Agendabundel
Tekst van het document
2026
2027
2028
2029
2030
Begroting t-1
54.101
56.457
57.029
57.165
57.165
574
572
286
Versterking BV Loon- en prijscompensatie (§ 3a)
2.394
Omgevingswet
-325
Harmonisatie huisvesting
-150
Ik, wij brandweer
150
Temporiseren versterking BV
-287
MJB 2024-2029
57.029
57.165
57.165
57.165
Loon- en prijscompensatie (§ 3a)
1.905
1.905
1.905
1.905
Besparing 2% incidenteel 2025/2026
1.002
1.002
1.002
1.002
Voorstel invulling besparing structureel
-972
-972
-972
-972
Veilige Energietransitie
-250
250
250
250
Stadspoort
-271
-271
-271
-271
Temporiseren versterking BV
-286
-286
-286
-286
58.157
58.293
58.293
58.293
MJB 2025-2030
56.457
-150
56.457
Versie: november 2025
Pagina
20
Gemeentelijke bijdrage Bevolkingszorg De gemeentelijke bijdragen voor Bevolkingszorg wordt verdeeld op basis van de inwoneraantallen van de gemeenten op 1 januari 2025. In € x 1.000
2026
2027
2028
2029
2030
Begroting t-1
798
851
851
851
851
Loon- en prijscompensatie (§ 3a)
45
Mutatie inwoneraantallen
7
851
851
851
851
Loon- en prijscompensatie (§ 3a)
29
29
29
29
Mutatie inwoneraantallen (*)
5
5
5
5
Besparing 2% incidenteel 2025/2026
14
14
14
14
Voorstel invulling besparing structureel
-14
-14
-14
-14
886
886
886
886
2 % korting MJB 2024-2029
MJB 2025-2030
851
851
Gemeentelijke bijdrage Publieke Gezondheid De gemeentelijke bijdragen voor de Publieke Gezondheid wordt verdeeld op basis van de inwoneraantallen van de gemeenten op 1 januari 2025. In € x 1.000
2026
2027
2028
2029
2030
Begroting t-1
17.823
19.800
20.229
20.443
20.443
Versterking BV
426
428
214
Loon- en prijscompensatie (§ 3a)
765
Mutatie inwoneraantallen
170
Lokaal aanbod (nu niet zwanger)
332
20.229
20.443
20.443
20.443
Loon- en prijscompensatie (§ 3a)
668
668
668
668
Mutatie inwoneraantallen
125
125
125
125
Besparing 2% incidenteel 2025/2026
364
364
364
364
Voorstel invulling besparing structureel
-353
-353
-353
-353
Digitaal kinddossier
-498
-498
-498
-498
Temporiseren versterking BV
-214
-214
-214
-214
20.321
20.535
20.535
20.535
Digitaal kinddossier
498
Temporiseren versterking BV
-213
MJB 2024-2029
MJB 2025-2030
19.800
19.800
Versie: november 2025
Pagina
21
Gemeentelijke bijdrage JGZ 0-4 De gemeentelijke bijdragen voor de JGZ 0-4 wordt verdeeld op basis van het aantal jeugdigen 0-18 van de gemeenten op 1 januari 2025. In € x 1.000
2026
2027
2028
2029
2030
Begroting t-1
11.172
12.162
12.162
12.162
12.162
12.162
12.162
12.162
12.162
407
407
407
407
Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen
496 -8
Cao vvt
902
Aanvullende besparingsopdracht
-902
Digitaal kinddossier
503
MJB 2024-2029
12.162
Loon- en prijscompensatie (§ 3a) Mutatie inwoneraantallen
-52
-52
-52
-52
Besparing 2% incidenteel 2025/2026
227
227
227
227
Voorstel invulling besparing structureel
-220
-220
-220
-220
Cao vvt
902
902
902
902
Digitaal kinddossier
-503
-503
-503
-503
12.923
12.923
12.923
12.923
MJB 2025-2030
12.162
Gemeentelijke bijdrage RVP De gemeentelijke bijdragen voor het RVP wordt verdeeld op basis van het aantal jeugdigen 0-18 van de gemeenten op 1 januari 2025. In € x 1.000
2026
2027
2028
2029
2030
Begroting t-1
2.061
2.148
2.148
2.148
2.148
2.148
2.148
2.148
2.148
Loon- en prijscompensatie (§ 3a)
73
73
73
73
Mutatie inwoneraantallen
-9
-9
-9
-9
Besparing 2% incidenteel 2025/2026
42
42
42
42
Voorstel invulling besparing structureel
-41
-41
-41
-41
2.213
2.213
2.212
2.213
Loon- en prijscompensatie (§ 3a)
89
Mutatie inwoneraantallen
-2
MJB 2024-2029
MJB 2025-2030
2.148
2.148
Versie: november 2025
Pagina
22
Gemeentelijke bijdrage totaal In onderstaand overzicht zijn de bedragen voor 2027 per gemeente opgenomen. Kader
loon/prijs
OOV
Mutatie
2026B
2027
verdeling
Inwoners
Besparing 2% Incidenteel
Arnhem
24.303
819
1
30
407
-396
0
-65
Barneveld
8.066
273
-58
28
151
-145
0
Doesburg
1.324
45
-11
0
25
-24
Duiven
2.703
91
-8
1
52
Ede
16.030
540
155
8
Lingewaard
5.341
180
-13
5
Nijkerk
5.181
174
-16
1
97
-94
Overbetuwe
5.730
193
-24
-14
108
Renkum
3.804
128
-16
-6
Rheden
5.382
181
-34
Rozendaal
279
9
Scherpenzeel
1.217
Wageningen
5.038
Westervoort
1.671
Zevenaar
5.350
Totaal
91.419
3.082
In € x 1.000
Voorstel Specifiek besp. Structureel Stadspoort
Energie
cao vvt
Transitie
Digitaal versterking
Kader
Kinddossier
BV 2027
2027B
196
-225
125
25.193
-21
105
-102
43
8.338
0
-4
11
-14
8
1.359
-50
0
-7
28
-33
16
2.793
281
-277
-271
-42
171
-181
85
16.499
100
-96
0
-14
58
-65
30
5.525
0
-14
63
-67
29
5.355
-104
0
-15
64
-69
32
5.900
71
-67
0
-11
33
-40
22
3.917
-3
102
-97
0
-16
47
-56
31
5.537
-1
1
5
-5
0
-1
3
-3
2
289
41
-2
11
23
-22
0
-3
16
-16
7
1.271
170
53
5
95
-94
0
-16
39
-51
31
5.270
56
-9
3
32
-31
0
-5
18
-21
10
1.725
180
-16
2
101
-97
0
-15
50
-59
31
5.528
0
69
1.651
-1.600
-271
-250
902
-1.000
500
94.500
Versie: november 2025
Pagina
23
Bijlage 3 - Besparingsscenario’s (Zie aparte bijlage).
Versie: november 2025
Pagina
24
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) verzorgt Ambulance, Brandweer, GGD en GHOR voor de gemeenten Gelderland-Midden
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden Postbus 5364 6802 EJ ARNHEM T 0800 8446 000 E info@vggm.nl
I www.vggm.nl
Versie: november 2025
Pagina
25
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden t.a.v. het dagelijks bestuur Postbus 5364 6802 EJ ARNHEM
datum zaaknummer onderwerp contactpersoon
29 januari 2026 Z/25/505104/ UIT/25/1278795 Reactie op kaderbrief VGGM 2027 Thijs Barten
Geacht bestuur, U heeft onze gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om vóór 6 februari 2026 een zienswijze te geven op de kaderbrief 2027 van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM). In de vergadering van 28 januari 2026 heeft de gemeenteraad de kaderbrief 2027 behandeld. Kaderbrief De VGGM heeft extra energie gestoken in de kaderbrief. Het is een mooie ontwikkeling dat de kaderbrief beknopt is van opzet waarin de overkoepelende thema’s duidelijk zijn beschreven. Daarbij worden de financiele gevolgen voor de aankomende jaren nauwkeurig geschetst. De gemeenteraad stelt het op prijs dat de VGGM raadsleden nadrukkelijk wil betrekken, onder andere door de aangekondigde informatieve raadsbijeenkomsten. Zo kunnen we gezamenlijk ambities bepalen en keuzes maken die nodig zijn voor een veilige, gezonde en weerbare regio. Reactie De gemeente Zevenaar is tevreden over de wijze waarop VGGM is omgegaan met de besparingsopgave van de VGGM. We zien een pakket aan financieel technische besparingen aangevuld met inhoudelijke besparingen. Onze gemeente heeft als uitgangspunt dat de basis op orde blijft en de wettelijke taken kunnen worden uitgevoerd.
De raad begrijpt dat er middelen nodig zijn om de in de kaderbrief beschreven ontwikkelingen op te vangen, met als belangrijkste ontwikkeling te komen tot een weerbare en veerkrachtige samenleving waarin de VGGM een voortrekkersrol heeft.
Conclusie De gemeente Zevenaar is de VGGM dankbaar voor de kaderbrief 2027. De VGGM is erin geslaagd de kaders en uitdagingen overzichtelijk op papier te zetten en daar kunnen we ons in vinden. We maken geen inhoudelijke zienswijze bekend en we zien met vertrouwen de begroting van 2027 tegemoet. Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Zevenaar, De griffier
De voorzitter
L.F. Sluis
L.J.E.M. van Riswijk
vggm.nl vggm.nl
Onderwerp: Aan: Van: Datum: Doel:
Voorstel t.a.v. besparingsscenario's Bestuurscommissie Veiligheid, Bestuurscommissie Gezondheid Dagelijks Bestuur 16 juni 2025 Afronding opdracht van AB om besparingsopties in beeld te brengen
Inleiding Op 7 mei is door het bestuur meningsvormend gesproken over de in beeld gebrachte besparingsopties. De bestuurders hebben aan het Dagelijks Bestuur voorgesteld scenario’s uit te laten werken. De uiteindelijke besluitvorming over het financieel kader van de organisatie vindt plaats bij het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur. Voor de begroting 2027 is voorzien dat in oktober 2025 de algemene beleidsmatige en financiële kaders voor de begroting (“de kaderbrief”) worden opgesteld. De finale besluitvorming over de begroting 2027 vindt plaats in september 2026. Ten aanzien van de kaderbrief en de begroting is een zienswijzeprocedure van toepassing. Voorstel Het DB heeft kennisgenomen van de (informele) beeldvormende bespreking op 10 april 2025 en de (informele) meningsvormende bespreking op 7 mei 2025 en constateert dat er verdeeld wordt gedacht over de omvang van mogelijke besparingen: - Een handvol bestuurders vindt forse besparingen noodzakelijk, bezien vanuit het oogpunt van de verwachtte bezuinigingen bij de gemeenten en toont daarmee de bereidheid om (mogelijke) risico’s in de taakuitvoering te nemen. - Een handvol bestuurders vindt het op orde krijgen van de basis van de organisatie in relatie tot maatschappelijke en geopolitieke ontwikkelingen zwaar wegen en vindt (forse) besparingen onwenselijk en/of onverantwoord.
- De overige bestuurders hebben een tussenliggende mening. Vanuit enkele bestuurders is geopperd om als tussenweg op zoek te gaan naar mogelijkheden om de voorlopig incidentele besparing van 2% over 2025 en 2026 structureel in te kunnen boeken middels aanpassing van begrotingsuitgangspunten en/of versobering van intern (HRM)beleid. Gehoord hebbende de suggesties, overwegingen en meningen van de bestuursleden, heeft het DB verschillende scenario’s voorbereid voor het maken van de bestuurlijke afweging met betrekking tot de (financiële-)kaders voor 2027. Het DB realiseert zich terdege dat het noodzakelijk is om óók verdergaande scenario’s in beeld te brengen omdat alle VGGM-bestuurders aan hun gemeenteraden moeten/willen kunnen uitleggen hoe keuzes tot stand gekomen zijn en welke alternatieven daarbij overwogen zijn. Gezien de wens van enkele bestuurders om tevens rekening te houden met de uitdagingen waar VGGM voor staat in relatie tot maatschappelijke en geopolitieke ontwikkelingen heeft het DB ook een “0%-scenario” toegevoegd.
1
vggm.nl Het DB constateert dat breed draagvlak voor vergaande bezuinigingen gering is. Daarmee lijkt een uiteindelijk besluit om te kiezen voor scenario 3 of 4 niet erg realistisch. Vanwege de grote impact zou het DB, in lijn met het standpunt van de directie, een keuze voor scenario 3 of 4 onverstandig (scenario 3) c.q. onverantwoord (scenario 4) vinden. Het DB stelt voor aan het AB om structurele technische aanpassingen in de begrotingsuitgangspunten (voor de begroting van 2027 en verder) te maken hetgeen leidt tot een financieel effect van circa -2% op de inwonerbijdrage. Deze keuze gaat gepaard met een hoger financieel risico voor de gemeenten op VGGM. Een in zekere mate vergelijkbare keuze is eerder al incidenteel gemaakt voor de jaren 2025 en 2026. Indien het vanuit de beleidsinhoudelijke ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven opportuun blijkt om deze besparing in te zetten voor investeringen binnen de organisatie, leidt dit netto niet tot een lagere inwonerbijdrage voor gemeenten. (Scenario 1) Indien gekozen wordt voor teruggave aan gemeenten zal op een latere moment het bestuurlijk gesprek gevoerd moeten worden over de wijze waarop de organisatie zich verhoudt tot beleidsinhoudelijke ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven. (Scenario 2) Het DB vraagt aan de bestuurscommissies advies uit te brengen op deze keuze vanuit de beleidsinhoudelijk taakvelden.
Natuurlijk staat het de bestuurscommissies vrij om in hun advies tevens in te gaan op de scenario’s 3 en 4. Vervolg De voorgestelde besluitvorming over besparingsscenario’s past in het drieluik: • • •
Beeldvorming (10 april 2025) m.b.v. factsheets Meningsvorming (7 mei 2025) m.b.v. stellingen Besluitvorming (DB 10 juni en 2 juli 2025 beleidsinhoudelijk advies in Bestuurscommissies)
Aansluitend zal het Dagelijks Bestuur de besluiten uit de bestuurscommissies verwerken in de kaderbrief voor 2027, welke aansluitend ter consultatie aan colleges en raden wordt aangeboden. In deze kaderbrief zal tevens aandacht zijn voor het doorlopen proces en gehanteerde uitgangspunten. Daarmee geeft deze kaderbrief ook inzicht aan colleges en raden over de totstandkoming van de voorliggende aanpassing van kaderstelling. Deze consultatie is voorzien in het najaar van 2025. Ter voorbereiding op de beeldvormende bespreking heeft VGGM een aantal factsheets opgesteld die een toelichting geven op de in beeld gebrachte besparingsopties. Het Dagelijks Bestuur is van mening dat deze factsheets weliswaar inzicht geven in wat VGGM doet en waar besparingskeuzes te maken zijn maar dat de factsheets niet geschikt zijn als instrument om de gemeenteraden goed te informeren over de onderzochte besparingsopties en over de uiteindelijk gemaakte keuze van het bestuur. Het DB heeft de directie gevraagd om ná de besluitvorming een uitgebreide raadsinformatiebrief op te stellen die bestuurders kunnen gebruiken om hun raden te informeren. Bijlagen Bijlage A: Afwegingskader Bijlage B: Scenario 1: 0 is niet niks 2
vggm.nl Bijlage C: Scenario 2: Aanpassen begrotingsuitgangspunten Bijlage D: Scenario 3: Inwoners merken het verschil Bijlage E: Scenario 4: Impact op meest kwetsbaren
3
vggm.nl
Bijlage A:
Afwegingskader
Gezondheid De GGD heeft als missie de gezondheid van haar inwoners te beschermen, bewaken en bevorderen. Deze drie-eenheid is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Besparen op bewakende en/of bevorderen taken, maakt de beschermende taken krachteloos. Beschermen Het beschermen van de inwoners start in de consultatiebureaus en met het Rijksvaccinactieprogramma. Het stopt niet op jonge leeftijd want tegenwoordig worden inentingen tot op latere leeftijd aangeboden. Naast deze praktische (tastbare) dienstverlening zijn er activiteiten die voor de inwoner minder zichtbaar zijn maar minstens net zo belangrijk. De GGD is dagelijks bezig met het voorbereiden op een toekomstige crises. Bewaken De GGD bezit veel data over de gezondheid van haar inwoners. Deze data is kostbaar en wordt ingezet om de publieke gezondheidszorg te verbeteren. Het uitvoeren van de monitors is daarbij cruciaal. Daarnaast bewaakt en verbetert de GGD in haar toezichthoudende rol de kwaliteit van de publieke gezondheidzorg. Bevorderen Bevorderen is een belangrijk middel om gedragsverandering te weeg te brengen. Door bijvoorbeeld in te zetten op veilig en gezond opgroeien, mentale gezondheid en vitaal ouder worden, wordt de gezondheid van inwoners verbeterd. Belangrijker is nog het uitblijven van toekomstige zorgvragen door het bevorderen van een positieve en gezonde leefstijl en gezonde leefomgeving.
Huidige situatie Huidige GGD basis is niet op orde: de GGD is geen toekomstbestendige organisatie De basis van de GGD is nog steeds niet op orde. De toegekende structurele middelen (vanaf 2025) blijken onvoldoende toereikend om de basis op orde te hebben, laat staan om een toekomstbestendige organisatie te bouwen en te zijn. Ook de tariefvergelijking met andere regio's houdt geen stand als deze basis ontbreekt. Landelijke bezuinigingen en stijgende kosten raken GGD: stapeling en dubbele pijn Aanvullend hierop is ook de landelijke context niet gunstig gezind. De SPUK’s GALA en seksuele gezondheid worden met 10% gekort en bezuinigingen op landelijke ingezette versterkingsprogramma’s zoals pandemische paraatheid zullen de GGD Gelderland-Midden hard raken. Daarbij kent de GGD stijgende kosten, mede als gevolg van de harmonisatie in de arbeidsvoorwaarden van medewerkers JGZ en toenemende druk op thema’s zoals informatieveiligheid. Met een eventuele aanvullende besparingsopdracht van gemeenten zal de GGD, en beter gezegd de inwoner van Gelderland-Midden, dan ook (drie)dubbel geraakt gaan worden. De impact van bezuinigingen op preventie in publieke gezondheid Binnen het domein van publieke gezondheid speelt preventie een cruciale rol. Het is van belang om de structurele waarde van preventieve gezondheidszorg te erkennen en deze te blijven ondersteunen.
Hieronder wordt verder ingegaan op mogelijke consequenties.
4
vggm.nl 1. Gezondheid onder druk: korte termijnbesparing, lange termijnkosten Door te investeren in preventieve maatregelen, voorkomen we dat inwoners vroegtijdig ziek worden of duurdere zorg nodig hebben. Investeren in preventie is niet alleen sociaal wenselijk, maar ook financieel verstandig. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat elke euro, geïnvesteerd in preventie, een meervoudige besparing oplevert in de zorg en het sociale domein. De vaak gehanteerde vuistregel is dat elke euro geïnvesteerd in preventie gemiddeld 11 euro oplevert. 2. Toenemende sociaal-economische gezondheidsverschillen Gezondheidsverschillen beginnen al voor de geboorte. De omstandigheden van de moeder spelen een cruciale rol in de gezondheid en toekomst van het kind. Preventieprogramma’s kunnen helpen deze ongelijkheid te verkleinen. Ook vormen gezondheidsverschillen tussen sociaaleconomische groepen in het hier en nu een hardnekkig probleem. 3. Druk op gemeenten en maatschappelijke voorzieningen Op lange termijn leiden bezuinigingen op publieke gezondheid tot een toename van complexe zorgvragen, een verschuiving naar duurdere voorzieningen en daarmee tot hogere uitgaven in de zorg en maatschappelijke ondersteuning. Het terugschroeven van preventieve maatregelen verschuift het probleem naar andere domeinen, zoals de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), de jeugdzorg en de eerstelijnszorg.
Dit kan resulteren in wachtlijsten, nog meer overbelasting van zorgprofessionals, uitval van zorgprofessionals, hoger ziekteverzuim en een vermindering van de kwaliteit van leven van inwoners. Uitgangspunten De GGD acht besparen in welke orde van grootte dan ook onverstandig. De maatregelen gaan een grote impact hebben voor met name het jonge kind en specifieke kwetsbare groepen. Doorvoering hiervan betekent dat de GGD en gemeenten (wederom) niet meer aan de wettelijke norm gaan voldoen. De samenwerking met onze ketenpartners stagneert en er ontstaan problemen elders in de zorgketen. Daarnaast worden gezondheidsverschillen vergroot in plaats van verkleind. De GGD heeft de volgende uitgangspunten afgewogen bij het maken van keuzes: • Impact op kwetsbare groepen zoveel mogelijk beperken en de impact beleggen bij reguliere inwoner. • Lokaal aanbod afbouwen en regionaal aanbod vergroten met als uitgangspunt een efficiënte inzet van uren en middelen. • Volledige afbouw van specifieke diensten in plaats van de brede kaasschaafmethode op diensten. De dienstverlening van de GGD is al minimaal. Bij nog minder vervalt de kwaliteit van dienstverlening. • Nieuw(st)e dienstverlening in inwonerbijdrage en geen losse afspraken. Hierdoor zijn er meer generieke afspraken die zorgen voor efficiëntere inzet van uren en middelen inclusief de verantwoording
Veiligheid De activiteiten op het gebied van Veiligheid richten zich op het uitvoeren van de taken genoemd in de Wet veiligheidsregio’s. Binnen VGGM zijn deze activiteiten georganiseerd als Crisisbeheersing en Brandweer.
5
vggm.nl Crisisbeheersing richt zicht op het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises. Dit doen we door ons voor te bereiden op het voeren van regie tijdens situaties waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden. Ook zorgen we ervoor dat de samenleving zoveel mogelijk overeind blijft tijdens een crisis en helpen we het terug te veren naar een gewenste situatie. Brandweer richt zich op het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten. Dit doen we door ons voor te bereiden op verschillende soorten incidenten en preventief te adviseren op mogelijke incidentrisico’s. Huidige situatie De Veiligheidsregio in Gelderland Midden is een relatief jonge organisatie en bestaat nu ruim 10 jaar. Ne regionalisering heeft de nadruk gelegen op harmonisatie van werkprocessen, opleidingen en materieel, leidend tot de beoogde kwaliteitsverbetering en lagere kosten door efficiëntie. Met de COVID19 pandemie en coördinatie van opvang van ontheemde Oekraïners heeft met name de taken van crisisbeheersing zich verder ontwikkeld. Kijkend naar ontwikkelingen als geopolitieke dreiging, demografie, klimaatverandering en energietransitie leiden tot aanpassing van de organisatie, materieel en geoefendheid om toekomstige crises en incidenten het hoofd te bieden.
Belangrijke thema’s hierbij zijn landelijke samenwerking, eenduidige en adequate informatievoorziening en continuïteit van de eigen taakuitvoering. Deze ontwikkelingen geven een belangrijke druk op de betaalbaarheid van de Veiligheidsregio taken in de komende jaren. Deze druk neemt extra toe door de korting op de Rijksuitkering voor Veiligheidsregio’s van 10% die is genomen door het voormalige kabinet Schoof. Voor VGGM leidt deze korting tot verlaging van het budget met circa € 1,0 mln. Uitgangspunten Aan de voorgestelde scenario’s gaat een zorgvuldig doorlopen proces vooraf. Het doorlopen proces resulteert in een aantal uitgangspunten die gelden als basis voor de voorgestelde scenario’s: 1. Een aantal besparingsopties vallen buiten scope voor de uitwerking in scenario’s, op basis van: 1.1. Tijdelijke financiering tot 2027: • Advies en toezicht ‘wonen met zorg’ • Veilige energietransitie 1.2. Taken met samenwerkingsafspraken, zoals: Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (gaspakken), blusboot, convenant Rode Kruis, Meldkamer Oost Nederland, Advies en toezicht Industriële Veiligheid (BRZO), Toezicht Terugdringen Onechte en Ongewenste Meldingen (TOOM) van automatische brandmeldinstallaties en daarmee het verlagen van de uitrukfrequentie voor loze brandmeldingen. 1.3.
Bespreking bestuurlijke bijeenkomsten: • Reanimatie (First Responsteam Brandweer) • Specialistische taken zoals waterongevallenbestrijding (duiktaak), natuurbrandbestrijding, rietkapbrandbestrijdingsteam. 1.4. Taken vanuit een landelijk opdracht, zoals: • versterkingsopgave Veiligheidsregio. Om die reden wordt informatievoorziening als maatregel in de scenario’s niet voorgesteld;
6
vggm.nl •
paraatheid en vakbekwaamheid crisisorganisatie vanwege opgave weerbaarheid en veerkracht. Om die reden worden maatregelen m.b.t. piketten en vakbekwaamheid niet voorgesteld; 1.5. Bevindingen inspectie m.b.t. Brandveilig Leven (11 april 2024). Om die reden worden maatregelen m.b.t. Brandveilig Leven in de scenario’s niet voorgesteld. Tot slot Het doel van het programma Crisisbeheersing is om de basis van crisisbeheersing op orde te krijgen en daarnaast te versterken, om te kunnen voldoen aan de landelijke opgaven en ontwikkelingen. Vanuit de landelijke agenda crisisbeheersing zijn versterking op weerbaarheid, een robuuste crisisorganisatie en versterking van informatievoorziening belangrijke pijlers. Hiervoor zijn landelijk extra middelen ter beschikking gesteld. Een voorwaarde bij deze extra middelen is dat gemeenten de bijdrage voor de taken van crisisbeheersing intact houden. De genoemde besparingsvoorstellen hebben allemaal directe invloed op de manier waarop crisisbeheersing de basis op orde brengt en versterkt. Hierbij is het risico dat VGGM uiteindelijk minder effectief kan optreden tijdens een crisis. Als de basis niet op orde is, levert VGGM minder goede leiding en coördinatie op een crisis, is de besluitvorming minder adequaat en duidelijk, wordt de crisiscommunicatie beperkter en mogelijk slechter. Dit heeft een maatschappelijk en bestuurlijk afbreukrisico.
Voor onze eigen hulpdiensten en bestuurders, maar ook voor de inwoners, gemeenten en andere ketenpartners is dit direct merkbaar. De korting op de Rijksbijdrage van 10% heeft een directe invloed op de ambities van de afdeling. De afdeling Crisisbeheersing van VGGM kan de versterkingsopdracht conform de Landelijke Agenda Crisisbeheersing niet (volledig) uitvoeren als de financiële middelen hiervoor worden teruggeschroefd. Bovendien komen er extra taken bij in het kader van weerbaarheid van de samenleving. Hiervoor zijn vanuit het Rijk extra middelen toegezegd in de Voorjaarsnota. Nog niet duidelijk is op welke wijze deze middelen verdeeld gaan worden. Ook de hoogte van de toegezegde middelen is niet voldoende. In diverse ambtelijke en bestuurlijke overleggen is de afgelopen periode een belangrijk signaal afgegeven: veiligheidsregio’s ervaren een groeiende spagaat. Enerzijds wordt van hen gevraagd om bij te dragen aan brede bezuinigingsopgaven, anderzijds ligt er een duidelijke opdracht om te investeren in versterking van de crisisbeheersing en rampenbestrijding, mede ingegeven door toenemende geopolitieke dreigingen en de noodzaak voor een weerbare en veerkrachtige samenleving. Deze dubbele opdracht leidt tot spanningen binnen de uitvoering.
7
vggm.nl
Bijlage B Scenario 1: 0 is niet niks Inrichtingskeuzes uit het verleden hebben geleid tot een krappe, kwetsbare en niet toekomstbestendige organisatie. Afgelopen jaren hebben hier diverse onderzoeken naar plaatsgevonden en aansluitend heeft het bestuur afspraken gemaakt om komende jaren de organisatie op orde te brengen. Op dit moment wordt volop uitvoering gegeven aan deze afspraken. Ondertussen wordt de organisatie geconfronteerd met een snel veranderende samenleving, waardoor extra druk komt te staan op de uitvoering van de taken en de betaalbaarheid daarvan. De belangrijkste ontwikkelingen zijn in bijlage 1 geschetst. Stabilisatie van de gemeentelijke bijdragen lijkt tot behoud van huidige dienstverlening, maar geeft in samenhang met de staat van de organisatie belangrijke risico’s in achteruitgang. Voorzien wordt dat komende periode regelmatig het gesprek gevoerd zal worden of en hoe met deze ontwikkelingen om te gaan. Zowel in de uitvoering als in de bekostiging. De verwachte onderwerpen voor Gezondheid en Veiligheid staan hieronder nader geduid.
Gezondheid De GGD heeft zich de afgelopen jaren binnen het traject toekomstbestendige GGD ingezet om de basis weer op orde te krijgen. De financiering van de dienstverlening was ver onder het landelijk gemiddelde zo is gebleken in de benchmark van Lysias (2022). Binnen AGZ is de dienstverlening op het wettelijk minimum versterkt. Voor JGZ is de afschaling tot onder het wettelijk minimum omgebogen naar een situatie waarbij gebouwd wordt aan een basis die flexibel kan meebewegen met de maatschappelijke opdrachten. Echter zien we dat met de inzichten van nu, de huidige situatie nog niet op orde is. Dit betekent voor JGZ dat de komende 1,5 jaar extra middelen nodig zijn om afschaling van de dienstverlening te voorkomen en om verdere stappen te zetten naar een toekomstbestendige dienstverlening. De GGD zal in 2025 en 2026 nog met een plan komen om de tijdelijke inzet om te zetten naar toekomstige bestendigheid. In dit kader kan gesteld worden dat bij continuering in de 0% lijn de GGD de dienstverlening niet kan garanderen.
Veiligheid Een nadere duiding van ontwikkelingen die in het veiligheidsdomein worden voorzien: -
Korting van 10% op de Rijksbijdrage aan Veiligheidsregio’s (Bdur), voor VGGM ca € 1,0 mln euro. Toelichting: De voormalig staatssecretaris heeft beloofd zich hard te maken om deze korting te compenseren. Met de val van het kabinet is de opvolging hiervan onzeker.
-
-
Versterken bovenregionale en landelijke samenwerking: o Noodzaak tot meer bovenregionale en landelijke samenwerking en aanpassing van taken door evaluatie Wet Veiligheidsregio. o Inbedden landelijke versterkingsopgave crisisbeheersing ten behoeve van een robuuste (boven)regionale crisisorganisatie o Landelijke versterking en samenwerking op het gebied van informatievoorziening Geopolitieke dreigingen: o Opgave weerbaarheid en veerkracht 8
vggm.nl Toelichting: Mogelijk worden hier nog extra middelen voor toegekend. Ambtelijke toezegging dat in voorjaarsnota 2025 € 70 mln. voor Weerbaarheid waarvan een deel wordt vrijgemaakt ten behoeve van een fijnmazig netwerk noodsteunpunten relevant voor burgerhulpverlening.
-
-
Doorontwikkeling bevolkingszorg Vervanging C2000 (VMX) Toelichting: in opdracht van Bestuurlijke Adviescommissie gestart met programma. Op dit moment bespreekpunt op landelijke bestuurlijke agenda. Eerste schets van plan van aanpak gedeeld. Ontwikkeling/anticiperen op veiligheidsrisico’s zoals: o Demografie, meer ouderen -> minder zelfredzaam o Verstedelijking en verdichting, congestie infrastructuur, deregulering bouw Toelichting: Verkenning op impact en rol brandweer/veiligheidsregio’s. Veilig en gezonde leefomgeving VGGM. Voorbereiding en beleidsmatige keuzes, meer samenwerking noodzakelijk, meer coproductie. Presentatie in bestuurscommissie veiligheid 2 april 2025.
o o
Veilige energietransitie Klimaatveiligheid Toelichting: vanwege klimaatverandering, weersextremen hitte, droogte, neerslag -> hoogwater en natuurbrand
-
Ontwikkelingen op het gebied van werkgeverschap: o Landelijke regeling PTSS Toelichting: meerkosten voorzien vanuit landelijke afspraken. Op dit moment bespreekpunt op landelijke bestuurlijke agenda. Verwachting is dat voorziene kosten voor Rijk én regio komen. o
Bouwsteen 1, verplichtend karakter Toelichting: Veiligheidsregio’s hebben claim bij het Rijk neergelegd voor benodigde financiering die nodig is om gevolgen van wijziging regelgeving op te kunnen vangen. Veiligheidsregio's wachten op reactie.
o o
Hogere doorstroom beroeps (20 jarigen beleid) en vrijwilligers brandweer Krappe arbeidsmarkt, in het bijzonder voor zeer specialistische functies
Financiële besparing Zoals gesteld in dit scenario is het de verwachting dat komende periode het gesprek gevoerd zal worden over het accommoderen van verschillende ontwikkelingen, zowel in uitvoering als in bekostiging. Denkbaar is om de te realiseren besparing in scenario 2 (begrotingsuitgangspunten) in te zetten voor de bekostiging van (een deel van) de geschetste ontwikkelingen.
9
vggm.nl
Bijlage C Scenario 2: Aanpassen begrotingsuitgangspunten In de begroting voor 2025 en 2026 is de gemeentelijke bijdrage incidenteel 2% lager geraamd. Het bestuur heeft gevraagd om te evalueren in hoeverre deze incidentele besparing structureel gemaakt kan worden. Onderdelen van de 2% incidentele besparingen Begroten van hogere rentebaten VGGM factureert conform de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke dienstverlening voor een belangrijk deel vooruit. Hierdoor heeft VGGM gedurende een groot deel van het jaar een positief banksaldo. Door de opgelopen marktrente ontvangt VGGM een hogere rentevergoeding dan initieel begroot. Het bestuur stelt voor om deze hogere rentevergoeding van € 600.000 voor 2026 net zoals in 2025 vooraf te begroten. Keerzijde is dat VGGM op deze begrote post een renterisico loopt. Dat doet zich voor als de marktrente daalt. Begroten van lagere kapitaallasten De markt voor specifiek materieel is momenteel erg krap. Dit leidt tot oplopende levertijden. Hierdoor ontstaat een vertraging in de reguliere vervanging van materieel en daarmee een (incidenteel) voordeel op de kapitaallasten. Het bestuur stelt voor om de kapitaallasten voor 2026 net zoals in 2025 € 500.000 lager te begroten.
Evaluatie structureel te maken Mede door geopolitieke spanningen, mogelijke effecten van handelsbeperkingen tussen de Verenigde Staten, Azië en Europa heeft de ECB afgelopen jaar de rente in 8 stappen verlaagd van 4% naar 2,00% per 5 juni 2025. Deze ontwikkeling heeft direct impact op de rentebaten van VGGM. Om het renterisico voor VGGM niet verder te laten oplopen is het advies om deze extra rentevergoeding niet structureel te begroten.
De markt voor specifiek materieel is ook in 2025 erg krap en vertraging in de reguliere vervanging loopt op. VGGM stelt voor om de uitgangspunten om te komen tot de begrote kapitaallasten aan te passen, zodat deze beter voorspelbaar worden. Denk hierbij aan het starten met afschrijven van kapitaalgoederen op t+1. Een aanpassing van dit uitgangspunt leidt tot een (beperkte) verlenging van de levensduur van onze kapitaalgoederen en daarmee tot een (beperkt) structureel voordeel op de kapitaallasten. Voorgesteld wordt om deze gewijzigde uitgangspunten in het najaar van 2025 bestuurlijk vast te stellen en vooruitlopend daarop de kapitaallasten gefinancierd uit de gemeentelijke bijdragen structureel € 500.000 lager te begroten.
10
vggm.nl Onderdelen van de 2% incidentele besparingen Begroten van hogere opbrengst verkoop afgestoten materieel Door de krappe markt van specialistisch materieel lopen nieuwprijzen aanzienlijk op. Als gevolg van de oplopende prijzen nemen eveneens de prijzen van gebruikt materieel toe. Het bestuur stelt voor om voor 2026 net zoals in 2025 een € 50.000 hogere opbrengstwaarde van afgestoten materieel te begroten. Temporiseren versterkingsprogramma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren. VGGM is in 2024 gestart met het meerjarige programma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren. Doel van dit programma is om de organisatie te ontwikkelen van ad-hoc georganiseerd naar een gestandaardiseerde werkwijze. De noodzaak voor het meerjarige programma wordt onderkend. Tegelijkertijd bestaat de behoefte voor grip op de kostenstijgingen in de meerjarenbegroting. Ook diverse gemeenteraden vragen daarom. Jaarlijks wordt in de begroting een specifieke onderbouwing van de kostenstijging voor dat jaar opgenomen. Voor nu wordt de keuze gemaakt om de noodzakelijke stijging van de bedrijfsvoeringskosten bij te stellen tot € 3 miljoen (in plaats van € 4 miljoen) door de gevraagde bijdrage voor zowel 2025 en 2026 met € 500.000 te verlagen. Daarmee laten we de kostenstijging langzamer opbouwen en minder ver doorgroeien dan in de afgelopen meerjarenbegroting opgenomen.
Daardoor wordt de versterking minder snel gerealiseerd en loopt het programma mogelijk langer door. Het terugbrengen van de risico’s in de kwetsbare bedrijfsvoering lopen dan ook langer door. Of ultimo 2027 of verder alsnog extra middelen nodig zijn, kan dan zowel inhoudelijk als financieel in 2026 worden afgewogen.
Evaluatie structureel te maken
De markt voor specifiek materieel is ook in 2025 erg krap en prijzen van gebruikt materieel zijn hoger dan vooraf ingeschat. Voorgesteld wordt om structureel een hogere opbrengstwaarde voor af te stoten materieel te begroten.
Naar aanleiding van een bestuurlijk overleg eind 2024 heeft een temporisering van de versterking bedrijfsvoering plaatsgevonden. Deze temporisering is in de meerjarenbegroting reeds verwerkt. Tevens is besproken om jaarlijks te evalueren of het einddoel met de beschikbare middelen kan worden gerealiseerd. Het voorstel is om deze afspraak te handhaven en de temporisering voor nu te betrekken bij het technische scenario en jaarlijks de voortgang te evalueren en eventueel bij te stellen. Dat betekent Acceptatie van het continueren van de huidige bedrijfsvoeringsrisico’s en uitblijven borging van de verbetermaatregelen.
Naast de evaluatie van de incidentele besparingsmogelijkheden is tevens kritisch gekeken naar andere (technische) maatregelen om tot structureel lagere bijdrage te komen. Deze zijn: •
Bijstellen begrotingsuitgangspunten personeelslasten Het begrotingsuitgangspunt voor VGGM ten aanzien van de personeelslasten is eindschaal / 11
vggm.nl eindperiodiek per formatieplaats. Kenmerk van medewerkers bij VGGM is dat ze relatief lang werkzaam zijn bij de organisatie en daarmee in het einde van de functionele schaal. Desalniettemin zien we jaarlijks een beperkt voordeel op de personeelskosten door vacatureruimte als gevolg van verloop en aanloopschalen bij aantrekken nieuwe medewerkers. De mogelijkheid wordt gezien om op de personeelskosten een beperkte besparing in te boeken door in de begrotingsuitgangspunten voor personeelslasten rekening te houden met vacatureruimte en aanloopschalen. Op basis van afgelopen jaren gaat dit dan om een bedrag van circa € 500.000 van de personeelskosten die worden gefinancierd uit de gemeentelijke bijdragen. Met deze maatregel loopt VGGM ook risico’s, waaronder de beschikbaarheid van voldoende middelen bij ziekteverzuim of inhuur bij moeizaam in te vullen vacatures in een krappe arbeidsmarkt. •
Van lokaal naar regionaal aanbod GGD Naast de technische besparingen stelt de GGD voor om de besparingsoptie “van lokaal naar regionaal” mee te nemen in dit pakket. Door het regionaal inbedden van een deel van het lokaal aanbod verwachten we een efficiëntere uitvoering, resulterend in een minimale besparing van € 50.000 die kan oplopen tot € 250.000. Voor het lokaal aanbod maken wij per gemeente aparte afspraken. Deze worden jaarlijks vastgesteld via een offerte traject of een dienstverleningsovereenkomst, en is aanvullend op de afspraken die we in het regionale basispakket met 15 gemeenten gemaakt hebben. Te denken valt aan (indicatie)huisbezoeken, extra contactmomenten en spreekuren binnen JGZ. Met deze besparingsoptie zal de GGD geen producten in lokaal aanbod meer aanbieden die ook onderdeel zijn van het regionaal aanbod (zoals huisbezoeken, spreekuur uren, Wmo inspecties). Dit betekent omzetting en harmonisatie van het lokaal aanbod naar regionaal aanbod. Met dit voorstel doen we een beroep op de collectiviteitsgedachte waardoor dienstverlening efficiënter en effectiever kan worden ingericht en uitgevoerd. De impact verschilt van gemeente tot gemeente zowel inhoudelijk als financieel, afhankelijk van de hoeveelheid producten die lokaal wordt afgenomen.
Risico's voor VGGM als gevolg van deze besparingen Het aanpassen van de begrotingsuitgangspunten leidt tot de volgende risico’s: • • •
De rente valt lager uit dan de begrote 2,5% rente die in lijn is met de DNBverwachting; Prijsstijgingen in de markt zijn hoger dan de indexatie na besparingen; Door het temporiseren van het programma Samen. Beter. Bedrijfsvoeren worden de geïdentificeerde risico's minder snel teruggebracht. Temporiseren leidt tot efficiëntieverlies en hogere kosten voor het programma.
12
vggm.nl Financiële besparing Samenvattend leidt dit scenario tot de volgende besparing: Lagere kapitaallasten Hogere opbrengst afstoten materieel Temporiseren S.B.B. Bijstellen begrotingsuitgangspunt loon Van lokaal naar regionaal aanbod GGD
€ 500.000 € 50.000 € 500.000 € 500.000 € 50.000 € 1.600.000
Bovenstaande besparing kan oplopen met € 200.000 (tot € 1.800.000) als het lokaal aanbod GGD grotendeels wordt geregionaliseerd. Opgemerkt wordt dat deze besparing (€ 50.000 €250.000) wordt gerealiseerd door een hogere afname van het lokaal aanbod ten opzichte de toename van de regionale bijdrage. Ten opzichte van gemeentelijke bijdrage van € 92,5 mln bedraagt deze besparing 1,7% (maximaal 2,0%). In overweging wordt gegeven om de besparing vanuit de begrotingsuitgangspunten in te zetten om de ontwikkelingen geschetst in scenario 1 (deels) op te vangen.
13
vggm.nl
Bijlage D Scenario 3: inwoners merken het verschil Gezondheid De uitdagingen in het 0% scenario/pakket inclusief de voorstellen uit het -2% scenario/pakket zijn de basis van dit -4% scenario/pakket. Daar bovenop komen de onderstaande voorstellen. 1. Wmo toezicht Indien geen kwaliteitstoezicht wordt uitgevoerd, betekent dit dat er geen zicht is op de geboden kwaliteit van zorg door WMO zorgaanbieders en of deze voldoet aan de eisen die de gemeente zelf heeft opgesteld. Ook bij calamiteiten kunnen gemeenten geen beroep doen op de GGD voor de toezichthoudende taak. De inwoners weten niet welke kwaliteit ze kunnen verwachten en aanbieders hebben vrij spel. Deze taak wordt uitgevoerd door de GGD in Gelderland-Midden maar mag ook door een andere partij of door de gemeente zelf worden uitgevoerd. 2. Logopedie Logopedie richt zich via vroegtijdige onderkenning, interventie en voorlichting op de gebieden taal, spraak, lees- en spellingsproblemen, mondgewoonten, gehoor, stotteren, stem en communicatieve vaardigheden. Door te stoppen met logopedie gaan we terug naar de landelijke minimumnorm voor screening van de spraak- en taalontwikkeling. 3. Hielprik en neonatale screening Geen hielprik: Ouders in Gelderland Midden verliezen de mogelijkheid om in een vroeg stadium ernstige erfelijke aandoeningen bij hun kind op te sporen en tijdig te laten behandelen.
Geen neonatale screening: Dit betekent dat gehoorstoornissen bij pasgeborenen niet meer vroegtijdig worden onderkend. Hierdoor ontbreekt een essentiële controle om vast te stellen of het gehoor voldoende is voor een goede ontwikkeling.
Veiligheid De uitdagingen beschreven onder scenario 1 inclusief de voorstellen uit scenario 2 zijn de basis van scenario 3. Daar bovenop volgen de volgende voorstellen: 1. Verminderen toezicht brandveiligheid
Het toezicht op brandveiligheid genereert enerzijds brandveilig bouwen en gebruiken van gebouwen en anderzijds het veilig optreden voor de brandweer bij incidenten. Om hiervoor te zorgen worden momenteel hogere risicoklasse gebouwen bij zowel bestaande bouw als nieuwbouw gecontroleerd op brandveiligheid. Voorgesteld wordt om te beperken in de controlefrequentie. Het lange termijneffect van vermindering van de controlefrequentie is dat de brandveiligheid in de maatschappij afneemt en er buitenproportionele kosten komen om dit later weer te herstellen (vergelijkbaar met de inhaalslag gebruiksvergunningen na de Cafébrand Volendam in de nieuwjaarsnacht van 2000 op 2001). Het beperken van toezicht op de 14
vggm.nl hogere risicoklasse van gebouwen betekent scherpe keuzes maken in de gebruiksfuncties waar we geen toezicht meer gaan uitvoeren. Deze keuze leidt tot een afname van onze (acute) beschikbaarheid voor handhaving (PRIS). Door een verminderd toezicht op brandveilig bouwen en brandveilig gebruik, is ook minder beeld van de actualiteit van risicovolle gebouwen. Hierdoor neemt de kans op onveilige situaties tijdens incidenten toe. Ook is er geen kennis en informatie voor de repressieve dienst aanwezig naar aanleiding van brandveiligheidscontrole. Hierdoor is ook veiligheid van eigen brandweermensen in het geding. 2. Verminderen mono en multidisciplinair advies evenementenveiligheid
VGGM adviseert gemeenten ten behoeve van evenementen op het gebied van brandweerzorg, geneeskundige zorg en crisisbeheersing. Het adviseren van gemeenten over brandweerzorg, geneeskundige hulp en crisisbeheersing bij o.a. evenementen is een wettelijke taak van de Veiligheidsregio (Wvr art. 2, 3 en art. 10 lid 1b en c). De doelstelling van VGGM is om bij te dragen aan veilige en gezonde evenementen, d.m.v. o.a. goede bereikbaarheid en door de informatiepositie voor hulpdiensten op orde te hebben. Er is een categorisering van evenementen waarbij alleen de zwaarste evenementen (zogenaamde Cevenementen) een advies vanuit VGGM krijgt. De advisering vanuit VGGM is veelal de basis voor vergunningverlening, denk aan minimale hygiëne eisen, EHBO, brandveiligheid, weersomstandigheden etc. Dit betreft multi-advisering met aandacht voor het werk van brandweer en crisisbeheersing, GHOR, politie op het gebied van de grote evenementen. De huidige activiteiten zorgen voor de signalering van risico's, de advisering van de juiste risicobeheermaatregelen. Maar ook een juiste operationele voorbereiding en planvorming, toezicht en een toets moment voor de bereikbaarheid van evenementen/gebouwen voor de hulpdiensten. Dit alles draagt bij aan de multidisciplinaire samenwerking en crisisbeheersing.
Voorgesteld wordt om op basis van nader te bepalen bestuurlijke criteria een kader te maken welke evenementen wel en welke geen advisering krijgen. De voorgestelde besparingsoptie betekent dat advisering op veiligheid ten aanzien van evenementen in mindere mate door hulpdiensten wordt gedaan. Mogelijk ontstaan hierdoor meer veiligheidsrisico's bij evenementen, waarop niet geadviseerd wordt. Indien in advies is opgenomen dat bepaalde maatregelen getroffen moeten worden en de gemeente deze voorwaarden opnemen in de vergunning kan de gemeente dit beter afdwingen. Feitelijke veiligheid van evenementen ligt hoger met een advies van de hulpdiensten. Ook is er een minder goede voorbereiding op evenementen. Ook bestaat er een grotere kans op calamiteiten bij evenementen en grotere kans dat hulpdiensten verrast worden door de situatie die zij aantreffen bij een calamiteit. Bijvoorbeeld onbereikbaarheid of te weinig voorzieningen en maatregelen. Met mogelijk toenemende kans op onveilige situaties tijdens incidenten, waardoor veiligheid van hulpverleners in het geding kan komen. Regelmatig doen zich (landelijk) stevige incidenten voor bij evenementen. Denk aan Dance Valley (2001): zwaar onderkoelde bezoekers door koud en nat weer na een zonnige dag; Vierdaagse Nijmegen (2006) gestaakt, na twee doden en drie personen gereanimeerd, twee deelnemers overleden tijdens hittegolf.
Zwarte Cross (2010): één dode bij het proefdraaien van een kermisattractie; motorevenement ‘Auto en Motor Sportief’ Haaksbergen (2014) 3 doden na doorrijden monstertruck.
15
vggm.nl 3. Sluiten 3 vrijwillige posten
Momenteel wordt de incidentbestrijding en hulpverlening aan mens en dier uitgevoerd vanuit 41 posten, conform het huidige dekkingsplan. Het dekkingsplan wordt conform wettelijk voorschrift door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld. Deze besparingsoptie – het sluiten van vrijwillige posten - vraagt om bijstelling van dit plan. Deze voorgestelde aanpassing houdt in dat de opkomsttijd en slagkracht worden verminderd, evenals het aantal functies per ploeg. Deze wijziging heeft directe gevolgen voor de opleidings- en oefenstructuur, het aantal benodigde voertuigen en de bredere bedrijfsvoering. De maatschappelijke impact van deze aanpassing is aanzienlijk. Door de langere opkomsttijden en verminderde slagkracht neemt de effectiviteit van de hulpverlening af, met name bij langdurige of complexe incidenten. Dit vergroot de kans dat sneller een beroep moet worden gedaan op bijstand van buiten de regio. Ook op bestuurlijk niveau zijn er belangrijke aandachtspunten. De bijdrage aan bovenregionale en landelijke incidentbestrijding zal afnemen, evenals de mogelijkheid om bijstand en burenhulp te leveren aan andere regio’s. Gezien deze gevolgen luidt het advies om eerst nader onderzoek te doen voordat bestuurlijke besluitvorming plaatsvindt over (onderdelen van) het dekkingsplan.
Binnen de organisatie zal de voorgestelde wijziging leiden tot een krimp in het aantal fte’s, zowel bij vrijwilligers als bij beroepskrachten. Daarnaast brengt het plan een verhoogd risico met zich mee op minder veilig optreden tijdens inzet. Gezien de reikwijdte van de voorgestelde aanpassing en de mogelijke gevolgen op meerdere niveaus, is zorgvuldige afweging en onderbouwing essentieel.
Financiële besparing Samenvattend leidt dit scenario tot de volgende besparing: Technische maatregelen (Bijlage 3) WMO Toezicht (GGD) Logopedie (GGD) Hielprik & gehoorscreening (GGD) Verminderen toezicht brandveiligheid (Veiligheid) Verminderen advisering evenementen (Veiligheid) Sluiten 3 vrijwillige posten (Veiligheid)
€ 1.600.000 € 200.000 € 130.000 € 280.000 € 85.000 € 200.000 € 600.000 €3.095.000
Bovenstaande besparing kan oplopen met € 200.000 (tot € 3.295.000) als het lokaal aanbod GGD grotendeels wordt geregionaliseerd. Opgemerkt wordt dat deze besparing (€ 50.000 €250.000) wordt gerealiseerd door een hogere afname van het lokaal aanbod ten opzichte de toename van de regionale bijdrage. Ten opzichte van gemeentelijke bijdrage van € 92,5 mln bedraagt deze besparing 3,3% (maximaal 3,6%).
16
vggm.nl
Bijlage E Scenario 4: Impact op meest kwetsbaren Gezondheid Het pakket voor de GGD in dit scenario is gebaseerd op scenario 3, waarbij niet Wmo toezicht is opgenomen maar de crisisorganisatie GGD. Deze keuze is gemaakt op basis van het eerder genoemde afwegingskader in relatie tot de grootte van de besparing. 1. Crisisorganisatie De GGD is niet betrokken en bereikbaar bij een GGD crisis. In tijden van crisis is de continuïteit van zorg en op- en afschaling daarvan, niet geborgd. Uit voorgaande langdurige crisis is gebleken dat wij als GGD onvoldoende voorbereid zijn voor (grote, kleine en gelijktijdige) rampen en crises, met risico op hogere ziektelast tijdens crisis tot gevolg evenals negatieve gevolgen op lange termijn. JGZ is niet meer 24/7 beschikbaar voor begeleiding, informatie en advies bij calamiteiten en grootschalige incidenten maar alleen gedurende werkdagen. 2. Vrijstellingen Het beleggen van deze activiteit (beoordelen van een aanvraag voor een artikel 5a vrijstelling) bij andere partijen levert automatisch een grotere versnippering en langere doorlooptijd op, waardoor leerlingen voor een langere periode geen onderwijs volgen, met als mogelijk gevolg dat processen gecompliceerder worden. 3.
Contactmomenten 3 jaar en 9 maanden Voor kinderen tussen 2 en 4 jaar zijn de contactmomenten nu al relatief ver uit elkaar, terwijl deze periode cruciaal is vanwege de snelle groei en ontwikkeling van het kind en mogelijke veranderingen in de gezinssituatie. Korte termijn gevolgen: • Het schrappen van het contactmoment op 3 jaar en 9 maanden betekent dat bijvoorbeeld de visuscontrole niet meer plaatsvindt, terwijl dit volgens de landelijke richtlijn verplicht is (https://www.jgzrichtlijnen.nl/richtlijn/jgz-richtlijn-opsporen-oogafwijkingen/). • Dit contactmoment valt in een fase waarin kinderen de overstap maken naar de basisschool. Het wegvallen van deze controle vergroot het risico dat (mogelijke) afwijkingen onopgemerkt blijven. Dit kan leiden tot gemiste voorlichting en adviezen over gezond opgroeien en opvoeden, waardoor hulpvragen op een later moment elders in de keten terechtkomen. • Het niet tijdig signaleren van problemen verhoogt de kans dat kinderen met (onopgemerkte) afwijkingen instromen in het basisonderwijs. Hierdoor kan problematiek verergeren en kan er uiteindelijk meer, en duurdere, zorg of ondersteuning nodig zijn. Lange termijn gevolgen: • De continuïteit in de begeleiding van ouders en kinderen in de overgang naar de zorg voor 4tot 18-jarigen gaat verloren.
• De tijd tussen het contactmoment op 3 jaar en het eerstvolgende contactmoment wordt 1,5 tot 2 jaar, wat de kans op gemiste signalering vergroot. • Er is een verhoogd risico op zwaardere zorgbehoefte op latere leeftijd.
17
vggm.nl
Veiligheid De uitdagingen beschreven bij scenario 1 inclusief de voorstellen uit het scenario 2 en 3 zijn de basis van scenario 4. Daar bovenop komt het volgende voorstel: Sluiten beroepskazerne Momenteel wordt de incidentbestrijding en hulpverlening aan mens en dier uitgevoerd vanuit 41 posten, conform het huidige dekkingsplan. Het dekkingsplan wordt conform wettelijk voorschrift door het bestuur van de veiligheidsregio vastgesteld. Deze besparingsoptie – het sluiten van een beroepskazerne - vraagt om bijstelling van dit plan. Deze voorgestelde aanpassing houdt in dat de opkomsttijd en slagkracht worden verminderd, evenals het aantal functies per ploeg. Deze wijziging heeft directe gevolgen voor de opleidings- en oefenstructuur, het aantal benodigde voertuigen en de bredere bedrijfsvoering. De maatschappelijke impact van deze aanpassing is aanzienlijk. Door de langere opkomsttijden en verminderde slagkracht neemt de effectiviteit van de hulpverlening af, met name bij langdurige of complexe incidenten. Dit vergroot de kans dat sneller een beroep moet worden gedaan op bijstand van buiten de regio. Ook op bestuurlijk niveau zijn er belangrijke aandachtspunten. De bijdrage aan bovenregionale en landelijke incidentbestrijding zal afnemen, evenals de mogelijkheid om bijstand en burenhulp te leveren aan andere regio’s.
Gezien deze gevolgen luidt het advies om eerst nader onderzoek te doen voordat bestuurlijke besluitvorming plaatsvindt over (onderdelen van) het dekkingsplan. Binnen de organisatie zal de voorgestelde wijziging leiden tot een krimp in het aantal fte’s. Daarnaast brengt het plan een verhoogd risico met zich mee op minder veilig optreden tijdens inzet. Gezien de reikwijdte van de voorgestelde aanpassing en de mogelijke gevolgen op meerdere niveaus, is zorgvuldige afweging en onderbouwing essentieel. Op dit moment worden incidenten bestreden en hulp verleend aan mens en dier vanuit 41 posten op basis van het dekkingsplan. Het dekkingsplan wordt conform wettelijk voorschrift door het bestuur van de Veiligheidsregio vastgesteld. Voorgesteld wordt om het dekkingsplan bij te stellen. Met als gevolg het verminderen van de opkomsttijd en de slagkracht en het reduceren van het aantal functies per ploeg. Deze besparingsoptie werkt door in opleiden en oefenen, aantal voertuigen en de bedrijfsvoering. Maatschappelijk effect • Groot maatschappelijk effect • Meer schade, meer slachtoffers en grotere branden als gevolg van langere opkomsttijden, minder slagkracht, minder capaciteit voor langdurige incidenten, eerder bijstandsverzoek. Effect op besluitvorming Bestuurlijk kader Dekkingsplan.
Verslechtering bijdrage aan bovenregionale en landelijke incidentbestrijding, minder bijstand en burenhulp leveren. Advies: nader onderzoek nodig voorafgaand aan bestuurlijke besluitvorming over (onderdelen uit) dekkingsplan. Effect op organisatie • Krimpen in fte (vrijwilligers en beroeps) 18
vggm.nl •
Minder veilig optreden
Financiële besparing Samenvattend leidt dit scenario tot de volgende besparing: Technische maatregelen (bijlage 3) Crisisorganisatie (GGD) Vrijstellingen (GGD) Hielprik & gehoorscreening (GGD) Contactmomenten 3j9m (GGD) Maatregelen Veiligheid scenario 3 Sluiten beroepspost (Veiligheid)
€ 1.600.000 € 300.000 € 60.000 € 280.000 € 360.000 € 885.000 € 3.000.000 € 6.485.000
Ten opzichte van gemeentelijke bijdrage van € 92,5 mln bedraagt deze besparing 7%.
19
Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille
Vaststellen collectieve Liemerse uitgangspunten en het nemen van een principe besluit om te komen tot één Liemerse gemeente Z/25/503927 INT/25/1276103 Lucien van Riswijk Intergemeentelijke samenwerking
1. Samenvatting De gemeenten Doesburg, Duiven, Westervoort en Zevenaar hebben de afgelopen periode belangrijke stappen gezet richting gezamenlijke bestuurlijke schaalvergroting. Elk vanuit een eigen context en tempo, maar met een gedeeld besef: de maatschappelijke opgaven en bestuurlijke opgaven in de Liemers vragen om meer samenhang en slagkracht. Het rapport ‘Nu of nooit!’ van bureau & Van de Laar bevestigde dit: juist nu is het moment om inhoudelijke samenwerking en bestuurlijke eenheid met elkaar te verbinden. Op 28 oktober 2025 heeft uw raad de intentie uitgesproken om een herindelingsproces te starten met de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort, gericht op een bestuurlijke fusie per 1 januari 2029. Daarnaast heeft uw raad een aantal uitgangspunten vastgesteld als input voor het college om samen met de betrokken gemeenten een Liemerse uitgangspuntennotitie op te stellen waarin de meerwaarde, randvoorwaarden en risico’s worden onderzocht. Hoewel de formele politieke besluitvorming niet overal op hetzelfde moment plaatsvindt en in vier raden nog niet exact hetzelfde karakter heeft, is de rode draad duidelijk: er ligt een gezamenlijke wens om de mogelijkheden van een herindeling met elkaar serieus te verkennen en uit te werken. Die stap vraagt om meer dan alleen bestuurlijke ambitie.
Het vraagt van ons als gemeente dat wij ons in dit proces meer en meer tot elkaar verhouden, met respect voor elkaars tempo en context. En dat wij actief toewerken naar een moment in de tijd waarin de vertreksituaties zijn gestroomlijnd, om het proces geheel synchroon met elkaar te kunnen gaan doorlopen. Het proces om tot dat punt te komen duiden we aan als de ‘verkenningsfase’. Met dit voorstel ronden wij als Liemers deze verkenningsfase af door allen een principebesluit te nemen. Daarmee kan met elkaar gestart worden aan het vormen van een collectief ontwerpproces van herindeling, te beginnen met het vormgeven van een herindelingsontwerp en -advies. 2. Raadsvoorstel Wij stellen u voor om: 1. Op basis van de inzichten en afwegingen verkregen uit de eerdere onderzoeken, de verkenningsfase, bestuurlijke gesprekken en politieke ontmoetingen: a. In principe per 1 januari 2029 te komen tot één Liemerse gemeente door een reguliere samenvoeging van de gemeente Zevenaar met de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort.
b. Het college van Zevenaar opdracht te geven om ten behoeve van het vervolgproces met de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort een herindelingsontwerp op te stellen waarin tenminste ingegaan wordt op: i. De visie op de nieuw te vormen gemeente. Waarin onder andere de kansen voor en zorgen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners een plaats krijgen. ii. De naam van de nieuwe gemeente. iii. De geografische grenzen van de nieuwe gemeente. iv. De incidentele en structurele financiële effecten van de samenvoeging. v. De toetsingscriteria uit het beleidskader gemeentelijke herindelingen van het Rijk. c. Het college opdracht te geven om inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en de gemeenteraden van Zevenaar, Doesburg, Duiven en Westervoort verder actief te betrekken in het proces van opstellen van ‘de visie op de nieuw te vormen Liemerse gemeente’ in het herindelingsontwerp. d. Het college opdracht te geven om het herindelingsontwerp in het najaar van 2026 aan de raad voor te leggen ter vaststelling, zodat het uiteindelijke herindelingsadvies uiterlijk op 1 april 2027, of zoveel eerder als mogelijk, ter vaststelling aan de gemeenteraden aangeboden kan worden om een herindeling per 1 januari 2029 mogelijk te maken. e.
Het bij besluit van 28 oktober 2025 (met kenmerk: Z/25/494814/INT/25/1267394) beschikbaar gestelde bedrag van € 100.000,- tevens ten behoeve van het opstellen van het herindelingsontwerp en aansluitend het herindelingsadvies beschikbaar te stellen. 2. De collectieve Liemerse uitgangspuntennotitie vast te stellen en als kader te beschouwen voor het ontwerpen van de nieuwe gemeente en de inrichting van het daarbij passende proces. 3. Kennis te nemen van de individuele uitgangspunten van drie overige Liemerse gemeenten zoals opgenomen in de bijlage van de bijgevoegde collectieve Liemerse collectieve uitgangspuntennotitie; 4. Het college te verzoeken om samen met de colleges van de Liemerse gemeenten tevens het proces op te starten om te komen tot personele waarborgen voor de medewerkers van de vier gemeenten in casu de drie ambtelijke organisaties, in de vorm van een sociaal statuut en/ of sociaal plan. Dit met betrokkenheid van de lokale overleggen en waar nodig de ondernemingsraden en de werkgeverscommissies. Teneinde de contouren van de personele waarborgen op te kunnen nemen in het herindelingsontwerp en -advies. 3. Waarom naar de raad Het college informeert de raad over de stappen die zijn gezet om te komen tot collectieve Liemerse uitganspunten. En u bent als raad bevoegd tot het nemen van een principebesluit om te komen tot een gemeentelijke herindeling. 4.
Doelstelling en beoogd resultaat Dit raadsvoorstel dient twee doelen: het afronden van de verkenningsfase met een principebesluit en het stellen van kaders voor de volgende fase: het opstellen van een herindelingsontwerp.
zaaknummer Z/25/503927
pagina 2 van 7
5. Argumenten en alternatieven Argumenten 1.1 Hiermee wordt de verkenningsfase afgerond in lijn met de besluitvorming van onze gemeenteraad Op 28 oktober 2025 heeft uw raad het college onder meer de opdracht gegeven om op basis van de Zevenaarse uitgangspunten, samen met de betrokken gemeenten een Liemerse uitgangspunten notitie op te stellen waarin de meerwaarde, randvoorwaarden en risico’s worden onderzocht. Om deze collectieve uitgangspunten vervolgens uiterlijk op 28 januari 2026 mee te nemen richting de gemeenteraad. Met dit raadsvoorstel wordt uw raad meegenomen in de uitkomsten van de verdere verkenning. Dit met het oog op het te nemen principebesluit. Hiermee wordt de verkenningsfase afgerond en kan na positieve besluitvorming gestart worden met het vervolgproces om te komen tot een herindelingsontwerp. Het herindelingsontwerp is een ontwerp van een herindelingsadvies. 1.2 Door samen te gaan kan meer kracht voor het gebied en voor de regio als geheel worden ontwikkeld De Liemers is een gebied waar mensen, dorpen en steden al lang met elkaar verbonden zijn. De vier gemeenten hebben veel gemeen. Ze werken al samen en staan voor dezelfde grote uitdagingen, zoals woningbouw, bereikbaarheid, duurzaamheid, toerisme, beschikbaarheid van zorg en stroom en een gezonde economie. Door samen te gaan kan meer kracht voor het gebied en voor de regio als geheel worden ontwikkeld.
Een sterk gemeentebestuur, een robuuste ambtelijke organisatie en een stabiele begroting helpen om inwoners, ondernemers en organisaties nu en in de toekomst een mooie leefomgeving te blijven bieden. Een omgeving met goede voorzieningen, een schone en veilige openbare ruimte, met krachtige gemeenschappen in en unieke karakters en een goede bereikbaarheid van de kernen. 1.3 Hiermee kan het reeds beschikbaar gestelde budget ruimer worden ingezet Bij besluit van 28 oktober jl. heeft uw raad besloten om vooralsnog een bedrag van € 100.000,beschikbaar te stellen in 2026 ten behoeve van de uitvoering van de opdrachten in deze verkenningsfase en deze te dekken uit de algemene reserve. Om deze middelen ook in te kunnen zetten voor het opstellen van het herindelingsontwerp en aansluitend het herindelingsadvies is daar onder beslispunt 1 e in voorzien. 2.1 De collectieve Liemerse uitgangspunten sluiten aan op onze Zevenaarse uitgangspunten In bijgevoegde was-wordt lijst is weergegeven waar de collectieve Liemerse uitgangspunten verschillen van de door uw raad op 28 oktober jl. vastgestelde Zevenaarse uitgangspunten. 2.2 Een collectieve uitgangspuntennotitie markeert een gezamenlijke stap in het herindelingsproces Voorliggende collectieve Liemerse uitgangspuntennotitie is opgesteld door de gemeenten Doesburg, Duiven, Westervoort en Zevenaar.