5. 230306 Klacht 230305 klachtenbehandelaar de heer Van Riswijk
Tekst van het document
Gemeenteraad van Zevenaar Postbus 10 6900 AA Zevenaar Zevenaar, 5 maart 2023 Onderwerp: klacht klachtenbehandelaar de heer Van Riswijk Geachte leden van de gemeenteraad, Hierbij dien ik een bejegeningsklacht in tegen de heer Van Riswijk in zijn hoedanigheid van klachtenbehandelaar over de behandeling van mijn klacht omtrent een (valse) GIR-registratie. Met grote en grove veronachtzaming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en iedere vorm van zorgvuldigheid heeft de heer Van Riswijk mijn klacht behandeld. Hierbij een opsomming van de vele en grote fouten begaan door de klachtenbehandelaar: -
Mijn getuigen zijn niet gehoord. Het is aantoonbaar dat het een valse melding en registratie betreft van een niet gebeurd incident.
-
Ondanks meerdere verzoeken mijnerzijds, heeft de heer Van Riswijk nagelaten het college op te dragen om bewijsstukken te overleggen die zouden kunnen aantonen dat er überhaupt een incident zou hebben plaatsgevonden; dit moeten objectieve bewijsstukken zijn. De rechtbank zelf geeft aan dat er bij hun geen incident bekend of gemeld is.
-
De door het college gestelde melders zijn niet gehoord, de heer Van Riswijk heeft hoofd personeelszaken gehoord ( ), een persoon die niet aanwezig was bij het door het college gestelde incident in de rechtbank Arnhem. Door een niet aanwezig persoon te horen heeft de klachtenbehandelaar een voorgekauwd verhaal gekregen wat het karakter heeft van ‘horen zeggen’. Door een niet aanwezig persoon te horen over een vermeend incident kon de heer Van Riswijk de waarheid en de details van de verhalen niet toetsen en vergelijken. Hoewel de verhalen van de melders zo stelt hoofd personeelszaken op hoofdlijnen overeen zouden komen, betekent dit niet dat de details wezenlijk kunnen verschillen; een voorbeeld, opeens wordt er door gesteld dat er circa 7 personen samen met mij aanwezig zouden zijn geweest, maar zoals “circa” al aanduidt, kan het meer of minder betekenen, wellicht hebben de door het college gestelde melders verschillende getallen genoemd; hetgeen de heer Van Riswijk niet heeft kunnen verifiëren. Daarbij is het nog steeds erg onduidelijk en frappant hoe men zou weten dat Flipje Tiel, Flipje Tiel is. Dit heeft het college niet kunnen aantonen. Eveneens is het frappant dat de bij de rechtszitting aanwezige huisadvocaat en alle overige getuigen niet door de klachtenbehandelaar zijn gehoord.
-
Onjuist, onvolledig verslag en misleiding: Aangegeven werd dat op basis van een verslag waar ikzelf (mede) inspraak in zou hebben een besluit zou worden genomen.
1
Dit is niet gebeurd. Naast dat dit uiterst misleidend is, heeft de heer Van Riswijk hierdoor op basis van een onjuist en onvolledig verslag een besluit genomen. Met de opmerkingen en aanpassingen aan het verslag heb ik getracht het een en ander nader duidelijk te maken wat in het originele verslag mijns inziens bepaalde nadruk of nuance miste. Vooral de door de klachtenbehandelaar niet overgenomen opmerkingen waren bedoeld als nuance of verduidelijking van hetgeen tijdens het gesprek is gezegd. -
Grove veronachtzaming van het handboek ‘wederzijds respect’: het handboek ‘wederzijds respect’ (handboek) is in vrijwel alle aspecten niet nageleefd. De klachtenbehandelaar heeft er niet op toe gezien dat het handboek door zowel het college als hemzelf überhaupt is gevolgd en nageleefd.
Voorbeelden (niet-limitatief): 1) Volgens het handboek moet de burgemeester duiden wat er zou zijn gebeurd, het louter verwijzen naar mogelijk ongewenst gedrag is daarbij onvoldoende. 2) Volgens bijlage 2 pagina 15, “Voor medewerkers die buiten het gemeentehuis werken geldt dat zij bij incidenten direct contact opnemen met de politie.” Dit is niet gebeurd (juist omdat er geen incident in Arnhem heeft plaatsgevonden). 3) Bijlage 7 pagina 22, de werkinstructie norm overschrijdend gedrag is in geen enkel opzicht nageleefd. 4) Pagina 32, het college heeft in zijn waarschuwingsbrief niet vermeld welke middelen open zouden staan tegen een (valse) GIR-registratie. 5) Volgens bijlage 12, pagina 32 e.v. had de waarschuwingsbrief niet namens het college maar namens de burgemeester als bestuursorgaan moeten worden ondertekend. Dat betekent dat de heer Van Riswijk niet als klachtenbehandelaar had kunnen optreden. Ik wil overigens de kanttekening plaatsen, dat zowel de heer Van Riswijk alsook het college hadden kunnen en behoren te weten dat het handboek ‘wederzijds respect’ beleid is dat interne werking heeft waaraan de gemeente is gebonden, “het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel” zie eerste zinsdeel artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De stelling van namens het college dat het handboek “geen wetgeving ” maar een “interne richtlijn” is doet niet af aan het feit dat de gemeente wettelijk gebonden is om volgens deze beleidsregel(s) te handelen. Eveneens is nergens in het handboek opgenomen dat het college een melding zou moeten doen bij de politie. Dit is totaal intimiderend. De heer Van Riswijk is tekortgeschoten in zijn rol om hier als klachtenbehandelaar beter op in en mee om te gaan. Ik vraag mij überhaupt af of de klachtenbehandelaar kennis heeft genomen van de inhoud van het handboek ‘wederzijds respect’. Naar mijn idee had de klachtenbehandelaar geen idee hoe een bestuursorgaan conform het handboek had moeten optreden terwijl dit makkelijk raadpleegbaar was voor de klachtenbehandelaar. -
Grove veronachtzaming van de wet: Zoals reeds naar voren kwam, hebben zowel het college alsook de klachtenbehandelaar in strijd met artikel 4:84 Awb gehandeld. Daarnaast is er in strijd met artikel 3:1 Awb en ook de overige (vaak niet-
2
gecodificeerde) algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb’s) gehandeld. Wat betreft de rol van de heer Van Riswijk enerzijds als ondertekenaar van de waarschuwingsbrief (hetgeen ook verkeerd is gegaan, zie bijlage 12 handboek) en anderzijds de rol van klachtenbehandelaar is het de vraag of dit in het kader van de integriteit van de heer Van Riswijk überhaupt wel mogelijk is; er is op zijn allerminst de schijn van partijdigheid gewekt doordat de heer Van Riswijk in feite zijn eigen vlees keurt. Daarnaast is door bepaalde uitlatingen van de heer Van Riswijk tijdens het klachtgesprek over o.a. het social media gebruik van de klachtindiener (hetgeen in zoverre irrelevant was bij de behandeling) een meer objectieve partijdig- of vooringenomenheid vastgesteld. -
Problemen met het GIR-registratiesysteem: Hoewel tijdens het klachtgesprek de heer Van Riswijk mij op het hart drukte dat het GIR-registratiesysteem conform de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zou plaatsvinden en dat alleen de bij wet bevoegde personen inzage zouden kunnen hebben in mijn GIR-registratie is deze stelling van de heer Van Riswijk wederom onjuist. Ik heb helaas moeten constateren dat het GIR-registratiesysteem zo lek als een mandje is. Op 14 december 2022 ben ik aanwezig geweest als toeschouwer bij een openbare hoorzitting van de adviescommissie van bezwaarschriften. Aldaar heeft (Hekkelman Advocaten/huisadvocaat) de volledige naam en hoeveelheid GIR-registraties van de betreffende persoon (in het openbaar) genoemd. U zult begrijpen dat ik ernstige en reële vrees heb voor een privacy-schending en aantasting van mijn eer en goede naam. Ik heb geen vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig met mijn persoonsgegevens in de (valse) GIR-registratie kan omgaan. Hetgeen tijdens de hoorzitting van 14 december 2022 heeft plaatsgevonden is overigens in strijd met de AVG alsook pagina 11 van het handboek. Ik wil hierbij nog opmerken dat ik aantoonbaar bewijs heb van deze uitlatingen door de huisadvocate.
-
Grove veronachtzaming van rapporten van de Nationale Ombudsman: De stelling van het college dat ik vooraf aan een GIR-registratie niet gehoord hoef te worden snijdt geen hout. Los van dat hoor- en wederhoor voortvloeit uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, geven meerdere Nationale Ombudsman rapporten aan dat men wel degelijk vooraf gehoord moet worden. Dit o.a. in het kader van het ‘fair play’beginsel. Nationale Ombudsman rapporten geven ook aan dat het college het gestelde ongewenst gedrag moeten duiden; dit is óók niet gebeurd. De heer Van Riswijk is in zijn hoedanigheid van burgemeester in december 2022 nog m.b.t. twee GIRregistraties door de Nationale Ombudsman in het ongelijk gesteld. Desondanks blijven het college en de burgemeester burgers niet conform de behoorlijkheidsnormen op zwarte lijsten plaatsen.
-
Niet voldoende of helemaal geen gemotiveerde stellingen: Naast dat de overwegingen van het besluit vol onvoldoende gemotiveerde (of zelfs compleet ongemotiveerde) stellingen staat, is het zeer onduidelijk waarom het belang van de werknemer prevaleert boven dat van de inwoner (en burger in het algemeen). Het feit dat de gemeente als werkgever verplichtingen heeft jegens haar werknemers neemt nog niet weg dat exact hetzelfde geldt voor de (wellicht) veel meer verplichtingen die een gemeente jegens haar inwoners heeft. Het college moet er o.a. op toezien dat
3
inwoners worden beschermd tegen het onrechtmatige gebruik van GIR-registraties door gemeentelijk ambtenaren o.a. op grond van de mensenrechten, maar zeker ook op grond van andere wet- en regelgeving. De stelling dat de gemeente “in het kader van de privaatrechtelijke relatie” met hun werknemers, de brief heeft gestuurd neemt niet weg dat de gemeente op grond van o.a. artikel 3:14 BW niet de regels van geschreven en ongeschreven publiekrecht compleet in de wind kan slaan (zie ook Didam-arrest). -
Verhoor als beklaagde namens het college Het is onwenselijk en zelfs niet toegestaan om een ondergeschikte als beklaagde namens het college te horen ter beoordeling van mijn klacht. Alleen een gelijkwaardige in rang of een hogere in rang is hiertoe bevoegd. In het onderhavige geval had binnen de gemeentelijke organisatie alleen het bestuursorgaan de burgemeester kunnen worden gehoord namens het college. De burgemeester had echter al de pet van klachtenbehandelaar op. Het komt verre van transparant en onprofessioneel over dat de klachtenbehandelaar een ondergeschikte ambtenaar zoals hoort, over gedragingen van haar leidinggevenden ter beoordeling van mijn klacht. Het is volkomen onduidelijk wat het nut en het belang is om te horen mede omdat zelf niet bij het vermeende incident aanwezig was. Mijns inziens kan het verhoor van niet bijdragen aan enige vorm van objectieve waarheidsvinding. Het kan zelfs een nadelig effect hebben door iemand die slechts als doorgeefluik fungeert te horen omdat deze bewust dan wel onbewust bepaalde details mist en hierdoor een totaal verkeerd beeld kan weergeven.
-
Ontoegankelijkheid handboek ‘wederzijds respect’ en vermeende toepassing huisregels buiten het gemeentehuis en de gemeente: Bij de waarschuwingsbrief was geen kopie van het handboek ‘wederzijds respect’ gevoegd terwijl er veelvuldig door het college naar werd verwezen, daarnaast was de meest recente versie van het handboek niet raadpleegbaar of vindbaar op het internet. Het was in eerste instantie vrijwel onmogelijk om mij te kunnen verweren tegen de (valse) beschuldigingen van het college. Ik wil hierbij de constatering plaatsen dat het handboek gepubliceerd had moeten zijn, zie pagina 10 handboek. Verder werd door de klachtenbehandelaar gesteld dat de huisregels van het gemeentehuis van Zevenaar ook van toepassing zouden zijn buiten het gemeentehuis alsmede buiten het grondgebied van de gemeente. Zo werd eveneens gesteld door de heer Van Riswijk dat de huisregels van het gemeentehuis van Zevenaar altijd van toepassing zouden zijn ook als bijvoorbeeld een ambtenaar zich privé (buiten werktijd) ergens zou bevinden ongeacht of dit binnen of buiten de gemeente is. Het moge duidelijk zijn dat laatstgenoemde juridisch geen standhoudt. Dit geeft nogmaals blijk van het tekortschieten van de heer Van Riswijk in zijn rol van klachtenbehandelaar.
-
Negeren conclusies Nationale Ombudsman: De klachtenbehandelaar ging volledig voorbij aan de opmerkingen die zijn geplaatst door de Nationale Ombudsman m.b.t. het incorrecte gebruik van het GIR door de gemeente Zevenaar. De heer Van Riswijk is meermaals op de vingers getikt door de Nationale Ombudsman o.a. over de wijze waarop de gemeente omgaat met GIR-registraties en zijn houding als
4
klachtenbehandelaar. De heer Van Riswijk had moeten weten dat hij zorgvuldiger, professioneler, zakelijker, conform de behoorlijkheidsnormen en volgens het handboek ‘wederzijds respect’ had moeten handelen. Des te kwalijker is het dat mijn GIR-registratie op zo’n onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De heer Van Riswijk luistert blijkbaar niet naar de Nationale Ombudsman en lapt de rapporten aan zijn laars. Wat is dan nog überhaupt het nut van de klachtenregeling inclusief de externe klachtenmogelijkheid bij de Nationale Ombudsman? Het is daadwerkelijk zorgwekkend te noemen de manier waarop en in welke mate de heer Van Riswijk, ‘eigen’ beleid, rapporten, wet- en regelgeving alsook de algemene zorgvuldigheid − dat van een bestuursorgaan en een openbaar lichaam moet en mag worden verwacht − ronduit heeft genegeerd. Ik hoop dat u mijn klacht uiterst serieus neemt en naast dat ik u verzoek om een neutrale, onpartijdige en onvooringenomen klachtenbehandelaar, wil ik u ook verzoeken om mijn klacht gegrond te verklaren. Hoogachtend,
5