CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

993806 Bijlage 2 regels

Raadsvergaderingen 2018-2022 21 april 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: HAMERSTUK Z/20/365879 Reparatiebestemmingsplan Kernen Pannerden, Aerdt, Herwen, Tolkamer en Spijk10.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reparatie Bestemmingsplan | Regels

Kernen Pannerden, Aerdt, Herwen Tolkamer en Spijk Gemeente Zevenaar

Datum: 12 november 2020 Projectnummer: 200299 ID: NL.IMRO.0299.BP99KERNENPAHT-ON01

INHOUD REGELS

1

Inleidende regels

3

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

3 7

2

Bestemmingsregels

10

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Tuin Wonen Waterstaat - Waterkering Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 3

11 13 16 17 19

3

Algemene regels

21

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

21 21 21 22 22 22 23

4

Overgangs- en slotregels

26

Artikel 16 Artikel 17

Overgangsrecht Slotregel

26 26

Bijlage 1 27 De verbeelding Verbeelding met legenda

1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan het reparatie bestemmingsplan ‘Kernen Pannerden, Aerdt, Herwen,Tolkamer en Spijk’ met identificatienummer NL.IMRO.0299.BP99KERNENPAHT-ON01 van de gemeente Zevenaar;

1.2

bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage;

1.3

de verbeelding de analoge en digitale voorstelling van de in het plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie;

1.4

aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.5

aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.6

aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.7

aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.8

aan huis verbonden bedrijf een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de bewoner van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is;

1.9

achtergevelrooilijn de bouwgrens die is gelegen achter de voorgevelrooilijn en (nagenoeg) evenwijdig is aan de voorgevelrooilijn;

3

1.10

afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening;

1.11

bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.12

bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van (een deel van) het bouwperceel aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald;

1.13

bestaand gebruik het op het tijdstip van het inwerking treden van het plan aanwezige gebruik;

1.14

bestaande bouwwerken bouwwerken, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan zijn of worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het omgevingsrecht;

1.15

bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.16

bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.17

bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een oorspronkelijk hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend oorspronkelijk hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. Onder dit begrip vallen aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

1.18

bijgebouw een op zich zelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.19

bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.20

bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.21

bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

4

1.22

bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.23

bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel;

1.24

bouwvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.25

bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.26

CROW richtlijnen richtlijnen opgesteld door het Nationale Kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte.

1.27

dienstverlening het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek;

1.28

erf al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;

1.29

erker een uitbouw van het hoofdgebouw met de omvang en uitstraling van een uitgebouwd venster, veelal gelegen voor het verlengde van de voorgevel;

1.30

gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.31

gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;

1.32

geluidzone geluidzone als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder;

1.33

hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

1.34

huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; daaronder niet begrepen kamerverhuur. 5

1.35

maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak;

1.36

maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt;

1.37

nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening;

1.38

omgevingsvergunning een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.39

overkapping elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een voor mensen toegankelijke oppervlakte overdekt en geheel of gedeeltelijk door ten hoogste één eigen wand is omsloten;

1.40

peil a voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het wateroppervlak ter plaatse van het meest nabijgelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;

1.41

prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.42

seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.43

uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.44

uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;

1.45

uitwerking een uitwerking als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder b van de Wet ruimtelijke ordening; 6

1.46

verkoopvloeroppervlak de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel;

1.47

volumineuze goederen goederen die vanwege hun omvang een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling, zoals goederen in bouw- en doe-het-zelf producten, automobielen, motorfietsen., boten, caravans, e.d.;

1.48

voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt;

1.49

voorgevelrooilijn de bouwgrens die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd;

1.50

wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

1.51

web- en internetwinkel detailhandel zonder showroom, waarvan de handel voornamelijk via internet verloopt;

1.52

wonen/woondoeleinden het gehuisvest zijn in een woning/wooneenstrijdigheid;

1.53

woning/wooneenheid een complex van intern met elkaar in verbinding staande ruimten in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de permanente huisvesting van een afzonderlijk (gemeenschappelijk) huishouden.

Artikel 2 2.1

Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behou-

7

dens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel; de horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping; eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond. 2.2

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1,25 m bedraagt.

2.3

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn.

2.4

Berekeningsaantal Bij het voldoen aan de parkeernorm dient bij de navolgende parkeervoorzieningen uitgegaan te worden van het berekende aantal parkeerplaatsen conform onderstaande tabel: Parkeervoorziening

Theoretisch aantal

Berekeningsaantal Opmerking

Enkele oprit zonder garage

1

0,8

Lange oprit zonder garage of 2 carport

1

Dubbele oprit zonder garage

2

1,7

Garage zonder oprit (bij wo1 ning)

0,4

Garagebox (niet bij woning)

0,5

1

8

Oprit min. 5,0 meter diep

Oprit min. 4,5 meter breed

Garage met enkele oprit

2

1

Garage met lange oprit

3

1,3

Garage met dubbele oprit

3

1,8

Oprit min. 5,0 meter diep Oprit min. 4,5 meter breed

2.5

Afronden Bij het bepalen van de parkeernorm wordt op één decimaal nauwkeurig gerekend waarna de uitkomst wordt afgerond op hele getallen en waarbij vanaf 0,5 en hoger naar boven wordt afgerond.

2.6

Woningtype Bij het bepalen van woningentype gelden de volgende oppervlaktematen voor het gebruiksvloeroppervlak (NEN2580): Goedkoop Midden Duur

Grondgebonden

Appartement

< 110 m2

< 100 m2

110 m2 - 155 m2

100 m2 - 125 m2

> 155 m2

> 125 m2

Bruto vloeroppervlakte: de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw, met uitzondering van de parkeergarage. 2.7

Maatvoering De ruimte voor het parkeren van auto's is afgestemd op gangbare personenauto's waaraan wordt voldaan indien de afmetingen van: a bedoelde parkeerruimten ten minste 2,5 x 5 m in geval van kops parkeren en 2 x 6 m bij langsparkeren bedragen; b een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst – ten minste 3, 5 x 6 m bedragen.

9

2

Bestemmingsregels

10

Artikel 3

Tuin

3.1

bestemmingsomschrijving De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en werken, geen bouwwerken zijnde, en werken, waaronder toe- en opritten.

3.2 3.2.1

bouwregels Uitsluitend uitbouwen in de vorm van erkers bij de hoofdgebouwen van de op de aangrenzende gronden gelegen woningen mogen worden gebouwd, mits: a de horizontale diepte maximaal 1,25 m bedraagt; b de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde gronden minimaal 2 m bedraagt; c de breedte maximaal 60% van de breedte van de gevel waaraan de erker is gebouwd, bedraagt; 2 d de oppervlakte van een erker maximaal 6 m bedraagt; e de goothoogte maximaal de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedraagt.

3.2.2

In aanvulling op het bepaalde in artikel 3.2.1 mogen bij de hoofdgebouwen van de op de aangrenzende gronden gelegen woningen overkappingen worden gebouwd met dien verstande dat: a overkappingen zijn toegestaan tot 1,25 vóór de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw van de op de aangrenzende gronden gelegen woning; b de goothoogte bedraagt maximaal 3 m en de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m.

3.2.3

De oppervlakten van erkers en overkappingen zoals opgenomen in de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 tellen mee voor de oppervlakten en het bebouwingspercentage zoals opgenomen in artikel 3.2.2 onder e.

3.2.4

Bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, maximaal: a pergola’s, tuinmeubilair, vlaggenmasten 4 m; b overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 1 m.

11

12

Artikel 4 4.1

Wonen bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a woningen, met dien verstande dat: 1 ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ zijn vrijstaande woningen toegestaan; 2 ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’ zijn gestapelde woningen toegestaan; 3 ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’ zijn twee-ondereen-kap woningen toegestaan; 4 ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd’ zijn aaneengebouwde woningen toegestaan; 5 ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' zijn maximaal het aangegeven aantal woningen is toegestaan; b aan huis verbonden beroepen met dien verstande dat maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief bijgebouwen, met een maximum van 2 50 m , mag worden gebruikt ten behoeve van deze functie; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, tuinen en erven.

4.2 4.2.1

bouwregels Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt ten minste; 1 bij vrijstaande woningen: minimaal 2,5 m aan twee zijden; 2 bij twee-aaneen gebouwde woningen minimaal 2,5 meter aan één zijde; 3 bij aaneengebouwde woningen aan de niet-aaneengebouwde zijde van de eindwoningen minimaal 2 m; c goot- en bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduidingen ‘maximum goothoogte (m)’ en ‘maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte; d goot- en bouwhoogte minimaal de ter plaatse van de aanduidingen ‘minimum goothoogte (m)’ en ‘minimum bouwhoogte (m)’ aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte; 2 e de oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 150 m .

4.2.2

Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd op het zij- en achtererf en minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn met dien verstande dat overkappingen zijn toegestaan tot 1,25 vóór de voorgevelrooilijn; b de goothoogte bedraagt maximaal 3 m en de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m; 2 c gezamenlijke oppervlakte per hoofdgebouw maximaal 60 m met dien verstande dat: 1 voor vrijstaande woningen geldt een maximale gezamenlijke oppervlakte van 2 75 m ; 2 de oppervlakte van erkers en overkappingen binnen het bouwperceel, gelegen in de bestemming ‘Tuin’, meetellen voor de berekening van de in dit lid genoemde oppervlakten en bebouwingspercentage.

13

4.2.3

Bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal: a antennes 15 m; b pergola’s, tuinmeubilair, vlaggenmasten 4 m; c erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn 1 m; d overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 2 m.

4.3

nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.2, nadere eisen te stellen ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit ten aanzien van: a de situering van bijgebouwen ten opzichte van het hoofdgebouw; b de situering en afmetingen van bouwwerken geen gebouwen zijnde.

4.4

afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel: a 4.2.3 onder a voor het bouwen van antennes tot een bouwhoogte van 20 m, mits 2 de oppervlakte van de antenne niet meer dan 10 m bedraagt; b 4.2.3 onder d voor het bouwen van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde tot een bouwhoogte van maximaal 10 m, mits deze hogere bouwhoogte noodzakelijk is voor en doelmatig gebruik van de aan de grond gegeven bestemming; c 4.2.3 onder d voor het bouwen van een waarschuwingssysteem ten behoeve van hulpverleningsdiensten tot een bouwhoogte van 20 m, mits de oppervlakte van de 2 voorzieningen niet meer dan 10 m bedraagt.

4.5 4.5.1

afwijken van de gebruiksregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf, mits: a de oppervlakte maximaal 40% van de vloeroppervlakte, met een maximum van 2 50 m , van de gebouwen bedraagt; b uitsluitend bedrijven worden toegestaan die zijn opgenomen in categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten dan wel wat betreft aard en mate van hinder vergelijkbaar zijn met deze bedrijven; c er geen sprake is van een duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen of een ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur; d het geen bedrijfsactiviteiten betreft die normaliter in een winkelcentrum of een winkelstraat worden uitgeoefend; e er geen detailhandel plaatsvindt behalve als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf.

4.5.2

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.1 voor het toestaan van een ander woningtype dan op de verbeelding is aangegeven, mits niet meer woningen worden toegestaan dan het aantal dat op de verbeelding is aangegeven.

4.5.3

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 en 4.5.2 kan slechts worden verleend, mits: a de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.

14

15

Artikel 6 6.1

6.2 6.2.1

Waterstaat - Waterkering Bestemmingsomschrijving De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals duikers, keerwanden en merktekens. Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen (artikelen 3 tot en met 6) mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd.

6.2.2

Gebouwen mogen niet worden gebouwd.

6.2.3

Bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m.

6.3

Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen, mits advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.

6.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde of werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 6.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen.

6.4.1

6.4.2

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.

6.4.3

Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 is nodig voor: a werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning.

16

Artikel 7

Waarde - Archeologische verwachting 1

7.1

Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologische verwachting 1 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

7.2

Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 6) mag alleen worden gebouwd ten behoeve van aanvullend of definitief archeologisch onderzoek.

7.3 7.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad;

7.3.2

Uitzonderingen Afwijking als bedoeld in artikel 7.3.1 is niet vereist, indien: a op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; c het uitvoeren van grondbewerkingen niet dieper dan 0,30 m vanaf maaiveld plaatsvindt;

7.3.3

Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

7.4

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 7.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b het bodemverlagen of afgraven van gronden; c het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m vanaf maaiveld; d het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.

7.4.1

17

7.4.2

Verlening Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

7.4.3

Uitzondering Het in artikel 21.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; c de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, die: 1 reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2 mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; d de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.

18

Artikel 8

Waarde - Archeologische verwachting 3

8.1

bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologische verwachting 3’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

8.2

bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikelen 3 tot en met 6) mag alleen worden gebouwd ten behoeve van aanvullend of definitief archeologisch onderzoek.

8.3 8.3.1

afwijken van de bouwregels afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

8.3.2

uitzonderingen Afwijking als bedoeld in artikel 8.3.1 is niet vereist, indien: a op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2 c het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 100 m ; d het uitvoeren van grondbewerkingen niet dieper dan 0,30 m vanaf maaiveld plaatsvindt.

8.3.3

advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

8.4

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 8.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b het bodemverlagen of afgraven van gronden; c het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,30 m vanaf maaiveld; d het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.

8.4.1

19

8.4.2

verlening Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

8.4.3

uitzonderingen Het in artikel 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 2 b er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 100 m ; c op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1 reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2 mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; e de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.

20

3

Algemene regels

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10

Algemene bouwregels

10.1

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.

10.2

In die gevallen dat de bestaande afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan.

10.3

In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.

Artikel 11

Algemene gebruiksregels Tot een gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval begrepen: a een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksbedrijf dan wel ten behoeve van prostitutie; d het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden.

21

Artikel 12

Algemene aanduidingsregels

12.1 12.1.1

Geluidszone aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder.

12.1.2

bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemmingen mogen geen nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd.

12.1.3

afwijken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.1.1 voor het bouwen van nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van de gevels van deze woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

13.1

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m.

13.2

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.1 kan slechts worden verleend, mits: a de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 14

Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a bestemmingsgrenzen mogen met niet meer dan 5 m worden verschoven;

22

b de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; c het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad; d de bepalingen van Artikel 15 zijn op bovengenoemde wijzigingsbevoegdheid overeenkomstig van toepassing.

Artikel 15

Overige regels

15.1 15.1.1

Parkeernormen rest bebouwde kom parkeernormen 1 Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Hierbij gelden de normen als opgenomen in de tabel in artikel 15.1.5; 2 de onder 1. bedoelde parkeerplaatsen voor motorvoertuigen dienen de maatvoering te hebben conform het bepaalde in artikel 15.1.5. Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.

15.1.2

Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen. Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde ruimte, met bijhorende voorzieningen, geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.

15.1.3

Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 15.1.1 en 15.1.2 indien: a het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en / of; b op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien. Dit besluit moet worden voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft.

15.1.4

Nadere eis Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 15.1.1 en 15.1.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en / of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat no-

23

dig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder geval blijkt dat de eis noodzakelijk is in verband met de ruimtelijke kwaliteit en / of de verkeersveiligheid en / of de verkeerssituatie en / of gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. Een nadere eis kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel in artikel 15.1.5. 15.1.5

Tabellen De norm voor voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen op het eigen terrein is voor de volgende functies: Functie Wonen Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Koop, tussen/hoek Koop, etage, duur Koop, etage, midden Koop, etage, goedkoop Huurhuis, vrije sector Huurhuis, sociale huur Huur, etage, duur Huur, etage, midden/goedkoop Kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten) Kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig Aanleunwoningen en serviceflat

Per

Buitengebied

woning woning woning woning woning woning woning woning woning woning kamer kamer kamer

2,2 2,1 1,9 2 1,8 1,6 1,9 1,6 1,8 1,4 0,7 0,25 1,1

bij het bepalen van het woningtype geldende de volgende oppervlakte maten:

Goedkoop Midden Duur

Grondgebonden < 110 m2 110 m2 - 155 m2 > 155 m2

Appartement < 100 m2 100 m2 - 1125 m2 > 125 m2

Bij het voldoen aan de parkeernorm dient bij de navolgende parkeervoorzieningen uitgegaan te worden van het berekende aantal parkeerplaatsen conform onderstaande tabel: Parkeervoorziening

Theoretisch

Berekeningsaantal

Opmerking

0,8

Oprit min. 5,0 me-

aantal Enkele oprit zonder gara-

1

ge Lange oprit zonder garage

ter diep 2

1

of carport

24

Dubbele oprit zonder gara- 2

1,7

ge Garage zonder oprit (bij

Oprit min. 4,5 meter breed

1

0,4

1

0,5

2

1

woning) Garagebox (niet bij woning) Garage met enkele oprit

Oprit min. 5,0 meter diep

Garage met lange oprit

3

1,3

Garage met dubbele oprit

3

1,8

Oprit min. 4,5 meter breed

Bij het bepalen van de parkeernorm wordt op één decimaal nauwkeurig gerekend waarna de uitkomst wordt afgerond op hele getallen en waarbij vanaf 0,5 en hoger naar boven wordt afgerond. 15.1.6

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken danwel nadere eisen stellen ten opzichte van het bepaalde in artikel 15.1.5 ten behoeve van lagere danwel hogere eisen m.b.t. de maatvoering van een parkeerplaats waarbij mede ingegaan wordt op de (parkeertechnische)achtergronden en gevolgen bij dat besluit. Dit besluit moet worden voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft en / of dat dit besluit noodzakelijk is t.b.v. de ruimtelijke kwaliteit.

25

4 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

16.1 16.1.1

overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot, a gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

16.1.2

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 16.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 16.1.1 met maximaal 10%.

16.1.3

Artikel 16.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

16.2 16.2.1

overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

16.2.2

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 16.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

16.2.3

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 16.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

16.2.4

Artikel 16.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 17

Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het reparatie bestemmingsplan ‘Kernen Pannerden, Aerdt, Herwen, Tolkamer en Spijk’.

26

Bijlage 1

27

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code

Nr.

Omschrijving

Cat.

-

Landbouw en dienstverlening t.b.v. de landbouw Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw:

2

0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0121 0122 0122 0122 0124 0124 0125 0125 0125 0125 0125 0125 0130

SBI-code 2008 01 011, 012, 013 011, 012, 013, 016 011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013 0113 0113 0163 011 0141, 0142 0143, 0145 0143 0145 0147 0147 0149 0149 0149 0149 0149 0149 0150

014 014 014 014 014 0142

016 016 016 016 016 0162

0 1 2 3 4

02 020

02 021, 022, 024

-

05 0501.1 0501.2 0502 0502 0502

03 0311 0312 032 032 032

-

10 103

08 089

-

01 0111, 0113 0112

0 1 2 3 4 5 6 7 0 1 2 0 4 0 2 3 4 5 6

0 1 2

 bedrijfsgebouwen  kassen zonder verwarming  kassen met gasverwarming  champignonkwekerijen (algemeen)  champignonkwekerijen met mestfermentatie  bloembollendroog- en prepareerbedrijven  witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van rundvee Fokken en houden van overige graasdieren:  paardenfokkerijen  overige graasdieren Fokken en houden van pluimvee:  overig pluimvee Fokken en houden van overige dieren:  konijnen  huisdieren  maden, wormen e.d.  bijen  overige dieren Akker- en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief) Dienstverlening t.b.v. de landbouw: 2  algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m 2  algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m 2  plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m 2  plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m KI-stations Bosbouw en dienstverlening t.b.v. bosbouw Bosbouwbedrijven Visserij- en visteeltbedrijven Zeevisserijbedrijven Binnenvisserijbedrijven Vis- en schaaldierkwekerijen:  oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven  visteeltbedrijven Turfwinning Turfwinningbedrijven

28

2 2 2 2 3.2 2 2 3.2 3.1 3.1 3.2 3.2 3.1 3.2 2 2 3.2

3.1 2 3.1 2 2

3.1

3.2 3.1 3.2 3.1

3.2

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code

SBI-code 2008

Nr.

Omschrijving

Cat.

14 144

08 0893

-

Winning van zand, grind, klei, zout, e.d. Zoutwinningbedrijven

3.2

15 151 151 151 151 151 151

10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101 101, 102

0 1 4 5 6 7

Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken Slachterijen en overige vleesverwerking:  slachterijen en pluimveeslachterijen 2  vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m 2  vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m 2  vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m  loonslachterijen

3.2 3.2 3.1 3.1 3.1

151

108

8

152 152 152 1531 1531 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1532, 1533 1551 1551 1552 1552 1581 1581 1581 1582 1584

102 102 102 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1051 1051 1052 1052 1071 1071 1071 1072 10821

0 5 6 0 2 0 1 2 3 0 3 1 2 0 1 2

1584

10821

2

1584

10821

3

1584 1584 1585 1586 1586

10821 10821 1073 1083 1083

5 6

 vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en2 klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m Visverwerkingsbedrijven: 2  verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m 2  verwerken anderszins: p.o. <= 300 m Aardappelproducten fabrieken: 2  vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m Groente- en fruitconservenfabrieken:  jam  groente algemeen  met koolsoorten Zuivelproducten fabrieken:  melkproducten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 2 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m : 2 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:  v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens  v.c. >= 7500 kg meel/week Banket, biscuit- en koekfabrieken Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:  cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocola2 dewerken met p.o. < 2.000 m  cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocola2 dewerken met p.o. <= 200 m 2  suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m 2  suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m Deegwarenfabrieken Koffiebranderijen en theepakkerijen:  theepakkerijen

0

0 2

29

3.1

3.2 3.1 3.1 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 2 2 3.2 3.2

3.2 2 3.2 2 3.1 3.2

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code 1589.2 1589.2 1593 t/m 1595 1598

SBI-code Nr. 2008 1089 0 1089 1 1102 t/m 1104

Omschrijving

Cat.

Soep- en soeparomafabrieken:  zonder poederdrogen Vervaardiging van wijn, cider e.d.

3.2 2

1107

Mineraalwater- en frisdrankfabrieken

3.2

17 171 172 172 173 174, 175 176, 177

13 131 132 132 133 139 139, 143

-

18 181 182 183

14 141 141 142, 151

-

19 192 193

15 151 152

-

20

16

-

2010.1 2010.2 2010.2 202 203, 204, 205 203, 204, 205 205

16101 16102 16102 1621 162

21 2112 2112 212 2121.2 2121.2

162

0 1

0 2 0

Vervaardiging van textiel Bewerken en spinnen van textielvezels Weven van textiel:  aantal weefgetouwen < 50 Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen Vervaardiging van kleding; bereiden en verven van bont Vervaardiging kleding van leer Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont Vervaardiging van leer en lederwaren (excl. kleding) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel) Schoenenfabrieken Houtindustrie en vervaardiging artikelen van hout, riet, kurk e.d. Houtzagerijen Houtconserveringsbedrijven:  met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout

3.2 3.2 3.1 3.1 3.1

3.1 2 3.1

3.1 3.1

3.2 3.1 3.2 3.2

1

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, 3.1 2 p.o. < 200 m Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 2

17

-

1712 1712 172 17212 17212

0 1

Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren Papier- en kartonfabrieken:  p.c. < 3 t/u Papier- en kartonwarenfabrieken Golfkartonfabrieken:  p.c. < 3 t/u

162902

0 1

30

3.1 3.2 3.2

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code 22

SBI-code 2008 58

Nr.

Omschrijving

Cat.

-

Uitgeverijen, drukkerijen en reproductie van opgenomen media Uitgeverijen (kantoren) Drukkerijen van dagbladen Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproductie en zetten Overige grafische activiteiten Reproductiebedrijven opgenomen media

221 2221 2222 2222.6 2223 2223 2224 2225 223

581 1811 1812 18129 1814 1814 1813 1814 182

1 3.2 3.2 2 1 2 2 2 1

23

19

-

Aardolie-/steenkoolverwerk. Ind.; bewerking splijt/kweekstoffen Smeeroliën- en vettenfabrieken

2320.2

19202

A

3.2

24 2442 2442 2442 2462 2462 2464 2466

20 2120 2120 2120 2052 2052 205902 205903

0 1 2 0 1

25 2512 2512 2513 252 252

22 221102 221102 2219 222 222

0 1

26

23

-

261 261 2615 262, 263 262, 263 262, 263 2661.2 2661.2 2662

231 231 231 232, 234 232, 234 232, 234 23612 23612 2362

0 1

A B

A

0 3

0 1 2 0 1

Vervaardiging van chemische producten Farmaceutische productenfabrieken:  formulering en afvullen geneesmiddelen  verbandmiddelenfabrieken Lijm- en plakmiddelenfabrieken:  zonder dierlijke grondstoffen Fotochemische productenfabrieken Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken Vervaardiging van producten van rubber en kunststof Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 2  vloeropp. < 100 m Rubber-artikelenfabrieken Kunststofverwerkende bedrijven:  productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen Vervaardiging van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsproducten Glasfabrieken:  glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken:  vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW  vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW Kalkzandsteenfabrieken:  p.c. < 100.000 t/j Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken

31

3.1 2 3.2 3.2 3.1

3.1 3.2 3.1

3.2 3.1 2 3.2 3.2 3.2

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code

Nr.

Omschrijving

2663, 2664 2663, 2664 2665, 2666 2665, 2666 267 267 267 2681 2682

SBI-code 2008 2363, 2364 2363, 2364 2365, 2369 2365, 2369 237 237 237 2391 2399

0 1 0 1 0 1 2

Betonmortelcentrales:  p.c. < 100 t/u Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips:  p.c. < 100 t/d Natuursteenbewerkingsbedrijven: 2  zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m 2  zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m Slijp- en polijstmiddelen fabrieken Minerale productenfabrieken n.e.g.

28

25, 31

-

281 281 281 284 284 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851

251, 331 251, 331 251, 331 255, 331 255, 331 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311 2561, 3311

0 1 1a B B1 0 1 11 12 2 3 4 5 6 7 8 9

2852 2852 287 287

2562, 3311 2562, 3311 259, 331 259, 331

1 2 B B

Vervaard. en reparatie van producten van metaal (excl. mach./transportmidd.) Constructiewerkplaatsen:  gesloten gebouw 2  gesloten gebouw, p.o. < 200 m Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d. 2 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:  algemeen  metaalharden  lakspuiten en moffelen  scoperen (opspuiten van zink)  thermisch verzinken  thermisch vertinnen  mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)  anodiseren, eloxeren  chemische oppervlaktebehandeling  emailleren  galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed) Overige metaalbewerkende industrie 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m Overige metaalwarenfabrieken n.e.g. 2 Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m

29 29 29

27, 28, 33 27, 28, 33 27, 28, 33

0 1

Vervaardiging van machines en apparaten Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie: 2  p.o. < 2.000 m

3.2

30 30

26, 28, 33 26, 28, 33

A

Vervaardiging van kantoormachines en computers Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

2

C

Cat.

32

3.2 3.2 3.2 3.1 3.1 3.2

3.2 3.1 3.2 3.1 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.2 3.1 3.2 3.1

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code 31

SBI-code 2008 26, 27, 33

Nr.

Omschrijving

Cat.

-

Vervaardiging van over. elektr. machines, apparaten en benodigdh. Accumulatoren- en batterijenfabrieken Elektrotechnische industrie n.e.g.

314 316

272 293

3.2 2

32

26, 33

321 t/m 323 3210

261, 263, 264, 331 2612

33

26, 32, 33

-

33

26, 32, 33

A

34 343

29 293

35

30

-

351 351 351 352 352 354 355

301, 3315 301, 3315 301, 3315 302, 317 302, 317 309 3099

0 1 2 0 1

36 361 361 362 363 364 365 3663.1 3663.2

31 310 9524 321 322 323 324 32991 32999

1 2

Vervaardiging van meubels en overige goederen n.e.g. Meubelfabrieken 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g.

40

35

-

40 40

35 35

B0 B1

Productie en distrib. Van stroom, aardgas, stoom en warm water Bio-energieinstallaties elektrisch vermogen < 50 MWe:  covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT 3.2 en reststromen voedingsindustrie

-

Vervaardiging van audio-, video-, telecom-apparaten en benodigdh. Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie Fabrieken voor gedrukte bedrading Vervaardiging van medische en optische apparaten en instrumenten Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers Auto-onderdelenfabrieken Vervaardiging van transportmiddelen (excl. auto's, aanhangwagens) Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:  houten schepen  kunststof schepen Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:  algemeen Rijwiel- en motorrijwielfabrieken Transportmiddelenindustrie n.e.g.

33

3.1 3.1

2

3.2

3.1 3.2 3.2 3.2 3.2

3.2 1 2 2 3.1 3.1 2 3.1

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code

Nr.

Omschrijving

Cat.

40 40 40 40 40 40 40 40

SBI-code 2008 35 35 35 35 35 35 35 35

B2 C0 C1 C2 C3 D0 D3 D4

3.2

40 40 40 40 40 40

35 35 35 35 35 35

D5 E0 E1 E2 F0 F1

 vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:  < 10 MVA  10 - 100 MVA  100 - 200 MVA Gasdistributiebedrijven:  gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A  gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C  gasontvang- en -verdeelstations, cat. D Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:  stadsverwarming  blokverwarming Windmolens:  wiekdiameter 20 m

41 41 41 41 41 41

36 36 36 36 36 36

A0 A2 B0 B1 B2

Winning en distributie van water Waterwinning-/ bereiding- bedrijven:  bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:  < 1 MW  1 - 15 MW

45 45 45 45 45

41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43

0 1 2 3

Bouwnijverheid 2 Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m 2 Bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m 2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m 2 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m

50

45, 47

-

501, 502, 504 501 5020.4 5020.4 5020.4 5020.5 503, 504 505 505 505

451, 452, 454

Handel/reparatie van auto's, motorfietsen; benzineservicestations Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven 2

451 45204 45204 45204 45205 453 473 473 473

A B C

0 2 3

Handel in vrachtauto's (incl. import en reparatie) Autoplaatwerkerijen Autobeklederijen Autospuitinrichtingen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires Benzineservicestations: 3  met LPG < 1000 m /jr  zonder LPG

34

2 3.1 3.2 1 2 3.1 3.2 2 3.2

3.1 2 3.2

3.2 3.1 3.1 2

3.2 3.2 1 3.1 2 2 3.1 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code 51 511 5121 5122 5123 5124 5125, 5131 5132, 5133 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7 5148.7 5148.7 5151.1 5151.1 5151.3 5152.2 /.3 5153 5153 5153 5153.4 5153.4 5153.4 5154 5154 5154 5155.1 5155.2 5156 5157 5157 5157.2/3 5157.2/3 518 518 518 519

SBI-code 2008 46 461 4621 4622 4623 4624 46217, 4631 4632, 4633 4634 4635 4636 4637 4638, 4639 464, 46733 46499 46499 46499 46499 46711 46711 46713 46722, 46723 4673 4673 4673 46735 46735 46735 4674 4674 4674 46751 46752 4676 4677 4677 4677 4677 466 466 466 466, 469

Nr.

Omschrijving

-

Groothandel en handelsbemiddeling Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in akkerbouwproducten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in levende dieren Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën Grth in dranken Grth in tabaksproducten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie:  consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton  consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton  munitie Grth in vaste brandstoffen:  klein, lokaal verzorgingsgebied Grth minerale olieproducten (excl. brandstoffen) Grth in metalen en -halffabricaten Grth in hout en bouwmaterialen: 2  algemeen: b.o. > 2000 m 2  algemeen: b.o. <= 2000 m Zand en grind: 2  algemeen: b.o. > 200 m 2  algemeen: b.o. <= 200 m Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 2  algemeen: b.o. > 2.000 m 2  algemeen: b.o. <= 2.000 m Grth in chemische producten Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen 2 Autosloperijen: b.o. > 1000 m 2 Autosloperijen: b.o. <= 1000 m 2 Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m 2 Overige groothandel in afval en schroot: b.o.

<= 1000 m Grth in machines en apparaten:  machines voor de bouwnijverheid  overige Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

0

0 1 2 5 0 1

0 1 2 4 5 6 0 1 2

0 1 0 1 0 1 2

Cat.

35

1 3.1 2 3.2 3.1 3.1 3.1 2 2 2 2 2 2 2 3.1 2 3.1 3.2 3.2 3.1 2 3.2 2 3.1 2 3.2 2 2 3.2 3.1 3.2 3.1 3.2 3.1 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code

SBI-code 2008 52 47 52 47 5211/2,5246 471 /9 5222, 5223 4722, 4723 5224 4724 5231, 5232 4773, 4774 5246/9 4752 5249 4778 5261 4791 527 952

Nr.

Omschrijving

Cat.

A

Detailhandel en reparatie t.b.v. particulieren Detailhandel voor zover n.e.g. Supermarkten, warenhuizen

1 1

Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel Apotheken en drogisterijen Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Postorderbedrijven Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

1 1 1 2 1 3.1 1

55 5511, 5512

55 5510

-

552 553

553, 552 561

554 554 5551 5552

563 563 5629 562

1 2

60 601 601 6021.1 6022 6023 6024

49 491, 492 491, 492 493 493 493 494

0 1

6024

494

1

603

495

61, 62 61, 62

50, 51 50, 51

A

Vervoer over water / door de lucht Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)

1

63 6311.2 6311.2 6312 6312 6321

52 52242 52242 52102, 52109 52109 5221

0 2 A B 1

Dienstverlening t.b.v. het vervoer Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:  stukgoederen Distributiecentra, pak- en koelhuizen Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) Autoparkeerterreinen, parkeergarages

3.2 3.1 2 2

0

Logies-, maaltijden- en drankenverstrekking Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. Cafés, bars Discotheken, muziekcafés Kantines Cateringbedrijven Vervoer over land Spoorwegen:  stations Bus-, tram- en metrostations en -remises Taxibedrijven Touringcarbedrijven Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): 2 b.o. > 1000 m Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) 2 b.o. <= 1000 m Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

36

1 3.1 1 1 2 1 2

3.2 3.2 2 3.2 3.2 3.1 2

Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.2) SBI-code

Nr.

Omschrijving

Cat.

6321 6322, 6323 633 634

SBI-code 2008 5221 5222 791 5229

2

Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties) Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren)

3.2 1 1 1

64 641 642 642 642

53 531, 532 61 61 61

-

642 642

61 61

B2 B3

Post en telecommunicatie Post- en koeriersdiensten Telecommunicatiebedrijven Zendinstallaties:  LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!)  FM en TV  GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig)

65, 66, 67 65, 66, 67

64, 65, 66 64, 65, 66

A

Financiële instellingen en verzekeringswezen Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen

1

70 70

41, 68 41, 68

A

Verhuur van en handel in onroerend goed Verhuur van en handel in onroerend goed

1

71

77

-

711 712

7711 7712, 7739

713 714

773 772

Verhuur van transportmiddelen, machines, andere roerende goederen Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's) Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

72 72 72

62 62 58, 63

A B

Computerservice- en informatietechnologie Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=e74ded13-5491-4765-acbc-0a0e3c7515fe