaagd. Artikel 33 Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.
Artikel 19. Voorstel van orde Een voorstel van orde betreffende de vergadering kan door de voorzitter of een raadslid worden gedaan. De raad beslist hier meteen over.
Artikel 20. Interrupties De voorzitter kan interrupties toelaten. Deze moeten bestaan uit korte opmerkingen of vragen, zonder inleiding. Paragraaf 3. Besluitvorming Artikel 25 Beslissing 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
Artikel 21. Nemen van een beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Artikel 24 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.
Artikel 22. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslagingen en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden een stemverklaring afleggen. Een stemverklaring is beperkt tot een korte uitleg over het voorgenomen stemgedrag.
Pagina 10 van 22
Artikel 27 Stemming over amendementen en moties 1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 26 Algemene bepalingen over stemming 1. De voorzitter stelt middels hand op steken de uitslag van de stemming vast. 2. Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, gaat de voorzitter daartoe over. 3. De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 15 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 4. Bij (hoofdelijke) stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 5.
De leden brengen bij hoofdelijke stemming hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog
Artikel 23. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als op een voorstel dat in behandeling is amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd. Vervolgens wordt over het voorstel zoals het dan in zijn geheel luidt gestemd. 2. Als op een voorstel dat in behandeling is meerdere amendementen zijn ingediend, wordt eerst over de amendementen gestemd, te beginnen bij het meest verstrekkende amendement. Vervolgens wordt over het voorstel zoals het dan in zijn geheel luidt gestemd. 3. Als op een voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 24. Besluit zonder stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Als er geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen ter vergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. In dat geval wordt het besluit geacht genomen te zijn met de stemmen van de overige leden. Artikel 25. Stemming 1. Als een raadslid om stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 2.
De voorzitter maakt de uitslag na afloop van de stemming bekend en doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Pagina 11 van 22
herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 26. Hoofdelijke stemming 1. Als een raadslid om hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter hiervan mededeling aan de raad. 2. Bij de hoofdelijke stemming roept de griffier raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid en verloopt verder op volgorde van de presentielijst. Ieder ter vergadering aanwezig raadslid brengt hierbij mondeling zijn stem uit met de woorden "voor" of "tegen", tenzij leden zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming onthouden. Artikel 27. Vergissingen bij stemmingen 1. Als een raadslid zich tijdens een stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan hij zijn vergissing slechts herstellen totdat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt. 2. Als een raadslid zich tijdens een hoofdelijke stemming bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan hij zijn vergissing slechts herstellen totdat het volgende lid heeft gestemd. 3. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. Paragraaf 4. Besluitvorming over personen
Artikel 28 Stemming over personen 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.
Artikel 28. Stemming over personen 1. De voorzitter benoemt voor de stemming drie leden tot stemopnemers, die gezamenlijk steeds de geldigheid van de stembriefjes controleren, en bepalen hoeveel stemmen op iedere persoon zijn uitgebracht.
Pagina 12 van 22
2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a. een blanco ingevuld stembriefje; b. een ondertekend stembriefje; c. een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d. een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e.
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7. Onder de verantwoordelijkheid van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
2. Wanneer de stemopnemers bij een stemming klaar zijn met hun taak, maakt de eerstbenoemde stemopnemer het getal van de in de stembus aangetroffen stembriefjes bekend, en de voorzitter het getal van de leden op de presentielijst. De eerstbenoemde stemopnemer maakt vervolgens de uitslag bekend. 3. De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen vindt plaats met behulp van stembriefjes. Er vinden evenveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één stembriefje. 4. Raadsleden die zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, vullen voor iedere kandidaat voor de voordracht of aanbeveling, een stembriefje in. Het stembriefje moet een duidelijke aanwijzing bevatten van de persoon waarop het lid wil stemmen. In geval van twijfel, beslist de raad op voorstel van het stembureau. Artikel 29. Stemrondes 1. De stemmingen over de kandidaten vinden plaats in een aantal stemrondes. 2. Als niemand bij de eerste stemming de meerderheid van stemmen verkrijgt of de stemmen staken, dan vindt een tweede stemming plaats. 3. Als ook bij de tweede stemming niemand de meerderheid van stemmen verkrijgt of de stemmen nog steeds staken, beslist het lot. 4.
Er worden naambriefjes voor de betrokken personen gemaakt om de beslissing tot stand te brengen. De naambriefjes worden vervolgens door een stemopnemer als bedoeld in artikel 29 behoorlijk gevouwen in de stembus geworpen. De persoon die wordt vermeld op het naambriefje dat het eerste
Pagina 13 van 22
Artikel 29 Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel 30 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
door de voorzitter uit de stembus is getrokken, is de gekozene. Artikel 30. Geldigheid stemming en bepalen besluit 1. Een stemming is geldig als meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden die zich niet op grond van artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, een behoorlijk ingevuld stembriefje heeft ingeleverd. 2. Voor het bepalen van de meerderheid tellen de stembriefjes niet mee die: a. niet zijn ingevuld; b. zijn ondertekend; c. de namen van meerdere personen vermeldt, tenzij meerdere stemmingen worden samengevat op één briefje, en d. de naam van een andere persoon vermeldt dan diegene waartoe de stemming is beperkt.
Paragraaf 5. Verslaglegging Artikel 14 Geluid en beeldregistraties en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor een digitale beeld- en geluidsopname en een korte besluitenlijst. 2. In het geval van technische calamiteiten draagt de griffier zorg voor een samenvattend verslag.
Artikel 31. Audiovisueel verslag en besluitenlijst 1. De griffier is verantwoordelijk voor audiovisuele verslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Uit een besluitenlijst blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de aanwezige wethouders en de raadsleden, en de namen van de
Pagina 14 van 22
Ook draagt hij er zorg voor dat een digitale geluidsopname in het archief wordt opgenomen. 3. De digitale opname is via de website te bekijken en te beluisteren. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de gemeentelijke website. 4. De korte besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de oproep als beschreven in artikel 7. 5. De korte besluitenlijst bevat ten minste: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden, de wethouders en de leden die afwezig waren; in het geval overige personen het woord hebben gevoerd (als omschreven in artikel 23), dan worden ook die namen vermeld; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest en de daaromtrent genomen besluiten; c. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen.
overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een aantekening van raadsleden die afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist, en de genomen besluiten; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties en amendementen, en f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 18 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. 4. De besluitenlijsten worden in een raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. 5. De besluitenlijst wordt na de raadsvergadering openbaar gemaakt.
Pagina 15 van 22
Paragraaf 6. Besloten raadsvergaderingen Artikel 37 Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 32. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 38 Verslaglegging 1. Een besloten (deel van de) vergadering is niet via de website te bekijken en te beluisteren. Wel draagt de griffier zorg voor een kort zakelijk verslag. 2. Het verslag ligt in de aanloop naar de volgende raadsvergadering vertrouwelijk ter inzage bij de griffie. In de daaropvolgende vergadering wordt het verslag in het besloten deel van de openbare vergadering vastgesteld. Het verslag wordt ondertekend door de griffier en de voorzitter. 3. Op het verslag is verder artikel 14 lid 5 van toepassing.
Artikel 33. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar worden bij de griffie ter inzage gelegd. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden in een raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 39 Geheimhouding 1. Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. 2. De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere wijze kennis heeft van de stukken. 3. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 40 Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat
Artikel 34. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet van plan is de verplichting tot geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, moet er eerst overleg zijn met het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd – als
Pagina 16 van 22
geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
dat orgaan daarom vraagt. Dit overleg vindt dan plaats in een besloten raadsvergadering.
Paragraaf 7. Bezoekers en pers Artikel 41 Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 1. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel 42 Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken vragen hiervoor toestemming van de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen, op straffe van directe intrekking van de toestemming.
Artikel 35. Bezoekers en pers 1. Bezoekers en vertegenwoordigers van de pers mogen de openbare raadsvergadering alleen bijwonen vanaf de plaatsen die voor hen zijn bedoeld. 2. Het is niet toegestaan om goed- of afkeuring te laten zien of de vergadering op een andere manier te verstoren. Artikel 36. Beeld- en geluidsregistraties Degenen die beeld- of geluidsregistraties willen maken van een openbare raadsvergadering, vragen daarvoor toestemming van de voorzitter en volgen zijn aanwijzingen.
Artikel 43 Gebruik mobiele telefoons De aanwezigen in de vergaderzaal dienen tijdens de vergadering het geluid van hun mobiele telefoons en smartphones af te zetten. Ook andere meegebrachte communicatiemiddelen dienen geen geluid te produceren. HOOFDSTUK 5. INSTRUMENTEN VAN RAADSLEDEN Artikel 37. Agenderingsverzoeken 1. Ieder raadslid kan, alleen of met andere raadsleden, agendaverzoeken schriftelijk indienen bij de agendacommissie. Een agendaverzoek vermeldt een toelichting op het onderwerp en een voorstel voor de wijze van behandeling. 2. De agendacommissie beslist over de behandeling van agendaverzoeken.
Pagina 17 van 22
Artikel 31 Amendementen 1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
Artikel 38. Amendementen 1. Ieder raadslid kan, alleen of met andere raadsleden, amendementen schriftelijk indienen bij de voorzitter totdat de beraadslagingen over een onderwerp zijn gesloten. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen die zijn ingediend door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. De eerste ondertekenaar kan het amendement wijzigen of intrekken totdat erover is gestemd.
Artikel 32 Moties 1. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen. 2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. 3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld. 5. Intrekking of wijziging, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat de
Artikel 39. Moties 1. Ieder raadslid kan, alleen of met andere raadsleden, moties schriftelijk indienen bij de voorzitter. 2. De behandeling van een motie over een onderwerp dat op de agenda is opgenomen, vindt plaats bij de beraadslaging over dat onderwerp. 3. De behandeling van een motie over een onderwerp dat niet op de agenda is opgenomen, vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. De eerste ondertekenaar kan verzoeken de stemming over een motie aan te houden. Een aangehouden motie vervalt als er niet over is gestemd binnen 12 weken na het besluit tot
Pagina 18 van 22
besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.
Artikel 34 Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2. Het college kan binnen 4 weken, nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel, schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Het presidium kan, op verzoek van het college, van de in lid 2 genoemde termijn afwijken. 4. Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
aanhouden, tenzij de raad anders beslist. Aan het einde van een zittingsperiode vervallen alle aangehouden moties. 5. De eerste ondertekenaar kan de motie wijzigen of intrekken totdat erover is gestemd. Artikel 40. Initiatiefvoorstel 1. Ieder raadslid kan, alleen of met andere raadsleden, als initiatiefnemer een initiatiefvoorstel schriftelijk indienen bij de voorzitter. 2. De griffier zorgt ervoor dat het voorstel aan het college wordt voorgelegd. Het college kan binnen 30 dagen na ontvangst van een voorstel, schriftelijk wensen en bedenkingen over het voorstel met de raad delen. Als het college dat verzoekt, kan het presidium besluiten de termijn van 30 dagen te verlengen. 3. Als het college schriftelijk zijn wensen of bedenkingen met de raad heeft gedeeld of heeft aangegeven dit niet te zullen doen, of nadat de termijn van 30 dagen is verstreken, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering opgenomen. Als de schriftelijke oproep voor deze vergadering al is verzonden, wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. 4. Een initiatiefvoorstel dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan voor het begin van de vergadering worden aangepast als blijkt dat er een fout in zit.
Als een initiatiefvoorstel is aangepast, doet de indiener van het voorstel schriftelijk mededeling van de aanpassingen aan de raad. 5. De raad kan besluiten een aangepast initiatiefvoorstel niet in behandeling te nemen. 6. Een initiatiefvoorstel kan alleen worden ingetrokken met toestemming van de raad.
Pagina 19 van 22
Artikel 35a Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 41. Raadsvoorstellen 1. Een voorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering kan alleen worden ingetrokken met toestemming van de raad. 2. De indiener van een voorstel als bedoeld in het eerste lid, kan het voorstel aanpassen voor het begin van de vergadering als blijkt dat er een fout in zit. Als een voorstel is aangepast, doet de indiener van het voorstel schriftelijk mededeling van de aanpassingen aan de raad. 3. Als de raad vindt dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad voor welke vergadering het voorstel opnieuw op de agenda wordt opgenomen.
Artikel 36 Schriftelijke vragen 1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording tijdens het vragenuur wordt verlangd. 2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
Artikel 42. Schriftelijke vragen 1. Een raadslid dat schriftelijke vragen wil stellen aan het college of de burgemeester dient deze vragen in bij de griffier. Het lid geeft hierbij aan of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording in een raads- of commissievergadering bestaat. 2. De griffier zendt de vragen door aan de andere raadsleden en het college. 3. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Als dit niet mogelijk is, doet het college of de burgemeester hiervan schriftelijk mededeling aan de raad, waarbij aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. De griffier zendt de schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester door aan de raadsleden. 4. Mondelinge beantwoording van vragen die uiterlijk 12.00 uur op de dag voorafgaand aan een raads- of commissievergadering zijn ingediend, gebeurt in de raads- of commissievergadering. Als dit niet mogelijk is, doet het college of de burgemeester hiervan mededeling aan de raad, waarbij
Pagina 20 van 22
Artikel 36a Vragenuur 1. Aan het begin van de vergadering is er een vragenuur, ten behoeve van: het beantwoorden van vooraf ingediende schriftelijke vragen over onderwerpen die niet op de agenda staan, het doen van mededelingen door het college en de behandeling van de ingekomen stukken. 2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen over niet geagendeerde onderwerpen, dient de vragen schriftelijk voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter in te dienen. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin de in het vorige lid bedoelde vragen aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter stelt degene die schriftelijke vragen heeft gesteld in de gelegenheid een korte toelichting te geven. 5. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen en kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 6. Op het stellen van vragen over geagendeerde onderwerpen is het bepaalde in artikel 19, eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing met inachtneming van het hierna bepaalde. 7. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. 8.
De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. Artikel 35b Interpellatie 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Een raadslid kan bij mondelinge beantwoording in dezelfde raads- of commissievergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
Artikel 43. Interpellatie 1. Ieder raadslid kan de raad verzoeken om hem toe te staan een interpellatie te houden om het college te bevragen over een onderwerp
Pagina 21 van 22
gevallen, schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
dat niet op de agenda staat. Het lid dient een verzoek tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter en vermeldt daarbij het onderwerp en de vragen die hij zal stellen. 2. De griffier zendt het verzoek door aan de andere raadsleden en het college. 3. Over verzoeken die voor 08.00 uur op de dag voorafgaand aan een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert tijdens de interpellatie niet vaker dan tweemaal het woord. De andere raadsleden voeren niet vaker dan éénmaal het woord, tenzij de raad anders besluit. HOOFDSTUK 6. SLOTBEPALINGEN
Artikel 44 Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 44. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 45 In werking treden 1. Het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Zevenaar, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 november 2014 en het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Rijnwaarden vastgesteld bij raadsbesluit van worden ingetrokken. 2. Dit Reglement treedt in werking op de dag na publicatie. 3. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Zevenaar.
Artikel 45. Intrekking oude reglement 1. Het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Zevenaar wordt ingetrokken. 2. Het Aanvullend Reglement van Orde gemeenteraad Zevenaar voor digitale vergaderingen wordt ingetrokken. Artikel 46. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeenteblad. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Zevenaar 2025.
Pagina 22 van 22