33. 210121 Burgerbrief 210120 inzake gang van zaken met dossiers enquêtecommissie PenO
Tekst van het document
De raad van de Gemeente zevenaar Postbus 10 6900 AA Zevenaar
Zevenaar, 20 januari 2O2t Onderwerp: 9an9 van zaken met dossiers enquétecommissie P&O
Geachte raad, Uit bijgevoegde brief blijkt dat ik op 2 november 2O2O in beroep ben gegaan bij de Rechtbank Gelderland omdat ik de aan het streekarchief overgedragen dosslers van de door u ingestelde enquétecommissie P&O niet mag inzien. Ik kan zelfs geen kopie krijgen van de inventarislijsten terwijl deze lijsten in beginsel altijd openbaar dienen te zljn. Daarom vind ik het bedenkelijk en in strljd met de wet dat burgemeester en wethouders onlangs op eigen houtje hebben bepaald dat advocaten van Hekkelman Advocaten en Notarissen uit Nljmegen en de door dit kantoor ingeschakelde derden deze 75 jaar geheim verklaarde stukken wel mogen inzien, inventariseren, bewerken en vernietigen.
Met vriendelijke 9roet, Hoogachtend,
Bij!age:
Beroep van 2 november 2020 aan de Rechtbank Gelderland
Naam en contactgegevens kunnen opgevraagd worden bij de griffie
sector Bestuursrecht van de Rechtbank Gelderland Postbus 9030 6800 EM Arnhem
Zevenaar, 2 november 2020 uw brief van uw kenmerk Onderwerp
: 9 oktober 2O2O : ARN 2Ol52B7 WOB
: het beroep van
Edelachtbare heer, mevrouw, Hierbij treft u aan de gronden van beroep tegen de beslissing op bezwaar van het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg (het SALD c.q. het Streekarchief) van 31 augustus 2O2O. Na de presentatie van haar onderzoeksrapport aan de gemeenteraad van Zevenaar heeft de gemeentelijke enquétecommissie P&O aI haar digitale en pa-
pieren documenten overgebracht naar het Streekarchief, de gemeentelijke archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 1 van de Archiefwet 1995.
Bij brief van 2 maart 2O2O heb ik aan het SALD gevraagd om mij, zo nodig in overIeg met de raadsgriffier van de gemeente Zevenaar, inzage te geven in de op dat moment bij het Streekarchlef aanwezige stukken en de daarb'lj behorende inventarislijsten van de enquétecommissie.
op 9 april 2020 heeft de Streekarchivaris mijn verzoek om inzage in de stukken afgewezen met dien verstande dat ik de inventarislijsten wel mocht inzien maar alleen onder vergaande beperkingen, d.w.z. geanonimiseerd en zonder dat ik foto's of kopieén van deze lijsten zou mogen maken.
Hiertegen heb ik op 19 mei 2020 een bezwaarschrift ingediend. De Streekarchivaris van het SALD heeft mijn bezwaar op 31 augustus 2020 ongegrond verklaard met betrekking tot het inzien van de stukken van de enquétecommissie omdat inmiddels op diens verzoek op 20 augustus 2O2O een besluit van de enqu tecommissie in het digitale Gemeenteblad van de gemeente
Zevenaar was gepubliceerd en in werking getreden. Op basis Van dat oP 25 oktober 2oI7 gedateerde besluit zouden alte stukken van de enquétecommissie voor een periode van 75 jaar geheim moeten b!ijven. Bij zijn besllssin9 oP bezwaar is de Streekarchivaris niet ingegaan op de door m'lj bestreden bePerkingen bij het inzien van de inventarislijsten. Dergelijke lijsten behoren in beginse! altijd openbaar en toeganketijk te zijn. Ten onrechte is in de beslissin9 op bezwaar niet aangegeven om welke reden dat hier niet het geval is.
^\
Bij het indienen van mijn inzageverzoek van 2 maart 2O2O en mijn bezwaarschr|ft van 19 mei 2020 waren er dan ook geen rechtsgeldige openbaarheidsbeperkingen voorhanden die het SALD een rechtsgrond gaven om mij inzage in de stukken te weigeren en vergaande beperkingen te verbinden aan het inzien van de inventaris!'ljsten. De primaire beslissing van 9 april 2020 en de besIissing op bezwaar van 31 augustus 2020 zijn derhalve in strijd met de wet genomen. Nederland is een democratie. Daarom mag iedereen weten hoe de overheld haar werk doet. Als inwoner van de gemeente Zevenaar heb ik er dan ook recht op kennis te nemen van het handelen van mijn gemeentebestuur in bestuurlijke aangelegenheden. Eén van de uitgangspunten in het openbaar bestuur is immers openbaarheid. Dit geldt ook voor het werk van de enquétecommissie. Het besluit van de enquétecommissie om de toegang tot haar archief voor een periode75jaar te beperken, moet aan verschilIende rechtmatigheidseisen voldo en. Zo'n besluit moet niet alleen in het Gemeenteblad worden gePubliceerd met vermelding van de rechtsmiddelencIausule, maar ook de reden en de duur van de openbaarheidsbeperking moeten deugdelijk, helder en overeenkomstig de waarheid worden gemotiveerd. Het geheimhoudingsbesluit van 25 oktober 2OI7 voldoet hier niet aan.
Bovendien wordt in de toelichting op het besluit ten onrechte vermeld dat de stukken pas na de geheimhoudingsperiode van 75 jaar aan de Wet bescherming persoonsgegevens worden getoetst. Een toets aan de privacywetgeving dient voor overdracht van de stukken plaats te vinden. De Archiefwet vormt geen rechtvaardiging om hiervan af te zien. Daar komt bij dat de enquétecommissie in haar toelichting op het besluit van 25 oktober 2oI7 stelt dat documenten die langer dan 20 jaar bewaard moeten wordetr, op grond van de Archiefwet pas na afloop van deze periode naar het Streekarchief worden overgebracht. Dit zou betekenen dat de stukken van de enquétecommissie op dit moment ten onrechte in het Streekarchlef aanwezig zijn. Hiermee wordt opnieuw duidelijk dat de
2
openbaarheidsbeperking van 75 jaar volstrekt ondeugdelijk is gemotiveerd en dat de enquétecommissie haar werk kennel'ljk niet erg serieus neemt.
ook het verplicht advies van de beheerder van de archiefbewaarplaats ont-
breekt. Verder bIijkt uit niets dat de enquétecommissie zich heeft gehouden aan het gestelde in artikel 3 van de Archiefwet waarin o.a. is bepaald dat overheidsorganen de verptichting hebben om de onder hen berustende bescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. De indruk bestaat dat de commissie al haar digitale en papieren documenten doelbewust als ééngroot en warrig pakket over de schutting van het Streekarchief heeft gegooid.
/^\
Volgens de toelichting zou het besluit tot geheimhouding (zie bijlage 1) zijn genomen om de persoonI'ljke levenssfeer van betrokkenen te eerbiedigen en onevenredige bevoordeling of benadellng van natuurlijke of rechtspersonen en derden te voorkomen. Dit zljn drogredenen. Ook b'lj openbaarmaking van stukken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) moet de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen worden geéerbiedigd en onevenredige bevoordeIing of benadeling van natuurlijke of rechtspersonen en derden worden voorkomen. Daaruit voIgt dat het besluit om de stukken van de enquétecommissle over te brengen naar het Streekarchief en de daaraan gekoppelde openbaarheidsbeperking van 75 jaar, enkel en alleen is genomen om Wob-verzoeken ongemotiveerd te kunnen afwijzen. Dit betekent dat de enqu tecommissle haar bevoegdheid tot het nemen van een besluit voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Dit is in str'ljd met artikel 3:3 van de A|gemene wet bestuursrecht. Voor een aanvu!Iende onderbouwing hiervan verwijs ik naar de beantwoording door de enquétecommissie en het college van burgemeester en wethouders van de schriftelijke vragen van de gemeenteraadsfractie van D66 van7 februari 2018 (zie bijlage 2). Een goed lezer heeft aan een half woord genoeg.
Alleen al daarom heb ik in beginsel recht op inzage in de digitale en papieren documenten van de enquétecommissie en behoor ik eveneens in de gelegenheid te worden gesteId om de bij het Streekarchief aanwezige inventarislijsten in te zien en hiervan kopieén of foto's te maken. In dat verband zou het fair zijn geweest wanneer de Streekarchivaris m'Ijn inzageverzoek van 2 maaft 2O2O had aangemerkt als een Wob-verzoek en voor afhandeling had doorgezonden naar het coIlege van burgemeester en wethouders van Zevenaar als zorgdrager van de stukken van de enquétecommissie.
3
In de brief van het dagelijks bestuur van het Streekarchief van 27 november 2oI7 aan de voorzitter van de enquétecommissie (zie bijlage 3), wordt overigens ook nog aangegeven dat het dagelijks bestuur van het Streekarchief de stukken van de enquétecommissie niet heeft geaccepteerd en de gemeenteraad weer "eigenaar" heeft gemaakt van de aanvankelijk overgedragen beschelden.
Dit betekent dus dat de stukken op 27 november 2OI7 z'$n teruggestuurd naar de gemeente. Daarna is er geen nieuw besluit genomen om de stukken opnieuw over te dragen. Dat houdt in dat meerbedoelde bescheiden in het Streekarchief aanwezig zijn zonder dat de nodige formele eisen en formaliteiten in acht zijn genomen en dat de openbaarheidsbeperking van 75 jaar sowieso buiten beschouwing moet worden gelaten.
Aanvullend kan nog worden opgemerkt dat het besluit van de enquétecommissie van 25 oktober 2OL7 om haar bescheiden gedurende 75 jaar voor eenieder geheim te houden eveneens teniet wordt gedaan door de op 31 oktober 2oĹ7 ondertekende verklaring van overbrenging (zie b'ljlage 4) waarin is bepaald dat de overgebrachte bescheiden alsnog kunnen worden ingezien na schrifteIijke toestemming van de griffier van de gemeente Zevenaar en de Streekarchivarls van het SALD. Zoals eerder aangegeven heeft de Streekarchivaris ln het gehee! nlet gereageerd op mijn verzoek van 2 maart 2O2O om mij in overleg met de raadsgriffier in de gelegenheid te stellen de stukken in te zien. Hij heeft ook nagelaten om mijn verzoek door te sturen naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar. Dit zou wel in de rede Iiggen gezien de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 oktober 2O2O (ECLI : NL: RVS :2O2O :247 6). Op grond van het vorenstaande verzoek ik u mijn beroepschrift gegrond te verkIaren en de Streekarchivaris op te dragen mijn inzageverzoek van 2 maaft 2O2O door te zenden aan het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar aIs zorgdrager van de stukken van de enquétecommissie. Mijn verzoek kan dan worden afgehandeld als een Wob-verzoek. Met vriendelijke groet, Hoogachtefld,
4