CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

42. RIB 2021-028 Jaarrapportage Sociaal Domein 2020

Raadsvergaderingen 2018-2022 2 juni 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Wijze van afdoening van de ingekomen stukken3.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF – Nr. 2021-028 Aan de leden van de gemeenteraad

Datum 20 april 2021 Zaaknummer Z/21/385946 /ADV/21/1018697 Onderwerp Jaarrapportage Sociaal Domein 2020 Portefeuillehouder H. Winters Contactpersoon E-mail Telefoon

Alesig Croes a.croes@zevenaar.nl 0316-595 386

Geachte leden van de gemeenteraad, Inleiding Wij informeren u middels deze jaarrapportage over de zorgkosten in het Sociaal Domein in 2020. We rapporteren tot en met het 4e kwartaal van 2020 en geven zicht in de ontwikkeling van de uitgaven voor Jeugdzorg, WMO Begeleiding (WMO BG) en WMO Hulp bij Huishouden (WMO HbH), het aantal cliënten en voorzieningen. Context x

Anders, namelijk ontwikkeling zorgkosten

Vervolgproces Conform afspraak is dit de laatste rapportage, waarin we de resterende maanden van 2020 opnemen, vanaf 2021 rapporteren we via de reguliere P&C documenten. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar,

Danielle Jansen secretaris

Lucien van Riswijk burgemeester

Bijlagen 1. Z/21/385946/INT/21/1018694 Jaarrapportage Sociaal Domein 2020

Jaarrapport Sociaal Domein 2020

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 I.

Inleiding

In dit rapport geven we inzicht in de gerealiseerde uitgaven 2020 voor Jeugdzorg, Wmo Begeleiding (Wmo BG) en Wmo Hulp bij Huishouden (Wmo HbH). In de Beleidsvisie Sociaal Domein Gemeente Zevenaar 2020-2023 heeft de raad randvoorwaarden gesteld voor het monitoren en bijsturen op de ambities en doelstellingen. Het datagedreven werken is een van deze voorwaarden. Hiervoor is een dashboard in ontwikkeling. Dit dashboard geeft ons zicht op de meest recente ontwikkelingen in gebruik en uitgaven van Jeugdzorg en Wmo BG en Wmo HbH. We kunnen met hulp van dit dashboard proactief de trends en het verloop van de cijfers duiden en verklaren. Over het jaar 2020 zijn eerder Kwartaalrapportage Q1 en Q2 verschenen. Om een betrouwbare duiding te kunnen geven van het gebruik en de kosten van Jeugdzorg, Wmo BG en Wmo HbH is het nodig om de data uit het dashboard te gebruiken, maar ook terug te kijken hoe deze data zich ontwikkeld hebben de afgelopen maanden en jaren. Echter door de grote mate van onvoorspelbaarheid van de corona effecten, bieden eerdere prognoses en benchmarks geen accurate vergelijking. We bieden u hiermee zoals afgesproken nog éénmaal een afzonderlijke financiële rapportage sociaal domein aan. Vanaf 2021 rapporteren we via de reguliere Planning en Control cyclus over de financiële ontwikkelingen in het sociaal domein.

In de rapportage gaan we in op het totaaloverzicht uitgaven 2020, waarna we een verdieping maken uitgesplitst naar Jeugdzorg, Wmo BG en Wmo HbH en cliënten.

1

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 II.

Uitgaven totaaloverzicht 2020

In onderstaande tabel en figuren zijn de totale uitgaven op Jeugdzorg, Wmo BG en Wmo HbH weergegeven. Hierin is te zien dat de uitgaven in 2020 ten opzichte van 2019 verder zijn gestegen. Als we deze uitgaven afzetten tegen de bedragen die opgenomen zijn in de begroting, dan zien we dat er in de uitgaven een totaalrestant geconstateerd wordt van € 1.030.000 (4.1%). Hieruit blijkt dat er invulling wordt gegeven aan de beheersbaarheid van de kosten en daarmee ook aan de beleidsvisie. Wmo BG en Wmo HbH laten een afwijking zien. Bij Wmo BG positief en bij HbH negatief. We zien dat de kosten voor Wmo BG structureel te hoog zijn geraamd en bij HbH te laag. Dit zal in de begroting worden aangepast en heeft geen verdere gevolgen. In de vorige kwartaalrapportage van Q2 2020 constateerden wij een tekort van € 800.000 (3,2%), bij een begroting die destijds € 1.045.000 lager lag. Inmiddels is de begroting bijgesteld op basis van de tussentijdse financiële prognose (corona-effecten), het corona herstelplan en de 2e Voortgangsrapportage.

Tabel 1

Uitgaven en begroting Jeugdzorg en Wmo (x 1.000 euro)

Taak

Realisatie 2020 Begroting 2020

Realisatie 2019

Jeugdzorg

€ 11.542

€ 13.546

€ 14.270

€ 15.234

€ 964

Wmo BG

€ 3.867

€ 4.564

€ 4.588

€ 5.058

€ 470

Wmo HbH

€ 3.901

€ 4.679

€ 5.270

€ 4.865

-€ 405

Totaal

€ 19.310

€ 22.789

€ 24.127

€ 25.157

€ 1.030

In onderstaande figuren zijn bovenstaande getallen in grafiekvorm weergegeven. Figuur 1 Uitgaven Jeugdzorg

Figuur 3 Uitgaven Wmo HbH

2

Verschil begroting vs. realisatie

Realisatie 2018

Figuur 2

Uitgaven Wmo BG

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 Toelichting De verklaringen die bij deze stijging van de uitgaven horen, zijn in een eerder stadium door de taskforce Sociaal Domein gegeven over de periode 2017 en 2018 en in de kwartaalrapportage sociaal domein over het 4e kwartaal 2019, 1e kwartaal en 2e kwartaal 2020. Deze verklaringen zijn nog steeds actueel en voor een belangrijk deel de verklaring voor de stijging in 2020. Voor de Jeugdzorg zijn dat de volgende: - Afnemende tolerantie voor afwijkend gedrag of ontwikkeling. Als een jeugdige opvalt qua gedrag of ontwikkeling, zoeken ouders sneller dan voorheen naar mogelijke verklaringen. In combinatie met ‘verbeterde’ diagnostiek leidt dat dikwijls tot eerdere diagnoses waarmee vervolgens een beroep wordt gedaan op de jeugdhulp; - Prestatiemaatschappij: zowel ouders als scholen vinden het steeds belangrijker om hun kinderen zo goed mogelijk te laten presteren. Daarbij wordt een zekere maakbaarheid verondersteld. Scholen worden hier ook deels op afgerekend en ouders willen hun kinderen zo goed mogelijk voorbereiden op een succesvol zelfstandig leven in de maatschappij.

Als prestaties tegenvallen of onder de verwachtingen zijn, wordt snel(ler) gezocht naar hulp en ondersteuning die ertoe moeten leiden dat de prestaties verbeteren; - Ouders worden steeds mondiger en nemen in combinatie met de hierboven beschreven punten minder snel genoegen met een advies om geen hulp in te zetten of minder hulp dan gevraagd/verwacht. Daarbij weten ouders steeds beter hun weg naar de jeugdhulp te vinden: via de lokale (wijk)teams, maar als dat niet tot het door de ouders gewenste advies leidt, weten zij ook de weg naar de huisarts als toegangspoort tot jeugdhulp. Voor de Wmo zijn dat de volgende: - Onze samenleving vergrijst en deze ontwikkeling is zeker ook in Zevenaar in volle gang. We zien dat meer inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen en er minder opnames zijn in verzorgingshuizen. Ook dit veroorzaakt een groter beroep op ondersteuning in het kader van Wmo. Volgens de prognoses van het CBS zal de vergrijzing verder toenemen tot 2040, waarna het stabiel blijft tot 2060, en daarna pas afneemt. - Ook zien we dat binnen de GGZ de beweging wordt ingezet om mensen zoveel mogelijk in een eigen thuissituatie te laten wonen. Hierbij zoeken we naar alternatieven voor vraagstukken op het gebied van wonen, werk, inkomen, dagbesteding, sociale contacten, vrije tijd en zorg.

Hoe meer mensen in een thuisomgeving en niet in instelling wonen, hoe meer er een beroep wordt gedaan op specialistische begeleiding. Dit is een mogelijke verklaring voor de stijging van met name jongvolwassenen binnen de Wmo. - Medio 2020 zijn de Wmo maatwerkvoorzieningen voor Wmo BG en Wmo HbH opnieuw ingekocht. Deze inkoop heeft geresulteerd in andere tarieven, waardoor de uitgaven in 2020 in totaliteit toenemen, ondanks een daling in tarieven voor Wmo BG. Het is een landelijke trend dat de uitgaven voor Jeugdzorg en Wmo BG en Wmo HbH stijgen. Op dit moment implementeren we de Beleidsvisie Sociaal Domein Gemeente Zevenaar 2020-2023, waarbij we door toepassing van de leidende principes toewerken naar het realiseren van de ambities zoals door uw raad vastgesteld. Een belangrijke ingreep daarbij is bijvoorbeeld het professionaliseren van de toegang. De toegang bepaalt het recht op zorg van inwoners. Het is belangrijk dat dit eenduidig gebeurt op basis van huidige wet- en regelgeving en geldend beleid. De toegang houdt daarbij nadrukkelijk(er) rekening met de eigen mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk, inclusief de wijk/buurt waarin de inwoner woont en de algemene voorzieningen die daar zijn. Deze doorontwikkeling van de toegang heeft een harde kant (dashboards, processen en data), maar ook een zachte kant (samenwerking, werkwijze en cultuur).

Vooral het werken aan de zachte kant van deze ontwikkeling vraagt veel tijd en is een grotere uitdaging nu medewerkers door het Coronabeleid meer op afstand zitten.

3

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 Corona en kostenontwikkeling Hoewel we zagen dat zorgverbruik in Q2 al daalde in verband met Corona, heeft dit beperkte financiële effecten tot gevolg. Op landelijk niveau zijn er tussen de VNG en het Rijk afspraken gemaakt over de continuïteit van financiering in het sociaal domein tijdens de coronacrisis; dit vanwege het grote maatschappelijk belang dat de taken die vallen onder de Jeugdzorg en de Wmo in stand blijven. Dit is de zogenaamde continuïteitsfinanciering voor zorgaanbieders. Hierbij is als uitgangspunt gehanteerd dat de financiering van de omzet door gemeenten richting aanbieders onverminderd plaatsvindt, zoals die contractueel overeengekomen was dan wel een zo goed mogelijke inschatting daarvan. Het doel daarvan is acute liquiditeitsproblemen te voorkomen en de gevolgen van de coronacrisis voor de financiële positie in 2020 van deze zorgaanbieders te neutraliseren. Van zorgaanbieders wordt verwacht dat zij zich inspannen om de professionele inzet zo goed mogelijk te benutten (binnen hun organisatie dan wel op andere plaatsen waar de acute behoeften bestaat) en daarmee de eventuele omzetdaling te beperken. Toch weten we van zorgaanbieders dat zij hun capaciteit moeten aanpassen aan de maatregelen en daardoor soms minder jongeren kunnen ontvangen.

Op 25 maart 2020 heeft de VNG met het kabinet afgesproken dat tot 1 juni 2020 de omzet van zorgaanbieders onverminderd wordt vergoed. Deze afspraken zijn in april nader uitgewerkt. In overleg met het kabinet is besloten dat de omzetgarantie wordt verlengd tot 1 juli 2020 en daarna stopt. Deze afspraken gelden voor aanbieders van diensten in het kader van de Jeugdwet en de Wmo, die een contract hadden op het moment dat landelijke maatregelen ter bestrijding van corona zijn gaan gelden (vanaf 12 maart). Financiering vanuit deze continuïteitsbijdrage is voorliggend op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO). (Bron: VNG)

III.

Uitgaven Jeugdzorg

Hieronder geven we in tabel 2 een specifieke opbouw van de jeugdzorgkosten van 2020, op basis van ingediende declaraties per 22-2-2021, en de prognose PGB kosten van de SVB per 2-2-2021. In tabel 2 worden de totaal verwachte kosten gepresenteerd inclusief de kosten zorgcontinuïteit. Het verschil met figuur 4 is dat daar alleen de kosten worden gepresenteerd die via het berichtenverkeer zijn gedeclareerd door zorgaanbieders. Tabel 2

Uitgaven Jeugdzorg ZIN (x 1.000 euro)

Jeugdzorg

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

Jeugd Zorg in Natura (ZIN)

€ 13.189

€ 13.810

€ 621

Jeugd Persoonsgebonden budget (PGB)

€ 421

€ 754

€ 333

Jeugd Overige uitgaven Totaal

€ 660

€ 670

€ 10

€ 14.270

€ 15.234

€ 964

Toelichting Jeugdzorg De Jeugdzorgkosten in 2020 waren hoger dan in 2019 (zie hiervoor hieronder figuur 4) maar komen ondanks deze toename lager uit dan begroot. Jeugd Zorg in Natura (ZIN) en Jeugd Persoonsgebonden budget (PGB) laten een positieve afwijking zien. We zien dat er vanaf maart 2020 aanzienlijk minder Jeugdzorg wordt gedeclareerd, zeer waarschijnlijk als gevolg van Corona. De trend laat een dalende lijn zien, maar in werkelijkheid volgen de kosten wel deze trend. De continuïteitsbijdrage aan de zorgaanbieders zit niet in deze bedragen opgenomen. We zien ook een stabilisatie in het aantal hulpvragen. Om invloed op de kosten jeugdzorg te realiseren zijn verbetervoorstellen voor Jeugd ingezet. Dit gaat o.a. over de (extra) inzet van een kwaliteitsmedewerker jeugd, intensivering van de inzet van de POH-ers bij huisartsen, herijken van bedrijfsprocessen, meer regie op jeugdzaken voeren. De impact van de corona lockdowns maakt dat we onvoldoende onderbouwing hebben voor een goede duiding van de trendbreuk en of dit effect zich in 2021 door zal zetten. We zijn daarom voorzichtig om hier harde conslusies aan te verbinden. Door corona hebben we te maken met vraaguitval en uitgestelde hulp. Deze zal na de lockdowns mogelijk weer opgeschaald worden.

4

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 Figuur 4 Gedeclareerde kosten ZIN Jeugdzorg 2018 - 2020

De gestippelde trendlijn is vanaf februari 2020 doorgetrokken naar de rest van 2020, om de lijn van de gemiddelde kosten zonder invloed van Corona weer te geven.

Tabel 3 laat de uitgaven van Jeugdzorg procentueel gesplitst naar categorie zien. Dit laten we op deze manier zien, omdat zo zichtbaar wordt welk type zorg welke hap uit het budget neemt. Op basis hiervan kunnen we monitoren of er trends of afwijkingen plaatsvinden op specifieke categorieën, zodat er eventueel gericht verdiepend onderzoek uitgevoerd kan worden en beleidsinterventies kunnen plaatsvinden. In de tabel hieronder zien we dat het aandeel van de verschillende categorieën door de jaren niet verandert. We constateren ook dat Jeugd GGZ en Verblijf de grootste kostenposten zijn voor ons als gemeente. Dat maakt ook dat we de data van verblijf nader gaan bekijken. Een eerste aanzet is hieronder al gemaakt. Inmiddels weten we op basis van het onderzoek van AEF (Stelsel in Groei, 2020) dat preventieve interventies niet direct bijdragen aan een reductie van de jeugdzorgkosten, maar wel de kwaliteit van leven verhogen. De in dit onderzoek gepresenteerde interventies die wel bijdragen aan kostenreductie worden onder de loep genomen. De POH Jeugd voeren we hiervan al uit. Tabel 3

Uitgaven Jeugdzorg ZIN per categorie Verdeling uitgaven Taak in 2018

Verdeling uitgaven in 2019

Verdeling uitgaven in 2020

Verschil 2019 en 2020

Dagbehandeling

7%

7%

5%

-2,4%

Jeugdbescherming

6%

6%

6%

+0,6%

Jeugd-GGZ

26%

23%

23%

+0,1%

Jeugdhulp Ambulant

23%

22%

26%

+3,3%

Jeugdhulp Crisis

0%

0%

0%

+0,1%

Verblijf

37%

41%

39%

-1,7%

Jeugdreclassering

1%

1%

1%

-0,1%

Totaal

100%

100%

100%

100%

Toelichting Jeugdzorg – Verblijf In de kwartaalrapportage van 2020 Q2 werd geconstateerd dat er een stijging in kosten jeugdzorg met verblijf plaatsvond tussen 2018 en 2020. De oorzaak hiervoor was hogere kosten per cliënt vanwege intensievere en zwaardere zorg. Deze trend leek zich vervolgens in de eerste helft van 2020 te stabiliseren. Volgens onze meest actuele cijfers (peildatum 22-02-21) zette de stijgende trend zich toch in de eerste helft van 2020 door,

5

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 en daalde deze pas vanaf juni 2020. Dat is goed terug te zien in figuur 5, 6 en 7 hieronder. Er is nader onderzoek nodig om te weten waarom er een daling plaatsvindt. Figuur 5 Gedeclareerde kosten van Verblijf 2018-2020

Figuur 6 Aantal verblijfscliënt 2018-2020

6

Jaarrapport Sociaal Domein 2020

Figuur 7 Gemiddelde kosten per verblijfscliënt 2018-2020

IV.

Uitgaven Wmo BG

Tabel 4

Uitgaven (realisatie) Wmo BG (x 1.000 euro)

Wmo Begeleiding

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

Wmo BG Zorg in Natura (ZIN)

€ 4.065

€ 4.239

€ 174

Wmo BG Persoonsgebonden budget (PGB)

€ 292

€ 359

€ 67

€ 231

€ 460

€ 229

€ 4.588

€ 5.058

€ 470

Wmo BG Overige uitgaven Totaal

Toelichting Wmo BG In bovenstaande tabel is zichtbaar dat de uitgaven voor de Wmo BG over 2020 ruim binnen budget blijven. Verschillende ontwikkelingen hadden effect op de kosten in 2020, naast de algemene vergrijzing ontwikkelingen van vergrijzing e.d. (zoals eerder toelicht in deel II): 1. 2.

3.

7

Er heeft een bezuiniging op de maatwerkvoorzieningen plaatsgevonden. De verwachting was dat de kosten over 2020 hierdoor circa € 137.000, - lager zouden uitvallen dan 2019. De tarieven voor de producten binnen Wmo BG zijn door de nieuwe inkoop per 1 juli 2020 lager dan voorheen. Op basis van gelijkblijvend volume was de verwachting dat de kosten over 2020 hierdoor circa € 100.000, - lager zouden uitvallen dan 2019. Vanaf maart 2020 zijn de effecten van Corona duidelijk zichtbaar in de ZIN-declaraties (figuur 1). Dit wordt ten dele gecompenseerd door Coronacontinuïteitskosten van € 370.000, -.

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 Ten opzichte van het jaar ervoor meten we uiteindelijk een zeer lichte kostenstijging van € 24.000, -: van € 4.564.000, - in 2019 naar € 4.588.000, - in 2020. Door de samenloop van bovenstaande ontwikkelingen is helaas niet herleidbaar in welke mate deze ontwikkelingen tot een stijging of daling leiden. Figuur 8 Declaraties Wmo Begeleiding 2018 - 2020

De gestippelde trendlijn is vanaf februari 2020 doorgetrokken naar de rest van 2020, om de verwachte kosten zonder Corona weer te geven.

In tabel 4 worden de totaal verwachte kosten gepresenteerd inclusief de kosten zorgcontinuïteit. Het verschil met figuur 8 is dat daar alleen de kosten worden gepresenteerd die via het berichtenverkeer zijn gedeclareerd door zorgaanbieders. Tabel 5

Uitgaven Wmo Begeleiding 2019 – 2020 uitgesplitst naar categorie (x 1.000 euro)

2019

2020

Begeleiding

€ 2.778

€ 2.989

+8%

Dagbesteding

€ 1.137

€ 607

-47%

€ 35

€ 22

-39%

€ 113

€ 78

-31%

€0

€ 370

+100%

Vervoer naar dagbesteding Overige maatwerkvoorzieningen Coronacontinuïteit Totaal Wmo BG

€

4.063 €

4.065

verschil

+0%

Bovenstaande tabel betreft enkel de uitgaven voor Wmo BG die op de reguliere manier zijn gefactureerd. We plaatsen hier ook de kosten voor de continuïteitsregeling (€ 370.000, -) bij, omdat dit de daling in gedeclareerde kosten niet alleen financieel maar ook inhoudelijk gezien compenseert.

V.

Uitgaven Wmo HbH

Wmo HbH heel 2020 per 1 september 2020. Tabel 6

8

Uitgaven (realisatie) Wmo HbH (x 1.000 euro)

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 Wmo Hulp bij Huishouden

Realisatie 2020

Begroting 2020

Verschil

Wmo HbH Zorg in Natura (ZIN)

€ 4.943

€ 4.506

-€ 437

Wmo HbH Persoonsgebonden budget (PGB)

€ 277

€ 359

€ 82

Wmo HbH Overige uitgaven Totaal

€ 50

€0

-€ 50

€ 5.270

€ 4.865

-€ 405

Toelichting Wmo HbH De uitgaven Wmo HbH over 2020 stijgen ten opzichte van 2019 met ongeveer €591.000,- (13%). Het jaar daarvoor werd ook al een stijging gemeten van €778.000,- (20%). Daarnaast is er een nieuw lokaal maatwerkproduct ingekocht met betrekking tot de Hulp bij het Huishouden. De inzet van dit product heeft geen negatieve invloed op de ondersteuning aan onze inwoners. Wel werd door de inzet van dit nieuwe product een bezuiniging verwacht van structureel € 200.000, - vanaf 2021, door een daling in het gemiddeld aantal uren per week dat per cliënt beschikt zou worden. Voor 2020 zou dit eenmalig een besparing van € 107.000, - zijn. We zien de volgende trends als mogelijke verklaringen voor de groei in HBH-zorg: • De uitgaven stijgen in verband met de nieuwe tarieven die per 01-07-2020 van kracht zijn. In de kwartaalrapportage van 2020 Q1 prognosticeerden wij dat de kosten (bij gelijkblijvend volume) zouden toenemen met € 300.000, -. • Een verschuiving in het percentage HbH3 ten opzichte van HbH1 en HbH2, wat voor een stijging in kosten zorgt. HbH3 is een zwaarder product binnen de zorgvorm huishoudelijke ondersteuning. Deze producten kennen een hoger tarief. In 2018 nam HbH3 82% van de HbH-kosten voor rekening, in 2019 was dat 87% en in 2020 90%. • Het is mogelijk dat het uitnuttingspercentage bij aanbieders hoger ligt.

Bij een indicatie voor zorg ontvangen de aanbieders een bandbreedte waarbinnen zij zorg kunnen leveren en declareren. Een hoger uitnuttingspercentage ontstaat wanneer aanbieders binnen die bandbreedte meer zorg leveren en dus ook meer zorg declareren dan voorheen. Daarnaast blijft het aantal cliënten stijgen en lijkt het gemiddeld aantal uren per cliënt gedurende 2020 licht te stijgen. In het tweede kwartaal van 2021 zetten we in op een herbeoordeling van de bestaande indicaties, waarbij we goed gaan kijken naar wat de inwoner nodig heeft. Dit als onderdeel van de visie op de inzet van de huishoudelijke hulp die in de loop van 2021 wordt opgeleverd. Figuur 9 Gedeclareerde kosten Wmo HbH 2018 - 2020

9

Jaarrapport Sociaal Domein 2020

De kosten HbH nemen dus structureel toe. Dit is het gevolg van een toename van cliënten, procentueel meer indicaties HbH3 en een algehele tariefstijging. Het gemiddeld aantal uren per cliënt daalt echter, zoals we in figuur 11 zien. Dit is het gevolg van een aanpassing in beleid en werkinstructies voor beoordeling van het aantal te indiceren uren HbH. Bij deze beoordeling is het belangrijkste criterium wat nodig is om aan de hulpvraag van de inwoner te voldoen. Als het gemiddelde volume niet was gedaald maar gelijk was gebleven aan het gemiddelde van het eerste kwartaal van 2018 (2,79 uur per week), dan hadden de kosten zich ontwikkeld volgens de grijze stippellijn. Deze scenario-analyse is ook in de kwartaalrapportage van het tweede kwartaal 2020 gedaan. De besparingen werden toen berekend op €300.000,- op jaarbasis. Het dal in periode 7 van 2020 heeft een administratieve oorzaak. Zorgaanbieders declareren vanaf 1 juli 2020 per maand in plaats van per 4 weken. Periodes 8 t/m 13 zijn dus de laatste 6 maanden van het jaar en duren ieder zo’n 2-3 dagen langer dan de voorafgaande periodes. Periode 7 is een onvolledige periode van slechts 16 dagen, vandaar de lagere kosten. Figuur 10 Cliëntaantal Wmo HbH 2018 - 2020

In figuur 10 is het verloop van het aantal unieke cliënten (gedeclareerd) zichtbaar van 2018 tot en met 2020. Eind 2018 begint het cliëntenaantal te stijgen en tot eind 2019, na een korte dip in de zomervakantie, boven de 1400 cliënten per maand uitkomen. Deze explosieve stijging is een direct gevolg van de invoering van het

10

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 abonnementstarief eigen bijdrage per 1 januari 2019. De stijging zwakt de eerste drie maanden van 2020 af, maar laat zich gedurende 2020 nauwelijks beïnvloeden door Corona. Figuur 11 Gemiddeld aantal geleverde uren HbH per week in die periode, per cliënt, 2018 - 2020

Aantal cliënten In deze paragraaf geven we inzicht in het aantal cliënten en het aantal voorzieningen, zodat duidelijk wordt of de toename in zorgkosten gelijk opgaat met een toename in zorgbehoefte. Figuur 12 Aantal geldige voorziening

In figuur 12 laten we zien hoe het aantal geldige voorzieningen zich per kwartaal ontwikkelt. Figuur 13 Aantal unieke cliënten met een geldige voorziening

11

Jaarrapport Sociaal Domein 2020

Figuur 13 toont per kwartaal de ontwikkeling van het aantal cliënten met een geldige voorziening. Cliënten die via PGB’s of lumpsum zijn bekostigd zijn wel in beeld bij de beschikte cliënten, maar hieronder niet bij de gedeclareerde cliënten.

12

Jaarrapport Sociaal Domein 2020 Figuur 14 Aantal unieke gedeclareerde cliënten

Het aantal unieke cliënten in figuur 14 betreft hier de cliënten die niet alleen een voorziening hebben, waar ook voor gedeclareerd is. Dit aantal is lager dan het aantal beschikte cliënten uit figuur 13, omdat hierin de PGB-declaraties en lumpsumbetalingen buiten beeld zijn. Daarnaast worden niet alle geldige voorzieningen ieder kwartaal verzilverd, om verschillende praktische oorzaken zoals vakanties of het tijdelijk stilleggen van de zorg (bijvoorbeeld ziekenhuisopnames). De grafieken laten zien dat het aantal gedeclareerde Jeugdzorg cliënten de afgelopen 3 jaar ongeveer stabiel blijft, ondanks dat er minder cliënten worden beschikt. Dit komt deels door een hogere verzilvering (ongeveer 5%), en deels door een daling bij de PGB’s. Wat de ZIN-cliënten betreft, laat 2020 geen bijzondere ontwikkelingen zien. Bij Wmo Begeleiding nam het cliëntenaantal de afgelopen jaren toe van 400 naar 600, maar bleef het in 2020 stabiel. De stijging bij de Huishoudelijke hulp in 2019 valt op, wat komt door de aanzuigende werking van de abonnementstarieven voor de eigen bijdrage. Ook daar lijkt de cliëntentoename zich in 2020 te stabiliseren.

Tabellen Tabel 7

13

Overzicht aantal gedeclareerde ZIN-cliënten (per kwartaal)

2018 2018 2018 2018 2019 2019 2019 2019 2020

2020

2020

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

Q2

Q3

2020 Q4

Jeugdzorg

730

760

719

766

791

805

738

778

810

783

719

749

Wmo BG

438

451

469

484

512

541

564

585

592

537

564

562

Wmo HbH

978

999

976

1041

1101

1199 1228

1380

1418

1390 1400

1434

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=f65d9570-470a-4c53-99fb-68d1d25edf2b