CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

27. RIB 2023-037 Projectplan Woonwagenstandplaatsen

Raadsvergaderingen 2022-2026 31 mei 2023, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Wijze van afdoening van de ingekomen stukken3.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF – Nr. 2023Aan de leden van de gemeenteraad

Datum 3 mei 2023 Zaaknummer Z/23/447746 /ADV/23/1160093 Onderwerp Projectplan Woonwagenstandplaatsen Portefeuillehouder A. van Orden Contactpersoon E-mail Telefoon

L. Aries l.aries@zevenaar.nl 0316-595111

Geachte leden van de gemeenteraad, Inleiding In 2018 is het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid van het Rijk verschenen. Dit beleidskader reikt gemeenten de kaders aan waarmee zij het lokale woonwagenbeleid binnen het mensenrechtelijke kader kunnen ontwikkelen. Inmiddels is er een projectplan geschreven. Aan de hand van het projectplan gaan wij uitvoering geven aan het beleidskader. Via deze brief ontvangt u het projectplan. Kernboodschap Na de intrekking van de Woonwagenwet in 1999 is het woonwagenbeleid gedecentraliseerd en is huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente. Het college voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman hebben geoordeeld dat woonwagenbewoners gelijk behandeld moeten worden op de reguliere woningmarkt en dat hun culturele identiteit beschermd moet worden. In 2018 heeft de ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een nieuw beleidskader uitgebracht om het gemeentelijk woonwagenbeleid ‘mensenrechtenbestendig’ te maken. Gemeenten, zoals Zevenaar, moeten nu een nieuwe versie en beleid ontwikkelen voor woonwagens en standplaatsen, gebaseerd op lokale behoefte en mensenrechtelijke normen. Om uitvoering hieraan te geven is nu een projectplan opgesteld.

Context context context2 context3 x Actueel maatschappelijk onderwerp/probleem ☐ Collegeprogramma ☐ Motie/amendement/toezegging ☐ Anders, namelijk

Inhoudelijke boodschap Door dit projectplan kunnen wij bekijken en onderzoeken in hoeverre de gemeente Zevenaar kan aansluiten op de woonwensenvraag aan standplaatsen en woonwagens. Hiermee streven wij ernaar dat een woningzoekende woonwagenbewoner binnen een redelijke termijn kans maakt op toewijzing van een standplaats. Een redelijke termijn definiëren wij als vergelijkbaar met de gemiddelde wachttijd van een woningzoekende voor een sociale huurwoning. In de huidige woonvisies is geen beleid opgenomen over woonwagen- en standplaatsen. Om dit vraagstuk goed op te pakken en te kunnen uitvoeren is het projectplan opgesteld dat uiteindelijk moet leiden tot nieuw beleid. Voordat dat wordt gedaan, moeten er meerdere stappen worden gezet en partijen worden betrokken. Om uiteindelijk te kunnen voldoen aan het beleidskader binnen onze mogelijkheden, en die van de andere partijen. Communicatie en vervolgproces Communicatie naar buiten Het betreft een intern projectplan voor de aanpak van het vraagstuk woonwagen- en standplaatsen. De betrokken partijen worden op de hoogte gebracht. Vervolgproces In het projectplan zijn meerdere stappen opgenomen. Per stap wordt de uitwerking vastgelegd in een memo. Om zo stap voor stap het project uit te voeren. Per stap wordt de raad op de hoogte gehouden. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar,

Danielle Jansen secretaris

Toon Albers Loco burgemeester

Bijlagen: 1. INT/23/1159634 Projectplan Woonwagens

Projectplan woonwagenstandplaatsen Zevenaar

datum Afdeling versie Auteur(s) aan afdeling/college/raad Status

24 April 2023 Ruimtelijke ontwikkeling L. Aries - Ruimtelijke ontwikkeling College van Burgemeester en Wethouders Concept, aangeboden ter vaststelling

1. Projectdefinitie 1.1 Inleiding Na de intrekking van de Woonwagenwet op 1 maart 1999 is het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. Vanaf dat moment is huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente, waarvan de huisvesting van woonwagenbewoners onderdeel uitmaakt. Het College voor de Rechten van de Mens (CvRM) heeft sinds 2006 diverse zaken behandeld en geoordeeld dat het discriminatieverbod met zich meebrengt dat woonwagenbewoners op gelijke voet met woningzoekenden op de reguliere (sociale) woningmarkt behandeld moeten worden. Daarbij dient wel rekening gehouden te worden met de omstandigheid dat uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens volgt dat de culturele identiteit van woonwagenbewoners valt onder de bescherming van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hieruit vloeit voort dat het wonen in een woonwagen op een standplaats in familieverband een beschermde woonvorm is die door de verdragsstaten voldoende effectief gefaciliteerd dient te worden. In 2017 heeft de Nationale Ombudsman onderzoek gedaan naar het standplaatsenbeleid van de overheid in mensenrechtelijk perspectief. Dit heeft geleid tot een aantal aanbevelingen aan de Rijksoverheid om het gemeentelijk woonwagenbeleid weer 'mensenrechtenbestendig' te maken.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft besloten invulling te geven aan de oordelen van het CvRM en de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman door middel van een nieuw beleidskader, waarbinnen gemeenten hun standplaatsenbeleid kunnen voeren. In juli 2018 is het Beleidskader gemeentelijk woonwagen en standplaatsenbeleid verschenen. De belangrijkste uitgangspunten van het Rijksbeleidskader zijn: • Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners; • De behoefte aan standplaatsen dient in beeld te worden gebracht; • Corporaties moeten gaan voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; • De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan zolang hieraan behoefte is; • Een woningzoekende woonwagenbewoner heeft binnen redelijke termijn kans op een standplaats. Er wordt hierbij verwezen naar een gelijke wachttijd voor een sociale huurwoning binnen de desbetreffende gemeente. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwachtte met het uitbrengen van het beleidskader aanleiding te geven voor en herijking van het standplaatsenbeleid voor woonwagens in diverse Nederlandse gemeenten. Door het beleid voor woonwagenbewoners te expliciteren wordt de specifieke woonbehoefte van deze groep gewaarborgd.

Dat zou ertoe moeten leiden dat de trend van de afgelopen decennia, een daling van het aantal standplaatsen, wordt gekeerd. De gemeente Zevenaar heeft de afgelopen decennia geen actief beleid gevoerd om het aantal woonwagenstandplaatsen te verminderen. Er is geen specifiek toewijzingsbeleid en er wordt ook geen wacht- en voorrangslijst bij gehouden. In de afgelopen jaren zijn er geen standplaatsen bij gekomen. Om te voldoen aan het rijksbeleidskader moet de gemeente een nieuwe visie en beleid ontwikkelen voor woonwagens en standplaatsen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Het volkshuisvestingsbeleid is een belangrijke verantwoordelijkheid van de gemeente en omvat de huisvesting van diverse doelgroepen, waaronder woonwagenbewoners. Het beleid moet voldoen aan mensenrechtelijke normen zaaknummer

pagina 2 van 10

en op basis van de lokale behoeften worden ontwikkeld. De gemeente is hierbij de juiste instantie om lokale afwegingen te maken. In 2023/2024 wordt de woonzorgvisie opgesteld waarin dit onderwerp ook in wordt opgenomen.

1.2 Aanleiding Om invulling te geven aan het beleidskader hebben de gemeentes Westervoort, Duiven, Montferland en Zevenaar – hierna gezamenlijk de Liemers gemeentes – in september 2019 opdracht verstrekt om aan de hand van keukentafelgesprekken vast te stellen wat de lokale wensen/behoefte aan woonwagenstandplaatsen is. Daarbij zijn niet alleen de bewoners van de huidige woonwagenlocaties bevraagd, maar ook – in lijn met het beleidskader – personen die kenbaar hebben gemaakt in aanmerking te willen komen voor een woonwagenstandplaats en momenteel in een reguliere woning verblijven. Voor de goede orde: tijdens deze keukentafelgesprekken is duidelijk gemaakt dat gemeente Zevenaar met dit onderzoek slechts het aanbod van en de vraag naar woonwagenstandplaatsen in kaart brengt en dat de uitkomsten van het onderzoek niet automatisch leiden tot de realisatie van nieuwe standplaatsen.

1.3 Samenvatting voor Zevenaar uit het onderzoek: In Zevenaar zijn in totaal 17 standplaatsen en 18 woonwagens, verdeeld over 5 locaties. In de tabel zijn de huidige aantallen standplaatsen en woonwagens per locatie weergegeven. Daarnaast is aangegeven wie eigenaar is van de standplaatsen en woonwagens en hoeveel behoefte aan extra standplaatsen.

Corporatie

Gemeente

Bewoner

Corporatie

Gemeente

3 4 2 8 1 18

8 8

4 4

3 2 1 6

3 4 1 8 1 17

1 1

-

Behoefte

Bewoner

1) Oude Steeg, Zevenaar 2) Reisenakker, Zevenaar 3) Engenveldweg, Zevenaar 4) Handelstraat, Lobith 5) Ganzepoelweg, Angerlo Totaal

Woonwagens

totaal

Standplaatsen

1-3 10 2 2-4 2 17-21

1.4 Beleid gemeente Zevenaar In de gemeente Zevenaar is geen beleid opgesteld voor standplaatsen en woonwagens. Ook is er niets over opgenomen in de Woonvisie of andere beleidsdocumenten binnen de gemeente. Na de intrekking van de Woonwagenwet in 1999 zijn in Zevenaar geen nieuwe standplaatsen en/of woonwagencentra aangelegd. De woonwagenstandplaatsen in Lobith zijn in 2012 verkocht aan de inwoners. Door de uitkomst van het onderzoek en doordat de gemeente meerdere malen is benaderd door woonwagenbewoners is een projectplan opgesteld om verdere uitwerking te kunnen geven aan de behoeftevraag.

zaaknummer

pagina 3 van 10

1.5 Projectdoelstelling We hebben twee doelstellingen. Ten eerste willen we samen met corporaties en een vertegenwoordiging van de doelgroep beleid opzetten voor standplaatsen en woonwagens, inclusief een uitvoeringsagenda. Ten tweede willen we een locatiestudie uitvoeren van de bestaande woonwagencentra om te onderzoeken of de behoefte aan standplaatsen voor woonwagens kan worden ingevuld op de bestaande locaties en om te kijken naar eventueel beschikbare alternatieve locaties. Dit is belangrijk om duidelijkheid te geven aan de woonwagenbewoners over welke behoefte op welke termijn kunnen worden vervuld.

1.6 Projectresultaat De doelstelling is om zowel het beleid voor standplaatsen en woonwagens op te zetten, als een locatiestudie uit te voeren om te onderzoeken hoe de behoefte aan standplaatsen kan worden ingevuld op bestaande locaties en of er andere locaties beschikbaar zijn. De resultaten van deze inspanningen zijn gericht op het aanpassen van het beleid, het realiseren van extra standplaatsen en het overdragen van beheer en eigendom aan woningcorporaties of particulieren. Om ervoor te zorgen dat het gemeentelijk woonwagenbeleid in overeenstemming is met mensenrechtelijke kaders, moet het recht van woonwagenbewoners om te leven volgens hun culturele identiteit worden erkend en gefaciliteerd. Er moet ook draagvlak zijn voor het realiseren van extra woonwagenstandplaatsen en voor de overdracht van standplaatsen en woonwagens aan particulieren of woningcorporaties. Er is in Zevenaar al onderzoek gedaan naar de behoefte aan aanvullende woonwagenstandplaatsen, maar er is nog verder onderzoek nodig om de fysieke uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen te realiseren.

Hierbij moet rekening gehouden worden met verschillende factoren zoals de mogelijkheden van de doelgroep zelf, ruimtelijke mogelijkheden, bestemmingsplannen, eigendom van gronden, aanleg van wegen en parkeerplaatsen, aansluitingen op gas/ water/ elektra en riool, eisen op grond van de woningwet en andere bouwtechnische-, brandveiligheids- en milieueisen, duurzaamheid en financiële consequenties. Het bestuur van de gemeente en in sommige gevallen woningcorporaties moeten samenwerken om oplossingen te vinden en de middelen (tijd en geld) te bepalen om voldoende standplaatsen te realiseren. Het proces om tot voldoende standplaatsen te komen vereist effectieve communicatie met alle betrokken partijen, inclusief de doelgroep zelf. Er wordt een gefaseerd stappenplan gehanteerd, waarbij eenvoudige oplossingen eerst worden uitgevoegd, gevolgd door grotere en complexe oplossingen.

zaaknummer

pagina 4 van 10

2. Projectaanpak 2.1 Aanpak De eventuele uitbreiding van een bestaande woonwagenlocatie dan wel de aanleg van een nieuwe woonwagenlocatie gaat gepaard met een doorlooptijd. De benodigde doorlooptijd voor elke locatie zal verschillen, afhankelijk van de te nemen stappen en de bijhorende procedures. De eerste stap die nodig is, is het creëren van bestuurlijk en ambtelijk draagvlak binnen de eigen organisatie maar ook bij de woningcorporaties en eventueel andere belanghebbenden. Het college moet de opdracht uitzetten. De volgende stap in het proces en een van de aanbevelingen uit het beleidskader is deels afgerond. Namelijk de inventarisatie van de huidige behoefte onder de woonwagenbewoners van de gemeente Zevenaar. Echter dit onderzoek is gedaan in 2019 en vraagt nog wel om een verdiepingsslag naar de daadwerkelijke opgave. Dat zal dan ook de tweede stap moeten zijn. De derde stap die moet worden opgepakt is een locatiestudie van de bestaande locaties. Zodat inzichtelijk wordt of er ruimtelijke mogelijkheden zijn bij de bestaande locaties, wat de geldende bestemmingsplannen zijn en wie eigenaar is van deze gronden enz. Dat is al deels gedaan, maar vraagt om een verdere uitwerking. Naast deze stappen moeten nog meerdere stappen worden gezet om tot daadwerkelijke realisatie van standplaatsen over te kunnen gaan.

De inventarisatie van de huidige behoefte wordt door de gemeente zelf opgepakt. Voor de locatiestudie hebben wij de expertise van de Flexpool van de Groene Metropoolregio ingeschakeld (hieraan zijn geen kosten verbonden voor de gemeente). Beide processen kunnen naast elkaar worden opgepakt. Op basis van deze stappen kunnen uitgangspunten worden opgesteld en keuzes worden gemaakt voor het beleid en kijken we naar de mogelijkheden om uitbreiding te kunnen realiseren. Er wordt een projectteam gevormd voor de uitwerking van dit traject. De woningcorporaties worden vanaf de start nauw betrokken bij het proces, en blijven gedurende het gehele proces nauw betrokken om op die manier de gestelde doelen te bereiken. Voor het ontwikkelen van het beleid ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de gemeente. Maar de woningcorporaties hebben wel een belangrijke rol bij de uitvoering van dit beleid en kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de ontwikkeling ervan. Zij kunnen de gemeente adviseren en ondersteunen bij het uitvoeren van het beleid en het bieden van hulp aan woonwagenbewoners.

2.2 Projectfasering Het project word opgedeeld in de volgende fasen: 1 Verdiepingsslag naar de daadwerkelijke opgave 2 Locatiestudie 3 Opstellen uitgangspunten 4 Uitwerking en keuzes per bestaande locaties 5 Het ontwikkelen van nieuw volkshuisvestelijkbeleid voor de doelgroep, inclusief opstellen toewijzingsbeleid. 5 Doorlopen bestemmingsplanwijzgings- en vergunning trajecten enz. 6 Realisatie van nieuwe stand plaatsen en opstallen

zaaknummer

pagina 5 van 10

Fase 1. Verdiepingsslag naar daadwerkelijke opgave Het uitgevoerde behoefte/wensen onderzoek woonwagenstandplaatsen levert nog veel vragen op. Zowel ten aanzien van de daadwerkelijke behoefte als ten aanzien van meer kwalitatieve vragen: • Wat is de behoefte per locatie? • Welke families hebben welke behoeften? • Welke woonvormen zijn passend; koop/ huur, woonwagenwoning/ woonwagen/ chalet, familieverbanden. Hierbij ook rekening houdend met zowel financieel draagkrachtigen als minder draagkrachtigen. • Hoe urgent is de woonwens? • Het beleidskader geeft als aanbeveling mee dat gemeenten en woningcorporaties er goed aan doen de totstandkoming van huurdersorganisaties te bevorderen. Bestaat hier draagvlak en draagkracht voor bij de doelgroep? Hiervoor gaan wij in gesprek met de doelgroep. Resultaat: de behoefte/vraag van de bewoners en eventuele belanghebbende duidelijk en helder inzichtelijk, waarop keuzes kunnen worden gemaakt. Fase 2. Locatiestudie Per locatie wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn voor eventuele uitbreiding. Is het mogelijk om uit te breiden.

Hierbij moet rekening gehouden worden met verschillende factoren zoals, ruimtelijke mogelijkheden, bestemmingsplannen, eigendom van gronden, aanleg van wegen en parkeerplaatsen, aansluitingen op gas/ water/ elektra en riool, eisen op grond van de woningwet en andere bouwtechnische-, brandveiligheids- en milieueisen, duurzaamheid en financiële consequenties. Resultaat: De bestaande locaties planologisch in beeld met daarbij de mogelijkheden en kansen op uitbreiding per locatie. Fase 3. Opstellen uitgangspunten Om een eenduidige en heldere lijn te hebben waarmee wij gaan werken is het plan om uitgangspunten op te stellen. Aan de hand van de uitgangspunten moet er invulling worden gegeven aan de bestaande en eventueel nieuwe woonwagenlocaties. Resultaat: memo met uitgangspunten. Fase 4. Uitwerking en keuzes per (bestaande) locaties Op basis van de onderzoeken en de uitgangspunten wordt er een uitvoeringsplan/keuze per bestaande locatie gemaakt. Dit doen de partijen gezamenlijk. Hierin wordt wel een volgorde gehanteerd op basis van de uitkomsten van de onderzoeken, de meest kansrijke locaties op korte -middellange- en lange termijn. In het uitvoeringsplan worden onder andere doelmatige afspraken gemaakt over de realisatie van de locatie(s), de verdeling van financiële kosten, risico’s, beheer, onderhoud en handhaving.

In het uitvoeringsplan worden aanvullende afspraken opgenomen waarbij gemeente en corporaties elkaar ondersteunen in de wettelijke taken. Het uitvoeringsplan is bedoeld als “spoorboekje” om de woonwagenlocaties op projectmatige wijze te faseren en te realiseren aan de hand van de volgende beheers elementen: geld, risicobeheersing,

zaaknummer

pagina 6 van 10

organisatie, tijd, informatie, communicatie en kwaliteit. Zowel de interne (o.a. raad) als de externe deelnemers (bewoners en corporaties) worden betrokken bij dit proces. Resultaat: gezamenlijke uitvoeringsplannen per bestaande woonwagenlocatie en/of eventuele nieuwe locaties Fase 5 Het ontwikkelen van nieuw volkshuisvestelijkbeleid voor de doelgroep, inclusief opstellen toewijzingsbeleid. Parallel aan processtappen worden diverse aspecten zoals toewijzing van standplaatsen, het vaststellen van een wachtlijst en het vormgeven van bewonersparticipatie verder uit gewerkt tot duurzaam geborgd woonwagenbeleid. Resultaat: Woonwagenbeleid opgenomen in de volkshuisvestingsbeleid en toewijzingsbeleid voor de doelgroep van de sociale woonwagens. Fase 6. Doorlopen bestemmingsplanwijzgings- en vergunning trajecten en realisatie van nieuwe stand plaatsen en opstallen De diverse projecten (woonwagenstandplaatsen) worden indien mogelijk ontwikkeld in diverse fases aan de hand van een plan van aanpak: initiatieffase, ontwerpfase (voorlopig ontwerp en definitief ontwerp, bestek fase (technische uitwerking), fase van prijsvorming, realisatiefase. Elke fase wordt afgesloten met een basisdocument, vast te stellen door het college en de directie/ het bestuur van de corporaties.

Het beslisdocument van de ontwerpfase wordt voor vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad en de RvC’s van de corporaties. Zij hebben immers het budgetrecht. Hierbij worden ook de diverse planologische procedures doorlopen en worden de vergunningen afgegeven. Resultaat: Planontwikkeling en realisatie standplaatsen en opstallen.

2.3 Betrokken partijen Bewoners: Het is zeker van belang om de woonwagenbewoners of belangstellende te betrekken, ook gezien de eerste stap; verdieping naar daadwerkelijke opgave. Daarbij worden de mensen die aan het eerste woonwensenonderzoek hebben deelgenomen bevraagd. Ook worden zij bij de vervolgstappen betrokken. Hoe die invulling gaat plaats vinden is nog niet bekend, daarvoor gaan wij een communicatieplan opstellen. Gemeenteraad Zodra dit projectplan is vastgesteld wordt de raad middels een brief geïnformeerd. Daarnaast wordt de raad bij elke stap geïnformeerd en indien nodig worden de stukken met te maken keuzes ter vaststelling aan de raad voor gelegd. De precieze uitwerking wordt opgenomen in het op te stellen communicatieplan. Corporaties De woningcorporatie(s) worden vanaf de start nauw betrokken bij het proces, en blijven gedurende het gehele proces nauw betrokken om op die manier de gestelde doelen bereiken. Het proces om te komen tot een overdracht aan woningcorporaties en uitbreiding van standplaatsen kan op hoofdlijnen in de volgende algemene processtappen worden verdeeld: 1. Behoefte inventarisatie en locatiestudie

zaaknummer

pagina 7 van 10

2. Overleg gemeente / woningcorporatie(s) om de oplossingsrichting per locatie te bepalen met bijbehorende middelen (tijd en geld). 3. Samenwerkingsovereenkomst gemeente en woningcorporatie(s); 4. Planologisch onderzoek / vergunningstraject 5. Toewijzen /matchen huurders 6. Overdrachtsovereenkomst 7. Aanleg standplaatsen 8. Realiseren opstallen

2.4 Planning Er is een grove tijdsplanning opgesteld. De uitwerking van diverse projecten is nog niet in de tijd weggezet. Dit omdat nog niet duidelijk is of en hoe de diverse projecten worden en kunnen worden opgepakt, dat geldt ook voor het opstellen van het beleid. Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4

Verdiepingsslag naar de daadwerkelijke opgave; Locatiestudie Opstellen uitgangspunten; Uitwerking en keuzes per bestaande locaties;

Fase 5

Het ontwikkelen van nieuw volkshuisvestelijkbeleid voor de doelgroep, inclusief opstellen toewijzingsbeleid. Doorlopen bestemmingsplanwijzigings- en vergunning trajecten Realisatie van nieuwe stand plaatsen en opstallen

Fase 5 Fase 6

zaaknummer

Q2/Q3 2023 Q2/Q3 2023 Q3/Q4 2023 Q4 2023 / Q1 2024 Q4 2023 / Q1 2024 Vanaf Q1 2024

pagina 8 van 10

3. Projectorganisatie De opdracht in dit plan van aanpak heeft twee doelen, beleid opstellen en in meerdere stappen naar realisaties van standplaatsen. Er dient serieus nagedacht te worden over weerbaarheid. Veel woonwagenbewoners voelen zich al jaren niet gehoord en reageren soms emotioneel bij conflicten. Binnen onze gemeente hebben wij geen vaste medewerker als contactpersoon voor alle woonwagenbewoners. Het valt onder het volkshuisvestingsbeleid.

3.1 Opdrachtgever De ambtelijk opdrachtgever van dit project is hoofd Ruimtelijke Ontwikkeling. De bestuurlijke opdrachtgever is wethouds Ruimtelijke ontwikkeling/ Woningbouw.

3.2 Opdrachtnemer De opdrachtnemers zijn in eerste instantie beleidsmedewerker Wonen en Projectleider Ruimtelijke ontwikkeling, beide afdeling Ruimtelijke ontwikkeling. Zij houden contact met de opdrachtgevers. Elke maand koppelen zij de voortgang van het project terug aan de opdrachtgevers. Na vaststelling van de projectplan gaan zij aan de gang met de verschillende stappen. Per stap wordt de uitwerking vastgelegd in een memo. Om zo stap voor stap het project uit te voeren. Zij leggen de verbinding tussen collega’s, woningcorporaties en bewoners. Er dient een prioritering aan de projectsamenwerking gegeven te worden waarbij alle afdelingen zich committeren aan de gezamenlijke doelstellingen. Bij vaststelling van het projectplan wordt een projectteam gevormd met een (externe) projectleider, beleidsmedewerker Volkshuisvesting, adviseur handhaving, adviseur ruimtelijke ordening en communicatie adviseur. Incidenteel sluiten een jurist en de woningcorporaties aan, en indien nodig andere gemeentelijke disciplines. Dit projectteam geeft uitvoering aan: • Alle handelingen die te maken hebben met planvorming, realisatie en communicatie rondom de eventuele uitbreiding op de korte- middellange- en lange termijn. • Het onderzoek naar wat er voor nodig is om te komen tot een overdracht van woonwagens en standplaatsen aan de woningcorporaties.

De beleidsmedewerker Volkshuisvesting en de (externe) projectleider onderhouden de contacten met de doelgroep en investeren in de oprichting van een werkgroep of bewonersgroep die participeert in het gehele proces om te komen tot uitbreiding van woonwagenstandplaatsen. Het projectplan wordt vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. Externe projectondersteuning Wij hebben het proces verdeeld in fasen. De eerste fasen pakken wij als gemeente zelf op, eventueel met ondersteuning van externe. Voor de locatiestudie hebben wij de expertise van de Flexpool van de Groene Metropoolregio ingeschakeld. Het vormen van het beleid, kan worden opgepakt bij het proces van de woonzorgvisie. Voor de daadwerkelijk uitvoering is nog niet bekend hoe dat gaat worden opgepakt enz. Mocht het nodig zijn, voor het uitvoeren van het projectplan, gaan wij op zoek naar externe projectleider/ ondersteuning.

zaaknummer

pagina 9 van 10

3.3 Randvoorwaarden/uitgangspunten/afbakening/relatie met andere projecten Bestuurlijk en ambtelijk draagvlak is voor het project een randvoorwaarde voor haalbaarheid en succes. De wethouder ruimtelijke ontwikkeling/ Woningbouw Volkshuisvesting is de coördinerend portefeuillehouder binnen het college voor dit project. Aangezien het gaat om uitbreiding van standplaatsen op diverse locaties moet per mogelijke locatie een inventarisatie gemaakt worden van de afbakening en de relatie met eventuele andere projecten/ beleid en ontwikkelingen. In dit projectplan wordt het project op hoofdlijnen uiteengezet. Verdere uitwerking vindt plaats per fase, na vaststelling van het projectplan. Er zal zowel tijd als geld beschikbaar moeten komen om het project verder vorm te geven en uiteindelijk te realiseren. Met het projectteam wordt bepaald welke acties er uitgezet moeten worden en hoeveel tijd en geld hiervoor nodig is.

3.4 Risico’s Het proces van uitbreiding woonwagenstandplaatsen bevat risico’s op verschillende gebieden. Er zijn zowel financiële-, technische, maatschappelijke, juridische, politieke en risico’s in tijd te verwachten. In deze beginfase gaat het te ver om een uitgebreide risico analyse te maken op alle genoemde gebieden. Na vaststelling van deze projectplan gaan we aan de slag per fase. De resultaten dan wel uitkomsten van elke fase worden opgenomen in een memo voor de vervolgstappen, eventuele risico’s worden daar in meegenomen.

4. Investeringen 4.1 Financiën Na vaststelling van de projectplan worden de overige te verwachten kosten uitgewerkt per stap. Daarbij moet gedacht worden aan de kosten voor het wijzigen van bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen, nutsvoorzieningen, kosten overige voorbereidingswerkzaamheden. Over de kosten voor het potentieel aankopen van grond, de aanleg van standplaatsen en infrastructuur bij een eventuele uitbreiding dient bestuurlijke afstemming plaats te vinden tussen corporaties en gemeente.

zaaknummer

pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=c61202c9-840b-4692-ab4e-b3e91bc9522a