Agendabundel
Tekst van het document
Drie beleidsdoelen krijgen brede steun van inwoners van alle drie gemeenten. Ongeacht houding of migratieachtergrond. Er is een gedeelde basis voor de vraag ‘hoe samen verder?’ • Brede steun voor drie hoogste prioriteiten: De raadpleging laat zien dat drie doelen gemiddeld genomen prioriteit krijgen (meer dan 5 punten). Het gaat om de doelen ‘taal en cultuur’, ‘werk en opleiding’ en ‘veiligheid’. We zien dezelfde prioriteiten in de drie gemeenten. En deze prioriteiten worden gedeeld door alle inwoners, ongeacht hun houding tegenover vluchtelingen (positief, negatief of daartussenin) en ongeacht hun migratieachtergrond (ook vluchtelingen delen deze drie doelen). Andere kenmerken, zoals leeftijd, gender en opleidingstype, leverden geen substantiële verschillen op in de prioritering. Wel voeren inwoners verschillende redenen aan voor hun keuzes. Deze werken we uit in de aparte rapportages per gemeente. • Prioriteiten naar gemeente → Figuur 6 en figuur 7 • Prioriteiten naar houding → Figuur 8 • Prioriteiten naar migratieachtergrond → Figuur 9 • Gedeelde visie – Zorg dat vluchtelingen op eigen benen kunnen staan en een bijdrage kunnen leveren: Dat betekent dat er een brede gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven met vluchtelingen. De opvang van vluchtelingen moet erop gericht zijn dat zij zo snel mogelijk zelfstandig zijn en bij kunnen dragen aan de Nederlandse samenleving.
Dat moet bereikt worden door het leren van de taal, het volgen van een opleiding en aan het werk te gaan. De opvanglocatie en de omgeving eromheen moeten veilig zijn, voor veel deelnemers een randvoorwaarde.
15
Figuur 5. Prioritering van de tien doelen
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code, n=1.457)
8.6
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.7
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.6
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
4.7
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
4.8
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.6
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.5
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
3.8
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
3.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
2.3
Legenda
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
Figuur 6. Prioritering van de doelen – Naar gemeente
Kaart met code
Vergelijking Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code, n=1.457)
Duiven (n=565)
Westervoort (n=337)
8.4
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren
9.1
8.6
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.5
6.3
6.4
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.3
5.9
6.6
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
4.8
5.0
4.5
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
4.8
4.6
4.3
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.7
4.3
4.9
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.5
3.9
4.9
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
3.7
3.8
3.8
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
3.2
3.7
3.5
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
2.8
Legenda
16
Zevenaar (n=555)
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
0
2
4
2.7
6
8
10
0
2
4
2.6
6
8
10
0
2
4
6
8
10
Figuur 7. Prioritering van de doelen – Naar gemeente
Open raadpleging
Vergelijking Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie open raadpleging, n=1.055)
Duiven (n=339)
Westervoort (n=232)
8.6
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.8
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.6
8.5
8.3
6.8
6.7
6.2
6.8
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
5.0
4.7
4.8
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
5.0
5.1
4.8
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.4
4.9
4.4
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.8
4.5
4.5
4.1
4.1
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
3.6
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
3.1
Legenda
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
2.7
2.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
17
Zevenaar (n=484)
0
2
4
3.4
2.5
6
8
10
0
2
4
2.3
6
8
10
0
2
4
6
8
10
Figuur 8. Prioritering van doelen – Naar houding tegenover vluchtelingen
Kaart met code
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code, n=1.457)
Negatief (0-19)
Licht negatief
Circa neutraal
Licht positief
Positief
(40-60)
(61-80)
(20-39)
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren
10,7
9,7
9,3
7,6
6,9
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6,4
6,2
6,7
6,7
6,5
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
9,1
7,6
6,2
5,8
5,1
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
9,4
5,6
4,1
3,9
2,9
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
2,0
3,4
4,6
5,7
6,2
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
5,3
5,1
5,4
4,0
3,9
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4,7
5,5
4,8
4,2
4,1
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
1,5
3,4
3,7
4,6
4,7
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
0,5
1,9
2,6
4,2
4,5
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
0,4
1,4
2,3
3,2
4,1
Legenda
18
(81-100)
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
Overeenstemming over deze drie prioriteiten... … en verschillen op met name deze twee doelen. Deze werken we op pagina 20 uit.
Figuur 9. Prioritering van doelen naar vluchtelingenachtergrond
Kaart met code
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (versie kaart met code, n= 1.457)
Niet-gevlucht (n=1.390)
8.6
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6.7
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.6
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
4.7
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
4.8
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.6
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.5
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
19
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
6.8
7,5 punten of meer
3.8
5.4 4.1 5.0 3.8 4.3
2.3
0
2
4
• De groep ‘Vluchteling’ bevat deelnemers die antwoordden ‘Ik ben zelf gevlucht’ en/of ‘Iemand uit mijn familie is gevlucht’.
5.6
3.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente 0 tot 2,5 punten
7.7
3.8
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
Legenda
Vluchteling (n=86)
3.2
6
8
10
0
2
4
6
8
• De raadpleging bevatte de vraag ‘Ben jij zelf gevlucht? Of is iemand uit je familie gevlucht?’ Deelnemers konden meerdere antwoorden aanvinken.
10
• Gelijktijdig met de PWE-raadpleging heeft Bureau AM gesprekken gevoerd met vluchtelingen. Deze gesprekken geven inzicht in redeneringen en praktische realiteit van vluchtelingen. De resultaten zijn in een separaat rapport gevat.
Naast de gedeelde basis zijn er verschillen tussen inwoners op basis van hun houding tegenover vluchtelingen, met name op twee doelen • Verschillen (1) – Extra informeren over de komst en opvang van vluchtelingen: Dit doel is belangrijk voor inwoners met een negatieve houding (gem. 9,4 punten) en veel minder voor inwoners met een positieve houding (gem. 2,9 punten). Voor de laatste groep is informeren belangrijk, maar ‘extra’ hoeft niet. Een deel van deze groep wil überhaupt geen opvang van vluchtelingen, dus informeren hoeft dan niet. Een ander deel met een negatieve houding accepteert opvang ‘als het dan moet’, maar dan is volledige, proactieve transparantie belangrijk. • Verschillen (2) – Verdeling van woningen: Een tweede verschil betreft de optie ‘Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen’. Dat er meer woningen komen is voor alle inwoners belangrijk, óók voor de negatieve groep die lage prioriteit aan deze optie geeft (gem. 2,0 punten). Inwoners met een negatieve houding zijn het echter sterk oneens met het gedeelte achter de komma (‘ook voor vluchtelingen’). Het meningsverschil met de positieve groep gaat expliciet over de verdeling van de bestaande woningvoorraad. Inwoners met een negatieve houding vinden dat autochtone Nederlanders voorrang verdienen op sociale huurwoningen, vooral jongeren.
Veel inwoners met een positieve houding vinden dat er een ‘eerlijke’ verdeling gemaakt mag worden tussen vluchtelingen en autochtone inwoners.
!
20
Gradaties en tussenposities: Hoewel we soms spreken in termen van de ‘positieve groep’ of de ‘negatieve groep’ is er veel variatie binnen groepen en veel overlap tussen groepen. Ter illustratie, we zien in de groep mensen met een negatieve houding als meest voorkomende opvatting dat autochtone inwoners voorrang zouden moeten hebben bij woningen. Maar in deze groep zijn ook inwoners die voor gelijke behandeling zijn. En vice versa zien we in de groep mensen met een positieve houding ook inwoners die vinden dat autochtone Nederlanders voorrang zouden moeten hebben bij een woning, hoewel dat niet de kenmerkende houding in die groep is. Deze gradaties en tussenposities zien we bij alle opties. Met citaten van deelnemers illustreren we kenmerkende perspectieven, maar ook afwijkende meningen binnen groepen.
Figuur 10. Prioritering doelen – Naar houding
Kaart met code
Negatief
Positief
(0-19)
(81-100)
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren
10,7
6,9
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
6,4
6,5
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
9,1
5,1
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
9,4
2,9
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
2,0
6,2
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
5,3
3,9
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4,7
4,1
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
1,5
4,7
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
0,5
4,5
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
0,4
4,1
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)
Legenda
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
21
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
Enkele aanvullende vragen laten onder andere zien dat bijna 80% van de inwoners vindt dat goed samenleven een kwestie van wederkerigheid is
Kaart met code
Figuur 11. Overige stellingen over samenleven met vluchtelingen Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)
Goed samenleven moet van twee kanten komen: van vluchtelingen en van inwoners
8% 4% 9%
Ik kan meer mijn best doen om in contact te komen met vluchtelingen
18%
Vluchtelingen kunnen meer hun best doen om in contact te komen met inwoners
6% 6%
Vluchtelingen moeten hulp krijgen om hun weg te vinden in de zorg, het onderwijs en binnen de overheid
11% 4% 13%
Vluchtelingen moeten zich welkom voelen in onze gemeente
12% 6%
0% Helemaal mee oneens
22
Mee oneens
35%
12%
31%
30%
39%
20% Neutraal
Bijna 80% van de deelnemers vindt dat goed samenleven van twee kanten moet komen.
43%
7%
33%
15%
41%
21%
Mee eens
Bijna de helft van de inwoners (48%) vindt dat vluchtelingen meer hun best kunnen doen om in contact te komen met inwoners.
29%
34%
40%
Een op de drie inwoners (37%) vindt dat ze meer hun best kunnen doen om in contact te komen met vluchtelingen. Circa 30% ziet geen rol voor zichzelf.
60%
Een meerderheid van inwoners (60%) vindt dat vluchtelingen zich welkom moeten voelen.
26%
80%
Helemaal mee eens
100%
23
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
Hoe hebben deelnemers de raadpleging gewaardeerd?
Kaart met code
Figuur 12. Vragen over de raadpleging
Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)
• Deelnemers zijn positief over de raadpleging: 87% van de deelnemers geeft een voldoende. Deelnemers die meededen via de kaart met code beoordelen de raadpleging gemiddeld met een rapportcijfer 6,9. Dit is vergelijkbaar met andere PWE-raadplegingen.
• Driekwart van de deelnemers (75%) geeft aan er op te vertrouwen dat de raadpleging eerlijk is. Dit is vergelijkbaar met andere PWE’s over dit onderwerp. Deelnemers geven bijv. aan het fijn te vinden dat er ruimte was om hun antwoorden toe te lichten.
Ik kon mijn mening kwijt in deze raadpleging 6%
7% 17%
18%
74%
75%
Ik vond het een belangrijk onderwerp om mijn mening over te geven
• Driekwart van alle deelnemers (79%) vindt de raadpleging makkelijk te begrijpen. Dit is vergelijkbaar met andere PWE’s over dit onderwerp. Er zijn ook deelnemers die aangeven het hier (helemaal) mee oneens te zijn. Zij zeggen bijvoorbeeld dat het lastig is de raadpleging online in te vullen, of dat het veel werk is.
Ik vond de raadpleging moeilijk te begrijpen
2%
9%
15%
4% (Helemaal) mee oneens Neutraal
88%
24
Ik vertrouw erop dat deze raadpleging eerlijk is
79%
(Helemaal) mee eens
25
Aanleiding & Opzet
Aanleiding voor de raadpleging en beschrijving van de raadpleging. Hoe zag het onderzoek er globaal uit?
Deel 1. Over de deelnemers
Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen
Vragen over samenleven met vluchtelingen. Welke van de tien beleidsdoelen geven inwoners prioriteit? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Deel 4. Over de raadpleging
Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Handelingsperspectief
Handelingsperspectieven bij verdere beleidsvorming. Welke doelen krijgen brede steun? En welke zijn voor specifieke groepen van bijzonder belang?
Tot slot, handelingsperspectief voor verdere beleidsvorming is allereerst te vinden bij de beleidsdoelen die prioriteit krijgen van een brede groep inwoners Brede basis
Handelingsperspectief voor gedeelde prioriteiten
• De raadpleging laat zien dat inwoners van verschillende achtergronden drie doelen prioriteit geven (meer dan 5 punten): taal en cultuur, werk en opleiding en veiligheid. Als (bijna) alle subgroepen prioriteit geven aan optie in een PWE-raadpleging, dan noemen we dat een brede basis. Die brede basis is zowel te zien als we kijken naar de aparte gemeentes, naar houding, en naar migratieachtergrond:
• Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren: Er zijn diverse opties voor gemeenten, zoals het aanbieden van extra taallessen en lessen over leven in Nederland. Ook het stimuleren van ‘natuurlijke’ momenten om de taal te leren, zoals werk en opleiding, zijn behulpzaam en door veel inwoners genoemd.
• Inwoners van de drie gemeenten stellen deze prioriteiten (Figuren 6 en 7). • Ook inwoners met een positieve of juist negatieve houding geven prioriteit aan deze drie doelen (Figuur 8). • Evenals autochtone inwoners en inwoners met een vluchtelingenachtergrond (Figuur 9).
• Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen: Gemeenten kunnen actief bemiddelen om plekken voor opleiding, stage of werk te vinden. Er zijn meerdere praktische obstakels, bijvoorbeeld in het proces van BSN-aanvraag of tewerkstellingsvergunning. Ook een gebrek aan kinderopvangplekken dat sommige statushouders verhindert (voltijds) aan het werk te gaan.
• Dat biedt een brede basis voor verdere beleidsvorming binnen de gemeenten. Inwoners delen de visie dat vluchtelingen zelfstandig mee kunnen draaien in de Nederlandse maatschappij. Gemeenten hebben handelingsperspectief op het verwerkelijken van deze visie, hoewel andere instituties daar ook van doorslaggevend belang voor zijn. • Tot slot is het doel over meer woningen ook een duidelijke gedeelde prioriteit, ondanks het puntenverschil tussen inwoners met een negatieve en positieve houding. Het meningsverschil gaat niet over het realiseren van meer woningen, wel over de verdeling van de bestaande voorraad. 26
• Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt: Voor veel inwoners een randvoorwaarde. In de raadpleging geven weinig tot geen deelnemers echter concrete voorbeelden van onveiligheid in de gemeentes. Het gaat vaker over een gevoel van onveiligheid. • Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen: De gemeente en de woningcorporaties kunnen onderzoeken hoe er meer mensen kunnen wonen in bestaande woningen. Bijvoorbeeld doordat meer mensen één woning delen, met eigen kamers. Of door één grote woning te splitsen in meerdere, kleinere woningen. Ook kan een gemeente zorgen voor plekken waar vluchtelingen langere tijd kunnen blijven.
Het kan ook raadzaam om beleidsdoelen te overwegen die voor specifieke groepen inwoners prioriteit krijgen. Deze zijn van bijzonder belang Bijzonder belang • Naast gedeelde prioriteiten zijn er ook prioriteiten die vooral binnen specifieke groepen bestaan. Voor deze inwoners zijn ze van bijzonder belang. We kijken daarvoor in eerste instantie naar opties die hoge prioriteit (meer dan 7,5 punten) krijgen van een specifieke subgroep. In deze raadpleging gaat dat met name om de optie ‘extra informeren’ die hoge prioriteit krijgen van inwoners met een negatieve houding. • Het kan raadzaam zijn op zoek te gaan naar oplossingen in beleid die ook deze prioriteiten adresseren zonder de verschillen tussen groepen te vergroten.
Handelingsperspectief • Voor de inwoners met een negatieve houding is de optie ‘Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen’ van hoge prioriteit (gem. 9,4 punten in deze groep). De raadpleging laat zien dat binnen deze groep inwoners verschillend over deze optie nadenken. Er is een groep die aangeeft extra contactmomenten te zien als kans om te protesteren. Er is ook een groep die aangeeft verrast te zijn geweest in het verleden door ontwikkelingen en zorgen te hebben over de huidige situatie. Deze tweede groep hecht hoge prioriteit aan extra informatie. De vraag is of deze groepen te scheiden zijn. Een andere vraag is of de aanwezigheid van de eerste groep een belemmering mag zijn voor de behoefte van de tweede groep. De groep inwoners met een negatieve houding is 18% in Duiven, 26% in Westervoort en 17% in Zevenaar, wat substantieel is. • Voor inwoners met een positieve houding is informeren belangrijk, maar extra informeren niet nodig. Het gaat goed zoals het is. Inwoners in deze groep dragen weinig argumenten aan tegen extra informeren.
27
Methodologie en onderzoeksverantwoording
De keuzes die we beschrijven in deze sectie hebben geleid tot de raadpleging die vindbaar is op de website samenverder.raadpleging.net. Alle originele teksten zijn hier na te lezen. De raadpleging is ook nog in te vullen, maar antwoorden worden niet meer geregistreerd.
Ontwerp, uitvoering en analyse van deze raadpleging vond plaats in drie fases Overzicht van het proces: Welke stappen zijn doorlopen?
Ontwerp van de PWEraadpleging September – oktober 2024
Stap 1
Stap 2
Ontwerpsessies met stakeholders en beleidsmakers
Samenstellen van de PWE-raadpleging
Stap 3
Openstelling en dataverzameling
Dataverzameling op verschillende manieren
November – december 2024
Analyse en rapportage December 2024 – Januari 2025 29
Stap 4
Stap 5
Data cleaning en multiplicatieve weging
Schrijven van het rapport
Stap 1. Ontwerpsessies met stakeholders en beleidsmakers • Ontwerpsessies: In twee ontwerpsessies hebben we in diverse samenstellingen meerdere varianten van de PWE-raadpleging besproken. Het doel van de sessies was om het beleidsdilemma rond het vraagstuk samenleven met vluchtelingen scherp te definiëren. Over welke vragen willen en kunnen inwon ers van Duiven, Westervoort en Zevenaar participeren en meedenken? • 28 augustus 2024, Westervoort: Ontwerpsessie met medewerkers van gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar; • 10 september 2024, Zevenaar: Ontwerpsessie met stakeholders, zoals politie, het COA, Vluchtelingenwerk, woningbouwverenigingen en kerken; • Output: Als conclusie van de ontwerpsessies hebben we de onderzoeksvraag geformuleerd ‘hoe inwoners en vluchtelingen met elkaar sam en willen leven’. Voorafgaande aan de ontwerpsessies hebben de gemeenten aangegeven dat raadpleging niet zal gaan over de vraag hoeveel vluchtelingen er komen en waar ze worden opgevangen. De gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar willen helpen om vluchtelingen een veilige plek te bieden, deze keuze is reeds gemaakt. Over de keuze voor locaties en het aantal op te vangen vluchtelingen beslissen uiteindelijk de burgemeester en wethouders. Deze argumentatie is ook aangeboden i n de raadpleging.
In de raadpleging konden deelnemers wel aangeven wat hun houding is tegenover vluchtelingen (op een schaal van 0/negatief tot 100/positief) en motiver en waarom. • Definitie keuzetaak: Een keuzetaak volgens de PWE-methode is een experimentele opzet om voorkeuren van deelnemers te achterhalen, vaak over maatschappelijke vraagstukken. Een keuzetaak kenmerkt zich door vier elementen: (1) een onderzoeksvraag over de voorkeuren van de deelnemer rond een bepaald thema, (2) een aantal opties die de deelnemer gelijktijdig en in samenhang afweegt, (3) uitgebreide informatie over de opties, zoals het handelingsperspectief van de overheid, en (4) een beperking zodat de deelnemer niet alle opties kan minimaliseren of maximaliseren, een deelnemer ervaart ‘keuzepijn’.
30
Stap 2. Samenstellen van de PWE-raadpleging • Keuze voor puntenmodus: Een raadpleging volgens de PWE-methodiek kan op drie verschillende manieren geïmplementeerd worden: puntenmodus, schuifjesmodus en keuzemodus. De keuze tussen deze drie opties maken we aan de hand van twee beslisvragen. De eerste vraag is in hoeverre er sprake is van de verdeling van een schaars publiek goed of middel, zoals geld of uitvoeringscapaciteit. Dat is niet het geval bij dit vraagstuk. De vraag over doelen en principes bij het samenleven met vluchtelingen is in essentie een waardenvraagstuk. Het antwoord op deze eerste vraag leidt automatisch tot een puntenmodus. De tweede selectievraag is daarmee niet relevant. • Keuzesituatie: Dat betekende concreet dat deelnemers 50 punten mochten verdelen over tien keuzeopties, oftewel tien principes en doelen. We kiezen er vrijwel altijd voor om het aantal te verdelen punten gelijk te stellen aan het aantal opties maal vijf. Dit maakt het onder andere mogelijk dat deelnemers een absolute prioritering tussen de opties kunnen maken. Ook maakt dat onderzoeksresultaten tussen verschillende raadplegingen beter vergelijkbaar. • Selectie van opties: We hebben gekozen om tien doelen en principes te laten afwegen. Tijdens de ontwerpsessies zijn aanvullende opties genoemd.
Deze tien opties zijn geselecteerd als afweging tussen overzichtelijkheid en toegankelijkheid (meer opties maakt de raadpleging minder toegankelijk) en het bestrijken van de belangrijkste beleidsdossiers en –vragen. Een eerdere, vergelijkbare raadpleging in de gemeente Eindhoven gaf daarbij richting.
De tien principes en doelen ter afweging (B1-taalniveau)
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
31
Stap 3. Dataverzameling op verschillende manieren • Tussen 4 november en 1 december 2024 konden deelnemers meedoen de raadpleging. Deelnemers konden meedoen aan de raadpleging i n het Nederlands. Er waren verschillende manieren om deel te nemen. Er hebben in totaal 2.562 mensen meegedaan. 1. Kaart met code: In Duiven en Westervoort hebben alle huishoudens een uitnodiging ontvangen middels een ansichtkaart met code. In Zevenaar z ijn 12.784 huishoudens willekeurig geselecteerd. Op iedere kaart stond een unieke code, om te garanderen dat iedereen maar één keer mee kan doen. Het proactief benaderen van inwoners vergroot de kans op deelname van inwoners die uit zichzelf minder snel mee zouden doen, bijvoorbeeld omdat zij geen sterke mening hebben over het onderwerp of aan zelfselectie doen (‘mijn mening doet er toch niet toe’). In Zevenaar zijn verder als pilot bij 1.800 adressen papieren versies van de raadpleging meegestuurd met het oogmerk digitaal minder vaardige inwoners te faciliteren. Tot slot is een verkorte versie van de raadpleging op straat afgenomen in de drie gemeenten (data en locaties hieronder). Er waren in totaal 1.457 deelnemers van deze versie van de raadpleging (kaart met code).
• Donderdag 21 november: Liemers College en Jumbo Landeveer • Vrijdag 22 november: Lobith (weekmarkt) en Jumbo Tolkamer • Zaterdag 23 november: Zevenaar Centrum (Jumbo Zonnemaat) • Dinsdag 26 november: Duiven Centrum (op en rond de weekmarkt en het winkelcentrum) • Donderdag 28 november: Candea Collega (9:30-14:00) / Station (14:00-14:30) / Winkelcentrum Eilandplein (14:30-16:00 uur) • Vrijdag 29 november: Westervoort Centrum (op en rond de weekmarkt en het winkelcentrum) • Zaterdag 30 november: Zevenaar Centrum (Aldi Muldershof 25) 2. Open raadpleging: De raadpleging is ook opengesteld onder de gehele bevolking in de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. De gemeenten D uiven, Westervoort en Zevenaar hebben deze versie onder de aandacht gebracht met een communicatiecampagne (inclusief maar niet gelimiteerd tot: sociale media, artikelen in verschillende lokale kranten, en posters in de openbare ruimte). De samenstelling van deelnemers aan deze versie van de raadpleging kan een selectie bias vertonen. D.w.z. dat er bovengemiddeld veel deelnemers kunnen zijn met een sterke mening of belang bij het onderwerp. Daardoor zijn de resultaten van de open raadpleging niet representatief. Een open raadpleging vergroot echter wel de inclusiviteit van het traject. Er waren 1.086 deelnemers aan de open raadpleging.
3. Focusgroepen: Met het doel de inclusiviteit van het traject verder te vergroten zijn fysieke gesprekken gevoerd met doelgroepen die digitaal minder vaardig zijn en/of de Nederlandse taal minder machtig. Het betreft vier gesprekken met asielzoekers, statushouders, Oekraïners en laaggeletterden. De gesprekken zijn uitgevoerd door Bureau AM. De uitkomsten zijn apart gerapporteerd en geen onderdeel van deze rapportage. 32
Stap 4. Data cleaning en multiplicatieve weging De kaart-met-code-raadpleging is een steekproef van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Waar de samenstelling van deze steekproef afwijkt van de populatie, herwegen we de resultaten. Daardoor zijn de resultaten van de kaart-met-code-raadpleging representatief voor de bevolking in elk van de drie gemeenten. Hoe werkt herwegen? • De samenstelling van deelnemers aan de kaart-met-code-raadpleging komt deels, maar niet geheel, overeen met de bevolkingssamenstelling van de drie gemeenten. Dat kunnen we afleiden met de standaardmethode voor het bepalen van statistische representativiteit: een Chi2-toets. Hiermee hebben we de verdeling van de deelnemers op de kenmerken gender, leeftijd en opleidingstype vergeleken met de verdeling van de drie gemeenten (CBS, 2022). We zien dat de samenstelling van de deelnemers aan de kaart-met-code-raadpleging significant verschilt van de populatie op de demografische kenmerken opleidingstype, leeftijd en deels voor gender. • Omdat er een significant verschil is kunnen we de gegevens herwegen. Het doel hiervan is te zorgen dat alle groepen in de gemeenten een stem naar rato krijgen.
Herwegen betekent dat we in de analyse meer gewicht hebben toegekend aan de antwoorden van deelnemers die ondervertegenwoordigd zijn in de steekproef en minder gewicht hebben toegekend aan de deelnemers die oververtegenwoordigd zijn. Daarbij zijn geen gegevens of antwoorden weggegooid. • We hebben hiervoor de methodiek multiplicatief wegen* gebruikt (ook wel ‘raking’ genoemd). Kort gezegd hebben we het volgende gedaan. Deze stappen hebben we voor iedere gemeente apart genomen: 1. We delen de deelnemers op in drie groepen voor opleidingstype (praktisch/toegepast/theoretisch), drie groepen voor leeftijd (tot 44 jaar, 45 tot 65 jaar en 65 jaar** en ouder) en twee groepen voor gender (vrouw en man); 2. We hebben de verdeling van de deelnemers over deze groepen vergeleken met de verdeling in de populatie van elk van de drie ge meente; 3. We hebben een wegingsfactor gekoppeld aan elke groep. Deze wegingsfactor zorgt dat de antwoorden van een specifieke groep zwaarder tellen als er relatief weinig deelnemers in de groep zitten. En dat de antwoorden minder zwaar meetellen als er relatief veel deelnemers in deze groep zitten.
**Omdat er weinig jongeren hebben deelgenomen aan de raadpleging, is er besloten om de deelnemers onder de 24 samen te trekken met de deelnemers van 25 tot 44 jaar oud. Op deze manier kunnen we uitspraken doen over de meningen, zorgen en verwachtingen van jongere deelnemers.
33
* Zie ook deze publicatie van CBS: Wegen als correctie voor non-respons
Stap 5. Schrijven van de rapportage • De basis voor deze rapportage is de kwantitatieve analyse van deelnemers op de keuzetaak (het verdelen van de 50 punten over de tien opties) en de aanvullende stellingen. • De kwantitatieve resultaten hebben we vervolgens van duiding voorzien op basis van een kwalitatieve analyse van de geschreven reacties van deelnemers. Hierbij analyseren wij honderden reacties en identificeren de meest voorkomende hoofdargumenten die deelnemers gebruiken om aan optie s veel of weinig punten toe te kennen.
• In deze rapportage laten we citaten zien van deelnemers aan de raadpleging. Deze zijn geselecteerd zodat ze illustratief zijn voor de hoofdargumenten. Daarbij geldt steeds dat citaten in het gedeelte van de rapportage over een van de drie gemeenten ook altijd van een inwoner komen uit de betreffende gemeente. • Deze rapportage is opgesteld door Populytics. Er hebben een aantal feedbackrondes plaatsgevonden, waarbij de gemeenten Duiven , Westervoort en Zevenaar input hebben kunnen geven op de resultaten.
34
Omgang met persoonsgegevens • De vragen in deze raadpleging waren allen in overeenstemming met de privacywetgeving (Algemene verordening gegevensbescherming, AVG). Omdat de raadpleging anoniem is zijn de gegevens die we verzamelen geen persoonsgegevens. Dat betekent dat de AVG als uitgangspunt niet van toepas sing is. Een anonieme raadpleging mag vragen stellen over leeftijd, gender en opleidingstype, zonder dat de AVG van toepassing is. • Ook in een anonieme raadpleging kan de AVG in sommige gevallen toch van toepassing zijn. Bijvoorbeeld als het antwoord op een vraag (of de antwoorden op een combinatie van vragen) herleidbaar is (zijn) tot een groep van drie huishoudens of minder. Dan is er sprake van een persoonsgegeven. In dat geval is de AVG van toepassing. Een voorbeeld is vragen naar postcode-4. Er zijn enkele (vaak landelijke) postcode-4-gebieden waarin zich minder dan drie huishoudens bevinden. • In deze raadpleging is geen gegeven, of combinatie van gegevens, verzameld die herleidbaar is (zijn) tot een groep van drie huishoudens of minder in Nederland. • Elke deelnemer aan de raadpleging kon verder zelf bepalen welke informatie hij/zij wilde delen. Alle vragen over persoonlijke kenmerken in de raadpleging waren vrijwillig te beantwoorden (of over te slaan). Elke vraag bevatte daarbovenop ook de antwoordoptie 'zeg ik liever niet'.
• De gegevens voor dit onderzoek blijven bewaard.
35
Bijlage bij basisrapport: uitkomsten gemeente Duiven Resultaten van een inwonersraadpleging over samenleven met vluchtelingen
Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Deel 4. Over de raadpleging
Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Colofon Deze PWE-raadpleging is uitgevoerd door Populytics, een spinoff van de TU Delft, in opdracht van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Deze bijlage met uitkomsten voor de gemeente Duiven horen bij een basisrapport met hoofdresultaten voor de drie gemeentes samen.
38
Auteurs
Mark Beumer (mark@populytics.nl) Tom Geijsen (tom@populytics.nl) Jetske Mulder (jetske@populytics.nl)
Datum
Januari 2025
Versie
1.0 (Definitief)
Contact
Populytics b.v. Frambozenweg 139 2321 KA Leiden info@populytics.nl www.populytics.nl
Photo by Sander Weeteling on Unsplash
Vooraf: hoe de resultaten te lezen?
In het basisrapport is een uitgebreide onderzoeksverantwoording te vinden
39
De oorspronkelijke raadpleging is nog steeds vindbaar op de website samenverder.raadpleging.net. De raadpleging is ook nog in te vullen, maar antwoorden worden niet meer geregistreerd.
Vooraf (1/2): We presenteren de gemiddelden van de twee varianten van de raadpleging
Gemiddelden voor alle inwoners van een gemeente • We presenteren voor elke gemeente steeds eerst de resultaten voor alle deelnemers die hun mening hebben gegeven: de gemiddelde punten per optie. We laten de twee varianten zien: de kaart met code en de open raadpleging. • Voor de verdere resultaten laten we met name de representatieve uitkomsten zien die voortkomen uit de raadpleging via de kaart met code. Deze zeggen het meest over de gemeente als geheel.
Uitgangswaarde • Als deelnemers aan alle tien opties evenveel punten toekennen (alles even belangrijk vinden), dan zou elke optie 5 punten krijgen (50 gedeeld door 10). Dit noemen we ook wel de uitgangswaarde.
40
Betrouwbaarheidsinterval • Een steekproef heeft altijd een mate van onzekerheid. Als alle inwoners van de gemeente mee zouden doen, dan bevinden de uitk omsten zich met 95% zekerheid in het waardebereik van dit (lichtblauwe) betrouwbaarheidsinterval. Als er geen overlap zit in het waardebereik van twee doelen, dan is het verschil tussen deze doelen significant. In dit voorbeeld verschilt de optie ‘taal en cultuur’ significant van ‘werk en opleiding’. Maar ‘werk en opleiding’ verschilt echter niet significant van ‘veiligheid’. De volgorde van deze twee doelen zou ook omgekeerd kunnen zijn.
Vooraf (2/2): We tonen ook resultaten uitgesplitst naar subgroepen op basis van houding
Voorspellende kenmerken • Vooral het kenmerk ‘houding tegenover vluchtelingen’ blijkt een belangrijke voorspeller voor verschillende prioriteiten van deelnemers tussen de opties voor samenleven. • De overige kenmerken van deelnemers – zoals leeftijd, gender en opleidingstype – leverden geen substantiële verschillen op in de prioritering van de doelen. Deze laten we verder niet zien.
• We laten met name prioriteiten zien van de groepen die negatief, circa neutraal en positief staan tegenover vluchtelingen. De prioriteiten lopen in gradaties in elkaar over.
Legenda: hoge en lage prioriteit • Als een optie meer dan de uitgangswaarde van 5 punten krijgt, dan krijgt die optie prioriteit van (een groep) inwoners. Als een thema meer dan 7,5 punten krijgt, dan heeft het hoge prioriteit. Minder dan 2,5 punten is lage prioriteit. 41
Gemiddelde van de hele gemeente • Ter vergelijking laten we ook steeds het gemiddelde (⍉) van de gehele gemeente zien (representatieve uitkomsten op basis van de variant kaart met code). Dit is ook te lezen als de (gewogen) optelsom van de uitgesplitste scores in de rijen.
Over de deelnemers Welke inwoners hebben meegedaan?
Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Deel 4. Over de raadpleging
Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
In de gemeente Duiven hebben in totaal 904 inwoners deelgenomen
Kaart met code
Open raadpleging
Figuur 13. Samenstelling van de respondenten Totaal Duiven (n=904)
50,9% 49,1%
Kaart met code (n=565) 41,1% 56,3%
Open raadpleging** (n=339) 53,4% 43,1%
Leeftijd 16 tot 24 jaar 25 tot 44 jaar 45 tot 64 jaar 65 tot 79 jaar 80 en ouder
12,2% 24,5% 37,2% 20,2% 5,8%
5,0% 19,4% 43,9% 28,6% 2,8%
3,2% 19,5% 45,1% 28,3% 2,4%
Opleiding Praktisch Toegepast Theoretisch
26,7% 47,1% 26,2%
7,7% 25,7% 62,4%
6,3% 27,0% 61,3%
gender Vrouw Man
43
Aandeel gemeente*
* Bron: CBS ** Aantallen tellen niet altijd op tot 100%. Het resterende deel betreft ‘zeg ik liever niet’
• Oververtegenwoordiging van vrouwen, oudere mensen en theoretisch geschoolden: In zowel de open raadpleging als de versie kaart-met-code zijn vrouwen, oudere inwoners en inwoners met een theoretische opleiding oververtegenwoordigd. De resultaten van de kaart met code zijn hiervoor gecorrigeerd, zodat de uitkomsten representatief zijn voor de gemeente. Zie het basisrapport voor een verdere toelichting van de methodologie. • 89 deelnemers kozen ervoor geen advies uit te brengen: 42 deelnemers die via een kaart met code deelnamen en 47 deelnemers uit de open raadpleging kozen om geen advies uit te brengen. Zij hebben wel de overige vragen beantwoord. Dit betreft deelnemers die aangaven (licht) negatief tegenover vluchtelingen te staan.
• Buiten voorwaarden voor deelname: twee deelnemers waren jonger dan 16. • Deelname aantal vluchtelingen: van de deelnemers uit Duiven is 4% vluchteling. Die persoon zelf, of diens ouders zijn gevlucht uit een ander land.
Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?
Deel 1. Over de deelnemers Wie hebben er meegedaan?
Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?
Deel 3. Overige vragen
Deel 4. Over de raadpleging
Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?
Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?
Figuur 14. Prioritering van de doelen
Kaart met code
Totaal Duiven (n=904)
Totaal open (n=339)
Totaal kaart met code (n=565) 8.4
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren 6.5
6.8
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
6.3
6.6
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
4.8
5.0
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
4.8
5.0
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
4.7
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4.5
3.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
2.8
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
4.4 4.8
3.7
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
Legenda
45
8.6
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
0
1
2
Open raadpleging
3.6 3.1 2.2
3
4
5
6
7
8
9 10
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9 10
Deelnemers aan de kaart met code prioriteren de doelen niet substantieel anders dan deelnemers aan de open raadpleging
Kaart met code
Open raadpleging
Vergelijking varianten kaart met code versus open raadpleging Duiding bij Figuur 14 (vorige slide)
Taal en cultuur
46
8.6
8.4
Werk of opleiding
6.5
6.8
Veiligheid
6.3
6.6
Extra informatie
4.8
5.0
Meer woningen
4.8
5.0
Bekostiging
4.7
4.4
Vrijwillige bijdrage
4.5
4.8
Verspreid wonen
3.7
3.6
Meer contact
3.2
3.1
Veilig verplaatsen
2.8
2.2
• Hiernaast staan de scores bij de tien doelen nog eens weergegeven, net als in Figuur 14, maar met labels in verkorte vorm. Links de deelnemers die zijn uitgenodigd voor deelname via een kaart met code, rechts de deelnemers aan de open raadpleging. De resultaten van de groep ‘Kaart met code’ zijn representatief voor alle inwoners van de gemeente Duiven. • Inwoners van Duiven geven ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren’ de hoogste prioriteit. Dit doel krijgt (bijna) twee punten meer dan de doelen eronder. Daarna volgen ‘Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen’ en ‘Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt’. Deze twee doelen krijgen ongeveer evenveel punten en verschillen niet significant van elkaar.
• De onderste drie doelen krijgen significant minder punten dan de andere doelen. Dat zijn ‘Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen’, ‘Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen’ en ‘Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente’. De vier doelen in het midden (die 4,5 tot 4,8 punten scoren) verschillen niet significant van elkaar. • De open raadpleging laat op hoofdlijnen hetzelfde beeld zien: de volgorde is nagenoeg gelijk. Zoals we vaker zien, is de puntenverdeling iets meer uitgesproken dan bij groep met uitgenodigde deelnemers: de hoogste scores zijn wat hoger en de laagste scores zijn wat lager.
Inwoners van Duiven hebben iets vaker een (licht) positieve houding tegenover vluchtelingen dan een landelijke referentie
Kaart met code
Open raadpleging
Figuur 15. Houding: “Hoe kijk jij aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?” Totaal Duiven (n=904)
• Houding: We hebben deelnemers aan de raadpleging de vraag gesteld: ‘Hoe kijk je aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?’ Zij konden antwoorden op een schaal van 0 (negatief) tot 100 (positief). Scores rond de 50 geven een min of meer neutrale houding weer.
100% 19%
24%
14%
80% 27%
30%
22%
Positief (81-100)
60%
Licht positief (61-80) 14% 40%
19%
14%
18%
24%
20%
19%
0% Kaart met code 47
*Bron: Cordaid 2023
Circa neutraal (40-60) Licht negatief (20-39)
17% 20%
21%
Open
Landelijk*
Negatief (0-19)
• Inwoners van Duiven denken vaker positief over vluchtelingen dan de landelijke referentie: 49% van de inwoners van Duiven hebben een (licht) positieve houding tegenover vluchtelingen (o.b.v. deelnemers via kaart met code). In eerder landelijk onderzoek* was dit 41% van de deelnemers. • Inwoners van Duiven denken minder vaak (licht) negatief over vluchtelingen dan de landelijke referentie: 32% in Duiven, ten opzichte van 39% landelijk.
• Houding als belangrijkste voorspellende kenmerk: inwoners stellen verschillende prioriteiten op de hoofdvraag wat goed samenleven is. Hun antwoord op deze houding-vraag blijkt het belangrijkste kenmerk om verschillen te verklaren. Aanvullende analyses laten zien dat andere kenmerken van inwoners (zoals leeftijd, gender en opleiding) geen substantiële voorspellende waarde hebben. Deze laten we verder niet zien.
Figuur 16. Prioritering van doelen naar houding tegenover vluchtelingen
Kaart met code
Totaal Duiven (n=565)
Negatief (0-19)
Licht negatief
Circa neutraal
Licht positief
Positief
(40-60)
(61-80)
(20-39)
8.4
Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren
11,0
9,6
9,4
7,5
7,0
Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen
7,0
5,8
6,5
6,5
6,0
6.5
Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt
8,8
7,3
5,8
5,7
5,6
6.3
Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen
8,9
5,7
4,1
4,0
2,9
4.8
Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen
2,0
2,9
4,6
5,5
6,2
4.8
Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente
5,7
5,3
5,3
4,0
4,0
4.7
Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk
4,4
5,9
4,9
4,2
3,8
4.5
Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen
1,5
3,5
3,5
4,5
4,7
3.7
Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen
0,4
2,3
2,7
4,3
5,8
3.2
Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente
0,4
1,6
2,6
3,5
4,0
2.8
Legenda
48
⍉
(81-100)
0 tot 2,5 punten
2,5 tot 5 punten
5 tot 7,5 punten
7,5 punten of meer
Ongeacht hun houding ten aanzien van vluchtelingen geven inwoners prioriteit aan dezelfde drie doelen. Dit wijst op een gedeelde basis voor ‘het hoe samen verder’
Kaart met code
Inzicht in de prioriteiten van inwoners met een verschillende houding ten aanzien van vluchtelingen Duiding bij Figuur 16 (vorige slide)
49
•
Houding als voorspeller: Statistische analyse laat zien dat het kenmerk ‘houding tegenover vluchtelingen’ (op een schaal 0/negatief tot 100/positief ) de belangrijkste voorspeller is van verschillen tussen inwoners in hun prioritering van de tien doelen. Andere kenmerken, zoals leeftijd, gender en opleidingstype, leverden geen su bstantiële verschillen op in prioritering. Maar hoewel het kenmerk ‘houding’ de belangrijkste verschillen laat zien tussen inwoners, bestaat over de hoogste prioriteiten eensgezindheid.
•
Gedeelde basis – Veilig op weg naar zelfstandigheid: De opties ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren’, ‘Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen’ en ‘Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt’ krijgen van alle inwoners (hoge) prioriteit, ongeacht of ze een nega tieve, neutrale of positieve houding ten aanzien van vluchtelingen hebben. Dat betekent dat er een brede gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven met vluchtelingen. De opvanglocatie en de omgeving eromheen moeten veilig zijn, wat veel deelnemers noemen als randvoorwaarde. Daarnaast moet de opvang van vluchtelingen gericht zijn op zo snel mogelijk zelfstandig mee kunnen draaien en bij kunnen dragen aan de Nederlandse samenleving door het leren van de taal, het volgen van een opleiding en aan het werk gaan. inwoners hebben wel andere motivaties hiervoor en andere verwachtingen over de verantwoordelijkheid hiervoor. Dit werken we hierna nader uit.
•
Verschillen (1) – Extra informeren: Op twee doelen zien we een duidelijk andere prioritering (puntenverdeling) tussen inwoners met een positieve en negatieve houding. De eerste is ‘Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen’. Dit doel is belangrijk voor inwoners met een negatieve houdin g (8,9 punten) en veel minder voor inwoners met een positieve houding (2,9 punten). Het ‘waarom’ achter dit verschil genuanceerd en werken we uit op de slide die we wijden aan deze optie (zie de uitwerking per optie).
•
Verschillen (2) – Meer woningen: Een tweede verschil betreft de optie ‘Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen’. Dat er meer w oningen komen is voor alle inwoners belangrijk, óók voor de negatieve groep die lage prioriteit aan deze optie geeft (2,0 punten). inwoners met een negatieve hou ding zijn het echter sterk oneens met het gedeelte achter de komma (‘ook voor vluchtelingen’). Het meningsverschil met de positieve groep gaat expliciet over de verdeling van de bestaande woningvoorraad. inwoners met een negatieve houding vinden dat autochtone Nederlanders voorrang verdienen, vooral jongeren. inwoners met een positieve houding vinden dat er een ‘eerlijke’ verdeling gemaakt mag wo rden.
•
Gradaties en tussenposities: Voor bijna alle opties lopen de punten van links naar rechts geleidelijk op dan wel af. Dit wijst op een spectrum van menin gen, met gradaties en tussenposities. Hoewel we soms spreken in termen van de ‘positieve groep’ of de ‘negatieve groep’ is het belangrijk om in gedachten te houden dat er veel va riatie zit binnen de groepen en veel overlap tussen de groepen. Anders gezegd, de verschillen in houding zijn kenmerkend voor opvattingen en prioriteiten, maar niet stereotypisch. Ter illustratie, we zien in de groep mensen met een negatieve houding als meest voorkomende opvatting dat (autochtone) inwoners voorrang zouden moeten hebben bij woningen. Maar in deze groep zijn ook inwoners die voor gelijke behandeling zijn. En vice versa zien we in de groep mensen met een positieve houding ook inwoners die vinden dat autochtone Nederlanders voorrang zouden moeten hebben bij een woning, hoewe l dat niet de kenmerkende houding in die groep is. Dit zien we bij alle opties. Met citaten van deelnemers brengen we deelperspectieven in kaart.
•
Profielen van de groepen inwoners & Uitwerking per optie: Hoe kunnen we de voorkeuren van mensen met verschillende houding verder duiden? Op de volgende slide’s werken we drie houdingsprofielen verder uit: de groep met een negatieve houding ten aanzien van vluchtelingen, die met een neutrale houding en die met een pos itieve houding. Dat werken we nog verder uit door daarna voor elk van de tien opties (beleidsdoelen) verschillen en deelperspectieven te laten zien tussen deze drie houdingsprofielen.
Profielen van drie groepen • Inwoners met een negatieve houding tegenover vluchtelingen • Inwoners met een circa neutrale houding • Inwoners met een positieve houding Voor de uitwerking van deze profielen is ervoor gekozen om drie groepen uit te werken: de inwoners met een negatieve houding, inwoners met een circa neutrale houding, en inwoners met een positieve houding. Zowel de prioriteringen (puntenverdelingen) als motivaties laten zien dat inwoners met een licht negatieve houding zowel overeenkomsten vertonen met de negatieve groep als de circa neutrale groep. De inwoners met een licht positieve houding vertonen juist overeenkomsten met zowel de circa neutrale groep en de positieve groep. In algemene zin is er sprake van een spectrum aan waarden, zorgen en voorkeuren dat gradueel overloopt van de negatieve groep naar de positieve groep.
50
De groep inwoners met een negatieve houding is divers: van weerstand tegen elke vorm van opvang tot bereidheid om mee te denken
Kaart met code
Profiel: inwoners met een negatieve houding tegenover vluchtelingen
Prioriteiten van de groep met een negatieve houding
•
In Duiven heeft ongeveer 18% van de inwoners een negatieve houding tegenover vluchtelingen, vergelijkbaar met landelijk gemid deld. Deze groep is heterogeen: op basis van de motivaties zien we meerdere (deel)perspectieven op het thema. • Een eerste perspectief zien we bij inwoners die de raadpleging hebben voltooid, maar niet inhoudelijk mee hebben willen denke n over het onderwerp ‘samenleven met vluchtelingen’. Zij geven veelal aan dat zij geen enkele vorm van opvang willen. Zij doen niet mee met het inhoudelijke deel van de raadpleging omdat zij weinig vertrouwen hebben dat hun deelname invloed heeft op het besluit van de gemeente. • Een tweede perspectief is een groep die geen enkele vorm van opvang wil, maar wel meedoet aan de raadpleging en dus het contact aangaat met de gemeente. Zij zijn vaak uitgesproken tegen opvang en voor remigratie. • Een derde perspectief is een groep die wel openstaat voor tijdelijke opvang en/of opvang van bepaalde groepen vluchtelingen (zoals mensen uit oorlogsgebieden). Er is een mate van terughoudendheid over opvang, soms sterk, maar ook de wens om mee te denken ‘als het dan toch moet’ of mee te denken hoe het beter kan vanuit bepaalde sterk gevoelde zorgen.
•
Er bestaan nuanceverschillen in de puntenverdeling tussen deze deelperspectieven, maar vooral overeenkomsten. Deze inwoners geven drie opties (taal en cultuur, veiligheid en extra informatie) hoge prioriteit (meer dan 7,5 punten). Vier opties (meer woningen, verspreid wonen, meer contact, veilig verplaatsen) krijgen lage prioriteit (minder dan 2,5 punten). De optie ‘taal en cultuur’ krijgt niet alleen hoge prioriteit, maar zelfs meer dan tien punten (11,0). Dat geeft typisch aan dat de optie principieel van aard is voor deze groep inwoners. Het gaat dan vooral om de cultuur, in het bijzonder aanpassing aan de Nederlandse normen en waarden.
•
In de opties die de meeste punten krijgen vertoont deze groep inwoners met een negatieve houding sterke gelijkenissen met de andere inwoners van Duiven. Alle groepen geven namelijk prioriteit aan de opties ‘taal en cultuur’, ‘werk en opleiding’ en ‘veiligheid’ (meer dan 5 punten). Dat betekent dat er een gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven, ongeacht de houding tegenover vluchtelingen.
•
Naast de gedeelde basis plaatst deze groep inwoners met een negatieve houding een duidelijk accent op de optie ’extra geïnfor meerd worden’. Dit beleidsdoel krijgt hoge prioriteit (8,9 punten). Een ander accent, maar juist omdat er weinig prioriteit aan gegeven wordt, is ‘meer woningen’. Deelnemers in deze groep vinden het bouwen van meer woningen zeer belangrijk, maar vinden dat (autochtone) inwoners voorrang verdienen bij de toegang tot de bestaande (sociale huur)woningvoorraad.
•
De deelperspectieven wijzen op een handelingsperspectief: wees bewust van de verschillen binnen deze groep, een deel van deze groep staat open om met de gemeente het gesprek aan te gaan.
(0-19)
51
Taal en cultuur
11,0
Werk of opleiding
7,0
Veiligheid
8,8
Extra informatie
8,9
Meer woningen
2,0
Bekostiging
5,7
Vrijwillige bijdrage
4,4
Verspreid wonen
1,5
Meer contact
0,4
Veilig verplaatsen
0,4
Inwoners met een circa neutrale houding benadrukken relatief vaak dat samenleven een verantwoordelijkheid van twee kanten is
Kaart met code
Profiel: inwoners met een circa neutrale houding tegenover vluchtelingen
Prioriteiten van de groep met een circa neutrale houding
•
In Duiven heeft ongeveer 19% van de inwoners een om en nabij neutrale houding tegenover vluchtelingen. Dat is vergelijkbaar m et landelijk gemiddeld. De (deel)perspectieven in deze middengroep zijn divers. • Sommige inwoners in deze groep leunen naar een iets meer negatieve houding en gebruiken vergelijkbare argumenten als inwoners uit die groep (zie de uitwerking van de negatieve groep). Echter, het deelperspectief uit die groep dat er geen enkele vorm van vluchtelingenopvang zou mogen zijn is vrijwel afwezig in deze groep. De inwoners in deze circa neutrale groep benoemen bepaalde zorgen en willen daarover meedenken met de gemeente. • Andere inwoners in deze groep neigen naar een wat meer positieve houding en gebruiken vergelijkbare argumenten als de positieve groep (zie volgende slide). Hier is echter het ‘humanitaire’ perspectief (opvang van alle vluchtelingen is een morele plicht) veel zeldzamer. In de positieve groep zien we dat perspectief nadrukkelijk wel. • In deze groep komt een derde, meer karakteriserend deelperspectief relatief vaak terug. Veel inwoners benoemen het ‘tweerichtingsverkeer’ van het samenleven van (autochtone) inwoners en vluchtelingen. Veel inwoners zien dit als een wederzijdse verantwoordelijkheid. Zo vinden zij bijvoorbeeld dat (autochtone) inwoners een verantwoordelijkheid hebben om contact te maken met vluchtelingen.
Vice versa moeten vluchtelingen ook hun best daarvoor doen. inwoners hebben een verantwoordelijkheid om een veilige situatie voor vluchtelingen te creëren en behouden, en vluchtelingen hebben die verantwoordelijkheid ook. We zien ook de tweezijdigheid dat met rechten (op opvang, op faciliteiten) ook plichten komen.
•
De prioritering van opties door inwoners in deze groep bevindt zich – een uitzondering daargelaten – halfweg het spectrum van de positieve groep en de negatieve groep. Zij geven net als alle inwoners (hoge) prioriteit aan de drie opties ‘taal en cultuur’, ‘werk of opleiding’ en ‘veiligheid’. De optie ‘bekostiging door de landelijke overheid’ krijgt prioriteit, omdat veel inwoners in deze groep vinden dat beleid ook door de landelijke overheid wordt gemaakt. Verder leggen inwoners in deze groep geen uitgesproken accenten.
(40-60)
52
Taal en cultuur
9,4
Werk of opleiding
6,5
Veiligheid
5,8
Extra informatie
4,1
Meer woningen
4,6
Bekostiging
5,3
Vrijwillige bijdrage
4,9
Verspreid wonen
3,5
Meer contact
2,7
Veilig verplaatsen
2,6
Een deel van de inwoners met een positieve houding redeneert vooral vanuit humanitaire gronden, een ander deel maakt meer voorbehouden en heeft verwachtingen
Kaart met code
Profiel: inwoners met een positieve houding tegenover vluchtelingen
Prioriteiten van de groep met een positieve houding
•
In Duiven heeft ongeveer 19% van de inwoners een positieve houding tegenover vluchtelingen. Dat is iets meer dan landelijk ge middeld. Ook binnen deze groep zien we twee deelperspectieven: • Een groep inwoners redeneert veelal vanuit morele, humanitaire gronden. Zij zeggen bijvoorbeeld dat het een plicht is om mens en in nood op te vangen. Zij maken zelden onderscheid tussen de opvang van verschillende soorten vluchtelingen: niemand kiest er immers vrijwillig voor om op de vlucht te gaan. In hun motivaties kiezen zij vaak het perspectief van de vluchteling. Hun argumenten benadrukke n vaak de positieve effecten voor de vluchteling. • Een andere groep inwoners staat positief tegenover vluchtelingen, maar maakt meer voorbehouden bij opvang en samenleven. Zo z ijn er inwoners die een onderscheid maken tussen economische vluchtelingen en oorlogsvluchtelingen, waarbij de laatste groep wel opv ang verdient en de eerste niet. Deze inwoners stellen ook vaker expliciete verwachtingen aan de inzet van vluchtelingen om te integreren. Deze inwoners kiezen vaker het perspectief van andere groepen (autochtone) inwoners en/of de samenleving als geheel. Zij redeneren minder vanuit de vluchteling. Zo kan het leren van taal en cultuur een verstandig idee zijn omdat dat mogelijk weerstand bij kritisc he inwoners weghaalt.
•
Van alle inwoners verdelen deze inwoners met een positieve houding hun punten het meest gelijkmatig over de opties. Geen enke le optie krijgt hoge prioriteit (meer dan 7,5 punten) en geen enkele optie krijgt lage prioriteit (minder dan 2,5 punten). Oftewel, zij vinden dat alle tien doelen in deze PWE-raadpleging relevantie hebben voor het beantwoorden van de vraag over het samenleven met vluchtelingen. Het is te karakteris eren als een meer gematigde groep. Zij prioriteren echter – net als alle inwoners van Duiven – de drie opties ‘taal en cultuur’, ‘werk en opleiding’ en ‘veiligheid’.
•
Andere, kenmerkende prioriteiten zijn de optie dat er meer woningen komen voor inwoners, waaronder ook voor vluchtelingen (6, 2 punten). Ook geven zij prioriteit aan de optie meer contact tussen inwoners en vluchtelingen (5,5 punten). Deze groep vindt contact belang rijk – ook de circa neutrale groep vindt dat overigens – en geeft veel punten vanuit hun observatie dat contact niet zomaar tot stand komt. Ook de optie ‘verspreid wonen’ krijgt aanmerkelijk meer prioriteit dan de groep met een negatieve houding (4,7 punten versus 1,4 punten).