CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Middelen 20 november 2025, gemeente Zevenaar35.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Middelen 2022-2026 van 20 november 2025 Agenda bijlagen Agenda commissie Middelen 20 november 2025 1 Opening 2 Beëdiging nieuwe commissieleden 2.a Beëdiging commissielid de heer H.J.G. (Erik) Lamers (VVD) In de raadsvergadering van 28 oktober 2025 is de heer H.J.G. (Erik) Lamers als commissielid namens de fractie VVD benoemd. Beëdiging van de heer Lamers vindt in deze vergadering plaats. 2.b Beëdiging commissielid mevrouw C.J.C. (Claudia) Meurs (Lokaal Belang) In de raadsvergadering van 28 oktober 2025 is mevrouw C.J.C. (Claudia) Meurs als commissielid namens de fractie Lokaal Belang benoemd. Beëdiging van mevrouw Meurs vindt in deze vergadering plaats. 2.c Beëdiging commissielid de heer M.F. (Marcel) Moes (D66) In de raadsvergadering van 28 oktober 2025 is de heer M.F. (Marcel) Moes als commissielid namens de fractie D66 benoemd. Beëdiging van de heer Moes vindt in deze vergadering plaats. 3 Vaststellen agenda De commissie wordt gevraagd de agenda vast te stellen. 4 Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie wordt gevraagd het verslag van de vergadering van 23 oktober 2025 vast te stellen. Verslag commissie Middelen 23 oktober 2025 (concept) 5 Inspraak De volgende inspreker heeft zich gemeld: de heer J. (Jos) Roemaat spreekt in namens de organisatie Initiatiefgroep Hengelder over Ontwikkelingen sportpark Hengelder.

1277529 - Inspreektekst Initiatiefgroep Hengelder over Ontwikkelingen sportpark Hengelder 6 Z/25/493985 Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging Gemeente Zevenaar Portefeuillehouder: Lucien van Riswijk Raadsvoorstel - en besluit 1255992 - Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar Bijlage 1. 1258541 - Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar Bijlage 2. 1258551 - Was-wordt lijst Algemene plaatselijke verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar Bijlage 3. 1273128 - Wijzigingsbesluit Algemene plaatselijke verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar. Bijlage 4. 1273119 - Handreiking districtelijk model APV ‘ondermijningsproof’ Samen Weerbaar 7 Agenderingsverzoeken commissie - agenderingsverzoek fractie Sociaal Zevenaar Sportpark Hengelder De leden van de commissie kunnen agenderingsverzoeken aan de commissie voorleggen. De fractie Sociaal Zevenaar heeft bijgaand agenderingsverzoek over Sportpark Hengelder ingediend naar aanleiding van raadsinformatiebrief 25-543 Update Sportpark Hengelder. Agenderingsverzoek Sociaal Zevenaar - Sportpark Hengelder Bijlage 1. 25-1082 251120 Beantwoording SV Sociaal Zevenaar 251105 ontwikkelingen Sportpark Hengelder Bijlage 2.

RIB 25-543 1274189-Update Sportpark Hengelder Bijlage 2.1 Dekkingsplan Sportpark Hengelder Bijlage 2.2 IND-491932-05B Eindrapportage Voorkeursscenario Sportpark Hengelder Zevenaar 8 Mededelingen portefeuillehouders Gelegenheid voor de portefeuillehouders om namens het college korte actuele en urgente mededelingen te doen. 9 Vragen aan het college De leden van de commissie kunnen vragen stellen aan het college. Door de fractie van het CDA zijn schriftelijke vragen ter mondelinge beantwoording ingediend over "Autodiefstal en -inbraken Groot Holthuizen en de Tol". 10 Sluiting

Agenda Commissie Middelen 20 november 2025 Tijd

19:30 uur

Locatie

Raadzaal

Voorzitter

J. Hugen

1

Opening

2

Beëdiging nieuwe commissieleden 2.a Beëdiging commissielid de heer H.J.G. (Erik) Lamers In de raadsvergadering van 28 oktober jl. is de heer H.J.G. (Erik) Lamers als commissielid voor de fractie VVD benoemd. Beëdiging van de heer Lamers vindt in deze vergadering plaats. 2.b Beëdiging commissielid mevrouw C.J.C. (Claudia) Meurs In de raadsvergadering van 28 oktober jl. is mevrouw C.J.C. (Claudia) Meurs als commissielid voor de fractie Lokaal Belang benoemd. Beëdiging van mevrouw Meurs vindt in deze vergadering plaats. 2.c Beëdiging commissielid de heer M.F. (Marcel) Moes In de raadsvergadering van 28 oktober jl. is de heer Moes als commissielid voor de fractie D66 benoemd. Beëdiging van de heer Moes vindt in deze vergadering plaats.

3

Vaststellen agenda De commissie wordt gevraagd de agenda vast te stellen.

4

Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie wordt gevraagd het verslag van de vergadering van 23 oktober jl. vast te stellen.

5

Z/25/493985 Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging Gemeente Zevenaar Portefeuillehouder: Lucien van Riswijk Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar vast te stellen.

Pagina 1

6

Agenderingsverzoeken commissie - agenderingsverzoek fractie Sociaal Zevenaar Sportpark Hengelder De leden van de commissie kunnen agenderingsverzoeken aan de commissie voorleggen. De fractie Sociaal Zevenaar heeft een agenderingsverzoek over Sportpark Hengelder ingediend naar aanleiding van raadsinformatiebrief 25-543 Update Sportpark Hengelder.

7

Mededelingen portefeuillehouders Gelegenheid voor de portefeuillehouders om namens het college korte actuele en urgente mededelingen te doen.

8

Vragen aan het college De leden van de commissie kunnen vragen stellen aan het college.

9

Sluiting

Zevenaar, 2o oktober 2025. Namens de Agendacommissie, Chiel Claassen, commissiegriffier

Pagina 2

Verslag commissie Middelen d.d. 23 oktober 2025 De beraadslagingen zijn terug te kijken en luisteren op de website van de gemeente Zevenaar op: https://channel.royalcast.com/zevenaar/#!/gemeentezevenaar/20251023_1 Tijd Locatie Voorzitter Commissiegriffier Aanwezigen

College Afwezig

1

19:30 - 21:44 uur Raadzaal Jelle Hugen Chiel Claassen Tjeerd Boekhorst (Lokaal Belang), Edwin Buil (WijZZ), Nanne van Dellen (WijZZ), Willy van Dinther (CDA), Koen Godschalk (GroenLinks), Ingrid van Helvert (D66), Freek Jansen (CDA), Marcel Lap (PvdA), Huub Meijer (Sociaal Zevenaar), Nathani Niebuur-Sluiter (PvdA), Lotte van der Velden (Lijst van der Velden), Danny van Voorst (VVD) en Pascal de Winkel (VVD) Arthur Boone (wethouder) en Lucien van Riswijk (burgemeester) Martin Bloemberg (VVD) en Martin Witjes (Ons Zevenaar)

Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:30 uur. Mededelingen: - De voorzitter deelt mede dat de raad op 25 september 2025 een schriftelijke mededeling heeft ontvangen van de heer S. (Stijn) Reintjes, commissielid namens de fractie van Lokaal Belang, waarin hij zijn ontslag als commissielid indient. Zijn installatie in deze vergadering vindt om die reden niet plaats. De voorzitter dankt hem voor zijn betrokkenheid bij de gemeente Zevenaar. - De voorzitter deelt mede dat de raad op 29 september 2025 een schriftelijke mededeling heeft ontvangen van de heer D.M.T. (Danny) van Voorst, commissielid namens de fractie van de VVD, waarin hij zijn ontslag als commissielid indient. De voorzitter dankt hem voor zijn werkzaamheden in de commissie.

2

Vaststellen agenda De commissie stelt de agenda ongewijzigd vast.

3

Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie stelt het verslag van de vergadering van 12 juni 2025 ongewijzigd vast.

4

Z/25/495875 2e Voortgangsrapportage 2025 Portefeuillehouder: Arthur Boone Voorgesteld besluit: Wij stellen u voor om: 1. de tweede voortgangsrapportage 2025 vast te stellen overeenkomstig het aangeboden ontwerp;

Pagina 1

2. in te stemmen met ‘stand van zaken’ en ‘voorstel raad’ zoals bij de resultaten met een oranje status aangegeven; 3. het voordelig saldo van deze rapportage ten gunste brengen van het begrotingsresultaat 2025; 4. in te stemmen met het opheffen van zeven reserves, met een € 0,00 saldo, in verband met opschoning. Toezeggingen: Wethouder Boone zegt toe dat het college de vraag van de fractie van WijZZ over “hoe het participatietraject met betrekking tot de ontwikkeling van het BAT-terrein is gelopen, in relatie tot recente berichtgeving over communicatie met inwoners in de media?” schriftelijk zal beantwoorden. Advies: De commissie adviseert dit agendapunt als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 28 oktober 2025. 5

Z/25/497405 Meerjarenbegroting 2026-2029 Portefeuillehouder: Arthur Boone Voorgesteld besluit: Wij stellen u voor om: 1. De meerjarenbegroting 2026-2029 vast te stellen overeenkomstig het aangeboden ontwerp; 2. In het begrotingsjaar 2026 een bedrag van € 2.148.000 te onttrekken aan de algemene reserve om de begroting sluitend te maken; 3. In te stemmen met het Meerjareninvesteringsplan (MJIP) voor de jaren 20262029; 4. In te stemmen om € 500.000 uit de bestemmingsreserve Duurzaamheid beschikbaar te stellen voor de verduurzaming van het dak van de Turmac Cultuurfabriek en hiervoor een kapitaallastenreserve “vervangen dakbedekking en zonnepanelen Turmac Cultuurfabriek” te vormen. Advies: De commissie adviseert dit agendapunt als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 5 november 2025.

6

Z/25/494814 Afdoening motie Uitspreken intentie tot gemeentelijke fusie Portefeuillehouder: Lucien van Riswijk Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld: 1. de intentie uit te spreken om een herindelingsproces te starten met de gemeenten Westervoort, Duiven en Doesburg, gericht op een bestuurlijke fusie per 1 januari 2029 met in achtneming van de onder beslispunt 2 geformuleerde uitgangspunten; 2. de volgende uitgangspunten en bijbehorende Zevenaarse uitgangspuntennotitie vast te stellen als input voor het college om te komen Pagina 2

3. 4. 5.

6. 7.

8. 9.

tot een uitgangspuntennotitie die zal dienen als vertrekpunt voor de gemeente Zevenaar in het herindelingsproces: - de herindeling wordt gebaseerd op basis van begrip en respect voor elkaars karakter en positie; - inzicht in de sociale structuren binnen de Liemers voorafgaand aan principebesluiten. Als basis voor participatie en versterking na principebesluiten. - nadat de Liemerse raden allen een principebesluit hebben genomen worden door middel van een inwonerpeiling en gesprekken met stakeholders (zoals dorpsraden, verenigingen en stichtingen) de wensen, zorgen en aandachtspunten rondom nabijheid, verbinding en bereikbaarheid opgehaald; - inzicht in de financiële effecten van een herindeling tussen de vier Liemerse gemeenten en de kansen en risico’s daarbinnen; - in de Liemerse uitgangspuntennotitie is aandacht voor het borgen van (in Zevenaar) ingezette structurele verbetering van bestuurlijke en ambtelijke slagkracht, met (behoud van) deskundigheid en zonder verlies van lokale nabijheid; - de uitkomsten van deze onderzoeken, zowel ten aanzien van de sociale structuur als de financiële effecten, vormen mede input voor de met de andere gemeenten op te stellen Liemerse investeringsagenda; - oog voor de impact van beleidsharmonisatie; - incidentele lasten volgend uit het herindelingsproces worden gedekt door de provincie Gelderland, dan wel vanuit de incidentele Arhigelden.

kennis te nemen van de uitgevoerde financiële analyse; de motie ‘Uitspreken intentie tot gemeentelijke fusie’ als afgedaan te beschouwen; het college de opdracht te geven om, op basis van de onder beslispunt 2 geformuleerde Zevenaarse uitgangspunten, samen met de betrokken gemeenten een Liemerse uitgangspunten notitie op te stellen waarin de meerwaarde, randvoorwaarden en risico’s worden onderzocht; het college opdracht te geven om een Liemerse investeringsagenda voor te bereiden en u hierover in december 2025 via een raad in gesprek te informeren; het college opdracht te geven om u uiterlijk 28 januari 2026 mee te nemen in de uitkomsten van de verdere verkenning, waaronder de Liemerse uitgangspuntennotitie, met het oog op het te nemen principebesluit om al dan niet over gaan tot het opstellen van een herindelingsontwerp; de bereidheid uitspreken om gemeente Doesburg ambtelijk te ondersteunen gedurende het proces om te komen tot de nieuwe Liemerse gemeente; vooralsnog een bedrag van € 100.000,- beschikbaar te stellen in 2026 ten behoeve van de uitvoering van de opdrachten in deze verkenningsfase en deze te dekken uit de algemene reserve.

Advies: De commissie adviseert dit agendapunt als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 28 oktober 2025. Pagina 3

7

Agenderingsverzoeken commissie Er zijn geen agenderingsverzoeken door de fracties ingediend.

8

Mededelingen portefeuillehouders Er zijn geen mededelingen gedaan.

9

Vragen aan het college Er zijn geen vragen gesteld aan het college.

10

Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 21:44 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Middelen, gehouden op 20 november 2025, de commissiegriffier, Chiel Claassen

de voorzitter, Jelle Hugen

Pagina 4

Tekst voor de inspraak bij de Commissie Middelen op 20 november 2025. Onderwerp: Hengelder, wat nu? Dames en heren, Omdat in deze Commissie vragen zijn gesteld en de Commissie Samenleving niet doorgaat nemen we de vrijheid de inspraak in uw commissie te benutten om onze opstelling inzake Hengelder niet alleen in financiële zin met u te delen. We doen dat namens de verenigingen en kunstgrasstichtingen op Hengelder. Zoals u weet hebben we vanuit het burgerinitiatief al zeker 5 jaar gewerkt aan plannen om van Hengelder het sport- en beweegpark voor de toekomst te maken. Daarvoor hebben we in 2023 een plan met vooral de ambities van de sporters en die van uw gemeente uit het beleidsplan Sport en Bewegen opgesteld en aan u gepresenteerd. Daarna is door de gemeente het plan uitgewerkt en uitgebouwd, wat helaas bij de laatste berekeningen uiteindelijk te ambitieus is gebleken. Wij hebben geen behoefte om de details daarover uit te persen: wanneer je alle velden en gebouwen op het park gaat verplaatsen wordt het simpelweg voor gemeente en sportverenigingen te duur. Dat is voor ons een enorme teleurstelling. Voor ons is de eerste realiteit dat er moet worden teruggeschakeld naar een haalbaar ambitieniveau. Daarbij gaan we uit van het behoud van zo veel mogelijk velden op de huidige plaats, zoals we dat in 2023 ook al hadden geformuleerd.

Gaan we dan terug naar af? Neen, want we blijven de ambities behouden en we hebben nu enorm veel kennis verzameld over mogelijkheden, kosten en ambities, die we de komende tijd goed kunnen gebruiken. Zoals het eindbeeld van een gezamenlijk clubgebouw. Ondertussen is er ook de tweede realiteit en dat is de kwaliteit van de velden. Zowel de grasvelden als in hoge mate de kunstgrasvelden. Zoals we vanaf het begin hebben ingeschat is 2025 spannend. De velden zijn minimaal 13 tot 20 jaar oud en zijn op. Met goed onderhoud door onze vrijwilligers en gespecialiseerd onderhoud lukt het niet meer de velden altijd bespeelbaar te houden. Vervanging van de toplagen, zoals ook in de overeenkomsten tussen de Stichtingen en de gemeente is vastgesteld is nu onontkoombaar. Afgelopen zomer hebben we bij HVZ al het eerste veld gerenoveerd. Wij willen en moeten nu als de wiedeweerga de voorbereidingen treffen om tijdig ( komende zomer tussen juni en augustus ) het werk te kunnen klaren. Wij werken daarvoor met de wethouder en ambtenaren samen aan een voorstel aan u, met de exacte hoogte van de benodigde investering. De Stichtingen pakken de uitvoering op. Daar is voor een deel van de kosten gelukkig een renovatiereserve aanwezig. Daarnaast zien we twee grote knelpunten opdoemen. Noem het de “plus-ambitie”.

Door sterke toename van het aantal leden is het noodzakelijk om voor alle bijna 1800 voetballers meer uren veldcapaciteit te realiseren. Plat gezegd: om alle trainingen en wedstrijden te laten plaatsvinden is er een extra voetbal kunstgrasveld nodig. Dat zouden we eigenlijk in de aanbesteding mee willen nemen. Ten tweede is er grote behoefte aan een overdekte trainingshal. Uitdrukkelijk geen traditionele sporthal. Het is van levensbelang voor de zaalperiode van de korfbal en hockeyvereniging om een hal ter beschikking te hebben. Nu bestaat er een groot tekort aan mogelijkheden en blijven de meest onmogelijke trainingstijden over en haken veel sporters af.

Bovendien ontstaat door een dergelijke hal ook ruimte voor andere verenigingen ( zaalvoetbal , handbal ) en andere activiteiten en wellicht verenigingen die nu ook al problemen hebben met het vinden van ruimte. Wat wij zeker zo belangrijk vinden: in deze eenvoudige hal kunnen BSO ( al aanwezig op Hengelder ) en zorgpartijen de uren overdag invullen. Multifunctioneler kan ik mij niet voorstellen. En we zijn in gesprek met een partij die de wens heeft geuit te willen mee-investeren. We doen dit beroep ook op u, omdat onze ambities vanuit het burgerinitiatief blijven. En we na 5 jaar studeren uiteindelijk nog een aantal uitgangspunten van het gemeentelijk sportbeleid ook in deze variant kunnen realiseren. Samenwerking, multifunctioneel gebruik, meer beweegmogelijkheden voor meer dan 2500 sporters. De ambitie is om uiterlijk januari met een voorstel naar de Raad te komen, zodat in ieder geval de noodzakelijke vervangingsinvesteringen in de kunstgrasvelden doorgang kunnen vinden. Wij willen u vragen de wethouder te verzoeken in elk geval de “plus ambitie” met ons in dat voorstel mee te nemen. Wim Bless Jos Roemaat Namens de clubs op Hengelder

Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille

Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar Z/25/493985 INT/25/1255992 Lucien van Riswijk Openbare Orde & Veiligheid

1. Samenvatting Het raadsvoorstel heeft als doel om de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar (hierna: APV) vast te stellen. Er is een uitvraag gedaan bij relevante interne en externe partners om te inventariseren welke wensen er zijn met betrekking tot de APV. Daarnaast zijn er redactionele wijzigingen doorgevoerd vanuit de Handreiking APV ‘ondermijningsproof’ van de werkgroep ‘Samen Weerbaar’ om de APV ondermijningsproof te maken. Een belangrijke inhoudelijke wijziging van de APV is de wijziging in artikel 2:74 drugshandel op straat. 2. Raadsvoorstel Wij stellen u voor om: 1. de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar vast te stellen; 3. Waarom naar de raad De raad is op basis van artikel 147 en 149 van de Gemeentewet bevoegd om gemeentelijke verordeningen vast te stellen over lokale aangelegenheden en die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. 4. Doelstelling en beoogd resultaat Om de veiligheid en leefbaarheid voor de inwoners van gemeente Zevenaar te vergroten is het up-to-date houden van de APV noodzakelijk. Met het actualiseren van de APV is deze in lijn met de laatste wet- en regelgeving vanuit de Handreiking APV ‘ondermijningsproof’ van de werkgroep ‘Samen Weerbaar’. 5.

Argumenten en alternatieven Argumenten We voeren jaarlijkse redactionele wijzigingen door Dit jaar heeft de VNG geen modelverordening voor de APV opgesteld. De VNG voorziet wel een ingrijpende herziening van de model APV eind 2026 om de APV aan te passen aan de Omgevingswet en het omgevingsplan. Met deze wijzigingen voeren we slechts wijzigingen door op advies van de werkgroep ‘Samen Weerbaar’ om de APV ondermijningsproof te maken. Dit zijn soms ook enkel redactionele of tekstuele aanpassingen. Zie hiervoor de ‘was-wordt lijst’ Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar, bijlage 2, bij dit raadsvoorstel.

Wijziging in artikel 2:74 ‘drugshandel op straat’ De omschrijving van de overtreding wordt duidelijker gesteld. De wijziging wordt uitgebreid en richt zich nu ook tot het ‘ophouden op een openbare plaats met het kennelijke doel om..’. Daarnaast is het artikel geactualiseerd door ook designerdrugs onder de reikwijdte te brengen, door een verwijzing naar artikel 2a van de Opiumwet toe te voegen. Wijziging van benamingen vanwege de komst van de Omgevingswet Meerdere typen wetgeving worden samengevoegd in de Omgevingswet. Hierdoor moeten er redactioneel nog enkele oudere benamingen van wetten vervangen worden door de Omgevingswet deze worden vooruitlopend op de herziening van de model APV in 2026 al verwerkt. Alternatieven Niet van toepassing. 5 Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? De APV wordt jaarlijks geëvalueerd en gewijzigd op basis van documenten van de VNG en op basis van ambtelijke en bestuurlijke afstemming. 6 Klimaat en duurzaamheid Niet van toepassing. 7 Communicatie De vernieuwde APV wordt bekendgemaakt in het digitale gemeenteblad. De vernieuwde APV sturen wij naar het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Oost-Nederland en de Politie-eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, basisteam Rivierland-Oost. 8 Kosten, baten en dekking De actualisatie van de APV brengt geen extra kosten met zich mee.

9 Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1.

Documentnummer INT/25/1258541

2.

INT/25/1258551

3.

UIT/25/1273128

4.

INK/25/1273119

zaaknummer Z/25/493985

Naam Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar Was-wordt lijst Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar Wijzigingsbesluit Algemene plaatselijke verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar. Handreiking districtelijk model APV ‘ondermijningsproof’ Samen Weerbaar

pagina 2 van 4

Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen

zaaknummer Z/25/493985

De burgemeester Lucien van Riswijk

pagina 3 van 4

Raadsbesluit onderwerp zaaknummer documentnummer

Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar Z/25/493985 INT/25/1255992

De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar; gelet op artikel 147 en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: 1.

de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar vast te stellen;

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 26 november 2025 De griffier Lennart Sluis {{ZTA:Type(certificate):Signatory(0):Size(140:45)}}

zaaknummer Z/25/493985

De burgemeester Lucien van Riswijk {{ZTA:Type(certificate):Signatory(1):Size(140:45)}}

pagina 4 van 4

Algemene Plaatselijke Verordening 2025 gemeente Zevenaar

1e wijziging

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Hoofdstuk 2. Openbare Orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 1 van 54

Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden Afdeling 2. Betoging Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken Afdeling 4. Vertoningen op de weg Afdeling 5. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Afdeling 6. Veiligheid op de weg Afdeling 7. Evenementen Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen Afdeling 8a. Bijzondere bepalingen voor paracommerciële instellingen Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffing van nachtverblijf Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden Afdeling 11. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Afdeling 12. Bepalingen tegen bestrijding van heling van goederen Afdeling 13. Vuurwerk Afdeling 14. Drugsoverlast Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Afdeling 16. Voor publiek openstaande gebouwen

Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1. Algemene bepalingen Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Afdeling 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Afdeling 5. kamperen buiten kampeerterreinen

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 2 van 54

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen Afdeling 2. Collecteren Afdeling 3. Venten Afdeling 4. Standplaatsen Afdeling 5. Snuffelmarkten Afdeling 6. Openbaar water Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Afdeling 8. Verbod vuur te stoken Afdeling 9. Verstrooiing van as Afdeling 10. Straatnaamborden, huisnummers e.d.

Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 3 van 54

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; b. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; f.

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i.

bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is

j. onder het centrum van Zevenaar wordt verstaan: het gebied tussen Kampsingel, Bommersheufsestraat, Schoolstraat, Didamsestraat, Wittenburgstraat, Weverstraat, de Markt, Kerkstraat, Nieuwe Doelenstraat, Molenstraat, Schievestraat en Haspelstraat; k.

bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

l.

college: het college van burgemeester en wethouders;

m. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; n. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; o. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990,

met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; p. burgemeester: de burgemeester van de gemeente Zevenaar.

Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste zes weken verdagen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 4 van 54

Artikel 1:3 Indiening aanvraag (Vervallen)

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing , intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e.

de houder dit verzoekt.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

bepaald of

2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid;

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 5 van 54

c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan, onverminderd het elders in deze verordening bepaalde, een toestemming weigeren. Indien de aanvrager voorschriften, verbonden aan een eerdere toestemming voor een soortgelijke activiteit of beperkingen waaronder zo’n toestemming is verleend, niet heeft nageleefd en het vermoeden gerechtvaardigd is dat indien de gevraagde toestemming wordt verleend, hij ook daaraan verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij zou worden verleend, niet zal naleven. 3. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager deze nodig heeft.

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 6 van 54

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Een ieder die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6.

Op de aanvraag om een vergunning / ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 2. Betoging Artikel 2:2 Optochten [gereserveerd]

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f.

maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 7 van 54

3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.

Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)

Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)

Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 8 van 54

Afdeling 4. Vertoningen op de weg Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. (Vervallen; opgenomen in artikel 2:25)

Artikel 2:8 Dienstverlening (Vervallen)

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 5. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats Vervallen. Opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 2:11 Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Vervallen. Opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg

Vervallen. Opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Afdeling 6. Veiligheid op de weg Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid (Vervallen)

Artikel 2:14 Winkelwagentjes Vervallen. Opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 9 van 54

Vervallen. Opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. (Vervallen)

Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. (Vervallen)

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen Vervallen. Opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Vervallen. Opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Vervallen)

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Vervallen. Opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn (Vervallen)

Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs (Vervallen)

Afdeling 7. Evenementen Artikel 2:24 Definities Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theathervoorstellingen; bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 10 van 54

f.

activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze verordening;

g. de van gemeentewege georganiseerde jaarlijkse kermissen; h. sportwedstrijden, niet zijnde: vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder f; en vriendschappelijke- dan wel oefenwedstrijden met ten minste één Nederlandse of buitenlandse BVO als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder g; 2. Onder evenement wordt mede verstaan een: a. herdenkingsplechtigheid; b. braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging, als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artkel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; straatfeest of buurtbarbecue op één dag (een klein evenement); f.

door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s;

g. vriendschappelijke- dan wel oefenwedstrijden met ten minste één Nederlandse of buitenlandse BVO (betaald voetbal organisatie); 3. In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement plaatsvindt tussen 10.00 en 23.00 uur; c. er geen verkeersmaatregelen vereist zijn, anders dan het onttrekken van parkeerplaatsen en het eventueel afsluiten van een straat met een beperkte verkeersfunctie; d. het evenement voldoet aan de risicocategorie 0 ‘te melden evenement’; e. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; 4. Evenementen worden op basis van de uitkomst van een risicoscan ingedeeld in de volgende risicocategorieën: a. Te melden evenement (0) ‘Evenement’ waarbij geen risico’s te verwachten zijn voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en die geen maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag. b.

Regulier evenement (A): ‘Evenement’ waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. c. Aandachtsevenement (B): ‘Evenement’ waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. d. Risicovol evenement (C): ‘Evenement’ waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 11 van 54

Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen aangeleverd voor zover het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen tien werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden. 5. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s. 7.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 8. Als ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan. 9. Op de aanvraag om een vergunning / ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:25a Meerjarenvergunning 1. De burgemeester kan besluiten om voor jaarlijks terugkerende evenementen een meerjarenvergunning te verlenen. 2. Een meerjarenvergunning geldt voor maximaal drie jaar. 3. Een meerjarenvergunning kan onder de volgende voorwaarden worden verleend: a. het evenement vindt al minstens drie jaar in de gemeente Zevenaar plaats; b. het betreft een evenement in de risicocategorie A of B; d. er zijn geen eerdere negatieve ervaringen opgedaan; e. er zijn uit voorgaande jaren geen gegrond verklaarde bezwaren bekend; f.

er is sprake van geringe risico’s t.a.v. de openbare orde en veiligheid, een en ander ter beoordeling van politie/brandweer en burgemeester;

g. het evenement wijzigt jaarlijks niet of nauwelijks qua aard en omvang en wordt elk jaar op dezelfde locatie gehouden; 4. De meerjarenvergunning kan worden ingetrokken wanneer: a. er sprake is van substantiële wijzigingen in de aard, omvang of locatie;

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 12 van 54

b. de voorschriften niet worden nageleefd; c. zich een calamiteit heeft voorgedaan; d. er zwaarwegende klachten zijn binnengekomen; e. de burgemeester dit om andere redenen noodzakelijk acht.

Artikel 2:26 Ordeverstoring en beëindiging evenement 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. De burgemeester kan, indien het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen, de zedelijkheid of gezondheid, dan wel het woon- en leefklimaat dit vordert, het bevel geven een evenement te beëindigen. 3. Degene die een evenement organiseert dan wel bij een evenement feitelijk de leiding heeft, is verplicht: a. dat evenement onverwijld te beëindigen indien de burgemeester hiertoe een bevel geeft; b. ervoor te zorgen dat, nadat het onder a bedoeld bevel door de burgemeester is gegeven, geen publiek meer tot het evenement toegelaten wordt; c. ervoor te zorgen dat ambtenaren van politie te allen tijde toegang hebben tot het evenement. 4. Indien een evenement gepaard gaat of dreigt te gaan met een ernstige verstoring van de openbare orde is degene die dat evenement organiseert of bij dat evenement feitelijk de leiding heeft, verplicht op bevel van een ambtenaar van politie het evenement onverwijld te beëindigen en geen publiek meer tot het evenement toe te laten. 5. Het is verboden aanwezig te zijn bij een evenement ten aanzien waarvan een bevel, als bedoeld in het tweede lid of in het vierde lid gegeven is. 6.

Indien een evenement is verboden of een bevel tot beëindiging als bedoeld in het tweede lid of in het vierde lid is gegeven, is een ieder die zich op de plaats of in de directe nabijheid van het evenement bevindt, op eerste vordering van een ambtenaar van politie of brandweer verplicht zich terstond te verwijderen in de door die ambtenaar bevolen richting. 7. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 8. Het verbod van lid 7 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definities Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe of latere consumptie worden bereid of verstrekt, of waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet, etenswaren

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 13 van 54

worden bereid om te worden afgehaald. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, (afhaal)restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel van de inrichting waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt; c. exploitant: degene die een openbare inrichting exploiteert; d. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning, bedoeld in artikel 2:28, eerste lid van deze verordening is verleend; e. leidinggevende: leidinggevende als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; f. bezoeker: eenieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: i.

leidinggevenden;

ii.

de gezinsleden van de vergunninghouder, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;

iii.

personen die dienst doen in de inrichting;

iv.

de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht; personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.

v.

Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester: a. een openbare inrichting te exploiteren; b. één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren.

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren indien er gesproken kan worden van slecht levensgedrag van de horeca ondernemer of de horeca ondernemer heeft de leeftijd van 21 jaar niet bereikt of staat onder curatele 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren indien er gesproken kan worden van slecht levensgedrag van de horeca ondernemer of de horeca ondernemer heeft de leeftijd van 21 jaar niet bereikt of staat onder curatele. 2.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat; a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de financier, exploitant, eigenaar en/of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; d. sport-, school- of bedrijfskantine of – restaurant uitsluitend voor zover deze als zodanig in gebruik is;

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 14 van 54

e. rouwcentrum, begraafplaats en crematorium; f. para commerciële instelling. 4. Onverminderd het gestelde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen indien:

5.

6. 7.

a.

de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting de bepalingen in deze afdeling, dan wel de voorschriften of beperkingen, behorende bij de vergunning, overtreedt;

b.

aannemelijk is, dat de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting, dan wel de vrees hiertoe wettigen;

c.

de vergunninghouder of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;

d.

de vergunninghouder of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid;

e.

de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;

f.

zich in de betrokken openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;

g.

niet langer wordt voldaan aan de in artikel 2:28, tweede lid, gestelde eisen;

h.

de vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 2:28c, eerste lid om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2:28c, vierde lid;

i.

er sprake is van een gewijzigde exploitatie of vergunninghouder, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd;

j.

de vergunninghouder in de artikelen 2:28c, eerste lid en 2:28e bedoelde gevallen geen melding als in die artikelen bedoeld heeft gedaan.

De burgemeester kan op verzoek of ambtshalve vrijstelling verlenen van het verbod genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet indien zich in de achttien maanden voorafgaand aan de dag waarop het verzoek om vrijstelling is ontvangen geen: a. incidenten gepaard gaande met geweld, het schenken van alcohol aan minderjarigen, overlast of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting en/of handhavingsincidenten hebben plaatsgevonden. De vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het zesde lid, aanhef en onder a. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het zesde lid.

Artikel 2:28a Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning 1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de vergunninghouder; b. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de inrichting zich bevindt; d. de situering en de oppervlakte van de inrichting; e. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden.

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 15 van 54

3. De vergunning en het daarvan onderdeel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, en in voorkomende

gevallen een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 2:28c, eerste lid, en de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 2:28c, derde lid, of een afschrift daarvan, zijn in de inrichting aanwezig.

Artikel 2:28b Eisen aan leidinggevenden De leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen: a. b. c.

zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt; zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; zij staan niet onder curatele.

Artikel 2:28c Wijziging aanhangsel exploitatievergunning 1. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven.

2. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 3. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag. 4. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel als de persoon bedoeld in het eerste lid, niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2:28b gestelde eisen.

5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de melding.

Artikel 2:28d Aanwezigheid leidinggevende Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden als in deze inrichting niet aanwezig is: a. b.

een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, bedoeld in artikel 2:28a, tweede lid, met betrekking tot die openbare inrichting of een andere vergunning van dezelfde vergunninghouder of een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28c, eerste lid is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist.

Artikel 2:28e Wijziging openbare inrichting 1. Als een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met

de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt, als nog aan de ten aanzien van de inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge 2:28a, eerste lid vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.

2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de wijzigingsvergunning.

Artikel 2:28f Vervallen vergunning exploitatie openbare inrichting Een vergunning vervalt, wanneer:

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 16 van 54

a. sinds haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

c.

de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

Artikel 2:28g Terrassen 1. Als een aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting mede of uitsluitend

betrekking heeft op een bij de openbare inrichting behorend terras, kan de burgemeester aan de ingebruikname van het terras voorschriften of beperkingen verbinden, onder andere ten aanzien van:

a. de inrichting, situering en het gebruik van het terras; b. gedragsregels die op het terras in acht moeten worden genomen; c.

de aanwezigheid en inrichting van tappunten op het terras;

d. de brandveiligheid. 2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:8 en 2:28 kan de burgemeester de ingebruikname van het terras weigeren, als:

a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;

b. dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer, gebruik en onderhoud van de weg;

c.

dat gebruik afbreuk doet aan een publieke functie van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.

3. Als de vergunning bedoeld in artikel 2:28 eerste lid is verleend voor een terras, mag dit terras het gehele kalenderjaar worden geëxploiteerd.

4. Alle voorzieningen ten behoeve van het terras moeten semi-permanent zijn. Als voor het uitvoeren van

openbare werken of om enigerlei andere reden verwijdering van het terras noodzakelijk is, zijn de vergunninghouder of de leidinggevenden verplicht dit terstond of binnen de door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn, op eigen kosten te verwijderen.

5. Buiten de openingstijden van het terras zoals bepaald in artikel 2:29 en artikel 2:30 dient al het meubilair van het terras verwijderd te zijn, dan wel op zodanige wijze onderling met elkaar verbonden dat het niet te verplaatsen is.

6.

De burgemeester dan wel het college van burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het stellen van nadere regels ten aanzien van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is de exploitant verboden de openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de openbare inrichting te laten verblijven: op maandag tot en met zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur, in afwijking van het vorenstaande op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur voor zover de exploitant een daartoe strekkende overeenkomst met de gemeente heeft gesloten en de exploitant voldoet aan de daarin gestelde voorwaarden. Voor terrassen gelden afwijkende sluitingstijden.

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

pagina 17 van 54

2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet de Wet milieubeheer is voorzien. 6.

Op de aanvraag om een vergunning / ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

Artikel 2:31 Verboden gedraging 1. Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, het eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de plaatsen die aanwezig zijn op het terras.

Artikel 2:32 Handel in openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. 1. In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2. De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan

zaaknummer Z/25/493985/INT/25/1258541

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=a253d343-24d2-4f45-92bf-20f55b178157