CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

981529 Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergaderingen 2018-2022 27 januari 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: HAMERSTUK Z/20/368408 Bestemmingsplan Mariëndaalseweg 17 Angerlo12.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierdoor ontstaat een tweedeling in het oude en het nieuwe erf. Met voorgenomen initiatief wordt de oude terp en het historische boerderijcomplex van een toekomstbestendige functie voorzien, wordt landschapsontsierende bebouwing gesloopt en worden historische landschapselementen aan het geheel toegevoegd. Door een zorgvuldige vormgeving en inpassing van de nieuwe woning in het landschap is een passende oplossing, in de vorm van een nieuwe economische drager, gevonden om de locatie voor de toekomst te behouden. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.2.9

Flora en fauna

Algemeen Voordat ruimtelijke ingrepen mogen plaatsvinden, dienen de gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de consequenties in het kader van de geldende natuurwet- en regelgeving in beeld te zijn gebracht. Bij de natuurwetgeving kan een tweedeling worden gemaakt in soort- en gebiedsbescherming. Soortbescherming en gebiedsbescherming vindt plaats via de Wet natuurbescherming. Toetsing Door Staring Advies is in maart 2020 een quickscan natuurtoets uitgevoerd5. De conclusies uit dit onderzoek worden hierna behandeld. Het onderzoek is als Bijlage 4 bijgevoegd. Aanvullend is in deze paragraaf een toetsing is opgenomen aan de regels die gelden voor de Groen Ontwikkelingszone. Gebiedsbescherming Voor gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland van belang. De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland wordt in de provincie Gelderland het Gelders

33

Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied. Het Natura 2000 gebied 'Rijntakken' ligt op ruim 3 kilometer afstand. De afstand tot het Natura 2000 gebied 'Veluwe' gebied bedraagt 5,2 kilometer. Doordat er slechts sprake is van de bouw van één woning, de woning gasloos uitgevoerd wordt, en er een fysieke afstand van ruim 3 km tot stikstofgevoelige habitats is, wordt er geen meetbare depositie in het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' verwacht. Derhalve is nadere effectbeoordeling met betrekking tot stikstofdepositie niet noodzakelijk. Door de tijdelijke aard, de beperkte omvang van de activiteiten en de fysieke afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied 'Rijntakken' worden geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven van de Rijntakken of overige Natura 2000-gebieden verwacht door overige verstoringsfactoren als licht, geluid en trillingen. Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities.

Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. Het plangebied ligt niet in het GNN. De bossen van het nabij gelegen 'Landgoed Bingerden' en enkele kleine bosschages en bomenrijen nabij het plangebied zijn aangewezen als bestaande natuur binnen het GNN. Het plangebied is wel gelegen binnen het GO. Deze GO bestaat uit een aantal verspreid liggende erven en agrarische percelen. Deze zone vormt een verbinding tussen de Veluwe(zoom), de IJsseluiterwaarden, Landgoed Bingerden en diverse bos- en natuurgebieden ten oosten en zuiden van het plangebied, waaronder de landgoederen rondom Hummelo en Keppel, het Stille Wald bij Wehl en de Kruisbergsche Bosschen bij Doetinchem.

Effecten op de GO Het provinciaal beleid ten aanzien van de GO is het aanleggen van natuur- en landschapselementen ter verbetering van de migratiemogelijkheden voor planten en dieren volgens de ontwikkelingsmodellen beschreven in de atlas Kernkwaliteiten GNN en GO, of in de bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone bij de Omgevingsverordening. De kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen zijn in de Omgevingsverordening per deelgebied uitgewerkt. Het plangebied ligt in het deelgebied De Liemers oost (38). Niet alle voor dit deelgebied geldende kernkwaliteiten zijn van belang voor voorgenomen initiatief. De kernkwaliteiten die wel van belang zijn betreffende de volgende: De evz Bingerden - Keppel en evz Veluwe - Montferland verbinden de Veluwe met Montferland en Duitsland: modellen das, kamsalamander (in het noorden); deze verbinding is tevens klimaatcorridor Veluwe - Eiffel (stuwwalcorridor); Leefgebied das; Leefgebied steenuil; Cultuurhistorische waarden van de landgoederen, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout,

34

houtwallen, singels, en boerderijen; Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir; Ecosysteemdiensten: recreatie, drinkwater, waterberging; Alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied. Toetsing aan de ontwikkelopgaven het het GO Onderstaand zijn de ontwikkelopgaven weergegeven die behoren bij de genoemde kernkwaliteiten waarbij achter elke opgave is beschreven hoe het plan een versterking van de kernkwaliteiten bewerkstelligd. 1. Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden en schrale graslanden: De historische houtwal wordt weer doorgetrokken in het plangebied; 2. Ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen, moerassen en cultuurgronden: In de lagergelegen delen van het plangebied wordt vochtig grasland, een wadi en extensief grasland aangelegd. Op de steilrand wordt bloemrijk grasland gerealiseerd; 3. Ontwikkeling biotopen voor vissen, reptielen en amfibieën. In het plan wordt een wadi aangelegd; Ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. parken, kastelen, andere landgoedelementen, ontginningen, houtwallen) en beheersvormen: De historische houtwal wordt weer doorgetrokken in het plangebied en er wordt weer een boomgaard aangelegd. Ontsluiting vindt plaats via een 'karrenspoor' en paden voorzien van halfverharding waarbij een historische verbindingsweg blijft behouden; 4.

ontwikkeling houtproductie en andere ecosysteemdiensten: gelet op de aard en schaal vinden hierin geen ontwikkelingen in plaats. De ecologische verbinding die in het deelgebied wordt nagestreefd betreft nummer: 20. Oude IJssel-west (IJssel - Winterswijk - Duitsland) met doelsoorten das, kamsalamander, rietzanger, winde; 14. Montferland Noord (Reichswald Duitsland - Montferland - IJssel- Veluwe) met doelsoort: das 15. Montferland - Bijvanck (Montferland - Rijnstrangen) met doelsoort: das De ecologische verbindingszone dient een functie voor das, kamsalamander, rietzanger en winde te vervullen. Op dit moment heeft het plangebied geen een functie voor deze soorten. Dassen komen momenteel in het plangebied niet voor. Ondanks een afname in de kwaliteit van een klein stukje potentieel foerageergebied blijft het plangebied zijn functie als foerageergebied voor dassen behouden. Kamsalamanders en windes komen momenteel in het plangebied niet voor. De kamsalamander kan gebruik maken van de wadi in het plangebied, waardoor de herinrichting van het plangebied een bijdrage kan leveren aan de verbindingszone voor deze soort. De wadi zorgt er voor dat de afstanden die kamsalamanders tussen geschikte voortplantingswateren kleiner worden.

Voor windes werpt de herinrichting van het plangebied geen barrières op vanwege de van nature hoge ligging in het landschap en daardoor het ontbreken van de permanente aanwezigheid van water in het plangebied dat in verbinding staat met omliggende waterlopen. Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat de herinrichting van het plangebied overwegend een positieve bijdrage levert aan het realiseren van de ontwikkelingsdoelen in deelgebied De Liemers oost. Er zijn daarnaast geen negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het deelgebied. Soortenbescherming

35

In het kader van de soortenbescherming is een literatuur- en veldonderzoek verricht. De resultaten hiervan worden hierna kort beschreven. Flora De geraadpleegde literatuur maakt geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten voor de omgeving van het plangebied. De tijdens de veldinspectie waargenomen vegetatie bestaat hoofdzakelijk uit algemene plantensoorten van voedselrijk en ruderale omstandigheden. Broedvogels Kerkuil en huismus In het plangebied bevindt zich een roestplek van de kerkuil. Bij het slopen van de ligboxenstal zal een rustplaats van de kerkuil verloren gaan. Het verloren gaan van deze rustplaats is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Hiervoor is het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk en dienen alternatieven aangeboden te worden. Voor elke verblijfplaats die aangetast of verwijderd wordt zullen minimaal twee nieuwe verblijfplaatsen aangeboden moeten worden. Verder bevinden zich in het plangebied zeer waarschijnlijk meerdere nestlocaties van de huismus. Aanvullend onderzoek tijdens het broedseizoen is noodzakelijk om te bepalen of er sprake is van bezette nesten van mussen en om de exacte aantallen broedparen te bepalen. Overige soorten De te slopen bebouwing wordt vermoedelijk ook gebruikt als nestlocatie door de spreeuw en zwarte roodstaart. Dit zijn twee zogenaamde categorie 5-soorten.

Deze vogelsoorten hebben nesten waarnaar ze vaak terugkeren. Deze soorten beschikken echter over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor beide soorten zijn voldoende alternatieven in de directe omgeving van het plangebied. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor deze soorten. Er bevinden zich in het plangebied geen nestlocaties van overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, zoals de uit de omgeving bekende buizerd, grote gele kwikstaart, ooievaar, ransuil, roek, sperwer en steenuil. De functionaliteit van het leefgebied van deze overige soorten wordt niet aangetast door de geplande activiteiten. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk voor overige jaarrond beschermde soorten. Wel dient er altijd rekening te worden gehouden met overige broedvogels. Activiteiten als het slopen van bebouwing moeten buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) worden uitgevoerd. Zoogdieren Het plangebied is geschikt als leefgebied voor diverse soorten grondgebonden zoogdiersoorten als bunzing, egel, haas, konijn, mol, steenmarter en diverse soorten (spits)muizen. Voor deze soorten geldt, met uitzondering van de bunzing en steenmarter, in provincie Gelderland vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Het plangebied is marginaal geschikt als leefgebied voor de bunzing en andere (kleine) marterachtigen. Met name de dichte braamstruwelen langs de randen van het plangebied, enkele ruige perceelranden en aangrenzende bermen van de Mariëndaalseweg met eikenlanen en sleedoornstruweel zijn geschikt als leefgebied.

36

Vleermuizen Het plangebied is niet geschikt als verblijfplaats, vliegroute of foerageergebied van vleermuizen. Amfibieën en ongewervelde dieren Strikt beschermde soorten worden niet verwacht binnen het plangebied. Incidenteel kan een rondzwervende sleedoornpage in het plangebied waar genomen worden, maar van een functioneel leefgebied is geen sprake. Aanvullend onderzoek huismussen Door Staring Advies is in mei 2020 een aanvullend huismussenonderzoek uitgevoerd6. De conclusies uit dit onderzoek worden hierna kort behandeld. Het onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd. Uit het aanvullend onderzoek komt naar voren dat in het plangebied zich vijf nestlocaties van de huismus aanwezig zijn. De nestlocaties bevinden zich in de ligboxenstal. Door de sloop verdwijnen de fysieke nestlocaties. Hierdoor is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming en is ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Daarbij dient als onderlegger bij de ontheffingsaanvraag een mitigatie- en compensatieplan opgesteld te worden, waarbij specifieke maatregelen worden voorgesteld om de lokale instandhouding van de huismuspopulatie te waarborgen. Ontheffingsaanvraag kerkuil en huismussen De Vogelwerkgroep van Stad en Ambt Doesborgh heeft veel kennis over de kerkuilen die gebruik maken van de ligboxenstal. De vogelwerkgroep heeft in de omgeving meerdere nestkasten opgehangen voor de Kerkuil.

Volgens de vogelwerkgroep heeft het weinig zin om in verband met de sloop van de stal extra nestkasten op te hangen. De aanwezige nestkasten in de omgeving van het plangebied voldoen. In Bijlage 6 wordt door de vogelwerkgroep nader ingegaan op de situatie van de Kerkuil in en om het plangebied. Om per saldo toch hetzelfde aantal verblijfplaatsen in en om het plangebied te behouden zal er één nieuwe nestkast worden opgehangen ten zuidoosten van het plangebied. Voor de huismussen geldt dat er in de nieuw aan te brengen houtwal ten noorden van de nieuwe woning een mussenhotel wordt aangebracht als mitigerende maatregel. Met het nemen van voorgenoemde mitigerende maatregelen wordt de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor wat betreft kerkuil en huismus, naar verwachting verleend. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.2.10 Verkeer en parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Toetsing

37

Verkeer Door de bouw van de nieuwe woning ontstaat er één nieuw woonperceel. Ontsluiting van het historische erf blijft plaatsvinden op de Mariëndaalseweg. Het nieuwe woonperceel wordt ontsloten op de Didamseweg. De toegangswegen worden door een informeel pad (karrespoor) met elkaar verbonden om daarmee de historische verbinding tussen de Mariëndaalseweg en de Didamseweg te behouden. De realisatie van de nieuwe woning in het plangebied zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de kengetallen van het CROW7. Uitgaande van 'Koop, vrijstaand' van de verstedelijkingsgraad 'Niet stedelijk' en het gebiedstype 'Buitengebied' is het aantal verkeersbewegingen gemiddeld 8,2 per dag. Dit betekent dat met de realisatie van de woning 8,2 verkeersbewegingen per dag extra tot stand komen. Naar verwachting zal het totaal aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woning van en naar het plangebied licht toenemen. Hierbij wordt opgemerkt dat door het vervallen van de agrarische functie er geen verkeersbewegingen meer plaatsvinden die samenhingen met de voormalige agrarische bedrijvigheid. Het extra verkeer van en naar het plangebied kan worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld op de Didamseweg. Parkeren Om de parkeerbehoefte te bepalen, is uitgegaan van het 'Parapluplan parkeren'.

Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van één woning in de categorie 'Koop, vrijstaand' in het 'Buitengebied'. In de berekening is gerekend met een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkeling bedraagt 3 parkeerplaatsen per woning. Binnen zowel het historische erf als binnen het nieuwe woonperceel is voldoende ruimte aanwezig voor parkeren op eigen terrein. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

38

Hoofdstuk 4 4.1

Wijze van bestemmen

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, planregels en een verbeelding, allen digitaal raadpleegbaar en beschikbaar. Deze regels vormen het juridische toetsingskader van het bestemmingsplan en van de verbeelding is af te leiden welke regels van toepassing zijn op welke locatie binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

4.2

Dit bestemmingsplan

Het bestemmingsplan voldoet aan de eisen gesteld in de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP2012. 4.2.1

Verbeelding

De verbeelding, is ontworpen op een kadastrale ondergrond. Door middel van aanduidingen en kleuren zijn hierop de diverse voorkomende bestemmingen en aanduidingen aangegeven. 4.2.2

Regels

De planregels zijn ondergebracht in de volgende vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is de wijze bepaald waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een vergunningstelsel voor werken geen werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelbepaling, algemene bouwregels (zo worden de bouwwerken die afwijken van de regeling in het bestemmingsplan ‘positief’ bestemd), algemene gebruiksregels en algemene regels voor afwijken. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen.

Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

39

4.2.3

Bestemmingen

Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen 'Agrarisch', 'Tuin', 'Wonen - 1' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie hoge verwachting', 'Waarde - Archeologie middelmatige verwachting', 'Waarde Archeologie vastgesteld', 'Waarde - Natuur en landschap' en 'Waarde - Waardevol open gebied'. Bestemming ' Agrarisch' De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, extensief recreatief medegebruik (dagrecreatie), en het behoud en de ontwikkeling van landschappelijke waarden. Gebouwen mogen binnen deze bestemming niet worden gerealiseerd. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn, onder voorwaarden, wel toegestaan. De aanleg van siertuinen (ten behoeve van een woning) is niet toegestaan. Werkzaamheden die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die volgen uit de voorwaardelijke verplichting in het kader van de landschappelijke inpassing zijn wel toegestaan. Bestemming ' Tuin' De gronden rondom de bestaande historische boerderijwoning en de nieuwe woning zijn grotendeels bestemd als 'Tuin'. Op deze gronden zijn, naast het gebruik als tuinen, ook bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, zoals erven en verhardingen, toegestaan. Gebouwen mogen binnen deze bestemming niet worden gerealiseerd. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn, onder voorwaarden, wel toegestaan.

Wel mogen bouwwerken worden opgericht in de vorm van erfafscheidingen. Verder is het mogelijk om, onder voorwaarden, binnen de bestemming 'Tuin' een mantelzorgwoning te bouwen. In de bouwregels van deze bestemming zijn de maatvoeringseisen voor de bouw van bouwwerken opgenomen. Bestemming ' Wonen - 1' Op basis van deze bestemming is één reguliere woning in de bestaande woonboerderij en één nieuw te realiseren woning mogelijk. Verder is een tentoonstellingsruimte, een beroep en bedrijf aan huis en een bed & breakfast onder voorwaarden mogelijk. In de bouwregels zijn de maatvoeringen voor de hoofdgebouwen weergegeven, zoals de maximale goot- en bouwhoogten. Vanwege hergebruik van het historische boerderijecomplex is ter plaatse van de woonboerderij een aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bestaand' opgenomen om de bestaande (afwijkende) inhoud, oppervlakte en goot- en bouwhoogten toe te staan. In de toekomstige situatie is het niet toegestaan om buiten het bestaande volume van het historische boerderijcomplex nieuwe (bij)gebouwen te realiseren. Ook voor de nieuw te realiseren woning is de locatie en maatvoering strak vastgelegd op de verbeelding en in de regels. Om te waarborgen dat uitvoering wordt gegeven aan het voor onderhavig initiatief opgestelde landschappelijke inrichtingsplan, is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

Verder is bepaald dat de recente landschapsontsierende bedrijfsbebouwing binnen twee jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woning gesloopt moet zijn.

40

Bestemmingen ' Waarde - Archeologie hoge verwachting' , ' Waarde - Archeologie middelmatige verwachting' en ' Waarde - Archeologie vastgesteld' De als 'Waarde - Archeologie hoge verwachting', 'Waarde - Archeologie middelmatige verwachting' en 'Waarde - Archeologie vastgesteld' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden. Bestemmingen ' Waarde - Natuur en landschap' en ' Waarde - Waardevol open gebied' De voor 'Waarde - Natuur en landschap' en 'Waarde - Waardevol open gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, ontwikkeling en herstel van ter plaatse voorkomende of daaraan eigen natuur- en landschapswaarden en het behoud van de landschappelijke waarde van het grootschalig open gebied.

41

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Algemeen

Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan, bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen.

5.2

Economische uitvoerbaarheid

In artikel 6.12, lid 1 Wro is bepaald dat de gemeenteraad naar aanleiding van een bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. In artikel 6.12, lid 2 is echter opgenomen dat de gemeenteraad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, wanneer het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is. Voorliggend project betreft een particulier initiatief dat op particulier grondeigendom plaatsvindt. Met de ontwikkeling zijn geen kosten voor de gemeente gemoeid, anders dan kosten die op basis van de gemeentelijke legesverordening in rekening zullen worden gebracht. Daarnaast wordt met de initiatiefnemer te zijner tijd een planschade overeenkomst gesloten, teneinde eventuele kosten voor de gemeente te kunnen verhalen op initiatiefnemer. Het verhaal van kosten is daarmee anderszins verzekerd, waarmee het opstellen van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

5.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Te zijner tijd worden in deze paragraaf of in een separate bijlage de resultaten van de procedure verwerkt.

42

Eindnoten

1. ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 2. Diseo, 28 april 2020, Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Mariëndaalseweg 17 te Angerlo 3. https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ 4. Laagland Archeologie, juli 2020, Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase, Mariëndaalseweg 17 te Angerlo. rapport 438 5. Staring Advies, 18 mei 2020, Aanvullend huismusonderzoek, Mariëndaalseweg 17 in Angerlo. rapportnummer 2122 6. Staring Advies, 18 mei 2020, Aanvullend huismusonderzoek, Mariëndaalseweg 17 in Angerlo. rapportnummer 2122 7. CROW, oktober 2012, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=579f7483-b165-432b-b2e0-5cd0b2237613