25. RIB 2021-049 Stand van zaken Omgevingswet.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF – Nr. 2021-049 Aan de leden van de gemeenteraad
Datum 22 juni 2021 Zaaknummer Z/19/342350 /ADV/21/1033864 Onderwerp Stand van zaken Omgevingswet Portefeuillehouder H. Winters Contactpersoon E-mail Telefoon
Jacqueline van der Leij J.vanderLeij@zevenaar.nl 0316595513
Geachte leden van de gemeenteraad, Inleiding Hierbij informeren wij u weer over de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet. Voor de volledigheid geven wij u eerst even nog wat basisinformatie over de Omgevingswet en vervolgens wordt er nader ingegaan op het uitstel van de wet en de huidige stand van zaken. Deze raadsinformatiebrief ziet alleen op het proces en geeft de stand van zaken weer. In deze raadsinformatiebrief vragen wij niet om inhoudelijke keuzes over de vraag hoe we de uitvoering willen oppakken. Kernboodschap Waar ziet de Omgevingswet op? De Omgevingswet is een van de grootste wettelijke veranderingen in Nederland. Alle wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving worden geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet heeft als doel het omgevingsrecht en de dienstverlening voor de fysieke leefomgeving beter te laten aansluiten op de wensen vanuit de samenleving: sneller, eenvoudiger en beter. Binnen de gedachte van de wet wordt meer in vertrouwen gewerkt en ruimte geboden. De Omgevingswet biedt een basis voor meer participatie en maatwerk; ruimte om meer gebiedsgericht te werken wat tevens aansluit op de ingezette organisatieontwikkeling ‘Zevenaar Verbindt’.
De Omgevingswet moet het op een aantal punten beter gaan doen dan de huidige regelgeving: maatschappelijke doelen meenemen in de fysieke leefomgeving en 4 verbeterdoelen (sneller, meer integraal, maatwerk en verdere informatievoorziening). De wetgever biedt daarvoor nieuwe wetgeving (Omgevingswet, vier AMvB’s, regelingen en allerlei aanvullings- en invoeringswetten). De Omgevingswet is bedoeld om te sturen op de fysieke leefomgeving. De wetgever heeft daarbij een verschuiving in (bestuurs)cultuur voor ogen: een andere manier van werken in het samenspel in de ambtelijke organisatie tussen collega’s, met de samenleving, met de ketenpartners en tussen raad en college. zaaknummer Z/19/342350
pagina 1 van 7
De implementatie van de Omgevingswet wordt programmatisch vormgegeven en kent 3 sporen: 1. Wet: Kerninstrumenten (omgevingsvisie, omgevingsprogramma en omgevingsplan) 2. Digitaal: Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) 3. Anders werken: werkprocessen en vergunningverlening, inclusief houding en gedrag
Context X Actueel maatschappelijk onderwerp/probleem ☐ Collegeprogramma ☐ Motie/amendement/toezegging ☐ Anders, namelijk Inhoudelijke boodschap Uitstel invoering Omgevingswet De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet wordt met een half jaar verplaatst van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022. Dat heeft minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven in een brief van 27 mei jl. aan beide Kamers. Waarom uitstel? Het werkend krijgen van het stelsel van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, omdat partijen van elkaar én van derden afhankelijk zijn bij het werken in ketens. Dat betekent in de eerste plaats dat er een stabiele landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) moet zijn, waarop bevoegde gezagen moeten aansluiten. Dit is het systeem waarop alle aanvragen om een omgevingsvergunning binnenkomen en waarop de informatie van de gemeente is te raadplegen, zoals bestemmingsplannen en ander regelingen die zien op de fysieke leefomgeving. Voor softwareleveranciers en bevoegde gezagen is het lokaal werkend krijgen van dit DSO1) een complexe operatie. Daarom moeten bevoegde gezagen genoeg tijd hebben om het stelsel in te regelen en ermee te oefenen.
1 Het DSO biedt het digitale loket waar initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel kunnen zien wat is toegestaan in de fysieke
leefomgeving. Via het DSO kunnen zij vergunningen aanvragen en meldingen doen; zien welke regels en beleid van toepassing zijn op een locatie. De basis hiervoor zijn de omgevingsdocumenten die in het DSO zitten. Dit zijn bijvoorbeeld omgevingsvisies, omgevingsverordeningen en -plannen, projectbesluiten en programma’s. Overheden leggen daarin onder meer vast wat wel en niet mag op een locatie.
zaaknummer Z/19/342350
pagina 2 van 7
De bestuurlijke partners hebben altijd aangegeven dat er minimaal 6 maanden effectieve oefentijd moet zijn voor de bevoegde gezagen. Dit geeft het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze af te ronden. Verschillende partijen (waaronder een groot aantal gemeenten, provincies, softwareleveranciers, stedenbouwkundige bureaus en brancheorganisaties) hebben meegedacht over een verantwoorde start van de Omgevingswet en daar is 1 juli 2022 uit naar voren gekomen. De brief van minister Ollongren van 27 mei jl. is als bijlage bijgevoegd. Wat betekent het uitstel voor de gemeente Zevenaar en wat is de stand van zaken? Uitstel van een half jaar leidt niet tot hele andere keuzes of een andere planning. We hebben alleen iets meer tijd om te voldoen aan de minimale eisen voor de invoering van de wet. We lagen wel op koers voor 1 januari 2022, maar krijgen nu de mogelijkheid om uw raad iets meer gefaseerd mee te nemen in de besluitvorming en keuzes. In 2021 gaan we nog steeds, zoals eerder al aangekondigd, een aantal voorstellen ter besluitvorming aan uw raad voorleggen.
Enkele kunnen doorschuiven naar 2022, waarbij we in de planning rekening houden met meer formele besluiten (weinig beleidsvrijheid) en besluiten waar u inhoudelijk meer op wilt reageren en die dan eventueel nog een keer terug kunnen komen in de raad, zonder dat hier direct een tijdsdruk op zit. Kijkend naar de sporen binnen de Omgevingswet ziet dit op het volgende: Spoor 1: Wet: vier kerninstrumenten 1. Omgevingsvisie De omgevingsvisie moet van de wetgever uiterlijk 1 januari 2024 zijn vastgesteld door uw gemeenteraad. Voorafgaand aan de visie inventariseren we de lokale opgaven/wensen/initiatieven, formuleren daar beleid voor en geven daarmee de richting aan waarin de lokale fysieke leefomgeving zich zou moeten ontwikkelen. In de Omgevingsvisie geeft u als raad aan hoe Zevenaar om wil gaan met de fysieke leefomgeving. Wat wilt u beschermen en/ of benutten? Welke ambities zijn? Dat betekent ook keuzes maken tussen verschillende belangen. Uw gemeenteraad is het bevoegd gezag om de visie vast te stellen. Planning besluitvorming raad: Er is een koersdocument in de maak en deze wordt nu ambtelijk afgestemd. Het koersdocument wordt in het najaar ter vaststelling aan de raad aangeboden. Uitstel van de Omgevingswet verandert niets aan de planning. 2.
Omgevingsprogramma Er is voor Zevenaar één verplicht programma, te weten het actieplan geluid: het te voeren beleid om de geluidsbelasting vanuit de geluidsbronnen wegen, spoorwegen en activiteiten te beperken. Dit programma dient bij inwerkingtreding van de wet te worden vastgesteld. Voor andere thema’s/ onderwerpen staat het de gemeente vrij om een programma vast te stellen. Om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken, kunnen overheden een programma opstellen met maatregelen. Op dit moment zijn we nog niet bezig met een ander programma dan het verplichte programma geluid. Planning besluitvorming raad: Het programma geluid wordt ambtelijk opgepakt en begin 2022 ter vaststelling aan uw raad aangeboden. Uitstel van de Omgevingswet brengt met zich mee dat het programma geluid vóór 1 juli 2022 moet zijn vastgesteld. Dit betekent dat dit onderdeel in de planning uiterlijk kwartaal 1 van 2022 aan uw raad wordt voorgelegd. Betreft namelijk voornamelijk continuering van bestaand beleid.
zaaknummer Z/19/342350
pagina 3 van 7
3. Omgevingsplan Het Omgevingsplan bundelt straks álle regelgeving die in Zevenaar geldt voor de fysieke leefomgeving. Dat is nu het bestemmingsplan plus enkele verordeningen, die opgenomen zullen worden in het omgevingsplan. Dit is een hele klus, die uiteindelijk op 31 december 2029 afgerond moet zijn. Uw raad is het bevoegd gezag om het omgevingsplan vast te stellen. In het omgevingsplan bestaan er meer mogelijkheden om bepaalde onderwerpen meer lokaal te regelen. Onder de Omgevingswet verdwijnt de wettelijke wijzigingsbevoegdheid uit de Wro. Er komt in de Omgevingswet een algemene delegatiemogelijkheid voor u als gemeenteraad om het college de bevoegdheid te geven om delen van het omgevingsplan te wijzigen. Hiermee kan in beginsel hetzelfde worden bewerkstelligd als met de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan onder de Wro. Het is aan uw raad om te bepalen of en zo ja, op welke wijze, toepassing aan deze bevoegdheid wordt gegeven. Planning besluitvorming raad: Er wordt een Verordening fysieke leefomgeving ter vaststelling aan uw raad aangeboden. Hierin worden alle relevante lokale verordeningen gebundeld ter voorbereiding op de Omgevingswet. Deze verordening wordt nu opgesteld en kan nog in dit najaar aan uw raad worden voorgelegd.
Het is goed om deze verordening in voorbereiding naar 1 juli 2022 al dit jaar vast te stellen omdat dit een bouwsteen is voor het omgevingsplan en we daar verder mee kunnen gaan werken. Wachten tot vaststelling in 2022 lijkt niet opportuun. Delegatiebesluit (overgedragen wijzigingsbevoegdheid raad naar college): een opzet voor het delegatiebesluit is in de maak, maar dient nog verder te worden uitgewerkt. We willen dit onderdeel graag samen met het adviesrecht (hier komen we later nog op terug) aan uw raad voorleggen omdat sprake is van een samenhang tussen deze onderdelen. De planning is uiterlijk kwartaal 1 van 2022 vanwege uitstel van de wet. Overige relevante zaken Er wordt een plan van aanpak omgevingsplan vastgesteld door het college. Dit plan van aanpak wordt in samenspraak met de VNG gemaakt voor Zevenaar. Hierin leggen we vast voor onszelf en voor initiatiefnemers hoe we als gemeente vorm geven aan de overgang van bestemmingsplannen naar 1 omgevingsplan. Dit wordt een interne richtlijn en dient ook als leidraad richting initiatiefnemers. We willen dit plan van aanpak in 2021 gereed hebben zodat we betrokkenen tijdig kunnen informeren over de werkwijze richting het omgevingsplan. Er komen rijksregels over naar de gemeente (de bruidsschat). We gaan de rijksregels waarvoor de gemeente het bevoegd gezag wordt, inventariseren en op maat maken indien nodig.
Hiermee zijn we al bezig, mede in regionaal verband en in samenspraak met de Omgevingsdienst. Dit proces loopt en blijft doorgaan tot 1 juli 2022 en daarna. Deze rijksregels krijgen in de periode 2022-2029 al dan niet een plaats in het omgevingsplan. Uitstel van de Omgevingswet brengt geen verandering in de planning. We gaan ambtelijk oefenen met een nieuwe manier van bestemmen conform de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. We zijn hiermee gestart en willen de eerste bevindingen aan u voorleggen in de informatieve raadinformatieavond die gepland staat op 8 september dit jaar. Uitstel van de Omgevingswet brengt geen verandering in de planning.
zaaknummer Z/19/342350
pagina 4 van 7
4. Omgevingsvergunning Vanaf 1 juli 2022 gelden direct de nieuwe eisen voor het kunnen aanvragen van een omgevingsvergunning. De wettelijke termijn voor het beslissen op een vergunningsaanvraag wordt 8 weken (i.p.v. de huidige 26 weken). Daarnaast moet in de huidige praktijk de gemeenteraad een ‘verklaring van geen bedenkingen’ afgeven, voordat het college beslist op aanvragen omgevingsvergunning die afwijken van het geldende bestemmingsplan. Daarbij kan de gemeenteraad ‘categorieën van gevallen’ aangeven waarin die verklaring niet nodig is. Onder de Omgevingswet is het omgekeerd. Er is geen advies van de raad nodig, tenzij de raad heeft aangegeven dat hier een bindend advies voor nodig is. De gemeenteraad kan dus gevallen aanwijzen waarin een bindend advies van de raad nodig is om af te wijken van het omgevingsplan. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht en beslist het college over een aanvraag omgevingsvergunning. De bestaande ‘verklaring van geen bedenkingen’ vervalt hiermee. Planning besluitvorming raad: • Adviesrecht gemeenteraad Zevenaar (nu verklaring van geen bedenkingen): een voorstel voor het adviesrecht gemeenteraad is ambtelijk klaar. Met het uitstellen van de Omgevingswet dient dit voorstel uiterlijk kwartaal 1 van 2022 aan uw raad te worden voorgelegd als minimale eis voor de invoering.
• Participatiebeleid: dit beleid is ambtelijk afgerond en wordt binnenkort ter consultatie voorgelegd aan verschillende stakeholders. De definitieve versie incl. consultatie wordt in het najaar aan uw raad voorgelegd. Dit beleid moet uiterlijk 1 juli 2022 zijn vastgesteld. Spoor 2: Project Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) Zevenaar moet worden aangesloten op de landelijke voorziening DSO en dit moet werkbaar zijn. Uitgangspunt is dat we vanaf de zomermaanden kunnen gaan oefenen met het DSO en het landelijke systeem kunnen gaan inrichten voor Zevenaar. Dit zal een doorlopend proces zijn in 2 fasen: tot 1 juli 2022 klaar zijn voor de basistaken DSO-LV en de jaren daarna het verder invullen van het DSO met relevante documenten en visies. Ten aanzien van de implementatie van het DSO leggen wij aan uw raad (vooralsnog) niets ter besluitvorming voor. Spoor 3: Anders werken (inclusief de werkprocessen) De manier van werken binnen de Omgevingswet staat niet op zichzelf, maar heeft raakvlakken met de uitgangspunten vanuit de visie voor “Zevenaar Verbindt”. Er is aandacht voor houding/ gedrag van medewerkers, opleiding binnen de nieuwe werkprocessen. Planning besluitvorming raad: • Werkprocessen: we zijn volop bezig met het inrichten van de processen om te kunnen werken met de Omgevingswet.
De processen onder de Omgevingswet zijn in beeld gebracht en de afspraken met onze ketenpartners lopen over de nieuwe werkwijze. Zo leggen we dit kwartaal de werkafspraken met de Omgevingsdienst vast en wordt met de andere ketenpartners ook vastgelegd hoe en binnen welke termijnen wordt geadviseerd. Besluitvorming hierover kan met het uitstel van de Omgevinsgwet worden doorgeschoven naar kwartaal 2 van 2022 omdat dit meer formele afspraken zijn zonder veel beleidsruimte voor uw raad. Uitstel van de wet geeft ons meer ruimte om eerst in de praktijk te oefenen met de nieuwe werkwijze en vervolgens de werkafspraken te verfijnen. • Vaststellen legesverordening: dit is ook een verplichte eis voorafgaand aan inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regulier wordt de Legesverordening altijd in december aan uw raad voorgelegd. We willen daar nog steeds op sturen mits we
zaaknummer Z/19/342350
pagina 5 van 7
voldoende inzicht hebben in de leges voor de verschillende producten onder de Omgevingswet. Overige relevante zaken: • De dienstverlening is ingericht op de Omgevingswet: We zijn recent gestart met de omgevingstafel om in een vroeg stadium plannen integraal te beoordelen en af te stemmen. Dit moet de dienstverlening verbeteren. Met de Omgevingstafel werken we in de geest van de Omgevingswet. We denken in mogelijkheden en gebruiken de “Ja, mits” houding. We zijn in staat om complexe initiatieven in de reguliere procedure van 8 weken af te handelen. In dialoog met de initiatiefnemer kunnen we meer initiatieven mogelijk maken. Door vroeg contact te hebben met de initiatiefnemer kunnen we meer kwaliteit toevoegen aan initiatieven en kunnen we meer bestuurlijke opgaven realiseren. Samen in gesprek met een initiatiefnemer en belanghebbenden aan de omgevingstafel levert betere oplossingen. Dit in tegenstelling tot de huidige veelal schriftelijke communicatie. De omgevingstafel bevordert de regionale samenwerking. Een initiatief wordt namelijk in overleg met de ketenpartners afgehandeld. We vinden het efficiënt voor onze regionale samenwerking om op dezelfde manier te gaan werken, met dezelfde processen, werkwijze, rollen en timing. We zien dat de Omgevingstafel tijdwinst en minder werk oplevert. Uitstel van de Omgevingswet verandert niets aan de planning.
We gaan hiermee verder in aanloop naar 1 juli volgend jaar. Rol gemeenteraad: De rol van de gemeenteraad in het gehele invoeringsproces is zeer verschillend. De invoering raakt aspecten waarin de gemeenteraad geen of een beperkte rol heeft. Dit zijn bijvoorbeeld zaken in de bedrijfsvoering, opleidingen van medewerkers, organisatieaanpassing. Met name op het vlak van wet/regelgeving en de procesgang hierbij, is de rol van de raad het grootst. Het gaat dan om de zaken waar de gemeenteraad een inhoudelijk besluit op moet nemen zoals een omgevingsplan, omgevingsvisie, een visie op participatie, een Verordening fysieke leefomgeving. De rol van de raad is daarmee vooral die van bevoegd gezag. Communicatie en vervolgproces Op welke wijze wordt de raad betrokken? Er komen vanaf september dit jaar formele momenten waarop aan de raad besluiten worden voorgelegd. Daarnaast vraagt de wet, gelet op de impact, ook om momenten om het proces met elkaar af te stemmen. Het college zal de raad ieder kwartaal met een raadsinformatiebrief zoals deze informeren over de stand van zaken. Het college zal sturen op de voortgang en de te nemen stappen in 2021 en 2022 in aanloop naar het moment van invoering. Communicatieplan Er is een communicatieplan opgesteld. Dit plan ziet op communicatie intern en extern. Intern vindt er al volop communicatie plaats via de diverse kanalen.
Wat betreft externe communicatie sluiten we aan bij de landelijke campagne. Deze start ongeveer 3 maanden voorafgaand aan invoering van de wet. Vervolgproces De uitvoering van het implementatie kent twee fasen: Tot 1 juli 2022 zorgen we dat we minimaal klaar zijn om te werken met en volgens de Omgevingswet. Parallel op en aansluitend (na 1 juli 2022) ontstaat dan ruimte om de strategische keuzes van Zevenaar rondom de fysieke leefomgeving participatief met haar omgeving te gaan maken. Een schematische weergave van de sporen en de uitvoering van het implementatieplan is als volgt: zaaknummer Z/19/342350
pagina 6 van 7
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar,
Danielle Jansen secretaris
Lucien van Riswijk burgemeester
Bijlagen 1. INK/21/1033867:
Brief van minister Ollongren van 27 mei 2021.
zaaknummer Z/19/342350
pagina 7 van 7
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGeneraal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
Datum
27 mei 2021
Betreft
Uitkomsten Bestuurlijk Overleg Omgevingswet 26 mei jl.
Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Kenmerk 2021-0000276677
Onlangs heb ik u geïnformeerd over verschillende onderwerpen in het kader van de implementatie van de Omgevingswet1 en de stand van zaken van toezeggingen en moties2. Daarbij gaf ik aan dat ik op 21 april 2021 indringend met mijn bestuurlijke partners heb gesproken over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet. Samen concludeerden we dat we nog steeds volledig achter de invoering van de Omgevingswet staan. Ook constateerden we dat er extra tijd nodig was om tot definitieve besluitvorming te komen over de datum waarop de Omgevingswet verantwoord in werking kan treden. Met deze brief infomeer ik u over de uitkomsten van een tweede bestuurlijk overleg dat heeft plaatsgevonden op 26 mei jl. De tussenliggende weken zijn benut om scherp te krijgen hoe we een zorgvuldige en verantwoorde inwerkingtreding mogelijk kunnen maken. Hierbij zijn meerdere planningsopties (1 januari, 1 april en 1 juli 2022) overwogen. Daarbij zijn naast VNG, IPO, UvW en de rijkspartijen ook een groot aantal kleine en grote gemeenten, provincies, softwareleveranciers en stedenbouwkundige bureaus betrokken, die veel van de werkzaamheden voor deze overheden verrichten.
Startdatum Omgevingswet op 1 juli 2022 Er bestaan uiteenlopende wensen en ambities ten aanzien van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Alles afwegende ben ik met de bestuurlijke partners tot de conclusie gekomen dat het nodig is om de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet met een half jaar te verplaatsen naar 1 juli 2022. Er is meer tijd nodig om het Digitale Stelsel Omgevingswet opgeleverd, ingeregeld en stabiel werkend te krijgen. 1 juli is volgens de 1 Kamerstukken 1 2020/21, 33118 CC en Kamerstukken 2 2020/21, 33 118 nr. 188 2 Kamerstukken 1 2020/21, 33118 EK
Pagina 1 van 7
Kenmerk 2021-0000276677
bestuurlijke partners een verantwoorde keuze waarbij het belang van de continuïteit van dienstverlening aan burgers en bedrijven en de doorgang van urgente gebiedsontwikkelingen centraal staan. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de laatste minimale functionaliteiten van de landelijke voorziening van het DSO die nodig zijn voor inwerkingtreding uiterlijk oktober 2021 gereed zijn en werken. De komende maanden hou ik samen met de bestuurlijke partners vinger aan de pols om te bezien of we de voortgang maken die we beogen. Werkende ketens Het werkend krijgen van het stelsel van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, omdat er gewerkt wordt in ketens en overheden daarmee van elkaar én van derden afhankelijk zijn. Dit is een punt dat ik met de bestuurlijke partners steeds heb benadrukt: we doen dit samen, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid. Voor een verantwoorde inwerkingtreding is het daarom binnen de gestelde minimale criteria noodzakelijk dat we er gezamenlijk voor zorgen dat iedereen momentum blijft houden en dat we voortdurend de vinger aan de pols houden op alle elementen die ervoor zorgen dat een werkend stelsel ontstaat. Dit betekent niet alleen dat het landelijke deel van het DSO (DSO-LV) wordt opgeleverd en stabiel is, maar ook dat softwareleveranciers hun software aanpassen en bevoegd gezagen zich aansluiten.
Het betekent ook dat de ketens voor vergunningverlening en planvorming elk op zich en in samenhang moeten werken. Daarvoor is het nodig dat er voldoende inregel- en oefentijd is. Bevoegd gezagen hebben weliswaar losse onderdelen van het stelsel - en met name van de voor burgers en bedrijven cruciale keten ‘van aanvraag tot afhandeling’ – al kunnen beproeven. Maar het is ook nodig dat bevoegd gezagen dat kunnen met het hele stelsel en met werkelijke content. Voortgang ontwikkeling DSO-LV Zoals aangegeven zijn onderdelen van DSO-LV stabiel en beschikbaar. Er wordt bijvoorbeeld al geoefend met de voorziening waarmee overheden kunnen samenwerken aan het afhandelen van vergunningaanvragen (samenwerkfunctionaliteit). Ook de systemen voor toepasbare regels en vergunningverlening zijn beschikbaar voor inregelen en oefenen. Bevoegde gezagen sluiten hierop aan. Het overbrengen van al deze onderdelen naar een daadwerkelijke productiesituatie vergt inregeltijd. Ook de planketen vordert, maar geeft nog een te gemêleerd beeld: de ontwikkeling van de landelijke voorziening DSO is in het laatste stadium, maar het is de verwachting dat op basis hiervan de laatste softwareleveranciers pas in oktober van 2021 hun systemen in gereedheid hebben kunnen brengen.
Vanaf dat moment kunnen de bevoegde gezagen, die van de software van deze leveranciers gebruik maken, ook aansluiten en oefenen en hun stedenbouwkundige bureaus daarin betrekken. Diverse gemeenten zijn echter al verder en op koers om aangesloten en ingericht te zijn. Ook hiervoor geldt dat
Pagina 7 van 7
Kenmerk 2021-0000276677
vervolgens de overstap naar productie ingeregeld moet worden voor de gemeenten, die dit voor inwerkingtreding willen doen. Er zijn ook gemeenten die aangeven in eerste instantie gebruik te zullen maken van de mogelijkheden in het geboden overgangsrecht. Voldoende tijd voor inregelen, beproeven en oefenen Naast de techniek is het dus belangrijk dat er voldoende tijd is voor de uitvoeringspraktijk en de eindgebruikers (burgers en bedrijven) om de inhoud van het stelsel te beproeven en ermee te oefenen. De oorspronkelijke afspraak was dat één jaar voor inwerkingtreding een stabiele versie van de wet- en regelgeving beschikbaar moest zijn3. In de gekozen pragmatische aanpak is met de bestuurlijke partners aanvullend afgesproken, dat bevoegd gezagen zes maanden effectieve inregel- en oefentijd hebben met het gehele stelsel en de daartoe benodigde content. Gezien alle voorbereidingen die bevoegd gezagen reeds getroffen hebben, is de inschatting dat zes maanden voldoende tijd is. Onderdeel van de uitvoeringspraktijk is dat veel bevoegde gezagen deze activiteiten hebben uitbesteed bij marktpartijen die zich ook op de veranderingen moeten voorbereiden. Voor een zorgvuldige invoering is het van belang het stelsel voorafgaand aan inwerkingtreding ook tot op dit niveau ingericht te krijgen.
Dit wordt ook benadrukt door softwareleveranciers, stedenbouwkundige bureaus en door vertegenwoordigers van ondernemers. Tijdelijke alternatieve maatregelen In mijn brief over het kritieke pad naar inwerkingtreding per 1 januari 2022 van de Omgevingswet heb ik ook melding gemaakt van tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) die ingericht kunnen worden om die inwerkingtreding op die datum te verzekeren. Dit in opvolging van de adviezen van het BIT om deze maatregelen in te richten zodanig dat de Omgevingswet met de gereed zijnde onderdelen van het DSO van start kan gaan. Deze maatregelen zijn uitgewerkt met de bestuurlijke partners en besproken met (software)leveranciers en stedenbouwkundige (advies) bureaus en liggen in het verlengde van het overgangsrecht. Ze bieden bevoegde gezagen naast de zogenaamde ‘hoofdroute’ tijdelijk een alternatieve route wanneer voor het betreffende bevoegd gezag het realiseren van een mijlpaal onder druk komt te staan of een systeem nog niet beschikbaar is. Hoewel de aanwezigheid van deze maatregelen bijdraagt aan het verzekeren van de continuïteit van dienstverlening, zijn ze geen vervanging van het DSO-LV. Ook geven deze maatregelen niet wezenlijk meer inregeltijd voor, en oefentijd met, het nieuwe stelsel en alle betrokken partijen in de hele keten. Dat kan alleen via de hoofdroute.
Wel geven ze bevoegde gezagen meer handlingsperspectief in het geval van tegenvallers. Het betekent dat we de implementatieaanpak vol doorzetten, op onderdelen aanvullen en de bevoegde gezagen met de hun 3 Tweede Kamer, 933118-19, 9 juli 2015, Bestuursakkoord Implementatie Omgevingswet
Pagina 7 van 7
Kenmerk 2021-0000276677
ondersteunende leveranciers blijven ondersteunen en ze zo helpen zo snel mogelijk aan te sluiten en in te regelen. Met de bestuurlijke partners heb ik afgesproken dat de tijdelijke alternatieve maatregelen een half jaar voor inwerkingtreding ingeregeld en gereed zijn om mee te oefenen. Momentum behouden Vasthouden aan de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 betekent dat de partijen die er inmiddels klaar voor zijn, slechts beperkt het nieuwe stelsel kunnen benutten. Het betekent echter ook dat de partijen die nog niet zo ver zijn, maar vooral ook partijen die met meer ambitie aan de slag willen, onvoldoende oefentijd hebben om het stelsel in te regelen en werkend te krijgen. Ook de tijd die er dan nog is voor het oplossen van bevindingen en onvolkomenheden door ofwel leveranciers van lokale systemen ofwel de beheerorganisatie is naar verwachting te krap. Ook de optie van inwerkingtreding per 1 april 2022 is om deze reden afgevallen. Uitstel van de wet betekent niet uitstellen van activiteiten. Met de nieuwe datum van 1 juli 2022 krijgt de uitvoeringspraktijk duidelijke richting waartoe bewogen moet worden. Dat is essentieel voor een goede voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet en het continueren van de inspanningen en energie die nu door alle betrokken partijen wordt geleverd.
Behoud van momentum is voor alle partijen van groot belang zodat het instrumentarium van de Omgevingswet zo snel als mogelijk kan worden ingezet voor de realisatie van belangrijke maatschappelijke opgaven. De voorbereidingen van voorontwerpen en ontwerpbesluiten voor gebiedsontwikkeling, zoals voor de woningbouw, de energietransitie, etc., kunnen daar dan nu al op worden gericht. Punt van aandacht is wel dat de start per 1 juli 2022 tijdens de zomerperiode valt en vlak nadat bij de gemeenten nieuwe colleges zijn geïnstalleerd. Met de bestuurlijke partners hou ik vinger aan de pols en bezie ik of dit leidt tot knelpunten die verdere beheersmaatregelen behoeven. Navolgend ga ik nader in op het besluit en de consequenties voor wetgeving, voorhang ontwerp-KB en financiën.
Consequenties uitstel voor wetgeving en voorhang ontwerp-KB Gevolgen voor de wet- en regelgeving De wet- en regelgeving van het stelsel van de Omgevingswet (hoofdspoor, invoeringsspoor en aanvullingssporen) zal in juli 2021 zijn vastgesteld en bekendgemaakt. De regels zijn voor iedereen kenbaar en kunnen worden gebruikt bij de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. In de periode tot de inwerkingtreding wordt er in onderhoud voorzien om de geldende regelgeving en het nieuwe stelsel actueel te houden.
Pagina 7 van 7
Kenmerk 2021-0000276677
De nieuwe startdatum vormt geen belemmering voor verdere ontwikkelingen. Wijzigingen, bijvoorbeeld ter implementatie van Europese wet- en regelgeving, worden tot de datum van inwerkingtreding zo veel mogelijk vormgegeven als dubbelwijzigingen (wijzigingen van het huidige recht en het stelsel van het Omgevingsrecht). Dit zorgt ervoor dat de inwerkingtreding van die wijzigingen niet afhankelijk is van de Omgevingswet of omgekeerd. De wijzigingen kunnen daarmee doorgang vinden, zoals voorzien. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen blijft, gelet op de gezamenlijke implementatievoorbereidingen, gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De latere inwerkingtreding heeft geen gevolgen voor het in de wetgeving opgenomen overgangsrecht. Dat blijft onverkort van toepassing. Ook de duur ervan wijzigt niet. De tijdstippen tot wanneer het overgangsrecht geldt, bijvoorbeeld voor waterschapsverordeningen en omgevingsplannen, worden bij Koninklijk Besluit (KB) bepaald. Die tijdstippen zijn in overleg met bestuurlijke partners op maat te maken. Proces voorhang KB Tijdens de behandeling van de wetgeving heeft het parlement te kennen gegeven de vinger aan de pols te willen houden wat het moment betreft van de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel.
Om die reden is de Omgevingswet aangevuld met een bepaling dat het ontwerp van het inwerkingtredings-KB bij beide Kamers voor instemming wordt voorgehangen (art. 23.10 lid 2). Het op een dergelijke wijze voorhangen gebeurt niet vaak en geeft het parlement maximale invloed op de beslissing over het moment van inwerkingtreding. Dit past bij het bijzondere karakter van deze omvangrijke stelselherziening die in nauw samenspel tussen regering en parlement tot stand is gekomen. Op 17 december 2020 heb ik het ontwerpbesluit tot inwerkingtreding van de Omgevingswet aan uw Kamer aangeboden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een afsluitend debat op 25 februari 2021. Het is belangrijk dat in beide Kamers een zorgvuldige behandeling kan plaatsvinden. Ik heb bij de behandeling van het ontwerp-KB in de Eerste Kamer dan ook aangegeven dat ik het ontwerp niet ter bekrachtiging aan de Koning voorleg totdat het parlement met de voorgestelde datum heeft ingestemd. Daarnaast heb ik uiteengezet dat, mocht door omstandigheden 1 januari 2022 niet haalbaar blijken te zijn, ik een nieuw voorstel doe voor een inwerkingtredingsdatum. Nu dat, zoals ik hierboven heb toegelicht, het geval is, heb ik besloten de voorhang van het ontwerpbesluit te beëindigen. Ik zal vervolgens na de zomer een nieuw ontwerpbesluit bij beide Kamers voorhangen, met 1 juli 2022 als datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Dit ontwerpbesluit doorloopt de volledige voorhangprocedure, met de waarborgen voor beide Kamers zoals beschreven in de brief van 13 januari jl.4 en besproken in het debat met de Eerste Kamer op diezelfde dag. 4
Kamerstukken I 2020/21, 33118, BO. Pagina 7 van 7
Kenmerk 2021-0000276677
Ik ga graag met uw Kamer in gesprek over het vervolgproces op weg naar de parlementaire besluitvorming over de nieuwe datum. Daarnaast doe ik u de gebruikelijke voortgangsinformatie (waaronder de aansluitcijfers en een voortgangsbrief in juli) toekomen.
Financiële consequenties In het eerder aan uw Kamer toegezonden Integrale Financiële Beeld (IFB) heb ik uiteengezet wat de betekenis was van het eerdere uitstel. Evident is dat het verschuiven van de inwerkingtredingsdatum van 1 januari naar 1 juli 2022 ook financiële impact heeft op de bevoegde gezagen en mijn ministerie. Inhoudelijk gaat het om de financiële consequenties voor de bevoegde gezagen, te weten extra implementatiekosten, het langer overeind houden van bestaande koppelingen naast de nieuwe en indien nodig het treffen van tijdelijke alternatieve maatregelen. Voor mijn ministerie en de bestuurlijke partners gaat het om het langer in de lucht houden van de programmaorganisatie en de bestaande, landelijke systemen en het ondersteunen van tijdelijke alternatieve maatregelen. Daarnaast is de ontwikkeling van de DSO-LV complexer dan voorzien (met name de zogenoemde planketen). De precieze financiële impact van een besluit tot uitstel en de ontwikkeling van het DSO-LV wordt nu in kaart gebracht. Het vergt nog nader overleg, zowel binnen het kabinet als interbestuurlijk over de wijze waarop dat wordt opgevangen. Wanneer hier duidelijkheid over is, zal ik uw Kamer daarover nader informeren.
Afsluitend In ons bestuurlijk overleg en de daaraan voorafgaand gevoerde gesprekken blijkt dat uitstel met een half jaar partijen enerzijds het vertrouwen geeft dat ze hun organisaties beter kunnen voorbereiden op de komende veranderingen en anderzijds voldoende nabij is om geen momentum te verliezen. Invoering per 1 januari 2022 betekent dat de bestuurlijke partners en ik met onzekerheid over zouden stappen. Invoering per 1 juli 2022 geeft alle bevoegd gezagen minimaal zes maanden effectieve oefen- en inregeltijd. Het maakt het mogelijk te oefenen met een werkende keten, er is beter zicht de werking van DSO-LV en de lokale systemen, er zijn meer partijen aangesloten. Bovendien is er meer tijd om ook op het alle niveaus te checken op het behoud van dienstverlening en eventuele vraagstukken op te lossen. Dat komt burgers en bedrijven ten goede. Een goede start van de Omgevingswet betekent dat burgers en bedrijven goed bediend kunnen worden. De primaire processen van vergunningverlening en planvorming bij bevoegde gezagen moeten zo min mogelijk hinder ondervinden terwijl de dienstverlening op peil blijft. Dit is waarom we nu meer tijd nemen.
Pagina 7 van 7
Kenmerk 2021-0000276677
Uiteraard wordt na de nieuwe datum verder gewerkt aan de bestuurlijk afgesproken ambities, zodat de dienstverlening komende jaren verder kan groeien. Ik zal u aan de hand van de gebruikelijke monitoring, testresultaten en een bijgesteld pad naar inwerkingtreding (Route 2022) blijven informeren over onze vorderingen. In een aparte brief zal ik op korte termijn ingaan op uw gestelde vragen.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drs. K.H. Ollongren
Pagina 7 van 7