CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

7. 1222440 - Bijlage 5 Quickscan natuurtoets

Raadsvergaderingen 2022-2026 25 september 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/24/477502 Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van 12 appartementen aan het Kruuthuuske in Tolkamer5.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurtoets

Batavenweg/Zwarteweg, Tolkamer Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN)

18-01-2023

Definitief

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

NATUURTOETS BATAVENWEG/ZWARTEWEG, TOLKAMER

Auteur: Veldwerk uitgevoerd door: Opdrachtgever: Status: Datum: Projectnummer:

Definitief 18-01-2022 2022-687

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

1

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................. 3 1.2 DOELSTELLING .............................................................................................................................. 3 HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED................................................................................. 4 2.1 LIGGING ...................................................................................................................................... 4 2.2 IMPRESSIE EN BEGRENZING ............................................................................................................. 4 2.3 VOORGENOMEN INGREPEN ............................................................................................................. 5 2.4 VASTSTELLEN VAN HET ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................... 6 HOOFDSTUK 3 WETTELIJK KADER ......................................................................... 7 3.1 WET NATUURBESCHERMING ........................................................................................................... 7 3.2 WET RUIMTELIJKE ORDENING: NATUURNETWERK NEDERLAND .......

FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. HOOFDSTUK 4 WERKWIJZE ............................................................................... 11 4.1 WET NATUURBESCHERMING ..................................................... FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. 4.2 WET RUIMTELIJKE ORDENING: NATUURNETWERK NEDERLAND ....... FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. HOOFDSTUK 5 HOOFDSTUK 5 RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING............................. 13 5.1 NATURA 2000 ........................................................................................................................... 13 5.2 NATUURNETWERK NEDERLAND ..................................................................................................... 14 HOOFDSTUK 6 RESULTATEN SOORTBESCHERMING................................................... 15 6.1 VOGELS ..................................................................................................................................... 15 6.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN ................................................................................................... 15 6.3 VLEERMUIZEN ............................................................................................................................ 16 6.4 AMFIBIEËN............................................................................. FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.

6.5 REPTIELEN ............................................................................. FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. 6.6 VISSEN .................................................................................. FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. 6.7 VAATPLANTEN ........................................................................ FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. 6.8 ONGEWERVELDEN ................................................................... FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. 6.9 OVERIGE SOORTEN ...................................................................................................................... 16 6.10 SAMENVATTENDE TABEL ........................................................................................................... 17 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE EN ADVIES................................................................... 18

BIJLAGEN

……………………………………………………………………………………………..20

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................... 21 TOELICHTING OP WETTELIJKE KADERS ...................................................................................... 22 VRIJGESTELDE SOORTEN PER PROVINCIE ................................................................................... 25 NATUURKALENDER ............................................................................................................... 26

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Hoofdstuk 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor de herontwikkeling van een perceel gelegen aan de Batavenweg/Zwarteweg in Tolkamer. De initiatiefnemer is voornemens om nieuwbouw te realiseren op locatie van het bestaande hertenverblijf. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is BJZ.nu door initiatiefnemer gevraagd om een quickscan uit te voeren. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

1.2 Doelstelling In het voorliggende rapport worden mogelijke effecten van het project op de natuur in kaart gebracht en getoetst aan de kaders van de Wnb (Soortbescherming, Gebiedsbescherming en bescherming van Houtopstanden) en de provinciale verordening voor het onderdeel betreffende het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties in beeld gebracht. De resultaten hebben in principe een geldigheid van drie jaar. Wijzigingen in het project of wezenlijke veranderingen binnen het onderzoeksgebied kunnen invloed hebben op de beoordeelde effecten. In dat geval dient een nieuwe beoordeling plaats te vinden. De onderzoeksvragen voor deze natuurtoets zijn: • Welke beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust-, verblijf- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies kunnen voorkomen binnen (de invloedsfeer van) het plangebied? • Welke negatieve effecten kunnen vanuit het voornemen op deze gebieden, soorten en houtopstanden worden verwacht of niet worden uitgesloten? • Zijn er voorzorgsmaatregelen te treffen om deze effecten te voorkomen? • Is er nader onderzoek nodig om effecten op beschermde gebieden te bepalen en/of om de aanwezigheid van beschermde soorten vast te stellen of uit te sluiten?

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Hoofdstuk 2

PLANGEBIED

2.1 Ligging Het plangebied (Figuur 2.1) bevindt zich aan de Batavenweg in de kern van Tolkamer. Het plangebied wordt begrensd door openbare weg en woonwijk.

Figuur 2.1: Ligging van het plangebied (rode lijn) (Bron: Omgevings Topo).

2.2 Impressie en begrenzing Het plangebied (Figuur 2.2) bestaat uit een omheind, met gras ingevuld, hertenverblijf met enkele bomen.

Figuur 2.2: Impressie van het plangebied (Bron: PDOK).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Figuur 2.3 Impressie van de oostelijke grens van het plangebied.

Figuur 2.4: Impressie van het plangebied.

2.3 Voorgenomen ingrepen Het voornemen ziet toe op de locatie een appartementencomplex te realiseren. Ten tijde van het uitvoeren van het onderzoek was bij BJZ.nu geen definitief ontwerp of inrichting voorhanden. Voor een definitief ontwerp wordt verwezen naar de projectleider of de initiatiefnemer. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Verwijderen beplanting; • Uitvoeren grondverzet; • Bouwwerkzaamheden; • Aanleggen erfverharding; • Aanleggen erfbeplanting. Voorgenoemde ingrepen zijn onder te verdelen in tijdelijke en permanente effecten. Tijdelijke effecten treden voornamelijk, maar niet uitsluitend, op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Deze tijdelijke effecten kunnen leiden tot de verstoring van rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden. Permanente effecten daarentegen kunnen een gevolg zijn van de activiteiten zelf alsmede de resultaten hiervan. Ze kunnen leiden tot: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

2.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Bij het bepalen van de invloedsfeer wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Het plangebied grenst aan openbare weg en woonwijk. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden nabij het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De fysieke werkzaamheden hebben een minimale invloedssfeer, daarom wordt het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het plangebied.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Hoofdstuk 3

WETTELIJK KADER Het wettelijk kader weergeeft de diverse kaders waaraan het initiatief getoetst wordt. 3.1 Wet natuurbescherming De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al geruime tijd achteruit. In verband met het grensoverschrijdende karakter van de natuur is het van belang om de bescherming van deze soortenrijkdom op Europees niveau aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in nationaal en internationaal verband eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn, welke in 2017 zijn samengevoegd onder één wet, de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. 3.1.1 Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan.

Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets of effectenbeoordeling. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 3.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

• lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of • onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb.

Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig. 3.1.3 Zorgplicht Binnen de Wnb, artikel 1.11, is de algemene zorgplicht opgenomen die na streeft om het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen en indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zoveel mogelijk te beperken. Deze geldt ten alle tijden voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe omgeving en voor Natura 2000-gebieden. 3.1.4 Houtopstanden In de Wnb is ook de bescherming van houtopstanden geregeld. Dit is een implementatie van de oude Boswet die het doel had om bossen te beschermen. Dit geldt nog steeds. Het uitgangspunt is dat Er netto geen oppervlakte bos mag verdwijnen. De handhaving hiervan ligt in principe bij de provincies en in sommige gevallen bij het Ministerie van LNV, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Onder houtopstanden wordt verstaan: een zelfstandige eenheid aan bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat vanaf 10 are of bestaat uit een bomenrij van meer dan 20 bomen.

Wanneer een houtopstand gekapt wordt, of er andere maatregelen genomen worden die (eventueel indirect) tot het verminderen van het oppervlakte bos leiden geldt er een melden herplantingsplicht, tenzij: • het bomen op erven of in tuinen zijn; • het fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn; • het wilgen of populieren langs wegen of landbouwgrond zijn; • het kerstbomen (niet ouder dan 20 jaar) zijn; • het kweekgoed is; • het dunnen van een houtopstand is; • het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

•

o minimaal eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare ; o na 1 januari 2013 zijn aangelegd. het houtopstanden zijn binnen de begrenzing van een bebouwde kom.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar (zoels hiervoor genoemd) melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Aan de hand van een kapmelding kan de provincie ervoor kiezen om een kapverbod op te leggen (maximaal 5 jaar), ter bescherming van bijzondere natuur of landschapswaarden. Daarnaast geldt er voor kap van houtopstanden een herplantplicht: binnen 3 jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Kan deze niet worden uitgevoerd op het oorspronkelijke perceel, dan kan er compensatie plaatsvinden door de herplant te realiseren op een ander perceel. De voorwaarden hiervan verschillen per provincie. Er geldt daarentegen geen meldingsplicht of verplichting om binnen 3 jaar te herplanten als er wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode waarin een werkwijze is opgenomen die waarborgt dat: • er geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; • de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; • herplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; • de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond; • de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.

Daarnaast is er een vrijstelling van de herplantplicht mits het bijdraagt aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen, nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen en houtkap voor biomassaplantages.

3.2 Wet ruimtelijke Ontwikkelingszone

ordening:

Gelders

Natuurnetwerk

en

Groene

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is verankerd. In Gelderland wordt dit ook wel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden zijn internationaal beschermd aan de hand van de Natura 2000-gebieden. Daarnaast maken Ecologische verbindingszones, de zogenaamde Groene Ontwikkelingszones (GO’s), een ander klein deel uit van het GNN. Deze hebben een andere bestemming dan bos of natuur maar zijn vervlochten met het GNN. Het gaat hierbij voornamelijk om landbouwgrond, verblijfs- en dagrecreatie, wegbermen, erven en landgoederen. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). De provincie wil de natuur van het GNN en GO beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Kaderstellende regels ten aanzien van GNN zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Hierbij staat de versterking van de kernkwaliteiten door natuur- en landschapselementen, zoals natuurwaarden, centraal. Bij geplande BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

ingrepen die binnen het NNN/EHS\GNN vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de GNN in Gelderland zijn opgenomen in de vigerende provinciale verordening van de provincie.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Hoofdstuk 4

WERKWIJZE In dit hoofdstuk worden de wettelijk vastgelegde beoordelingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.1 Natura 2000 Voor de oriëntatie in het kader van de Gebiedsbescherming is bekeken of nabijgelegen Natura 2000gebieden mogelijk significante directe en indirecte effecten ondervinden van de beoogde ingrepen.

4.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Voor de totstandkoming van het advies betreffende dit onderzoek zijn de volgende stappen gezet: 1. Bureaustudie; 2. Veldbezoek; 3. Concluderende analyse.

Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit het bestuderen van (de geschiedenis van) het plangebied, bronnenonderzoek en een analyse van de flora- en faunagegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Voor verdere verkenning in het kader van de Soortenbescherming is een analyse van de bestaande flora- en faunagegevens uitgevoerd. Hierbij zijn de gegevens van beschermde soorten in een straal van 500 meter rondom het plangebied van de laatste 5 jaar opgevraagd in de NDFF. Het plangebied bestaat uit een omheind hertenverblijf met enkele bomen. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • Vogels; • Vleermuizen; • Grondgebonden zoogdieren. Het is niet te verwachten dat beschermde soorten als amfibieën, reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen binnen het onderzoeksgebied voorkomen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten de landelijke verspreiding van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten.

Het plangebied ligt buiten de nationale verspreiding van beschermde reptielen en de meeste amfibieën. De kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en meerkikker zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Er zijn geen (voortplantings)wateren, bosrijk gebied of tijdelijke wateren in de directe omgeving aanwezig, waardoor de aanwezigheid van de kamsalamander, rugstreeppad en poelkikker uitgesloten kunnen worden. De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. Door de afwezigheid van rivierlandschap binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden valt negatief effect op deze soorten op voorhand uit te sluiten. Door de afwezigheid van laagveenmoerassen en (schone) vegetatierijke vennen en diepe meren binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan de aanwezigheid van de gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker en sierlijke witsnuitlibel en gestreepte waterroofkever uitgesloten worden. Tot slot zijn er geen (resten van) geschikte waardplanten aangetroffen en ligt er geen duingebied, of schrale grasvegetatie binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden, waardoor de aanwezigheid van beschermde vlinders

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

als de aarbeivlinder, bruine eikenpage, duinparelmoervlinder, grote vos, iepenpage, kommavlinder en sleedoornpage uitgesloten kan worden.

Veldbezoek Het veldbezoek heeft een verkennend karakter en kan daarom niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 6 januari 2023 te voet bezocht door S. van Staa. Het plangebied is visueel en auditief onderzocht op de aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker en een zaklamp. Tijdens het veldbezoek was het 8 graden Celsius, onbewolkt en nagenoeg windstil. Gedurende het veldbezoek is het volgende onderzocht: • Houtopstanden en struweel; • Bestaande bebouwing en potentiële rust- en verblijfsplaatsen; • (Mogelijke voortplantings) Wateren; • Sporen in de vorm van holen en nesten; • Sporen in de vorm van pootafdrukken, graaf-, krab- en bijtsporen; • Sporen in de vorm van fecaliën, veren/haren en prooiresten; • Overige indicaties die wijzen op de aanwezigheid van beschermde soorten.

Analyse en conclusie Aan de hand van de verzamelde verspreidingsgegevens en de resultaten van het veldbezoek is beoordeeld voor welke beschermde soorten geschikt habitat aanwezig is in en/of rondom het plangebied. De beoogde ingrepen zijn beoordeeld in relatie tot de biotoopeisen van de beschermde soorten uit het plangebied. Bij voldoende zekerheid over het al dan niet voorkomen van beschermde soorten, zijn mogelijke (negatieve) effecten bepaald. Bij onvoldoende zekerheid worden vervolgstappen geadviseerd. Ten slotte is beoordeeld of wettelijke consequenties aan de orde zijn. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de beoogde werkzaamheden en uitvoeringsplanning.

4.3 Houtopstanden Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom ligt, is er geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen als weergeven in H4 van de Wnb. Om deze reden worden Houtopstanden ook niet verder behandeld in voorliggende rapportage.

4.4 Wet ruimtelijke Ontwikkelingszone

ordening:

Gelders

Natuurnetwerk

en

Groene

In de Wet ruimtelijke ordening is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) is verankerd. Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het GNN en GO. Ter beoordeling van de voorgenomen activiteiten in relatie tot de GNN is gekeken naar de nabijheid van GNN en de eventuele (negatieve) effecten op de aanwezige natuurwaarden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Beoordeling stikstof (toekomstige gebruiksfase) Het is aannemelijk dat de realisatie van de woningen voor een toename van verkeersbewegingen zal zorgen ten opzichte van de huidige situatie. Door de omvang en ingebruikname van het plangebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied niet uitgesloten worden. Om vast te kunnen stellen of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden.

5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone 5.2.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied grenst aan, maar ligt buiten gronden die tot het GNN behoren. Het plangebied ligt daarmee buiten de begrenzing van het GNN. In Figuur 5.2 wordt de ligging van het GNN en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 5.2: Ligging van Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van het plangebied (rood). Gronden die tot GNN behoren, worden met de donkergroene kleur op de kaart aangeduid en Gronden die tot de Groene Ontwikkelingszone (GO) behoren, worden met de lichtgroene kleur aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en gronden die tot GNN behoren bedraagt 10 meter (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl).

5.2.2 Beschermingsregime De bescherming van het GNN kent geen externe werking. Omdat het plangebied buiten het Gelders Natuurnetwerk ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Hoofdstuk 6

RESULTATEN SOORTBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en de bijbehorende wettelijke consequenties van de voorgenomen ingrepen. 6.1 Vogels 6.1.1 Jaarrond beschermde nestsoorten Er worden geen vogelsoorten met jaarronde nestbescherming verwacht binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden. Het plangebied ligt naast een drukke weg en is ingevuld met strak bijgehouden/begraast gazon met enkele losse bomen. Er is geen bebouwing aanwezig welke de nesten kan faciliteren voor soorten als bijvoorbeeld de huismus en gierzwaluw. In de bomen op en rond het plangebied zijn geen (takken)nesten gevonden van jaarrond beschermde nest soorten, waardoor de soorten die een duidelijk nest bouwen of die koloniebroeders zijn (boomvalk, buizerd, havik, roek, ooievaar, sperwer en wespendief) kunnen worden uitgesloten. In en rond het plangebied zijn geen holenbomen of nestkasten aanwezig waar soorten die gebruik maken van holten en speciale nestkasten (steenuil, kerkuil en ransuil) gebruik van kunnen maken. 6.1.2 Categorie 5 beschermde nest soorten Er zijn gedurende het veldbezoek geen (takken)nesten aangetroffen in de bomen en het plangebied biedt verder weinig nestgelegenheid om een nest te bezetten omdat het uit strak bijgehouden/begraast grasland bestaat.

De aanwezigheid van een nest van een categorie 5 beschermde nest soort wordt op voorhand uitgesloten. Gelet op de omgeving, spelen er geen zwaarwegende ecologische factoren om de aanwezige (te rooien) bomen als essentieel nestgebied te beschouwen, omdat er ruim voldoende vergelijkbare omstandigheden in de omgeving aanwezig zijn. 6.1.3 Vogelsoorten algemeen Alhoewel er gedurende het veldbezoek geen nesten zijn aangetroffen, kan niet op voorhand worden uitgesloten dat gedurende het broedseizoen vogels zonder jaarronde nestbescherming een nest bezetten in de bomen binnen het plangebied. 6.1.4 Wettelijke consequenties Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren, vernielen en/of beschadigen van vogelnesten (verwijderen bomen en bouwrijp maken) dienen daarom buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd en/of vernield worden.

Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

6.2 Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen indicaties aangetroffen dat beschermde grondgebonden zoogdieren een verblijf bezetten of gebruik maken van het plangebied. Rond het gehele plangebied is hekwerk aangebracht en er zijn geen graafsporen of andere indicaties aangetroffen dat soorten als (kleine) marterachtigen hier onderdoor zijn gekomen. Daarnaast biedt het plangebied geen beschuttende elementen en door de monotone invulling met gras worden er weinig prooidieren verwacht. Wettelijke consequenties Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

activiteiten. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.3 Vleermuizen 6.3.1 Verblijfplaatsen Er is geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied waardoor de aanwezigheid van een verblijfsfunctie van gebouwbewonende vleermuizen op voorhand uitgesloten kan worden. Daarnaast beschikken de bomen niet over inrottingsholten, loszittende bast of scheuren die een verblijfsfunctie voor boombewonende soorten kan faciliteren. 6.3.2 Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied beschouwd. Als gevolg van de realisatie van een appartementencomplex gaat de waarde van het gebied als foerageergebied achteruit. Echter, gelet op de omgeving, is er voldoende alternatief geschikt foerageergebied aanwezig, waardoor uitgesloten wordt dat er essentieel foerageergebied aangetast wordt. 6.3.3 Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied (en van foerageergebied naar verblijfplaats) of tussen verblijven te vliegen. Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen.

Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. 6.3.4 Wettelijke consequenties Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute verstoord. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.4 Overige soorten Er worden geen andere beschermde flora- of faunasoorten verwacht binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Hoofdstuk 7

CONCLUSIE EN ADVIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor beschermde soorten die niet op de vrijstellingslijst (bijlage 3) van de provincie staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Gebiedsbescherming Gezien de afstand tussen het plangebied en het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, kan niet op voorhand worden uitgesloten dat negatieve effecten als gevolg van de beoogde werkzaamheden plaatsvinden. Een stikstofberekening wordt noodzakelijk geacht voor de ontwikkelfase en de toekomstige gebruiksfase. Het plangebied behoort niet tot gronden van het GNN of Natura 2000gebied.

Vanwege de ligging buiten het GNN of GO, hoeft er niet getoetst te worden op het effect op de kernkwaliteiten en daarbij het opstellen van een versterkingsplan. Dit omdat de bescherming van het GNN geen externe werking kent. Vogels Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren, vernielen en/of beschadigen van vogelnesten (verwijderen bomen en bouwrijp maken) dienen daarom buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd en/of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Grondgebonden zoogdieren Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Vleermuizen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats, foerageergebied en vliegroute verstoord. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Overige soorten Er worden geen andere beschermde flora- of faunasoorten verwacht binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Onder geschikte zorgplichtmaatregelen voor soorten die niet opgenomen zijn als beschermde soorten vallen onder andere: - Aangetroffen dieren de kans bieden te vluchten of naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden te verplaatsen. - Potentiële schuilplaatsen te controleren op de aanwezigheid van schuilende dieren. - Dieren enkel buiten de kwetsbare perioden te verstoren. - Het tijdig ongeschikt maken van schuilplaatsen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

BIJLAGEN Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Toelichting op wettelijke kaders Bijlage 3: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage 4: Natuurkalender

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Bijlage 1

Geraadpleegde bronnen

Internet Verspreidingsatlas Natura 2000 Beschermde soorten Vleermuisprotocol AERIUS-calculator Ruimtelijkeplannen.nl Nationale Databank Flora en Fauna Effectenindicator Wet Natuurbescherming

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

TOETSING WNB EN NNN – Batavenweg/Zwarteweg, Tolweg Status: Definitief

Bijlage 2

Toelichting op wettelijke kaders

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1. Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. 2. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. 3. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een Gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten.

Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=22517919-506f-49e7-866b-d4adf35f4636