Bijlage 1. 1195902 Verbeterplan Doelgroepenvervoer Zevenaar 2024 - 2025
Tekst van het document
Om instroom in het doelgroepenvervoer te beheersen is het belangrijk om juist de nadruk op de voorliggende vervoersvoorzieningen te leggen. Dat doen we door de volgende acties/verbeteringen in te zetten. 6.2.3.1 Communicatiecampagne VERBETERING 11 Mede aan de hand van onderstaande infographic gaan we inwoners actief herhaaldelijk informeren over alle vervoersmogelijkheden.
22
6.2.3.2 Meer focus op ov Het ov is een belangrijke vervoersmogelijkheid dat openstaat voor iedere inwoner. Juist daarom verdient het aanbeveling om dit voorliggende vervoer (nog) meer onder de aandacht te brengen. Dit doen we met bovengenoemde communicatiecampagne, maar ook door (nog) meer bekendheid te geven aan de haltetaxiRRReis. VERBETERING 12 Dit is de deeltaxi in Gelderland die op bestelling flexibel van halte naar halte rijdt, zie www.haltetaxi.rrreis.nl. Met de haltetaxi reist iemand vlot van of naar een speciale haltetaxihalte, bestaande bushalte of treinstation in de buurt. Door de haltetaxiRRReis zijn ook slechter bereikbare gebieden aangesloten op het ov-netwerk, zoals landelijke gebieden waar geen buurtbus, bus of trein rijdt. De haltetaxi rijdt op momenten waarop iemand dat vraagt en kan dus voor veel inwoners een bruikbare vervoersmogelijkheid zijn. VERBETERING 13 Meer focus op het ov willen we ook bereiken door in 2024 in te zetten op één of meer van de volgende maatregelen: a. Ov-ambassadeurs; b. Go OV app; c. MEE op weg; d. Reiskoffer. Ad a. Ov-ambassadeurs zijn vrijwilligers die inwoners wegwijs maken in het ov. Als gemeente kunnen we bijvoorbeeld inzetten op ov-ambassadeurs die specifiek ouderen wegwijs maken in het
23
reizen met het ov. Doel is dan het reizen met het ov onder ouderen te stimuleren. De achterliggende gedachte is dat wanneer zij in staat zijn zelfstandig met het ov te reizen, ze langer zelfstandig mobiel blijven en dit ook vereenzaming tegen zal gaan. Tevens zullen deze ouderen geen of later een beroep doen op de Wmo vervoersvoorzieningen. De ov-ambassadeurs zelf zijn veelal personen in de leeftijd van 50-80 jaar. Het is namelijk gebleken dat de informatie beter overkomt als die door leeftijdsgenoten gegeven wordt. De ovambassadeurs lichten mensen voor door middel van de volgende activiteiten: * Informatiebijeenkomsten (theorie); * Algemene basisinformatie over opvragen van reisadviezen en het gebruik van bus en trein; * Uitleg over aanschaf en het gebruik van de ov-chipkaart; * Proefreizen (praktijk). In een groepje oefenen ouderen het reizen met het ov in de praktijk met eigen vervoersbewijs onder begeleiding van ov-ambassadeurs; * Inloopspreekuren; één op één advies (tijdens vaste maandelijkse inloopspreekuren) m.b.t.: - Aanvragen van een OV-chipkaart; - Samen uitzoeken welk abonnement het beste past; - Samen uitzoeken welk reisadvies het beste is in een specifieke situatie. * Met een stand aanwezig zijn op markten, beurzen, lokale jaarvergaderingen ouderenbonden, speciale activiteiten etc.
De bijeenkomsten worden geleid door ov-ambassadeurs die getraind, begeleid en ondersteund worden door een projectmedewerker van de YMCA. Ov-ambassadeurs zijn zoals gezegd ouderen die andere ouderen wegwijs maken in het openbaar vervoer. Ze doen dit met heel veel enthousiasme en passie en steken er minimaal drie dagdelen per maand in. Zij verzorgen de diverse activiteiten. De YMCA zorgt voor de algehele organisatie van de diverse activiteiten, de werving, de training en begeleiding van de ov-ambassadeurs. Ad b. De Go OV-app is een app op een smartphone voor iedereen die moeite heeft met zelfstandig reizen, zoals ouderen, kinderen of mensen met een beperking. Go OV helpt iemand zelfstandig, veilig en daardoor met vertrouwen te reizen met het ov. De bestemming kan iemand alleen of samen met bijvoorbeeld ouders of een begeleider invoeren. Go OV is eenvoudig te gebruiken en begeleidt iemand van deur tot deur tijdens de looproutes, bij bushaltes en op stations. Met altijd actuele ov-informatie geeft Go OV aan hoe laat de bus of de trein komt, waar en wanneer er moet worden overgestapt. Als iemand tijdens een reis niet meer weet wat hij/zij moet doen, kan er met de hulpknop de Hulplijn gebeld worden die degene dan weer verder op weg helpt. Ad c. MEE op weg. MEE is de organisatie die zich inzet voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld via cliëntondersteuning of via MEE op weg.
Kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen oefenen – met de hulp van een maatje – om zelfstandig te leren reizen met het ov, de fiets, met de rolstoel of te voet. Zelfstandig leren reizen kan een hele uitdaging zijn. Die uitdaging gaat iemand aan samen met een reismaatje. Dat kan iemand zijn die de inwoner al kent, zoals een familielid, een vriend of een kennis. Maar er kan ook een vrijwilliger ingezet worden die met de inwoner gaat oefenen. Samen met het reismaatje wordt het MEE op weg-plan ingevuld. Bij het reizen kan gebruik gemaakt worden van hulpmiddelen als de Go OV app.
24
Ad d. Reiskoffer is bedoeld om mensen zelfstandig te leren en laten reizen met het ov. In de reiskoffer zijn de reis-ondersteunende producten Samen Reizen met… en Go OV app opgenomen, zodat maatwerk mogelijk is. De Reiskoffer is een samenwerking tussen Carolien Aalders Training en Advies in leerlingenvervoer en GoOV B.V. Gemeenten kunnen kwetsbare inwoners, die nu afhankelijk zijn van doelgroepenvervoer, met de Reiskoffer de kans geven zelfstandig te leren reizen met het ov of op de fiets. Eén van de groepen die door gemeenten via de Reiskoffer wordt geholpen, zijn leerlingen uit het speciaal onderwijs. Dat kan met of zonder contract met de Reiskoffer. De effecten voor reizigers zijn aanzienlijk. Deelnemers aan de Reiskoffer: - worden zelfstandiger en krijgen meer zelfvertrouwen; - vergroten hun wereld; - participeren in de samenleving; - ervaren veel vrijheid; - bloeien in alle facetten van hun leven op. 6.2.3.3 Buurtbus (aov) VERBETERING 14 In Zevenaar is er ook sprake van aanvullend openbaar vervoer (aov) in de vorm van de buurtbus, zie www.buurtbusrijnwaarden.nl. Aandacht voor de buurtbus is onderdeel van het collegeprogramma 2022-2026, zie hoofdstuk 2.2 Verbeteren van de bereikbaarheid van de kernen via openbaar vervoer.
Nader uitgewerkt in paragraaf 2.2.2 Wij behouden de buurtbus: De buurtbus vervult een belangrijke rol om de kleine kernen van onze gemeente bereikbaar te houden. Om de buurtbus te behouden gaan wij de vrijwilligers meer ondersteunen. Als eerste actie overleggen wij met de organisatie en de vrijwilligers om de knelpunten die zij ervaren in kaart te brengen. In 2023 is het college in gesprek gegaan met het bestuur van de buurtbus. Zo is bekend geworden dat de buurtbus van naam gaat wijzigen naar buurtbus Zevenaar en dat de gemeente de kleding voor de vrijwillige chauffeurs subsidieert. 6.2.3.4 Meer nadruk op samenredzaamheid (vrijwilligersvervoer) Bij samenredzaamheid of collectieve zelfredzaamheid wordt benadrukt dat iemand als individu verminderd zelfredzaam kan zijn, maar met hulp van bijvoorbeeld vrijwilligers toch zonder ondersteuning van de overheid mee kan doen in de samenleving. Instroom beheersen in het doelgroepenvervoer bereiken we dus ook door samenredzaamheid te bevorderen en/of te faciliteren. Dit doen we door het vrijwilligersvervoer naar groepsbegeleiding (dagbesteding) door zorgaanbieders als Nova te Pannerden te blijven ondersteunen. Maar ook door twee andere belangrijke organisaties die vrijwilligersvervoer uitvoeren, te weten Caleidoz (a) en Plusbus de Liemers (b) te ondersteunen. Dit vrijwilligersvervoer is voorliggend op het doelgroepenvervoer.
Om te bekijken of een grotere inzet van dit vervoer mogelijk is, gaan we in 2024 verkennend met deze organisaties in gesprek. a. Caleidoz: Hulpdienst Zevenaar (vervoer op maat) De vrijwillige hulpdienst van Caleidoz regelt vervoer en begeleiding naar medische afspraken in Zevenaar en omgeving. Deze dienst is alleen bedoeld voor afspraken met artsen, therapeuten of voor medische onderzoeken. Het vervoer wordt verzorgd door vrijwilligers met hun eigen auto. Zij
25
nemen alle tijd om iemand te begeleiden. Een rit kunnen inwoners, 3 dagen van te voren, telefonisch (0316-34 14 10) bij Caleidoz aanvragen op maandag, dinsdag, donderdag of vrijdag tussen 10.00 en 12.00 uur. VERBETERING 15 We gaan met Caleidoz in 2024 in gesprek om te zien of deze vervoershulpdienst verruimd kan worden, wat daar dan eventueel bij komt kijken en voor nodig is. b. Plusbus de Liemers De Plusbus biedt aangepast vervoer aan voor twee groepen inwoners: - inwoners die 50 jaar en ouder zijn en moeite hebben met het gebruik maken van het ov; - inwoners die een beperking hebben en/of rolstoelgebruiker zijn (vanaf 12 jaar). De Plusbus biedt de mogelijkheid van individueel- en groepsvervoer van deur tot deur. Dit vervoer is gericht op sociaal vervoer, denk daarbij aan vervoer naar familie, vrienden, zwembad, sportvereniging, buurthuis, gemeentehuis, kerk of om boodschappen te doen. Het groepsvervoer zijn ritten naar bijvoorbeeld een zorgboerderij, thuiskamers van Caleidoz of vergaderingen van ouderenbond. Er wordt gereden van maandag tot en met zaterdag van 08.00 tot 18.00 uur. Avondritten op maandag t/m vrijdag kunnen worden aangevraagd en worden uitgevoerd indien er een chauffeur beschikbaar is om deze ritten te rijden. Ritten dienen contant in de bus bij de chauffeur te worden afgerekend.
Als iemand vaker gebruik van de Plusbus maakt, dan kan een gratis vervoerspas aangevraagd worden. 6.2.4 Algemene vervoersvoorziening Zevenaar..? VERBETERING 16 De druk op het doelgroepenvervoer is bijzonder groot en de daarmee verbonden kosten zijn hoog. Bij het vraagafhankelijke vervoer omdat een groot gedeelte van de ritten korte ritjes binnen de gemeentegrenzen zijn. Dit soort ritjes zijn voor Avan duur te realiseren omdat er grote afstanden van en naar de cliënten gereden worden om deze over een relatief korte afstand te vervoeren. Vrijwilligers vinden het juist fijn om deze korte afstanden te rijden binnen de gemeentegrenzen en door ook nog eens (meer) gebruik te maken van elektrisch vervoer ontstaat een win-win-win situatie: 1. Op de kosten voor het vraagafhankelijk Wmo vervoer kan aanzienlijk worden bespaard, terwijl er geen concurrentie met professionele vervoerders ontstaat; 2. Vrijwilligers vinden dit soort ritjes fijn om te doen want zij dragen direct bij aan het welbevinden van hun buurtgenoten; 3. De cliënten vinden het fijn dat zij heel relaxed vervoerd worden met tijd voor een praatje en wat persoonlijke aandacht. In de omgevingsvisie van de gemeente is onder andere opgenomen dat in het kader van dit verbeterplan er een verbinding ligt met mobiliteit en dan specifiek met het ov en aanvullende ov (buurtbus).
De buslijnen (ov) en de buurtbus (aov) bestrijken lang niet alles in onze gemeente. Door verbinding te zoeken en aan te brengen met de opdracht in het sociaal domein (aanvullend lokaal sociaal vervoer) bereiken we dit wel en goedkoper. Zo moeten het ov, het aov, het doelgroepenvervoer met Avan en de mogelijkheden van de Plusbus meer op elkaar afgestemd worden. Dit kan bijvoorbeeld door de Plusbus ‘te verbinden’ met de buurtbus waardoor een
26
algemene vervoersvoorziening in onze gemeente ontstaat die alle kernen bestrijkt. We gaan in 2024 samen met de Plusbus onderzoeken of hun dienstverlening verruimd kan worden tot de algemene vervoersvoorziening en wat daar dan eventueel bij komt kijken en voor nodig is.
7. Evaluatie In de evaluatie van het verbeterplan doelgroepenvervoer is de kernvraag: zijn de verbeteringen in onze werkwijze geslaagd en hebben deze geleid tot instroombeheersing in het doelgroepenvervoer? We evalueren in het 2e kwartaal 2025 de gewijzigde werkwijze binnen het doelgroepenvervoer. In het 4e kwartaal 2025 evalueren we of de verbeteringen geleid hebben tot instroombeheersing in het doelgroepenvervoer.
8. Investeringen Het doel van het verbeterplan is het verlagen van de kosten voor de BVO DRAN. Om dit doel te bereiken wordt u geadviseerd de gemeenteraad een aantal investeringen te vragen. Deze financiële inzet is te dekken uit al in 2023 behaald voordeel. Dit voordeel is gerealiseerd door in de praktijk al diverse verbeteringen toe te passen. Op grond van dit structurele financiële voordeel kan de meerjarenbegroting van de BVO DRAN gewijzigd vastgesteld worden en de komende jaren verlaagd worden met: 2024: € 264.694,2025: € 295.838,2026: € 307.473,2027: € 425.471,De met dit verbeterplan te vragen investeringen zijn: 1. Inhuren meewerkend projectleider (incidentele investering) Het verbeteren van onze dienstverlening (werkwijze) in het doelgroepenvervoer willen we projectmatig aanpakken. En omdat veel verbeteringen op de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening doorgevoerd moeten worden, wordt geadviseerd een meewerkend projectleider op deze afdeling in te huren. De kosten van inhuur voor een periode van 1 jaar worden geschat op € 100.000,-. 2. Aanstellen vervoersconsulent Wmo (structurele investering) Het verbeteren van onze dienstverlening (werkwijze) in het doelgroepenvervoer willen we onder andere invullen door het instellen van een team doelgroepenvervoer van 2 fte.
Omdat het Wmo vervoer een groot deel van het doelgroepenvervoer uitmaakt, is een specifieke vervoersconsulent Wmo in het team gewenst. Om dit team, maar ook het Wmo-team, een boost te geven adviseren we u om een (nieuwe) vervoersconsulent Wmo te werven. We schatten de kosten voor deze consulent per jaar in op € 60.000,-. Bij een aanstelling vanaf 1 mei 2024 betekent dit voor 2024 een investering van € 40.000,-. 3. Budget voor maatregelen. Een deel van de inwoners die nu gebruik maakt van het doelgroepenvervoer is (opnieuw) aan te leren hoe ze (meer) gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Hiervoor zijn maatregelen in te zetten als ov-ambassadeurs, Go OV app, MEE op weg en de Reiskoffer.
27
De verlaging van de begroting van de BVO DRAN maakt het ook mogelijk om jaarlijks structureel een bedrag van € 65.000,- te reserveren voor het inzetten van deze maatregelen. In 2024 verwachten we deze maatregelen eerst vanaf juni in te kunnen zetten en is een bedrag van € 35.000,- voldoende. Verbeterplan en verdere verlaging van de kosten De investeringen die met dit verbeterplan gevraagd worden, leiden tot een verdere reductie van de kosten voor het doelgroepenvervoer via de BVO DRAN. We kunnen nu nog niet beargumenteren hoeveel verdere verlaging van de kosten realistisch is. We gaan dit voor u monitoren. Met verdere besparingen kan in de toekomst bijvoorbeeld de (voorliggende) algemene vervoersvoorziening (zie 6.2.4) ontwikkeld worden.
28
Bijlage 1: Overzicht afbakening (doelgroepen)vervoer
29
Bijlage 2: Toelichting vervoer binnen de wettelijke kaders Ad a. Wmo-vervoer Voor inwoners met beperkingen die niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of hulp van personen uit hun sociaal netwerk zelfstandig kunnen reizen, niet met het ov kunnen reizen en/of het ov kunnen bereiken, moeten we op grond van de Wmo 2015 lokaal verplaatsen mogelijk maken. Dit doen we met het aangepast collectief taxivervoer (Avan) via de BVO DRAN. Het routevervoer Avan brengt inwoners naar de locatie van een zorgaanbieder voor groepsbegeleiding (dagbesteding). Het vraagafhankelijk vervoer Avan geeft inwoners de mogelijkheid om zelf een lokale rit (15 tot 20 km) van A naar B te bestellen, en zo maximaal 1.500 kilometers per jaar te reizen. Ad b. Jeugdwetvervoer Artikel 2.3, tweede lid, Jeugdwet is expliciet over wanneer vervoer onder jeugdhulp valt: ‘Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp omvatten voor zover naar het oordeel van het college noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, het vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden’. Het kan voorkomen dat een jeugdige niet zelf in staat is naar de jeugdhulp te reizen en dat de ouders ook niet in staat zijn om het vervoer naar jeugdhulp te leveren of te regelen (in hun sociaal netwerk).
In dat geval wordt het gecombineerde jeugdwetvervoer (Avan) via de BVO DRAN ingezet. Dit routevervoer kent kleine aantallen cliënten maar zij hebben een extreme diversiteit in type problematiek, type behandeling, dagen en tijden, duur en locatie van de behandeling. Dit vervoer kent geen strikt afstandscriterium. Ad c. Leerlingenvervoer In genoemde onderwijswetgeving is de wettelijke plicht voor een gemeente met betrekking tot de bekostiging van vervoer naar scholen geregeld. Dit zogenaamde leerlingenvervoer bestaat uit een complex web van regels voor bekostiging van vervoer naar scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en regulier voortgezet onderwijs. Héél sterk versimpeld wordt voor het vervoer naar het onderwijs aangepast vervoer via de BVO DRAN toegekend als een leerling een structurele handicap heeft, niet zelfstandig of met begeleiding met het OV kan reizen.
30
Bijlage 3: Zelfregie / eigen kracht / zelfredzaamheid / eigen verantwoordelijkheid Zelfregie: zelf bepalen In de meest gangbare definities verwijst zelfregie naar zelf kiezen en zelf bepalen. Toch wordt de term zelfregie ook gebruikt in de betekenis zelf doen. Vaak in tijden van bezuinigingen. Zelf doen en zelf bepalen gaan niet altijd samen. Daarom is het belangrijk om de betekenis van zelfregie (zelf bepalen) gescheiden te houden van zelf doen. Eigen kracht: zelf kunnen Het begrip eigen kracht wordt over het algemeen gebruikt zonder definitie of omschrijving. Meestal verwijst eigen kracht naar talenten en mogelijkheden van mensen om zelf oplossingen te vinden voor problemen. Vaak wordt benadrukt dat ook mensen met beperkingen talenten en mogelijkheden hebben en dat daar onvoldoende aandacht voor is. Door hier ruimte en aandacht aan te geven kunnen mensen hun eigen kracht benutten en vergroten. Dit wordt ook wel empowerment genoemd. In het gebruik van het begrip eigen kracht zie je globaal twee varianten: • Eigen kracht als pleidooi voor meer aandacht en ruimte voor de talenten en mogelijkheden van mensen met beperkingen en problemen; • Eigen kracht als impliciete rechtvaardiging van het afschaffen van ondersteuning: ‘dat kunnen ze zelf wel’. Eigen kracht betekent niet alles zelf kunnen. Iedereen heeft eigen kracht, en het is belangrijk voor mensen dat die de ruimte krijgt.
Dat kan door mensen de ruimte te geven hun mogelijkheden en talenten in te zetten om ondersteuning voor zichzelf en anderen te organiseren en uit te voeren. En door ze de mogelijkheid te geven hun talenten verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld door een opleiding of vrijwilligerswerk te faciliteren, ook als daarvoor aanvullend vervoer nodig is. Daarnaast hebben mensen ook problemen en beperkingen waar ze hulp en ondersteuning bij nodig hebben. Een te eenzijdige aandacht voor de eigen kracht van mensen, kan leiden tot te weinig aandacht voor de problemen en het lijden van mensen. Als iemand alles wat hij zelf kan, ook zelf moet doen, is dat een enorme inperking van de keuzevrijheid. Voor mensen die naast talenten ook beperkingen hebben, kan dit veel uitmaken voor de kwaliteit van leven en de mogelijkheden om te participeren. Eigen kracht in de Jeugdwet Gemeenten hebben op basis van de Jeugdwet een jeugdhulpplicht. Dit houdt in dat een gemeente een voorziening treft op het gebied van jeugdhulp wanneer een jeugdige of zijn ouders deze nodig hebben in verband met het gezond en veilig opgroeien, groeien naar zelfstandigheid, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Ouders zijn hiervoor als eerste verantwoordelijk. Lukt het de ouders niet (alleen) dan heeft de gemeente een rol.
Die rol heeft de gemeente alleen wanneer de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders én het sociale netwerk ontoereikend zijn. Dit wordt de “eigen kracht” genoemd. Concreet voor het doelgroepenvervoer betekent dit dat ouders allereerst zelf verantwoordelijk zijn, met behulp van hun sociale netwerk, voor het vervoer van hun kind naar jeugdhulp. Eigen kracht in de Wmo 2015
31
Het uitgangsprincipe van de Wmo 2015 is de “eigen kracht”. De aanhef van de wet geeft dat in de eerste zin al aan: ‘Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven, en dat van burgers mag worden verwacht dat zij elkaar naar vermogen daarin bijstaan’. In artikel 2.3.2 lid 4 onder b is in de wet verder opgenomen dat ‘het college onderzoekt de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren…’. De eigen kracht moet dus onderzocht worden. En als die er is, zo is in artikel 2.3.5 lid 3 van de wet opgenomen, dan hoeft een gemeente op dat punt niet te compenseren, omdat dat niet nodig is. Het begrip eigen kracht is in de Wmo 2015 niet verder uitgewerkt. Maar de Memorie van Toelichting zegt hierover: ‘Onder eigen kracht wordt verstaan dat wat binnen het vermogen van de betrokkene ligt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen. De betrokkene zal zich in hoge mate moeten inspannen om dat aan te wenden wat binnen zijn eigen bereik ligt om zelf in zijn behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning te voorzien’.
Concreet voor het doelgroepenvervoer betekent dit dat een inwoner bijvoorbeeld zijn recht op ziekenvervoer op basis van de zorgverzekering of het ov als voorliggende voorzieningen moet gebruiken als dat binnen zijn bereik ligt. Zelfredzaamheid: zelfstandig mee kunnen doen Zelfredzaamheid is hoe goed mensen zich kunnen redden op alle levensterreinen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg. Door te werken aan zelfredzaamheid kan zorg of intensivering van zorg worden voorkomen of uitgesteld. De Jeugdwet geeft gemeenten de verantwoordelijkheid voor jeugdhulp gericht op onder meer het compenseren van beperkingen in de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van kinderen en jongeren. In de Wmo 2015 is het begrip zelfredzaamheid als volgt omschreven: ‘in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden’. Eigen verantwoordelijkheid: zelf moeten of mogen De Jeugdwet gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun eigen sociale netwerk. Ouders zijn namelijk primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Dit is vastgelegd in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en in het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.
Ouders moeten zorgen voor het lichamelijke en geestelijke welzijn van het kind en hun kinderen helpen bij hun persoonlijke ontwikkeling. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdhulp en jeugdzorg. Zij hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning aan te bieden als deze hulp nodig is en dus niet met eigen kracht en gebruikelijke hulp door jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk, is in te vullen. In de uitwerking van de Wmo 2015 is de verdeling van verantwoordelijkheid tussen gemeente en inwoners geregeld in de compensatieplicht. De gemeente is verantwoordelijk voor het compenseren van beperkingen die inwoners hinderen bij het meedoen in de samenleving. Dit is een resultaatverplichting: de verstrekte voorzieningen moeten het verschil in mogelijkheden om mee te 32
doen tussen mensen met en zonder beperkingen opheffen. De inwoner heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. Hij zal actief moeten bedenken welke oplossingen en mogelijkheden er zijn en welke inspanningen hij daarbij zelf kan leveren. Welke activiteiten zou hij willen ondernemen, die hij nu – vanwege zijn beperkingen – niet kan ondernemen? Welke oplossingen kan hij binnen zijn eigen netwerk vinden en zijn deze oplossingen altijd beschikbaar? In het gebruik van het begrip eigen verantwoordelijkheid lopen twee betekenissen door elkaar: • Eigen verantwoordelijkheid als taak of opdracht om iets zelf te organiseren of op te lossen, of op zijn minst zelf te betalen; • Eigen verantwoordelijkheid als de vrijheid om zelf te bepalen hoe je iets organiseert of oplost: handelingsruimte. Vaak krijgt de inwoner in het sociaal domein namelijk wel meer verantwoordelijkheid, maar niet de vrijheid om die verantwoordelijkheid op een eigen manier in te vullen. Dit omdat veel ondersteuning of zorg die verstrekt wordt op de manier die door de overheid is bedacht wordt uitgevoerd. De positieve invulling van eigen verantwoordelijkheid gaat er van uit dat inwoners niet alleen de verantwoordelijkheid of taak krijgen om hun eigen problemen op te lossen, maar ook de vrijheid of ruimte om te bepalen hoe zij dat gaan doen.
Deze invulling van eigen verantwoordelijkheid past bij uitstek bij vervoer! Overigens wordt in plaats van zelf doen hier ook al snel samen doen gebruikt. Dit om te benadrukken dat verwacht wordt dat sterke inwoners de zwakke inwoners moeten ondersteunen. Hierbij hoort de term “samenredzaamheid” (zie paragraaf 4.6) in het licht van de participatiesamenleving, waarin een ieder (in vervoer)doet wat hij kan voor zichzelf en medeburgers.
33
Bijlage 4: Gegevens routevervoer (situatie op 15 november 2023: aantallen actieve reizigers en dus niet aantallen pashouders) Dagbesteding (Wmo) per maand jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Dagbesteding reizigers 2017
0
1
14
16
16
13
16
53
48
44
42
37
Dagbesteding reizigers 2018
30
29
28
33
36
37
40
41
38
39
38
36
Dagbesteding reizigers 2019
38
34
36
35
37
37
38
38
39
41
40
31
Dagbesteding reizigers 2020
31
34
33
1
1
9
17
24
25
23
21
19
Dagbesteding reizigers 2021
20
21
23
24
24
27
26
28
30
32
32
32
Dagbesteding reizigers 2022
29
29
35
32
33
30
30
29
29
29
30
26
Dagbesteding reizigers 2023
27
29
28
26
26
22
24
20
mrt
apr
mei
jun
nov
dec
Jeugdwetvervoer per maand jan
feb
jul
aug
sep
okt
Jeugdwet reizigers 2017
0
2
2
3
5
5
6
11
9
8
7
6
Jeugdwet reizigers 2018
9
8
10
10
11
13
14
17
16
16
15
17
Jeugdwet reizigers 2019
19
18
21
22
26
24
25
20
21
21
21
20
Jeugdwet reizigers 2020
18
20
20
2
13
16
11
10
14
18
17
15
Jeugdwet reizigers 2021
17
19
20
24
25
28
24
23
33
32
31
28
Jeugdwet reizigers 2022
35
37
41
39
38
36
33
23
26
26
30
26
Jeugdwet reizigers 2023
25
25
25
24
20
23
18
15
jun
Leerlingenvervoer per maand jan
feb
mrt
apr
mei
Leerlingen reizigers 2017
174
175
177
175
Leerlingen reizigers 2018
195
194
195
Leerlingen reizigers 2019
194
192
Leerlingen reizigers 2020
181
Leerlingen reizigers 2021
jul
aug
sep
okt
nov
dec
180 173 169
161
168
174
177
184
194
194 192 175
187
197
195
198
193
190
186
184 180 174
137
178
182
182
180
185
183
9
117 170 158
157
165
168
169
168
59
155
173
176
175 175 172
47
164
166
168
163
Leerlingen reizigers 2022
174
177
183
187
189 186 178
43
183
180
186
182
Leerlingen reizigers 2023
201
202
199
200
196 191 179
169
34
Bijlage 5: Gegevens vraagafhankelijk vervoer (2022 en 2023) Onderstaande gegevens laten in de tabel WMO, geldig, rijdend, % zien dat lang niet alle pashouders actieve reizigers zijn.
35
Bijlage 6: Financiële MARAP (t/m Q3 2023) vervoer Avan
36
37