Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Middelen 2022-2026 van 12 februari 2026 Agenda bijlagen Agenda commissie Middelen 12 februari 2026 1 Opening 2 Vaststellen agenda De commissie wordt gevraagd de agenda vast te stellen. 3 Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie wordt gevraagd het verslag van de vergadering van 15 januari 2026 vast te stellen. Verslag commissie Middelen 15 januari 2026 (concept) 4 Z/25/505641 Financiële verordening (ex artikel 212 GW) gemeente Zevenaar 2026 Portefeuillehouder: Arthur Boone 260203 Brief van college over tekstuele verschrijving raadsvoorstel Financiële verordening Raadsvoorstel en -besluit 1279806 - Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 Bijlage 1. 1280759 - Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 Bijlage 2. 1280760 - Verschillen overzicht financiële verordening Bijlage 3. 1280769 - Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2025 5 Behandeling agenderingsverzoeken Gelegenheid voor de behandeling van agenderingsverzoeken die door de agendacommissie op de voorlopige agenda zijn geplaatst. 6 Mededelingen portefeuillehouders Gelegenheid voor de portefeuillehouders om namens het college korte actuele en urgente mededelingen te doen. 7 Vragen aan het college Gelegenheid voor de leden van de commissie om vragen te stellen aan het college. 8 Sluiting
Agenda Commissie Middelen 12 februari 2026 Tijd
19:30 uur
Locatie
Raadzaal
Voorzitter
J. Hugen
1
Opening
2
Vaststellen agenda De commissie wordt gevraagd de agenda vast te stellen.
3
Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie wordt gevraagd het verslag van de vergadering van 15 januari 2026 vast te stellen.
4
Z/25/505641 Financiële verordening (ex artikel 212 GW) gemeente Zevenaar 2026 Portefeuillehouder: Arthur Boone Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld: 1. De Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 vast te stellen, zodat: a. de in artikel 10, lid 2 opgenomen toleranties worden gewijzigd in aansluiting op gewijzigde wet -en regelgeving; b. de expliciete datum in artikel 11, lid 2 komt te vervallen; c. deze verordening met terugwerkende kracht in werking treedt per 1 januari 2026. 2. De Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2025 in te trekken.
5
Behandeling agenderingsverzoeken Gelegenheid voor de behandeling van agenderingsverzoeken die door de agendacommissie op de voorlopige agenda zijn geplaatst.
6
Mededelingen portefeuillehouders Gelegenheid voor de portefeuillehouders om namens het college korte actuele en urgente mededelingen te doen.
Pagina 1
7
Vragen aan het college Gelegenheid voor de leden van de commissie om vragen te stellen aan het college.
8
Sluiting
Zevenaar, 26 januari 2026 Namens de Agendacommissie, Chiel Claassen, commissiegriffier
Pagina 2
Verslag commissie Middelen d.d. 15 januari 2026 De beraadslagingen zijn terug te kijken en luisteren op de website van de gemeente Zevenaar op: https://channel.royalcast.com/zevenaar/#!/gemeentezevenaar/20260115_1 Tijd Locatie Voorzitter Commissiegriffier Aanwezigen
College Afwezigen
19:30 - 21:06 uur Raadzaal Jelle Hugen Chiel Claassen Guido Ariessen (Sociaal Zevenaar), Tjeerd Boekhorst (Lokaal Belang), Edwin Buil (WijZZ; aanwezig tot en met agendapunt 4), Jojanneke de Nooij (CDA), Koen Godschalk (GroenLinks), Maaike Jansen (PvdA), Freek Jansen (CDA), Erik Lamers (VVD), Marcel Lap (PvdA), Huub Meijer (Sociaal Zevenaar), Claudia Meurs (Lokaal Belang), Marcel Moes (D66), Nanne van Dellen (WijZZ), Lotte van der Velden (Lijst van der Velden), Peter Vos (VVD) en Hans Winters (WijZZ; aanwezig vanaf agendapunt 6). Arthur Boone (wethouder) en Lucien van Riswijk (burgemeester) Martin Bloemberg (VVD), Joke Harmsen (Sociaal Zevenaar), Nathani Niebuur-Sluiter (PvdA), Willy van Dinther (CDA) en Martin Witjes (Ons Zevenaar).
1
Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:30 uur.
2
Vaststellen agenda De commissie besluit de agenda ongewijzigd vast te stellen.
3
Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie besluit het verslag van de vergadering van 11 december 2025 ongewijzigd vast te stellen.
4
Z/25/505104 Kaderbrief VGGM 2027 Portefeuillehouders: Lucien van Riswijk en Stef Bijl Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld geen inhoudelijke zienswijze kenbaar te maken op de Kaderbrief 2027. Advies: De commissie adviseert dit voorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 28 januari 2026.
5
Schorsing
Pagina 1
6
Z/25/503927 Vaststellen collectieve Liemerse uitgangspunten en het nemen van een principe besluit om te komen tot één Liemerse gemeente Portefeuillehouder: Lucien van Riswijk Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld: 1. Op basis van de inzichten en afwegingen verkregen uit de eerdere onderzoeken, de verkenningsfase, bestuurlijke gesprekken en politieke ontmoetingen: a. In principe per 1 januari 2029 te komen tot één Liemerse gemeente door een reguliere samenvoeging van de gemeente Zevenaar met de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort. b. Het college van Zevenaar opdracht te geven om ten behoeve van het vervolgproces met de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort een herindelingsontwerp op te stellen waarin tenminste ingegaan wordt op: i. De visie op de nieuw te vormen gemeente. Waarin onder andere de kansen voor en zorgen van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners een plaats krijgen. ii. De naam van de nieuwe gemeente. iii. De geografische grenzen van de nieuwe gemeente. iv. De incidentele en structurele financiële effecten van de samenvoeging. v. De toetsingscriteria uit het beleidskader gemeentelijke herindelingen van het Rijk. c.
Het college opdracht te geven om inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en de gemeenteraden van Zevenaar, Doesburg, Duiven en Westervoort verder actief te betrekken in het proces van opstellen van ‘de visie op de nieuw te vormen Liemerse gemeente’ in het herindelingsontwerp. d. Het college opdracht te geven om het herindelingsontwerp in het najaar van 2026 aan de raad voor te leggen ter vaststelling, zodat het uiteindelijke herindelingsadvies uiterlijk op 1april 2027, of zoveel eerder als mogelijk, ter vaststelling aan de gemeenteraden aangeboden kan worden om een herindeling per 1 januari 2029 mogelijk te maken. e. Het bij besluit van 28 oktober 2025 (met kenmerk: Z/25/494814/INT/25/1267394) beschikbaar gestelde bedrag van € 100.000,tevens ten behoeve van het opstellen van het herindelingsontwerp en aansluitend het herindelingsadvies beschikbaar te stellen. 2. De collectieve Liemerse uitgangspuntennotitie vast te stellen en als kader te beschouwen voor het ontwerpen van de nieuwe gemeente en de inrichting van het daarbij passende proces. 3. Kennis te nemen van de individuele uitgangspunten van drie overige Liemerse gemeenten zoals opgenomen in de bijlage van de bijgevoegde collectieve Liemerse collectieve uitgangspuntennotitie; 4.
Het college te verzoeken om samen met de colleges van de Liemerse gemeenten tevens het proces op te starten om te komen tot personele waarborgen voor de medewerkers van de vier gemeenten in casu de drie ambtelijke organisaties, in de vorm van een sociaal statuut en/of sociaal plan. Dit met betrokkenheid van de lokale overleggen en waar nodig de ondernemingsraden en de werkgeverscommissies. Teneinde de contouren van de personele waarborgen op te kunnen nemen in het herindelingsontwerp en -advies. Pagina 2
Advies: De commissie adviseert dit voorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 28 januari 2026. 7
Behandeling agenderingsverzoeken Er zijn geen agenderingsverzoeken door de fracties ingediend.
8
Mededelingen portefeuillehouders Er zijn geen mededelingen door de portefeuillehouders gedaan.
9
Vragen aan het college De heer Van Dellen (WijZZ) vraagt of het college voornemens is het huisvuil, dat vanwege de vorst niet is opgehaald, eerder gaat laten opruimen dan het eerstvolgende reguliere ophaalmoment. De voorzitter verzoekt de heer Van Dellen (WijZZ) deze vraag in de commissie Ruimte van 21 januari 2026 te stellen.
10
Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 21:06 uur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Middelen, gehouden op 12 februari 2026, de commissiegriffier, Chiel Claassen
de voorzitter, Jelle Hugen
Pagina 3
GEMEENTE
ZEVEN fr AR Gemeenteraad
datum zaaknummer onderwerp portefeuillehouder
3 februari 2026 Z/25/505641 Tekstuele verschrijving raadsvoorstel Financiële verordening (INT/25/1279806) A. Boone
Beste raadsleden, Eind januari is het raadsvoorstel voor vaststelling van de Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar bij u aangeleverd voor agendering in de raad van februari 2026, met kenmerk INT/25/1279806. Per abuis is er een tekstuele verschrijving geconstateerd. Deze hebben wij gecorrigeerd. In het raadsvoorstel en raadsbesluit is onder beslispunt 1, sub c daarom januari 2026' gewijzigd in ti januari 2025'. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar,
I.
nsen Danse secretaris
Kerkstraat 27
•
wijk Lucien va burgemeester
Postbus 10
•
6900 AA Zevenaar
•
(0316) 595111
•
gemeente@zevenaar.nl
•
www.zevenaar.nl
Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille
Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 Z/25/505641 INT/25/1279806 A. Boone Financiën
1. Samenvatting Hoe gaan college en gemeenteraad met elkaar om op het gebied van financiële onderwerpen? Hoe zit de planning & controlcyclus in elkaar? Dit is geregeld in de Gemeentewet en andere rijksbesluiten. Omdat dit algemeen geformuleerde regelingen zijn, is aanvullend lokaal maatwerk nodig. Deze aanvullende regels – die de raad zelf moet vaststellen – horen thuis in de zogenoemde financiële verordening. Deze verordening wordt ook wel de verordening 212 genoemd. Met de verordening regelt de raad op hoofdlijnen de spelregels voor het financieel beleid, de financiële organisatie en het financieel beheer en heeft zo invloed op procedures rondom en vormgeving van het financiële proces. Zonder een nadere uitwerking, laat de raad de invulling over aan het college. De raad dient zich ervan bewust zijn dat als er bij het vaststellen van de financiële verordening geen afspraken worden gemaakt, het aan het college is om te besluiten in hoeverre het zich in financieel opzicht via de begroting door de raad laat sturen. Door kaders te stellen in de financiële verordening kunnen raad en college aanvullende afspraken maken over het begrotingsproces, de invulling van het budgetrecht van de raad en de verantwoording daarover. De raad krijgt daarmee beter zicht en vat op de besteding van het geld.
In de voorliggende verordening is één aanpassing doorgevoerd ten opzichte van de financiële verordening die u in april 2025 heeft vastgesteld. De wijziging is opgenomen in dit voorstel. 2. Raadsvoorstel Wij stellen u voor om: 1. De Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 vast te stellen zodat: a. De in artikel 10, lid 2 opgenomen toleranties worden gewijzigd in aansluiting op gewijzigde wet -en regelgeving; b. De expliciete datum in artikel 11, lid 2 komt te vervallen; c. Deze verordening met terugwerkende kracht in werking treedt per 1 januari 2025. 2. De Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2025 in te trekken. 3. Waarom naar de raad De gemeenteraad stelt op grond van artikel 212 van de Gemeentewet bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie vast. De financiële verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
4. Doelstelling en beoogd resultaat Het vaststellen van de spelregels voor het financieel beleid, de financiële organisatie en het financieel beheer op hoofdlijnen. 5. Argumenten en alternatieven Argumenten De wijziging in de financiële verordening is het gevolg van wijzigingen in de wet -en regelgeving en moet verwerkt worden in de gemeente verordening. De verordening geeft de grondslag voor de accountant om een verklaring af te geven bij de jaarstukken 2025. Door de ontwikkelingen rondom de rechtmatigheidsverantwoording is er gedurende het jaar onzekerheid welke wijzigingen worden doorgevoerd. De inwerkingtreding heeft betrekking op de verantwoording 2025 en gaat daardoor met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 in. De ontwikkelingen ten aanzien van de rechtmatigheid en het effect op het normen -en toetsingskader zijn daarmee nog in ontwikkeling. Een zelf opgenomen datum waarvoor een normenkader moet worden toegevoegd heeft geen nut voor de raad. Alternatieven De raad kan besluiten om de Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 niet vast te stellen. Daarmee blijft de Financiële verordening 2025 actueel. Omdat dan de laatste aanpassingen van de wet -en regelgeving niet zijn verwerkt zal de accountant niet conform uw verordening oordelen bij de jaarstukken. 6.
Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? Dit is een actualisatie van de Financiële verordening 2025 van de gemeente Zevenaar op basis van aangepaste wet en regelgeving. Bij de jaarstukken 2025 legt het college verantwoording over de rechtmatigheid af. Daarnaast wordt u geïnformeerd over de ontwikkelingen. 7. Klimaat en duurzaamheid Niet van toepassing. 8. Communicatie In de jaarstukken 2025 legt het college in de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af over de financiële rechtmatigheid. Dit proces en de ontwikkelingen worden geëvalueerd en besproken met de auditcommissie. De wijzigingen in de Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 zijn afgestemd met de accountant. En zal na vaststellen door uw raad worden bekendgemaakt in het Gemeenteblad. 9. Kosten, baten en dekking Niet van toepassing.
zaaknummer Z/25/505641
pagina 2 van 4
10. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1.
Documentnummer 1280759
2. 3.
1280760 1280769
Naam Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 Overzicht aanpassingen in de financiële verordening Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2025
Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen
zaaknummer Z/25/505641
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 4
Raadsbesluit onderwerp zaaknummer documentnummer
Financiële verordening gemeente Zevenaar 2026 Z/25/505641 INT/25/1279806
De raad van de gemeente Zevenaar; overwegende dat de wijziging in de financiële verordening het gevolg is van wijzigingen in wet -en regelgeving; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar: Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). besluit: 1. De Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 vast te stellen zodat: a. De in artikel 10, lid 2 opgenomen toleranties worden gewijzigd in aansluiting op gewijzigde wet -en regelgeving; b. De expliciete datum in artikel 11, lid 2 komt te vervallen; c. Deze verordening met terugwerkende kracht in werking treedt per 1 januari 2025. 2. De Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2025 in te trekken. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 25 februari 2026. De griffier Lennart Sluis {{ZTA:Type(certificate):Signatory(0):Size(140:45)}}
zaaknummer Z/25/505641
De burgemeester Lucien van Riswijk {{ZTA:Type(certificate):Signatory(1):Size(140:45)}}
pagina 4 van 4
Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
-
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
-
rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
Paragraaf 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 3. De raad kan bij aanvang van iedere raadsperiode vaststellen over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt (in het meerjareninvesteringsplan) : a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringsbudget en de raming van de uitputting van het investeringsbudget in het lopende boekjaar weergegeven, en b.
in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 250.000 afzonderlijk gespecificeerd. 1
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1. Burgemeester en wethouders bieden aan de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen. Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringsbudget wil ontvangen. De overige nieuwe investeringsbudgetten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringsbudgetten. 4.
Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan de raad voor. 5. Bij investeringen met een meerjarig karakter mag binnen het investeringsbudget geschoven worden tussen de jaargrenzen. In het investeringsoverzicht bij de jaarstukken worden deze verschuivingen aan de raad gemeld. Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente. 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; d. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; e. het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d; 3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten in de begroting groter dan € 100.000 toegelicht. Artikel 7. Jaarstukken 1.
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.
2
Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen 1. In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: a. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 250.000, en b. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen. Artikel 9. EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 250.000 nader toegelicht. Artikel 11. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Burgemeester en wethouders operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing. Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van de lasten van de begroting en van investeringsbudgetten als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 3
a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. 5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 6. Overschrijdingen van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten zijn alleen onrechtmatig als zij niet tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Afwijkingen zijn tijdig gemeld in de volgende situaties: a. Als de resultaten van de herziening van de grondexploitaties (op grond van de nota grondbeleid) aan de raad worden voorgelegd in een uitvoeringsrapportage is de verwerking van de resultaten van de herziening in de jaarrekening tijdig gemeld in het kader van de begrotingsrechtmatigheid. b. Als afwijkingen in een raadsinformatiebrief aan de raad zijn gemeld is de verwerking in de jaarrekening tijdig vermeld. c. Als afwijkingen via de actieve informatieplicht van het college van burgemeester en wethouders aan de raad zijn gemeld is de verwerking in de jaarrekening tijdig gemeld. d.
Als afwijkingen zijn ontstaan na de 2e voortgangsrapportage en niet eerder konden worden verwerkt als begrotingswijziging is de verwerking in de jaarrekening te beschouwen als tijdig gemeld. Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
4
Paragraaf 4. Financieel beleid Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een nota activerings- en afschrijvingsbeleid aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie; b. het moment van starten met afschrijven; c. de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn; d. de componentenbenadering; a. e restwaarde. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen voor de komende meerjarenperiode. Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting; b. leges omgevingsvergunningen; c. parkeerbelasting; d. rioolheffing; e. afvalstoffenheffing, en f. bijstandsverstrekking, wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 25.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Artikel 16. Reserves en voorzieningen 1.
In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt in ieder geval: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen, en c. bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve. 4. Bij reserves met een meerjarig karakter mag binnen het totale reservebedrag geschoven worden tussen de jaargrenzen. In de tussentijdse rapportages worden deze verschuivingen aan de raad gemeld.
5
Artikel 17. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. 6. In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. Artikel 18.
Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaan burgemeester en wethouders uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. 4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doen burgemeester en wethouders vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd. 5. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet. Artikel 19.
Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Burgemeester en wethouders doen de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, marktgelden, rioolaansluitgeld, lijkbezorgingsrechten, leges en kwijtschelding. 6
Artikel 20. Financieringsfunctie 1. Burgemeester en wethouders nemen bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2. Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden.
7
Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken Artikel 21. Lokale heffingen Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. de kostentoerekening van de geraamde rentekosten en de geraamde overheadkosten aan de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht; b. de berekening van het rentepercentage voor de omslagrente voor het bepalen van de kostprijzen, bedoeld in artikel 17, zesde lid; c. onder het onderdeel beleid bedoeld in artikel 10, Aanhef en onder b, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een overzicht van de te onderscheiden lokale heffingen, de maatstaf en de doelstelling die wordt beoogd met het opleggen van de heffing. Artikel 22. Onderhoud kapitaalgoederen 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de vijf jaar een Integraal Beheersplan Openbare Ruimte (IBOR) ruimte aan. Het IBOR geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, openbare verlichting, wegen, civiele kunstwerken, begraafplaatsen en verkeersregelinstallaties. De raad stelt het IBOR vast. 2.
Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de vijf jaar een Watertakenplan aan. Het Watertakenplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het Watertakenplan vast. 3. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de vijf jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het onderhoudsplan gebouwen bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het onderhoudsplan gebouwen vast. Artikel 23. Bedrijfsvoering Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; b.
een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; c. rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; d. geconstateerde (materiële) fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.
8
Artikel 24. Grondbeleid 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad periodiek een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden; 2. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een grondprijzenbrief vast met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond. Deze grondprijzenbrief wordt ter informatie aan de raad verstrekt. 3. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen contante waarde.
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 25. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringsbudgetten en voor het maken van kostencalculaties; d. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; e. het afleggen van verantwoording door burgemeester en wethouders aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel 26.
Financiële organisatie Burgemeester en wethouders dragen in ieder geval zorg voor: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringsbudgetten; d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; f. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; g. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen, en 9
h. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. i. het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. Artikel 27. Interne controle 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Paragraaf 7. Slotbepalingen Artikel 28. Intrekking oude regeling De financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2025 wordt ingetrokken. Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 25 februari 2026. De voorzitter, De griffier,
10
Memo onderwerp datum zaaknummer
Aanpassingen in financiële verordening op basis van wijzingen BBV en Bado 19 december 2025 Z/25/505641
Verschillen tussen de: 1. Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2025. 2. Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Zevenaar 2026. Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording, lid 2. 2025 In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 2026
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves.
Toelichting Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO), het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn aangepast voor de ingevoerde rechtmatigheidsverantwoording. De belangrijkste wijzingen in de BADO en BBV hebben enerzijds impact op de rechtmatigheidsverantwoording die de college van gemeente Zevenaar afgeeft en de jaarrekeningcontrole van de externe accountant. Impact op de rechtmatigheidsverantwoording - De verantwoordingsgrens is maximaal 2% van de totale lasten, wat in 2024 maximaal 3% was. - Die verantwoordingsgrens geldt voor de combinatie van fouten en onduidelijkheden. - De grondslag van de verantwoordingsgrens zijn de totale lasten, dit was voorheen totale lasten inclusief dotaties reserves. Impact op de jaarrekeningcontrole van externe accountant - De goedkeuringstolerantie is de marge waarvoor de accountant een goedkeurende controleverklaring kan verstrekken bij jaarrekening. De goedkeuringstolerantie was 1% voor fouten en voor onzekerheden 3%. De goedkeuringstolerantie is vanaf 2025 2% voor de combinatie van fouten en onzekerheden jaarrekening. - Dus vanaf 2025 worden fouten niet afzonderlijk gewogen van de onzekerheden. In plaats daarvan worden beiden bij elkaar opgeteld en wordt de combinaties afgezet tegen de lagere grens van 2% van de totale lasten. Artikel 11 lid 2 - De datum van 1 april is verwijderd.
Op basis van de ervaringen zal er voor vaststelling van de jaarstukken een vastgesteld normenkader moeten zijn. Op basis van de ervaring heeft een specifieke datum of een specifiek moment geen voordeel.