Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Samenleving 2022-2026 van 6 december 2022
Agenda bijlagen Agenda_Commissie_Samenleving_6_december_2022 1 2
Opening en vaststellen agenda Vaststellen besluitenlijst vorige vergadering De commissie wordt gevraagd de concept-notulen van de vergadering van 15 november jl. vast te stellen. concept Notulen Commissie Samenleving 15 november 2022.docx
3
Vaststellen planningslijst en lijst toezeggingen en moties De commissie wordt gevraagd de planningslijst en lijst toezeggingen en moties vast te stellen. De planningslijst is bijgevoegd. De moties en toezeggingen kunt u raadplegen in het RIS (Raadsinformatiesysteem) in iBabs. 221109 Planningslijst raad Zevenaar 2022 - november 2022
4
Z/22/432906 Aanvraag Vangnetuitkering 2022 De raad wordt voorgesteld in te stemmen met de genomen maatregelen van het college om het tekort op het bijstandsbudget in 2022 terug te dringen. Portefeuillehouder: Stef Bijl Raadsvoorstel en -besluit 1123570 Aanvraag Vangnetuitkering 2022 1127538 Bijlage 1. uitgebreide analyse, maatregelen en effecten maatregelen
5
6 7 8 9
Stand van zaken Sociaal Domein Vanwege de importantie en impact van het onderdeel sociaal domein staat dit onderwerp als terugkerend onderdeel op de agenda. De portefeuillehouders informeren de commissie op hoofdlijn over de ontwikkelingen, voor de commissie is er gelegenheid tot het stellen van vragen en het voeren van onderling overleg. Punten van orde commissie De leden van de commissie kunnen agendaverzoeken aan de commissie voorleggen. Mededelingen portefeuillehouders Gelegenheid voor de portefeuillehouders om korte actuele en urgente mededelingen te doen. Rondvraag De leden van de commissie kunnen vragen stellen aan de portefeuillehouders. Sluiting
Agenda bijlagen 1 Agenda_Commissie_Samenleving_6_december_2022
Agenda Commissie Samenleving 6 december 2022 Tijd
19:30 uur
Locatie
Raadzaal
Voorzitter
J.W.H. Winters
1
Opening en vaststellen agenda
2
Vaststellen besluitenlijst vorige vergadering De commissie wordt gevraagd de concept-notulen van de vergadering van 15 november jl. vast te stellen.
3
Vaststellen planningslijst en lijst toezeggingen en moties De commissie wordt gevraagd de planningslijst en lijst toezeggingen en moties vast te stellen. De planningslijst is bijgevoegd. De moties en toezeggingen kunt u raadplegen in het RIS (Raadsinformatiesysteem) in iBabs.
4
Z/22/432906 Aanvraag Vangnetuitkering 2022 De raad wordt voorgesteld in te stemmen met de genomen maatregelen van het college om het tekort op het bijstandsbudget in 2022 terug te dringen. Portefeuillehouder: Stef Bijl
5
Stand van zaken Sociaal Domein Vanwege de importantie en impact van het onderdeel sociaal domein staat dit onderwerp als terugkerend onderdeel op de agenda. De portefeuillehouders informeren de commissie op hoofdlijn over de ontwikkelingen, voor de commissie is er gelegenheid tot het stellen van vragen en het voeren van onderling overleg.
6
Punten van orde commissie De leden van de commissie kunnen agendaverzoeken aan de commissie voorleggen.
7
Mededelingen portefeuillehouders Gelegenheid voor de portefeuillehouders om korte actuele en urgente mededelingen te doen.
8
Rondvraag De leden van de commissie kunnen vragen stellen aan de portefeuillehouders. Pagina 1
9
Sluiting
Zevenaar, 14 november 2022 Namens de Agendacommissie, Roelien Heemsbergen, commissiegriffier
Pagina 2
2 Vaststellen besluitenlijst vorige vergadering 1 concept Notulen Commissie Samenleving 15 november 2022.docx
Concept notulen Commissie Samenleving 15 november 2022
Datum Tijd Locatie Voorzitter Aanwezig
15-11-2022 19:30 - 22:00 Raadzaal J.W.H. Winters H.S. Burger, B.L.Y. van Die, K. Godschalk, J. Harmsen, F.S.N. Hesseling, J.M. Koenen, R.C. Korthaus, J.G.B.A. Lombarts, A.Y. van Loon, J. de Nooij, T.J.E.M. Riswick-Keultjes, H.F.G.M. Staring, L. van der Velden en P. de Winkel Agendapunt 4: B.A. Metz
College
A.H.M. Albers, S.H. Bijl, L.J.E.M. van Riswijk
1
Opening en vaststellen agenda De voorzitter opent de vergadering en heet een ieder hartelijk welkom. Mededelingen: dhr. Lombarts is vandaag afwezig en wordt vervangen door dhr. Van Bindsbergen. Mw. Korthaus is eveneens afwezig. Zij wordt niet vervangen
2
Vaststellen besluitenlijsten vorige vergaderingen De notulen van de vergadering van 4 en 11 oktober worden ongewijzigd vastgesteld.
3
Vaststellen planningslijst en lijst toezeggingen en moties Ongewijzigd vastgesteld.
4
Z/22/432253 Noodfonds Discussie in twee termijnen. Toezeggingen wethouder Bijl: 1. De communicatie over het noodfonds en hoe hiervoor een aanvraag in te dienen zal toegankelijk zijn voor laaggeletterden. De communicatie zal ruim plaatsvinden, via meer kanalen dan in het voorstel staan aangegeven.
Pagina 1
2. Na de zomer vindt er een evaluatie plaats van de regeling (gebruik/uitvoering en proces) 3. MKB en ZZP die niet kunnen wachten op de uitbetaling van een tegemoetkoming van de provincie is een overbruggingskrediet mogelijk Amendementen: De VVD zal zich beraden over het indienen van een amendement m.b.t. MKB van beperkte omvang Meerdere partijen beraden zich over een gezamenlijk amendement over het opstellen van kaders die toegepast worden bij de afwegingen m.b.t. maatwerk bij beoordeling aanvragen noodfonds. Conclusie: bespreekpunt 5
Z/21/405992 Beschikbaarstelling krediet voor onderwijshuisvesting 2023 Na een korte bespreking en discussie van dit raadsvoorstel is de conclusie Hamerstuk. (voorbehoud PvdA)
6
Z/22/411712 Advies aanwijzing zendmachtiging Liemerse Omroep Stichting Na een korte bespreking en discussie van dit raadsvoorstel is de conclusie Hamerstuk.
7
Raadsinformatiebrief 2022-057 Update ontwikkelingen Vestersbos Naar aanleiding van vragen van commissieleden geeft wethouder Bijl een toelichting op de wijze waarop de diverse belanghebbenden (omwonenden, klankbordgroep, onderwijs, raads- en commissieleden) betrokken zijn en worden in de ontwikkelingen Vesterbos.
8
Dossiervorming en privacy - Sociaal Zevenaar en ONSZevenaar Aangehouden door indieners
9
Stand van zaken Sociaal Domein Wethouder Bijl: M.b.t. de achterstand WMO wordt extra inzet geplaagd maar de achterstand wordt niet snel minder. We proberen nu te achterhalen waarom dit niet lukt. Er wordt nu onderzocht welke aanvragen niet langer kunnen wachten. Dit is anders dan bij de achterstand Jeugdzorg. Daarvan is ongeveer een derde ingelopen. Punten van orde commissie Hiervan is geen gebruik gemaakt.
10
11
Mededelingen portefeuillehouders Hiervan is geen gebruik gemaakt. Pagina 2
12
Rondvraag Vraag dhr. Hesseling: De slimme bandenpomp is een groot succes. Kan deze ook op andere plaatsen komen. Wethouder Albers: Intern is het onderzoek naar de mogelijkheid voor meer plaatsen al uitgezet. Vraag Mw. Van Die: Over de brandbrief die aan de raad gezonden is door Kunstwerk! Daar is maandag 21 november een overleg over. Kan de wethouder in de komende raadsvergadering iets vertellen over het resultaat van deze bijeenkomst. Wethouder Albers: Naast Zevenaar maken ook andere gemeenten deel uit van Kunstwerk! Iedere gemeente neemt naar aanleiding van deze brief en het overleg een eigen besluit. Het college heeft ook kennis genomen van deze brief. Daar is niet zomaar een antwoord op te geven. Vraag mw. Van Die: In de krant staat het voornemen van de provincie om te stoppen met de subsidie voor voetveren. Wat zijn dan de gevolgen voor Zevenaar? Wethouder Albers: Op dit moment is het niet meer dan een voornemen en is niet duidelijk wanneer de provincie dit geagendeerd heeft.
13
Sluiting De voorzitter dankt alle aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 21:53 u.
Zevenaar, 17 november 2022 Roelien Heemsbergen, commissiegriffier Videoverslag van deze vergadering: https://channel.royalcast.com/zevenaar/#!/gemeentezevenaar/20221115_1
Pagina 3
3 Vaststellen planningslijst en lijst toezeggingen en moties 1 221109 Planningslijst raad Zevenaar 2022 - november 2022
Planning RAAD 2022
Onderwerp
Raad
Commissie
Type stuk Portefeuillehouder
Status / intern
Afdeling
De gemeente heeft haar legesmodel, de mandaatregelingen en de procedureverordening planschade aangepast op de situatie per 1-1-23.
RO/ BOR
23-nov-22
23 november 2022
Verordening nadeelcompensatie
Ruimte
Rv
Van Orden
23 november 2022
Ruimte
Rv
Van Orden
23 november 2022
Vaststelling bestemmingsplan Sleeg 23 te Babberich Aansluitverordening
Ruimte
Rv
Kagei
23 noivember 2022
Hemelwaterverordening
Ruimte
Rv
RO BOR
Kagei
Verordening vloeit voort uit het Watertakenplan en dient bij voorkeur volgordelijk te worden geagendeerd de Omgevingswet is Verordening vloeit voortnu uitde hetinwerkingtreding Watertakenplanvan en dient bij voorkeur volgordelijk te worden geagendeerd nu de inwerkingtreding van de Omgevingswet is
RO
BOR
23-nov-22
Vaststellen uitgangspunten herontwikkeling 4 vastgoedlocaties
Ruimte
Rv
Van Orden
23 november 2022
Verstedelijkingsstrategie deel I en deel II ter besluitvorming
Ruimte
Rv
Van Orden
RO
23 november 2022
Vaststelling bestemmingsplan Waterlelie Angerlo
Ruimte
Rv
Van Orden
RO
23-nov-2022 23 november 2022
Beschikbaar stellen krediet voor programma onderwijshuisvesting 2023 Zendmachtiging lokale omroep 2023-2028
Samenleving Samenleving
Rv Rv
Kagei Kagei
jaarlijks terugkerend onderwerp afh van aanvragen onderwijshuisvesting
MO MO
Ruimte
Rv
Van Orden
wellicht verplaatsen naar raad 1 februari 2023 (afstemming met griffie)
RO
Raad
21-dec-22
21 december 2022
Vaststellen bestemmingsplan Rhederlaag
21 december 2022 21 decmeber 2022 21 december 2022 21 december 2002
Vaststelling bestemmingsplan Dorpsstraat 72 te Angerlo. Ruimte Rv Weigeren herziening bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Tatelaar' Ruimte Rv Zienswijze op concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor Milieueffectrapportage Regionale Energiestategie Ruimte Groene Metropoolregio Rv Vaststelling bestemmingsplan Waaijakkers Ruimte Rv
Van Orden Van Orden Van Orden Van Orden
21 december 2022
Wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening
Middelen
Rv
Van Riswijk
21-dec-2022 21 december 2022 21 december 2022
Belastingverordeningen 2022 Openen grondexploitatie Waaijakkers Aanvraag Vangnetuitkering 2022
Middelen Ruimte Samenleving
Rv Rv Rv
Boone Van Orden Bijl
Boone Raad zal eerst worden bijgepraat in een informatieve raadsvergadering. Van Orden/ Riswijk Op moment in werking treden Omgevingswet (1 juli 2023) vervangt deze verordening de huidige Verordening Kwaliteit VTH Kagei Andere prioritering van werkzaamheden.
Raad
Het advies van onze advocaat is nog niet ontvangen. Er moet een MERbeoordelingsbesluit worden opgesteld en er volgt opnieuw een overleg met een buurtbewoner.
RO RO RO RO
BV
Jaarlijkse herijking belastingverordeningen Zie toelichting bij BP Waaijakkers
IB RO MO
1 februari 2023
1 februari 2023 1 februari 2023
Beschikbaar stellen voorbereidingskrediet BusinessPark 7Poort II Vaststellen verodening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht Zevenaar 2023
Ruimte Ruimte
Rv Rv
1 februari 2023
Vaststelling archeologische beleidskaart Zevenaar
Ruimte
Rv
RO vth RO
4 Z/22/432906 Aanvraag Vangnetuitkering 2022 1 Raadsvoorstel en -besluit 1123570 Aanvraag Vangnetuitkering 2022
Raadsvoorstel Onderwerp Zaaknummer Documentnummer Portefeuillehouder Portefeuille Behandelend ambtenaar/afdeling Telefoon E-mail
Aanvraag Vangnetuitkering 2022 Z/22/432906 INT/22/1123570 S. Bijl Inkomensondersteuning / Participatiewet E. Breman / Maatschappelijke Ontwikkeling 0316-595237 e.breman@zevenaar.nl
1. Samenvatting De gemeente Zevenaar geeft in 2022 meer geld uit aan bijstandsuitkeringen dan het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) dat zij hiervoor van het Rijk ontvangt (geprognosticeerd tekort €1,2 miljoen). Gemeenten kunnen onder voorwaarden worden gecompenseerd voor de grote tekorten op het bijstandsbudget door het aanvragen van de vangnetuitkering bij het Rijk. Voor het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering dient het college expliciet te verklaren dat er maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad dient door middel van zijn instemming de juistheid van de verklaring van het college te bevestigen. 2. Raadsvoorstel Wij stellen u voor: 1. In te stemmen met de genomen maatregelen van het college om het tekort op het bijstandsbudget in 2022 terug te dringen. 3. Waarom naar de raad De gemeenteraad dient in te stemmen met de verklaring van het college dat er maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren. Hier ligt de aanname aan ten grondslag dat de gemeenteraad alleen met de verklaring kan instemmen als de door het college getroffen maatregelen met de raad zijn gewisseld. Met dit voorstel wordt de raad in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven over de genomen maatregelen over 2022 om het verwachte tekort op het budget terug te dringen. 4.
Doelstelling en beoogd resultaat De gemeente Zevenaar wil een aanvraag voor de Vangnetuitkering 2022 indienen bij het Rijk. Het beoogde effect hiervan is dat deze aanvraag wordt gehonoreerd. De gemeente wordt dan deels gecompenseerd voor het tekort op de middelen voor het verstrekken van uitkeringen. 5. Argumenten en alternatieven Argumenten 1.1. Er zijn maatregelen genomen om het tekort op het budget terug te dringen. Gemeenten kunnen onder voorwaarden worden gecompenseerd voor de grote tekorten op het bijstandsbudget via de vangnetuitkering. Een vangnetuitkering kan worden aangevraagd als over het jaar 2022 het tekort boven de 7,5% ligt. Naar verwachting zal het tekort van de gemeente Zevenaar op de BUIG-middelen over 2022 ongeveer €1,2 miljoen (11,9 %) bedragen; bij dit bedrag kan de gemeente aanspraak maken op een vangnetuitkering van € 227.782.
In de aanvraag vangnetuitkering 2022 wordt gevraagd een toelichting te geven op de volgende onderdelen: A) een analyse van de oorzaken van het tekort. B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. C) beoogd effect van de maatregelen. Hieronder treft u een samenvatting aan van de uitgebreide analyse, maatregelen en effecten van deze maatregelen A) Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort. RSD de Liemers heeft zich de afgelopen jaren in lijn met de bestuursopdracht gefocust op de doelgroep die met ondersteuning terug naar de arbeidsmarkt kan. Concreet is dat de doelgroep op de treden 2b, 3 en 4. Dat betekent dat de doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt onderbelicht is gebleven. We zien juist in die doelgroep de ‘blijvers’ in de bijstand. De afstand tot de arbeidsmarkt is groter en de kloof wordt met de huidige bestuursopdracht ook niet gedicht. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde prijs per uitkering juist onder het landelijk gemiddelde ligt, waardoor op dat aspect geen ‘winst’ valt te behalen. De focus van de analyse ligt daarmee op het aantal uitkeringsgerechtigden. Daarbij valt het volgende op: •
• • •
•
Het relatieve aandeel van de doelgroep op de treden 1 en 2 is met 76% hoog. In 2019 was dat nog 66%. Dit valt te verklaren doordat de uitstroom zich concentreert op de treden 3 tot en met 6. Met een dalend bestand en een beperkte uitstroom op de treden 1 en 2 (met name als gevolg van de pensioengerechtigde leeftijd), stijgt het relatieve aandeel. Het merendeel van de doelgroep op de treden 1 en 2 is 56 jaar en ouder en zit gemiddeld al langer dan 8 jaar in een uitkeringssituatie. Een groot deel heeft een migratieachtergrond met onder andere taalproblematiek waardoor uitstroom naar werk lastig is. Een groot deel heeft zogenoemde ‘multiproblematiek’ waardoor uitstroom zonder aanvullende ondersteuning vanuit andere disciplines (denk bijvoorbeeld aan ondersteuning vanuit de jeugdzorg en schuldenproblematiek) niet realistisch is. Het aandeel uitkeringsgerechtigden is al met al hoger dan op grond van het verdeelmodel van de BUIG rekening mee is gehouden. Opvallend is dat het aandeel uitkeringsgerechtigden lager is dan zowel het landelijk aandeel als het gemiddelde van de referentiegroep.
Geconcludeerd wordt dat de gemeente Zevenaar aan de slag moet met de doelgroep op de treden 1 en 2. Dit is een groep met complexe problematiek en een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De verwachting is dat de uiteindelijke effecten pas op termijn merkbaar zullen zijn. Niet onvermeld mag blijven dat de indruk bestaat dat het budget vanuit de BUIG voor de gemeente Zevenaar ontoereikend is. De gemeente Zevenaar is om die reden geselecteerd in een onderzoek namens het Ministerie SZW. De uitkomsten van dat onderzoek zijn inmiddels bekend en de Minister heeft toegezegd te bezien of en welke aanpassing in de verdeelmaatstaven wenselijk zijn. Ook heeft de gemeente Zevenaar bezwaar ingesteld tegen de definitieve beschikking van het BUIG-budget. B) Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Zoals uit onderdeel B blijkt, focussen de maatregelen zich op de complexe doelgroep op de treden 1 en 2. De maatregelen laten zich niet allemaal financieel vertalen. Een deel van de maatregelen heeft te maken met het wegnemen van de belemmeringen en het organiseren van de juiste structuren (rand
zaaknummer Z/22/432906
pagina 2 van 6
voorwaardelijk). Uiteindelijk moeten die ertoe leiden dat de doelgroep met ondersteuning van een loonkostensubsidie (LKS) aan het werk kan. Dit deel laat zich wel financieel vertalen. Maatregelen zonder direct financieel effect: •
•
•
Integrale benadering Er is veelal sprake van multiproblematiek. Dat betekent dat de uitvoeringsorganisatie RSD afhankelijk is van andere disciplines binnen de gemeente Zevenaar. Een intensieve samenwerking met dito afstemming is noodzakelijk om de juiste hulpstructuren rondom de klant te organiseren. Taallessen Een groot deel heeft een migratieachtergrond waardoor taal de grootste belemmering is. Taallessen zijn onontbeerlijk alvorens een traject richting werk opgestart kan worden. Prestatiegerichte afspraken De huidige afspraken met de uitvoerende partners zijn voornamelijk inputgericht. Bezien wordt of en in hoeverre het mogelijk is meer prestatiegerichte afspraken. De achterliggende gedachte is de doelgroep sneller te laten stijgen op de werkladder en de uitstroom te versnellen.
Maatregelen met direct financieel effect •
•
•
Activerend werk Dit project is een samenwerking met de Wmo-dagbesteding. Bezien wordt welke personen (trede 1) in combinatie met een intensieve begeleiding met LKS aan het werk kunnen. Samen in beweging Dit project richt zich op personen die als gevolg van (complexe) multiproblematiek niet aan het werk is, maar wel arbeidspotentieel hebben. De bedoeling is deze personen (trede 2a) met de juiste begeleiding met LKS aan het werk te helpen. Intensivering LKS Het instrument LKS wordt al geruime tijd succesvol ingezet. De bedoeling is nu ook personen op de trede 2b een dergelijk traject aan te bieden. Het algemeen beeld is dat zich hier mensen met arbeidspotentieel bevinden.
Verder blijft het huidig aanbod gericht op de treden 3 en verder onverkort van kracht. Er blijven immers mensen in de uitkering stromen die ondersteuning nodig hebben. Voorkomen moet worden dat uitkeringsgerechtigden uiteindelijk terugvallen naar de treden 1 en 2. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen De financiële doorrekening concentreert zich op het instrument van de LKS. Hiertoe is een rekenmodel ontwikkeld zodat inzichtelijk gemaakt kan worden of met dit instrument het tekort gedicht kan worden. Tegelijkertijd kan in de loop van de tijd gemonitord worden wat de feitelijke impact is en of de uitgangspunten nog kloppen zodat ook tijdig bijgestuurd kan worden. Gezien de problematiek van de doelgroep moet er rekening mee worden gehouden dat het de weg van de lange adem is. Ook is het cruciaal dat invulling wordt gegeven aan de randvoorwaarden zodat de personen ook de juiste begeleiding krijgen. Vanuit de genoemde projecten zijn de parameters zo goed als mogelijk in overleg met de uitvoeringsorganisatie geschat. De verwachting is dat het tekort in 2027 weggewerkt is. Daarbij is gerekend vanuit de huidige doelgroep en is de nieuwe aanwas buiten beschouwing gebleven met de gedachte dat de nieuwe aanwas met het bestaande instrumentarium begeleid kan worden om het bestand structureel te beheersen. zaaknummer Z/22/432906
pagina 3 van 6
Kanttekeningen Een aantal van de voorgestelde maatregelen brengt aanvullende kosten met zich mee, terwijl de potentiële opbrengst ongewis is. Desondanks doen we pogingen om de personen op de treden 1 en 2 al dan niet deels uit de uitkering te krijgen. We doen dat wel beheerst. In eerste instantie worden de activiteiten binnen de bestaande budgettaire kaders uitgevoerd. Dat betekent dat we kleinschalig en via pilots beginnen en pas bij een gebleken succes opschalen. Rekening houdend met het al aanwezige en bovengenoemd instrumentarium is er een pakket aan maatregelen om de instroom te beperken en de doorstroom te bevorderen. De bedoeling is het aantal personen dat zich langdurig in een uitkeringssituatie bevindt voor de toekomst te minimaliseren. Met name de integrale benadering en het instrument LKS dragen daar stevig aan bij. Voor nu is het de bedoeling het al langer zittende bestand actief te benaderen. De uitkomsten zijn ongewis en zullen we strikt monitoren. Het is de weg van de lange adem. Vooralsnog bestaat te weinig inzicht in de arbeidsmogelijkheden in relatie tot de arbeidsmarkt en of de gemaakte aannames realistisch zijn. We hebben te maken met een openeinderegeling. De arbeidsmarkt is nu gunstig waardoor we het ‘moeilijkere’ deel van het bestand nu kunnen oppakken.
De vraag is of dat met de bestaande middelen nog steeds kan als de economische situatie dan wel de arbeidsmarkt minder gunstig zijn. Niet uitgesloten is dat dan de focus komt te liggen om de nieuwe instroom zoveel mogelijk te ondersteunen terug de arbeidsmarkt op. Dit om te voorkomen dat de nieuwe instroom het nieuwe ‘granieten’ bestand wordt. Alternatieven Er zijn geen verdere alternatieven in relatie tot het aanvragen van een vangnetuitkering 2022. 6. Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? De aanvraag voor de vangnetuitkering dient voor 15 augustus 2023 te zijn ingeleverd bij de Toetsingscommissie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 7. Klimaat en duurzaamheid N.v.t. 8. Communicatie Op 30 november 2022 vindt er een raadsinformatiebijeenkomst plaats waar de aanvraag voor de vangnetuitkering 2022 wordt toegelicht. 9. Kosten, baten en dekking Door de vangnetuitkering worden gemeenten gedeeltelijk gecompenseerd voor de tekorten op het BUIGbudget. Zo is er een eigen risicodrempel voor gemeenten opgenomen van 7,5 %. Dit betekent dat gemeenten voor dit deel van het tekort niet worden gecompenseerd vanuit de vangnetuitkering. Voor de tekorten tussen de 7,5% en 12,5% worden de gemeenten voor de helft van het tekort gecompenseerd en is het eigen risico 50%. Tekorten boven de 12,5% worden volledig gecompenseerd.
Het verwachte tekort van de gemeente Zevenaar op de BUIG-middelen over 2022 zal uitkomen op ongeveer € 1.232.000 exclusief vangnetuitkering. Op grond van het geprognosticeerde tekort kan de gemeente aanspraak maken op een vangnetuitkering van afgerond € 227.000. 10. Bijlagen INT/22/1127538 : Uitgebreide analyse, maatregelen en effecten maatregelen.
zaaknummer Z/22/432906
pagina 4 van 6
Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen
zaaknummer Z/22/432906
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 5 van 6
Raadsbesluit Onderwerp Zaaknummer Documentnummer
Aanvraag Vangnetuitkering 2022 Z/22/432906 INT/22/1123570
De raad van de gemeente Zevenaar; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar: besluit: 1. In te stemmen met de genomen maatregelen van het college om het tekort op het bijstandsbudget in 2022 terug te dringen; Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 21 december 2022. De griffier I.M. van Dijk
zaaknummer Z/22/432906
De burgemeester L.J.E.M. van Riswijk
pagina 6 van 6
1 1127538 Bijlage 1. uitgebreide analyse, maatregelen en effecten maatregelen
Uitgebreide analyse, maatregelen en effecten van maatregelen In de aanvraag vangnetuitkering 2022 wordt gevraagd een toelichting te geven op de volgende onderdelen: A) een analyse van de oorzaken van het tekort. B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. C) beoogd effect van de maatregelen. A) Analyse van de oorzaken van het tekort Inleiding De gemeente Zevenaar stevent af op een tekort van naar verwachting 11,9 % op het BUIG-budget 2022. Onderkend wordt dat al gedurende enige jaren sprake is van een tekort. Het verloop vanaf 2014 ziet er als volgt uit:
Note: in 2018 heeft herindeling met Rijnwaarden plaatsgevonden.
De lasten liggen structureel boven het rijksbudget. Opvallend is ook dat het budgetaandeel van de gemeente Zevenaar in het macrobudget van de BUIG daalt. Wij kunnen ons niet aan de indruk
onttrekken dat het objectief verdeelmodel BUIG voor de gemeente Zevenaar ongunstig uitpakt (dit model wordt gehanteerd bij gemeenten met een inwoneraantal van meer dan 40.000 inwoners). Deze indruk wordt nog eens onderkend door de constatering dat Westervoort voor het jaar 2022 een overschot verwacht van € 180.000 en Duiven een verwacht tekort heeft van € 102.000; dit terwijl de RSD geen onderscheid maakt voor wat betreft de benadering van de doelgroep (uniform beleid). Vermeld wordt nog dat de gemeente Duiven een budget ontvangt gebaseerd op een rijksvergoeding van 60% van de historische BUIG-uitgaven. Het BUIG-budget van de gemeente Westervoort is berekend op volledige vergoeding van de historische uitgaven (t-2). Zevenaar heeft deelgenomen aan een onderzoek naar gemeenten met een structureel tekort op het BUIG-budget. Dit onderzoek heeft in opdracht van het ministerie van SZW plaatsgevonden en is uitgevoerd door het SEO (Sociaal Economisch Onderzoek). Uit het rapport van het SEO blijkt dat het verdeelmodel bijstelling behoeft. Minister Schouten geeft in haar kamerbrief van 3 oktober 2022 aan dat deze uitkomst aanleiding is om te onderzoeken of het verdeelmodel kan worden verbeterd. De impact hiervan is op korte termijn echter niet te verwachten.
De hierboven omschreven situatie is voor ons college reden geweest om tegen de beschikking van SZW waarin het definitieve BUIG-budget over 2022 wordt toegekend aan Zevenaar een bezwaarschrift in te dienen. Bij een aanvraag om een vangnetuitkering dient echter gekeken te worden naar de eigen mogelijkheden voor een tekortreductie. Verloop uitkeringsgerechtigden Een nadere analyse van het tekort laat zien dat het tekort voornamelijk wordt veroorzaakt door een hoger aantal uitkeringsgerechtigden dan waarmee het Rijk rekening houdt. De gemiddelde prijs per uitkering ligt lager dan het gehanteerd normbedrag van het Rijk. Voor de aanvraag van de Vangnetuitkering is dan ook geen nader onderzoek gedaan naar mogelijkheden dit bedrag naar beneden bij te kunnen stellen. Temeer ook omdat die maatregelen bij een eerdere Vangnetuitkering (2019) al zijn onderzocht en benut (note: destijds lag het gemiddeld uitkeringsbedrag hoger dan de norm waarmee het Rijk rekent). Dat betekent dat de maatregelen voornamelijk gezocht moeten worden in het terugdringen van het aantal uitkeringsgerechtigden. Onderstaand figuur laat dit duidelijk zien.
De groene lijn geeft het gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden weer waar het Rijk rekening mee houdt in de berekening van het BUIG-budget. De gele lijn geeft het werkelijk aantal uitkeringsgerechtigden voor Zevenaar weer. Na het tekort in 2019 zijn maatregelen getroffen om de tekorten terug te dringen. Ultimo 2021 was het aantal uitkeringsgerechtigden gelijk aan de aantallen waarmee in de berekening rekening werd gehouden. Het Rijk voorspelde - in lijn met de landelijke tendens - echter een verdere daling van de bestanden. De dalende tendens kon voor Zevenaar echter niet gerealiseerd worden. In tegenstelling tot de landelijke trend, steeg het aantal uitkeringsgerechtigden begin 2022. Daarna is de dalende tendens wel weer ingezet, maar onvoldoende om een tekort te voorkomen. Nu het voorlopig budget voor 2023 bekend is, zien we dat de dalende tendens in het aantal uitkeringsgerechtigden zich in 2023 doorzet. Als we de lijn voor Zevenaar doortrekken bij ongewijzigd beleid (conform de lopende bestuursopdracht), dan blijft het aantal uitkeringsgerechtigden boven het aantal waarmee het Rijk rekening houdt. Een meerjarig tekort ligt - behoudens een budgetbijstelling vanuit het Rijk - daarmee op de loer.
Nadere analyse van het bestand De eerste stap in de analyse is inzicht in de aard en samenstelling van het bestand. In 2019 is het gehele bestand ingedeeld op treden van de werkladder. Met deze indeling wordt het bestand beter stuurbaar in de zin dat inzicht bestaat in de problematiek en de afstand tot de arbeidsmarkt. Door dit inzicht kunnen meer gerichte acties ingezet worden. Deze werkladder wordt overigens ook door het UWV gehanteerd waardoor eenheid wordt gecreëerd in de definities. Bij de aanvraag van de Vangnetuitkering voor 2019 is de bestandssamenstelling op de treden van de werkladder inzichtelijk gemaakt. Dit was destijds een startpunt. Redenerend vanuit dat startpunt
naar de situatie per heden (begin oktober 2022), ziet de ontwikkeling van de bestandssamenstelling er als volgt uit:
Als we naar de leeftijdssamenstelling (momentopname per begin oktober 2022) kijken, dan zien we op de treden 1 en 2a voornamelijk personen van boven de 50 jaar. Een belangrijk aandeel is zelfs boven de 60 jaar. De daling van de bestanden op deze treden is dan ook voornamelijk te verklaren door het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Onderkend wordt dat de re-integratiemiddelen ontoereikend zijn om de integrale doelgroep een passend aanbod te kunnen doen. Vanuit de lopende bestuursopdracht concentreert de inzet van de re-integratiemiddelen zich dan ook op de treden 2b tot en met 6. De achterliggende gedachte is dat het effect van de inzet op die groepen het grootst is. Gezien de huidige economische situatie en de druk op de arbeidsmarkt is het de vraag of die keuze bijstelling behoeft. We zien nu immers een daling van het bestand en dat personen met arbeidspotentieel inmiddels actief zijn op de arbeidsmarkt. Degenen die achterblijven hebben een grote achterstand tot de arbeidsmarkt en die doelgroep daalt weliswaar in absolute aantallen (voornamelijk als gevolg van pensioengerechtigde leeftijd), maar stijgt in relatieve zin (van 47% in 2019 naar 51% in 2022). Opvallend is voorts dat zowel het absolute aantal op de treden 2b oploopt als het relatieve aandeel (2019: 19%; 2022: 25%). Deze personen hebben weliswaar een grote afstand tot de arbeidsmarkt, maar we zien wel potentieel. Ook dit is het gevolg van het beleid omdat we de nieuwe instroom slechts bij uitzondering op de treden 1 en 2a plaatsen. Daar komt bij dat de nieuwe instroom in het algemeen een grotere afstand tot de arbeidsmarkt kent. Twee van de belangrijkste oorzaken zijn: • Degenen met arbeidspotentieel vindt zijn/haar weg op de arbeidsmarkt.
Dit blijkt ook uit de uitstroomcijfers waarin we zien dat de instroom een dalend verloop laat zien en waarbij de helft van de instroom binnen 5 maanden ook weer uitstroomt.
• De nieuwe instroom heeft – mede als gevolg van het sluiten van de Wajong en de Wsw – een grotere afstand tot werk. De mogelijkheid tot werk is – zeker gezien de huidige druk op de arbeidsmarkt - zeer wel denkbaar, maar daar zijn wel extra inspanningen voor nodig. Nadere verkenning van de inzet van de re-integratiemiddelen De vraag is hoe de re-integratiemiddelen ingezet worden. De budgetten zijn niet zodanig ruim dat voor elke uitkeringsgerechtigde de wenselijke budgetten beschikbaar zijn. Vanuit dat oogpunt zijn in de bestuurlijke opdracht ook keuzes gemaakt. De inzet is bij voorkeur zo effectief mogelijk gericht op uitstroom. De afgelopen drie jaar zijn de beschikbare re-integratiemiddelen als volgt ingezet:
Note: 2022 tot en met augustus 2022
Het beeld is conform de bestuurlijke opdracht dat de meeste middelen worden ingezet op de treden vanaf 2b. Als we vervolgens kijken hoeveel personen daarmee bereikt worden, ontstaat het volgende beeld:
De groene staven geven het aantal personen per trede weer waaraan de re-integratiemiddelen zijn besteed. De paarse staven geven het aantal personen weer waaraan op die trede geen (out of pocket) middelen zijn besteed. Dat wil overigens niet per definitie zeggen dat aan die doelgroep geen aandacht wordt besteed door de consulenten zelf. Dit is zeer zeker wel het geval namelijk, alleen wordt dat met deze cijfers niet inzichtelijk gemaakt. De consulenten voeren met die personen regelmatig gesprekken om de mogelijkheden voor activering en mogelijke voorliggende voorzieningen te verkennen. Daarnaast worden op deze doelgroep ook regionale gelden ingezet; wel is duidelijk dat het aantal personen met een traject groeiende is.
Conclusie Op basis van bovenstaande verkenning kunnen we concluderen dat Zevenaar te maken heeft met een uitkeringsbestand met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Een quick win op een reductie van het aantal ligt niet voor de hand. De belangrijkste redenen zijn: •
• • • • •
De vraag op de arbeidsmarkt is groot waardoor iedereen die kan werken niet of slechts kort in de uitkering zit. Dit wordt bevestigd door enerzijds het punt hierna en anderzijds doordat de nieuwe instroom voor ca. de helft binnen ca. 5 maanden ook weer uitstroomt. Naar aanleiding van het vorige tekort in 2019 zijn al maatregelen getroffen die onverminderd voortgezet worden. Een deel betrof ook quick wins. Grotere complexiteit van de nieuwe instroom, waardoor instroom op de treden 1 en 2 in de lijn der verwachting ligt. Een relatief ouder bestand met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Een deel van de oudere bijstandsgerechtigden heeft betaald werk (= trede 6), waarbij de stap naar volledig uitkeringsonafhankelijk niet zondermeer voor de hand ligt. Risico op terugval vanuit de overige treden omdat enerzijds niet alle trajecten succesvol zullen zijn en anderzijds omdat geen sprake is van een sluitend aanbod waardoor personen langer in de uitkering zitten waardoor de afstand naar werk groter wordt.
Dat betekent dat de maatregelen gericht moeten worden op de doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en rekening gehouden moet worden met een langere periode alvorens sprake is van een substantiële daling van de uitkeringskosten. Dat betekent feitelijk ook een beleidswijziging ten opzichte van de huidige bestuursopdracht. Op onderdelen is daar overigens ook al een aanzet toe gegeven. In dit voorstel benoemen we zowel de voorgenomen als al in gang gezette acties.
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Zoals uit de analyse bij onderdeel A blijkt, zijn de aanvullende maatregelen voornamelijk gericht op de doelgroep die langer in de uitkering zit en een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Deze zijn voornamelijk ingedeeld op de treden 1 en 2a, maar ook op 2b. Dit beeld is overigens niet nieuw en mede ook het gevolg van het tot op heden bestaande beleid en zoals verwoord in de
bestuursopdracht. Inmiddels is ook al een aantal initiatieven genomen voor een intensievere inzet op genoemde doelgroep.
De volgende maatregelen worden getroffen c.q. geïntensiveerd gericht op een reductie van het tekort. a) Voortzetten huidig beleid Het huidig beleid is conform de lopende bestuursopdracht gericht op de inzet op de treden vanaf 2b. Dit beleid wordt gecontinueerd zodat voorkomen wordt dat deze doelgroep terugvalt met als gevolg een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. We constateren wel dat nog geen sprake is van een sluitend geheel (nog niet iedereen heeft een lopend traject). Om te voorkomen dat mensen gedurende een langere tijd geen traject hebben (risico op terugval), is het van belang dat iedereen op die treden een passend aanbod krijgt. Een belangrijk instrument voor deze doelgroep zijn de samenwerkende LEON (Leer En Ontwikkel Netwerk) partners.
b) Integrale benadering Het merendeel van de klanten heeft een meervoudige problematiek al dan niet gecombineerd met problemen in de huiselijke sfeer. In lijn met de gedachte van de drie decentralisaties is daarbij een gecoördineerde aanpak wenselijk zo niet noodzakelijk. De achterliggende gedachte is dat de problematiek niet noodzakelijkerwijs volgtijdelijk opgepakt moet worden. Zo mogelijk ligt een gelijktijdige aanpak met een gecoördineerd hulppakket voor de hand. De RSD kan dat vanzelfsprekend niet alleen. Samenwerking met het loket Wmo en Jeugdhulp en aanpalende diensten ligt voor de hand. c) Taallessen Een nadere analyses van de treden 1, 2a en 2b laat zien dat 31% op die treden personen met een migratieachtergrond zijn. Deze groep ervaart belemmeringen in participatie door een taalbarrière en de weg in de maatschappij nog niet goed weten te vinden. Voor deze groep start in 2022 een traject wat gericht is op meedoen in de Liemerse samenleving. Hierbij worden ook taallessen aangeboden. Daarnaast zijn andere aanbieders gecontracteerd die taallessen voor op de werkvloer aanbieden. Dit verbetert de kansen op het vinden en behouden van werk. d) Activerend werk Activerend werk is een voorziening vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning en ondersteunt een inwoner in het weer laten participeren in de samenleving.
Het doel is dat inwoners naar vermogen blijvend een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Dit doet Activerend werk om het maximale uit de inwoner te halen. Mogelijke uitkomsten van een traject Activerend werk zijn een toename van zelfredzaamheid en/of tevredenheid van de inwoner, een afname van ondersteuningsbehoefte en stijging van de arbeidsmogelijkheden. Deze doelen lopen deels gelijk met die van de Participatiewet. RSD heeft klanten die gebaat zijn bij een voorziening vanuit de Wmo. Anderzijds heeft de Wmo inwoners die kunnen doorgroeien naar werk en het stadium van een Wmo maatwerkvoorziening zijn ontgroeid. Samen gaan we kijken
hoe Werk en Inkomen beter aan Activerend werk verbonden kan worden. Dit initiatief is in de 2e helft van 2022 opgepakt en wordt in 2023 verder geconcretiseerd. De doelgroep zijn de personen op de treden 1 en 2. We onderkennen dat de weg naar betaald werk lang kan zijn. Om die reden wordt gestart met een pilot om op die manier de impact in termen van kosten, doorlooptijd, doorgroei en arbeidspotentieel inzichtelijk te maken. Bij een gebleken succes wordt de pilot onderdeel van het instrumentarium en wordt bezien voor welke groep dit relevant is. e) Samen in beweging Dit project heeft een focus op de personen op trede 2. De klanten op trede 2a hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt, maar hebben nog wel arbeidsvermogen. Een deel van deze doelgroep leeft langere tijd van een uitkering en is ‘op leeftijd’. Onder deze inwoners bevinden zich inwoners met multi problematiek, met een migratieachtergrond, arbeidsbeperkten, of inwoners op oudere leeftijd met lichamelijke of psychische klachten waarvoor het moeilijk is om ander werk te vinden. De mensen ervaren chronisch stress en chronische stress tast de executieve functies aan. Dit heeft gevolgen voor hun gedrag en hun zelfvertrouwen. Het traject start met een training waarin bij de basis wordt begonnen: de houding ten opzichte van werk. Gedurende 12 weken vinden er 8 groepsbijeenkomsten plaats van één dagdeel per week.
De overige periode wordt gebruikt voor bemiddeling en wordt er door de deelnemers gewerkt aan het behalen van het Vca-certificaat (Veiligheid, gezondheid en milieu checklist aannemers). Deelnemers worden na 12 weken geplaatst op werk en krijgen een arbeidscontract van minimaal 6 maanden voor het aantal uur dat iemand kan werken. In 2023 wordt gestart met de eerste pilotgroep. Op basis van de uitkomsten wordt bezien of en hoe dit instrument structureel kan worden ingezet. f) Loonkostensubsidie (LKS) Dit instrument is bedoeld om mensen met verminderd arbeidsvermogen op betaald werk te plaatsen en behouden. Gesteld kan worden dat dit een succesvol instrument. In juni 2022 is besloten dat de doelgroep voor Loonkostensubsidie sterk wordt uitgebreid. Met name de doelgroep op de trede 2b komt voor LKS in aanmerking. Inmiddels is een aantal voorbereidende maatregelen getroffen om het toenemend aantal personen met LKS aan te kunnen. De komende periode wordt extra ingezet op dit instrument en samen met onze partners het WSP en Scalabor wordt dit proces verder vormgegeven. g) Prestatiegerichte afspraken met LEON partners De acties met externe partijen zijn momenteel voornamelijk gericht op de te leveren inspanning zonder dat expliciet meetbaar wordt gemaakt wat de impact is op het uitkeringenbestand en/of het BUIG-budget.
Bezien wordt of en in hoeverre het mogelijk is beleidsvoornemens zoveel mogelijk te vertalen in meetbare prestaties en daar al dan niet deels de financiering aan te koppelen. Uiteraard is er wel een vorm van prestatieafspraken in termen van kwaliteit en feedback gericht op het succesvol afronden van de gemaakte afspraken. Hiertoe worden aanbieders ook onderling met elkaar vergeleken en zo nodig aangesproken. De volgende stap is dat we de effecten op de werkladder en de BUIG-kosten expliciet gaan maken. Hiermee kunnen we nog gerichter bezien welke maatregelen welk financieel resultaat hebben en op welke termijn.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Om de effectiviteit van de maatregelen te kunnen monitoren, is het van belang op voorhand het beoogde effect inzichtelijk te maken. Gezien de aard van de geschetste problematiek merken wij het volgende op: • De samenstelling van het uitkeringenbestand is van dien aard dat een snelle uitstroom, anders dan een autonome uitstroom (pensioen, verhuizing, overlijden) niet in de lijn der verwachting is. De maatregelen zijn gericht op de langere termijn. |• Mede als gevolg van eerdere maatregelen liggen de gemiddelde uitkeringskosten rondom het landelijk gemiddelde. Het uitgangspunt bij de berekeningen is dat dat ook voor de toekomst zo zal zijn. • Een aantal maatregelen uit onderdeel B zijn meer ondersteunend en rand voorwaardelijk en laten zich niet in alle gevallen financieel vertalen. Denk daarbij aan de integrale benadering van de doelgroep (b), de taallessen (c), het meer prestatiegericht werken (g) en het moge duidelijk zijn dat die onderdelen in de ondersteunende zin meer dan relevant zijn. • De in het verleden getroffen maatregelen (onderdeel B, punt a) worden onverminderd voortgezet zodat mensen niet langer in de uitkering zitten dan strikt noodzakelijk. Een doorrekening heeft geen toegevoegde waarde voor de structurele vermindering van het uitkeringenbestand.
Een grotere impact dan dat de maatregelen nu al hebben ligt immers niet in de lijn der verwachting. Financiële impact van de voorgenomen maatregelen In elk van de maatregelen worden mensen op de treden 1, 2a en 2b met LKS aan het werk gezet. De bestaande maatregelen dragen niet bij aan de reductie van het tekort; die zijn nodig om de personen op de overige treden te bedienen gericht op het beheersbaar houden van die aantallen. Om die reden is het voortzetten van het huidig beleid van belang. Dat betekent dat de LKS het tekort van ca. € 1 mln. moet goedmaken. Het is onrealistisch te verwachten dat met het forfaitair percentage van 50% een financieel tekort van ca. € 1 mln. overbrugd kan worden. Het financieel voordeel ten opzichte van de gemiddelde uitkeringskosten bedraagt immers slechts € 500,-- uitgaande van een fulltimebaan met dito LKS. Als alleen naar het instrument LKS gekeken wordt, dan zouden ruim 2.100 mensen met LKS aan de slag moeten gaan. Dat is niet realistisch alleen al niet omdat er zoveel uitkeringsgerechtigden niet zijn. Als we het tekort moeten overbruggen met uitstroom, dan zou het gaan om ca. 69 personen. Ook dat is niet realistisch vanuit deze doelgroep. De volgende infographic maakt dit duidelijk:
Duidelijk is dat het statisch inzetten van het instrument LKS alleen niet toereikend is. Dat betekent dat kritisch naar meerdere variabelen moet worden gekeken. Denk daarbij aan zaken als groei in loonwaarde, parttime werken (het is onwaarschijnlijk dat men onmiddellijk fulltime gaat werken) én uitstroom. Tegelijkertijd moet er rekening mee worden gehouden dat sprake zal zijn van terugval naar de uitkeringssituatie. Daarnaast kenmerkt deze doelgroep door de hogere uitkeringskosten dan gemiddeld omdat zij de alleenstaande norm hebben zonder verdere inkomsten. Kortom er is sprake van een complex aan maatregelen waarmee rekening moet worden gehouden. Daarnaast is sprake van een dynamiek van in- en uitstroom ook van nieuwe personen. Dat laatste laten we - behoudens de instroom van de huidige doelgroep in één van de maatregelen - in de berekeningen buiten beschouwing. Wij hebben een doorrekening gemaakt van het huidige bestand waar de maatregelen voor van toepassing zijn. De achterliggende gedachte is dat met het nieuwe instrumentarium en een aangepast beleid voor de toekomstige doelgroep een passend instrumentarium beschikbaar is. De toekomstige samenstelling van het uitkeringsbestand komt er naar verwachting dan ook anders uit te zien.
Bij de berekeningen zijn we uitgegaan van de aantallen zoals benoemd in de voorgestelde maatregelen d, e en f en dat daarmee het huidig zittend bestand mee wordt bediend. Onderstaande tabel laat zien met welke aantallen we rekening houden, de groei in de te realiseren loonwaarde, de uitstroomkans en het terugvalrisico.
Als we dit meerjarig doorrekenen dan zouden in 2027 de uitkeringskosten teruggebracht kunnen worden met ca. € 1 mln. Het verloop hiervan wordt inzichtelijk gemaakt in onderstaande grafiek:
Duidelijk wordt dat het terugbrengen van het uitkeringsbedrag een meerjarig project is. Dit is - zoals hiervoor al is aangegeven - het gevolg van de aard en samenstelling van het uitkeringenbestand op deze treden. De aannames in het rekenmodel zullen we strikt monitoren, zodat we tijdig kunnen bijsturen als de doelen niet gerealiseerd kunnen worden.