38. RIB 2022-056 Vervolg Ariadneproject
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF – Nr. 2022-056 Aan de leden van de gemeenteraad
Datum 5 juli 2022 Zaaknummer Z/22/425528 /ADV/22/1107113 Onderwerp Vervolg Ariadneproject Portefeuillehouder L. van Riswijk Contactpersoon E-mail Telefoon
Marijke Hartjes M.Hartjes@zevenaar.nl
Geachte leden van de gemeenteraad, Inleiding Er is een aantal ontwikkelingen over de voortgang van het Ariadne-project. Via deze raadsinformatiebrief informeert het college u daarover. Kernboodschap Op 30 september 2021 heeft in het kader van het project Ariadne een integrale controle (gemeente, provincie, openbaar ministerie, politie en belastingdienst) plaatsgevonden op een vakantiepark. Tijdens deze controle is geconstateerd dat er permanent gewoond wordt op het recreatiepark. Dit is in strijd met de voorschriften van de beheersverordening. Op 5 juli 2022 hebben wij besloten om vervolg te geven aan het Ariadneproject. Dit betekent dat wij handhavend gaan optreden tegen permanente bewoning op het recreatiepark. Behoudens de personen die beschikken over een persoonsgebonden gedoogbeschikking die in het verleden is afgegeven. Context ☐ Actueel maatschappelijk onderwerp/probleem ☐ Collegeprogramma ☐ Motie/amendement/toezegging x Anders, namelijk het informeren over een besluit van het college Inhoudelijke boodschap Op basis van de voorschriften van de beheersverordening is het enkel toegestaan om hier recreatief te verblijven. Het doel is dat de recreatiewoningen op het recreatiepark weer worden gebruikt voor toeristische en recreatieve doeleinden zoals opgenomen in de beheersverordening. zaaknummer Z/22/425528
pagina 1 van 2
Communicatie en vervolgproces Voor de handhaving bij recreatieparken hebben wij een aparte beleidsregel vastgesteld zodat voor iedereen duidelijk is welke stappen wij gaan nemen in het handhavingsproces. In de bijlage treft u de “Beleidsregels omtrent handhaving permanente bewoning recreatieverblijven”. De controles worden uitgevoerd vanaf juli 2022.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar,
Danielle Jansen secretaris
Lucien van Riswijk burgemeester
Bijlagen 1. Beleidsregels omtrent handhaving permanente bewoning recreatieverblijven
zaaknummer Z/22/425528
pagina 2 van 2
Beleidsregels omtrent handhaving permanente bewoning recreatieverblijven
1. Aanleiding De gemeente heeft het vermoeden dat er permanente bewoning op recreatieparken plaatsvindt. Dit vermoeden is onder andere gebaseerd op het feit dat er personen in de Basisregistratie personen (hierna te noemen: BRP) ingeschreven staan op recreatieparken.
1.1 Redenen voor handhaving op permanente bewoning • Beginselplicht tot handhaving Permanente bewoning is in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaving. Het enerzijds vastleggen van bepaalde regels en anderzijds het niet handhaven van diezelfde regels, doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de gemeente. Wij willen geen precedent scheppen. •
Het voorkomen van onveilige situaties
Recreatieverblijven zijn niet gebouwd voor permanente bewoning. Een recreatieverblijf hoeft aan mindere strenge eisen te voldoen dan een woning. Met name de brandveiligheid van de recreatieverblijven kan hierdoor niet gewaarborgd worden. Dit leidt mogelijk tot onveilige situaties. •
Het voorkomen van visuele verloedering
Indien een recreatieverblijf wordt gebruikt voor permanente bewoning in plaats van recreatie, ontstaat het risico op visuele verloedering. Bijvoorbeeld het toevoegen van schuurtjes, hekken en terrassen op het van oorsprong “natuurlijk” – ogende recreatieterrein. •
Traceerbaarheid creëren
Recreatieparken worden soms gebruikt door mensen om onder de radar te blijven. Traceerbaarheid is onder andere van belang om mogelijke fraude, criminele activiteiten en onveilige situaties te voorkomen. •
Onttrekking van recreatieverblijven voorkomen
Als recreatieverblijven worden gebruikt voor permanente bewoning, blijven er minder recreatieverblijven over voor recreatie. De gemeente wilt recreatieverblijven kunnen faciliteiten. 1.2 Doel handhavingsbeleid In dit handhavingsbeleid wordt de handhavingsprocedure met betrekking tot permanente bewoning van recreatieverblijven uiteengezet. Hiermee wordt bijgedragen aan de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, omdat de burger weet wat hij kan verwachten bij de voorgenoemde handhavingsprocedure en er niet op een willekeurige manier wordt gehandeld. Het doel van handhavend optreden is om van een illegale situatie naar een legale situatie te gaan, de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen.
1.3 Juridisch kader Het bestemmingsplan In het bestemmingsplan is opgenomen welk gebruik is toegestaan. Bij de recreatieparken is dat veelal recreatief gebruik. Op basis van de voorschriften is permanente bewoning niet toegestaan. Wet ruimtelijke ordening (WRO) De algemene regels voor bestemmingsplannen zijn vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening (hierna te noemen: Wro). Op grond van deze wet dient het college van burgemeester en wethouders zorg te dragen voor de bestuurlijke handhaving van strijdig gebruik van de bestemming. Art. 7.1 lid 1 Wro luidt als volgt: Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) In artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo is bepaald dat het verboden is gronden te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan. Algemene wet bestuursrecht (Awb) Titel vijf van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb) voorziet in de algemene regelgeving over bestuursrechtelijke handhaving. In dit handhavingsbeleid worden de in deze wet voorgeschreven rechten en plichten in acht genomen. Het college heeft meerdere handhavingsinstrumenten tot haar beschikking. Uit onderzoek is gebleken dat in beginsel de last onder dwangsom het meest geschikt is voor de behandeling op permanente bewoning van een recreatieverblijf.
Op grond van artikel 135 Gemeentewet jo. artikel 5:32 Awb is het college bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen. Op grond van artikel 5:31d Awb wordt onder een last onder dwangsom verstaan: De herstelsanctie, inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Op grond van artikel 5:2 lid 1 sub b Awb wordt onder een herstelsancie verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. 1.4 Bijzondere en/of persoonlijke omstandigheden De bijbehorende risico’s van de overtreding zijn in beginsel voor de overtreder. Bijzondere omstandigheden die zich kunnen voordoen of persoonlijke omstandigheden van bewoners zijn veelal tijdelijk, zodat het legaliseren van permanente bewoning in dergelijke gevallen niet wenselijk is. Deze omstandigheden zullen dan ook van invloed zijn op de lengte van de begunstigingstermijn en geen omstandigheid waardoor definitief afgezien wordt van handhaving.
De betrokkene kan bijzondere omstandigheden vermelden in een zienswijze. Het college beoordeelt vervolgens of er sprake is van een bijzondere omstandigheden.
2. Handhavingsproces Hieronder beschrijven wij het handhavingsproces dat wordt doorlopen bij de constatering van permanente bewoning op een recreatiepark. Het gaat hier om het proces waarbij een bestuursrechtelijke sanctie wordt opgelegd. e
1 controle Vooraankondiging last onder dwangsom
Hercontrole Zienswijzetermijn en beschikking last onder dwangsom
Dwangsomcontrole
Overtreding is beëindigd
Overtreding is niet beëindigd
Handhavingsproces Er wordt een overtreding geconstateerd. Hiervan wordt een rapport opgemaakt Per brief wordt een vooraankondiging tot handhaving naar de overtreder gestuurd. In de vooraankondiging worden de overtreding en verzamelde feiten uitgelegd. Ook wordt vermeld hoe de betrokkene de overtreding kan beëindigen. De betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen binnen 4 weken. Het kan zo zijn dat wij in verband met de vakantieperiode bijvoorbeeld of bijzondere omstandigheid een langere termijn geven. Na het verstrijken van de begunstigingstermijn controleren wij of de overtreding is beëindigd. Hiervan wordt een rapport gemaakt. Als de overtreder een zienswijze indient wordt deze meegewogen bij het besluit om wel of niet de sanctie op te leggen. Een zienswijze kan zwaarwegende argumenten naar voren brengen op basis waarvan kan worden afgezien van handhaving. Indien dit niet het geval is neemt het college een besluit om de sanctie op te leggen. De overtreder ontvangt een beschikking waarin het college aangeeft welke overtreding moet worden beëindigd, hoe hoog de dwangsom is die wordt opgelegd en binnen welke termijn (begunstigingstermijn) de dwangsom van rechtswege wordt verbeurd als geen gehoor wordt gegeven aan de last. Na het verlopen van de begunstigingstermijn wordt gecontroleerd of voldaan is aan de last onder dwangsom.
Hiervan wordt een rapport gemaakt. Als voldaan is aan de last eindigt het handhavingstraject. De overtreder krijgt een schriftelijke bevestiging dat geconstateerd is dat de overtreding is beëindigd. De dwangsom verbeurt niet en het traject komt ten einde. Als niet voldaan is aan de last volgt een invorderingstraject en kan een nieuwe last onder dwangsom (met een hogere dwangsom) of een last onder bestuursdwang opgelegd worden om de overtreding alsnog te doen beëindigen.
2.1 Begunstigingstermijn Volgens vaste jurisprudentie strekt de begunstigingstermijn tot opheffing van de overtreding. Als uitgangspunt geldt dat de begunstigingstermijn niet wezenlijk langer mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtreding te kunnen opheffen. De begunstigingstermijn wordt vanaf het moment van verzending van de vooraankondiging gesteld op zes maanden. Deze termijn wordt redelijk geacht om de betrokkene in de gelegenheid te stellen
aan de overtreding een einde te maken. Uiteraard kan er in bijzondere gevallen aanleiding zijn om de begunstigingstermijn te verlengen indien de bijzondere omstandigheden van het geval hiertoe aanleiding geven. 2.2 Hoogte dwangsom De hoogte van de dwangsom moet voldoen aan de evenredigheidseis: hij moet in verhouding staan tot de zwaarte van geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. De dwangsom moet een “financiële prikkel” vormen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het belang van de betrokkenen. Gelet op het bovenstaande, wordt de dwangsom gesteld op een bedrag van 20.000 euro ineens. De dwangsom verbeurt ineens, om het aantal controles beperkt te houden. Als aan de eerste last onder dwangsom niet is voldaan, wordt een tweede dwangsom opgelegd van 30.000 euro ineens. 2.3 Bezwaar- en beroepsprocedure De handhavingsbeschikking is vatbaar voor bezwaar en beroep. De wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is zes weken. Deze termijn vangt aan op de dag nadat het besluit op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt is. Enkel het maken van bezwaar leidt niet tot opschorting van de begunstigingstermijn. Indien de betrokkene meent dat er sprake is van een spoedeisen belang, kan de betrokkene een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de rechtbank.
3. Vervolgfase Wanneer aan de last wordt voldaan, ontstaat er een beheersituatie. Er wordt één keer per maand actief een Brp-check uitgevoerd. De personen die zich inschrijven in de Brp op het adres van het recreatiepark ontvangen een wrakingsbrief. In deze brief wordt vermeld dat permanente bewoning in het recreatieverblijf niet is toegestaan en we handhavend gaan optreden. Daarnaast wordt de exploitant van het recreatiepark verzocht om signalen van permanente bewoning door te geven aan de gemeente.