Agendabundel
Tekst van het document
22
Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen kunnen worden aangemerkt als milieuhindergevoelig. Bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied Naast voorgenoemde toetsing moet onderzocht worden of de functies in het plangebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. Het plangebied maakt deel uit van een 'rustig woongebied'. Er zijn twee functies in de omgeving van het plangebied die eventuele hinder kunnen veroorzaken: 1. Sint Martinus kerk, Kerkstraat 39 2. RK Begraafplaats St. Martinus, Pastoor Slingerstraat 44a De navolgende tabel laat zien hoe de functies kunnen worden gecategoriseerd op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Daarnaast geeft de tabel de minimaal aanbevolen richtafstanden (in meters) aan voor deze functies. Functie
Geur
Stof
Kerkgebouwen e.d. Begraafplaatsen
0 0
0 0
Geluid Gevaar Grootste afstand (minimaal) 30 0 30 10 0 10
Afstand tot nieuwe woningen circa 10 m circa 25 m
Het plangebied valt buiten de richtafstand van 'Begraafplaatsen' en vormt hiermee geen belemmering voor de ontwikkeling. Het plangebied valt binnen de richtafstand van 'Kerkgebouwen e.d.'. Maatgevend voor de te verwachten hinder afkomstig van een kerk is het geluid dat afkomstig is van het luiden van de klokken. De kerkklok van de Sint Martinus kerk bevindt zich aan de andere zijde van de kerk, aan de Kerkstraat. Hiermee is de afstand tussen het plangebied en de kerkklok circa 55 meter. Deze afstand valt ruim buiten de richtafstand van 30 meter. Daarnaast is de kerk in de bestaande situatie niet meer in gebuik. Er wordt gezocht naar een nieuwe, passende invulling van het kerkgebouw. Om deze reden is het niet mogelijk een nader onderzoek uit te voeren naar geluidhinder afkomstig van de kerk. In de huidige situatie is er daarmee geen hinder vanuit de kerk. Tot slot vallen andere woningen rondom de kerk al binnen de richtafstand van 30 meter Het bestemmingsplan laat veel nieuwe functies toe, met een maximale richtafstand van 30 meter. Het kan mogelijk zijn dat er in de toekomst een situatie ontstaat waarbij een nieuwe functie in het kerkgebouw eventueel hinder veroorzaakt op de nieuw te bouwen woningen. Dit is echter niet aannemelijk, en bij het in gebruik nemen van een nieuwe functie kunnen eventuele geluidwerende maatregelen worden getroffen.
Hiermee vormt de kerk geen belemmering voor de ontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.6
Water
Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel.
23
In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's. Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen.
Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. Waterhuishoudkundig plan Door Buro Ontwerp & Omgeving is in mei 2022 een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Dit waterhuishoudkundig plan is als Bijlage 4 bijgevoegd. De conclusies van dit onderzoek worden hieronder kort behandeld. Huidige situatie Het plangebied bestaat uit een grasveld waar een klein hoogteverschil in waarneembaar is.
Er lopen geen paden door het plangebied. Tot slot staan er aan de oostkant van het plangebied twee bomen die gedeeltelijk met elkaar vergroeid zijn. In de huidige situatie is het plangebied volledig onverhard.
24
Toekomstige situatie Het stedenbouwkundig plan voorziet in de toevoeging van acht nieuwe levensloopbestendige woningen in twee rijen van elk vier woningen tussen de kerk en de begraafplaats. De lengteas van de kerk bepaald de positionering van de meest westelijke rij. De oostelijke rij draait met de Pastoor Slingerstraat mee. De woningen worden één laag met een kap en krijgen in de achtertuin een berging. In de navolgende tabel is de verhouding van verharde/onverharde oppervlaktes in de toekomstige situatie binnen het plangebied opgenomen. Hierbij is als uitgangspunt genomen dat de tuinen voor 20% voorzien worden van een verharding.
Ten opzichte van de huidige situatie zal het verhard oppervlak met circa 1.065 m2 toenemen. Benodigde waterberging De gemeente heeft als uitgangspunt dat de afvoer van het regenwater van het dak en de verharding op eigen terrein verwerkt dient te worden. Dit kan bijvoorbeeld door het regenwater middels waterberging en/of een infiltratievoorziening in combinatie met een verticale infiltratieput in de grond te infiltreren. De afvoer van overtollig regenwater (bij een stortbui) uit de infiltratievoorziening dient met een overstort bovengronds zichtbaar te worden afgevoerd naar openbaar terrein (straat) of naar een wadi. In de toekomstige situatie zal naar verwachting het verhard oppervlak circa 1.065 m2 zijn. Voor dit plangebied betekent dat er met een bergingseis vanuit de Gemeente Zevenaar van 60 mm per m², een waterberging van 64 m³ gerealiseerd moet worden. Op basis van de bergingseis van het Waterschap Rijn en IJssel (80 mm/m²) dient de benodigde berging 85 m³ te bedragen. Omgang hemelwater In overleg met de gemeente en het waterschap is afgesproken dat het hemelwater van de voorzijde (zuidzijde) van de daken en de (tuin)verharding boven- of ondergronds op de nieuwe erfgrens via de openbare verharding (trottoir en parkeervakken) mag afstromen naar de weg Pastoor Slingerstraat. Via de kolken in de rijweg wordt het overtollig hemelwater via het infiltratieriool verwerkt.
Indien het hemelwater ondergronds (ter plaatse van de tuin) wordt aangeboden, wordt geadviseerd een bladvanger in de regenpijp aan te brengen. Het verhard oppervlak aan de voorzijde is circa 391 m² waarbij de waterberging bij 60 mm circa 24 m³ is en bij 80 mm circa 32 m³ bedraagt. Het hemelwater aan de achterzijde (noordzijde) van de daken (woning en schuurtjes) zal via de regenpijpen en ondergrondse leiding worden verzameld. Het verzamelde regenwater zal op de erfgrens bovengronds worden aangeboden. Het regenwater zal vervolgens via het achterpad naar de wadi worden geleid. In de wadi wordt het hemelwater geborgen en zal het infiltreren in de bodem. Het verhard oppervlak aan de achterzijde is circa 674 m² waarbij de waterberging bij 60 mm circa 41 m³ is en bij 80 mm circa 54 m³ bedraagt.
25
De bergingscapaciteit van de wadi inclusief berging in de drain, het cunet en de bodemlaag van de wadi is circa 56,24 m³ bij 0,4 m vulling. Bij een maximale waterstand (tot laagste maaiveld) van 0,50 m ten opzichte van de bodem, is de bergingscapaciteit circa 68,22 m³. In de ondergrond van de wadi infiltreert het geborgen hemelwater. De leeglooptijd van de wadi is circa 12,56 uur. Doorlatendheid bodem De bodem ter plaatse van de wadi bestaat uit matig fijn zand met een kleilaag. De grond, tot circa 2,1 m-mv wordt als ongeschikt voor infiltratie beschouwd en is niet onderzocht. De doorlatendheid van de onderzochte bodemlaag (vanaf 2,1 m-mv en dieper) bestaande uit matig siltig en matig fijn zand, varieert tussen de circa 2,3 en circa 2,4 m/dag. De doorlatendheid van de onderzochte bodem wordt beoordeeld als ‘goed doorlatend’, de onderzochte lagen worden hiermee geschikt geacht voor infiltratie. Grondverbetering ter plaatse van de wadi is noodzakelijk. De kleilaag dient ontgraven te worden. Riolering Door de realisatie van de woningen wordt een toename van de DWA verwacht bij de ontwikkeling. Deze toename bedraagt naar inschatting circa 2,5 m3 per etmaal, uitgaande van 8 woningen, en een verbruik van 125 l per bewoner per etmaal. Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel.
Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat er waterstaatkundige belangen zijn. Deze belangen zijn zodanig van aard en omvang dat overleg met het waterschap gewenst is. De ingevulde watertoets is als bijlage bij het waterhuishoudkundig plan bijgevoegd. Conclusie Met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen negatieve gevolgen te verwachten voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. 3.3.7
Archeologie en cultuurhistorie
Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Toetsing Archeologie Door Hamaland Advies is in juli 2020 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek naar het plangebied uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd. De conclusies uit het
26
onderzoek worden hierna kort behandeld. Allereerst dient te worden opgemerkt dat het onderzoek nog uitgaat van de realisatie van zeven woningen, hetgeen wat eerst beoogd was. Dit houdt echter niet in dat het onderzoek niet representatief is. Het gehele plangebied is onderzocht, waarbij het aantal te realiseren woningen niet van belang is voor het onderzoek. Hiermee is het onderzoek representatief. Bureauonderzoek Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied gelegen is op de stroomrug van de IJssel die actief is geweest van 250 nC tot 1.200 nC. Er geldt door de eroderende werking van de IJssel een lage trefkans op archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Bronstijd. Voor de periode van de Ijzertijd tot en met de Late Middeleeuwen geldt er een hoge verwachting. De periode van de Tweede Wereldoorlog heeft een lage verwachting. Het agrarisch verleden van het plangebied heeft voor een bodemverstoring van ca. 0,50 m-mv gezorgd. Onder de subrecente bouwvoor is waarschijnlijk sprake van komafzettingen op beddingzand van de IJssel. Booronderzoek Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek kan geconcludeerd worden dat in het plangebied sprake is van een oude stroomrug van de IJssel waarbij beddingafzettingen en oeverafzettingen zijn gevormd die bewoond zijn geweest, vermoedelijke vanaf de Late Middeleeuwen of de Vroege Nieuwe Tijd.
Als gevolg van de ligging op de flank van de stroomrug is het maaiveld in de 19e en 20e eeuw opgehoogd, om het oorspronkelijke hoogteverschil van het maaiveld te nivelleren, waardoor een perceel van min of meer gelijke hoogte is ontstaan achter de Sint Martinus kerk. Op grond van de onderzoeksresultaten van het booronderzoek is de hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode van de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd bevestigd. Selectieadvies Op basis van de resultaten van het uitgevoerde archeologisch onderzoek is geadviseerd om een vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren indien de geplande bodemingrepen dieper gaan dan 50 cm-mv. Een vervolgonderzoek kan het beste uitgevoerd worden in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Voorafgaand aan gravend onderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat getoetst wordt door de archeologisch adviseur van de gemeente (drs. J. Habraken, Regioarcheoloog van de ODRA). Proefsleuvenonderzoek Door ADC ArcheoProjecten is in september 2022 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 6. Hieronder worden de conclusies van dit onderzoek kort behandeld. Tijdens het onderzoek zijn twee proefsleuven aangelegd met een oppervlakte van circa 160 m2. Tijdens het onderzoek zijn één vondst- en drie spoornummers uitgeschreven.
De vondst is een restant van een terracotta bloempot wiens aanwezigheid op het terrein samenhangt met het gebruik van het perceel als boomgaard tot het begin van de 20e eeuw. De genummerde sporen bleken bij nader onderzoek niet archeologisch te zijn. Eén spoor bleek natuurlijk in aard te zijn, een ander is verblauwing dat samenhangt met de aanwezigheid van een ketenpark dat enkele jaren op het terrein aanwezig is geweest. Het ontbreken van duidelijke archeologische sporen of vondsten zorgt ervoor dat er geen vindplaats is die gewaardeerd kan worden. De archeologisch adviseur van de gemeente (drs. J. Habraken, Regioarcheoloog van de ODRA) heeft
27
middels een brief aangegeven akkoord te zijn met het uitgevoerd onderzoek en onderschrijft de uitkomsten van dit onderzoek. Hiermee is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. De brief van drs. J. Habraken is bijgevoegd als Bijlage 7. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen monumenten of andere cultuurhistorische waarden aanwezig. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. 3.3.8
Ecologie
Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten. Toetsing Gebiedsbescherming Ruimtelijke ingrepen in of nabij Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten zijn niet toegestaan wanneer deze significante negatieve effecten op de kernkwaliteiten veroorzaken. Gelet op de voorgenomen ingrepen ter plaatse is voor de locatie door Buro Ontwerp & Omgeving in juli 2020 een quickscan uitgevoerd (geüpdatet in februari 2022). Deze quickscan is als Bijlage 8 bijgevoegd. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken, bevindt zich op circa 350 meter afstand ten noorden van de onderzoekslocatie. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden en de aard van de werkzaamheden kunnen direct negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten. Indirecte negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen echter niet op voorhand worden uitgesloten. Het plangebied ligt op circa 710 meter afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 330 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO).
Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Soortenbescherming Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Van één soort is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die de soort kan ondervinden door de werkzaamheden. Vleermuizen Tijdens het veldbezoek werden in het plangebied twee gewone esdoorns aangetroffen. Deze esdoorns zullen vanwege de ontwikkeling worden gekapt. In deze esdoorns bevinden zich verschillende holen. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat er verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen aanwezig zijn. Gelet op de geschiktheid van de bomen voor vleermuizen, is aanvullend onderzoek naar vleermuizen nodig.
28
Nader onderzoek ecologie Er is, na aanleiding van de quickscan natuurtoets, een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd in en rondom het plangebied. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 9. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld binnen het plangebied. Met betrekking tot soortbescherming kan worden opgemerkt dat er geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken. Stikstof Er is op voorhand niet uit te sluiten of er sprake is van een significante toename van stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. De uitvoering van een stikstofdepositieonderzoek is daarom noodzakelijk en moet middels AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Door Buro Ontwerp & Omgeving is een AERIUS-berekening uitgevoerd, dat is bijgevoegd als Bijlage 10. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt in de gebruiksfase. Er dient nog een nader onderzoek uit te worden gevoerd conform de nieuwe AERIUS-calculator. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.9
Verkeer en parkeren
Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Toetsing Verkeer Ten opzichte van de vigerende planologische, dan wel huidige situatie neemt het aantal woningen in het plangebied toe met acht woningen. Er is daarmee sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Om de toename van de verkeersbewegingen van en naar het plangebied te berekenen, wordt er gebruik gemaakt van de kengetallen van het CROW. Voor de berekening van de toename van het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van een woning in de categorie 'huur, huis, sociale huur' in een weinig stedelijk gebied in de rest van de bebouwde kom. Hiervoor geldt de norm van 6 verkeersbewegingen per dag. Dit geeft een maximale toename van in totaal 48 verkeersbewegingen per dag. De woningen in het plangebied worden ontsloten op de Pastoor Slingerstraat. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen. Parkeren De parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkeling neemt ten opzichte van de vigerende planologische, dan wel vergunde situatie toe. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het paraplubestemmingsplan 'parkeren gemeente Zevenaar' van de gemeente Zevenaar.
De gemeente categoriseert het plangebied als 'rest bebouwde kom'. De woningen kunnen worden aangemerkt als 'Huurhuis, sociale huur'. Hiervoor wordt een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning gehanteerd.
29
Er worden per saldo acht woningen toegevoegd aan het plangebied. Dat betekent dat er voor de ontwikkeling (12,8) afgerond dertien extra parkeerplaatsen benodigd zijn. Binnen het plangebied worden zes extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. De overige parkeerbehoefte van zeven parkeerplaatsen moet worden opgevangen op parkeerplaatsen die in de omgeving van het plangebied liggen. Om deze reden is door DVm Bouw en Vastgoed in juni 2022 een parkeeronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 11. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er op circa 100 meter loopafstand van het plangebied een zevental openbare parkeerplaatsen zijn gevestigd. In totaal zijn hier 58 parkeerplaatsen aanwezig. Het onderzoek toont aan dat er van de 58 openbaar aanwezige parkeerplaatsen, er gemiddeld 37,8 plaatsen vrij zijn. Dit is het gemiddelde genomen van alle onderzoeken. Het minst aantal beschikbare vrije parkeerplaatsen bedroeg 34 stuks parkeerplaatsen. Met het gebruik van zeven parkeerplaatsen door voorliggende ontwikkeling, zullen er gemiddeld 37,8 - 7 = 31,8 parkeerplaatsen vrij zijn op basis van het uitgevoerde parkeeronderzoek. Uitgaande van het minst aantal beschikbare parkeerplaatsen tijdens het parkeeronderzoek, dan blijkt dat er nog 34 -7 = 27 parkeerplaatsen vrij blijven.
Gezien het voorgaande kunnen de 7 extra benodigde parkeerplaatsen ruimschoots opgenomen worden binnen het onderzoeksgebied, zodanig dat er geen overmatige parkeerdruk ontstaat. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.3.10 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorliggend bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk, dat is benoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat tegelijkertijd met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet worden vastgesteld, waarmee de gemeente de door haar te maken kosten kan verhalen op de initiatiefnemer. Een exploitatieplan hoeft niet vastgesteld te worden indien verhaal van kosten anderszins is verzekerd, en tevens locatie-eisen niet nodig zijn of anderszins zijn verzekerd. Voorliggend initiatief wordt gerealiseerd door Plavei. De kosten die gepaard gaan met planologische procedure en de kosten voor ontwikkeling en inrichting van het plangebied zijn voor rekening van Plavei. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en Plavei is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten, die verband houden met de ruimtelijke procedure en mogelijke planschade, op Plavei worden verhaald. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarmee niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.
30
Hoofdstuk 4
Juridische planaspecten
4.1
Algemeen
4.1.1
Wat is een bestemmingsplan
Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.
Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 4.1.2
Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden
Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.
31
4.1.3
Hoofdstukindeling van de regels
De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (Begrippen). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (Wijze van meten). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen.Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.
Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
4.2
Dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 4.2.1
Bijzonderheden in dit bestemmingsplan
In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Tuin, 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Wonen' opgenomen. Tuin (Artikel 4) De tuinen aan de voorzijde (en een deel van de zijkant) van de woningen zijn bestemd als 'Tuin' . In die bestemming zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde slechts beperkt toegestaan.
32
Verkeer - Verblijfsgebied (Artikel 5) De paden in het plangebied zijn bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De voor 'Verkeer Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor verhardingen voor woonstraten, pleinen, auto-, fiets- en voetgangersverkeer en parkeervoorzieningen, bermen, groen- en speelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals riolering en waterafvoer, watergangen en -partijen, ondergeschikte bouwwerken, geen gebouw zijnde, en voor nutsvoorzieningen alsmede abri's. Tevens zijn de gronden bestemd voor bij de bestemming behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens, kunstobjecten en straatmeubilair. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Onder voorwaarden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Wonen (Artikel 6) De woonpercelen zijn voorzien van de bestemming 'Wonen' (en de bestemming 'Tuin'). De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en het (onder voorwaarden) uitoefenen van een beroep aan huis. Tevens zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals erf- of perceelafscheidingen, overkappingen, pergola's, vlaggen- en andere masten, schotel- en andere antennes, speeltoestellen en tuinmeubilair toegestaan. In de bestemming 'Wonen' is per bouwblok een bouwvlak opgenomen.
In dat bouwvlak mogen de hoofdgebouwen worden gebouwd (onder bepaalde voorwaarden). Buiten het bouwvlak is het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, onder voorwaarden, toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels. 4.2.2
Algemene regels
Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.
33
Hoofdstuk 5 5.1
Procedure
Participatie
Door de initiatiefnemer zijn meerdere nieuwsbrieven over het initiatief aan de omwonenden verstrekt. Een aantal omwonenden heeft vervolgens een reactie op het initiatief gegeven. Dit heeft op enkele punten geleid tot aanpassing van het initiatief. Deze aanpassingen zijn reeds in voorliggend bestemmingsplan verwerkt.
5.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan 'Pastoor Slingerstraat Giesbeek' heeft vanaf 21 juli 2022 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn binnen de daarvoor gestelde termijn vier zienswijzen naar voren gebracht. De zienswijzen zijn beantwoord door de gemeente en de nota hiervan is als bijlage bij dit plan opgenomen (Bijlage 12). Voor elke reactie afzonderlijk is aangegeven in hoeverre de zienswijze gegrond of ongegrond is verklaard en, indien gegrond, welke aanpassing dit voor het bestemmingsplan tot gevolg heeft. Daarnaast zijn enkele ondergeschikte ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De ambtshalve wijzigingen zijn eveneens in de nota van zienswijzen opgenomen.
34
tr Kerks
1 1133211 Bijlage 3. Verbeelding
aat
31 35
LEGENDA
33
Bestemmingsplangebied Plangebied
37 45
41
Pastoor Sling ers
traat
Enkelbestemmingen G
Groen
T
Tuin
V-VB
Verkeer - Verblijfsgebied
W
Wonen
Bouwaanduidingen Bouwvlak
43
Bouwaanduidingen
39
[aeg]
Maatvoeringen
T
Tuinstraat
2
aaneengebouwd
4
maximum aantal wooneenheden
4
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
W [aeg] 4
W
8
4
35 33
ondergrond
8 4
4 G
[aeg]
4
V-VB
8
6 T
or asto
8
Sl
t raa t s r inge
P
10
bestemmingsplan Pastoor Slingerstraat Giesbeek
44 42
N
schaal : 1 :500 datum : 28-11-2022 formaat : A3 datum ondergrond : Mei 2022 projectnummer : 3214.03 voorontwerp : bladnummer : 1 ontwerp : 21-07-2022 aantal bladen : 1 vaststelling : februari 2023 Identificatiecode : NL.IMRO.0299.BP05PASTOORSLINGER-VA01
gemeente
Zevenaar
1 1133221 Bijlage 4. Staat van bedrijfsactiviteiten
1 1133222 Bijlage 5. Inrichtingstekening + doorsnedes
B2 B1 A2 C’
A1
B2’ C
B1’
A2’ A1’
3.20
3.20
1.80
A1
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
5.20
11.75
1.80
1.80
2.00
5.40
A1’
25.55
Terrein kerk
Groen / Talud
Pad
Tuin
3.20
3.20
1.80
5.20
+11.3 (ta
lud
ca.
3.00 Bergingen
Woning 11.75
25.55
+10.2 1:3
)
+9.5
+9.4
+9.5
Tuin
1:2
)
1.80
5.20
+9.7
+9.4
2.50
Pad
Groen / Talud
1.80
4.20
Tuin 5.50
3.00 3.00
Tuin
1.80
5.20
(talud ca.1:10)
26.15
Woning
+9.5
+9.4
Pastoor Slingerstraat
1.80
2.00
2.00
5.40
+9.3
5.40 1.80
2.60
)
+11.3 +10.2 Kerk
Terrein kerk
+9.55
Groen / Talud (t alu
dc
3.20
Tuin Pastorie Kerk
3.20
Groen strook
Pad
1.50
1.80
Terrein kerk
+10.2 +9.4 (talud ca. 1:55)
a. 1
ca. 1:35) :3(talud ) 1.80
Groen / Talud 3.00
5.50
+9.5
11.75
+9.5
(talud ca. 1:55)
Pad
+9.67
25.55
Woning 11.75
Tuin
Woning
(talud ca.1:33)
+9.57
Tuin
1.80
Prefab keerwand element
+9.7
Stoep
1.00
1.80
1.80
2.00
Tuin
Woning
Tuin
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
1.80
5.50
11.75
1.50
1.80
2.00
5.40
+10.2
3.00 Bergingen
24.85
+9.7
+9.5
+9.7
5.20
11.75
Pad
Tuin
Woning
Tuin
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
1.80
5.50
11.75
1.50
1.80
2.00
5.40
B2
b2
5.40
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
1.80
1.80
2.00
5.40
Tuin Pastorie
24.85
B2’
Groen strook
Pad
1.50
1.80
+9.7
+9.7
Woning
Tuin
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
5.50
11.75
1.00
1.80
2.00
5.40
22.85
+9.7
+9.55
+9.7
Groen strook
Pad
1.50
1.80
+9.7
+9.5
+9.7
Woning
Tuin
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
5.50
11.75
1.00
1.80
2.00
5.40
24.85
5.50 3.00 Bergingen
+9.5
Tulpstraat
Talud
4.00
.50
2.90
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
1.50
1.80 +9.55
+9.45
2.00
5.40
+9.35
Woning
Tuin
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
11.75
1.50
1.80
2.00
5.40
24.85
+8.78
1:4)
Tuin
(talud ca.1:10)
(talud ca.
+9.7
+9.45
c
1:13)
Bodem wadi
Pad
Groenstrook
Woningen
Pad
5.10
1.80
1.80
25.5
3.50
Langsparkeren
Tulpstraat 4.00
Prefab keerwand element Prefab keerwand element
Kavelgrens Kavelgrens
Groen
+10.2 strook 1.50
2.90
c
Langsparkeren
+9.5
Tulpstraat 4.00
+9.7
+9.55
+9.7
Pad 1.80 +9.55
Tuin 5.50 3.00 Bergingen
Groen strook
Pad
1.50
1.80 3.00 Bergingen
+9.67
+9.57
+9.47
(bestaand talud)
Woning
Tuin
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
+9.7
11.75 22.85
+9.7
1.00
+9.67 1.80
2.00 +9.57
+9.47
5.40
(talud ca.1:33)
Tuin
Woning
Tuin
Stoep
Langsparkeren
Pastoor Slingerstraat
5.50
11.75
1.00
1.80
2.00
5.40
22.85
1:4)
Talud .50
2.90
+10.5
Pad
Groenstrook
1.80
1.80
+9.7
+9.5
(talu
Woningen Tuin
Pad 3.50
25.5
Tuin
69.6
3.00
+9.5
+9.5
+9.27
+8.78
+9.7
+9.45
5) d 1:3,
+9.7
+9.45
3)
1:1 (talud ca.
Bodem wadi
Pad
Groenstrook
Woningen
5.10
1.80
1.80
25.5
Pad 3.50
Pastoor Slingerstraat Giesbeek Doorsnedes 2022-6-20 A3, 1:250 69.6
(talud ca.1:33)
(talud ca. 1:35)
5.10
Woningen 25.5
(talud
(talud ca. 1:35)
Tuin Pastorie
.50
3)
1:1 (talud ca.
Bodem wadi
Talud
+9.4
+10.2
+8.78
1:4)
+9.5
+9.27
(bestaand talud)
(talud
69.6
Tuin Pastorie
+9.5
+9.4 +9.5
+9.5
+9.27
(bestaand talud)
(talud
+9.35
Prefab keerwand element
Tuin
+9.4
+9.7
11.75
Prefab keerwand element
1.80
+9.45
Verhoogde band (tbv afwatering) met hedera hekwerk (1,8m)
Woning
+9.7
5.50 3.00 Bergingen
Kavelgrens
Pad
2.50
+9.55
Prefab keerwand element
Tuin
+9.5
Groenstrook
b2
22.85
Kavelgrens
Pad 1.80
Langsparkeren
+9.47
Tuin
(talud ca.1:10)
(talud ca. 1:25)
(talud ca. 1:25)
Tuin Pastorie
+9.57
C’
Kavelgrens
Prefab keerwand element Prefab keerwand element
Kavelgrens Kavelgrens
2.50
+9.67 (talud ca.1:33)
3.00 Bergingen
+10.2
+9.47
+10.2
Tuin Pastorie
Groenstrook
+9.57
Tuin
(talud ca. 1:35)
Tuin Pastorie
+9.67 (talud ca.1:33)
3.00 Bergingen
25.55
+10.2
+9.35
2.50
3.00 Bergingen
C
+9.45
Groenstrook
(talud ca. 1:35)
+9.2
Tuin
5.40
+9.55 (talud ca.1:10)
+10.2
Langs-(talud ca. 1:18) Pastoor Slingerstraat parkeren 2.00
+9.35
Pad
Pastoor Slingerstraat
+9.3
+9.45
2.50
+9.55
+9.4
+9.55 (talud ca.1:10)
Groenstrook
+9.2
Langsparkeren
+9.7
(talud ca. 1:25)
Kavelgrens
1.80
+9.5
Tuin
+9.47Stoep
+9.3
22.85
3.20
b1
b2
+9.4
(talud ca. 1:18)
+9.7
3.00 Bergingen
Bergingen
3.20
+9.5
Woning
5.20
+9.4
Tuin
5.40
B1’
25.55
3.00 Bergingen
Tuin
+10.2
Pastoor Slingerstraat
2.00
3.00 Bergingen
Kavelgrens
5.40
Tuin Pastorie
+9.7
Pad
Langsparkeren
1.80
+9.5
Pastoor Slingerstraat
2.00
Kavelgrens
1:3
Stoep
1.80
(talud ca. 1:25)
A2’ Haag als erfafscheiding Haag (0,8m)als erfafscheiding (0,8m)
ca.
Tuin
11.75
+10.2
Tuin Pastorie Pastoor Slingerstraat LangsStoep parkeren
24.85
Hedera hekwerk als erfafscheiding (1,8m)als erfafscheiding (1,8m) Hedera hekwerk
Kavelgrens
Kavelgrens
lud
Prefab keerwand element Prefab keerwand element
Kavelgrens Prefab keerwand element
(ta
Woning
5.20
+9.2
26.15
+11.3
Tuin
B1
b1
+9.2
1.80
Kavelgrens 1.80 +9.35
2.60
Langsparkeren Tuin
Stoep
1.50
11.75
+9.45
Langsparkeren
(talud ca. 1:25)
Tuin
Woning
11.75
3.00 Bergingen
Bergingen
A2
+9.5
(talud ca. 1:55)
Pad
+9.55
11.75
Stoep
+9.2
+9.3
Kavelgrens
Groenstrook Terrein kerk
Tuin
+9.7
3.00 Bergingen
(talud ca. 1:25)
Tuin Pastorie Kerk
Woning
+9.3
+9.4 (talud ca. 1:18)
Pad
Prefab keerwand element
3.00
Pad
+10.2
+9.4
(talud ca. 1:25)
5.40
3.20
Kavelgrens
+9.5
4.20
a.
+9.5
Pastoor Slingerstraat
2.00
Prefab keerwand element
dc
+9.5
Langsparkeren
1.80
Groen / Talud
Prefab keerwand element
alu
(talud ca. 1:55)
Stoep
1.80
3.20
Kavelgrens
Groen (t / Talud
+10.2 +9.4
Tuin
Terrein kerk
Kavelgrens
:2)
Kavelgrens
.1
+11.3
+10.2 Terrein kerk
Kerk
ca
Haag als erfafscheiding Haag (0,8m)als erfafscheiding (0,8m)
lud
Kavelgrens
Prefab keerwand element
Kavelgrens
(ta
Hedera hekwerk als erfafscheiding (1,8m)als erfafscheiding (1,8m) Hedera hekwerk
Kavelgrens
+11.3
Prefab keerwand element Prefab keerwand element
Kerk
b2
b2
Tuin
3.00 Bergingen
a2
c
Woning
(talud ca. 1:55)
b1
b1
Kerk
Tuin
(talud ca. 1:18)
Kavelgrens
Pad
(talud ca. 1:55)
+9.2
Haag als erfafscheiding (0,8
Groen / Talud
+9.3
Hedera hekwerk als erfafs
Terrein kerk
+9.4 (talud ca. 1:18)
Prefab keerwand element
Kerk
a1
b1
+9.5
(talud ca. 1:55)
a1
a2
+9.5
+9.4
Kavelgrens
:3)
1 1133223 Bijlage 6. Verkennend bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
Gemeente Zevenaar
Projectnummer: 3214.03 Datum: 13 december 2021 Versie: definitief
Verkennend bodemonderzoek Pastoor Slingerstraat te Giesbeek
Gemeente Zevenaar
Opdrachtgever:
Plavei
Projectnummer: Datum:
3214.03 13 december 2021
Versie:
Definitief
Projectleider en rapporteur:
Ing. R. Schreuder
Kwaliteitscontrole:
Ing. M. Teusink
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Verkennend bodemonderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING .............................................................................................................................. 4
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................................. 5 2.1 Algemeen ................................................................................................................. 5 2.2 Locatie gegevens ...................................................................................................... 5 2.3 Historisch gebruik en beïnvloeding van de onderzoekslocatie ................................ 6 2.4 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit.................................................... 7 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie ......................................... 8 2.6 Onderzoeksopzet ..................................................................................................... 9
3
RESULTATEN BODEMONDERZOEK ...................................................................................... 10 3.1 Veldwerkzaamheden.............................................................................................. 10 3.2 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ...................................................... 11 3.3 Laboratoriumonderzoek ........................................................................................ 11 3.4 Toetsingskader ....................................................................................................... 12 3.5 Analyseresultaten................................................................................................... 13 3.6 Interpretatie ........................................................................................................... 14
4
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................... 15 4.1 Samenvatting ......................................................................................................... 15 4.2 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................. 16 4.3 Opmerkingen.......................................................................................................... 16
BIJLAGEN 1
2 3 4
5
Situatietekeningen 1.1 Topografisch overzicht en kadastrale kaart 1.2 Situatietekening met boorpunten Boorprofielen en legenda Analysecertificaten Toetsing van de analyseresultaten 4.1 Toetsing analyseresultaten aan Wbb 4.2 Toetsing analyseresultaten aan Bbk Toetsingskader 5.1 Wet bodembescherming (Wbb) 5.2 Besluit bodemkwaliteit (Bbk)
Pastoor Slingerstraat Giesbeek
3
3214.03