CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergaderingen 2022-2026 24 september 2025, gemeente Zevenaar29.503 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

of gemeentegrond zijn geplaatst , kunnen door de gemeente worden verwijderd. -

-

het bouwen en alles wat hiermee verband houdt , moet op veilige wijze gebeuren. Zo nodig moeten veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de omgeving worden getroffen. De bouwer is aansprakelijk voor de schade die aan de gemeente of aan derden wordt toegebracht bij de uitvoering van de werkzaamheden. voor het verkrijgen van een aansluitvergunning op de gemeentelijke riolering moet een afzonderlijke aanvraag worden ingediend. Hiervoor kunt u contact opnemen

met Afdeling Vergunningen , Toezicht & Handhaving , (0316) 595 111.

Wijzigingen in het bouwplan Als u het plan wilt wijzigen , is een gewijzigde aanvraag omgevingsvergunning nodig. Deze vergunning geldt immers precies voor het plan dat er nu ligt. Als er zich een situatie voordoet dat u een wijziging moet aanbrengen , raden wij u aan tijdig contact op te nemen met één van de medewerkers van Afdeling Vergunningen , Toezicht & Handhaving. Het doorkiesnummer is (0316) 595 111. Het is niet toegestaan om in afwijking van de verleende vergunning activiteiten uit te voeren.

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

12 van 23

datum 2 december 2024

Y Een

rkte milieutoets voor

het

richten, veranderen of in werkin

milieu-inrichtin

Projectbeschrijving De OBM wordt aangevraagd voor het aspect op- en overslaan en bewerken van schroot behorende bij een metaalrecyclingbedrijf. De initiatiefnemer wil in de beoogde situatie een inrichting voor de opslag van schroot starten, waarbij de drempelwaarde zoals genoemd in bijlage 1, onderdeel D 18.8 van het Besluit milieueffectrapportage, te weten een opslagcapaciteit van 10.000 ton of meer, niet wordt overschreden. Er geldt dan geen m.e.r.-beoordelingsplicht maar er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In deze vormvrije m.e.r.— beoordeling kan worden gemotiveerd dat: belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden uitgesloten, -

dan

wel;

belangrijke nadelige gevolgen

-

voor

het

milieu

niet worden

uitgesloten.

Wijziging procedurevereisten Per 1 januari 2021 is de Verzamelwet | en W 2019 ingevoerd. Met de verzamelwet zijn de procedurevereisten van de vormvrije m.e.r.- beoordeling gewijzigd. Het m.e.r…— beoordelingsbesluit hoeft voor de activiteiten die onder de hiervoor genoemde D-drempel blijven niet al bij de aanvraag voor de OBM te worden aangeleverd.Met de wijziging van art. 7.28 Wm: kan de initiatiefnemer een aanmeldnotitie tegelijk met de vergunningaanvraag -

indienen; het

moet

-

bevoegd gezag binnen 6 weken

een

m.e.r.

beoordelingsbesluit

nemen;

kan de

procedure voor een vormvrije m.e.r.- beoordeling tegelijk met de procedure vergunningaanvraag lopen.

-

Als

gevolg hiervan is op grond artikel

5.13b

van

het

van

artikel

Besluit

7.17

van

omgevingsrecht milieueffectrapport noodzakelijk is.

van

de Wet milieubeheer en op grond beoordeeld of het opstellen van een

Vergunde situatie (milieu)

: bedrijf

momenteel gevestigd aan de NN (geanonimiseerd) te (geanonimiseerd) Het verhuist naar de nieuwe locatie aan de Copera 10 te Spijk. De inrichting betreft een nieuwe inrichting op deze locatie. Er zijn nog geen omgevingsvergunning of meldingen of informatieplichten milieu ingediend voor de betreffende locatie. Wel is op 19 november 2018 een besluit genomen op grond artikel 7.19 van de Wet milieubeheer (vorm-vrije mer-beoordeling).

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Bevoegd gezag Burgemeester en wethouders van gemeente Zevenaar zijn bevoegd gezag. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 3.3 en bijlage | van het Bor. Volledigheid van de aanvraag en opschorting procedure Wij hebben de aanvraag getoetst op volledigheid. Op 24 februari, 15 maart en 9 oktober 2023 hebben wij verzocht om aanvullende gegevens in te dienen. De

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

13 van23

datum

2 december

2024

aanvrager heeft op 10 oktober 2023 verzocht om de indieningstermijn voor het indienen van de aanvullingen te verlengen. Alle indieningsvereisten zijn op 7 februari 2024 door ons ontvangen. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

14 van 23

datum 2 december 2024

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) Deze aanvraag is voorbereid met de uitgebreide voorbereidingsprocedure van de afdeling 3. 4 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de aanvraag getoetst aan het Bor , het Mor en artikel 8. 41a Wet Milieubeheer. De activiteit is getoetst aan het Bor , artikel 5.13b , lid 1 (Milieueffectrapportage). Daarnaast is getoetst op grond van artikel 5.13b , lid 4 van het Bor (toets aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) Oude recht Een metaalbedrijf had onder het oude recht (Wabo) een omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor de milieueffectrapportage (OBM-mer) nodig voor de oprichting , wijziging of uitbreiding van een inrichting voor het innemen , op- en overslaan en het bewerken van metalen (schroot) behorende bij een metaalrecyclingbedrijf. De OBM was alleen nodig als er voor het bedrijf geen omgevingsvergunning milieu goldt. De OBM-mer bevat geen voorschriften. Voor het metaalbedrijf golden voorschriften uit hoofdstuk 3 en 4 van het Activiteiten besluit , waaronder voorschriften voor het verwerken van metaal. Nieuwe recht Een metaalbedrijf heeft onder de Omgevingswet een vergunning nodig. De milieubelastende activiteit (mba) die van toepassing is valt onder paragraaf 3. 5. 4. ‘Metaalrecyclingbedrijf’ van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

De inhoudelijke regels voor deze activiteit(en) vindt u terug in hoofdstuk 4 van het Bal. Delen van het metaalbedrijf die technisch en milieuhygiënisch niets met de installatie te maken hebben , zoals een kantine of bedrijfswoning , vallen buiten de vergunning. De vergunning kan alleen voorschriften bevatten voor de installatie(s) voor de specifieke metaalactiviteit. Naast de vergunning gelden voorschriften uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en uit het omgevingsplan. Hierbij heeft het bevoegd gezag ruimte om maatwerkvoorschriften te stellen. Een metaalbedrijf kan toestemming vragen een gelijkwaardige maatregel toe te passen. Overwegingen 1. M. e. r. -beoordeling Op grond van artikel 2. 2a lid 1 onder a van het Besluit omgevingsrecht is een omgevingsvergunning beperkte milieutoets nodig voor het aspect m. e. r. -beoordeling. Overeenkomstig artikel 7. 17 van de Wm en het Besluit milieueffectrapportage hebben wij getoetst of voor de voorgenomen activiteiten , vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kunnen hebben , een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Wij hebben hierbij rekening gehouden met de in bijlage III bij de EU-richtlijn milieueffectbeoordeling aangegeven criteria. Deze criteria hebben betrekking op de kenmerken van het project , de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect.

De toetsing is hieronder uitgewerkt. Wij overwegen het volgende. 1. 1 De kenmerken van het project Bij de kenmerken van het project hebben wij de volgende criteria in ogenschouw genomen: -

de omvang van het project;

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

15 van 23

datum 2 december 2024

-

-

-

En -

cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen;

verontreiniging risico

van

zware

en

hinder;

ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door

klimaatverandering; -

risico's

1.1.1 De

voor

omvang

de van

menselijke gezondheid. het

project

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) gaat verhuizen van de bestaande locatie aan de naar de nieuwe locatie aan de Copera 10 te Spijk. (geanonimiseerd) te (geanonimiseerd) betreft een deel van het bedrijfsterrein van de voormalige steenfabriek Daams. Het bedrijventerrein ligt ten oosten van de kern Tolkamer en is de Spijksedijk te Spijk en beslaat in totaal 66 hectare.

Het

Wienerberger / gelegen aan

Het nieuwe bedrijfsterrein bestaat uit een groot bedrijfsperceel van circa 13.000 m2. Het bedrijfsterrein wordt verdeeld in 3 gedeelten; Hoofdterrein; waarop een grote bedrijfshal wordt gerealiseerd. De activiteiten op het hoofdterrein betreffen de op- en overslag, sortering en be-/verwerking van metalen en metaalhoudende afval-{reststoffen; 2 bedrijfswoningen met daarbij 2 kleinere bedrijfshallen. De activiteiten in de 2 kleinere bedrijfshallen betreft de op- en overslag en sortering van metalen. Hier vindt geen be- of verwerking van afvalstoffen plaats.

-

-

Het bedrijfsterrein is verhard en er is een weegbrug aanwezig. Op het buitenterrein worden sorteervakken gemaakt met betonelementen waarin het materiaal wordt opgeslagen en tevens vindt opslag plaats incontainers. Rondom het buitenterrein is een geluidscherm in de vorm van blokkenwanden aanwezig.

1.1.2 Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hier beschreven effecten die in dezelfde periode worden uitgevoerd. Er zijn ten tijde van deze aanvraag geen andere ontwikkelingen of ontwerpbestemmingsplannen in de omgeving, die de milieueffecten vanuit het projectgebied beïnvloeden en omgekeerd. 1.1.3 Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen blijft beperkt tot fossiele brandstoffen voor transportmiddelen en werktuigen en leidingwater. Grondwater wordt niet

(diesel)

gebruikt. 1.1.4 De productie van afvalstoffen Binnen de inrichting worden verschillende afvalstoffen opgeslagen. Zo wordt het ingekochte metaalafval naar aard, soort en kwaliteit gesorteerd en afgevoerd naar erkende verwerkers. De metalen (schroot, oud-ijzer, et cetera) en metaalhoudende reststoffen (elektromotoren en dergelijke) worden zowel op het buitenterrein van de inrichting als binnen in de aanwezige bedrijfshal, op- en overgeslagen/gesorteerd. Het hemelwater dat op de vloeren valt, wordt door het aanwezige bedrijfsriool opgevangen en behandeld in een slibvangput, olie- en benzine-afscheider. Naast de

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

16van23

datum

2 december

2024

afvalstoffen afkomstig van het recyclen van metalen komen ook andere kleine hoeveelheden afval vrij zoals kantoor- en kantineafval. 1. 1. 5 Verontreiniging en hinder De voorgenomen activiteiten hebben gevolgen voor verschillende milieuaspecten. Deze zijn voldoende beschreven en uitgewerkt in de aanvraag. De belangrijkste milieuaspecten worden hieronder nader toegelicht. Geluid Bij het ontwerp van de nieuwe inrichting zijn diverse maatregelen genomen om geluidsemissie vanuit de inrichting te voorkomen en/of te beperken. Zo is er nagedacht over een zo gunstig mogelijke indeling van het bedrijfsterrein. Deze bestaan uit bedrijfsgebouwen (hal) en een keerwand/geluidswand rondom het gehele buitenterrein. Als gevolg van de maatregelen en voorzieningen is het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als gevolg van de activiteiten lager dan 50 dB(A) op de dichtstbijzijnde burgerwoning van derden , gelegen op een afstand van circa 200 meter. De piekbelasting (maximale geluidniveau) is lager dan 70 dB(A) bij burgerwoningen van derden. Geluidbelasting vanwege het komen en gaan van verkeer op de openbare weg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voor indirecte hinder ter plaatse van alle woningen. Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘geluid’ wordt , met inachtneming van de te treffen geluidwerende voorzieningen , ingeschat op neutraal.

Stof Stofemissies kunnen worden veroorzaakt door zowel de buitenopslag als overslaglocaties van stuifgevoelige stoffen. De meeste metaalafvalstoffen die binnen de locatie worden op- en overgeslagen betreffen grove delen. Deze veroorzaken geen stofvorming. Daarnaast worden er maatregelen getroffen om stofvorming te voorkomen en te beperken. Dit betreft onder meer afscherming van de opslagen tegen windinvloeden middels keerwanden , vegen , het beperken van de rijsnelheid en het beperken van de overslaghoogte van fijn materiaal. Stofemissie naar de omgeving zal dan verwaarloosbaar zijn. NO x en fijnstof De stikstofdioxides (NO 2 ) en fijnstof (PM 10 ) zijn met name afkomstig van de verkeersbewegingen en de machines/het materieel die benodigd zijn voor de opoverslag en sortering van metalen en lichte metaalbewerking (snijden , slijpen , lassen , boren , zagen). De aantrekkende werking van het verkeer wordt in een worst-case scenario geraamd op maximaal 175 voertuigen waarvan 50% vrachtwagens per dag. Op basis hiervan is de NIBM-tool gebruikt om vast te stellen dat het aantal voertuigbewegingen niet zal leiden tot een concentratietoename die groter is dan de NIBM-grens van 12, µg/m 3 . Hiermee kan worden geconcludeerd dat het verkeer niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van NO 2 en PM 10 in de buitenlucht.

Gelet op de beperkte uitstoot en de getroffen maatregelen wordt verwacht dat de luchtemissie ten gevolge van de voorgenomen activiteit geen belangrijke bijdrage aan de luchtkwaliteit in de omgeving levert. Geur

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

17 van 23

datum 2 december 2024

In de inrichting worden geen sterk geurende , organische of rottende afvalstoffen open/of overgeslagen , gesorteerd , be- en/of verwerkt. Het betreft voornamelijk droge metalen en metaalhoudende reststoffen. Deze staan niet bekend als ‘sterk geurend’ en/of ‘potentiële bron van geuremissie’. Eventueel bij sortering vrijkomende verontreinigingen , worden opgeslagen in daarvoor geschikte emballage (afsluitbarecontainers) en regelmatig afgevoerd. Van langdurige opslag van geurende afvalstoffen is dus eveneens geen sprake. Van de voorgenomen activiteiten valt geen noemenswaardige geuremissie te verwachten. Bodem Binnen de inrichting vinden activiteiten plaats waarbij bodembeschermende voorzieningen benodigd zijn. Maatregelen die getroffen worden zijn vloeistofdichte vloeren en een bedrijfsriolering voor de opvang en behandeling van hemelwater. Om deze redenen is er sprake van een verwaarloosbaar bodemrisico. 1. 1. 6 Risico’s voor de menselijke gezondheid De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd , opgeslagen of vervoerd. Vanuit de activiteiten binnen de inrichting is er voor de omgeving geen verhoogd risico op zware ongevallen , specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën. 1. 1.

7 Afweging Ten aanzien van de relevante milieuaspecten menen wij dat er om deze reden geen bijzondere omstandigheden zijn te verwachten die noodzaken tot het maken van een milieueffectrapport ten behoeve van een omgevingsvergunning. 1. 2 De plaats van het project Bij de plaats van het project wordt het volgende in overweging genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu , waar in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands; b. kustgebieden; c. berg- en bosgebieden; d. reservaten en natuurparken; e. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn; f. gebieden waarbij de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h. landschappen van historisch , cultureel of archeologisch belang. 1. 2. 1 Algemene kenmerken van het gebied De inrichting bevindt zich op het bedrijventerrein dat ligt ten oosten van de kern Tolkamer en is gelegen aan de Spijksedijk te Spijk (gemeente Zevenaar). Voor een

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

18 van 23

datum 2 december 2024

Y beschrijving

van

van

het

omvang

het

bedrijventerrein wordt project hierboven.

verwezen

naar

de

beschrijving

over

de

1.2.2 Werken en infrastructuur Ter plaatse van het bedrijf is bedrijvigheid in milieucategorie 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 bestemd volgens het bestemmingsplan. De voorgenomen activiteiten op dit terreindeel zijn op zichzelf niet strijdig met het toegestane gebruik op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Evenwel is het oppervlak van dit terreindeel net iets meer dan 1.000 m 2, namelijk ca. 1.250 m 2. Op grond van de regels van het bestemmingsplan valt overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1.000 m 2 onder milieucategorie 3.2 en valt een b.o. kleiner dan 1.000 m 2 onder milieucategorie 3.1. Dit betekent dat er enkel op grond van het bruto vloeroppervlak sprake is van een zwaardere milieucategorie dan ter plaatse is toegestaan. In het vigerende bestemmingsplan zijn op grond van de planregels geen bedrijven en activiteiten toegestaan zoals opgenomen in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. In het ontwerp-bestemmingsplan waren bedrijfsactiviteiten die voorkwamen in deze bijlage van het besluit Mer niet uitgesloten. Bij het definitieve bestemmingsplan zijn dergelijke activiteiten alsnog worden genoemd geschrapt.

Aangezien de activiteiten van (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieuettectrapportage, dient door het bevoegd gezag een omgevingsvergunning ten behoeve van het afwijken van het bestemmingsplan te worden verleend. 1.2.3 Natuur en recreatie Op het bedrijventerrein en

in de directe

omgeving zijn geen recreatieve voorzieningen

gelegen. 1.2.4 Natuurlijke hulpbronnen in het gebied In het gebied zijn geen bijzondere natuurlijke hulpbronnen aanwezig die beïnvloed kunnen

worden

door

het

initiatief.

1.2.5 Natuurlijk milieu ín het gebied Natura 2000-gebieden zijn de verzamelnaam voor het netwerk van Europese natuurgebieden. Natura 2000-gebieden vallen onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en zijn in nationale wetgeving verankerd in de Wet Natuurbescherming. De soortenrijkdom in Europa gaat al jaren achteruit. De Europese Unie heeft zich daarom als doel gesteld om bedreigde soorten en habitats te beschermen. Een lijst van de meest kwetsbare soorten die voor Europa een belangrijke rol spelen is in dit kader opgesteld. Aan de hand van deze lijst zijn opgaven opgelegd aan de landen binnen de Europese Unie. Nederland heeft deze opgaven voor de Natura 2000-gebieden geformuleerd als ‘instandhoudings- doelstellingen’ voor bedreigde soorten dieren, planten en habitats. Deze zijn aan de EU gemeld. De toewijzing van de landelijke opgaven naar gebieden vindt plaats in aanwijzingsbesluiten. Het bevoegd gezag stelt aan de hand van het aanwijzingsbesluit een beheerplan op, waarin de gebiedsdoelen in ruimte en tijd voor het aangewezen gebied worden uitgewerkt. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op zeer korte afstand van het plangebied, namelijk circa 240 meter. 1.2.6

Landschappen

Zaaknummer

van

historisch, cultureel of archeologisch belang Cultuurhistorie

Z2023-00001850pagina

19 van23

datum

2 december

2024

De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Er bevinden zich in en rondom het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten en overige cultuurhistorische waarden. Van aantasting van monumentale en cultuurhistorische waarden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is dan ook geen sprake.

Archeologie Op de locatie geldt geen hoge archeologische verwachtingswaarde. De kans op aantasting van archeologische waarden als gevolg van de uitvoering van het bouwplan is dan ook laag. Het effect van de ontwikkeling op het vlak van ‘Cultuurhistorie en archeologie’ wordt inschat op neutraal. Gelet op de conclusies zoals hierboven verwoord, worden er geen belangrijke nadelige effecten op historische dan wel culturele waarden verwacht als gevolg van het initiatief van (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 1.2.7 Natura 2000 gebieden Dit deel van Natura 2000-gebied is genaamd de Gelderse Poort en vormt het meest dynamische traject van de Rijntakken. In het aanwijzingsbesluit (bijlage 13 en 14) zijn voor de Rijntakken 56 Natura 2000-doelen benoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert de waarden waarvoor dit is Hiervoor is in elk geval een met gebied aangewezen. toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gezien de afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Ten aanzien van het aspect verstoring van de natuur door ‘geluid’ kan worden opgemerkt dat de (geanonimiseerd) geluidemissie vanuit de inrichting van (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) gering is.

Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat het wegverkeerslawaai (van o.a. de Spijksedijk) voor een dermate hoog achtergrond geluidsniveau zorgt, dat de gemiddelde geluidsbelasting van de inrichting nauwelijks merkbaar is ter plaatse van Natura 2000-gebied Rijntakken. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habitattypen binnen Natura

eN

2000-gebieden. Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/haíj. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De berekende stikstofemissie in de gebruiksfase is 125 ko/j. Wanneer de emissie als (125 koi) tegenover de gevolg van de gebruiksfase van A (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) emissie van de referentiesituatie wordt gezet (562 kg) is er sprake van een afname Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of (geanonimiseerd) vrijstelling worden oere (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) gevestigd op een bedrijventerrein dat in het (recente) verleden intensief gebruikt is. Uit de .

inventarisatie

(Flora

en Fauna Quickscan) uit 2016 (die in het kader van het is bestemmingsplan opgesteld) is gebleken dat er geen in de Flora- en Faunawet herm lanten- en diersoorten aanwezig zijn op het terreindeel opgenomen (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) gevestigd. Het terrein is sinds 2018 in gebruik en sindsdien zijn er geen waarnemingen bekend van aanwezige bijzondere planten of

nn: Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

20 van23

datum

2 december

2024

dieren op het terrein. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat voor de ontwikkeling van het terrein geen ontheffing van de Wnb is vereist. 1. 2. 8 Afweging De gevolgen van de activiteiten op de plaats van het project leiden niet tot zodanige (significante) effecten op de genoemde gebieden. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet noodzakelijk. 1. 3 Kenmerken van het potentiële effect Bij de kenmerken van het potentiële effect moet , ingevolge de Richtlijn 97/11 , in het bijzonder het volgende in overweging genomen worden: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); het grensoverschrijdend karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur , de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Deze moeten in samenhang met de criteria uit de hoofdstukken 1 en 2 van het besluit in het bijzonder in overweging worden genomen. 1. 3. 1 Het bereik van het effect Het bereik van de effecten blijft beperkt tot de directe omgeving van het bedrijf. Dit hebben wij al uitgewerkt in paragraaf 1 en 2 van deze bijlage. Het bereik is voldoende inzichtelijk. Het is daarom niet nodig dat dit verder wordt onderzocht door een milieueffectrapport. 1. 3.

2 Het grensoverschrijdend karakter van het effect Gezien de afstand van circa 415 meter van het bedrijf tot de dichtstbijzijnde grens (met Duitsland) , verwachten wij dat de grensoverschrijdende effecten als gevolg van de voorgenomen activiteiten tot een verwaarloosbaar niveau beperkt zullen blijven. 1. 3. 3 De waarschijnlijkheid van het effect De beschreven effecten zullen optreden bij het verrichten van de milieubelastende activiteiten. Doordat het bedrijf moet voldoen aan de Omgevingswet (specifiek Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)) en het Omgevingsplan van de gemeente Zevenaar wordt eventuele optredende hinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt. 1. 3. 4 De duur , de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect De voorgenomen activiteiten vinden plaats tijdens de dagperiode (07:00- 19:00). De activiteiten worden voor onbepaalde tijd aangevraagd. De eerdergenoemde milieueffecten zijn omkeerbaar in die zin dat het effect verdwijnt zodra de activiteit ophoudt. De effecten kunnen afdoende worden beperkt door het treffen van maatregelen en voorzieningen op grond van het Bal (zorgplicht) en overige wet- en regelgeving. Voor onomkeerbare gevolgen die blijvend van invloed zijn op het milieu hoeft dan ook niet te worden gevreesd. 1. 3. 5 Afweging Van potentiële aanzienlijke effecten is als gevolg van de voorgenomen activiteit geen sprake.

In dit kader hoeft geen milieueffectrapportage te worden gemaakt.

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

21 van 23

datum 2 december 2024

Conclusie m. e. r. -beoordeling Wij menen dat de uitvoering van de voorgenomen activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. De kenmerken van het project , de locatie van het project en de kenmerken van het potentiële effect zijn voldoende inzichtelijk. Het opstellen van een milieueffectrapport is daarom niet nodig. Wet Bibob 2. 1 Algemeen Op grond van artikel 5.13b , lid 4 van het Bor zou de onderhavige aanvraag voor een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1 , lid 1 sub i , van de Wabo kunnen worden geweigerd. Dit kan echter alleen in geval er niet wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (verder: Wet Bibob). Bij de aanvraag zijn geen gegevens ingediend die nodig zijn voor een beoordeling in het kader van de Wet Bibob. 2. 2 Beoordeling en conclusie Voor de beoordeling van de aanvraag voor het aspect Bibob is er gebruik gemaakt van de ‘Beleidsregels Wet Bibob gemeente Zevenaar 2021’ , vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar op 12 oktober 2021. In deze regeling is vermeld bij welke aanvragen om een omgevingsvergunning er een toets wordt uitgevoerd op grond van de Wet Bibob.

Op grond van artikel 2.1 , derde lid aanhef en onder j , van deze beleidsregels vindt uitvoering van de Bibob-toets voor een aanvraag omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM , zoals bedoeld in artikel 2.1 , eerste lid , aanhef en onder i en artikel 2. 17 Wabo) uitsluitend plaats indien er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van het Bureau en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of informatie afkomstig van het OM als bedoeld in artikel 26 jo. artikel 11 van de Wet Bibob , die een aanleiding vormen om te vermoeden dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Van ernstig gevaar in de zin van de Wet Bibob is naar het oordeel van burgemeester en wethouders hier geen sprake. Daarbij is tevens in overweging meegenomen dat er in het verleden voor een vergelijkbaar bedrijf in Zevenaar om dezelfde redenen geen Bibob-toets noodzakelijk werd geacht. 2. 3 Conclusie Bibob Wij menen dat met de uitvoering van de voorgenomen activiteiten er geen ernstig gevaar bestaat in de zin van de Wet Bibob. Wij hebben dan ook geen formeel onderzoek laten uitvoeren in het kader van de Wet Bibob. 3 Conclusie OBM Op basis van artikel 5.

13b lid 1 van het Bor moet de omgevingsvergunning worden geweigerd , wanneer het bevoegd gezag besluit dat er een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Omdat wij besluiten dat een milieueffectrapport niet nodig is en er tevens geen formele Bibob-procedure noodzakelijk is , wordt de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Een exemplaar van dit besluit met bijbehorende stukken is verzonden op:

Zaaknummer

Z2023-00001850pagina

22 van 23

datum 2 december 2024

Y Aan:

Toezichthoud

Zaaknummer

(geanonimiseerd)

Z2023-00001850pagina

23 van23

datum

2 december

2024

Nota zienswijzen omgevingsvergunning “Spijk, Copera 2, 4 en 10” NL.IMRO.0196.BPSpijksedijk-VG02 Gemeente Zevenaar

afdeling datum status

Vergunningen, Toezicht en Handhaving 24 juli 2025 Definitief

Inhoudsopgave Inleiding Doorlopen procedure Ingediende zienswijze

Zaaknummer Z2023-00001850

3 4 5

pagina 2 van 15

Inleiding In deze nota geeft het college van B&W van de gemeente Zevenaar (hierna: ‘het college’) zijn standpunt op de ingekomen zienswijze op de ontwerp-omgevingsvergunning ’Spijk, Copera 2, 4 en 10’. De ontwerp-omgevingsvergunning ’Spijk, Copera 2, 4 en 10’ is opgesteld voor het realiseren van 2 bedrijfswoningen en bedrijfsruimten, een blokkenwand, hekwerken, weegbrug en een opslaghal met kantoor. De aanvraag is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’. Hierbinnen heeft het perceel de bestemming ‘Bedrijventerrein’ met de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage: 80% maximum bouwhoogte: 20 m’. Voor gedeelten van het perceel gelden een bouwvlak en de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf - bedrijf tot en met categorie 3.1’, ‘specifieke vorm van bedrijf - bedrijf tot en met categorie 4’, ‘bedrijfswoning’ en ‘maximum aantal wooneenheden: 4’. Ook gelden de paraplubestemmingsplannen ‘Wonen’ en ‘Parkeren gemeente Zevenaar’. De aanvraag is op de volgende onderdelen strijdig met het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’: - Artikel 3.1 onder b.: de beoogde activiteit valt in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder een hogere categorie dan 3.1 en de bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

- Artikel 3.1 onder c: de bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. - Artikel 3.2.1 onder f.: het oppervlak van de bedrijfswoningen is groter dan 150 m2. - Artikel 3.4 sub k.: de bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Om medewerking te kunnen verlenen moet worden afgeweken van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’. De ontwerp-omgevingsvergunning heeft met ingang van 13 februari 2025 tot en met 27 maart 2025 ter inzage gelegen. Binnen deze periode is één zienswijze ontvangen. Deze nota bevat de volgende onderdelen: - een weergave van de gevolgde procedure; - de ingediende zienswijze met daarop de gemeentelijke reactie en een conclusie of de zienswijze aanleiding geeft om de omgevingsvergunning aan te passen. Deze nota hoort bij de definitieve beschikking voor de omgevingsvergunning. Als het college de omgevingsvergunning heeft verleend, ontvangt de indiener van de zienswijze na het besluit een brief met daarbij de zienswijzennota, de beschikking en de bekendmaking in het Gemeenteblad.

zaaknummer Z2023-00001850

pagina 3 van 15

Zichtbaarheid persoonsgegevens Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mag de gemeente NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van: -

ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof); personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden.

In de digitale versie van deze nota zienswijzen zijn daarom NAW-gegevens die niet onder de uitzonderingen vallen, geanonimiseerd.

Doorlopen procedure Zienswijzentermijn In het Gemeenteblad van Zevenaar en in de Zevenaar Post is bekend gemaakt dat het college van B&W het ontwerp van de omgevingsvergunning ’Spijk, Copera 2, 4 en 10’ voor zienswijzen ter inzage heeft gelegd. In de bekendmakingen is aangegeven dat iedereen van 13 februari 2025 tot en met 27 maart 2025 een zienswijze kenbaar kon maken bij het college van B&W van de gemeente Zevenaar over de ontwerpomgevingsvergunning. Daarnaast is in de bekendmaking aangegeven waar de digitale en papieren versies van de ontwerp-omgevingsvergunning te raadplegen waren.

Zaaknummer Z2023-00001850

pagina 4 van 15

Ingediende zienswijze Tijdens de termijn is er één zienswijze ingediend tegen de omgevingsvergunning. In onderstaand overzicht is aangegeven door wie de zienswijze is ingediend, op welke datum en onder welk nummer de zienswijze bij de gemeente is geregistreerd. Ontvangstdatum Pro forma 26 maart 2025 per post, aanvullingen ontvangen op 17 april 2025 per post

Registratiekenmerk Pro forma: INK/25/1250370 Aanvullingen: INK/25/1253656

De zienswijze is binnen de termijn ingediend en daarmee ontvankelijk. Op de volgende pagina’s wordt de zienswijze samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijze wordt afgerond met een conclusie waarin wordt aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van het hetgeen in de ontwerp-omgevingsvergunning is opgenomen. De ingediende zienswijze is niet letterlijk overgenomen. Vanwege de leesbaarheid zijn de teksten samengevat en worden punten eventueel samengevoegd die over hetzelfde onderwerp gaan. Dit betekent niet dat er delen van een zienswijze buiten beschouwing zijn gelaten, bij de beoordeling is met de gehele inhoud van een zienswijze rekening gehouden. Als het college vindt dat de indiener op één van de punten van de zienswijze gelijk heeft, dan wordt de zienswijze voor dat punt gegrond verklaard. Als de indiener volgens het college bij een punt geen gelijk heeft, dan wordt de zienswijze ongegrond verklaard voor dat punt.

zaaknummer Z2023-00001850

pagina 5 van 15

Zienswijze 1. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De onverharde toegangsweg van het metaalrecyclingbedrijf valt onder een erfdienstbaarheid ten gunste van het aangrenzende perceel. De leidende schets komt niet overeen met de kadastrale ligging van de weg en de ingetekende parkeerplaatsen gaan hinder veroorzaken voor het recht van overpad. Uit de ontwerpbeschikking blijkt onvoldoende welke eisen er gelden voor onderhoud van de weg en de bereikbaarheid voor brandweervoertuigen. Reactie gemeente Er is geen sprake van evident privaatrechtelijke belemmeringen die de uitvoering van de vergunning in de weg staan. Een bestaande erfdienstbaarheid tussen percelen blijft van kracht, ongeacht de vergunningsverlening en dient te worden gerespecteerd door de initiatiefnemer. Mocht er sprake zijn van strijd met de erfdienstbaarheid, dan staat het belanghebbenden vrij om dit civielrechtelijk aan de orde te stellen. De situering van de toegangsweg en de parkeerplaatsen, zoals weergegeven op de leidende schets, is beoordeeld op ruimtelijke inpasbaarheid, verkeersveiligheid en functionele ontsluiting. Hierbij is gebleken dat de opzet ruimtelijk aanvaardbaar is. De locatie van de parkeerplaatsen belemmert de doorgang over de toegangsweg niet op zodanige wijze dat vergunning zou moeten worden geweigerd.

Het gebruik van de toegangsweg door derden in verband met een recht van overpad wordt hiermee niet uitgesloten of belemmerd. Wat betreft de bereikbaarheid van het gebouw voor hulpdiensten geldt dat in het bij de aanvraag gevoegde brandveiligheidsrapport is aangetoond dat het gebouw op voldoende wijze bereikbaar is, mede in relatie tot brandveiligheidseisen. Eventuele beperkingen door perceelsgrenzen zijn daarin meegenomen, waarbij uit de toetsing is gebleken dat de bereikbaarheid op eigen terrein voldoende is gewaarborgd. Het onderhoud en eventuele verharding van de toegangsweg valt buiten de reikwijdte van de omgevingsvergunning. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning.

Zaaknummer Z2023-00001850

pagina 6 van 15

2. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Het aangrenzende agrarische perceel past milieutechnisch niet met de voorgenomen bedrijfsactiviteit, omdat activiteiten met milieucategorie 4.1 te groot zijn. Daarom wordt een duidelijke afscherming met een betonnen wand noodzakelijk geacht. De functie en situering van de blokkenwand is onjuist weergegeven: de wand is niet als geluidsscherm aan te merken en staat bovendien niet rondom het gehele terrein. Met name aan de westelijke en noordelijke zijde ontbreekt de muur, waarmee de omvang van de muur niet overeenkomt met wat in het ontwerpbesluit wordt gesuggereerd. Er was eerder sprake van een landschappelijke inpassing in de vorm van een groenwal aan de noordzijde, die inmiddels door de initiatiefnemer is verwijderd. Dit zou hebben plaatsgevonden zonder gemeentelijk toezicht. De afwezigheid van groeninpassing leidt tot visuele hinder. Er moeten maatwerkvoorschriften opgesteld worden voor de situering en uitvoering van de muur. Dit is een gangbare praktijk bij gemeenten, en er is geen reden om daarvan af te wijken. Reactie gemeente Bestemming aangrenzend perceel Er is nog steeds sprake van goede ruimtelijke ordening. De beoogde bedrijfsactiviteiten passen naast agrarische percelen. Deze ondervinden hiervan geen hinder.

Functie en situering van de blokkenwand De blokkenwand heeft primair de functie van geluidsscherm, en is ook als zodanig aangeduid op de bij de aanvraag behorende tekening. Het betreft geen erfafscheiding. De stelling dat de muur “ten onrechte” als geluidsscherm wordt benoemd is dus niet juist. De plaatsing is afgestemd op akoestische effectiviteit en voldoet aan de eisen die daaraan vanuit milieuwetgeving worden gesteld. Omvang van de blokkenwand Het ontwerp voorziet niet in een volledige ommuring van het perceel. Op basis van akoestisch onderzoek is beoordeeld op welke locaties de plaatsing van de muur noodzakelijk is om geluidhinder voor de omgeving te beperken. Ook is de bedrijfshal zodanig gesitueerd dat een zo gunstig mogelijke geluidswerende werking is naar woningen van derden. Uit deze beoordeling volgt dat een wand aan het westelijke en noordelijke deel van het terrein niet noodzakelijk is, aangezien daar geen gevoelige functies worden geraakt en het geluidniveau binnen de normen blijft. Landschappelijke inpassing en groenwal In het verleden sprake is er geweest van een groenwal aan de noordzijde van het perceel. Voor de verwijdering daarvan bestond echter geen instandhoudingsplicht. Er zijn op dat punt geen vergunningsvoorschriften overtreden. De opmerking over het gemeentelijk toezicht is daarom niet gegrond.

De groenwal is geen onderdeel van een voorgeschreven landschappelijke inpassing en kon daarom worden verwijderd.

zaaknummer Z2023-00001850

pagina 7 van 15

Maatwerkvoorschriften Voor de beoogde activiteit is een omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) aangevraagd op basis van artikel 2.2a lid 1 onder b van het Besluit omgevingsrecht in samenhang met artikel 5.13 a van het Besluit omgevingsrecht. De OBM betreft dus uitsluitend een toets of de beoogde activiteit inpasbaar is binnen de randvoorwaarden van het Activiteitenbesluit, met name ten aanzien van mogelijke nadelige milieugevolgen. Het gaat hierbij dus om een ja/nee-besluit: de activiteit mag al dan niet worden uitgevoerd, maar er kunnen aan de OBM zelf geen voorschriften worden verbonden. Anders dan de indiener van de zienswijze stelt, is er wel degelijk een voorschrift opgenomen over het oprichten en in stand houden van de blokkenwand. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning. 3. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Het adres van Copera 5 ontbreekt in het akoestisch rapport. De toegangsweg is de Batavenweg en de Krib in Tolkamer. Dit betreft een verharde, openbare weg die overgaat in een eigen weg, onverharde weg, behorende tot de inrichting. Deze eigen weg ligt in Spijk. Hier is sprake van directe geluidshinder. Alles wat bij een bedrijf en de bedrijfsactiviteiten hoort moet worden getoetst aan Representatieve bedrijfssituatie (RBS) en moet worden toegekend aan directe geluidshinder.

Hier had dus moeten worden getoetst aan directe hinder in de representatieve bedrijfssituatie. In het akoestisch onderzoek is onterecht indirecte geluidshinder met betrekking tot de eigen weg toegepast. Reactie gemeente Copera 5 is in het akoestisch onderzoek opgenomen als rekenpunt 5 (ook genoemd Batavenweg 5), waarmee expliciet rekening is gehouden met de geluidbelasting op dit perceel. In dit geval is sprake van een openbare (deels onverharde) weg, waarbij de verkeersbewegingen beperkt zijn tot aan- en afrijden van bestemmingsverkeer. De openbare weg maakt daarom geen integraal deel uit van de inrichting. Dat deze weg eigendom is van de aanvrager doet niet ter zake. Daarom is het terecht dat in het akoestisch onderzoek sprake is van indirecte hinder. Daarnaast is het akoestisch onderzoek gebaseerd op de RBS. Alle relevante bronnen en activiteiten die onder de RBS vallen, inclusief geluidbronnen binnen de inrichting, zijn meegenomen in de berekeningen. Verkeer van en naar het terrein valt hier volgens het Activiteitenbesluit niet onder wanneer het buiten de inrichting plaatsvindt. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning zoals hierboven beschreven.

Zaaknummer Z2023-00001850

pagina 8 van 15

4. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Gezien de geringe afstand tot Copera 5 had hier een volledig trillingsonderzoek moeten plaatsvinden. Werkzaamheden en verkeersbewegingen ten noorden en oosten van de inrichting zorgen wel voor trillingen, gezien de geringe afstand tussen de inrichting en Copera 5. Het werkmaterieel is oud, stug en luidruchtig. Dit onderzoek is onvolledig. Reactie gemeente Voor trillingen geldt dat er in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de daaraan gekoppelde beoordelingskaders geen landelijke normen zijn opgenomen. Er is slechts sprake van een zorgplicht voor het beperken van trillingshinder. Op basis van de aard en omvang van de activiteiten, alsmede de aanwezigheid van het gebruikelijke werkmaterieel, is er op voorhand geen aanleiding om aan te nemen dat sprake is van zodanige trillingshinder dat een aanvullend onderzoek noodzakelijk zou zijn op basis van de Ministeriële regeling Omgevingsrecht (MOR). Het opvragen van een trillingsonderzoek vóórdat de inrichting in werking is, is niet gebruikelijk. Trillingen die kunnen worden veroorzaakt door bepaalde werkzaamheden kunnen voordat de werkzaamheden zijn begonnen uiteraard nog niet worden gemeten. De vergunninghouder dient trillingshinder zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel de trillinghinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

Zou de vergunninghouder daar niet of niet voldoende in slagen, dan zal het College daar handhavend tegen optreden. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning. 5. Inhoudelijk punt uit de zienswijze In de stukken geldt een beoordelingsplicht van een vormvrije m.e.r. voor de aanvraag. Overschrijding van >50 ton afvalverwerking per dag betekent een m.e.r. plicht. Tot nu toe heeft de gemeente een gedoogbeleid gevoerd, bewoning en activiteiten op de locatie van de aangevraagde inrichting toegelaten. De gemeente dient hierop te controleren en handhaven. Reactie gemeente De omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) maakt onderdeel uit van de totale vergunningaanvraag voor het project. Deze is aangevraagd voor het aspect op- en overslaan en bewerken van schroot behorende bij een metaalrecyclingbedrijf. De aangevraagde situatie betreft een opslagcapaciteit van hoogstens 10.000 ton schroot. Er geldt dan geen m.e.r.beoordelingsplicht maar er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.- beoordeling zoals in de OBM is verwoord. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning.

zaaknummer Z2023-00001850

pagina 9 van 15

6. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Er is geen Bibob toets uitgevoerd, ondanks een schietincident in januari 2023. Reactie gemeente Het college heeft in 2021 de Beleidsregels Wet bibob gemeente Zevenaar 2021 vastgesteld. Daarin is vastgelegd hoe de wet wordt toegepast bij aanvragen om beschikkingen. Voor een aanvraag omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) wordt bepaald dat uitvoering van de bibobtoets alleen plaatsvindt bij een aanvraag OBM als er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van het Landelijk Bureau Bibob en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of informatie afkomstig van het OM als bedoeld in artikel 26 jo. artikel 11 van de wet bibob, die een aanleiding vormen om te vermoeden dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet bibob. Daarvan is hier geen sprake. Om die reden heeft het college bij onderhavige aanvraag geen bibob-toets uitgevoerd. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 7. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De woningen zijn gesplitst zodat er mogelijk 4 huishoudens gebruik van kunnen maken. Dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan Spijksedijk. Hoe denkt de gemeente woningsplitsing na realisatie, te controleren.

Opmerkelijk is dat nergens in de stukken een verbod voor woonwagens of mobiele woningen is opgenomen. Dit moet worden opgenomen omdat het in strijd is met het vigerende bestemmingsplan Spijksedijk. Tevens is onacceptabel dat de gemeente bewoning in deze verpauperde en onhygiënische staat heeft gedoogd vanaf 2018 tot heden. Reactie gemeente De ontwerpbeschikking voorziet in de permanente huisvesting van 1 huishouden per bedrijfswoning. Het is dan ook, na definitieve verlening van de vergunning, niet toegestaan méér dan 1 huishouden per bedrijfswoning te huisvesten. Tijdelijke c.q. mobiele woonwagens zijn niet zonder meer toegestaan binnen het plangebied van ‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’. Bij overtreding daarvan kan daartegen handhavend worden opgetreden. Een dergelijk verbod hoeft om die reden dan ook niet in de vergunning opgenomen te worden. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning.

Zaaknummer Z2023-00001850

pagina 10 van 15

8. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Er is wel een begintermijn genoemd in de vergunning, maar geen einddatum. Reactie gemeente Er is geen verplichting voor een einddatum in de omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning blijft gelden totdat deze wordt ingetrokken. Onder de Wabo geldt dat het college de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk kan intrekken, indien er gedurende drie jaar voor de OBM, en 26 weken voor de activiteit bouwen onderscheidenlijk de in de vergunning bepaalde termijn, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Dit is een bevoegdheid en geen verplichting. Een einddatum is dan ook niet nodig. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 9. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De bedrijfsactiviteiten vallen onder een hogere categorie dan 3.1. op basis van de richtafstanden van de VNG. Dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan Spijksedijk en geeft overlast aan de omliggende woonkernen. Categorie 3.1 is te hoog nabij een woonkern! Doordat er werkzaamheden plaatsvinden, is er overlast en stofemissie, dit mag niet worden overschreden en in dit geval zou er zeker geen sprake mogen zijn van een ontheffing voor een hogere categorie. De bedrijfsactiviteiten met betrekking tot bebouwing: twee woningen worden gebouwd maar zijn groter dan 150 m2.

Dit betekent dat er ook meerdere mensen gebruik maken van bijbehorende hallen en de overschrijdende activiteiten hoger zullen zijn. Dat is niet acceptabel. Het toestaan van activiteiten die in een hogere milieucategorie vallen dan 3.1 veroorzaken te veel hinder in de omgeving. Reactie gemeente Op het westelijk deel van de beoogde bedrijfslocatie zijn op basis van het bestemmingsplan ‘‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’ activiteiten toegestaan tot en met milieucategorie 3.1. Uit de toetsing blijkt dat de beoogde activiteiten op het westelijk deel van de locatie naar aard en omvang gelijk te stellen zijn aan een activiteit uit milieucategorie 3.1. en daarmee passend in de omgeving. Uit de m.e.r.-beoordeling volgt dat de uitvoering van de voorgenomen activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. Er is getoetst op en er zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van de toegestane bedrijfsactiviteiten. De omgevingsvergunning laat dus geen activiteiten toe die in een hogere milieucategorie vallen dan al bij rechte is toegestaan. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 10. Inhoudelijk punt uit de zienswijze

zaaknummer Z2023-00001850

pagina 11 van 15

De percelen Copera 5 en de Krib liggen binnen 50 meter van de beoogde bedrijfslocatie. Voor activiteiten die vallen onder milieucategorie 3.2 is de richtafstand vanuit de VNG richtafstanden 100 meter en is daarom strijd met het bestemmingplan dat alleen bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.1 toestaat. Het is niet te verwachten dat de gemeente Zevenaar hierop gaat handhaven. Reactie gemeente Uit de toetsing blijkt dat de beoogde activiteiten op het westelijk deel van de locatie naar aard en omvang gelijk te stellen zijn aan een activiteit uit milieucategorie 3.1. Er is getoetst op, en er zijn voorschriften opgenomen op de relevante milieuaspecten om te kunnen voldoen aan de richtafstanden. Er is daarmee sprake van een goede ruimtelijke ordening. Eventuele afwijkingen van de vergunde situatie in de praktijk zijn een handhavingskwestie, waarvoor het bevoegd gezag instrumenten beschikbaar heeft om op te treden. Dat betekent echter niet dat op voorhand moet worden uitgegaan van overschrijding of misbruik van de vergunning. Zolang wordt gehandeld binnen de vergunde voorwaarden, is er geen sprake van strijd met de regels of een ongewenste druk op het bevoegd gezag. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 11.

Inhoudelijk punt uit de zienswijze De stikstofberekeningen op basis van het AERIUS-programma zijn onjuist. Er is een verkeerde referentiesituatie gebruikt. De beoogde activiteiten zullen een negatieve impact hebben op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Reactie gemeente Naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ECLI:NL:RVS:2024:4909) waarbij intern salderen van stikstofruimte voor een nieuw project altijd vergunningplichtig is, heeft de initiatiefnemer op 22 januari 2025 separaat een vergunning aangevraagd voor de Natura-2000 activiteit bij de provincie Gelderland waardoor de aangehaakte Wet natuurbescherming toestemming ontkoppeld wordt en geen onderdeel meer uitmaakt van deze omgevingsvergunningprocedure. Dat het ontkoppelen van de natuurtoestemming mogelijk is, is tevens bevestigd door de Raad van State in (onder andere) een uitspraak van 29 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1160) met betrekking tot een andere omgevingsvergunning. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning.

Zaaknummer Z2023-00001850

pagina 12 van 15

12. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De aanvraag schetst een ideaalbeeld van de waarden en capaciteit van de activiteiten. Dit zou betekenen dat in de praktijk snel sprake zal zijn van overschrijding van de vergunde situatie waardoor het bevoegd gezag van de gemeente Zevenaar onder druk zal komen te staan. Reactie gemeente Het bevoegd gezag toetst niet aan verwachtingen over mogelijk toekomstig gedrag, maar aan de vergunde én aangevraagde activiteiten en de wettelijke kaders. Eventuele afwijkingen van de vergunde situatie in de praktijk zijn een handhavingskwestie, waarvoor het bevoegd gezag instrumenten beschikbaar heeft om op te treden. Dat betekent echter niet dat op voorhand moet worden uitgegaan van overschrijding of misbruik van de vergunning. Zolang wordt gehandeld binnen de vergunde voorwaarden, is er geen sprake van strijd met de regels of een ongewenste druk op het bevoegd gezag. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning. 13. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De waterbuffer ten oosten van perceel is niet volgens de ontwerpvergunning gebouwd, zoals opgenomen in de tekening van de huidige aanvraag. De waterbuffer moet daarom worden afgebroken. Reactie gemeente De realisatie van de waterbuffer is nog niet afgerond en vindt plaats vooruitlopend op de definitieve vergunningverlening.

De waterbuffer maakt onderdeel uit van de aanvraag en is opgenomen op de bij de aanvraag behorende tekening. Zolang de uitvoering nog niet is voltooid, kan niet worden vastgesteld of het eindresultaat zal afwijken van hetgeen is aangevraagd. Er is op dit moment geen grond om aan te nemen dat de realisatie structureel strijdig zal zijn met de aangevraagde en – bij verlening – te vergunnen situatie. Vooruitlopend op definitieve vergunningverlening bestaat daarom geen aanleiding om over te gaan tot verwijdering van de in aanbouw zijnde waterbuffer. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning.

14. Inhoudelijk punt uit de zienswijze

zaaknummer Z2023-00001850

pagina 13 van 15

Voor de gevraagde activiteiten geldt dat er maximaal 5 autowrakken opgeslagen mogen zijn. We verwachten dat er in werkelijkheid meer autowrakken worden opgeslagen dan toegestaan. We verwachten dat hierop onvoldoende of niet op gehandhaafd gaat worden door de gemeente Zevenaar. Reactie gemeente Eventuele afwijkingen van de vergunde situatie in de praktijk zijn een handhavingskwestie waarvoor het bevoegd gezag instrumenten beschikbaar heeft om op te treden. Dat betekent echter niet dat op voorhand moet worden uitgegaan van overschrijding of misbruik van de vergunning. Zolang wordt gehandeld binnen de vergunde voorwaarden, is er geen sprake van strijd met de regels of een ongewenste druk op het bevoegd gezag. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 15. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De vestiging van een metaalrecyclingbedrijf is in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘Spijksedijk 2012’. In de toelichting van dit bestemmingsplan wordt aangevoerd dat het bestemmingsplan de ontwikkeling van watergebonden bedrijvigheid beoogt en dat door het terrein op te delen in kleinere kavels, dit doel wordt ondermijnd. Tevens is een metaalrecyclingsbedrijf in strijd met gemeentelijk beleid en de structuurvisie voor riviergebonden bedrijvigheid en landschapsinpassing.

De locatie zou beter benut kunnen worden door een naastgelegen watergebonden bedrijf, wat ook positieve effecten zou hebben op overlast en stikstofemissie. Reactie gemeente De omgevingsvergunning wordt verleend om af te kunnen wijken van het bestemmingplan. In de overwegingen is bepaald dat sprake van een goede ruimtelijke ordening met inachtneming van de voorschriften. Wat betreft de suggestie dat het perceel beter benut zou kunnen worden door een naastgelegen watergebonden bedrijf, merken wij op dat dit een alternatieve invulling betreft, maar geen grond vormt voor afwijzing van de onderhavige aanvraag. De goede ruimtelijke ordening van het huidige initiatief staat los van eventuele andere invullingen. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning.

16. Inhoudelijk punt uit de zienswijze

Zaaknummer Z2023-00001850

pagina 14 van 15

In de aanvraag zijn oude stukken hergebruikt. Deze documenten dienen aangepast te worden aan de eisen zoals gesteld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en/of de Omgevingswet 2024. Reactie gemeente Bij het indienen van een aanvraag is het toegestaan bestaande stukken te hergebruiken, mits deze nog actueel, volledig en relevant zijn voor de beoordeling van het aangevraagde plan. In deze aanvraag is beoordeeld of de overgenomen stukken voldoen aan de inhoudelijke eisen die voortvloeien uit de vigerende wet- en regelgeving. Nu de aanvraag onder overgangsrecht reeds is ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijven de regels van de Wabo van toepassing. Uit toetsing blijkt dat de ingediende stukken voldoende informatie bevatten om een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Er is dan ook geen juridische grond om de aanvraag af te wijzen op basis van hergebruik van eerder ingediende documenten, zolang deze aan de inhoudelijke eisen voldoen. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning.

zaaknummer Z2023-00001850

pagina 15 van 15

Bonekamp Advies Twello

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Toelichting bij a

aan

Milieutoets

(Obm)

van

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Voor de

vestiging aan de Copera 10 te Spijk

Gemeente Team

Zevenaar

vergunningen

en

handhaving

Afdeling vergunningen Stempel

datum

[Bonekamp

Advies

van

ontvangst:

Datum: Auteur: Telefoon:

Opdrachtgever:

Projectnummer:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 150817HL

(aangevuld

10

januari 2024)

Bonekamp Advies Twello

te

Administratieve

1.1.

Gegevens

(geanonimise rd) (geanonimiseerd)

Naam

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Postadres

Postcode/plaats Telefoonnummer

(geanonimiseerd)

E-mailadres KvK-nummer 1.2.

Gegevens bedrijf bedrijf (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Naam

(geanonimiseerd)

Vestigingsadres

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

plaats Telefoonnummer E-mailadres 1.3.

Gegevens contactpersoon van het bedrijf t.b.v. de melding (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Naam

(geanonimise rd)

Functie Telefoonnummer E-mailadres

Inhoudelijke vrage

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Naam: Postadres

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Postcode/plaats Functie Telefoonnummer

(geanonimiseerd)

E-mailadres

1.4

gegevens

melder

_ Ligging bedrijf

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) ‚vee

jaren gevestigd aan de WE (geanonimiseerd) fe ON (geanonimiseerd) fet beorijfsterrein daar ís te klein geworden. Het bedrijf verhuist daarom naar een nieuwe locatie aan de Copera 10 (2 en 4) te Spijk. Deze melding heeft betrekking verhard sorteerworden

Zie

voor

opslagterrein aanwezig.

en

gerealiseerd.

bedrijfswoningen de

150817HL

en

OBM

aan

de

op de

Copera

te

In de toekomst zal een nieuwe

bedrijfsterrein heeft adres Copera

gerealiseerd,

ligging afbeeldingen

Versie definitief d.d.

projectnr.:

Het grote

worden

Toelichting bij melding

op de nieuwe locatie

hebben adres

Copera

10

en

Spijk. Op deze locatie ís een bedrijfshal en bedrijfswoningen

de twee kleinere

percelen

waar

Pagina

33

2 en 4,

volgende pagina.

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

15 november 2022

(aangevuld

10

januari '24)

2

van

de

Bonekamp Advi Twello

Copera

's-Gravenwardsegj joybauradiog

à

vensjoysbuijsan LS &

a4

td

Versie definitief d.d.

projectnr.:

150817HL

en

OBM

FS 5

adikenweg*“£

À

Toelichting bij melding

Anjerswat

a

“Batav,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

15 november 2022

(aangevuld

10

fanuari '24)

Pagina

3

van

33

Bonekamp Advies Twello

(geanonimiseerd) geanonimise rd)

Het

bedrijf is gelegen

in:

__O

centrum

O

woonwijk

Y_

bedrijfsterrein

O

woon-/werkgebied

O

buitengebied

O

grondwaterbeschermingsgebied

O

boringsvrije zone

O

anders, nl.

Het betreft:

1) 2 bouwkavels (kavel A en kavel B), Copera

2

en

met

bestemming wonen/werken, gelegen

4, kadastraal bekend gemeente Lobith

gezamenlijk oppervlakte

circa 5.000 vierkante

2) de industriekavel (kavel E),

met

Spijk,

sectie A nummers

Rijnwaarden,

2192

en

aan

2193,

meter;

bestemming

Copera 10, kadastraal bekend gemeente

en

te

Lobith

industrieel en

Spijk,

gebruik, gelegen sectie A,

nummer

te

Rijnwaarden,

2194

afmeting

de

aan

circa

10.000 vierkante meter;

3) de toegangsweg, de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=e93aeeab-9292-4bdf-af99-a52aca4bb322