5. 1222438 - Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl
mei ’23
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
Projectnummer:
23-M10644
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
23 mei 2023
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
datum
23 mei 2023
projectnummer
23-M10644
in opdracht van
BJZ.nu Twentsepoort Oost 16 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..
mei ’23
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3
1.3
Doel van het onderzoek .......................................................................................................3
1.4
Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4
1.5
Opbouw van het rapport ......................................................................................................4
VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 12
3.1 Uitvoering van het veldonderzoek .......................................................................................... 14 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ......................................................................................... 15 4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 17 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 17
4.2
Toetsingscriteria ................................................................................................................ 18
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 19
4.3.1
Grond en grondwater ..................................................................................................... 19
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 23
6
LITERTUURLIJST ..................................................................................................................... 27
7
COLOFON ................................................................................................................................. 28
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
mei ’23
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in april 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een perceel gelegen achter De Zwarteweg 3 te Tolkamer (gemeente Zevenaar). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.
zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande bouw van een appartementencomplex op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
mei ’23
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
mei ’23
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek B 0
C
D
Bodemopbouw
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
Eigendomssituatie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
F
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
G
A 0
Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
mei ’23
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande eigendomsoverdracht op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie gemeente Zevenaar (ontvangen via d.d. 03-04-2023); • informatie van Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
Perceel lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 Tolkamer Zevenaar Zie bijlage 1 X = 204,705 Y= 430,164 Gemeente Lobith en Spijk, perceel sectie B nr. 5251 Niet nagegaan. Ca. 4.768 m2 De onderzoekslocatie betreft een dierenweide met schuurtje gelegen aan de Zwarteweg ten zuiden van nr. 3 te Tolkamer. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Voor het schuurtje is geen bouwjaar vermeld. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "hoge trefkans". De bouw van een appartementencomplex.
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving.
mei ’23
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op basis van de topografische kaarten heeft op of nabij de locatie een weg gelopen. Deze weg heeft hier tot ca. 1986 gelegen waarna het huidige perceel is ontstaan.
Toekomstig
Appartementencomplex.
De onderzoekslocatie betreft een dierenweide met schuurtje Geen. gelegen aan de Zwarteweg ten zuiden van nr. 3 te Tolkamer.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf 1865 is in de basis van omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/ Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich voornamelijk woningen en een tankstation. Noordzijde: woning en tankstation aan de Zwarteweg 1-3; Oostzijde: de Batavenweg; Zuidzijde: de Boterdijk; Westzijde: Kruuthuuske en achtergelegen woonwijk;
mei ’23
Geen.
Geen. Naastgelegen tankstation.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een dierenweide met schuurtje gelegen aan de Zwarteweg ten zuiden van nr. 3 te Tolkamer. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op de onderzoekslocatie, het onderzochte terreindeel, is vanaf ca. 2002 een schuur aanwezig. Voor zover bekend heeft de onderzoekslocatie in het verleden een agrarische functie gehad.
Bouwvergunning
Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld.
Aanwezigheid brandstoftanks
Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie (binnen het te bebouwen deel). Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Zevenaar bevinden zich op of nabij de onderzoeklocatie geen asbestverdachte daken.
Aanwezigheid asbest
figuur 1: asbestdakenkaart provincie Gelderland
Ophogingen/dempingen/stortingen
mei ’23
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel. Wel hebben er in het verleden wegen door de onderzoekslocatie gelopen, deze zijn door de jaren heen verplaatst tot buiten het 8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
onderzoeksgebied. Echter is er geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie.
Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich voornamelijk woningen en wegen. Op het naastgelegen adres Zwarteweg 1 wordt melding gemaakt van een tankstation. Voor zover bekend zijn de tanks nog aanwezig. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
mei ’23
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
► Niet bekend.
Omgeving <25 m
► Zwarteweg 1 ■ verkennend bodemonderzoek NEN-574 d.d. 27-01-1992 M.U.C. Milieutechniek M95.310 1996/02/22, CBB, ref. nr. 20403204. ■ Conclusie rapport: Ten behoeve van de geplande verkoop van de locatie is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van het onderzoek zijn vuilnis, puin en olie aangetroffen op diepten vanaf 0 tot 2,6 m-mv. Op de locatie is overal in de bovengrond een lichte verontreiniging aangetroffen aan PAK en minerale olie. De ondergrond op het noordelijke terreindeel is licht verontreinigd met kwik en lood, matig verontreinigd met cadmium en zink en sterk verontreinigd met koper. Rondom het tankstation is in de ondergrond een lichte verontreiniging aan getroffen met koper en zink. Ter plaatse van de ondergrondse tanks (zuidzijde van de locatie) wordt een verontreiniging aangetroffen met minerale olie en xylenen. Het stortmateriaal is licht verontreinigd met kwik, nikkel en xylenen, matig verontreinigd met cadmium en lood en sterk verontreinigd met koper, zink en minerale olie. In het grondwater is licht verontreinigd met chroom.
■ historisch: In het historisch onderzoek is niet bekend geworden vanaf wanneer men is gaan storten aan de Zwarte weg. Het aangegeven jaartal is een schatting. Rond 1968 is de stortplaats gesloten omdat in de omgeving woningbouw is gepleegd. Voor de aanleg van het tankstation (Service station Goris) op de voormalige stortplaats is een bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens de
mei ’23
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
aanleg van het tankstation en naast gelegen woning is bij graafwerkzaamheden stortmateriaal aangetroffen
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
Algemeen: In 2000 is in de omgeving van het tankstation een bodemonderzoek verricht. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan chroom aangetoond. Er dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van de stortplaats bij verandering van het gebruik van het terrein en bij voornemens voor het onttrekken van grondwater op de stortplaats of in de directe omgeving ervan. In die gevallen is er sprake van andere risico's en zal de urgentie opnieuw moeten worden vastgesteld door middel van een herberekening met het VOS-model. Niet bekend.
Ontgravingskaart bovengrond: Wonen met aangepaste regels toepassen arseenhoudende grond; Ontgravingskaart ondergrond: Natuur en landbouw met aangepaste regels voor toepassen arseenhoudende grond.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 14-17 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. figuur 2: geohydrologische opbouw.
figuur 3: isohypsenkaart
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
mei ’23
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 6: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Lobith en Spijk, perceel sectie B nr. 5251 Niet onderzocht.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie mogelijk sprake was van infrastructuur. Na circa 1986 heeft de locatie een agrarische functie gehad en/of is gebruikt als dierenweide. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Op de naastgelegen locatie aan de Zwarteweg 1 is een tankstation gevestigd. Uit bodemonderzoek t.p.v. het tankstation is in de grond en het grondwater een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Voor zover bekend is deze verontreiniging niet grensoverschrijdend. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt.
Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 4.768 m2)
mei ’23
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
mei ’23
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002) locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. F. Dob
04-04-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
Dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreed) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
13-04-2023
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering geen bijzonderheden
04-04-2023
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
11
ca. 0.5
5 t/m 15
3
ca. 2.0
2, 3, 4
1
max. 3.9
1
Onderzoekslocatie (ca. 4.768 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuizen zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
mei ’23
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-1.5 1.5-2.0 2.0-3.2 3.2-3.9
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
klei zand klei zand
zwak siltig matig siltig matig siltig matig siltig
donker bruin donker beige-bruin donker crème-bruin donker bruin
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
2.9-3.9
2.65
3
7
EGV geleidingsvermogen µS/cm 1.480
troebelheid (NTU) 11
In de genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuizen slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.
mei ’23
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
mei ’23
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen zijn grondwatermonsters genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 14 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 14: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
2+3+5 t/m10
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
1+4+11 t/m16
0.5-1.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM3
1+2+3+4
0.5-2.0
1
2.9-3.9
NEN-grond(*)+AS3000
grondwater 1 (peilbuis)
-
NEN-grondwater(**) +AS3000
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
mei ’23
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
mei ’23
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Grond en grondwater
In tabel 15 en 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10644-Batavenweg / hoek Zwarteweg, sectie B nr. 5251, Tolkamer
Certificaat
13847323
Toetsing
12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 17-05-2023 - 16:03
Parameters
Analyse
Toetsing
Eenheid
AW
T
I
monster voorbehandeling
13847323-001
13847323-002
13847323-003
MM1, 02: 0-50, 03: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50,
MM2, 01: 0-50, 04: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 13: 0-50,
MM3, 01: 50-150, 02: 50-200, 03: 50-200, 04: 50-180
08: 0-35, 09: 0-30, 10: 0-50
14: 0-50, 15: 0-50, 16: 0-50
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
Voldoet aan Achtergrondwaarde
SR
BT
BC
BI
Ja
droge stof
%
80.4
gewicht artefacten
g
<1
aard van de artefacten
-
78.4
80.4
BT
BC
BI
SR
BT
BC
BI
Ja 80.2
78.4
<1
Geen
organische stof (gloeiverlies)%
SR Ja
80.2
<1
Geen
Geen
2.9
2.9
3.5
3.5
3.0
3
18
18
17
17
11
11
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)
% vd DS
METALEN +
920
82
106
--
100
135
--
110
201
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
0.29
0.388
<=AW
0
0.26
0.344
<=AW
0
0.21
0.305
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
7.7
9.84
<=AW
0
9.4
12.5
<=AW
0
10
17.7
WO
0.02
barium
mg/kg
koper
mg/kg
40
115
190
16
20.9
<=AW
0
16
21.1
<=AW
0
19
29.2
<=AW
0
kwik°
mg/kg
0.15
18
36
0.08
0.0908
<=AW
0
0.08
0.0916
<=AW
0
0.11
0.137
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
26
31.2
<=AW
0
26
31.3
<=AW
0
27
35.9
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
0.52
0.52
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
24
30
<=AW
0
28
36.3
WO
0.02
31
51.7
IN
0.26
zink
mg/kg
140
430
720
64
82.7
<=AW
0
67
88.3
<=AW
0
64
102
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
0.01
0.01
0.03
0.03
<0.01
0.007
1.5
21
40
1.48
1.48
<=AW
0
2.98
2.98
WO
0.04
0.244
0.244
<=AW
0
ug/kg
20
510
1000
4.9
16.9
<=AW
-
4.9
14
<=AW
-
4.9
16.3
<=AW
-
mg/kg
190
2595
5000
<20
48.3
<=AW
0
<20
40
<=AW
0
<20
46.7
<=AW
0
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 mg/kg factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
Verklaring kolomm en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS beheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS beheerd)
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kleur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
mei ’23
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
In tabel 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 16: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
23-M10644-Ba tavenwe g / hoek Zwartewe g, sectie B nr. 5251, Tolkamer
Certificaat
13852396
Toetsing
13-Beoordeling kwaliteit van grondw ate r volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 2.0.0, toetskader W BB, SIKB versie 13.3.0, toe tsingsdatum: 17-05-2023 - 16:04
Parameters
Toetsing
13852396-001 Pb1Pb1, 01-1: 290-390 Grondwater (AS3000) Overschrijding Streefwaarde
Analyse
Eenheid
S
T
I
SR
BT
BC
BI
METALEN barium
ug/l
50
338
625
94
94
>S
0.08
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
<2
1.4
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
7.0
7
<=S
-
kwik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
6.2
6.2
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
15
15
<=S
-
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
ug/l
4
77
150
0.14
<=S
-
ethylbenzeen
<0.2
o-xyleen
ug/l
<0.1
0.07
p- en m-xyleen
ug/l
<0.2
0.14
xylenen (0.7 factor)
ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
naftaleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
GEHALOGENEERDE KOOLW ATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan
ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan
ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
ug/l
0.01
5.0
10
0.07
<=S
-
1,1-dichlooretheen
<0.1
cis-1,2-dichlooretheen
ug/l
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen
ug/l
<0.1
0.07
som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 ug/l factor)
0.01
10
20
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan
0.01
500
1000
<0.2
0.14
<=S
-
ug/l
1,1-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
1,2-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
1,3-dichloorpropaan
ug/l
<0.2
0.14
som dichloorpropanen (0.7 factor)
ug/l
0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen
ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan
ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan
ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan
ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheen
ug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
chloroform
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
tribroommethaan
ug/l
630
<0.2
0.14
---
MINERALE OLIE fractie C10-C12
ug/l
<25
17.5
--
-
fractie C12-C22
ug/l
<25
17.5
--
-
fractie C22-C30
ug/l
fractie C30-C40
ug/l
totaal olie C10 - C40
ug/l
Verklaring kolom men SR
<25
50
325
600
17.5
--
-
<25
17.5
--
-
<50
35
<=S
-
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
AW
Achtergrondwaarde (door SGS beheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS beheerd)
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
WO
Wonen
IN
Industrie
>I
Groter dan interventiewaarde
>IND
Groter dan industrie
Kleur informatie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
>= Achtergrond waarde
mei ’23
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
interpretatie onderzoeksresultaten grond en grondwater In tabel 18 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 18: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster grond MM1
Boringen
ZintuigDiepte lijk
>AW / > S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
2+3+ 5 t/m10
0.0-0.5 -
-
-
-
Achtergrondwaarde*
MM2
1+4+11t/m16
0.0-0.5 -
1+2+3+4
0.5-2.0 -
nikkel, PAK kobalt, nikkel
-
-
MM3
Wonen* industrie*
2.9-3.9 -
barium
-
-
n.v.t.*
grondwater Pb1 1 >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrond waarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte nikkel (zware metalen) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonsters MM3 bevat een verhoogd gehalte kobalt en nikkel (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde.
De verhoogd gemeten gehalten zware metalen en PAK in de mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn op basis van de zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen in het monstermateriaal. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen en PAK’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Zware metalen, zoals cadmium, koper, kwik, lood, nikkel en zink, bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
mei ’23
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. PCB’s zijn meer dan 100 jaar geleden ontdekt. De productie en het commerciële gebruik van deze stoffen begon rond 1929. In Nederland is productie en gebruik van PCB’s sinds 1998 verboden. PCB’s zijn vanwege hun eigenschappen (bestand tegen hoge temperatuur en druk, vrijwel onbrandbaar, goed oplosbaar in olie en vet) in veel producten toegepast. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing ervan in condensatoren, transformatoren, hydraulische-of warmtegeleidingssystemen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier, (organochloor)bestrijdingsmiddelen (die vooral zijn toegepast als insecticiden) etc. Tegenwoordig zijn PCB’s vooral nog aanwezig in transformatoren die gefabriceerd zijn voor ca. 1980. PCB's (polychloorbifenylen) staan al tientallen jaren in de belangstelling als bedreiging voor de volksgezondheid.
Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen. Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. In het milieu hechten PCB's zich in sterke mate aan grond en slib. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1929 tot 1980.
peilbuis 1 (2.9-3.9 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogde gehalte barium t.o.v. t.o.v. de streefwaarde. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen. Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen. Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
mei ’23
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 19. tabel 19: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster grond MM1 MM2 MM3
Boringen
ZintuigDiepte lijk
2+3+ 5 t/m10 1+4+11t/m16 1+2+3+4
grondwater Pb1 1
Indicatieve toetsing Bbk*
>AW / > S
>T
>I
0.0-0.5 0.0-0.5 0.5-2.0 -
nikkel, PAK
-
-
Achtergrondwaarde* Wonen* industrie*
2.9-3.9 -
barium
-
-
n.v.t.*
kobalt, nikkel
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM2 bevat een verhoogd gehalte nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonsters MM3 bevat een verhoogd gehalte nikkel, kobalt en t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek. grondwater peilbuis 1 (2.9-3.9 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium t.o.v. de streefwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
mei ’23
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 19 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 19: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251
onverdacht
nee, er zijn verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond, de ondergrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie bevat plaatselijk verontreinigingen t.o.v. resp. de achtergrondwaarde en de streefwaarde. De verhoogd gemeten chemische verontreinigingen overschrijden de tussenwaarde en/of de bodemindex >0.5 niet en geven daardoor geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “onverdacht” dient verworpen te worden. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin.
Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2.
Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.
mei ’23
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 perceel Lobith en Spijk, sectie B nr. 5251 (ten zuiden van Zwarteweg 3) te Tolkamer
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl.