241002 Bijlage 3 RIB 2024-434 Rapport strategiebepaling gezonde toekomst_Geanonimiseerd
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Aan de leden van de gemeenteraad
Datum Zaaknummer Onderwerp Portefeuillehouder
28 mei 2024 Z/24/472384 /ADV/24/1212357 Rapport strategiebepaling gezonde toekomst A. Boone
Geachte leden van de gemeenteraad, Inleiding Vanaf 2026 wordt de gemeente geconfronteerd met de ravijnjaren. In de kadernota 2025 -2028 is te zien dat wij vanaf 2026 een tekort hebben van ongeveer 10 miljoen euro. Als bijlage ontvangt u het rapport dat u is toegezegd. Dit rapport verstrekken wij u nu, direct nadat wij als college kennis hebben genomen van de inhoud. In de raadsvergadering van 28 februari 2024 heeft de gemeenteraad besloten welke strategie zij toe wil passen om deze uitdaging het hoofd te bieden. Bij de kadernota 2026 -2029 wil de gemeenteraad beschikken over voorstellen die de mogelijkheid geven om een sluitende meerjarenbegroting op te stellen. Om meer inzicht te krijgen in bezuinigingsrichtingen is in eerste instantie een benchmark uitgevoerd. Op welke beleidsterreinen is er ruimte om besparingen door te voeren en waar niet. In het rapport is inzicht gegeven door onze gemeente te vergelijken met vergelijkbare (referentie)gemeenten. Mede op basis van deze inzichten willen we bepalen hoe wij kunnen komen tot een structureel sluitende begroting vanaf 2026. Kernboodschap In afstemming met de gemeenteraad willen wij bepalen welke bezuinigingstaakstellingen per programma onderzocht moeten worden.
Bij de begroting 2025 – 2028 willen wij in afstemming met de raad een voorstel doen voor de opgaven, zodat wij ter voorbereiding op de kadernota 2026 – 2029 concrete maatregelen kunnen uitwerken en ter besluitvorming kunnen voor leggen aan de raad. Context context context2 context3 ☒ Actueel maatschappelijk onderwerp/probleem ☒ Collegeprogramma ☒ Motie/amendement/toezegging ☐ Anders, namelijk
Inhoudelijke boodschap In de bijlage treft u het rapport aan. In dit rapport is onze gemeente vergeleken op basis van uitgaven of inkomsten per inwoner. Er zijn een drietal vergelijkingen gemaakt, aangevuld met indicatoren rondom bepaalde onderwerpen (pagina 11 van het rapport). Vergelijking op basis van primaire begroting 2024 Gemeenten moeten op basis van verslaggevingsregels (IV3) hun inkomsten en uitgaven op een vaste plek registreren. In hoofdlijnen zijn gemeenten daardoor met elkaar te vergelijken. In het rapport zijn de cijfers uit de primaire begrotingen 2024 van de Nederlandse gemeenten gebruikt (pagina 10 van het rapport). Verschillende vergelijkingen De eerste vergelijking is een vergelijking met het gemiddelde van Nederland, de tweede is een vergelijking met gemeenten in dezelfde grootteklasse en de derde is een vergelijking met referentiegemeenten. Referentiegemeenten zijn gemeenten die op basis van criteria van het CBS en het ministerie van BZK vergelijkbaar zijn met Zevenaar. Hoofdlijnen van de vergelijkingen Op pagina 7 van het rapport treft u de hoofdlijnen van de benchmark aan. In de toelichting op deze hoofdlijnen wordt er een duiding gegeven aan de bevindingen. In hoofdlijnen kan geconcludeerd worden dat wij gemiddeld een hogere algemene uitkering ontvangen en meer (parkeer)belastingen ontvangen dan referentiegemeenten.
Wij geven minder uit aan verkeer, vervoer & waterstaat en sport, cultuur & recreatie. Wij besteden aanzienlijk meer per inwoner aan het sociaal domein in alle vergelijkingen. Bij de overhead geven wij meer uit dan referentiegemeenten, maar minder dan gemeenten met een vergelijkbare omvang. In programma 7 geven wij met name meer uit aan maatregelen in het kader van duurzaamheid die zijn opgenomen in taakveld 7.4. Methoden voor verdeling van taakstellingen In het onderzoek zijn naast de vergelijkingen ook theoretische methoden opgenomen hoe wij met de taakstelling om kunnen gaan. In paragraaf 5.5 is een totaal overzicht opgenomen. Methoden die zijn uitgewerkt zijn: - Een verdeling van de taakstelling op basis van (theoretische) beleidsruimte. De beleidsruimte die is gebaseerd op een onderzoek van de Raad van het Openbaar Bestuur (paragraaf 5.1). - Taakstellingen gebaseerd op de vergelijking met referentiegemeenten (paragraaf 5.2). - Een model waarbij rekening wordt gehouden met het VNG advies om de taakstellingen bij medebewindstaken te beleggen (paragraaf 5.3) - Een toedeling van de taakstelling op basis van de netto-uitgaven per programma. Zorgvuldigheid Zoals aangegeven worden verschillende vergelijkingen gemaakt. Door de verschillende aannames, maar ook afwijkingen binnen de vergelijkingen kunnen inzichten alleen als indicatie voor nader onderzoek worden gebruikt.
Op basis van de benchmark moet eerst een verdiepende analyse worden uitgevoerd om realistische opgaven te kunnen bepalen.
Bezuinigingrichtingen In hoofdstuk 6 is een aanzet gemaakt voor mogelijkheden voor bezuinigingen. Bezuinigingen die door andere gemeenten zijn voorgesteld of meer algemeen van toepassing kunnen zijn. Deze zijn niet specifieke geënt op de bevindingen van de benchmark die is uitgevoerd. In bijlage 2 van het rapport is per taakveld een beschrijving toegevoegd van de belangrijkste taken, verplichtingen, ontwikkelingen en risico’s van taakstellingen per taakveld. Advies vervolg traject In hoofdstuk 7 staat een advies geformuleerd hoe wij het vervolg proces kunnen vormgeven. Communicatie en vervolgproces Communicatie naar buiten Op 4 juni wordt de gemeenteraad door de onderzoekers meegenomen in het onderzoek en de belangrijkste inzichten. Er wordt een persgesprek ingepland waarbij de portefeuillehouder een toelichting geeft op het rapport. Vervolgproces Op basis van het rapport en de presentatie willen wij in afstemming met de gemeenteraad bij de begroting 2025 – 2028 de opgave per programma vaststellen. In de periode tussen het vaststellen van de kadernota en het vaststellen van de begroting willen wij met de raad hierover in gesprek gaan. Wij zullen bij de agendacommissie een verzoek doen om dit begin september in te plannen.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar,
Danielle Jansen secretaris
Bijlagen 1. 1211844 2. 1211845
Lucien van Riswijk burgemeester
Rapport strategiebepaling gezonde toekomst Presentatie strategiebepaling gezonde toekomst
Strategiebepaling voor een
1 e
C O N C EP T
gezonde toekomst
Rapport | mei 2024
Partners in verbetering
Strategiebepaling voor een gezonde toekomst Rapport Gemeente Zevenaar
Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Inhoudsopgave H1 | Samenvatting 1.1 Opdracht 1.2 Een beperkt deel van de begroting is maar beïnvloedbaar 1.3 Beïnvloedbaar is niet hetzelfde als ‘franje’ 1.4 Een onderscheid tussen de beleidsterreinen en de algemene middelen 1.5 Het beïnvloedbare deel bedraagt ongeveer € 32 miljoen H2 | Aanleiding, opdracht en aanpak 2.1 Gemeentefinanciën onder druk 2.2 Begrotingsadvies VNG 2.3 Situatie in Zevenaar 2.4 Vraag aan BMC 2.5 Aanpak: een kwantitatief spoor en een kwalitatief spoor H3 | Samenvatting uit de benchmark 3.1 Uitgangspunten voor de benchmark 3.2 Samenvattend overzicht van de benchmark 3.3 Belangrijkste conclusies van de benchmark 3.4 Overzicht van de uitkeringsmaatstaven 3.5 Analyse van de uitkeringsmaatstaven H4 | Vrije beleidsruimte 4.1 Speelruimte gemeenten is beperkt 4.2 Totaaloverzicht van de beleidsruimte 4.3 Invulling van de vrije beleidsruimte in Zevenaar H5 | Voorzet voor een verdeling van een taakstelling 5.1 Taakstelling naar rato van de vrije beleidsruimte 5.2 Taakstelling op basis van de benchmark 5.3 Begrotingsadvies van de VNG 5.4 Modelmatige doorrekening naar advies VNG 5.5 Een vergelijking van de varianten H6 | Aanzet voor bezuinigingsrichtingen 6.1 Een samenhangend geheel 6.2 Verwevenheid van de beleidsterreinen 6.3 De vijf meest significante ombuigingsrichtingen 6.4 Overzicht per programma Bestuur en organisatie Veiligheid Verkeer en vervoer Economie
Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Sociaal Domein Sociaal Domein - Basisvoorzieningen Sociaal Domein - Participatie
Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
1 1 1 1 1 1 3 3 3 3 4 5 6 6 7 7 13 15 16 16 18 19 20 20 21 22 23 24 26 26 26 28 30 31 32 33 34 35 37 38 38 39
Sociaal Domein - Wmo/Opvangvoorzieningen Sociaal Domein - Jeugd Volksgezondheid en duurzaamheid Ruimtelijke ontwikkeling, Volkshuisvesting en Stedelijke Vernieuwing H7 | Aanzet voor een vervolgproces Bijlage 1: Overzicht van de algemene middelen Bijlage 2: Beschrijving van beleidsterreinen Programma Bestuur en Ondersteuning Programma Veiligheid Programma Verkeer en Vervoer Programma Economie Programma Onderwijs Programma Sport, cultuur en recreatie Programma Sociaal Domein - Basisvoorzieningen Programma Sociaal Domein - Participatie Programma Sociaal Domein - Wmo/Opvangvoorzieningen Programma Sociaal Domein - Jeugd Programma Volksgezondheid en Duurzaamheid Programma Volkshuisvesting, RO en Stedelijke Vernieuwing Algemene middelen Colofon
40 41 43 45 47 49 50 50 55 57 60 62 66 75 79 82 87 91 98 101 108
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
H1 | Samenvatting 1.1 Opdracht De gemeente Zevenaar staat voor de opgave om de meerjarenbegroting vanaf 2026 structureel reëel sluitend te maken. Hiertoe is het traject ‘Strategiebepaling voor een gezonde toekomst’ in gang gezet. De gemeente Zevenaar heeft aan BMC gevraagd om op korte termijn (uiterlijk 1 mei 2024) op taakveldniveau een (financieel-technische en beleidsmatige) analyse op hoofdlijnen te vervaardigen, waarbij inzicht wordt gegeven in de wendbaarheid (beïnvloedbaarheid) van de verschillende onderdelen van de begroting van de gemeente Zevenaar. Deze inzichten zijn vertaald in een lijst met mogelijke, realistische bezuinigingsrichtingen, die op 4 juni 2024 aan de gemeenteraad worden gepresenteerd.
1.2 Een beperkt deel van de begroting is maar beïnvloedbaar De beleidsvrijheid van gemeenten wordt ingeperkt door factoren als wet- en regelgeving, de mate van financiële vrijheid en de mate waarin verschillen tussen gemeenten maatschappelijk worden geaccepteerd. Studies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) leiden tot de conclusie dat het deel waarin de gemeenten een eigen beleidsvrijheid hebben circa 15 tot 20% bedraagt van de totale uitgaven. In dit rapport borduren we voort op deze analyse, brengen we hier op onderdelen enkele verfijningen aan, en passen we dit toe op de begroting van de gemeente Zevenaar. De opbouw en de aanpak zijn in het rapport verder toegelicht.
1.3 Beïnvloedbaar is niet hetzelfde als ‘franje’ Beïnvloedbaar wil alleen maar zeggen of de gemeente een eigen afweging heeft om bepaalde uitgaven wel of niet te doen. Beïnvloedbaar is niet per definitie hetzelfde als ‘franje’. Het is zeer wel denkbaar dat de gemeente de eigen beleidsruimte gebruikt voor taken die alom noodzakelijk worden ervaren. Bij deze analyse staat de vraag centraal of de gemeente hierbij een eigen afwegingsruimte heeft.
1.4 Een onderscheid tussen de beleidsterreinen en de algemene middelen In de analyse maken we een onderscheid tussen de beleidsterreinen en de algemene middelen. Als het gaat om wendbaarheid, kennen de algemene middelen een andere dynamiek en lenen ze zich minder makkelijk voor een meer modelmatige benadering.
1.5 Het beïnvloedbare deel bedraagt ongeveer € 32 miljoen Bij de analyse van de beleidsterreinen komen we uit op een beïnvloedbaar deel van bijna € 32 miljoen. Op een totale begroting van circa € 165 miljoen (jaarschijf 2024) bedraagt dit aandeel ongeveer 19%. Dat is in lijn met andere studies waarop wij ons hebben gebaseerd. In onderstaand overzicht hebben we dat clustergewijs weergegeven. In het rapport zelf is een meer gespecificeerd overzicht opgenomen.
| 1 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Tabel 1: Overzicht van het beïnvloedbare gedeelte per cluster van taakvelden
| 2 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
H2 | Aanleiding, opdracht en aanpak In dit hoofdstuk worden allereerst de aanleiding en achtergrond van dit onderzoek toegelicht. Vervolgens wordt de opdracht zoals die aan BMC is verstrekt weergegeven en tot slot wordt de gekozen aanpak voor dit onderzoek toegelicht.
2.1 Gemeentefinanciën onder druk De financiën van gemeenten staan voor de langere termijn onder druk. Voor de korte termijn (tot en met 2025) is er brede overeenstemming dat de middelen toereikend zijn. Vorig jaar rekende de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit dat gemeenten vanaf 2026 € 3 miljard zouden inleveren op de algemene uitkering. In antwoord op Kamervragen is dat bedrag min of meer bevestigd door het kabinet. Ook eerdere analyses, waaronder die van het COELO, kwamen uit op dit bedrag. Uit het meest recente onderzoek dat door BDO is uitgevoerd, blijkt dat gemeenten voor 2026 rekenen met een negatief saldo van ongeveer € 1 miljard. In de Voorjaarsnota heeft het Rijk aangegeven dat de Opschalingskorting van € 675 miljoen met ingang van 2026 definitief geschrapt wordt. Daar staat echter een eenmalige korting van € 675 miljoen in 2025 tegenover.
2.2 Begrotingsadvies VNG De VNG heeft de gemeenten geadviseerd om na te denken over een situatie waarin de rijkscompensatie uitblijft. Tegelijkertijd geeft de VNG aan te willen voorkomen dat gemeenten te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen in gang zetten. Daartoe heeft de VNG een begrotingsadvies uitgebracht. In het kort komt het begrotingsadvies op het volgende neer: ● Bereid ombuigingen voor waartoe in uw gemeente besloten zal worden als de korting van € 3 miljard vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht. Breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang. ● Presenteer deze gevolgen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk. ● Betrek daarbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen die aangeeft vooral te focussen op taken in medebewind. We realiseren ons dat dit voor elke gemeente een eigen afweging vraagt die tot andere keuzes kan leiden. ● Beschrijf in ieder geval de vijf meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt.
2.3 Situatie in Zevenaar In de kadernota 2024-2027 had de gemeente Zevenaar te maken met negatieve begrotingssaldi. Begin juni 2023 is onder de noemer ‘vervolgtraject kadernota’ een traject gestart om dit voor de korte termijn (2024 en 2025) te herstellen. De insteek hierbij was om het voorzieningenniveau op peil te houden, waarbij de maatregelen zo min mogelijk impact hebben op de maatschappij. Daarbij is onder meer gekeken of er rek in reeds beschikbaar gestelde budgetten zat, of het noodzakelijk was om alle budgetten te indexeren, er dekking uit reserves mogelijk was en of er sprake was van planningsoptimisme. Dit traject heeft ervoor gezorgd dat voor de jaren 2024 en 2025 een reëel sluitende begroting kon worden opgesteld. De jaren vanaf 2026 geven echter een negatief saldo te zien. Deze negatieve saldi
| 3 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
worden mede veroorzaakt door de hierboven beschreven ontwikkelingen. Gezien de hoogte van het structurele tekort, wil de gemeente Zevenaar tijdig anticiperen op de financiële situatie vanaf 2026. De opstelling van het Rijk is hierin medebepalend en zorgt voor onzekerheid. Gezien deze onzekerheid is een ‘strategiebepaling voor een gezonde toekomst’ opgesteld, waarin we verschillende momenten hebben geformuleerd waarop we de benodigde maatregelen kunnen treffen, zodat we ook op de lange termijn een structureel sluitende begroting kunnen presenteren. Op dit moment gaat Zevenaar uit van een tekort van € 9,7 miljoen. Verwacht wordt dat voor het structureel en reëel sluitend maken van de jaren 2026 en 2027 maatregelen nodig zijn die nadrukkelijk de dienstverlening en het voorzieningenniveau raken. Het gaat om een traject met een lange doorlooptijd en grote complexiteit. De gemeente Zevenaar wil op hoofdlijnen de volgende stappen doorlopen: 1. Onderzoeksrapport 2. Taakstelling per domein 3. Vervolgproces schetsen 4. Tussentijdse bestuurlijke behandeling Vervolgproces: 5. Uitwerken per domein 6. Bestuurlijke behandeling
2.4 Vraag aan BMC De gemeente Zevenaar heeft BMC de opdracht gegeven voor het eerste onderdeel: het onderzoeksrapport. Het onderzoeksrapport bevat belangrijke input voor de vervolgstappen. De gemeente Zevenaar verwacht daarbij de volgende resultaten: ● een beleidsmatige en technische analyse op taakveldniveau (en kostenstructuur) met inbegrip van een vergelijking met andere (vergelijkbare) gemeenten; ● inzicht in beïnvloedbaarheid van de begroting (baten en lasten). Hierbij moet een focus (verdieping) plaatsvinden op de taakvelden van het sociaal domein (met name programma 6). Het resultaat moet integreerbaar zijn in Lias voor meerjarig gebruik; ● inzicht in hoe we de vrije ruimte in de gemeente Zevenaar hebben ingevuld. Wat is (minimaal) wettelijk en wat is eigen beleid/lokale beleidskeuze? Welke beleidskaders spelen een rol?; ● een lijst met mogelijke, realistische bezuinigingsrichtingen. Op welke medebewindstaken zijn bezuinigingen mogelijk?; ● dat het begrotingsadvies 2025-2028 van de VNG van 1 maart 2024 hierbij in acht wordt genomen.
Dit betekent in ieder geval het in beeld brengen van ‘de vijf meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt’, en het in concept opstellen van het onderdeel ‘Maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026’; ● voorstel voor een taakstellingsbedrag per domein op basis van de beïnvloedbare ruimte. Voorstel voor het doorlopen van het vervolgproces om te komen tot een sluitende reële begroting.
| 4 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
2.5 Aanpak: een kwantitatief spoor en een kwalitatief spoor Het kwantitatieve spoor: een modelmatige analyse Onze aanpak bestond uit een meer kwantitatief spoor en een meer kwalitatief spoor. Het kwantitatieve spoor bestaat uit een benchmark en een modelmatige analyse die is gemaakt van de beïnvloedbare uitgaven van de gemeente Zevenaar. We hebben daarbij gebruikgemaakt van eerdere studies en verkenningen, onder meer van de ROB en het ministerie van BZK. Voor de benchmark wordt de begroting 2024 van de gemeente Zevenaar afgezet tegen die van vergelijkbare gemeenten. In onze analyse maken we een onderscheid tussen: a. sociale structuur (Zevenaar: redelijk); b. de mate van stedelijkheid (Zevenaar: matig stedelijk); c. de grootteklasse (Zevenaar: 20.000 - 50.000 inwoners); d. centrumfunctie (Zevenaar: redelijk). Gemeenten die op deze onderdelen vergelijkbaar zijn met Zevenaar: ● Borne (24.526 inwoners); ● Boxtel (33.761 inwoners); ● Geldrop-Mierlo (40.463 inwoners); ● Haaksbergen (24.503 inwoners); ● Oldenzaal (31.919 inwoners); ● Stede Broec (22.135 inwoners); ● Vught (32.115 inwoners); ● Waalwijk (49.945 inwoners); ● Wijchen (41.540 inwoners); ● Winterswijk (29.253 inwoners). Op basis van beschikbare IV3-data vergelijken we Zevenaar met de referentiegroep wat betreft de baten, lasten, maatstaven van de algemene uitkering en een beperkte set niet-financiële data.
De benchmark is gebaseerd op openbare data. De volledige benchmark vormt een aparte bijlage bij dit rapport en is een zelfstandig leesbaar document. In deze notitie geven wij de belangrijkste conclusies uit de benchmark weer. Het kwalitatieve spoor: een beschrijvende analyse van het beleidsterrein Een modelmatige analyse is altijd een verschraalde weergave van de werkelijkheid. Voor het complete beeld is ook een kwalitatieve beschrijving noodzakelijk. We hebben daarom ook ieder beleidsterrein meer kwalitatief beschreven. Het gaat daarbij om eigen beleidsnormen, de mate waarin meerjarige verplichtingen zijn aangegaan, de nog niet budgettair vertaalde ambities en de risico’s van stopzetting van beleid. Aan de drie domeinen is gevraagd om per taakveld een schets te maken van het betreffende beleidsterrein. In een drietal sessies met vertegenwoordigers uit de verschillende domeinen zijn deze schetsen besproken. Ze vormen daarmee de belangrijkste ingrediënten voor de beschrijving per programma in hoofdstuk 6. Daarmee ontstaat als het ware een kwalitatieve tegenhanger van de meer modelmatige rekenexercitie.
| 5 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
H3 | Samenvatting uit de benchmark In dit hoofdstuk worden de resultaten van de benchmark gepresenteerd. In paragraaf 2.5 staat beschreven welke referentiegemeenten onderdeel uitmaken van de referentiegroep. De benchmark is onderdeel van het kwantitatieve spoor (technische analyse) van dit onderzoek.
3.1 Uitgangspunten voor de benchmark IV3-informatie De gegevens in de benchmark zijn gebaseerd op de IV3-informatie (informatie voor derden) die de gemeenten bij het CBS aangeleverd hebben. De cijfers voor de begroting 2024 zijn gebaseerd op de cijfers van de zogenoemde ‘2e plaatsing’ van januari 2024. Bedragen per inwoner De benchmarkcijfers zijn weergegeven in bedragen per inwoners, tenzij anders aangegeven. Negatieve bedragen zijn lasten, positieve bedragen zijn opbrengsten. De lasten zijn uitgedrukt in negatieve bedragen; de baten worden uitgedrukt in positieve bedragen. Netto-lasten, tenzij anders aangegeven In de regel presenteren we de netto-lasten; dat wil zeggen de lasten na aftrek van corresponderende inkomsten. Soms worden lasten en baten tot hun brutobedrag weergegeven. Waar daar sprake van is, wordt dat aangegeven. Afwijkingen zijn gekleurd weergegeven Daar waar de gemeente afwijkt van de referentiegroep, zijn de afwijkingen in kleur weergegeven. De afwijkingen zijn gekleurd weergegeven als ze groter zijn dan € 10 per inwoner. Dat is als volgt weergegeven:
Hogere inkomsten gelden als een positieve afwijking In alle gevallen, dus ook bij hogere belastingopbrengsten, gelden hogere inkomsten als een positieve afwijking. Hogere belastingopbrengsten zijn dan ook in groen weergegeven.
| 6 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
3.2 Samenvattend overzicht van de benchmark In onderstaande tabel presenteren we het samenvattende overzicht van de financiële benchmark. De bedragen zijn in euro’s per inwoner. Daar waar de afwijkingen groter zijn dan € 10 ten opzichte van de referentiegroep, is dat financieel geduid.
Tabel 2: Samenvattend overzicht financiële benchmark
3.3 Belangrijkste conclusies van de benchmark Algemene uitkering De uitkering uit het gemeentefonds is in Zevenaar hoger dan in de referentiegemeenten. Per inwoner ontvangt Zevenaar € 87 meer dan het gemiddelde van de referentiegroep. Dit komt vooral doordat Zevenaar hoger scoort op de maatstaven ‘lage inkomens’ en ‘bijstandsontvangers’. Vergeleken met de referentiegroep heeft Zevenaar meer huishoudens met een laag inkomen en ook meer bijstandsontvangers. Op deze onderdelen ontvangt Zevenaar, omgerekend in een bedrag per inwoner een hoger bedrag dan het gemiddelde van de referentiegroep. Dit vertaalt zich overigens ook in hogere uitgaven op het taakveld 6.3 (inkomensregelingen).
| 7 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Integratie-uitkering Sociaal Domein Ten opzichte van de referentiegroep ontvangt Zevenaar een lager bedrag voor de integratie-uitkering Sociaal Domein. Dit heeft met name betrekking op de uitkering in het kader van de Participatiewet. De vergoeding voor de mensen die onder de oude WSW-regeling vallen, valt hier ook onder. Het ligt in de rede om te veronderstellen dat Zevenaar een kleinere WSW-doelgroep heeft dan het gemiddelde van de referentiegroep. Dat zien we ook terug bij de uitgaven op het taakveld 6.4 (begeleide participatie). Overige maatstaven De gemeenten in de referentiegroep hebben naar verhouding een iets jongere bevolking en een iets sterkere centrumfunctie. Dat vertaalt zich omgerekend in een lager bedrag per inwoner op deze maatstaven. Daarnaast zien we op de onderliggende maatstaven enkele verschillen. Deze worden nader toegelicht bij de analyse van de uitkeringsmaatstaven (paragraaf 3.5) Hogere belastingopbrengst dan de referentiegemeenten De belastingopbrengsten liggen in Zevenaar gemiddeld hoger dan bij de referentiegemeenten. Dat wordt met name veroorzaakt door de onroerende zaakbelasting. De afvalstoffenheffing ligt evenwel lager dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Dat kan worden veroorzaakt door Diftar en de uitgangspunten die in de COELO-vergelijking zijn gekozen. Tabel 3: Belastingopbrengsten
Lagere uitgaven voor verkeer en vervoer De kosten voor onderhoud wegen liggen beduidend lager dan in de referentiegemeenten. Het verschil is ongeveer € 35 per inwoner.
| 8 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Tabel 4: Benchmark programma 2 (Verkeer en Vervoer)
Uitgaven onderwijs in lijn met referentiegemeenten Zevenaar geeft ongeveer evenveel uit aan onderwijs als de referentiegroep. Ook bij de maatstaven van de algemene uitkering scoort Zevenaar redelijk gelijk op dit onderdeel. Tabel 5: Benchmark programma 4 (onderwijs)
Lagere netto-lasten bij sport en cultuur Zevenaar kent lagere netto-lasten bij sport en cultuur dan het gemiddelde van de referentiegroep. Dat geldt voor alle onderdelen. Openbaar groen op het gemiddelde De uitgaven voor openbaar groen liggen op het gemiddelde van de referentiegroep.
| 9 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Tabel 6: Benchmark Programma 5 (Sport, cultuur en recreatie)
Sociaal Domein Het sociaal omvat een groot deel van de gemeentebegroting. Op alle onderdelen zijn in Zevenaar de netto-lasten per inwoner hoger dan in de referentiegroep. Dat zien we terug in de onderstaande tabel. Tabel 7: Benchmark programma 6 (Sociaal Domein)
| 10 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Hogere kosten voor de bijstand Op het onderdeel participatie geeft Zevenaar beduidend meer uit dan de referentiegroep. Het aantal bijstandsgerechtigden is in Zevenaar hoger dan in de referentiegemeenten: net als Zevenaar zijn dit gemeenten met een redelijke sociale structuur. De gemeenten in dezelfde grootteklassen geven omgerekend per inwoner minder uit aan bijstand en arbeidsparticipatie. Het tekort op de inkomensvoorzieningen is weliswaar groter dan dat van de referentiegroep, maar dit ligt in lijn met de hogere score op de maatstaf bijstandsontvangers in de algemene uitkering. Tabel 8: Benchmark Participatie
Wmo Het aantal huishoudens met een Wmo-voorziening ligt hoger dan het gemiddelde van de referentiegroep. Voor een deel kan dit worden verklaard door het feit dat de grijze druk (het aantal mensen van 65 jaar en ouder uitgedrukt in een percentage van het aantal mensen in de leeftijd van 20 t/m 64 jaar) in Zevenaar hoger ligt dan in het gemiddelde van de referentiegroep. Hogere kosten voor Wmo-dienstverlening De kosten voor Wmo-dienstverlening (huishoudelijke hulp en vervoer) vallen in Zevenaar hoger uit dan de referentiegroep.
| 11 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Tabel 9: Benchmark Wmo
Jeugd Het percentage jongeren met jeugdhulp ligt in Zevenaar hoger dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Het aantal huishoudens met een voorziening op grond van de Jeugdwet ligt in lijn met die van de referentiegroep. Echter, omdat de groene druk (het aantal personen van 19 jaar en jonger, uitgedrukt in een percentage van het aantal personen in de leeftijd van 20 tot 65 jaar) in Zevenaar lager is, geeft ook deze indicator eenzelfde beeld. Met andere woorden: op grond van de demografie zou je hier een lagere waarde verwachten, terwijl het aantal in lijn ligt met de referentiegroep. Tabel 10: Benchmark Jeugdhulp
| 12 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Jeugdzorg met verblijf In vergelijking met de referentiegemeenten heeft Zevenaar veel jongeren in een jeugdzorgtraject met verblijf. Dat is een dure voorziening. Dat zien we ook terug in de hogere kosten voor Jeugdzorg met verblijf in vergelijking met de referentiegroep.
Tabel 11: Benchmark Jeugdzorg met verblijf
Kosten eigen organisatie De kosten voor de eigen organisatie vallen hoger uit dan het gemiddelde van de referentiegroep. Op het onderdeel Bestuur en Burgerzaken vallen de lasten per inwoner gemiddeld lager uit. In totaliteit liggen deze twee in lijn met het gemiddelde van de referentiegroep. Verrekeningen met reserves Per saldo onttrekt Zevenaar voor een bedrag van € 76 per inwoner uit de reserves. Ook de referentiegemeenten onttrekken per saldo meer aan de reserves dan dat ze erin storten, maar dat komt neer op een bedrag van € 20. Dat is een verschil van € 56 per inwoner. Er zijn dus taakvelden waar de uitgaven nu als hoger worden aangemerkt, terwijl die gedekt worden uit de reserves. Dat is op grond van de IV3-benchmark bij de referentiegroep niet te achterhalen, omdat daarvoor de specificaties ontbreken.
3.4 Overzicht van de uitkeringsmaatstaven In onderstaande tabel zijn de scores van Zevenaar op de verschillende uitkeringsmaatstaven weergegeven. De getallen zijn in bedragen per inwoner. Afwijkingen van meer dan € 10 per inwoner zijn gekleurd weergegeven.
| 13 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Tabel 12: Benchmark maatstaven algemene uitkering
| 14 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
3.5 Analyse van de uitkeringsmaatstaven Gemiddeld € 80 per inwoner meer dan de referentiegroep Verderop is een vergelijking gemaakt op basis van de maatstaven van de algemene uitkering. Per saldo ontvangt Zevenaar € 80 per inwoner meer dan het gemiddelde van de referentiegroep. Meer huishoudens met een laag inkomen en meer bijstandsontvangers Vergeleken met de referentiegroep heeft Zevenaar meer huishoudens met een laag inkomen en ook meer bijstandsontvangers. Dat zien we terug in de maatstaven voor de algemene uitkering. Op deze onderdelen ontvangt Zevenaar, omgerekend in een bedrag per inwoner, een hoger bedrag dan het gemiddelde van de referentiegroep. Dit vertaalt zich ook in hogere uitgaven op het taakveld 6.3 (inkomensregelingen). Maatstaf jongeren De gemeenten in de referentiegroep hebben naar verhouding een iets jongere bevolking en een iets sterkere centrumfunctie. Dat vertaalt zich omgerekend in een lager bedrag per inwoner op deze maatstaven. Sociaal Domein Ten opzichte van de referentiegroep ontvangt Zevenaar een lager bedrag voor de integratie-uitkering Sociaal Domein. Dit heeft met name betrekking op de uitkering in het kader van de Participatiewet. De vergoeding voor de mensen die onder de oude WSW-regeling vallen, valt hier ook onder.
Het ligt in de rede om te veronderstellen dat Zevenaar een kleinere WSW-doelgroep heeft dan het gemiddelde van de referentiegroep. Dat zien we ook terug bij de uitgaven op het taakveld 6.4 (Begeleide participatie). Herverdeling gemeentefonds Bij de herverdeling van het gemeentefonds is Zevenaar een voordeelgemeente. Zowel het nadeel als het voordeel is nu nog begrensd. Dat wordt gecompenseerd via een suppletie-uitkering. De referentiegemeenten zijn per saldo ook een voordeelgemeente. Sociaal Domein De integratie-uitkering Sociaal Domein ligt in Zevenaar lager dan de referentiegemeenten.
| 15 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
H4 | Vrije beleidsruimte 4.1 Speelruimte gemeenten is beperkt Een belangrijk element bij het inventariseren van mogelijkheden voor bezuinigingen is het feit dat gemeenten te maken hebben met een groot aantal taken die hen van rijkswege zijn opgelegd. Beïnvloedbare ruimte of beleidsvrijheid is een relatief begrip. Gemeenten hebben zich niet alleen aan wet- en regelgeving te houden, maar dienen zich ook rekenschap te geven van maatschappelijke normen. Zo is er in theorie veel beleidsvrijheid in het sociaal domein, maar maatschappelijk worden verschillen daar veel minder geaccepteerd dan in sommige andere domeinen. Er bestaat dan ook geen absoluut objectieve maat voor het vaststellen van de mate van beleidsvrijheid. Dat erkent ook de ROB. De ROB heeft in een adviesrapport een analyse gemaakt van het gemeentelijke takenpakket en inzichtelijk gemaakt welke factoren de mate van beleidsvrijheid bepalen. De mate van beleidsvrijheid wordt onder meer bepaald door: a. de mate waarin decentrale overheden de mogelijkheid hebben zelf aanvullende regels te stellen; b. de gedetailleerdheid waarin gemeenten zich moeten houden aan uitvoeringsregels; c. de mate waarin er besluitvormingsregels gelden waaraan de gemeenten zich hebben te houden; d. de mate waarin gemeenten verplicht, dan wel aangewezen zijn of geheel vrij zijn in het aangaan van samenwerkingsverbanden.
Beïnvloedbaar is niet hetzelfde als ‘franje’ Beïnvloedbaar wil alleen maar zeggen of de gemeente een eigen afweging heeft om bepaalde uitgaven wel of niet te doen. Beïnvloedbaar is niet per definitie hetzelfde als ‘franje’. Het is zeer wel denkbaar dat de gemeente de eigen beleidsruimte gebruikt voor taken die alom noodzakelijk worden ervaren. Bij deze analyse staat de vraag centraal of de gemeente hierbij een eigen afwegingsruimte heeft. Indicatieve rangorde naar de mate van beleidsvrijheid Daarmee komt de ROB tot een rangorde naar de mate van beleidsvrijheid over de verschillende uitgavenclusters. Het betreft hier de netto-uitgaven (na aftrek van corresponderende inkomsten), ongeveer 65% van de totale uitgaven. Bij een score 1 is er weinig sprake van beleidsvrijheid en bij een score van 10 is er sprake van volledige beleidsvrijheid. Deze scores zijn door ons omgezet in percentages ten behoeve van de doorrekening. Dat geeft het beeld1 dat is weergegeven in tabel 13.
De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft een indeling gemaakt naar de clusters van taakvelden binnen de Algemene Uitkering. Dat is een andere indeling dan de indeling op basis van programma’s zoals Zevenaar die hanteert. In de detailberekeningen zijn de taakvelden toebedeeld aan de Zevenaarse indeling. 1
| 16 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Tabel 13: Overzicht indicatieve score beleidsterreinen
Niet alle taakvelden zijn in de analyse betrokken Niet alle taakvelden zijn meegenomen in deze modelmatige bepaling van de omvang van de beleidsvrijheid. Met name de taakvelden waar de baten hoger zijn dan de lasten zijn buiten beschouwing gelaten. Het saldo van deze taakvelden (lasten minus de baten) is voor het merendeel negatief en zou daarmee de omvang van de vrije beleidsruimte doen dalen. Dit zijn onderdelen die zich niet lenen voor een modelmatige analyse, maar ze kunnen op onderdelen wel degelijk extra middelen opleveren. Dit vraagt echter om een eigen afweging. Per saldo gaat het om de taakvelden weergegeven in bijlage 1. Daarbij hebben we een correctie aangebracht voor de kapitaallasten. Beleidsruimte aan de batenkant Aan de batenkant kent de gemeente ook een vrije beleidsruimte. Zo is de gemeente vrij om de OZB-tarieven vast te stellen. Dat geldt eveneens voor de parkeertarieven en de toeristenbelasting (taakveld economische promotie). De beleidsruimte bij de tarieven voor afvalstoffenheffing, rioolheffing en de begraafrechten is geringer, omdat deze heffingen maximaal kostendekkend mogen zijn. De vrije beleidsruimte bij de inkomsten uit de grondexploitatie kan worden beïnvloed door bijvoorbeeld het woningbouwprogramma. In de regel leiden dure woningen tot een hogere grondopbrengst dan sociale woningbouw.
De vrije beleidsruimte bedraagt ongeveer 19% van de totale lasten Op basis van deze uitgangspunten hebben we de modelmatige vrije beleidsruimte van de gemeente Zevenaar berekend. De uitkomsten hiervan hebben we weergegeven op de volgende pagina. Daaruit blijkt dat van de totale uitgaven van € 165 miljoen een bedrag van € 32 miljoen vrij beïnvloedbaar is.
| 17 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
4.2 Totaaloverzicht van de beleidsruimte In onderstaand overzicht is de beleidsruimte weergegeven per programma, met dien verstande dat het programma Sociaal Domein nader is onderverdeeld in Basisvoorzieningen, Wmo en Jeugd. Tabel 14: Overzicht beleidsruimte per programma
| 18 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
4.3 Invulling van de vrije beleidsruimte in Zevenaar Per taakveld is een kwalitatieve beschrijving gemaakt. Daarbij gaan we in op de eigen beleidsnormen, de grote ontwikkelingen, de nog niet vertaalde ambities en de risico’s bij het stopzetten van beleid. De volledige beschrijving treft u aan in bijlage 2. Een samenvatting van deze beschrijving wordt gebruikt voor de aanzet voor de bezuinigingsrichtingen, in hoofdstuk 6.
| 19 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
H5 | Voorzet voor een verdeling van een taakstelling In dit hoofdstuk schetsen we een verdeling van de taakstelling naar rato van het aandeel van het betreffende programma in de vrije beleidsruimte. We zijn hierbij uitgegaan van een taakstelling van € 10 miljoen. Hierbij moet worden opgemerkt dat in het onderdeel bestuur en organisatie ook de overhead is begrepen. De directe salariskosten zitten verwerkt in de programma’s.
5.1 Taakstelling naar rato van de vrije beleidsruimte In dit overzicht is de taakstelling bepaald naar rato van de modelmatige vrije beleidsruimte. Een beleidsterrein met een grote mate van vrije beleidsruimte deelt zwaarder mee in de bezuinigingstaakstelling dan een beleidsterrein waar de vrije beleidsruimte veel geringer is.2 Tabel 15: Overzicht taakstelling naar rato van de vrije beleidsruimte
We hebben de taakstelling berekend naar rato van het aandeel van de vrije beleidsruimte van het betreffende programma in het totaal van de vrije beleidsruimte. Bestuur en organisatie kent een vrije beleidsruimte van € 2 miljoen. De totale vrije beleidsruimte bedraagt € 31,6 miljoen. Het aandeel bedraagt daarmee 6,3%. 2
| 20 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Impliciet werkt de benchmark ook in deze taakstelling door. Hogere uitgaven leiden namelijk tot een hogere vrije beleidsruimte en dus ook tot een relatief hoger aandeel in de bezuinigingstaakstelling. Dit is echter een afgezwakt effect. In een van de varianten die we verderop presenteren, wordt de afwijking ten opzichte van de benchmark sterker meegewogen.
5.2 Taakstelling op basis van de benchmark In de volgende tabel hebben we de taakstelling bepaald op basis van de benchmark. Het is een modelmatige berekening. We brengen de netto-lasten op het niveau van het gemiddelde van de referentiegroep. Een eventueel restant wordt verdeeld naar rato van de vrije beleidsruimte. Deze benadering is ingegeven door de redenering dat alle netto-uitgaven die boven het gemiddelde van de referentiegroep uitkomen een volledige beleidsvrijheid kennen. Dat is dus een andere benadering dan de benadering in de vorige paragraaf. Daar gingen we impliciet uit van de veronderstelling dat hogere uitgaven een relatief even grote vrije beleidsruimte kennen. In dat geval zijn er een paar programma’s die er budget bij krijgen: het programma verkeer en vervoer en het programma sport, cultuur en recreatie. Die programma’s krijgen in dit model een negatieve taakstelling. Dat leidt ertoe dat uiteindelijk de volledige taakstelling in deze benadering bij het sociaal domein terechtkomt.
| 21 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Dat resulteert in het volgende overzicht: Tabel 16: Taakstelling op basis van de benchmark
5.3 Begrotingsadvies van de VNG Op 1 maart jl. heeft de VNG een begrotingsadvies uitgebracht aan de gemeenten over de vraag hoe om te gaan met de komende begroting. Een tweede deel van het advies wordt na publicatie van de meicirculaire verwacht. Het advies luidt als volgt: ● Bereid ombuigingen voor waartoe in uw gemeente besloten zal worden als de korting van € 3 miljard vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht. ● Breng deze zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang. ● Presenteer deze gevolgen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk. ● Betrek daarbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen, die aangeven vooral te focussen op taken in medebewind.
| 22 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
De VNG geeft aan dat ze zich realiseert dat dit voor elke gemeente om een eigen afweging vraagt, die tot andere keuzes kan leiden, maar adviseert om in ieder geval de vijf meest significante ombuigingsmaatregelen te beschrijven, en hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt.
5.4 Modelmatige doorrekening naar advies VNG In het onderstaande overzicht hebben we een taakstelling van € 10 modelmatig doorgerekend aan de hand van het advies van de VNG, waarbij we de eigen taken (sport, cultuur, recreatie en economie) volledig hebben ontzien. Dat betekent dat de bezuinigingstaakstelling volledig op de medebewindstaken komt te liggen. Afgezien van een aantal taakvelden die we tot de algemene middelen rekenen, betreffen de meeste taakvelden in meer of mindere mate medebewindstaken. De volledig eigen (autonome) taken hebben betrekking op de taakvelden sport, cultuur, recreatie en economie.3 Helft van de taakstelling komt bij het sociaal domein Deze rechtlijnige doorvertaling van het VNG-advies heeft tot gevolg dat ongeveer de helft van de taakstelling bij het sociaal domein komt te liggen (Basisvoorzieningen, Participatie, Wmo en Jeugd: € 4,6 miljoen van de benodigde € 10 miljoen). In feite worden alle overige taakstellingen met ongeveer 50% verzwaard. Dat is niet verwonderlijk, omdat de beleidsterreinen waar een grote vrije beleidsruimte geldt, niet meedoen in de taakstelling.
3
Zie ook Raad voor het Openbaar Bestuur, Beleidsvrijheid gewogen, 2019.
| 23 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Tabel 17: Overzicht taakstelling op basis van het VNG-advies
5.5 Een vergelijking van de varianten In de volgende tabel zijn de varianten naast elkaar gezet, om een beeld te krijgen van de verschillende effecten ervan. Daar is nog een vierde variant aan toegevoegd: naar rato van de omvang van de netto (gecorrigeerde) uitgaven. Dat geeft het volgende beeld.
| 24 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Tabel 18: Overzicht van de verschillende varianten
| 25 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
H6 | Aanzet voor bezuinigingsrichtingen 6.1 Een samenhangend geheel Een aantal elementen komen samen In dit hoofdstuk komen een aantal stappen samen: de uitkomsten van de benchmark, de uitkomsten van de modelmatige berekening van de vrije beleidsruimte en daaruit voortvloeiende taakstelling, een eerste inventarisatie van bezuinigingen die bij andere gemeenten worden overwogen en de eigen kwalitatieve invulling van het eigen beleidsterrein. Volledige kwalitatieve invulling in de bijlage Zoals gezegd heeft in de organisatie een kwalitatieve beschrijving van de betreffende taakvelden plaatsgevonden. De volledige beschrijving treft u aan in bijlage 1. Per programma zijn de uitkomsten in dit hoofdstuk samengevat weergegeven. In dit stadium gaat het niet om besluiten te nemen over concrete bezuinigingsvoorstellen, maar om enigszins ‘beeld en geluid’ te krijgen bij de verdeling van de financiële opgave. Inventarisatie van bezuinigingsmaatregelen We hebben verkend welke praktijkvoorbeelden mogelijk relevant kunnen zijn voor het vervolgtraject. Het gaat hierbij om een inventarisatie van bezuinigingsmaatregelen die bij andere gemeenten worden overwogen of zijn doorgevoerd. We zijn hier mede afhankelijk van de informatie die hierop beschikbaar is gekomen.
De meeste gemeenten bevinden zich nog in de inventarisatiefase en verwachten bij de begroting in november 2024 of bij de kadernota in het voorjaar van 2025 definitieve besluiten te kunnen nemen. Niettemin kan er al wel een eerste globaal beeld worden geschetst. Ook hier geldt dat de ene gemeente de andere niet is. Het komt aan op de uitwerking van de voorstellen, die op maat en schaal moeten worden toegesneden op de Zevenaarse situatie.
6.2 Verwevenheid van de beleidsterreinen Balans vinden tussen beleid, organisatie, middelen is de opgave vanaf 2026 De terugloop in middelen met ingang van 2026 vraagt om een hernieuwde balans in de driehoek beleid, organisatie en middelen. De drie elementen beleid, organisatie en middelen beïnvloeden elkaar. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een verandering in een van de drie elementen leidt vaak tot een verandering in één of beide andere onderdelen. Op dit moment zijn er ontwikkelingen in alle drie de elementen van de hiernaast weergegeven driehoek: ● Beleid: het Rijk vraagt steeds meer aan gemeenten, onder andere in bijdragen aan (onder andere) woningbouw, asielopvang, klimaatadaptatie en energietransitie. ● Organisatie: gemeenten hebben moeite met de invulling van vacatures. Dit zet de uitvoeringskracht van de organisatie onder druk.
| 26 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Middelen: vanaf 2026 lopen de rijksmiddelen voor gemeenten hard terug. De voorjaarsnota heeft niet geleid tot een drastische bijstelling van dit beeld. Dat er op alle drie deze aspecten ontwikkelingen zijn, maakt het voor gemeenten extra complex: het beperkt de keuzemogelijkheden om de balans te hervinden. Ook kan het betekenen dat op basis van organisatie en middelen keuzes gemaakt moeten worden in beleid die gemeenten vanuit hun visie en ambitie liever niet zouden maken, of die wellicht niet aansluiten bij de doelstellingen van het Rijk. ●
Verwevenheid tussen de beleidsterreinen De beleidsterreinen binnen de gemeenten staan niet op zichzelf, maar kennen een sterke onderlinge verwevenheid. Dat constateerde ook de Taskforce Taken en Middelen in balans4 van de VNG. Een van de centrale thema’s daarbij vormde het integrale karakter van het werk van gemeenten en de investeringen die gedaan zijn en worden om taken meer integraal op te pakken. Door te moeten bezuinigen zal de aandacht voor deze werkwijze naar verwachting verminderen, wat leidt tot een meer verkokerde en minder efficiënte aanpak. Hoewel uiteindelijk duurder, ontbreekt dan in de beleving van gemeenten de tijd en (financiële) ruimte om meer integraal te werken, terwijl integraal werken ook juist een manier kan zijn om te besparen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van koppelkansen in het fysieke domein: de weg aanpakken als deze toch open moet voor werkzaamheden aan het warmtenet, waarbij meteen de biodiversiteit en klimaatadaptatie van de groenstrook langs de weg meegenomen worden. Besparen is daarbij vaak geen doel op zich, maar een gevolg van de gehanteerde werkwijze. Waterbedeffect Daarnaast hebben besparingen op het ene terrein vaak een negatief financieel effect op het andere terrein.
Zo kunnen besparingen in het zorgdomein leiden tot een toename van kosten in het veiligheidsdomein, wanneer bijvoorbeeld de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit wegvalt. Ook kunnen besparingen in het fysieke domein impact hebben op de kosten in het zorgdomein en het veiligheidsdomein, wanneer bijvoorbeeld de sociale structuur niet beïnvloed kan worden door middel van woningbouw, of de ontwikkeling van leegstaande panden stokt en meer inzet vraagt vanuit toezicht en handhaving. Herkenbaar in de Zevenaarse context In de ambtelijke sessies binnen de gemeente Zevenaar kwam deze verwevenheid nadrukkelijk op tafel: de hogere beheerlasten van de openbare ruimte als gevolg van de groei van de gemeente, de investeringen in preventie en de gevolgen voor de uitgaven voor maatwerkvoorzieningen, en de relatie tussen kosten voor de energietransitie en klimaatadaptatie werden hierbij onder meer genoemd.
4
BMC, Taken en Middelen in Balans, 4 augustus 2023, analyse uitgevoerd in opdracht van de VNG.
| 27 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
6.3 De vijf meest significante ombuigingsrichtingen Voorop staat de erkenning dat bezuinigen niet gemakkelijk is. Het is hard werken. Het betekent dat ambities naar beneden bijgesteld moeten worden, terwijl uit de kwalitatieve analyse blijkt dat de huidige ambities uit het coalitieakkoord nog niet in alle gevallen financieel vertaald zijn. Daarnaast zullen beleidsterreinen geconfronteerd worden met kostenstijgingen. Dat vraagt om doorzettingsvermogen, maar wellicht biedt het ook kansen. De uitkomst van de vijf meest significante ombuigingsrichtingen is deels afhankelijk van de vraag voor welke verdeling van de taakstelling wordt gekozen. Wij gaan hierbij uit van ombuigingsrichtingen die we in de praktijk tegenkomen. Binnen de gemeente Zevenaar hebben we geen gesprek gehad over bezuinigingsmaatregelen binnen de Zevenaarse context. Bestuur en organisatie Maatregelen om de dienstverlening van de gemeente te moderniseren of efficiënter te maken: ● digitalisering; ● het terugdringen van personele en bestuurskosten; ● inkrimping personeel of management; ● efficiencymaatregelen ICT; ● efficiencyverbeteringen en besparingen interne organisatie. Risico’s die zich hierbij voordoen zijn onder meer dat de bestuurlijke samenwerking niet van de grond komt. De doorontwikkeling van ICT wordt niet doorgezet, waardoor er een achterstand ontstaat in de digitaliseringsslag van de dienstverlening.
Daarnaast kan een verdere bezuiniging leiden tot een verminderde inzetbaar van personeel, met afbreukrisico als gevolg. Sport, cultuur en recreatie Maatregelen om te komen tot efficiëntere inzet van sportvoorzieningen, vercommercialiseren van clubgebouwen en het aanpassen van het beleid rond buitensportaccommodaties en het beheer van de openbare ruimte: ● lagere indexering van subsidies gedurende een aantal jaren; ● multigebruik van sportaccommodaties; ● vercommercialisering van clubgebouwen; ● huurprijsverhoging van de buitensportaccommodaties; ● verhoging van de leges van evenementen; ● verlagen van het onderhoudsniveau van het openbaar groen; ● versobering van het maaibeleid; ● faseren van de vervanging van de speelplekken. De bezuinigingen leiden ertoe dat de ambities van het collegeakkoord niet worden gerealiseerd. Stopzetten van dit beleid zorgt voor verdere verschraling van de voorzieningen en het concreet wegvallen van voorzieningen, omdat deze al op een minimaal niveau worden gefinancierd.
| 28 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Minimabeleid ● versoberen van de bijzondere bijstand/armoedebeleid; ● vervallen van de individuele inkomenstoeslag; ● versoberen van het lokaal minimabeleid (zorgverzekering/Leergeld). De bezuinigingen leiden ertoe dat meer mensen in achterstandssituaties raken en geconfronteerd worden met een verslechtering van de inkomenspositie. Armoede kan op andere terreinen tot verhoging van problematiek leiden (meer beslag op zorgkosten). Wmo Meer focus aanbrengen op preventieve maatregelen en integraliteit, terwijl daarnaast wordt bezien of vermindering/aanpassen van bepaalde diensten en het beleid rond minima en schuldhulpverlening tot de mogelijkheden behoort. Meer concreet worden de volgende opties genoemd: ● eigen bijdrage Wmo conform wetsvoorstel en de grens te leggen op 120% van het sociaal minimum; ● meer individuele ondersteuning collectief aanbieden (bijv. begeleiding in groepen i.p.v. individueel) en meer dagactiviteiten als algemene voorziening aanbieden; ● bezuinigingsafspraken verbonden partijen. Er ontstaan grotere wachtlijsten, er wordt minder maatwerk geleverd en de toegankelijkheid van de Wmo als maatwerkvoorziening neemt af. Jeugd Meer focus aanbrengen op preventieve maatregelen en integraliteit, terwijl daarnaast wordt bezien of vermindering/aanpassen van bepaalde diensten en het beleid rond minima en schuldhulpverlening tot de mogelijkheden behoort.
Meer concreet worden de volgende opties genoemd: ● inzetten op meer efficiënte en effectievere samenwerking tussen partijen op het gebied van sociale preventie; ● inzetten op synergievoordelen tussen de wijkteams; ● minder budget voor specialistische jeugdhulp; ● bezuinigingsafspraken verbonden partijen. Minder werken aan preventie betekent hogere zorgkosten en meer geïndiceerde zorg. Als de gemeente Zevenaar niet meegaat in de landelijke en regionale ontwikkelingen dan is er geen regionale samenwerking en is er ook geen samenwerking mogelijk met partners en met aanbieders als GI’s, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming. Dit heeft een negatief effect op de inwoners, omdat de gemeente hen niet de zorg, veiligheid en bescherming kan bieden die ze nodig hebben.
| 29 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
6.4 Overzicht per programma In deze paragraaf geven we per programma het samengevatte beeld weer: ● Score op de benchmark: we geven kwalitatief weer hoe de gemeente Zevenaar zich verhoudt in de financiële benchmark op dit programma in relatie tot de referentiegemeenten. ● Programmatotaal: hierbij geven we de omvang van de bruto-uitgaven weer van de taakvelden die op dit programma horen.5 ● Indicatie van de vrije beleidsruimte: de uitkomst van de modelmatige berekening van de vrije beleidsruimte. ● Taakstelling bij een opgave van € 10 miljoen: hierbij wordt de taakstelling weergegeven zoals die in het vorige hoofdstuk is berekend naar rato van de vrije beleidsruimte. ● Bezuinigingsvoorstellen in de praktijk: hierbij geven we een indicatie van bezuinigingsvoorstellen die bij andere gemeenten zijn voorbereid of worden overwogen. Het gaat hierbij om een algemeen beeld. ● Eigen beleidsnormen: een samengevatte weergave van de eigen beleidsnormen gegroepeerd per programma, zoals die in bijlage 2 per taakveld meer uitgebreid zijn beschreven. ● Risico’s: een samengevatte weergave van de risico’s, gegroepeerd per programma, zoals die in bijlage 2 per taakveld meer uitgebreid zijn beschreven.
De taakvelden die in het kader van deze analyse tot de ‘algemene middelen’ worden gerekend maken geen onderdeel uit van dit totaal. 5
| 30 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Bestuur en organisatie
Onderdeel
Toelichting
Score op de benchmark
Gemiddeld ten opzichte van de referentiegroep Hogere netto-uitgaven op de overhead, lagere netto-uitgaven op Bestuur en Burgerzaken.
Programmatotaal (bruto)
€ 23,1 miljoen
Indicatie vrije beleidsruimte
€ 2 miljoen
Taakstelling bij een opgave van € 10 miljoen
€ 0,6 miljoen
Bezuinigingsvoorstellen in de praktijk
Het kan hierbij gaan om een breed scala aan maatregelen om de dienstverlening van de gemeente te moderniseren of efficiënter te maken. Dit omvat digitalisering, het terugdringen van personeel en bestuurskosten. Meer concreet worden genoemd: ● inkrimping personeel of management ● efficiencymaatregelen ICT ● incidentele opbrengsten door verkoop vastgoed ● efficiencyverbeteringen en besparingen interne organisatie
Eigen beleidsnormen in Zevenaar
● ● ● ● ● ●
besturingsfilosofie inkoop en aanbestedingsbeleid datastrategie/I&A visie en strategie visie op communicatie participatiebeleid integraal accommodatieplan
Risico’s
● ● ● ●
bestuurlijke samenwerking komt niet van de grond achterstand in digitaliseringsslag dienstverlening doorontwikkeling ICT komt niet verder verminderde inzetbaarheid personeel, afbreukrisico
| 31 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Veiligheid
Onderdeel
Toelichting
Score op de benchmark
Gemiddeld ten opzichte van de referentiegroep
Programmatotaal (bruto)
€ 4,8 miljoen
Indicatie vrije beleidsruimte
€ 1,5 miljoen
Taakstelling bij een opgave van € 10 miljoen
€ 0,5 miljoen
Bezuinigingsvoorstellen in de praktijk
Eigen beleidsnormen in Zevenaar
Risico’s
Versoberen of stopzetten van activiteiten in het kader van het eigen lokaal veiligheidsbeleid en het doorsluizen van een deel van de taakstelling naar veiligheidsregio. In de praktijk worden onder meer de volgende opties genoemd: ● verlagen van de bijdrage aan de veiligheidsregio ● stopzetten activiteiten jaarwisseling ● stopzetten subsidie bureau Halt ● stoppen bijdrage veiligheidshuis ● ● ●
integrale veiligheidsagenda aanpak ondermijnende criminaliteit cybercrime
De prioriteiten zoals vastgesteld in de veiligheidsagenda worden niet doorgevoerd.
| 32 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Verkeer en vervoer
Onderdeel
Toelichting
Score op de benchmark
Lagere uitgaven opzichte van de referentiegroep NB De hogere uitgaven voor parkeren worden gedekt door de opbrengst parkeerbelastingen bij de algemene middelen.
Programmatotaal (bruto)
€ 6,0 miljoen
Indicatie vrije beleidsruimte
€ 3,3 miljoen
Taakstelling bij een opgave van € 10 miljoen
€ 1,0 miljoen
Bezuinigingsvoorstellen in de praktijk
Eigen beleidsnormen in Zevenaar Risico’s
In dit domein zien we vooral het overwegen van strategische keuzes om de kwaliteit en het onderhoud van de openbare ruimte te verlagen naar een wettelijk minimum. Meer concreet worden de volgende opties genoemd: ● verlaging van het onderhoudsniveau van de wegen/openbare ruimte ● versoberen van het schoonmaakonderhoud in de openbare ruimte ●
uitvoeringsprogramma van het Gemeentelijke Verkeersvervoersplan
Er wordt geen invulling gegeven aan het collegeprogramma. Waardering en tevredenheid van bewoners voor de openbare ruimte blijft laag. Ontevreden bewoners. Geen aantrekkelijke gemeente voor bedrijven en inwoners.
| 33 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Economie
Onderdeel
Toelichting
Score op de benchmark
Gemiddeld ten opzichte van de referentiegroep
Programmatotaal (bruto)
€ 0,9 miljoen
Indicatie vrije beleidsruimte
€ 0,6 miljoen
Taakstelling bij een opgave van € 10 miljoen
€ 0,2 miljoen
Bezuinigingsvoorstellen in de praktijk
In de praktijk zien we op deze dossiers voorstellen terugkomen die betrekking hebben op de versobering van de beleidsmatige inzet of de versobering van projecten activiteiten. Meer concreet worden genoemd: ● versobering van de beleidsmatige inzet op diverse dossiers ● versoberen van werkbudgetten en projectgelden ● stoppen met accountmanagement
Eigen beleidsnormen in Zevenaar
● ● ● ● ● ●
Centrumvisie Zevenaar 2015 - 2025 (2015) Liemers Economische Visie LEV (2019) Economische Agenda Zevenaar (2021) Regionaal Programma Werklocaties (RPW) 2021 - 2024 Omgevingsvisie Gelders eiland 2030 (2017) Structuurvisie gemeente Zevenaar 2030 (2012)
Risico’s
● ●
afbreukrisico relatie met ondernemers geen doorontwikkeling op toekomstbestendig maken werklocaties verslechtering vestigingsklimaat en ondernemersklimaat verslechtering regionale samenwerking met onderwijs en ondernemers (triple helix)
● ●
| 34 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Onderwijs
Onderdeel
Toelichting
Score op de benchmark
Gemiddeld ten opzichte van de referentiegroep
Programmatotaal (bruto)
€ 6,1 miljoen
Indicatie vrije beleidsruimte
€ 0,4 miljoen
Taakstelling bij een opgave van € 10 miljoen
€ 0,1 miljoen
Bezuinigingsvoorstellen in de praktijk
Eigen beleidsnormen in Zevenaar
In de praktijk zien we voorstellen terugkomen die betrekking hebben op de versobering van de beleidsagenda of de eigen lokaal educatieve agenda. Meer concreet worden volgende opties genoemd: ● het versoberen van samenwerking met de kinderopvang ● versoberen van de activiteiten voor laaggeletterdheid ● inkrimpen van de schoolbegeleiding ● ● ● ●
Risico’s
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Zevenaar Visie Sociaal Domein Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Gemeente Zevenaar 2024 Verbeterplan doelgroepenvervoer 2024-2025
De gemeente heeft een wettelijke taak om voor adequate onderwijshuisvesting te zorgen. Met het stoppen van de verordening en/of IHP verandert dit niet zomaar. Het zou zelfs tot gevolg kunnen geven dat we minder lokale richtlijnen en handvatten hebben. Zevenaar kan uit de GRHVOL treden, maar dan zal er een financiële afrekening plaats moeten vinden. Ook zal moeten worden gekeken of dit financiële voordelen oplevert als Zevenaar zelf opdraait voor
| 35 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Onderdeel
Toelichting alle kosten voor de drie (straks twee) vo-gebouwen binnen de gemeente ten opzichte van de afdracht voor de vo-gebouwen binnen de andere twee gemeenten. Daarnaast kan het ook de relatie met de andere deelnemende gemeenten verstoren. Ten aanzien van het leerlingenvervoer heeft de gemeente een wettelijke verplichting.
| 36 | Strategiebepaling voor een gezonde toekomst
Sport, cultuur en recreatie
Onderdeel
Toelichting
Score op de benchmark
Lagere netto-uitgaven ten opzichte van de referentiegroep
Programmatotaal (bruto)
€ 11,7 miljoen
Indicatie vrije beleidsruimte
€ 8,7 miljoen
Taakstelling bij een opgave van € 10 miljoen
€ 2,7 miljoen
Bezuinigingsvoorstellen in de praktijk
Eigen beleidsnormen in Zevenaar
Risico’s
Op dit domein zien we dat gemeenten zoeken naar beheersing van uitgaven, efficiëntere inzet van sportvoorzieningen, vercommercialiseren van clubgebouwen en het aanpassen van het beleid rond buitensportaccommodaties. Meer concreet worden de volgende opties genoemd. ● lagere indexering van subsidies gedurende een aantal jaren ● multigebruik van sportaccommodaties ● vercommercialisering van clubgebouwen ● huurprijsverhoging van de buitensportaccommodaties ● verhoging van de leges van evenementen ● verlagen van het onderhoudsniveau van het openbaar groen ● versobering van het maaibeleid ● faseren van de vervanging van de speelplekken ● ● ● ● ● ●