Bijlage 1. 1200218 Toelichting en regels bestemmingsplan
Tekst van het document
Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers bij een ongeval in één keer kunnen vallen hoe lager (strenger) de norm. Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting. Invloedsgebied Het invloedsgebied is het gebied waarin personen nog worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt bepaald door de berekening van het grootst mogelijke ongeval waar nog bij 1% van de blootgestelde personen dodelijk letsel optreedt (de 1%-letaliteitsgrens). In het Bevi, Bevt en het Bevb is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, Bevt en het Bevb zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. Conform de Bevt dient bij een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde het groepsrisico verantwoord te worden. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Beviinrichting.
In het Bevb is voor de verantwoordingsplicht een onderscheid gemaakt tussen het 100%letaliteitsgebied en het 1%-letaliteitsgebied. Binnen het eerst genoemde gebied geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatst genoemde gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden, hier volstaat een beperkte verantwoording. Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Het Plasbrandaandachtsgebied (PAG) beschrijft de zone nabij wegen en spoorwegen die gebruikt worden voor grotere hoeveelheden transporten van gevaarlijke stoffen. In het Basisnet is voor het PAG een zone van 30 meter naast de infrastructuur opgenomen, afhankelijk van de soort infrastructuur wordt het meetpunt bepaald. De aanwezigheid van een PAG wordt bepaald aan de hand van de in het Basisnet vermelden gegevens. Voor plangebieden binnen een PAG gelden conform paragraaf 2.3 van de Regeling Bouwbesluit 2012 aanvullende bouweisen. Doorwerking in het onderhavige plan Beoordeeld moet worden in hoeverre het in het Rijksbeleid bepaalde mogelijk een belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
(vastgesteld)
27
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Afbeelding 14: Links weergave van plaatsgebonden risico en invloedsgebied, rechts de groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde (bron: Lycens)
Conclusie Op basis van de risicokaart en het van toepassing zijnde beleid met betrekking tot externe veiligheid zijn de in de omgeving van het plangebied aanwezige risicobronnen beoordeeld. Uit de beschouwing van de risicobronnen blijkt dat er geen risicobronnen zijn welke een vanuit het aspect externe veiligheid relevant zijn voor het planvoornemen. Het bevoegd gezag wordt geadviseerd op basis van voorliggende beoordeling te besluiten dat aspect externe veiligheid geen nadere beschouwing behoedt en daarmee geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling van de woningen ter plaatse van het plangebied. Voor een uitgebreide onderbouwing van het aspect externe veiligheid wordt verwezen naar bijlage 6 bij de toelichting. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het initiatief. 4.1.9
Water
Het is wettelijk verplicht om in het kader van bestemmingsplannen en afwijkingen op basis van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een watertoets uit te voeren. De watertoets omvat het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in voormelde plannen en ontheffingen. Voor het oppervlaktewaterkwantiteit- en kwaliteitsbeheer van het onderhavige plangebied is het Waterschap Rijn en IJssel verantwoordelijk. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het Waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 is de opgave om het gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het Waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het Waterschap de doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s. 28
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Zorgen voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar kan worden ingespeeld op ontwikkelingen. Het beheer dienen we op een duurzame wijze uit te voeren en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Bij het uitvoeren van de primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij dient in 2050 het onderdeel te zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving Het Waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Daarbij is het streven dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid.
Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken we de (digitale) watertoets. De digitale watertoets is ingevuld en als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Watertoets Er vindt binnen het plangebied geen uitbreiding plaats van de bebouwing. De niet karakteristieke bebouwing wordt gesloopt. De voorgestane functieverandering is van beperkte invloed op het waterbeheer binnen het plangebied of direct daar buiten. Het pand is aangesloten op de riolering. De toekomstige woningen zullen ook worden aangesloten op de riolering voor de vuilwaterafvoer. Het hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd op eigen perceel. Inrichting en beheer In of nabij het plangebied bevinden zich geen wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap. Het plan heeft niet de herinrichting van bestaande watergangen tot doel. De feitelijke situatie met betrekking tot het gebruik van de gronden nabij de watergang van het Waterschap verandert niet. Wel wordt onderzocht of het hemelwater kan worden afgekoppeld en op eigen terrein kan worden geïnfiltreerd in de bodem.
(vastgesteld)
29
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Afbeelding 15: Uitsnede Legger (bron: Waterschap Rijn en IJssel)
Wateroverlast- (oppervlaktewater) De oppervlakte van de bebouwing en verharding neemt beperkt af door de sloop van de nietkarakteristieke bebouwing en de daarbij horende verharding. Daarmee staat vast dat het totaal verhard oppervlak zal afnemen. Het hemelwater van dakoppervlak en verharding wordt afgekoppeld van het rioolstelsel en opgevangen/geïnfiltreerd op eigen terrein. Dit komt ten goede aan het grondwater, beperkt verdroging en voorkomt het overstorten van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Ter vermindering van hittestress blijven de erven zo groen mogelijk en zal de hoeveelheid verharding bij voorkeur zo beperkt mogelijk zijn. Grondwaterkwaliteit De functiewijziging leidt niet tot een toename in de hoeveelheid hemelwater die geïnfiltreerd wordt. Wateroverlast Er vindt geen toename van afvoer naar het (oppervlakte)watersysteem plaats. Grondwateroverlast De grondwaterstand wordt in de toekomstige situatie niet beperkt. Oppervlaktewaterkwaliteit In de huidige situatie is er sprake van een volledige infiltratie. Het hemelwater wordt afgekoppeld en geïnfiltreerd in de bodem. Er wordt geen water afgevoerd naar het oppervlaktewater. Waterhuishoudkundige aspecten In de 'Handreiking Watertoets' zijn inhoudelijke criteria aangereikt voor de watertoets, die de basis vormen voor de planbeoordeling door het waterschap en het daaruit voortvloeiende wateradvies.
In onderstaande watertoetstabel zijn de voor het bestemmingsplan van belang zijnde waterhuishoudkundige criteria opgenomen.
30
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo” Watertoetstabel Thema
Vraag
2. Beheer en onderhoud
• Maakt het plan deel uit van een groter plan, zoals een masterplan/ stedenbouwkundige visie? • Wordt water aangelegd, gedempt of aangepast? • Ligt in of nabij het plangebied een watergang?
3. Veiligheid
• Ligt in of nabij het plangebied een waterkering (primaire waterkering, regionale waterkering, overige kering of kade)?
1. Algemeen
4. Klimaatadaptatie (wateroverlast)
5. Waterkwaliteit
6. Afvalwaterketen
7. Grondwaterbeheer
8. Recreatie en beleving
• Ligt het plangebied in een overstromingsgevoelig gebied of winterbed van een rivier? • Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 500m2? • Neemt in het plan het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating toe met meer dan 1500m2? • Bevindt het plan zich in een waterbergingsgebied, laaggelegen gebied of beekdal? • Is er in of rondom het gebied wel eens sprake (geweest) van wateroverlast of blijkt er gevoeligheid voor wateroverlast uit de klimaatatlas (https://www.weetvanwater.nl/klimaatatlas) • Is het plangebied gevoelig voor hittestress? (bekijk hiervoor de klimaatatlas) • Is het verschil tussen de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter? • Is in of nabij het plangebied oppervlaktewater aanwezig of gepland? • Bevindt het plan zich in een gebied met speciale functie (zoals KRW, EVZ, N2000, natte landnatuur, zwemwater)? • Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealiseerd? • Ligt in of nabij het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie/ rioolgemaal/ persleiding/ gemengde overstort? • Wordt regenwater afgevoerd naar de rioolwaterzuivering? • Vinden er activiteiten plaats op het verharde oppervlak waardoor verontreinigingen kunnen afspoelen en het oppervlaktewater mogelijk vervuild raakt? • Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? • Bevindt het plan
zich in een kwelgebied ? • Is afstand tussen GHG en bovenkant vloer kleiner dan 80 cm? • Ligt het plan in beschermingszone of intrekgebied van een (drink)wateronttrekking? • Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? • Worden drainagevoorzieningen aangelegd binnen een beperkingengebied voor drainage? • Wordt recreatief medegebruik van wateren en oevers mogelijk gemaakt? • Ligt in het plangebied een beschermd watererfgoed?
Relevant
Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Afbeelding 16: Watertoetstabel (bron: Handreiking Watertoets)
(vastgesteld)
31
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo” Conclusie Het plangebied is gelegen in een binnendijks gebied en grenst aan de waterkering. Het initiatief ziet op de functiewijziging van de bestaande monumentale bebouwing. De bebouwing en verharding nemen beperkt af. Het aspect water is bij de uitvoering van het bestemmingsplan niet in het geding. Het plan draagt bij aan de doelstellingen van het waterschap zoals beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. 4.1.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.1.10.1 Archeologie Met de ondertekening van het verdrag van Malta en de parlementaire goedkeuring daarvan heeft de Nederlandse overheid zich verplicht erop toe te zien dat bij ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het bekende en het nog niet bekende archeologische “bodemarchief”. De Erfgoedwet biedt de wettelijke basis voor de bescherming van archeologisch en cultureel erfgoed. Op basis van de archeologische waardenkaart van de gemeente Zevenaar ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische waarde en daarvoor geldt een onderzoek verplichting bij een verstoringsoppervlak van meer dan 200 m2. Het initiatief ziet op hergebruik van bestaande bebouwing. De grond wordt niet geroerd, met uitzondering van het verwijderen van overtollige verharding waarvoor in het verleden de grond al is geroerd.
4.1.10.2 Cultuurhistorie Het plangebied heeft een hoge cultuurhistorische waarde. De bebouwing is grotendeels aangewezen als monument. Er is om die reden een bouwhistorische verkenning uitgevoerd (bijlage 8). Ook zijn de plannen in een vroeg stadium besproken met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (bijlage 8a). De realisatie van het initiatief zorgt voor een duurzame instandhouding van de monumentale bebouwing. De niet karakteristieke bebouwing wordt gesloopt. Conclusie Voor de uitwerking van de plannen (verbouwing tot twee woningen) dient afstemming plaats te vinden met de monumentencommissie van de gemeente. De bouwhistorische verkenning dient daarbij als basis voor de nadere uitwerking van de plannen. 4.1.11 Verkeer en parkeren Een ruimtelijke ontwikkeling mag niet leiden tot problemen bij de verkeersafwikkeling of tot parkeeroverlast. In het paraplubestemmingsplan 'parkeren' van de gemeente Zevenaar wordt het plangebied aangemerkt als 'overige zone - parkeernormen buitengebied'. Op het erf aan de achterzijde is ruimte voor parkeren voor minimaal zes auto’s. Voor woningen in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning. In het totaal komt de parkeerbehoefte voor twee woningen op 4,4 (afgerond 4) parkeerplaatsen. Daarmee is er ruim voldoende parkeergelegenheid op eigen perceel.
Het is aannemelijk dat de functiewijziging niet leidt tot een substantiële toename van extra verkeersbewegingen in de omgeving ten opzichte van de voormalige kantoorfunctie. Op basis van de CROW geldt voor één woning 5,4 verkeersbewegingen per dag. Voor twee woningen komt dat neer op 3.942 verkeersbewegingen per jaar. De verkeersbewegingen kunnen eenvoudig worden opgevangen binnen de huidige verkeersstroom. De bestaande in- en uitrit op de Bingerdenseweg blijft de primaire ontsluiting voor de woningen. Conclusie Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om in de parkeerbehoefte te voorzien voor de nieuwe woningen. De verkeersafwikkeling levert geen belemmeringen op voor de omgeving. De verkeersbewegingen voegen zich eenvoudig binnen de bestaande verkeersstromen.
32
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Hoofdstuk 5 5.1
Bestemmingsplanregeling
Algemeen
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn eventuele aanlegregels, uitwerkingsregels, nadere eisen, ontheffing- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen.
5.2
Juridische vormgeving
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012. Voor de inhoudelijke systematiek is aangesloten bij het geldende bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord 2018. Hieronder wordt de opbouw van het plan kort toegelicht. 5.2.1
Inleidende regels
Conform SVBP bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten. 5.2.2
Bestemmingsregels
In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Artikel 3 Wonen Deze bestemming betreft de burgerwoningen binnen het plangebied, niet zijnde (agrarische) bedrijfswoningen. Het betreft hier één hoofdgebouw met bijgebouw(en) en/of overkappingen. Hiervoor zijn bepalingen opgenomen wat betreft omvang en afmeting van de bebouwing. Binnen de bestemming is kamerverhuur niet toegestaan. De landschappelijke inpassing van het erf wordt geborgd met een voorwaardelijke verplichting voor uitvoering en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Artikel 4 Waarde - Archeologie hoge verwachting Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachtingswaarde. Binnen deze bestemming moeten de archeologische waarden worden beschermd als de bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m zijn.
(vastgesteld)
33
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo” Artikel 5 Waarde – Cultuurhistorie Ter bescherming en instandhouding van ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden is de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie opgenomen. Het beschermingsregime betreft een historisch gebouw. Bescherming van de monumentale waarden van het gebouw wordt middels de Erfgoedwet bepaald. De dubbelbestemming regelt de bescherming en instandhouding van de vormgeving van de bouwwerken/bouwmassa. Dit betreft de omvang van de bouwmassa, de opbouw van de bouwmassa, (gezamenlijk) bouwoppervlak, goot- en bouwhoogte en de kapvorm. Daarbij kunnen ook nadere eisen gesteld worden aan de minimale en/of maximale metingen. Daarnaast is voor het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig. Naar aanleiding van een deskundigenoordeel kan een vergunning worden geweigerd, indien direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk doen aan de aanwezige cultuurhistorische of landschappelijke waarden. Artikel 6 Waarde – Natuur en Landschap Op basis van het provinciale GO/GNN is een dubbelbestemming opgenomen voor de percelen met waarden voor (de ontwikkeling van) natuur, water en landschap. Hiervoor is een beschermend regime opgenomen in de dubbelbestemming.
In de Groene Ontwikkelingszone wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. Het uitvoeren van in de regels opgesomde werkzaamheden is vergunningplicht Artikel 7 Waarde – Waardevol open gebied In deze gebieden is sprake van een kenmerkende landschappelijke openheid, van zodanige waarde dat deze beschermenswaardig is. Hiervoor is een beschermend regime opgenomen in de dubbelbestemming. Zo zijn teeltondersteunende voorzieningen (buiten het bouwvlak) in waardevol open gebied uitgesloten. Artikel 8 Waterstaat – Waterkering Deze dubbelbestemming betreft de binnen het plangebied aanwezige waterkeringen en/of kades. De gronden zijn naast de overige aan de gronden gegeven bestemming bestemd voor waterkeringen. De gronden mogen uitsluitend worden bebouwd ten dienste van de waterkering. Door middel van afwijking kunnen de gronden overeenkomstig de onderliggende bestemming worden bebouwd. Hierbij dient de beheerder van de waterkering te worden gehoord. Daarnaast geldt dat voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunning is vereist. 5.2.3
Algemene regels
Bij de bestemming aanvullende regels opgenomen met betrekking tot bouwen. Daarnaast bevat dit hoofdstuk algemene gebruiksregels en afwijkingsregels. 5.2.4
Overgangsrecht en slotregels
In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
34
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Bij de uitvoering van een voornemen kan onderscheid worden gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij de eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Bij het tweede gaat het erom hoe de uitvoering van het plan door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kunnen burgemeester en wethouders bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de feitelijke realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De gemeente sluit met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst, waarin wordt vastgelegd dat de gemeente de kosten voor de planologische procedure in rekening brengt bij de initiatiefnemer. Daarnaast wordt in de overeenkomst vastgelegd dat eventuele tegemoetkoming in planschade geheel voor rekening van de initiatiefnemer is. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is en dat de gemeentelijke kosten anderszins verzekerd zijn waardoor er geen exploitatieplan opgesteld hoeft te worden.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgeving Het planvoornemen is bekend gemaakt aan de omwonenden. Uit deze informatieronde is gebleken dat het plan in beginsel positief is ontvangen door omwonenden. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat het plan op weerstand zal stuiten. Procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd op grond van artikel 3.6 Wro. Gedurende deze termijn heeft iedereen mondeling of schriftelijk de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Ontvangen zienswijzen zullen worden beoordeeld en beantwoord. De zienswijzen kunnen eventueel leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan. De resultaten van de ter inzage legging worden opgenomen in een bijlage bij het plan. Vervolgens wordt het bestemmingsplan, al dan niet gewijzigd naar aanleiding van zienswijzen, vastgesteld door de gemeenteraad en 6 weken ter visie gelegd. Belanghebbenden kunnen dan beroep indienen bij de Raad van State.
(vastgesteld)
35
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Bijlagen bij toelichting 1. Landschappelijke inpassing 2. Verkennend bodemonderzoek 3. Akoestisch onderzoek 4. Quickscan Flora en Fauna 4a. Nader soortenonderzoek 4b. Versterkingsplan GO 5. Stikstofdepositieberekening 6. Notitie Externe veiligheid 7. Watertoets 8. Bouwhistorische verkenning 8a. Beoordeling CRK
36
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Regels Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen Artikel 4 Waarde - Archeologie hoge verwachting Artikel 5 Waarde – Cultuurhistorie Artikel 6 Waarde – Natuur en Landscha Artikel 7 Waarde – Waardevol open gebied Artikel 8 Waterstaat – Waterkering Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Artikel 10 Algemene bouwregels Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Artikel 12 Algemene gebruiksregels Artikel 13 Algemene afwijkingsregels Artikel 14 Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht Artikel 16 Slotregel
(vastgesteld)
37
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
Plan
het bestemmingsplan ‘Bingerdenseweg 15, Angerlo' met NL.IMRO.0299.BP00BINGERDENWG15-VA01 van de gemeente Zevenaar. 1.2
identificatienummer
Aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels van dit plan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.3
Aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.4
Agrarisch
het (bedrijfsmatig) telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.5
Agrarisch bedrijf
een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.6
Agrarisch hulpbedrijf
een niet-industrieel bedrijf gericht op levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven waaronder begrepen de stalling van agrarisch materieel en de opslag van agrarische producten, waaronder (zelfstandige) kantoren niet begrepen. 1.7
Agrarisch verwant
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn: dierenasiels, groencomposteringsbedrijven, hoveniersbedrijven, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs, proefbedrijven. 1.8
Archeologische verwachtingswaarde
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op de aanwezigheid van archeologische relicten 1.9
Archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met het voorkomen van archeologische relicten. 1.10
Bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
38
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo” 1.11
Bebouwingspercentage
de oppervlakte van de bebouwing binnen het bouwvlak, het bestemmingsvlak of bouwperceel, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak. 1.12
Bed & breakfast
een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte overnachtingsaccommodatie voor het tegen betaling bieden van kortstondig verblijf en ontbijt aan huis, zonder kookgelegenheid. Een bed en breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw en wordt gerund door de bewoner van het betreffende huis en bevat geen openbare eetgelegenheid. 1.13
Bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.14
Bedrijfsgebouw
een gebouw, of gedeelte hiervan, en/of overkapping dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten, inclusief opslag en stallen van bedrijfswagens en goederen. 1.15
Bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is, tevens bedoeld voor diegene(n) die gedurende ten minste 20 jaar als agrarisch ondernemer op het bedrijf woonachtig en werkzaam is (zijn) geweest en die na beëindiging van zijn/haar/hun ondernemerschap op de bedrijfslocatie wil(len) blijven wonen. 1.16
Bedrijf aan huis
door de bewoner van de betreffende woning bedrijfsmatig verlenen van diensten, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, die niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingsplichtig is en waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat de activiteiten door de bewoner en maximaal één administratief ondersteunend personeelslid met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 1.17
Beroep aan huis
door de bewoner van de betreffende woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, cosmetisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang door de bewoner van de betreffende woning en daarbij behorende bijgebouwen en maximaal één administratief ondersteunend personeelslid met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 1.18
Bestaand
bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan rechtmatig aanwezig, in uitvoering of rechtens vergund; bij gebruik: het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan rechtmatig aanwezig of rechtens vergund is; afstand: de afstand zoals die is het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 1.19
Bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
(vastgesteld)
39
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
1.20
Bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21
Bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Onder dit begrip vallen aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. 1.22
Bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een standplaats. 1.23
Bouwgrens
de grens van een bouwvlak 1.24
Bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen (hoogteverschil per vloer of balklaag maximaal 1,5 m) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grondlaag. 1.25
Bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26
Bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.27
Bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegelaten. 1.28
Bouwwerk
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart 1.29
Brancheverwante artikelen
artikelen die op één of andere wijze gerelateerd zijn aan het basisassortiment. 1.30
Bruto vloeroppervlak
de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw, met uitzondering van een parkeergarage.
40
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
1.31
Detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen, leveren en/of verhuren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.32
Dienstverlening
een bedrijf of instelling, waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van diensten op administratief, adviesgevend, educatief, financieel, informatietechnologisch, juridisch, (lichaams)verzorgend, ontwerptechnisch, (para)medisch, therapeutisch of daarmee gelijk te stellen terrein, waarbij publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan, niet zijnde een kantoor. 1.33
Dove gevel
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. 1.34
Dubbele bewoning
situatie waarbij twee zelfstandige huishoudens wonen in één woning. 1.35
Eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond. 1.36
Erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.37
Evenement
kortdurende, maar wel tijdelijke activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve-, sportieve-, toeristisch-recreatieve, commerciële-, sociale-, culturele- en/of levensbeschouwelijke activiteiten, waar onder feesten, kermis, optocht, braderie, wedstrijd of andere bijeenkomst tot ontspanning of vermaak, of een vertoning, voorstelling of herdenking 1.38
Gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.39
Geluidgevoelige ruimte
een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte met een woonfunctie (artikel 3.22 lid 1 onder a Bkl). Geen geluidgevoelige ruimte is een verkeersruimte (bijvoorbeeld een gang), toiletruimte, badkamer, bergruimte of een technische ruimte.
(vastgesteld)
41
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo” 1.40
Groepsaccommodatie
(een deel van) een gebouw met tenminste 6 overnachtingsplaatsen welke is bestemd voor het recreatief nachtverblijf, niet zijnde permanente bewoning, en gedurende het hele jaar wordt gebruikt door wisselende groepen, en worden gekenmerkt door de aanwezigheid van gemeenschappelijke voorzieningen en verblijfsruimtes.. 1.41
Hoofdgebouw
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de bestemming van het perceel en, indien meer gebouwen op dat perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming, situering, afmetingen of functie het belangrijkst is. 1.42
Horeca(bedrijf) [categorie]
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren al dan niet voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt en/of waarin zaalruimte wordt verhuurd en ter plaatse beschikbaar wordt gesteld, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een seksinrichting. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: Horecabedrijf categorie 1 een horecabedrijf waarvan de exploitatie doorgaans geen overlast voor het leefklimaat veroorzaakt en dat voornamelijk is gericht op het hoofdzakelijk overdag en 's avonds verstrekken van niet of licht alcoholhoudende dranken en/of eenvoudige maaltijden en/of etenswaren ter plaatse zoals een broodjeszaak/lunchroom, ijssalon, koffiehuis of een naar de aard, openingstijden en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf. Openingstijden tussen 7.00 en maximaal 19.00 uur. 1.43
Huishouden
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; daaronder niet begrepen kamerverhuur. 1.44
Kamerverhuur
ruimte(n) in een (deel van een) gebouw die geschikt is (zijn) of geschikt te maken is (zijn) voor (nacht)verblijf, niet zijnde een logiefunctie als bedoeld in het Bouwbesluit of niet zijnde een (zelfstandige) woonruimte als bedoeld in de Huisvestingswet, ongeacht de duur van het verblijf en al dan niet tegen betaling. 1.45
Kampeermiddel
een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander voertuig, niet zijnde een bouwwerk, zonder permanente aansluitingen en/of permanente verbinding met de grond welke tegen aanvaardbare kosten en inspanningen verplaatst kan worden, en bestemd of opgericht is, dan wel wordt of kan worden gebruikt, voor recreatief nachtverblijf niet zijnde permanente bewoning. 1.46
Kampeerterrein
terrein ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van recreatieve onderkomens, ten behoeve van recreatief nachtverblijf voor personen, die hun vaste verblijfplaats elders hebben, en voor de daarbij behorende voorzieningen. 1.47
Kampwinkel
een winkel op een kampeerterrein, waarin de bedrijfsuitoefening is gericht op detailhandel in hoofdzaak ten dienste van dat kampeerterrein, zoals de verkoop van levensmiddelen, speelgoed, kampeeraccesoires en souvenirs.
42
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo” 1.48
Kantoor
een gebouw, zonder of met ondergeschikte publieksgerichte functie, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi-)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar aard daarmee gelijk te stellen dienstverlenende bedrijven en instellingen. 1.49
Kleinschalig kamperen (mini-camping)
kampeerterrein met maximaal 20 plaatsen, uitsluitend voor kampeermiddelen en dat functioneel verbonden is met de hoofdbestemming en wordt gerund door de bewoner van de betreffende woning. Permanente plaatsing van stacaravans, is niet toegestaan. 1.50
Lawaaisporten
een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen, autosport, motorsport, (model)vliegsport, gildes en schietsport met behulp van vuurwapens. De jachtsport wordt hier niet onder begrepen. 1.51
Mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning van meer dan 8 uur per week en naar verwachting langer dan 3 maanden zal duren, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur moet worden aangetoond. 1.52
Mantelzorgwoning
een bijbehorend bouwwerk, of deel daarvan, ten behoeve van de huisvesting van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. Een mantelzorgwoning functioneel verbonden met het hoofdgebouw en niet aan te merken als eigenstandig hoofdgebouw. 1.53
Natura 2000 gebied
in het kader van de Wet natuurbescherming aangewezen gebieden ter bescherming van de biodiversiteit. 1.54
Nevenactiviteiten
één of meerderde activiteiten ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel (gezamenlijke) omvang (m2) als de effecten op het woon- en leefklimaat en uitsluitend toegestaan in samenhang met de hoofdactiviteit. 1.55
Ondergeschikte detailhandel
detailhandel binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan detailhandel is, maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie verkoop verricht, waarvan de omvang en uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit. De detailhandel is ondersteunend aan de hoofdfunctie en is hiermee onlosmakelijk verbonden.
(vastgesteld)
43
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
1.56
Ondergeschikte horeca
horeca binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is, maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie verkoop verricht, waarvan de omvang en uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit is ondersteunend aan de hoofdfunctie en is hiermee onlosmakelijk verbonden. Verhuur aan derden, zowel tijdens als buiten openingstijden, voor, al dan niet besloten, feesten of partijen is niet toegestaan. 1.57
Overkapping
een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een ander bouwwerk, bestaande uit een slechts van boven afgesloten of afgedekte ruimte van lichte constructie zonder eigen wanden. 1.58
Prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.59
Recreatief verblijf
verblijf door een recreant, niet zijnde permanente bewoning. 1.60
Seksinrichting
één of meer voor publiek de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte(n) waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Hier onder wordt in elk geval verstaan: een bordeel, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekswinkel, sekstheater, parenclub, erotische massagesalon of prostitutiebedrijf, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.61
Teeltondersteunende voorzieningen
voorzieningen in de vorm van palen en/of stellingen, al dan niet van tijdelijke aard, een boogconstructie zonder afdekmateriaal, afdekmateriaal met ondersteunende constructie (lage, niet menstoegankelijke tunnels en tijdelijke menstoegankelijke tunnels of bouwwerken) en/of uitgespreid afdekmateriaal ten behoeve van agrarischebedrijven in vollegrondsgroente-, fruit-, bloemen- en boomteelt en wijnbouw, met het oog op bescherming van deze gewassen. 1.62
Toename van stikstofdepositie
er is sprake van toename van stikstofdepositie als de stikstofdepostie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemmissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000 gebied meer bedraagt dan: a. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: a. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.7 tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, of b. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die verleend is met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2van de Natuurbeschermingswet 1998; b. indien geen sprake is van een vergunning als bedoeld onder a: de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken die in gebruik zijn bij het agrarisch bedrijf.
44
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo” 1.63
Verkoopvloeroppervlak
de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van detailhandel, al dan niet overdekt of besloten. 1.64
Voorgevel
de naar de openbare weg of een weg met een openbaar karakter gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel of een gebouw dat gevels heeft gekeerd naar meerdere wegen, de gevel die kennelijk vanuit stedenbouwkundig opzicht als zodanig moet worden aangemerkt, waarbij de toegangsdeur noch noodzakelijk noch bepalend is. 1.65
Voorgevelrooilijn
de lijn die, op peil, door het buitenwerkse vlak van de voorgevel loopt, welke lijn in geval van een bouwgrens waarnaar de voorgevel is gekeerd, wordt verondersteld te liggen ter plaatse van die bouwgrens. 1.66
Web- en internetwinkel
detailhandel zonder showroom, waarvan de handel via internet verloopt. 1.67
Weg
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet (alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten). Onder weg wordt niet verstaan achterpaden bij woningen, waaronder brandgangen en voetpaden. 1.68
Wonen / woondoeleinden
het gehuisvest zijn in een woning / wooneenheid. 1.69
Woning
een complex van intern met elkaar in verbinding staande ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de permanente huisvesting van één (1) afzonderlijk (gemeenschappelijk) huishouden. 1.70
Woningsplitsing
het splitsen van één (1) woning in, dan wel het gebruiken van één woning als, twee of meer zelfstandige woningen. Inpandig is onvoldoende samenhang tussen de verschillende ruimten en/of meerdere primaire ruimten aanwezig met het kennelijke doel afzonderlijke bewoning mogelijk te maken. 1.71
Wooneenheid
een complex van intern met elkaar in verbinding staande ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de permanente huisvesting van één (1) afzonderlijk (gemeenschappelijk) huishouden.
(vastgesteld)
45
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Afstand tot de bouwperceelsgrens
kortste afstand van een bepaald punt van het bouwwerk tot de grens van het bouwperceel. 2.2
Bebouwingsoppervlak
het oppervlak dat met bouwwerken mag worden bebouwd, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, dan wel bouwvlak, bestemmingsvlak of maatvoeringsvlak, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; dit oppervlak heeft geen betrekking op volledig ondergronds gelegen bebouwing. 2.3
Bouwhoogte
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
Dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5
Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.6
Goothoogte
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel. 2.7
Inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8
Ondergeschikte bouwonderdelen
bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, droogstanden, ingangspartij, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.9
Oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10
Oppervlakte van een overkapping
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.
46
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
2.11
Peil
a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. indien in het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
(vastgesteld)
47
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals tuinen, erven en verhardingen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Op of in de in 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 3.2.2 Gebouwen Voor gebouwen, inclusief overkappingen, gelden de volgende regels: a. maximaal twee woningen per bouwvlak; b. voor het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, inclusief overkappingen, gelden de in artikel 10.2 genoemde regels; 3.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. bouwhoogte erfafscheiding voor de voorgevel maximaal 1 m; b. bouwhoogte erfafscheiding achter de voorgevel maximaal 2 m; c. voor hobbymatige paardenbakken gelden de in artikel 10.3 genoemde regels; d. grondgebonden zonnepanelen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. aangetoond is dat het ondoelmatig is om de zonnepanelen op bestaande dakvlakken te realiseren; b. de omvang van de opstelling c.q. installatie, inclusief zonnepanelen op de dakvlakken, is niet groter dan noodzakelijk om te voorzien in de energiebehoefte van het eigen perceel; c. de grondopstelling is compact en geconcentreerd vormgegeven achter, het verlengde van, de voorgevel van de woning; d. de kortste afstand tussen de woning en de zonnepanelen bedraagt niet meer dan 20 m; e. de maximale hoogte van de grondopstelling bedraagt niet meer bedraagt dan 2 meter en is via een palenconstructie verbonden met de ondergrond (bodem); e.
bouwhoogte overige bouwwerken (geen gebouw zijnde) maximaal 3 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a) gronden mogen uitsluitend in gebruik worden genomen of in gebruik zijn ten behoeve van de bestemmingsomschrijving conform artikel 3.1 indien binnen één jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan alle natuur- en landschapselementen zoals opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan in bijlage 1 bij deze regels zijn gerealiseerd, worden beheerd en in stand worden gehouden; b) het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a. ten behoeve van de wijziging van het bij de voorwaardelijke verplichting behorende landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, waarbij geldt dat het gewijzigde landschappelijke inpassingsplan minimaal gelijkwaardig dient te zijn aan het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels.
48
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
3.3.2 Voorwaardelijke verplichting dove gevels a) gronden mogen uitsluitend in gebruik worden genomen of zijn ten behoeve van de bestemmingsomschrijving conform artikel 3.1 indien ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’, de gevels doof dienen te zijn uitgevoerd én in stand worden gehouden; b) de verplichting onder sub a geldt alleen voor geluidgevoelige ruimte. 3.3.3 Tentoonstellingsruimte Voor het gebruik van de gronden, de woning en de bijbehorende bouwwerken voor een tentoonstellingsruimte gelden de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft in stand, waarbij minimaal 75% van de woning in gebruik blijft ten behoeve van de woonfunctie; b. oppervlakte maximaal 100 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van tentoonstellingsruimte, beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast, ondergeschikte horeca en voorzieningen voor een mini-camping niet meer bedraagt dan 150 m² ; c. in de omgeving treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op; d. voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de gemiddelde parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie nummer 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'; e. de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden worden niet onevenredig geschaad.
3.3.4 Strijdig gebruik Tot strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden; 3.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van artikel 3.1, onder de voorwaarden genoemd in artikel 12.1 een omgevingsvergunning verlenen voor: 3.4.1 Ondergeschikte horeca Voor ondergeschikte horeca gelden de volgende voorwaarden: a. uitsluitend als nevenactiviteit gerund door (één van) de bewoner(s) van de woning; b. uitsluitend horeca categorie 1; c. oppervlakte (inclusief terras) maximaal 50 m², met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van tentoonstellingsruimte, beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast, ondergeschikte horeca en voorzieningen voor een mini-camping niet meer bedraagt dan 150 m²; d. een kleinschalige terrasvoorziening wordt uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. oppervlakte maximaal 50 m², met dien verstande dat de totale oppervlakte van het terras op het perceel niet meer dan 50 m² bedraagt; b. afstand tot een woning van derden minimaal 30 m; c. geen onevenredige aantasting van belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; e. geen buitenopslag of stalling van goederen; f. geen verhuur van horecaruimte ten behoeve van feesten of partijen.
(vastgesteld)
49
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie hoge verwachting
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden. 4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 4.2.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m; b. bodemingrepen dieper dan 1 m, ongeacht de grootte van de werkzaamheden. 4.2.2 Onderbouwing van de aanvraag Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 4.2.3 Toelaatbaarheid De in artikel 4.2.1 bedoelde vergunning wordt geweigerd in de volgende gevallen: c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; d. door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; e. andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
50
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Artikel 5
Waarde - Cultuurhistorie
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden, onder andere bestaande uit: • • • • • •
(historische) ensemble-waarde; groen- en landschapsstructuren; bodemgradienten; bijzondere landschappelijke elementen; historische gebouwen; waterpartijen;
5.2 Bouwregels Op de in artikel 5.1 bedoelde gronden gelden in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald de volgende regels: 5.2.1 Bouwverbod Het is verboden om op of in de in artikel 5.1 bedoelde gronden bouwwerken op te richten, met dien verstande dat bestaande bouwwerken mogen worden gehandhaafd. 5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 5.2.1, onder de voorwaarden genoemd in artikel 5.3, omgevingsvergunning verlenen voor: 5.3.1 Bouwwerken Voor het toestaan van bouwwerken gelden de volgende voorwaarden: a. de cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast; b. bouwregels overeenkomstig ter plaatse voorkomende bestemming, met dien verstande dat nadere eisen gesteld kunnen worden ten aanzien van het de afmeting, vormgeving en situering van bouwwerken ten behoeve van het borgen van de cultuurhistorische waarde. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 5.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. vellen van bomen; b. rooien, verwijderen of slechten van houtgewassen, houtwallen of beplantingselementen; c. dempen, verdiepen, verondiepen of verbreden van sloten, poelen en/of andere waterlopen of –partijen; d.
grondwerkzaamheden zoals het afgraven, vergraven, ophogen, egaliseren; e. het wijzigen van de perceelindeling door het dempen of graven van sloten en greppels of het slechten of planten van beplantingselementen; f. het aanleggen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; g. aanbrengen van (overige) verhardingen.
(vastgesteld)
51
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo” 5.4.2 Uitzondering vergunningplicht De in artikel 5.4.1 bedoelde verboden zijn niet van toepassing op: a. werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, mits de beschermde waarden niet worden aangetast; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan. 5.4.3 Toelaatbaarheid De in artikel 5.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. nut, noodzaak of wenselijkheid van de werken of werkzaamheden staat onvoldoende vast; b. door de uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan, worden de aanwezige cultuurhistorische waarden in onevenredige mate aangetast; c. door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; d. andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
52
(vastgesteld)
Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 15, Angerlo”
Artikel 6
Waarde - Natuur en landschap
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Natuur en landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, ontwikkeling en herstel van ter plaatse voorkomende of daaraan eigen natuur- en landschapswaarden. 6.2 Bouwregels Op de in artikel 6.1 bedoelde gronden gelden in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald de volgende regels: 6.2.1 Bouwverbod Het is verboden om op of in de in artikel 6.1 bedoelde gronden bouwwerken op te richten, met dien verstande dat bestaande bouwwerken mogen worden gehandhaafd. 6.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.1, onder de voorwaarden genoemd in artikel 12.1, een omgevingsvergunning verlenen voor het oprichten of uitbreiden van bouwwerken onder de volgende voorwaarden: a. de natuur- en landschapswaarden worden niet onaanvaardbaar aangetast; b. aangetoond is dat er geen sprake is van aantasting van de kernkwaliteiten zoals beschreven in bijlage 2 bij de regels, dan wel door compenserende of mitigerende maatregelen deze kwaliteiten voldoende worden geborgd; c. de bebouwingspercentage bedraagt na uitbreiding bedraagt maximaal 120% van de oppervlakte zoals aanwezig op 15 februari 2015, met dien verstande dat de uitbreiding niet meer bedraagt dan 75 m2; d.
andere regels uit het plan zich hier niet tegen verzetten; 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. vellen van bomen; b. rooien, verwijderen of slechten van houtgewassen, houtwallen of beplantingselementen; c. dempen, verdiepen, verondiepen of verbreden van sloten, poelen en/of andere waterlopen of –partijen; d. ingrepen in de (grond)waterhuishouding zoals het graven of dempen van sloten, het bouwen of slechten van dammen of stuwen of het aanleggen van een drainagestelsel; e. grondwerkzaamheden zoals het afgraven, vergraven, ophogen, egaliseren, diepploegen of scheuren van gronden; f. het wijzigen van de perceelindeling door het dempen of graven van sloten en greppels of het slechten of planten van beplantingselementen; g. het aanbrengen van ondergrondse leidingen waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 m bedraagt; h. het aanleggen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; i. aanbrengen van (overige) verhardingen.