Agendabundel
Tekst van het document
zaaknummer Z/25/486448
pagina 16 van 30
4 Thema’s in het grondbeleid
In dit hoofdstuk worden de thema’s besproken die binnen het grondbeleid als belangrijk zijn aangeduid. We formuleren een aantal thema’s die van belang zijn voor de keuze hoe het situationele grondbeleid kan worden toegepast. Bij de afweging in het situationele grondbeleid screenen we projecten volgens deze thema’s. Ze liggen ten grondslag aan het grondbeleid voor de komende periode. De thema’s zijn allemaal belangrijk vanuit het gemeentelijk perspectief. We nemen ze allemaal in de afweging mee. Naast thema’s blijft het financieel rendement van belang. Per project of locatie kunnen daarnaast ook andere opgaven belangrijk zijn. Hierbij past ook de gedachte dat grond meervoudig kan worden ingezet, te denken aan woningbouw, waterproblematiek e.d. In paragraaf 4.6 leidt dat uiteindelijk tot de beleidskeuze dat we de thema’s in het grondbeleid meenemen bij de afweging voor gebiedsontwikkelingen. Hierna geven we per thema een nadere toelichting, aan de hand waarvan we bij beoordeling van initiatieven een weging maken. Het gaat om de volgende thema’s: 1. Duurzaamheid3 & energietransitie; 2. Leefbaarheid, gezondheid & passende huisvesting; 3. Economie; 4. Adaptief programmeren; 5. Infrastructuur.
Naast ontwikkelaars vormen ook de woningcorporaties belangrijke partners ook voor de uitvoering van de hiervoor genoemde thema’s en doelstellingen GEMEENTELIJKE AFWEGING WE VINDEN HET BELANGRIJK OM INITIATIEVEN TE ONDERSTEUNEN DIE AAN DE GENOEMDE THEMA’S VOLDOEN. WE BLIJVEN HIERBIJ ECHTER ALTIJD EEN INDIVIDUELE AFWEGING MAKEN. HET FEIT DAT EEN INITIATIEF BIJDRAAGT AAN DE THEMA’S IN DEZE NOTA EN/OF AAN ANDERE BELEIDSSTUKKEN (WAARONDER DE NOG VAST TE STELLEN OMGEVINGSVISIE) BETEKENT ECHTER NIET DAT DE GEMEENTE ELK INITIATIEF PER DEFINITIE - OP BASIS VAN EEN ACTIEVE OF FACILITERENDE ROL- MOGELIJK MAAKT. ER VINDT IMMERS ALTIJD EEN GEMEENTELIJK BESLUIT PLAATS, ONDER ANDERE IN HET OMGEVINGSPLAN
4.1 Duurzaamheid & Energietransitie 4.1.1
Duurzaamheid
Duurzaamheid (en klimaatadaptatie) zijn van cruciaal belang voor gemeente Zevenaar. We hebben concreet geformuleerde duurzaamheids- en klimaatadaptieve ambities. We zijn ons er als gemeente van bewust dat duurzaamheid meer is dan verbeterde energieprestaties, vermindering van de CO2-uitstoot en (her)gebruik van (milieuvriendelijke) materialen. Duurzaamheid in gemeente Zevenaar betekent een harmonieuze gebiedsontwikkeling van wonen, werken, natuur (en overige gebruiksfuncties), zonder uitputting of verdere aantasting van het klimaat. In 2026 is het vastgoed, dat in gebruik is door de eigen organisatie, aardgasvrij en in 2030 energieneutraal. In 2050 is de gehele vastgoedportefeuille energieneutraal, circulair en is de CO2_uitstoot met 95% gedaald ten opzichte van 1990. Om deze laatste doelstelling te realiseren, is een begin gemaakt door in de raadsvergadering van 13 mei 2020 het geamendeerde “toets- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind) vast te stellen. Naast dat initiatieven duurzaam (behoren te) zijn wordt ook de afweging gemaakt of een locatie (eigen grondpositie) ingezet wordt voor duurzame initiatieven (bijvoorbeeld grootschalige opwek). Hiermee zaaknummer Z/25/486448
pagina 17 van 30
wordt de Nota Grondbeleid actief ingezet om ook andere gemeentelijke ambities en doelstellingen te realiseren. Ook klimaatadaptatie: het tegengaan van droogte, hittestress en wateroverlast is belangrijk. Als gemeente ambiëren we een gezonde en leefbare stad en dorpskernen, nu en in de toekomst. Nieuwe initiatieven dienen zo energieneutraal mogelijk te worden gerealiseerd. Daarnaast kijken we verder dan de realisatie en opleverfase: de total-life-cycle-benadering geeft inzicht in de effecten van investeringen in verduurzaming op bijvoorbeeld energielasten. We sturen aan op een circulaire economie: zowel bij planvorming, bouw-, gebruik- en sloopfase. Maximaliseren van hergebruik (zoals van bouwmaterialen uit bestaande gebouwen) en minimaliseren van waardevernietiging. Hogere kosten die uit hergebruik van materialen voortkomen, leiden niet per sé tot ‘verliezen’. De circulaire economie kan leiden tot een toename van arbeidsplaatsen voor praktische beroepen en heeft in zoverre een positief effect op de werkgelegenheid binnen de gemeente. Denk hierbij aan onderhoudsberoepen zoals elektriciens, schilders, reparateurs etc. (bij onderhoud van materialen en installaties) en bij (ver)bouwwerkzaamheden omdat materialen hergebruikt worden.
4.1.2
Energietransitie
Er is landelijk en regionaal veel aandacht voor de energietransitie; (inter)nationale verdragen zijn uitgewerkt in wet- en regelgeving en convenanten. Dit uit zich onder andere in Regionale Energiestrategieën (RES). De energietransitie vraagt ook vanuit het grondbeleid blijvend om aandacht. We laten daarom in het grondbeleid ruimte voor aansluiting op een (regionaal) warmtenet, voor andere (collectieve) voorzieningen of (ruimte voor) initiatieven zoals zonneparken, laadinfrastructuur en/of -hubs of andere maatregelen die bijdragen aan duurzaamheidsdoelstellingen.
4.2 Gezondheid, leefbaarheid en passende huisvesting 4.2.1
Gezondheid
De gemeente Zevenaar moet voor al haar inwoners een fijne plek zijn om te leven. Een aangename en gezonde fysieke leefomgeving betekent een goede luchtkwaliteit, voldoende groen, minimale geluidsoverlast, een gezonde bodem en voldoende mogelijkheden om te sporten, te bewegen en gezond te verplaatsen. Wonen gaat over meer dan alleen een woning. Het voorzieningenniveau en hoe mensen met elkaar samenleven zijn van evenredig belang. De kwaliteit van de openbare ruimte moet op peil blijven. Ook moet er voldoende mogelijkheid zijn voor inwoners om elkaar te ontmoeten en sociale contacten aan te gaan en te onderhouden.
4.2.2
Leefbaarheid
Op wijkniveau staat de leefbaarheid in Zevenaar niet onder druk. Een aantal woonbuurten en -complexen vormt een uitzondering op die regel. Op basis van de landelijke leefbaarheidsmonitor en geluiden uit de zaaknummer Z/25/486448
pagina 18 van 30
buurt houden we samen met de woningcorporatie het leefbaarheidsniveau nauwlettend in de gaten. We zoeken elkaar, en zo nodig andere partijen op als leefbaarheidsproblemen worden geconstateerd. Daarnaast kijken we in de dorpskernen en in Zevenaar op wijkniveau welke maatregelen nodig zijn voor het op peil houden van de leefbaarheid. Een start daarmee is bijvoorbeeld gemaakt met het opknappen van de openbare ruimte in de wijk Zonnemaat, waar in overleg met de bewoners, corporatie en anderen de verbeterpunten zijn bepaald. Naast de fysieke aanpak willen we ook sociale aspecten en de woningen zelf meenemen om een gezamenlijke toekomstagenda uit te voeren. Een ander belangrijk aspect dat samenhangt met / onderdeel is van leefbaarheid is de ruimtelijke kwaliteit. Dit kan naast de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit van woonlocaties ook betrekking hebben op het actief ontwikkelen van essentiële locaties zoals bijvoorbeeld een entreegebied of het actief overnemen van verloederde locaties. Dit sluit overigens ook aan op de duurzaamheid en houdbaarheid van locaties, terreinen en wijken.
4.2.3
Passende huisvesting
Zevenaar heeft een relatief groot aantal betaalbare koopwoningen, wat de gemeente aantrekkelijk maakt om te wonen. Er is echter een tekort aan deze woningen doordat ze vaak al bewoond zijn. Daarbij laat de meest recente prognose voor de woningbehoefte uit 2023 tenminste tot 2040 een veranderende samenstelling van de huishoudens zien, meer een- en tweepersoonshuishoudens. Daarmee neemt de vraag naar betaalbare woningen toe en groeit het woningtekort. Om dit tekort aan te pakken, ligt de focus op betaalbare woningen voor starters en middeninkomens en kleinere woningen voor doorstromers. Uit het onderzoek blijkt tevens dat bijna twee derde van de nieuwbouw tot 2030 uit betaalbare koopwoningen zou moeten bestaan. Daarnaast is er behoefte aan middeldure huurwoningen, met name appartementen en levensloopgeschikte woningen, vooral gericht op ouderen en huishoudens met een middeninkomen. Daarnaast is er vraag naar duurdere koopwoningen, waarbij het accent ligt op grondgebonden woningen. De Woondeal 2.0, vastgesteld in 2023, stelt als doel een gezonde woningmarkt met een woningtekort van slechts 2% in 2030. Daarom wordt ingezet op plannen voor 33.000 nieuwe woningen in de regio tegen 2030 en 55.000 tegen 2040.
Aanvullend op de kwantitatieve ambitie heeft de regio afgesproken om 2/3 van de zachte plancapaciteit te realiseren in het betaalbare segment (middeldure huur en goedkope en betaalbare koop) waarvan 30% in het betaalbare huursegment. Door de hoge huurprijzen is er weinig betaalbaar aanbod, wat de gemeente ertoe brengt een actieve rol te spelen in nieuwbouwprojecten, waarbij ze sturen op prijsklassen en sociale huurwoningen. Daarvoor is ook het gemeentelijk beleid in de woonzorgvisie 20242028 opgesteld. Het overgrote deel van de toekomstige woningvoorraad staat er al, en wordt naar tevredenheid bewoond. Voor de toekomst ligt de nadruk op kwalitatieve nieuwbouw die bijdraagt aan doorstroming en aansluit op de bestaande omgeving en behoefte van de inwoners. Dit alles betekent dat de gemeente Zevenaar nog een forse (ruimteclaim) opgave heeft uit te voeren. Er komen tot 2030 minimaal 1350 tot 1570 extra woningen bij, met de focus op de kerngebieden Zevenaar, Babberich en Oud Zevenaar en met maatwerk voor omliggende kernen. Door vergrijzing is het nodig om de bestaande woningen courant te houden. De gemeente wil hierbij faciliterend optreden door actief nieuwe woonvormen te stimuleren die het woningaanbod vergroten en beter aansluiten bij de woonbehoeften. We richten ons op een diverse aanpak met betaalbare en kleinere woningen, levensloopbestendige en geclusterde woonvormen.
Daarnaast biedt de bestaande woningvoorraad kansen voor meer variatie, bijvoorbeeld door woningdelingsopties zoals splitsing, woningdelen, kamerverhuur en hospitaverhuur toe te staan.
zaaknummer Z/25/486448
pagina 19 van 30
LEVENSLOOPBESTENDIGE WONINGEN TNO HEEFT ONDERZOEK GEDAAN NAAR DE MATE WAARIN BESTAANDE WONINGEN GESCHIKT ZIJN OF MET BEPERKTE MIDDELEN GESCHIKT ZIJN TE MAKEN VOOR MENSEN MET MOBILITEITSBEPERKINGEN DIE NOG WEL DE REGIE OVER HUN LEVEN KUNNEN VOEREN. LEVENSLOOPGESCHIKTE NIEUWBOUW (IN GROEPSVERBAND) IS INGERICHT OP ZO LANG MOGELIJK THUIS BLIJVEN WONEN. DIT GAAT EENZAAMHEID TEGEN, WAT NAAR SCHATTING JAARLIJKS CIRCA € 1.800 SCHEELT AAN ZORGKOSTEN PER HOOFD VAN DE BEVOLKING. NAAR DIT LAATSTE HEEFT DE UNIVERSITEIT MAASTRICHT (UM) ONDERZOEK GEDAAN ONDER BIJNA 350.000 NEDERLANDERS.
OVER EEN 10-JAARSPERIODE KAN HET VOORKOMEN VAN EENZAAMHEID IN PRINCIPE DUS EEN BESPARING OPLEVEREN VAN CIRCA € 18.000. DIT MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT, SAMEN MET BESPARING VAN DE € 10.000 VOOR HET ALTERNATIEF OP EEN NIEUWBOUWWONING: HET AANPASSEN VAN DE REGULIERE WONING, KAN DE GEMEENTE IN TOTAAL DUS ZO’N € 18.000 PER WONING BESPAREN. DIT BEDRAG ZAL NIET ÉÉN OP ÉÉN IN DE GEMEENTELIJKE BEGROTING ZIJN TERUG TE VINDEN VANWEGE HET OPEN-EINDE KARAKTER VAN DE WMO. Het hierboven genoemde onderzoek van de UM is te vinden op https://www.maastrichtuniversity.nl/nl/nieuws/aanpakken-eenzaamheid-drukt-ook-zorgkosten Met een situationeel grondbeleid leveren we maatwerk per project. Per project is de vergelijking tussen de besparing op de WMO-kosten versus mogelijk lagere grondopbrengsten bijvoorbeeld wezenlijk. Het leveren van maatwerk is ook waardevol en nodig in de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Denk bijvoorbeeld aan arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, statushouders en woonurgenten. Voor deze doelgroepen kunnen we tijdelijke (modulaire) woningen toevoegen, of tijdelijke huisvesting in bestaande gebouwen realiseren.
4.2.4
Adaptief programmeren
Adaptief programmeren is een aanpak en planningsmethodiek die besluitvormers helpt bij het nemen van beslissingen in complexe omgevingen onder onzekere omstandigheden. Adaptief programmeren speelt flexibel in op actuele ontwikkelingen, en borgt tegelijkertijd lange termijn ambities. Programmeren gaat niet alleen over de toevoeging van woningen (kwantitatieve behoefte), maar ook over het voorzien in de juiste typen woningen (kwalitatieve behoefte). Door de dubbele vergrijzing (het aandeel 65-plussers neemt toe en daarbinnen neemt het aandeel 80-plussers toe) neemt het aantal en aandeel ouderen in rap tempo toe. Met deze toename verschuift de kwalitatieve woonbehoefte. Er is meer behoefte aan appartementen, en woningen geschikt voor ouderen. Het grootste deel van de toekomstige woningvraag kan echter worden ingevuld met bestaande, veelal oudere, woningen. Nieuwbouw betreft maar een beperkt deel van de totale opgave op de woningmarkt in Zevenaar. De huidige voorraad, zaaknummer Z/25/486448
pagina 20 van 30
overwegend bestaande uit grondgebonden woningen, is niet voldoende geschikt (te maken) voor de toenemende groep oudere en kleine(re) huishoudens. Complementair toevoegen aan de voorraad gaat daarom steeds vaker om toevoegen van die woningtypen waarvan in de bestaande voorraad nog weinig aanbod is. Door adaptief te programmeren kunnen we beter inspelen op een verschuivende kwalitatieve behoefte. Hierdoor en door te werken met scenario’s voor mogelijke toekomstbeelden is het mogelijk om flexibel te blijven, mee te bewegen met ontwikkelingen en in te spelen op kansen. In plaats van de toekomst vast te leggen en te willen beheersen, is adaptief programmeren meer een werkwijze om het proces te beheersen. Via ontwikkelpaden werken we toe naar het gewenste toekomstbeeld. Adaptief programmeren past bij de wens uit het coalitieakkoord om de ouderen te ondersteunen bij hun wens om langer thuis te blijven wonen.
4.3 Economie Economische ontwikkeling en een gezonde economische structuur met voldoende werkgelegenheid voor inwoners van Zevenaar is een belangrijk thema voor onze gemeente. Een gebiedsontwikkeling kan direct én indirect invloed hebben op de werkgelegenheid en economische groei. Bij de uitgifte van kavels en beoordeling van initiatieven wegen we mee in hoeverre een project of bedrijfsactiviteit de toekomstige economische structuur van Zevenaar versterkt, en of de toekomstige werkgelegenheid in lijn ligt met het profiel van Zevenaarders. We zetten Liemers-breed in op de speerpunten logistiek, maakindustrie en de vrijetijdseconomie.
Via het grondbeleid kunnen we de richting beïnvloeden van economische ontwikkelingen in de gemeente Zevenaar. De rol van de gemeente zal afhangen in welke mate de ontwikkeling bijdraagt aan de visies en ambities op het gebied van economie en vrijetijdseconomie. Hoe meer dit aansluit, hoe actiever de rol kan zijn. Zo voeren we bijvoorbeeld een actief grondbeleid voor de ontwikkeling van Businesspark 7Poort. Op dit bedrijventerrein zijn slechts nog enkele kavels te koop. De ontwikkeling op de Spoorallee voor de bouw van Fashion Outlet Zevenaar is in volle gang. Ook voor de vervolg ontwikkeling op Businesspark 7 Poort volgen we een actief grondbeleid. In het centrumgebied sturen we op concentratie van het winkelbestand, het bieden van een compleet aanbod en een comfortabele beleving van de ruimte: van place-to-buy naar place-to-be. We willen samen met andere (markt)partijen de vrijetijdseconomie in de gemeente versterken. Doel is om van Zevenaar, en in bredere zin De Liemers, een aantrekkelijke en bekende toeristisch-recreatieve bestemming te maken voor dagjesmensen en verblijfsgasten uit Nederland en Duitsland.
zaaknummer Z/25/486448
pagina 21 van 30
Via het grondbeleid beïnvloeden we de richting van economische ontwikkelingen in het centrum. Met het stellen van sociaal-maatschappelijke voorwaarden bij uitvragen en aanbestedingen en het beoordelen van private initiatieven kunnen we gewenste activiteiten stimuleren of ontmoedigen.
4.4 Infrastructuur We zien dat verkeersstromen tussen en binnen onze gemeente de afgelopen jaren zijn veranderd en we verwachten dat die in de toekomst zullen blijven veranderen. Veranderingen vragen om aanpassingen en een grotere capaciteit op het wegennet van en naar Zevenaar, met name op het onderliggende wegennet bij de snelweg.
In de afgelopen jaren zijn de Arnhemseweg en de weg Hengelder daarom aangepast. Er komen twee nieuwe aansluitingen op het rijkswegennet: bij de Arnhemseweg (A15) en Zevenaar-Oost (A12). De bestaande aansluiting op de A12 - ter hoogte van de Griethse Poort - komt te vervallen. Naast verbeteringen voor het autoverkeer investeren we in het vervoer over het spoor. Op het traject Zevenaar-Didam is het spoor verdubbeld. Zo zorgen we dat Zevenaar goed bereikbaar blijft voor inwoners, bezoekers en alle andere reizigers. Indien wij daar noodzaak toe zien, zullen we overgaan tot strategische aankoop van gronden, zodat op (de langere) termijn Zevenaar goed op weg blijft.
zaaknummer Z/25/486448
pagina 22 van 30
4.5 De beleidskeuzes in relatie tot de thema’s Vele wegen leiden naar Rome: daarom is het belangrijk onze rol voorafgaande aan ieder project en iedere locatie transparant en zorgvuldig te bepalen. BELEIDSKEUZE 2: THEMA’S IN HET GRONDBELEID MEENEMEN BIJ AFWEGING VOOR GEBIEDSONTWIKKELINGEN Deze beleidskeuze houdt voor grondexploitaties in dat we de genoemde thema’s meenemen in de afweging voor een (gebieds-)ontwikkeling. Maatschappelijke kosten en opbrengsten die hier uit voortvloeien zetten we af tegen de directe financiële resultaten van een gebiedsontwikkeling. Als gemeente streven we natuurlijk naar optimalisatie binnen projecten. Het financiële aspect is daarbij niet leidend, maar wel een belangrijk onderdeel van het integrale resultaat. Als gemeente zijn we daarbij bereid om risico’s te dragen bij specifieke projecten. Deze risico’s worden vooraf in kaart gebracht en in de besluitvorming meegewogen. MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT EN TOTAL-LIFE-CYCLE-BENADERING BIJ PROJECTEN ALS GEMEENTE VOEREN WE MOGELIJK OOK PROJECTEN UIT MET MAATSCHAPPELIJKE WINST EN FINANCIËLE TEKORTEN. OOK ALS WE NIET RISICODRAGEND ONTWIKKELEN KAN WAARDE WORDEN TOEGEVOEGD. HET MAATSCHAPPELIJK RENDEMENT RECHTVAARDIGT DAN DERGELIJKE INVESTERINGEN.
Thema’s in het grondbeleid wegen mee bij de uitgifte van gemeentegrond en bij initiatieven van derden Bij de uitgifte van gemeentegrond bepalen we als gemeente de selectiemethode. Ook de opgave binnen het maatschappelijk rendement – op basis van de thema’s in het grondbeleid – bepalen we per locatie en project. We kiezen de beste selectiemethode, rekening houdend met het vooraf geformuleerde gewenste integrale resultaat. Daarbij kijken we naar maatschappelijk en financieel rendement, zowel op korte als lange termijn. Voor iedere locatie of project wordt het rendement getoetst aan de thema’s in het grondbeleid. De weging van de thema’s in het grondbeleid verschillen per project. In het kader van transparantie wordt dit voorafgaand aan een selectieprocedure gecommuniceerd. Selectieprocedures blijken echter soms kostbaar en tijdrovend te zijn. Om te garanderen dat ook kleinere marktpartijen, inwonersgroepen en andere particuliere actoren kunnen meedingen in voor hen interessante projecten zoeken we als gemeente naar innovatieve selectiemethoden (zoals prijsvragen, tenders met innovatieve of uitdagende kaders en nieuwe samenwerkingsvormen). We beoordelen initiatieven van derden, waarbij een ondergrens geldt van meer dan 20 woningen of één hectare bedrijventerrein, met een maatschappelijke kosten-batenanalyse volgens de ‘total-life-cycle’ benadering.
Projecten worden, naast ruimtelijke/ landschappelijke inpasbaarheid, beoordeeld op zowel financieel als maatschappelijk rendement. Op die manier nemen we ook indirecte positieve en negatieve effecten van een ontwikkeling mee in ons waardeoordeel. We hebben daarbij in de eerste plaats een faciliterende rol. Met inachtneming van de hierboven genoemde ondergrenzen is het aan initiatiefnemers zelf om bij aanvragen te vermelden hoe zij de financiële en maatschappelijke aspecten meenemen, zowel op korte als lange termijn (denk hierbij aan duurzaamheidseisen e.d.). We hanteren, afhankelijk van het thema, verschillende rendementen, financiën en (grond)opbrengsten. Bij de uitgifte van gemeentelijke grond hanteren we – grond bestemd voor sociale huur daargelaten – in principe marktconforme functionele grondprijzen. Dit betekent dat gemeente Zevenaar een prijs hanteert zaaknummer Z/25/486448
pagina 23 van 30
die afhankelijk is van functie en gebruik. We denken echter graag mee over de betaalbaarheid van ontwikkelingen, zeker als die vanwege de te verwachten maatschappelijke meerwaarde, bijdragen aan het totale integrale rendement. Voor projecten zetten we altijd het financieel rendement af tegen het maatschappelijk rendement. Dit rendement meten we over de totale levenscyclus van dat wat gerealiseerd wordt. We werpen hiermee een brede blik op gebiedsontwikkelingen, waarbij we ook de effecten op lange termijn meenemen. Denk bijvoorbeeld aan lange termijn toenames in beheer en onderhoud van (openbare) ruimten, de fysieke en mentale gezondheid van inwoners, duurzaamheid, werkgelegenheid of de toekomstige economische levensvatbaarheid van Zevenaar. Het gaat dus niet alleen om het directe economische resultaat in de grondexploitatie. Een mogelijke bijdrage aan het maatschappelijk rendement, bijvoorbeeld door eindgebruikers, nemen we ook mee in de total-life-cycle-benadering. Grotere investeringen voorafgaande aan een ontwikkeling zijn daarom mogelijk wenselijk als daarmee bijvoorbeeld op lange termijn kosten worden bespaard. Voorbeelden zijn investeringen in verduurzaming, klimaatadaptatie of levensloopgeschiktheid. We dragen vanwege onze publiekrechtelijke taak altijd enige verantwoordelijkheid voor het kostenverhaal.
Het gaat dan om bijvoorbeeld plankosten, gebiedsoverstijgende kosten en nadeelcompensatie (planschade). Daarnaast rekenen we leges bij nieuwe ontwikkelingen op basis van onze legesverordening. Als we betrokken zijn, sturen we bij een actief grondbeleid op de cashflow, risicomanagement en de grondexploitatie. Bij een faciliterende rol geven we richting via anterieure overeenkomsten met waarborgzekerheden en sturen we, waar gemeentelijke kosten worden gemaakt op het budget. We maken de Zevenaarse thema’s in het grondbeleid kenbaar in de Omgevingsvisie. In het onderliggende Omgevingsplan vertalen we deze thema’s naar een collectief van regels en (open) normen.
5 Financiële kaders 5.1 Waardering De commissie Besluit begroting en verantwoording (hierna BBV ) heeft in haar notities “Grondbeleid in begroting en jaarstukken” en “ Materiële vaste activa” omschreven hoe gronden gewaardeerd moeten worden, welke kosten geactiveerd mogen worden en hoe tekorten en risico’s afgedekt moeten worden. Leidend daarbij is of de grond in transitie is of gaat, of wat de toekomstige bestemming wordt. In die zin hebben we weinig beleidsvrijheid en zijn we gehouden aan de regelgeving.
5.2 Grondexploitaties Uit de grondexploitatieberekening blijkt of alle investeringen terugverdiend kunnen worden en of er winst wordt verwacht. De eindwaarde van een project staat gelijk aan de opbrengsten minus de kosten gedurende de gehele looptijd. Is de eindwaarde negatief, dan wordt een verliesvoorziening getroffen om het toekomstige verwachte verlies te dekken. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van een grondexploitatie. De commissie BBV schrijft in dat geval voor dat tussentijds winst genomen moet worden conform de ‘percentage of completion’ methode (POC-methode). Hiervoor moet het resultaat op de grondexploitatie wel op betrouwbare wijze kunnen worden ingeschat. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: 1. De resterende looptijd van de grondexploitatie is tien (10) jaar of minder; én 2. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én zaaknummer Z/25/486448
pagina 24 van 30
3. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én 4. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie genomen). Alvorens hiertoe wordt overgegaan worden de projectspecifieke risico’s in kaart gebracht en betrokken bij de tussentijdse winstneming. Deze winstneming wordt met de hoogte van de gekwantificeerde projectspecifieke risico’s gecorrigeerd. Bij projectspecifieke risico’s gaat het niet om risico’s die een relatie hebben met economische groei of de (vastgoed)markt of over toekomstige programmatische aanpassingen waarover de raad nog moet beslissen. Bij de start van een nieuwe ontwikkeling, waarbij de gemeente een grondpositie heeft dan wel gaat innemen, wordt de grondexploitatieberekening ter vaststelling voorgelegd aan de raad. Als het verwachte resultaat negatief is zal het voorstel altijd voorzien zijn van een dekkingsvoorstel, en een onderbouwing van het maatschappelijk rendement. Wat onder dit maatschappelijk rendement wordt verstaan, wordt door middel van voorbeelden verduidelijkt in § 3.1. De grondexploitaties moeten minimaal één keer per jaar worden herzien. Dat wil zeggen dat jaarlijks beoordeeld wordt of de verwachte kosten en opbrengsten van een project gedurende de gehele looptijd juist zijn ingeschat.
De grondexploitatieberekening wordt bijgesteld indien zich gedurende het jaar nieuwe feiten voordoen, met substantiële wijzigingen tot gevolg. Noodzakelijk geachte investeringen en opbrengsten worden bij de begroting als benodigd budget voorgelegd aan de gemeenteraad. In voorkomende gevallen worden deze budgetten bijgesteld in tussenrapportages. Bij de jaarrekening wordt een verantwoording van de behaalde resultaten gepresenteerd. We hanteren een uniforme aanpak voor wat betreft risicomanagement bij ruimtelijke projecten. De risico’s worden minimaal één keer per jaar geïnventariseerd middels een kwalitatieve analyse. Waar mogelijk worden de risico’s gereduceerd door het treffen van beheersmaatregelen. De resterende risico’s worden berekend middels een kwantitatieve analyse en vastgelegd. Met deze informatie kan de projectleider de directie en het bestuur juist informeren over de bestaande risico’s binnen projecten. Het risicoprofiel van de grondexploitaties vormt - samen met de andere gemeente-brede risico’s - de noodzakelijke omvang van de benodigde weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt aangevuld met winsten uit grondexploitaties en vrijval uit de verliesvoorzieningen van de grondexploitaties.
Op basis van de Nota reserves en voorzieningen 2018 (vastgesteld op 19-12-2018) worden deze resultaten via resultaatsbestemming toegevoegd aan de algemene reserve, tenzij hiertoe bij resultaatsbestemming in het kader van de jaarstukken anders wordt besloten. De algemene reserve is, conform dezelfde Nota reserves en voorzieningen, onder meer bedoeld om algemene bedrijfsrisico’s af te dekken. EVENTUELE TEKORTEN VOOR PROJECTEN WORDEN AFGEDEKT VIA EEN VERLIESVOORZIENING OP NETTO CONTANTE WAARDE. WE BRENGEN MINIMAAL ÉÉN KEER PER JAAR DE RISICO’S VOOR RUIMTELIJKE PROJECTEN KWALITATIEF EN KWANTITATIEF IN BEELD, DOOR HET TREFFEN VAN BEHEERSMAATREGELEN EN DOOR DE TOETSING AAN DE WEERSTANDSCAPACITEIT.
5.3 Bevoegdheid college Het college is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (transacties onroerend goed, sluiten van exploitatieovereenkomsten, publiek-private samenwerkingsovereenkomsten). In artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester (als rechtspersoon) de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigt. Daaronder valt het zaaknummer Z/25/486448
pagina 25 van 30
verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen waartoe het college besluit. Het college dient de raad in staat te stellen om zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Met betrekking tot de aan- en verkoop van gronden wordt aansluiting gezocht bij de gemeentelijke mandatenregeling welke periodiek wordt geactualiseerd
5.4 Verantwoording en bijsturing via P & C-cyclus Overeenkomstig artikel 9, lid 2 van het BBV provincies en gemeenten dient een paragraaf grondbeleid deel uit te maken van de programmabegroting en het jaarverslag van de gemeente. Transparantie van het grondbeleid is om twee redenen van belang. In de eerste plaats vanwege het financiële belang voor zowel de gemeente als haar partners/ de andere partijen op de grondmarkt en de risico’s en in de tweede plaats vanwege de relatie tot de doelstellingen zoals aangegeven in onze programma’s zoals bijvoorbeeld Wonen, Zorg, Recreatie of Economie. Door hier meer inzicht in te geven wordt duidelijk waarom de gemeente Zevenaar wel of niet actief betrokken is in specifieke situaties. De geprognosticeerde resultaten van de gemeentelijke grondexploitaties worden jaarlijks per 1 januari herzien. Daarna worden deze verwerkt in de Uitvoeringsrapportage grondexploitaties die door de raad worden vastgesteld. De financiële effecten worden verwerkt in de door de raad vastgestelde jaarrekening van het voorafgaande jaar. Voor de verliesgevende grondexploitaties wordt, conform de voorschriften van het BBV, een verliesvoorziening getroffen.
De raad bepaalt uit hoofde van haar budgetrecht (meestal bij de vaststelling van de jaarrekening) de bestemming van eventueel vrijgevallen verliezen dan wel de dekking van een noodzakelijke aanvulling van de verliesvoorziening. Omdat een verliesvoorziening wordt bepaald op basis van de Netto Contante Waarde van het resultaat van een grondexploitatie (zoals bepaald in de Financiële verordening gemeente Zevenaar 2023) heeft de vorming dan wel een vrijval van deze verliesvoorziening een effect op de meerjarenbegroting. Aan deze verliesvoorziening dient immers jaarlijks rente te worden toegevoegd. Deze toevoeging komt ten laste van de begroting. Een vrijval van de verliesvoorziening betekent een lagere toevoeging van rente en heeft dus een gunstig effect op de begroting. De paragraaf Weerstandsvermogen van de meerjarenbegroting verschaft inzicht in het gemeente brede risicoprofiel.
5.5 Bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen Via de Omgevingswet – kunnen gemeenten een bijdrage vragen voor bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen aan initiatiefnemers. De Omgevingsvisie en het omgevingsplan vormen de basis voor het in rekening brengen van een (financiële) bijdrage en voor bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen. 5.6.1 Bovenwijkse voorzieningen Voor het verhalen van de bijdrage voor Bovenwijkse voorzieningen gelden de volgende criteria: • • •
Het exploitatiegebied heeft profijt van de betreffende voorzieningen; Er wordt aangetoond dat de voorzieningen toerekenbaar zijn aan het exploitatiegebied (causaliteit); Er wordt aangegeven in welke mate de kosten van de voorzieningen ten laste kunnen worden gebracht van het exploitatiegebied (proportionaliteit).
5.6.2 Afdwingbare financiële bijdrage kwaliteitsverbetering De Omgevingswet biedt de mogelijkheid tot een afdwingbare financiële bijdrage kwaliteitsverbetering. Artikel 8.21 van het Omgevingsbesluit wijst de categorieën ontwikkelingen aan. Alleen voor deze categorieën ontwikkelingen voor verbetering van de fysieke leefomgeving kan in het omgevingsplan een zaaknummer Z/25/486448
pagina 26 van 30
financiële bijdrage worden gevraagd. Deze bijdrage staat los van het publiekrechtelijk kostenverhaal. De grondslag voor deze financiële bijdrage is het omgevingsplan. 5.6.3 Vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling Aanvullend op het kostenverhaal biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om een vrijwillige bijdrage gebiedsontwikkeling te vragen. De Omgevingswet biedt hiervoor een zelfstandige grondslag en maakt dus formeel geen deel uit van de kostenverhaalsovereenkomst. Een vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling is een financiële bijdrage aan kosten van ontwikkelingen die niet onder het (publiekrechtelijk) kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied. Vereist is een grondslag in een omgevingsvisie of een programma. Een bijdrage kan alleen worden gevraagd als, na toepassing van het wettelijke publiek kostenverhaal, de exploitatie van de locatie het kan dragen. De mogelijkheid van afspraken over een vrijwillige financiële bijdrage is verder niet beperkt tot de ‘anterieure fase’. Ook na vaststelling van kostenverhaalregels of kostenverhaalvoorschriften kan de overeenkomst gesloten worden.
5.6 Grondprijsbeleid Voor het bepalen van de hoogte van de prijs van bouwgrond hanteren we een functioneel en marktconform grondprijsniveau. De grondprijs is hiermee afhankelijk gesteld van de functie waarvoor een perceel grond door de afnemer wordt aangekocht. Uitgangspunt is verder dat de grond tegen een marktconforme verkoopprijs wordt verkocht, zodat we een reële marktprijs ontvangen en vermeden wordt dat de afnemer van de grond wordt gesubsidieerd. Daarbij spelen ook het voorkomen van (verboden) staatssteun en de gedragsregels uit de Wet Markt en Overheid een belangrijke rol. Voor het bepalen van de hoogte van de grondprijzen worden onderstaande vijf methoden het vaakst toegepast in Nederland: 1 Comparatieve methode Deze methode leidt de waarde van de grond af uit vergelijkbare gerealiseerde transacties. De waarde wordt gecorrigeerd voor eventuele verschillen die zich voordoen met de referentielocatie. Het voordeel van deze methode is de eenvoud en toepasbaarheid, maar het nadeel is dat er vaak een gebrek is aan kwalitatief goed vergelijkingstransacties. De comparatieve methode wordt veelal gebruikt om te verifiëren of bepaling met behulp van een andere methode een acceptabele uitkomst geeft. 2 Kostprijsmethode De kostprijs is een optelling van alle productiekosten die we als gemeente maken (verwerving, bouw- en woonrijp maken en plankosten).
Omdat deze vrijwel nooit een goede afspiegeling is van de marktconforme prijs, wordt deze methode in beginsel niet gehanteerd. Hantering van deze methode wordt gehanteerd om te bepalen of de marktconforme prijs niet onder het kostprijsniveau is gedaald. Daarmee kan dan de afweging worden gemaakt of productie van deze bouwgrond onder het kostprijsniveau wenselijk is. 3 Residuele waardemethode Met deze methode wordt de waarde van de grond afgeleid van de opbrengsten en kosten van de op die bestemming te realiseren ontwikkeling. De residuele grondwaarde is het verschil tussen de commerciële verkoop- of beleggingswaarde van het op de grond te realiseren vastgoed en de bouw- en bijkomende kosten inclusief btw.
zaaknummer Z/25/486448
pagina 27 van 30
4 Grondquote / grondcurve Met de ervaringen van de residuele methode kan de grondprijs als percentage van de v.o.n.- prijs (vrij op naam prijs) van de projectmatige woningen worden uitgedrukt. Dit percentage kan variëren naarmate de v.o.n. prijs stijgt. Deze genormeerde residuele waardemethode wordt vertaald in een grondcurve. Afspraken over de kwaliteit van het vastgoed blijven noodzakelijk in het contractvorming proces. 5 Vaste vierkantemeterprijs of vaste kavelprijs Hierbij wordt een vast bedrag per m² bouwgrond of kavel gehanteerd. Indien gewenst kan een verschillende m² prijs gehanteerd worden bij verschillende prijscategorieën, locaties of kavelgrootte. Voor sociale huur en koop wordt gewerkt met een vaste kavelprijs welke in de gemeentelijke grondprijsbrief wordt vastgesteld en onderbouwd. De onderbouwing van de grondprijzen vindt u terug in de grondprijsbrief. Deze leggen we jaarlijks door een vertrouwelijke onderbouwing voor aan het college. De in het grondprijsbeleid vastgelegde tarieven worden toegepast in alle overeenkomsten die betrekking hebben op kavels en losse grondstroken. Voor transacties waarvan (een deel van) de levering plaats vindt buiten het tijdvak van het vigerende grondprijsbeleid zal de waardestijging worden gecompenseerd door een in de overeenkomst opgenomen rentebepaling, dan wel door de toepassing van een indexering.
Indien het niet mogelijk blijkt om een specifieke kavel binnen de kaders van het grondprijsbeleid te verkopen, dan wordt dit gemotiveerd ter besluitvorming aan het college voorgelegd. UITGIFTE VAN BOUWGROND DE UITGIFTE VAN BOUWGROND GESCHIEDT – GROND VOOR SOCIALE WONINGBOUW DAARGELATEN – TEGEN MARKTCONFORME GRONDPRIJZEN GEBASEERD OP DE BEOOGDE FUNCTIE VAN DE UIT TE GEVEN BOUWGRONDEN. DE GRONDPRIJZEN ZIJN BEPAALD MET DE RESIDUELE GRONDWAARDEMETHODE EN BETREFFEN BOUWRIJPE GROND.
JAARLIJKS GEVEN BURGEMEESTER & WETHOUDERS INZICHT IN DE TE HANTEREN METHODEN EN PRIJZEN IN DE GRONDPRIJSBRIEF, WAARBIJ TEVENS REKENING WORDT GEHOUDEN MET EUROPESE WET- EN REGELGEVING. AFWIJKINGEN VAN HET GRONDPRIJSBELEID ZIJN VOORBEHOUDEN AAN HET COLLEGE MITS DEZE VALLEN BINNEN DE KADERS VAN DE DESBETREFFENDE VASTGESTELDE GRONDEXPLOITATIE.
zaaknummer Z/25/486448
pagina 28 van 30
5.7 Snippergroen- en reststrokenbeleid en verjaring van grondeigendom Voor snippergroen en reststroken verwijzen wij naar het gemeentelijke groenbeleid, met kenmerk Z/19/330403/INT/19/927837. De (vermeende) verjaring van gemeentelijke grondeigendom wordt per casus separaat beoordeeld en behandeld. Verder volgt de gemeente de nieuwste inzichten over verjaring uit de rechtspraak en wetgeving.
zaaknummer Z/25/486448
pagina 29 van 30
Bijlage A: Samenhang beleid In deze bijlage staat een lijst (niet uitputtend) met beleid dat sterk samenhangt met het grondbeleid en/of belangrijke ruimteclaims binnen het Zevenaarse grondgebied. • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Omgevingsvisie ( ligt als ontwerp ter inzage) Ambitiedocument Entree Hengelder) Centrumvisie Zevenaar De Zevenaarse economische agenda De economische visie De Liemers Regionale Energie Strategie Arnhem-Nijmegen Integraal Accommodatieplan Nota kostenverhaal als onderdeel van het IAP Beleidskader vrijetijdseconomie Zevenaar 2030 Woondeal 2.0 Woonzorgvisie Zevenaar 2024-2028 Economische Agenda Zevenaar Routekaart Verduurzamen maatschappelijk vastgoed Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind) Structuurvisie Zevenaar 2012-2030 Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 (Intergemeentelijke) Structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort Grondprijsbrief gemeente Zevenaar 2025 (wordt jaarlijks geactualiseerd) Beleidsregels uitgifte groenstroken Klimaatplan ‘op weg naar een klimaatneutrale organisatie’ Programma Conceptueel en Circulair Bouwen (CCB) Warmtetransitie visie gemeente Zevenaar Warmteprogramma gemeente Zevenaar (nog niet vastgesteld) Integrale Laadvisie gemeente Zevenaar 2022 Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie
zaaknummer Z/25/486448
pagina 30 van 30
Bijlage B: Samenwerking De meest voorkomende vormen van Publiek-Private Samenwerkingsvormen (PPS-constructies) zijn: • PPS – concessiemodel; • PPS – coalitiemodel (bouwclaim); • PPS – alliantiemodel (joint venture). Ad 1 Concessiemodel De gemeente neemt het initiatief, maar betrekt marktpartijen al in een vroeg stadium van de gebiedsontwikkeling. De gemeente regisseert de aanbesteding, en samen met de marktpartijen wordt het projectresultaat bepaald, bijvoorbeeld met het stedenbouwkundig programma van eisen of kwaliteitsnormen voor groen of openbaar gebied. Met het concessiemodel voeren marktpartijen de gebiedsontwikkeling zoveel mogelijk zelf uit. Ad 2 Coalitiemodel (bouwclaim) Al vooraf verdelen de gemeente en ontwikkelaars de werkzaamheden, verantwoordelijkheden, de zeggenschap en de risico’s. Deze verdeling wordt vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (SOK). Bij de bouwclaim zijn grondposities in eigendom van marktpartijen. Zij dragen deze grondposities over aan de gemeente die op haar beurt de grondexploitatie voert. Overdracht gebeurt vaak tegen lagere prijs dan de actuele marktwaarde. Marktpartijen zijn namelijk doorgaans niet geïnteresseerd in sec de grondexploitatie, voor zover dit überhaupt mogelijk is op basis van de aanbestedingsregels. Met een korting op de marktwaarde ‘kopen’ de marktpartijen ontwikkelrechten ofwel bouwclaims.
Deze rechten hebben betrekking op aantallen te realiseren woningen, op de locatie zelf, en mogelijk ook deels op locaties elders. Ad 3 Alliantiemodel (joint venture) De gemeente en de markt werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van voorzieningen, de bouw, exploitatie en beheer. Zij accepteren samen risico’s voor wat betreft kosten en opbrengsten. Werkzaamheden, verantwoordelijkheden, zeggenschap en risico’s worden gelijkmatig gedragen. Ze worden overgedragen aan een losstaande projectorganisatie of joint venture, waar de gemeente en marktpartijen gezamenlijk aan deelnemen. In dit model hebben partijen een gezamenlijk ontwikkelingsbelang.
zaaknummer Z/25/486448
pagina 31 van 30
Kerkstraat 27 ♦ 6901 AA Zevenaar ♦ 0316 595 111 ♦ www.zevenaar.nl
Wijzigingen/afwijkingen Nota Grondbeleid Zevenaar 2025 t.o.v. Nota Grondbeleid Zevenaar 2021 1.1 Begrippenlijst
Nota Grondbeleid gemeente Zevenaar 2021 Verwijderd: • Exploitatieplan • Grondexploitatiewet • Omgevingswet • Structuurvisie:
1.2 Waarom deze nieuwe Nota Grondbeleid? 1.3 Zevenaar, maatschappelijk sterk en financieel gezond 2.1 Situationeel grondbeleid
-
2.2 Total-life-cycle benadering en kernthema’s in grondbeleid 3.1
Gemeentelijke sturing voor ruimtelijke ontwikkeling gebeurt vooral via het bestemmings-/omgevingsplan. Gemeentelijke kosten worden via een exploitatiebijdrage door marktpartijen vergoed. De precieze verdeling van de kosten regelen we samen met de initiatiefnemers via een anterieure overeenkomst, die afgesloten moet worden voor de verlening van de Omgevingsvergunning, conform de Aanvullingswet Grondeigendom die op 1 januari 2022 in werking treedt.
Nota Grondbeleid gemeente Zevenaar 2025 Toegevoegd: • Afdwingbare financiële bijdrage kwaliteitsverbetering • P & C-cyclus • Omgevingsvisie • Vrijwillige financiële bijdrage gebiedsontwikkeling De Nota Grondbeleid 2025 is een herziening die is aangepast aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en beoogt het afwegingskader voor het situationeel grondbeleid verder uit te werken, rekening houdend met de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt. Beschrijft de doelstellingen van de woondeal 2.0 en de actieve rol van de gemeente bij het realiseren van betaalbare woningen. -
-
- Inzet op maatschappelijk rendement
Gemeentelijke sturing voor ruimtelijke ontwikkeling gebeurt vooral via het afwijken van het omgevingsplan of een met toepassing van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (verder BOPA) Eventuele gemeentelijke kosten worden via het kostenverhaal door de marktpartijen vergoed. De precieze verdeling van de kosten regelen we samen met de initiatiefnemers via een kostenverhaalsovereenkomst, die afgesloten moet worden voor het besluit tot afwijken van het omgevingsplan of toepassing van de BOPA.
MKBA geschrapt
-Inzet op maatschappelijk doelstellingen
Opzet en afwegingskader situationeel grondbeleid
3.2 Sturing binnen gebiedsontwikkeling
-Stroomdiagram; Als marktinitiatieven uitblijven nemen we bij gebiedsontwikkelingen die wij als gemeente ambiëren mogelijk een actievere rol aan.
- Stroomdiagram; Als marktinitiatieven uitblijven nemen we bij gebiedsontwikkelingen die wij als gemeente ambiëren mogelijk een actief-faciliterende rol aan.
Binnen de kaders van de Wro.
In nota Grondbeleid 2025 is in plaats van een aparte paragraaf met de beschrijving van de aanpak situationeel grondbeleid de stroomdiagram uitgebreid en voorzien van een stapsgewijze beschrijving, zodat er afweging gemaakt kan worden. Binnen de kaders van de omgevingswet.
Normale publieke taak(actief); bestemmings/omgevings- en exploitatieplan Normale publieke taak(actief faciliteren & passief); bestemmings- en omgevingsplan
Normale publieke taak; Omgevingsplan inclusief kostenverhaalsregels Normale publieke taak (actief faciliteren & passief) ; omgevingsplan of BOPA-procedure
Private mogelijkheden (Actief faciliteren & passief): Intentieovereenkomsten en anterieure en posterieure overeenkomsten Grondverwerving via WVG
Private mogelijkheden (Actief faciliteren & passief): Intentieovereenkomsten en anterieure en posterieure kostenverhaalovereenkomsten Grondverwerving via voorkeursrecht / onteigening Toegevoegd in beschrijving grondverwerving: Met de vestiging van een voorkeursrecht vergroten we de kans op verkrijgen we een positie op de grondmarkt en verkleinen we de kans op ‘prijsopdrijving’ Redenen voor toepassen van strategische verwerving zijn beschreven. Punten waarmee rekening wordt gehouden bij de afweging van het verrichten van een strategische aankoop zijn beschreven.
4 Thema’s in het grondbeleid 4.1 Duurzaamheid & energietransitie
4.2 Gezondheid, leefbaarheid en passende huisvesting
o.b.v. Liemerse woonagenda 4.1.1 In 2025 is het vastgoed, dat in gebruik is door de eigen organisatie, energieneutraal. In 2040 is de gehele vastgoedportefeuille energieneutraal.
4.2.3. -De focus ligt middeninkomens. -Woningbehoefteonderzoek: tot 2025 zou bijna de helft van het woningbouwprogramma moeten bestaan uit betaalbare koopwoningen
o.b.v. Woondeal 2.0 4.1.1 In 2026 is het vastgoed, dat in gebruik is door de eigen organisatie, aardgasvrij en in 2030 energieneutraal. In 2050 is de gehele vastgoedportefeuille energieneutraal. Maatregelen die bijdragen aan duurzaamheidsdoelstellingen toegevoegd: laadinfrastructuur en/of -hubs 4.2.3. -De focus ligt op betaalbare woningen voor starters en middeninkomens en kleinere woningen voor doorstromers. - Woningbehoefteonderzoek: tot 2030 zou bijna de helft van het woningbouwprogramma moeten bestaan uit betaalbare koopwoningen -Daarnaast is er behoefte aan middeldure huurwoningen, met name appartementen en levensloopgeschikte woningen, vooral gericht op ouderen en huishoudens met een middeninkomen. Daarnaast is er vraag naar duurdere koopwoningen, waarbij het accent ligt op grondgebonden woningen 4.2.3. Nieuwe cijfers aan de hand van de vastgestelde Woondeal 2.0: - Inzet op plannen voor 33.000 nieuwe woningen in de regio tegen 2030 en 55.000 tegen 2040 - De regio gaat 2/3 van de zachte plancapaciteit realiseren in het betaalbare segment (middeldure huur en goedkope en betaalbare koop) waarvan 30% in het betaalbare huursegment. De woonzorgvisie 2025-2028 opgesteld. Voor de toekomst ligt de nadruk op kwalitatieve nieuwbouw die bijdraagt aan doorstroming en aansluit op de bestaande omgeving en behoefte van de inwoners.
Er komen tot 2030 minimaal 1350 tot 1570 extra woningen bij, met de focus op de kerngebieden Zevenaar, Babberich en Oud Zevenaar en met maatwerk voor omliggende kernen. Door vergrijzing richt de gemeente zich, om de bestaande woningen courant te houden, op een diverse aanpak met betaalbare en kleinere woningen, levensloopbestendige en geclusterde woonvormen Voor de vervolg ontwikkeling businesspark 7 poort wordt actief grondbeleid gevoerd. Omgevingsvisie is opgesteld: De Zevenaarse thema’s zijn kenbaar in het grondbeleid in de Omgevingsvisie, met een onderliggend Omgevingsplan. Om ontwikkelingen te kunnen toetsen aan deze regels en normen zijn meetinstrumenten en meetbare opgaven geïntroduceerd in de Omgevingsvisie. Ook op het gebied van staatssteunbeoordeling, aanbesteding en verslaggevingsregels zijn er wetswijzigingen en/of is er jurisprudentie.
4.3 Economie 4.5 De beleidskeuzes in relatie tot de thema’s
5.1 Waardering 5.2 Grondexploitaties
5.4 Verantwoording en bijsturing via P & C-cyclus
Verwijzing naar BBV Notities: ‘Grondbeleid in begroting en jaarstukken’ en ‘Vastgoed’
Verwijzing naar BBV Notities: ‘Grondbeleid in begroting en jaarstukken’ en ‘Materiele vaste activa’ Een extra voorwaarde voor bestaan van voldoende zekerheid voor winstneming in kader van de POC-methode: ‘De resterende looptijd van de grondexploitatie is tien (10) jaar of minder.’
AR is bedoeld om risico’s af te dekken’
‘AR is bedoeld om algemene bedrijfsrisico’s af te dekken.’ Paragraaf 5.4 ( Balansverschuivingen) is verwijderd, aangezien BBV regels gehanteerd dient te worden.
Verwijzing naar Financiële verordening 2021 Verwijzing naar Financiële verordening gemeente Zevenaar 2023
5.5 Bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen
Bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen geregeld via de Wro
Bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen geregeld via de Omgevingswet.
De Omgevingsvisie en het omgevingsplan vormen de basis voor het in rekening brengen van een (financiële) bijdrage en voor bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen. Een beschrijving van de Afdwingbare financiële bijdrage kwaliteitsverbetering (o.b.v. Omgevingswet) is toegevoegd. Een beschrijving van de vrijwillige financiële bijdrage kwaliteitsverbetering (o.b.v. Omgevingswet) is toegevoegd. 5.6 Grondprijsbeleid 5.7 Snippergroen- en reststrokenbeleid en verjaring van grondeigendom
‘De onderbouwing van de grondprijzen vindt u terug in de nota.‘
‘De onderbouwing van de grondprijzen vindt u terug in de grondprijsbrief.’
Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille
Beschikbaar stellen middelen definitiefase project Heerenmäten/Zonegge Z/24/481278 INT/25/1242163 B. Kagei Onderwijshuisvesting
1. Samenvatting De drie gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers (GRHVOL) en het schoolbestuur Quadraam hebben onderzocht of de locaties Heerenmäten en Zonegge van het Liemers College samengevoegd kunnen worden in gemeente Zevenaar. De eerste resultaten laten zien dat dit mogelijk is. Omdat beide locaties verouderd zijn, lijkt nieuwbouw de beste optie. Om dit verder goed uit te werken, start nu de definitiefase. In deze fase wordt onder andere gekeken naar kosten, de wensen van medewerkers en leerlingen, de ruimtelijke inpassing, enzovoort. Voor deze onderzoeken vraagt het college om een investeringsbedrag van € 220.000. Op 30 januari heeft u een raadsinformatiebrief ontvangen met de laatste updates over het project Heerenmäten/Zonegge. Omdat deze locaties in de gemeente Zevenaar staan, schiet gemeente Zevenaar de eerste kosten voor. 2. Raadsvoorstel Wij stellen u voor: 1. Het benodigde krediet van € 220.000 voor de definitiefase beschikbaar te stellen. 2. Kennis te nemen van bijlage 1 onder geheimhouding 3. Waarom naar de raad U heeft het budgetrecht en op die manier invloed op hoeveel wij besteden aan onderwijshuisvesting. In de meerjarenbegroting is opgenomen dat voor onderwijshuisvesting de kredieten via een apart raadsvoorstel beschikbaar gesteld moeten worden.
Het is uw bevoegdheid om middelen beschikbaar te stellen (conform artikel 189 van de Gemeentewet). Het college zorgt voor de uitvoering tijdens de definitiefase, in overleg met de deelnemende gemeentes van de GRHVOL en het schoolbestuur. 4. Doelstelling en beoogd resultaat De gemeente voldoet aan de wettelijke zorgplicht voor passende onderwijshuisvesting.
5. Argumenten en alternatieven Argumenten Er zijn nog meer onderzoeken nodig om een definitief besluit te nemen volgens de verordeningen van de gemeentes en om door te gaan naar de ontwerpfase In de verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs Zevenaar 2020 staat dat de huisvestingsaanvragen getoetst moeten worden op noodzaak en haalbaarheid. De resultaten uit de initiatieffase zijn nog globaal. Om een goed besluit te nemen is er meer onderzoek nodig. Dit gebeurt in de definitiefase. Wijzigingen in de aannames kunnen namelijk een directe invloed hebben op de investering voor het hele project. Voor het begeleiden van het project wordt een projectleider ingehuurd. Door de definitiefase kunnen de GRHVOL en Quadraam een goed onderbouwd besluit nemen. Dit besluit wordt voorgelegd aan de colleges en raden. Als het besluit positief is, worden de uitkomsten verder uitgewerkt in een bouwrealisatieovereenkomst. Vanaf dan houdt de gemeente Zevenaar, als vestigingsgemeente, toezicht op de uitvoering van het project. De informatie in de bijlagen kan leiden tot het schaden van de belangen van alle betrokken partijen. In bijlage 1 staat gevoelige informatie over concurrentie en bedrijfsvoering. Het project is nog in een vroeg stadium. Er moeten nog meerdere onderzoeken plaatsvinden. Dit geldt ook voor financiële verwachtingen, terwijl de uitvoerende partij nog gekozen moet worden.
Daarnaast bevatten de bijlagen informatie vanuit het schoolbestuur en schooldirectie. Denk hierbij aan ideeën voor de nieuwe schoolgebouwen. Hierover is nog veel onzeker. Daarom heeft het college eerder besloten tot geheimhouding en zijn deze stukken niet openbaar. Alternatieven De raad stelt het krediet voor de definitiefase niet of deels beschikbaar Als u het krediet niet of gedeeltelijk beschikbaar stelt, kan het verdere onderzoek niet uitgevoerd worden. Hierdoor komt de huisvesting van de leerlingen van de locaties Zonegge en Heerenmäten in gevaar. Beide locaties zijn technisch verouderd, niet klimaatbestendig en voldoen niet meer aan de moderne eisen. De huidige locatie Heerenmäten is ook te klein om de leerlingen van Zonegge te huisvesten. De gemeente Zevenaar blijft een wettelijke zorgplicht houden voor passende huisvesting. 6. Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? Nadat u het benodigde investeringsbudget beschikbaar heeft gesteld, kunnen er stappen worden gezet voor het starten van de definitiefase met de bijbehorende onderzoeken. De resultaten hiervan worden verwerkt in een fasedocument en zullen het bestuur van de GRHVOL in staat stellen om een weloverwogen advies te geven voor de huisvesting.
Bij consensus zal dit advies worden voorgelegd aan de colleges en gemeenteraden van de gemeenten Duiven, Montferland en Zevenaar voor besluitvorming, inclusief de totale benodigde financiële investering. 7. Klimaat en duurzaamheid Vanuit de GRHVOL is er aandacht voor de duurzaamheid en klimaatbestendigheid van een nieuw schoolgebouw. Dit wordt meegenomen in de onderzoeken, ook in relatie tot de financiële haalbaarheid.
zaaknummer Z/24/481278
pagina 2 van 4
8. Communicatie In de GRHVOL vergadering van 30 januari 2025 is een memo aanpak communicatie besproken en goedgekeurd. Deze memo is het uitgangspunt voor verdere communicatie zowel binnen de gemeente als naar belanghebbenden (rondom de school). 9. Kosten, baten en dekking Er is financiële dekking voor de kosten. De onderzoeken uit de definitiefase zijn geraamd op € 159.720. De kosten voor de projectleider tijdens de definitiefase worden geschat op € 60.000. In de begroting van de GRHVOL, waarvan de lasten zijn opgenomen in onze meerjarenbegroting 2025-2028 is rekening gehouden met dekking hiervan. Een voor-investering van € 3.500.000 voor het project Heerenmäten/Zonegge is ook meegenomen. De kosten voor de definitiefase zijn hier onderdeel van. Deze kosten worden meegenomen in het bouwkrediet (bij een positieve uitkomst van de definitiefase). 10. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1.
Documentnummer INT/24/1235227
Naam Fasedocument initiatieffase en startnotitie definitiefase Heerenmäten & Zonegge GEHEIM
Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen
zaaknummer Z/24/481278
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 4
Raadsbesluit onderwerp zaaknummer documentnummer
Beschikbaar stellen middelen definitiefase project Heerenmäten/Zonegge Z/24/481278 INT/25/1242163
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar; Gelet op artikel 108 en artikel 189 van de Gemeentewet, artikel 6.12 van de Wet voortgezet onderwijs en de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Zevenaar 2020; overwegende dat - beide bestaande schoollocaties van het Liemers College verouderd zijn en het samenvoegen van de scholen niet in één van de huidige panden past. - de wenselijkheid van de samenvoeging onderzocht is maar de haalbaarheid getoetst moet worden voor het nemen van een definitief besluit; - hiervoor budget nodig is; - er financiële dekking is voor dit budget door het opnemen van een voor-investering van € 3.500.000 in de meerjarenbegroting 2025-2028. besluit: 1. Het benodigde krediet van € 220.000 voor de definitiefase beschikbaar te stellen. 2. Kennis te nemen van bijlage 1 onder geheimhouding Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 26 maart 2025. De griffier De burgemeester drs. L.F. Sluis drs. L.J.E.M. van Riswijk {{ZTA:Type(certificate):Signatory(0):Size(140:45
zaaknummer Z/24/481278
pagina 4 van 4
Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille
Armoede- en Schulden beleid Z/24/479678 INT/25/1241402 Stef Bijl Sociale Zaken en Werk & Inkomen
Samenvatting Het vernieuwde beleidsplan Armoede & Schulden 2025-2028 beschrijft wat we willen bereiken met onze ondersteuning aan inwoners en hoe we dat de komende jaren gaan doen. We beschrijven hoe we, samen met onze partners, werken aan een vangnet dat toereikend, veerkrachtig en toegankelijk is. Het beleidsplan past binnen de visie en integrale nota Sociaal domein 2024-2040. Met het voorliggende besluit legt het college het beleidsplan ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. Raadsvoorstel 1. het beleidsplan Armoede & Schulden 2025-2028 vast te stellen; 2. de beleidsnota Armoede & Schulden 2019-2022 met het inwerkingtreden van het nieuwe beleidsplan in te trekken; 3. in het kader van de opgave financieel gezonde toekomst gemeente Zevenaar de structureel toegekende rijksmiddelen vanaf 2026 bij de behandeling van de Kadernota te betrekken. Waarom naar de raad Conform artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening dient de gemeenteraad eens in de vier jaar een plan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente. De vorige beleidsnota Armoede & Schulden was geschreven voor de periode 2019-2022 en is aan vervanging toe.
Daarnaast is het onze ambitie om een samenhangend en effectief minimabeleid te voeren; Daarom hebben we één integraal, vernieuwd beleidsplan opgesteld over onze ondersteuning aan inwoners met een laag inkomen, schulden en geldzorgen. Doelstelling en beoogd resultaat Met dit beleidsplan geven we invulling aan onze visie op schuldhulpverlening en minimabeleid. We beschrijven onze doelen en de stappen die we de komende jaren zetten om inwoners perspectief te bieden en financiële zelfredzaamheid op een duurzame manier te vergroten. Schuldhulpverlening Conform de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gaan we in dit plan specifiek in op: de beoogde resultaten; de maatregelen die we nemen om kwaliteit te waarborgen; de samenwerking met schuldeisers; de maximale termijn (in weken) waarbinnen we een gesprek voeren om de hulpvraag van inwoners vast te stellen.
Minimabeleid Naast schuldhulpverlening richt dit plan zich ook op minimabeleid. Hierbij zetten we in op het voorkomen van armoede, het tegengaan van sociale uitsluiting en het stimuleren van meedoen in samenleving. We werken aan een pakket van maatregelen en voorzieningen die: inwoners met een laag inkomen ondersteunen bij essentiële kosten/uitgaven; financiële bestaanszekerheid vergroten; de toegankelijkheid van regelingen en voorzieningen verbeteren. Door schuldhulpverlening en minimabeleid integraal te benaderen, versterken we de samenwerking met onze partners en bouwen we aan een sociaal vangnet dat toereikend, veerkrachtig en toegankelijk is. Beoogd effect Een stevig armoedebeleid en effectieve schuldhulpverlening. Hierbij voldoen we aan onze wettelijke taken én geven we invulling aan lokale ambities. We streven ernaar dat inwoners financieel zelfredzaam zijn, genoeg inkomen hebben om rond te komen en mee kunnen doen aan de samenleving. Dit willen we bereiken door stress als gevolg van geldzorgen en (problematische) schulden te verminderen en waar mogelijk te voorkomen. Argumenten en alternatieven Argumenten Het vaststellen van het beleidsplan schuldhulpverlening is een bevoegdheid van de raad.
Op grond van artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is de gemeenteraad verplicht een plan vast te stellen waarin de hoofdlijnen van het schuldhulpverleningsbeleid zijn opgenomen. De wet stelt geen expliciete verplichting voor het opstellen van een beleidsplan voor minimabeleid. Het beleidsplan sluit aan bij onze ambitie om een samenhangend en effectief minimabeleid te voeren. Een goed minimabeleid zorgt ervoor dat we schulden voorkomen. We bieden inwoners met een laag inkomen ondersteuning om financiële problemen te beperken of te voorkomen. Er is een groot verband tussen een laag inkomen, schulden en geldzorgen. Daarom is een geïntegreerde aanpak noodzakelijk. Het is de taak van de gemeenteraad om de algemene beleidskaders vast te stellen, waarbinnen het college uitvoering kan geven aan zowel schuldhulpverlening als minimabeleid. Dit beleidsplan biedt deze kaders en wordt daarom ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Het beleidsplan maakt onderdeel uit van de brede visie op het Sociaal domein 2024-2040. Dit beleidsplan vormt een integraal onderdeel van onze bredere visie voor het Sociaal Domein 2024-2040 en sluit aan bij de ambities die zijn vastgelegd in het coalitieakkoord. Het plan laat zien hoe we armoede en schulden willen aanpakken. Ons hoofddoel is dat alle inwoners genoeg financiële ruimte hebben om in hun basisbehoeften te voorzien.