CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

241002 1218985-Rapport - verdiepende analyse

Raadsvergaderingen 2022-2026 6 november 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/24/475395 Financieel gezonde toekomst9.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Financieel gezonde toekomst Verdiepende analyse op het BMC-rapport

Onderwerp Datum Deadline Zaaknummer Van afdeling/ambtenaar Aan afdeling/college/raad

Analyse rapport BMC 18 september 2024 2 oktober 2024 Z/24/475395/INT/24/1218985 Concerncontroller/T. Noordermeer Gemeenteraad

1

Inleiding 1.1 Doel 1.2 Proces 1.3 Opbouw van de analyse 1.4 Totaaloverzicht 1.5 Aanvullende inzichten 1.6 Vergelijkingen in het BMC-rapport 1.7 Vergelijkingen met omliggende gemeenten 1.8 Maatschappelijke effecten 2 Beschouwing financiële positie 2.1 Algemene reserve 2.2 Scenario’s 2.3 Weerstandsratio 2.4 Hervormingsagenda jeugd 3 Opbrengst verhogende maatregelen 3.1 OZB 3.2 Parkeeropbrengsten 3.3 Toeristenbelasting 4 Programma 0: Bestuur & ondersteuning 4.1 Overhead 4.1.1 Uitsplitsing 4.1.2 Toelichtingen 4.2 Vergelijking omliggende gemeenten 4.3 Beschouwing 5 Programma 1: Openbare orde en Veiligheid 5.1 Inzichten rapport 5.2 Vergelijkingen omliggende gemeenten 6 Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat 6.1 verkeer en vervoer 6.2 Vergelijking omliggende gemeenten 7 Programma 3: Economie 7.1 Vergelijking omliggende gemeenten 8 Programma 4: Onderwijs 8.1 Taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting 8.2 Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 8.3 Vergelijking omliggende gemeenten 9 Programma 5: Sport, cultuur en recreatie 9.1 Taakveld 5.1 sportbeleid en activering 9.2 Taakveld 5.2 Sportaccommodaties 9.3 Taakveld 5.3 Cultuur 9.4 Taakveld 5.4 Musea 9.5 Taakveld 5.5 Cultureel erfgoed 9.6 Taakveld 5.6 Media 9.7 Taakveld 5.7 Openbaar groen 9.7.1 Openbaar groen 9.7.2 Recreatie en toerisme 9.8 Aanvullende beschouwing

zaaknummer Z/24/475395

4 4 4 4 5 5 6 6 6 7 7 7 8 9 11 11 11 11 12 12 13 13 14 14 15 15 15 16 16 16 17 17 18 18 18 18 19 19 19 19 19 20 20 20 20 20 21

pagina 2 van 44

9.9 Vergelijking met omliggende gemeenten 10 Programma 6: Sociaal domein 10.1 Basisvoorzieningen 10.1.1 Taakveld 6.1: Samenkracht en burgerparticipatie 10.1.2 Taakveld 6.2 wijkteams 10.2 Participatiewet 10.2.1 Taakveld 6.3 inkomensregelingen 10.2.2 Taakveld 6.4 Begeleide participatie 10.2.3 Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie 10.2.4 Vergelijking omliggende gemeenten 10.2.5 Aanvullende analyse 10.3 Wet Maatschappelijke ondersteuning – dienstverlening en voorzieningen 10.4 Jeugdwet 10.5 Vergelijking omliggende gemeenten 10.6 Aanvullende vergelijking 10.7 Zorgkosten per jongere 11 Programma 7: Volksgezondheid en duurzaamheid 11.1 Taakveld 7.1 Volksgezondheid 11.2 Taakveld 7.4 Milieubeheer 11.3 Vergelijking omliggende gemeenten 12 Programma 8: Ruimtelijke ordening en wonen 12.1 Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening 12.2 Taakveld 8.3 Wonen en bouwen 12.3 Vergelijking omliggende gemeenten 13 Modellen 13.1 Vrije beleidsruimte 13.2 Na rato van de benchmark 13.3 VNG advies 14 Validatie en inrichting van opgave 14.1 Totaaloverzicht 14.2 Toelichtingen 14.3 Hervormingsagenda Jeugd 14.4 Financiële positie 14.5 Omvang van taakstelling 14.6 Leidraad bij verdeling van taakstelling 14.7 Verbonden partijen en grote subsidie ontvangers 15 Maatschappelijke effecten 15.1 Programma bestuur & ondersteuning 15.2 Programma openbare orde & veiligheid 15.3 Programma verkeer en vervoer 15.4 Programma economie

15.5 Programma onderwijs 15.6 Programma sport, cultuur en recreatie 15.7 Programma sociaal domein 15.8 Programma volksgezondheid en milieu 15.9 Programma ruimtelijke ontwikkeling en wonen

zaaknummer Z/24/475395

21 22 22 23 24 25 25 26 26 26 27 28 29 30 30 31 32 32 32 33 34 34 34 34 36 36 37 37 38 38 38 39 40 40 41 41 43 43 43 43 43 43 44 44 44 44

pagina 3 van 44

1

Inleiding

In het kader van een financieel gezonde toekomst heeft BMC een rapport uitgebracht, waarin inzicht wordt gegeven in de uitgaven van onze gemeente ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. In het rapport wordt ook inzicht gegeven in de beïnvloedbaarheid van de verschillende onderdelen van de begroting.

1.1

Doel

Doel van deze analyse is om verdieping te geven op deze inzichten en meer specifieke informatie van de gemeente Zevenaar toe te voegen. De analyse moet de gemeenteraad beter in staat stellen om te bepalen waar bezuinigingstaakstellingen kunnen worden neergelegd.

1.2

Proces

Op 2 oktober 2024 worden door de gemeenteraad de inzichten uit het rapport van BMC en deze aanvullende analyse besproken. De inzichten uit de bespreking zijn richtinggevend voor het advies van het college over de taakstellingen bij de begroting 2025. Dit advies vormt de basis voor het uitwerken van maatregelen voor de kadernota 2026 – 2029. De maatregelen worden in het voorjaar van 2025 bij de kadernota aan de raad voorgelegd.

1.3

Opbouw van de analyse

In dit rapport is een aanvullende beschouwing opgenomen op het onderzoek dat is uitgevoerd door BMC die middels RIB 434 “Rapport Strategiebepaling gezonde toekomst” aan u is gegeven. In het rapport van BMC zijn op basis van verschillende vergelijkingen theoretische verdelingen de taakstelling gepresenteerd. Deze analyse geeft in aanvulling op het rapport van BMC een nadere invulling in de Zevenaarse context, aangevuld vergelijkingen met omliggende gemeenten. Vervolgens wordt een reflectie gegeven op de beleidsvrijheid volgens het rapport van BMC en de risico’s die daar bij spelen. Als laatste worden de voorgestelde theoretische modellen in het BMC-rapport gevalideerd.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 4 van 44

1.4

Totaaloverzicht

In de hoofdlijnen van het BMC-rapport zijn de algemene bevindingen opgenomen en zijn de grootste verschillen in uitgaven inzichtelijk gemaakt. Onderstaande tabel geeft dit in hoofdlijnen weer.

Noot: de benchmarkcijfers zijn weergegeven in bedragen per inwoners. Negatieve bedragen zijn lasten, positieve bedragen zijn opbrengsten. De lasten zijn uitgedrukt in negatieve bedragen en de baten worden uitgedrukt in positieve bedragen.

1.5

Aanvullende inzichten

In het rapport van BMC is met name gekeken naar de uitgavenkant en de vergelijking op programma’s en taakvelden. In deze analyse wordt ook inzicht gegeven in de inkomstenkant. Welk begrotingsbedrag is te verwachten bij een bepaalde (procentuele) stijging van inkomsten? Daarnaast wordt in hoofdlijnen inzicht gegeven in de effecten van scenario’s op de financiële positie, waaronder het weerstandsvermogen. In een aantal tabellen wordt in hoofdlijnen inzicht gegeven in “wat als” scenario’s. In dit rapport worden de vergelijkingen aangevuld met enkele omliggende gemeenten.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 5 van 44

1.6

Vergelijkingen in het BMC-rapport

In het rapport van BMC is een drietal vergelijkingen opgenomen. De vergelijking met 1. Nederland, 2. gemeenten van dezelfde grootte klasse; en 3. referentiegemeenten. In hoeverre deze echt vergelijkbaar zijn is niet altijd goed vast te stellen.

1.7

Vergelijkingen met omliggende gemeenten

In deze analyse is daarom aanvullend een vergelijking opgenomen met enkele omliggende gemeenten. De manier waarop een gemeente uitvoering geeft aan zijn taken is mede bepalend voor hoe de kosten moeten worden verantwoord. Dit zijn keuzes in bijvoorbeeld de samenwerking in gemeenschappelijke regelingen, zoals de SDL, Scalabor, VGGM en de RDL of dat een gemeente dat zelf doet. In de vergelijking zijn Duiven en Westervoort opgenomen. Deze gemeenten zitten in veel dezelfde samenwerkingsverbanden. Daarnaast is de gemeente Rheden opgenomen, die in sommige samenwerkingsverbanden wel zit en in sommige niet. Rheden is daarom enigszins vergelijkbaar met de gemeente Zevenaar. Als laatste is de gemeente Montferland opgenomen. Deze gemeente zit in vrijwel geen enkel samenwerkingsverband met de gemeente Zevenaar, maar is als gemeente wel enigszins vergelijkbaar. Kernmerk Aantal inwoners Sociale structuur Centrum functie Stedelijkheid

Duiven Westervoort 24.869 15.152 Goed Redelijk Redelijk Weinig matig Matig

Zevenaar 45.050 Redelijk Redelijk matig

Montferland 36.879 Redelijk Redelijk weinig

Rheden 43.656 Redelijk Weinig Matig

Doordat wij de gemeenten beter kennen en meer inzicht is in de specifieke eigenschappen is het beter voorstelbaar welke overeenkomsten en verschillen er zijn.

1.8

Maatschappelijke effecten

Het rapport van BMC als de aanvullende vergelijkingen zijn gebaseerd op financiële vergelijkingen, die indicaties geven voor verschillen in beleid. Uiteindelijk zijn de maatschappelijke effecten het belangrijkste aspect om mee te wegen bij het bepalen van besparingen. Maatschappelijke partners zullen ook een belangrijke rol hebben in de uiteindelijke mogelijkheden tot besparen. In deze analyse zijn, mede op basis van de toelichtingen in het rapport van BMC, de belangrijkste maatschappelijke effecten beschreven.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 6 van 44

2

Beschouwing financiële positie

Als uitgangspunt voor de financiële positie wordt de nieuwe stand van de begroting gebruikt.

Bovenstaande de begrote saldi volgens de meerjarenbegroting.

2.1

Algemene reserve

De begrotingssaldi van de begrotingsjaren worden in mindering gebracht op de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt per 1-1-2025 ongeveer 41 miljoen. Dit is het saldo per 31-12-2023 gecorrigeerd met het resultaat 2023 (+/+ 1,2 mln.) en verwachting 2024 (-/- 3,1 mln.).

2.2

Scenario’s

Er is een keuze te maken in welk jaar de meerjarenbegroting sluitend zou moeten zijn. In ieder geval moet het eerste (2026) of laatste jaar (2029) van de meerjarenbegroting sluitend zijn. Op basis van de grove scenario’s, waarbij we voor het inzicht de aanname doen om de bezuinigingen gelijk te verdelen, krijg je het volgende overzicht.

2026 2027 2028 2029

2026 6.756

Besparing 2027 2028 3.396 2.264 3.396 2.264 2.264

2029 1.698 1.698 1.698 1.698

Bovenstaande tabel geeft aan dat de keuze van het jaar om sluitend te zijn bepalend is voor welk bedrag per jaar moet worden bespaard. De werkelijke verdeling van de bezuinigingen zullen anders verdeeld zijn over de jaren. Maar als er bijvoorbeeld wordt gekozen om in 2027 sluitend te zijn, dan laat de tabel zien dat er in 2026 en in 2027 een bedrag moet worden gezocht van ongeveer 3,4 miljoen. In 2026 een bedrag van 3,4 miljoen aan

zaaknummer Z/24/475395

pagina 7 van 44

structurele besparingen en in 2027 aanvullende besparingen met een structureel effect van 3,4 miljoen. Als 2029 wordt bepaald als jaar waarin de begroting sluitend moet zijn dan zou moet er elk jaar een bedrag van ongeveer 1,7 mln. aan structurele besparingen worden gevonden (oplopend naar 6,8 miljoen).

2.3

Weerstandsratio

De weerstandsratio bestaat uit het risicobedrag gedeeld door het beschikbaar vermogen. Het doel van het bepalen van de weerstandsratio is om te kijken of er risico’s zijn die nog niet in de begroting zijn opgenomen, maar zo groot zijn dat als ze zich voor doen beleid of uitvoering moet worden aangepast. Afhankelijk van het scenario dat wordt gekozen voor het begrotingsjaar om sluitend te zijn neemt de ratio in waarde toe. De weerstandsratio in kadernota zat net boven de 1 en is in de begroting rond de 2,47 door met name een daling van de risico’s voor de aangekochte gronden. Stel dat er wordt gekozen voor 2029 als jaar dat het begrotingssaldo sluitend moet zijn dan ziet het verloop van de ratio er als volgt uit.

Risico's

2025 7.500

2026 7.500

2027 7.500

2028 7.500

2029 7.500

Algemene reserve Begrotingstekorten Besparing Saldo

41.000 (902) 40.098

40.098 (6.464) 1.698 35.332

35.332 (5.445) 3.396 33.283

33.283 (6.029) 5.094 32.348

32.348 (6.029) 6.756 33.075

5,3

4,7

4,4

4,3

4,4

Ratio

totaal

(24.869) 16.944

Voor het bepalen van de weerstandsratio worden alle verwachte begrotingsresultaten voor de komen jaren (24,8 miljoen + tekort 2024 en resultaat 2023) afgetrokken van de algemene reserve. In de jaarstukken kwam de ratio daarmee uit op 1,1. De omvang van de risico’s is in de begroting gedaald (7,5 mln.) Als daarnaast het scenario “2029 sluitend” door u wordt gekozen dan zou de weerstandsratio nu 4,4 bedragen. Als bij het bepalen van de weerstandsratio alleen het saldo van de algemene reserve van 2025 als “beschikbaar voor dekking” wordt gebruikt, dan zou de waarde 5,3 zijn.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 8 van 44

2.4

Hervormingsagenda jeugd

In het negatieve begrotingssaldo voor de komende jaren is de korting in het kader van de hervormingsagenda jeugd verwerkt. Vooruitlopend op de maatregelen is de algemene uitkering door het Rijk verlaagd met de verwachte kostenvoordelen. In de voorliggende begroting zijn nog geen expliciete besparingen opgenomen in relatie tot de hervormingsagenda. De voortgang, monitoring en bijstelling zijn separaat binnen de hervormingsagenda en de algemene uitkering geregeld. De veronderstelde besparing waarmee we zijn gekort op de algemene uitkering is in onderstaande tabel weergegeven.

Saldo begroting Hervormingsagenda

2025

2026

2027

2028

-902 950 48

-6.464 2.450 -4.014

-5.445 2.600 -2.845

-6.029 2.600 -3.429

In de hervormingsagenda staat de korting beschreven met de onderdelen waarmee dit moet worden gerealiseerd (zie tabel hieronder). Daarbij is ook opgenomen dat de gemeenten moeten investeren om deze besparingen te realiseren. Maatregelentabel en verantwoordelijkheidsverdeling Hervormingsagenda

https://open.overheid.nl/documenten/addec5d5-279c-40de-b607-7b64e8441602/file Deskundigencommissie De deskundigencommissie doet in januari 2025 een uitspraak in hoeverre de korting reëel is en of alle partijen aan hun verplichting hebben voldaan. Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld ook de compensatie van de stijgende zorgkosten, waarbij een andere systematiek voor inflatie wordt gehanteerd. Doordat de effecten van de hervormingsagenda anders uitwerken op de begroting en ook andere bijstellingsmomenten en overleggen kennen kan het begrotingssaldo wijzigen door besluiten over de voortgang van de hervormingsagenda.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 9 van 44

Verdiepende analyse(s) en inzichten

zaaknummer Z/24/475395

pagina 10 van 44

3

Opbrengst verhogende maatregelen

Zoals aangegeven is er in het rapport geen nader onderzoek gedaan naar opbrengst verhogende maatregelen. De aanwezige opbrengsten zijn alleen vergeleken. In dit onderdeel worden maatregelen en potentiële effecten inzichtelijk gemaakt. Op pagina 8 van het rapport is onderstaande tabel opgenomen.

3.1

OZB

Woningen De huidige opbrengst OZB woningen wordt geraamd op € 8.900.000. Een tariefsverhoging met 1% levert naar schatting € 89.000 op. Niet woningen De huidige opbrengst niet woningen wordt geraamd op € 5.947.000. Een tariefsverhoging met 1% levert naar schatting € 59.000 op.

3.2

Parkeeropbrengsten

Het huidige tarief voor parkeren is € 1,00 per uur. Daarnaast zijn er nog twee tarieven voor langer parkeren, € 2,30 per 5 uur en € 4,30 per dag. Met deze tarieven wordt een opbrengst geraamd van € 960.000. Een verhoging van € 0,10 per uur levert naar schatting € 100.000 extra opbrengsten op. Daarbij worden dan ook de tarieven voor 5 uur en per dag verhoogd met € € 0,40 respectievelijk € 0,50.

3.3

Toeristenbelasting

Het huidige tarief voor toeristenbelasting is € 1,05 per overnachting. Met dit tarief wordt een opbrengst geraamd van € 381.500. Een verhoging van € 0,05 per overnachting levert naar schatting € 18.000 extra opbrengsten op. Momenteel wordt de toeristenbelasting geoormerkt voor uitgaven op het gebied van toerisme. Dit oormerken moet (deels) losgelaten worden om de inkomstenverhoging te gebruiken voor dekking van een begrotingstekort.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 11 van 44

4

Programma 0: Bestuur & ondersteuning

In het rapport van BMC behoren onderstaande onderdelen tot het programma bestuur & ondersteuning. In de tabel is overhead negatief afwijkend weergegeven.

4.1

Overhead

Overhead bestaat uit een veelvoud van posten die dienen als ondersteuning voor “directe” taakvelden. In de P&C-documenten zijn wij verplicht een kengetal op te nemen voor de overhead. Daarbij is de vraag of overhead wordt bepaald door de grootte of te vergelijken is met de referentie gemeenten. De referentie gemeenten zijn hoofdzakelijker kleiner dan de gemeente Zevenaar. In de begroting 2024 van de gemeente Zevenaar staat de volgende indicator opgenomen.

Vergelijking Alle gemeenten zijn verplicht deze indicator op te nemen. Hierbij wordt het bedrag aan overhead afgezet tegen de totale uitgaven van de gemeente. Bij enkele gemeenten in de omgeving is dit percentage uit de begroting 2024 opgenomen in onderstaande tabel.

De waarde van de indicator van de gemeente Zevenaar is vergelijkbaar met omliggende gemeenten. zaaknummer Z/24/475395

pagina 12 van 44

4.1.1

Uitsplitsing

De overhead bestaat uit verschillende soorten kosten, zoals toegelicht in bij de indicator in de begroting. Onderdeel Overhead afdelingen Directe afdelingen Gebouwen IT (Bedragen x 1.000)

Bedrag 11.500 2.000 1.000 3.500

Overhead afdelingen Overhead afdelingen zijn afdelingen die ondersteunend zijn. Dit zijn bijvoorbeeld de staf, financiën, intern beheer, communicatie en juridische zaken. Op basis van de BBV moeten die centraal worden geregistreerd. Directe afdelingen Directe afdelingen zijn afdelingen die werkzaamheden verrichten ten dienste van de inwoners. De aansturende en ondersteunende functies van deze afdelingen vallen onder de overhead. Gebouwen De gebouwen die hier onder vallen zijn bijvoorbeeld het gemeentehuis. IT Dit betreft voornamelijk de algemene IT omgeving. Specifieke applicaties moeten zoveel mogelijk worden gekoppeld aan het directe taakveld. De meeste uitgaven hangen samen met de dienstverlening van de RID. 4.1.2

Toelichtingen

Personele lasten De totale uitgaven van de overhead afdelingen bedragen ongeveer 11,5 miljoen. Dit is te splitsen in personele kosten van ongeveer 9 miljoen en overige kosten van 2,5 miljoen. In de begroting 2024 zijn in de paragraaf bedrijfsvoering de fte’s per afdeling opgenomen. Bij de overhead afdeling zijn 124 fte opgenomen, dit geeft een gemiddelde loonsom van gemiddeld € 75.000 per fte. Aanvulling: Bij de meerjarenbegroting 2025 zijn mede als gevolg van de organisatieontwikkeling de personele kosten die op de overhead drukken op basis van de BBV-notitie overhead 2023 nader beschouwd. Dit heeft geleid tot een vermindering van de overhead met 700k. Bij de beschouwing is geconstateerd dat meer personele kosten moeten worden doorbelast aan de directe taakvelden. Alleen sturende functies met personele verantwoordelijkheid vallen onder overhead.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 13 van 44

Overige lasten De overige lasten bedragen ongeveer 2,5 miljoen. Hierin zit een grote incidentele post in voor de verbetering van de organisatie (600k). Daarnaast een budget voor de Zevenaar Academie (125k) en vaste bijdragen aan bijvoorbeeld de VNG (240k) en kosten voor schoonmaak, de reproductie en andere contributies (600k). Ook zit hier de ondersteuning van advisering door de Juridische zaken in. Verder nog diverse bedragen incidenteel (digitalisering dienstverlening) en structureel (kantine) <100k.

4.2

Vergelijking omliggende gemeenten

In de eerste paragraaf is de overhead bekeken op basis van de verplichte indicator en gedeeld door de totale uitgaven van de gemeenten. In onderstaande tabel zijn de uitgaven aan overhead vergeleken op basis van de uitgaven per inwoner. Taakveld Overhead

Duiven

-422

Westervoort

-341

Zevenaar

-385

Montferland

Rheden

-400

-441

In lijn met de indicator geeft de gemeente Zevenaar per inwoner minder uit aan overhead.

4.3

Beschouwing

De basis van deze aanvullende vergelijkingen wordt de afwijking die wordt gesignaleerd ten opzichte van referentie gemeenten niet bevestigd. De overhead lijkt daardoor meer bepaald te worden door de omvang (grootteklasse) van de gemeenten, dan door de eigenschappen (referentie).

zaaknummer Z/24/475395

pagina 14 van 44

5

Programma 1: Openbare orde en Veiligheid

5.1

Inzichten rapport

In het rapport van BMC staat het volgende opgenomen. Omschrijving Veiligheid

Nederland Grootteklasse -138 -111

Referentie -106

Zevenaar -104

Dit programma bestaat uit ongeveer 90% tot 95% uit bijdragen aan verschillende (verbonden) partijen en salarissen. De totale uitgaven van dit programma bedragen ongeveer 4,8 miljoen. De grootste bijdrage is aan de VGGM van 3,2 miljoen.

5.2

Vergelijkingen omliggende gemeenten

Taakveld Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid

Duiven

-62 -14 -76

Westervoort

-55 -17 -72

Zevenaar

-75 -29 -104

Montferland

-68 -31 -99

Rheden

-76 -26 -102

De gemeenten met een vergelijkbare grootte (Montferland en Rheden) hebben vergelijkbare uitgaven per inwoner. De verdeelsleutel voor de bijdrage aan de VGGM is in de begroting opgenomen en bestaat uit verschillende indicatoren, waaronder het aantal inwoners.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 15 van 44

6

Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat

In het rapport van BMC staat het volgende opgenomen.

6.1

verkeer en vervoer

Bij verkeer en vervoer zijn vijf belangrijke posten te onderscheiden in de totale uitgaven van ongeveer 5,5 miljoen. 1. 2. 3. 4. 5.

Verrekening met de voorziening wegen van ongeveer 2 miljoen. Salariskosten 1,5 miljoen Bijdrage aan de RDL voor het straatreinigen van ongeveer 0,5 miljoen. De energielasten van ongeveer 0,5 miljoen. Afschrijvingen en rente van ongeveer 0,5 miljoen

Het resterende bedrag bestaat uit verschillende kleinere posten.

6.2

Vergelijking omliggende gemeenten

Taakveld Verkeer en vervoer Parkeren Recreatieve havens Economische havens en waterwegen Openbaar vervoer

Duiven

-169 -2 -3 -174

Westervoort

Zevenaar

Montferland

-118 -2 -3 -123

-126 -23 -149

-147 -147

Rheden

-139 -1 -1 -141

In vergelijking met de omliggende gemeenten geeft Zevenaar minder uit aan het taakveld verkeer en vervoer. Alleen Westervoort geeft minder uit. Een mogelijke verklaring hiervoor is de omvang van het landelijk gebied.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 16 van 44

7

Programma 3: Economie

In het BMC rapport staat het volgende opgenomen. Omschrijving Economie

Nederland Grootteklasse -1 0

Referentie -14

Zevenaar -15

De posten in dit programma hangen grotendeels samen met investeringen in bedrijventerreinen. De kosten die hiermee samenhangen worden in de grondexploitaties op de balans verwerkt. De overige kosten betreffen salariskosten en bijdragen aan lokale economische samenwerkingen en bedragen bij elkaar ongeveer 0,7 mln.

7.1 Pr 3 3 3 3

Vergelijking omliggende gemeenten Taakveld Economische ontwikkeling Fysieke bedrijfsinfrastructuur Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Economische promotie

Duiven

-5 -16 -1 -22 -44

Westervoort

Zevenaar

Montferland

-5 -3

-15 -3 3 -15

-7

-13 -21

-5 -12

Rheden

-10 2 2 -6

In vergelijking met de omliggende gemeenten geeft Zevenaar meer uit aan economische ontwikkeling, maar minder aan economische promotie. Dit verschil kan veroorzaakt worden doordat niet alle gemeenten de uitgaven op hetzelfde taakveld registreren. Als de twee taakvelden opgeteld worden vergeleken, geeft Duiven per inwoner meer uit, maar zijn de uitgaven vergelijkbaar met Westervoort en Montferland. Rheden besteedt minder per inwoner.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 17 van 44

8

Programma 4: Onderwijs

In het BMC rapport staat het volgende opgenomen.

De uitgaven voor onderwijshuisvesting zijn lastig met andere gemeenten te vergelijken. Dat is mede afhankelijk van het aantal scholen en het soort scholen die in een gemeente staan.

8.1

Taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting

Belangrijke opmerking ten aanzien van bovenstaande uitgaven is dat de komende jaren meerdere onderwijshuisvestingslocaties ontwikkeld moeten worden. De kosten voor deze ontwikkeling zijn niet meegenomen in deze vergelijking.

8.2

Taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

De uitgaven op taakveld 4.3 zijn lager dan in elke vergelijkingsgroep. In het kader van de hervormingsagenda is dit een gebied om maatregelen te bepalen ten behoeve van daling van de jeugdzorgkosten.

8.3

Vergelijking omliggende gemeenten

Taakveld Openbaar basisonderwijs Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid en leerlingzaken

Duiven

-5 -77 -34 -116

Westervoort

Zevenaar

Montferland

-10 -23 -37 -70

-76 -35 -111

-42 -28 -70

Rheden

-58 -44 -102

De uitgaven van Zevenaar en Duiven zijn vergelijkbaar met elkaar. Zij zitten voor een deel ook in dezelfde gemeenschappelijke regeling voor het onderwijs. Montferland en Rheden geven minder uit aan onderwijshuisvesting. Rheden geeft meer gemiddeld meer uit aan onderwijsbeleid en leerlingzaken dan de andere gemeenten.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 18 van 44

9

Programma 5: Sport, cultuur en recreatie

In het BMC rapport staat de volgende tabel opgenomen.

De uitgaven in dit programma liggen onder de uitgaven in alle vergelijkingen, met de grootste afwijking in taakveld 5.3.

9.1

Taakveld 5.1 sportbeleid en activering

De uitgaven bedragen ongeveer € 500.000. De grootste bedragen zijn uitgaven voor de combinatiefunctionaris (145k) en de subsidie voor het welzijnsprogramma (130k). Daarnaast is een algemeen bedrag voor subsidies (ongeveer 120k) voor onder andere sportactiviteiten opgenomen. Hervormingsagenda Jeugd In het kader van de hervormingsagenda Jeugd is dit een belangrijk taakveld in de preventie.

9.2

Taakveld 5.2 Sportaccommodaties

De uitgaven op dit taakveld bedragen ongeveer 2,5 miljoen, waarbij de grootste uitgaven worden bepaald door taken uitgevoerd door Ataro B.V.

9.3

Taakveld 5.3 Cultuur

De uitgaven op dit taakveld bedragen ongeveer 1 miljoen, waarvan de subsidie aan Kunstwerk de grootste uitgave is. Deze bedraagt ongeveer 725k voor het theater/muziekschool en de volksuniversiteit. Daarnaast diverse subsidies in het kader van het welzijnsprogramma (100k). Hervormingsagenda Jeugd In het kader van de hervormingsagenda is dit een belangrijk taakveld in de preventie.

9.4

Taakveld 5.4 Musea

De uitgaven bedragen ongeveer 275k en bestaat voornamelijk uit een bijdrage aan Kunstwerk (90k) voor het museum en een bijdrage aan het streekarchivariaat (175k).

zaaknummer Z/24/475395

pagina 19 van 44

9.5

Taakveld 5.5 Cultureel erfgoed

De uitgaven bedragen ongeveer 215k en bestaat voornamelijk uit advies en salariskosten in het kader van archeologie.

9.6

Taakveld 5.6 Media

De uitgaven bedragen ongeveer 700k en bestaat voornamelijk uit een bijdrage aan Kunstwerk van 800k voor de bibliotheek. Vanuit het Rijk wordt een bijdrage van ongeveer 200k ontvangen. Daarnaast nog een bijdrage aan de lokale omroep van ongeveer 40k.

9.7

Taakveld 5.7 Openbaar groen

In dit taakveld worden verschillende activiteiten verantwoord. In hoofdlijnen worden de volgende uitgaven onder dit taakveld verantwoord.

De uitgaven voor openbaar groen en recreatie & toerisme zijn hieronder verder uitgewerkt. De uitgaven op de andere activiteiten worden voornamelijk bepaald door personele lasten of subsidie. 9.7.1 Openbaar groen De kosten die verantwoord worden onder het openbaar groen hangen voornamelijk samen met het onderhoudsplan openbare ruimte. De bestekken die in 2023 zijn aanbesteed naar aanleiding het door de raad vastgestelde plan. 9.7.2 Recreatie en toerisme Het uitgaven bestaan naast de uitgaven voor personeel uit de ontwikkeling van vrijetijdseconomie met een omvang van ongeveer 325k die samenhangt met de inkomsten toeristenbelasting (380k).

zaaknummer Z/24/475395

pagina 20 van 44

9.8

Aanvullende beschouwing

In programma 5 worden bij verschillende taakvelden activiteiten gerealiseerd door middel van subsidies of bijdrage aan verbonden partijen. Hieronder is een samenvatting opgenomen van de verschillende bedragen op deze onderdelen.

9.9

Vergelijking met omliggende gemeenten

Taakveld Sportbeleid en activering Sportaccommodaties Cultuurpresentatie, cultuurproduct.. Musea Cultureel erfgoed Media Openbaar groen en (openlucht) recr..

Duiven

-16 -60 -13 -7 -1 -13 -96 -206

Westervoort

-28 -21 -10 -7 -18 -82 -166

Zevenaar

-10 -55 -24 -6 -5 -15 -113 -228

Montferland

-20 -59 -14 -6 -4 -20 -124 -247

Rheden

-11 -68 -16 -5 -20 -80 -200

Zevenaar besteedt gemiddeld net zo veel als de andere gemeenten aan dit programma, met uitzondering van Westervoort. Het grootste verschil zit in het onderdeel openbaar groen. Montferland geeft per inwoner meer aan uit aan openbaar groen, Duiven en Rheden geven minder uit.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 21 van 44

10 Programma 6: Sociaal domein Het sociaal domein in programma 6 is een omvangrijk programma met een 4-tal deelgebieden/wetten. In de rapportage van BMC is deze ook zo uitgewerkt. In deze analyse worden de deelgebieden/wetten voorzien van een nadere toelichting/verdieping.

10.1

Basisvoorzieningen

Onder de basisvoorzieningen valt een tweetal taakvelden. De voorliggende voorzieningen in taakveld 6.1 en het wijkteam in taakveld 6.2.

Op basis van bovenstaand overzicht is de conclusie dat wij minder uitgeven aan de voorliggende (basis)voorzieningen en meer aan wijkteams. In het kader van de hervormingsagenda zijn beide taakvelden van belang om de daling van de zorgkosten te realiseren.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 22 van 44

10.1.1 Taakveld 6.1: Samenkracht en burgerparticipatie De uitgaven op dit onderdeel bedragen ongeveer 4,6 miljoen, verdeeld over een aantal activiteiten. De onderdelen >100k zijn voorzien van een aanvullende toelichting. Activiteit Maatschappelijke ondersteuning Collectieve vervoersvoorzieningen Burgerinitiatieven Jeugdzorg uitvoeringsagenda Preventie Minderheden Gemeenschapshuizen/wijkcentra Mantelzorg Jeugd- en jongerenwerk Kinderopvang Toezicht en kwaliteit zorgaanbieders

Bedrag 2.000.000 700.000 400.000 400.000 350.000 300.000 150.000 150.000 100.000 50.000 50.000 4.650.000

Maatschappelijke ondersteuning Voor maatschappelijke ondersteuning worden met name Sante (380k) en Caleidoz (1,4 mln.) ingezet. Collectieve vervoersvoorzieningen De grootste bijdrage gaat naar de BVO DRAN (480k). Incidenteel zijn er middelen beschikbaar voor de ontwikkeling van de dienstverlening via de BVO DRAN (100k). Burgerinitiatieven Hieronder vallen de activiteiten voor Zevenaar Doet (100k) en de dorpsplannen (150k). Dit naast de personele inzet op deze activiteiten. Jeugdzorg uitvoeringsagenda De uitgaven zijn in hoofdlijnen te splitsten in twee delen. De eerste is de bijdrage aan de regionale agenda (130k) en de tweede is de lokale agenda (200k). Preventie Hieronder vallen verschillende activiteiten, waaronder POH, home start, buurtgezinnen en jongerenwerk. Minderheden Subsidie aan stichting Vizier (40k) en bijdrage aan de RSD voor het uitvoeren van werkzaamheden (50k). Daarnaast wordt het grootste deel van de werkzaamheden verricht door eigen personeel (150k). Gemeenschapshuizen & jeugd- en jongerenwerk Subsidies voor verenigingen en dorpshuizen. Mantelzorg Hier staan voornamelijk de uitgaven in het kader van de mantelzorgcompliment.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 23 van 44

10.1.2 Taakveld 6.2 wijkteams De kosten onder wijkteams bestaan hoofdzakelijk uit de uitvoeringskosten van eigen personeel. Zevenaar geeft meer per inwoner uit dan in alle vergelijkingen. De afwijking ten opzichte van referentie gemeenten is het grootst. In deze vergelijking is het echter ook bepalend hoe gemeenten wijkteams hebben georganiseerd. Is dat bijvoorbeeld binnen of buiten de gemeente georganiseerd, in een samenwerking of een zelfstandige entiteit. De verschillen in de wijze waarop het wijkteam is georganiseerd heeft effect op de manier van kostenregistratie. Om een beter beeld te krijgen is een vergelijking gemaakt met omliggende gemeenten, waarbij meer bekend is hoe zij hun wijkteams hebben georganiseerd. Ook in relatie tot het voorliggende veld. Overzicht-Basisvoorzieningen:

Uit de vergelijking van de basisvoorzieningen met de andere gemeenten komen verschillende beelden. Bij Duiven en Westervoort is het bedrag in 6.1 hoger, maar zijn de kosten van de wijkteams lager. Bij Montferland is het bedrag bij 6.1 lager met kosten op 6.2 vergelijkbaar met Zevenaar. Bij Rheden liggen beide lager. In de hervormingsagenda en de werkwijze is een veronderstelde relatie aanwezig tussen deze taakvelden en de zorgkosten. Investeringen in de basisvoorzieningen moeten leiden tot lagere zorgkosten. In onderstaande tabel wordt op basis van uitgaven een vergelijking gemaakt. Deze zijn niet helemaal vergelijkbaar door verschillend beleid, verschillende aantallen en samenstelling van de bevolking. Maar de inzichten zijn in hoofdlijnen wel een indicatie. Totaaloverzicht (Basisvoorzieningen en zorgkosten):

Uit dit totaaloverzicht, waarbij de zorgkosten worden meegewogen als indicator blijkt dat de gemeente Zevenaar het duurst is in deze vergelijking. De veronderstelde relatie tussen hogere investeringen in basis voorzieningen die moeten leiden tot lagere zorgkosten kan met deze vergelijking niet worden bevestigd. Dit omdat Duiven en Westervoort meer investeren in met name de voorliggende voorzieningen, maar dat niet bij beide leidt tot lagere zorgkosten. Ook bij Rheden is dit niet terug te zien. Lagere kosten bij de basis voorziening leiden niet tot hogere zorgkosten.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 24 van 44

10.2

Participatiewet

Voor de participatiewet is een drietal taakvelden relevant.

Daarnaast zijn enkele indicatoren in het rapport van BMC opgenomen die relevant zijn voor deze wet.

10.2.1 Taakveld 6.3 inkomensregelingen Op basis van de analyse van de algemene uitkering ontvangen wij meer voor de inkomensregelingen dan de referentiegemeenten. Dit komt in eerste tabel terug. Dit is ook terug te zien in de indicator van mensen met een bijstandsuitkering. Er lijkt een verband tussen de lasten en de indicator “personen met een bijstandsuitkering”. Nederland ligt het hoogst met 34,5 per 1.000 inwoners en besteedt met 511 ook het meest. Zevenaar is met 24,7 hoger dan de gemeenten in de grootteklasse en referentiegemeenten en geeft wat meer uit (400k). De uitgaven op dit taakveld bestaan uit de volgende onderdelen. Onderdeel Bedrag Minimabeleid 3.000 Inkomensvoorzieningen 2.200 Schuldhulpverlening 525 Kwijtschelding 275 Faciliteiten 250 BBZ 40

zaaknummer Z/24/475395

pagina 25 van 44

Minimabeleid De grootste uitgaven in het kader van het minimabeleid zijn een bijdrage van 2,2 mln. aan de RSD voor het uitvoeren van de bijzondere bijstand. Daarnaast ruim 400k aan uitgaven voor de collectieve zorgverzekering. Inkomensvoorziening Naast de personele lasten 475k, bestaat dit voornamelijk uit een bijdrage aan de RSD van 1,5 mln. voor de inkomensvoorzieningen. Schuldhulpverlening Bestaat voornamelijk uit personele lasten. Faciliteiten Hier staan meerdere kosten die nodig zijn voor het faciliteren van de verschillende producten en diensten die onder dit taakveld vallen. Bijvoorbeeld de ruimten waarin deze dienstverlening wordt uitgevoerd. 10.2.2 Taakveld 6.4 Begeleide participatie Hier worden de activiteiten geregistreerd die samenhangen met de dienstverlening van Scalabor. De kosten lopen direct of indirect (via de MGR) naar Scalabor. 10.2.3 Taakveld 6.5 Arbeidsparticipatie Bij dit taakveld zijn in hoofdlijnen drie onderdelen opgenomen. De eerste is de dienstverlening door de RSD in het kader van de re-integratie. Als tweede de bijdrage aan het Werkgeversservicepunt (WSP). Als derde zijn de kosten van de bestuursopdracht RSD opgenomen. De kosten van de bestuursopdracht zijn hierbij grotendeels verwerkt als verlaging van de inkomensregeling (taakveld 6.3). Zonder de veronderstelde besparingen zou het bedrag (-400) hoger zijn.

10.2.4 Vergelijking omliggende gemeenten Aanvullend zijn de uitgaven van Zevenaar te vergelijken met gemeenten in onze omgeving. Duiven en Westervoort participeren in zijn geheel in dezelfde samenwerkingsverbanden en de bestuursopdracht. Rheden deels (Scalabor) en Montferland in zijn geheel niet. Taakveld Inkomensregelingen Begeleide participatie Arbeidsparticipatie

Duiven

-59 -2 -171 -232

Westervoort

-95 -175 -90 -360

Zevenaar

-145 -119 -72 -336

Montferland

-101 -118 -70 -289

Rheden

-117 -229 -346

Het saldo van de inkomensregelingen van Zevenaar is hoger dan alle andere gemeenten. Bij begeleide participatie en arbeidsparticipatie zijn er grote verschillen tussen de gemeenten. Wat mogelijk een verschil is van de manier van registreren.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 26 van 44

10.2.5 Aanvullende analyse Om een beter beeld te krijgen van de verschillen in uitgaven wordt in dit deel gekeken naar enkele onderliggende indicatoren die behoren bij deze wet. De gegevens van www.waarstaatjegemeente.nl zijn hiervoor gebruikt. Onderstaand enkele indicatoren van de gemeenten. Indicator Werkloze beroepsbevolking Personen met een bijstandsuitkering Werkend zonder bijstand Werkend met bijstand Niet werkend met bijstand Niet werkend zonder bijstand Laag onderwijsniveau

Duiven

Westervoort

Zevenaar

Montferland

Rheden

3,0% 26

3,3% 33

3,2% 25

2,9% 17

3,3% 32

2,6 1,0 8,9 0,5 157

4,3 0,9 9,5 0,9 173

3,6 0,9 8,6 0,6 178

4,0 1,1 7,9 1,8 180

3,5 1,0 7,0 1,0 127

Per 1.000 inwoners Duiven, Westervoort en Zevenaar hebben de inkomensregelingen bij de RSD belegd. De indicatoren met inwoners die bijstand ontvangen zijn vergelijkbaar bij deze gemeenten. Met name de indicator “nietwerkend” met bijstand wijkt bij Duiven, Westervoort en Zevenaar af van de andere twee gemeenten. Dit in combinatie met “niet-werkend zonder bijstand”. In de Liemerse gemeenten zijn er meer niet-werkende met bijstand dan in de andere twee gemeenten. De algemene indicatoren, zoals percentage werkloos of onderwijsniveau kennen maar een beperkte afwijking.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 27 van 44

10.3

Wet Maatschappelijke ondersteuning – dienstverlening en voorzieningen

In het rapport van BMC is het volgende opgenomen.

Hierbij is als verklarende variabele het aantal inwoners van een hogere leeftijd als gedeeltelijke verklaring benoemd. Vergelijking omliggende gemeenten Taakveld Maatwerkvoorziening (WMO) Maatwerkdienstverlening 18+ Huishoudelijke hulp (WMO) Begeleiding (WMO) Dagbesteding (WMO) Overige maatwerkarrangementen .. Geëscaleerde zorg 18+ (WMO) Beschermd wonen (WMO) Maatschappelijke- en vrouwenopvang

Duiven

-41 -96 -72 -6 -1 -1 -6 -223

Westervoort

-49 -98 -71 -8 -1 -1 -8 -236

Zevenaar

-42 -151 -107 -1 -5 -9 -315

Montferland

-48 -132 -95 -43 -3 -321

Rheden

-53 -161 -139 -49 -402

De uitgaven voor maatwerkvoorzieningen, waaronder hulpmiddelen zijn net als in de vergelijking van BMC vergelijkbaar met de omliggende gemeenten. Bij de uitgaven aan huishoudelijke hulp zijn de verschillen tussen gemeenten groter. Alleen Rheden geeft gemiddeld per inwoner meer uit. De andere gemeenten geven minder uit.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 28 van 44

Op “waarstaatjegemeente.nl” zijn meerdere indicatoren opgenomen die een relatie hebben met de kosten op dit taakveld. Deze kunnen inzicht of een verklaring geven in de financiële verschillen. Indicator Ondersteuning thuis Hulp bij het huishouden Hulpmiddelen en diensten Maatwerkvoorziening

Duiven

Westervoort

13 37 31 63

17 37 30 66

Zevenaar

Montferland

16 43 52 82

Rheden

15 40 48 77

15 43 43 80

Per 1.000 inwoners. Bij alle indicatoren zit Zevenaar bij de hoogste aantallen. Ondersteuning thuis en hulp bij het huishouden zijn vergelijkbaar, maar per 1.000 inwoners verstrekt Zevenaar meer hulpmiddelen en meer maatwerkvoorzieningen.

10.4 Jeugdwet In het rapport van BMC is de vergelijking in de jeugdwet op twee taakvelden gemaakt.

De gemeente Zevenaar geeft ten opzichte van de referentiegemeenten voornamelijk meer uit aan taakveld 6.73 en 6.74. Dit zijn vooral de taakvelden met zware indicaties en met een verblijf. De volgende indicatoren zijn ter duiding toegevoegd.

Zevenaar kent procentueel meer jongeren met jeugdhulp (met en zonder verblijf).

zaaknummer Z/24/475395

pagina 29 van 44

10.5 Vergelijking omliggende gemeenten Taakveld 6.72 Zonder verblijf 6.73 Met verblijf 6.74 Bescherming en reclassering

Duiven

Westervoort

-106 -78 -107 -291

Zevenaar

-138 -95 -119 -352

Montferland

-199 -126 -108 -433

Rheden

-179 -77 -50 -306

-191 -114 -112 -417

Bij de jeugdzorg met en zonder verblijf geeft Zevenaar meer uit dan de andere gemeenten. Bij beschermingsmaatregelen en reclassering zijn de kosten van Montferland lager dan de andere gemeenten.

10.6 Aanvullende vergelijking Op basis van indicatoren die opgenomen zijn op www.waarstaatjegemeente.nl zijn aanvullende inzichten te verkrijgen over de doelgroep. Indicator Jongeren met jeugdhulp

Duiven

Westervoort

Zevenaar

Montferland

Rheden

12,7

13,7

12,5

9,6

12,9

Jongeren zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf Jeugdbescherming Jeugdreclassering

87,1% 4,8% 7,3% 0,0%

86,2% 6,9% 5,7% 0,0%

81,8% 10,2% 7,2% 0,8%

82,2% 10,4% 6,7% 0,0%

81,4% 10,5% 6,8% 1,4%

Van de Zevenaarse jongeren tot 18 jaar heeft 12,5% ondersteuning in het kader van de jeugdwet. Dit is vergelijkbaar met Duiven en Rheden. Westervoort heeft verhoudingsgewijs meer jongeren en Montferland minder jongeren met jeugdhulp. Als jongeren ondersteuning ontvangen dan is dat in Zevenaar in 81,8% van de gevallen ondersteuning zonder verblijf. Met verblijf is 10,2% en 8% in de categorie bescherming/reclassering.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 30 van 44

10.7 Zorgkosten per jongere In de categorie met verblijf zijn de percentages van Zevenaar, Montferland en Rheden vergelijkbaar (+/10%), maar de uitgaven per inwoner niet. De uitgaven in Zevenaar per inwoner zijn hoger. Dit kan worden verklaard door een verschil in absolute aantallen, daarom is onderstaande vergelijking toegevoegd. Taakveld Inwoners Groene druk Absoluut jonger dan 19 Percentage met ondersteuning Absoluut met ondersteuning Totale zorgkosten per jongere

• • • •

Duiven

Westervoort

Zevenaar

Montferland

Rheden

24.869 34% 8.480 12,7% 1.077

15.152 36% 5.470 13,7% 749

45.050 35% 15.632 12,5% 1.954

36.879 33% 12.133 9,6% 1.165

43.656 35% 15.105 12,9% 1.949

-6.719

-7.117

-9.983

-9.688

-9.343

De totale zorgkosten per inwoner van Zevenaar (433) is vermenigvuldig met het aantal inwoners (45.050) voor de totale zorgkosten. Het aantal jongeren is bepaald op basis van de groene druk volgens www.waarstaatjegemeente.nl (15.632). Om het aantal absolute jongeren met ondersteuning te bepalen is het percentage met jeugdzorg op basis van het totaal (1.954). De totale zorgkosten zijn gedeeld door het aantal jongeren met ondersteuning om het gemiddelde bedrag per ondersteunde jongere te bepalen (€ 9.983).

De gemiddelde kosten per jongere die in Zevenaar jeugdhulp krijgt bedraagt € 9.983. De gemiddelde kosten zijn hoger dan in de andere gemeente.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 31 van 44

11 Programma 7: Volksgezondheid en duurzaamheid In het rapport van BMC staat het volgende opgenomen:

De taakvelden 7.1 en 7.5 liggen in lijn met alle vergelijkingen. Bij de taakvelden 7.2 en 7.3 is sprake van een “gesloten systeem”. De kosten hangen samen met de inkomsten via de belastingen en heffingen.

11.1

Taakveld 7.1 Volksgezondheid

De uitgaven aan volksgezondheid van ongeveer 2,2 mln. betreffen hoofdzakelijk bijdragen aan de VGGM.

11.2

Taakveld 7.4 Milieubeheer

De uitgaven die zijn verantwoord onder taakveld milieubeheer zijn: Onderdeel Bedrag Duurzaamheidsbeleid 900 Energietransitie 600 Warmtetransitie 230 Wijk van de Toekomst 20 Milieu - beleid, uitvoering en toezicht 850 2.600

zaaknummer Z/24/475395

pagina 32 van 44

Duurzaamheidsbeleid De uitgaven in het duurzaamheidsbeleid hangen grotendeels samen met de bestemmingsreserve. In 2024 en 2025 zijn kosten opgenomen en vanaf 2026 niet meer. De kosten 2024 en 2025 worden gedekt uit de bestemmingsreserve. Energietransitie In deze uitgaven zitten eenmalige kosten 2024 voor het soorten managementplan (300k). Daarnaast kosten voor het onderzoek naar het energieneutraal maken van de organisatie (100k) en de toekomstige middelen die daar voor nodig zijn (100k vanaf 2026). Warmtetransitie Dit betreffen eenmalige kosten (160k) voor het onderzoek naar een warmtenet Zevenaar. Meerjarig De kosten in 2024 bedragen ongeveer 2,6 miljoen en zijn in 2026 en 2027 ongeveer 1 miljoen lager, door de incidentele posten in 2024 en 2025.

11.3

Vergelijking omliggende gemeenten

Taakveld Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria

Duiven

-52 48 45 -26 -3 12

Westervoort

-54 15 26 -28 -3 -44

Zevenaar

-48 21 14 -59 -4 -76

Montferland

-63 19 36 -53 -1 -62

Rheden

-46 42 23 -42 4 -19

Zevenaar geeft minder uit aan volksgezondheid met uitzondering van Rheden. De kosten van riolering en afval zijn wisselend van niveau, waarbij het systeem voor afvalinzameling een rol kan spelen. Riolering en afval zijn bij alle gemeenten onderdeel van een gesloten systeem. Zevenaar geeft meer uit aan Milieubeheer dan de andere gemeenten. Belangrijk onderdeel hiervan zijn de bestedingen in het kader van duurzaamheid. Zoals in bovenstaande analyse opgenomen zijn de bestedingen in 2024 voor Zevenaar een miljoen hoger door incidentele budgetten. Als dit gecorrigeerd wordt, dan besteedt Zevenaar ongeveer 37 euro per inwoner.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 33 van 44

12 Programma 8: Ruimtelijke ordening en wonen In het BMC rapport staat het volgende opgenomen.

De uitgaven aan taakveld 8.1 zijn lager dan bij de andere vergelijkingen. De uitgaven op taakveld 8.3 zijn hoger dan bij de vergelijkingen.

12.1

Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening

In de uitgaven op dit taakveld zitten naast de personele kosten voor het maken van beleid ook de kosten voor de omgevingswet opgenomen (500k). De uitgaven voor de voorbereiding op de omgevingswet zijn incidenteel.

12.2

Taakveld 8.3 Wonen en bouwen

De uitgaven op het taakveld wonen en bouwen bedragen ongeveer 2,4 mln. De uitgaven bestaan voor een deel uit het verlenen van vergunningen. Het grootste deel van de uitgaven wordt gedekt door inkomsten uit leges. Daarnaast zijn er in het kader van versnelling van de woningbouw kosten verantwoord. Deze kosten worden gedekt door een bijdrage uit de bestemmingsreserve die daarvoor is gevormd. De dekking uit de bestemmingsreserve is opgenomen onder programma 0.

12.3 Pr 8 8 8

Vergelijking omliggende gemeenten Taakveld Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijvente.. Wonen en bouwen

Duiven

-69 -5 -41 -115

Westervoort

-60 -20 -50 -130

Zevenaar

-32 -45 -77

Montferland

-27 -7 -41 -75

Rheden

-54 2 -51 -103

De uitgaven voor ruimte en leefomgeving zijn bij Zevenaar en Montferland lager dan de andere. Voor grondexploitaties is het een boekhoudkundig verschil, door bijvoorbeeld winstneming voor een project. Bij wonen en bouwen zijn de uitgaven van de gemeenten vergelijkbaar en zit Zevenaar op het gemiddelde.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 34 van 44

Beschouwing modellen & taakstelling

zaaknummer Z/24/475395

pagina 35 van 44

13 Modellen In het rapport van BMC zijn een aantal modellen/methoden opgenomen hoe de taakstelling kan worden verdeeld. 1. Na rato van vrije beleidsruimte 2. Na rato van de benchmark 3. Met in achtneming van het VNG advies

13.1

Vrije beleidsruimte

Op basis van het rapport van de Raad van Openbaar Bestuur is per programma de theoretische vrije ruimte bepaald. Op basis van de aanvullende analyses en inzichten kan worden gevalideerd in hoeverre dit een realistisch model is. Programma Netto uitgaven ROB Beleidsruimte Bestuur & organisatie 19.327 10% 2.000 Openbare orde & veiligheid 4.657 33% 1.500 Verkeer en vervoer 5.077 65% 3.300 Economie 771 80% 600 Onderwijs 2.645 15% 400 Sport, cultuur en recreatie 9.783 90% 8.700 Basisvoorzieningen 9.710 15% 1.500 Participatie 15.236 10% 1.500 WMO 14.243 33% 4.700 Jeugdzorg 19.576 15% 2.700 Volksgezondheid en milieu 4.754 50% 2.400 Ruimtelijke ontwikkeling en wonen 3.451 66% 2.300 109.230 31.600

Realistisch Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Ja Nee Nee

Aanvullende toelichting Op basis van analyse minder besteed als anders wordt vergeleken Bestaat grotendeels uit een bijdrage aan de VGGM Besteding minder dan vergelijkingen Beperkte uitgaven en lager dan aanvullende vergelijkingen Verwachte uitgaven nemen nog toe Bestedingen liggen onder alle vergelijkingen Uitgaven liggen boven alle vergelijkingen Uitgaven liggen boven alle vergelijkingen Met name de voorzieningen liggen hoger in vergelijkingen Met name de uitgaven voor voorziening met verblijf liggen hoger Bestedingen grotendeels bijdrage aan VGGM, duurzaamheid incidenteel Hogere uitgaven grotendeels gedekt door bestemmingsreserves of incidenteel

Als de bedragen die volgens de theoretische verdeling van het ROB worden gebruikt als uitgangspunt van het bepalen van de taakstellingen, dan leidt dat tot een beeld dat alleen besparingen in het sociaal domein realistisch zijn. De theoretische vrije beleidsruimte wordt niet bevestigd in de voorgaande analyses.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 36 van 44

13.2

Na rato van de benchmark

Als de referentiegemeenten worden gebruikt om te bepalen waar besparingen mogelijk zijn. Programma Referentie Zevenaar Verschil Totaal Bestuur & organisatie 446 447 -1 -45.000 Openbare orde & veiligheid 106 104 2 90.000 Verkeer en vervoer 178 127 51 2.295.000 Economie 15 18 -3 -135.000 Onderwijs 110 111 -1 -45.000 Sport, cultuur en recreatie 266 229 37 1.665.000 Basisvoorzieningen 171 216 -45 -2.025.000 Participatie 288 338 -50 -2.250.000 WMO 260 302 -42 -1.890.000 Jeugdzorg 336 435 -99 -4.455.000 Opvangvoorzieningen 4 14 -10 -450.000 Volksgezondheid en milieu 92 107 -15 -675.000 Ruimtelijke ontwikkeling en wonen 67 77 -10 -450.000 2.339 2.525 -8.370.000

Realistisch Aanvullende toelichting Nee Op basis van aanvullende analyses/inzichten op overhead zelfde beeld. Nee Geen mogelijkheid om taakstelling op te leggen. Nee In de situatie van bezuinigen niet logisch om uitgaven te verhogen Nee In vergelijking met omliggende gemeenten uitgaven beperkt. Nee Uitgaven gaan komende jaren toenemen. Nee In de situatie van bezuinigen niet logisch om uitgaven te verhogen. Ja Op basis van aanvullende vergelijkingen is een taakstelling realitisch. Ja Op basis van aanvullende vergelijkingen is een taakstelling realitisch. Ja Op basis van aanvullende vergelijkingen is een taakstelling realitisch. Ja Op basis van aanvullende vergelijkingen is een taakstelling realitisch. Nee Afwijkingen in vergelijking omliggende gemeenten uitgaven niet afwijkend. Nee Op basis van aanvullende analyse grotendeels veroorzaakt door incidentele uitgaven Nee Hogere uitgaven voornamelijk gedekt uit bestemmingsreserve.

Op basis van de vergelijking met de referentiegemeenten komt eenzelfde beeld naar voren als in de vorige vergelijking. Bij bestuur en organisatie is het verschil beperkt, maar blijkt uit de aanvullende analyse dat een vergelijking met de referentiegemeenten niet de juiste vergelijking is.

13.3

VNG advies

Het VNG advies gaat uit van het leggen van de taakstellingen bij de gedecentraliseerde taken en de eigen beleidsterreinen te ontzien. Op basis hiervan worden de volgende programma’s vrijgesteld van de taakstellingen. Programma Eigen beleidsterrein Bestuur & organisatie Nee Openbare orde & veiligheid Nee Verkeer en vervoer Nee Economie Ja Onderwijs Nee Sport, cultuur en recreatie Ja Basisvoorzieningen Nee Participatie Nee WMO Nee Jeugdzorg Nee Opvangvoorzieningen Nee Volksgezondheid en milieu Nee Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Nee

De programma’s die vallen onder het eigen beleidsterrein van de gemeente, zijn de taakvelden waar Zevenaar minder uitgeeft dan de gemeenten in de vergelijkingen.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 37 van 44

14 Validatie en inrichting van opgave

14.1 Totaaloverzicht Op basis van bovenstaande analyse van de modellen zijn de programma’s bepaald waarin besparingen reëel zijn. De bedragen die zijn opgenomen in de modellen zijn gebaseerd op theoretische aannames. In dit onderdeel wordt de omvang van de taakstelling volgens deze modellen gevalideerd. Welke omvang is op basis van een grove nadere analyse reëel. Programma Realistich Bestuur & organisatie Nee Openbare orde & veiligheid Nee Verkeer en vervoer Nee Economie Nee Onderwijs Nee Sport, cultuur en recreatie Nee Basisvoorzieningen Ja Participatie Ja WMO Ja Jeugdzorg Ja Volksgezondheid en milieu Nee Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Nee

ROB Referentie 2.000 45 1.500 (90) 3.300 (2.295) 600 135 400 45 8.700 (1.665) 1.500 2.025 1.500 2.250 4.700 1.890 2.700 4.455 2.400 450 2.300 675 31.600 7.920

Reëel 1.000 1.000 2.000 2.000 6.000

*bij de referentiegemeenten is het getal in het rapport van BMC vermenigvuldigd met het aantal inwoners. Het bedrag dat is opgenomen bij “reëel” is gebaseerd op inzichten uit de analyse in combinatie met inzicht in de budgetten die bij het programma horen. Onderdeel van reëel is dat de besparing in de jaren tot en met 2029 kunnen worden gerealiseerd. In het vervolg traject met dit verder worden onderzocht.

14.2 Toelichtingen Basisvoorzieningen Op basis van de vergelijkingen in relatie tot de zorguitgaven moet een besparing op de basis voorzieningen mogelijk zijn (zie 10.1.2). De taakstelling is lager bepaald dan de inschattingen op basis van de referentie gemeenten en bij de vrije beleidsruimte.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 38 van 44

Participatie Op basis van de vergelijkingen, de indicatoren en de verschillende activiteiten zijn besparingen mogelijk. Minimabeleid, bestuursopdracht RSD, de collectieve verzekering en de dienstverleningsafspraken met de RSD zijn onderwerpen die op basis van de beschouwing kunnen worden onderzocht. Wet Maatschappelijke ondersteuning Uit de aanvullende beschouwingen blijkt dat Zevenaar meer uit geeft, met name aan de voorzieningen. Daarnaast ook op de begeleiding. Verschillende maatregelen kunnen worden uitgewerkt om de uitgaven te beperken. Hier zullen ook beleidsmatige wijzigingen voor moeten worden doorgevoerd. Deze moeten verder worden uitgewerkt. Jeugdzorg Op basis van de aanvullende analyses geeft Zevenaar met name aan het onderdeel maatregel met verblijf meer uit. Ook de gemiddelde kosten per jeugdige met ondersteuning is het hoogst in vergelijking met de omliggende gemeenten. Beleidsmatig en ook uitvoerend zijn hier besparingen mogelijk.

14.3 Hervormingsagenda Jeugd Zoals in de inleiding opgenomen speelt in het sociaal domein ook de ontwikkeling van de hervormingsagenda. Deze raakt de voorgestelde reële besparingen. Een integraal plan moet alle taakstellingen, maar ook de andere van belang zijnde taakvelden voor de hervormingsagenda raken. Dit plan zal ook vragen om investeringen en wijzingen van beleid in andere programma’s, voordat de besparingen kunnen worden gerealiseerd. In deze context is het van belang de besparingen op de onderdelen over een langere termijn en in samenhang vorm te geven.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 39 van 44

14.4 Financiële positie Als bovenstaande inzichten worden gecombineerd met de financiële positie dan geeft dat het volgende beeld.

De grootste opgave voor de komende jaren ligt in 2026 met een besparing van € 6.756.000. Op basis van de aanvullende analyses in voorgaande onderdelen lijkt een besparing in programma 6 van € 6.000.0000 realistisch en haalbaar op de lange termijn. Het begrotingssaldo is daarmee nog niet structureel sluitend en zijn er andere maatregelen nodig. Zeker met in gedachten dat de uitgaven in het programma onderwijs (onderwijshuisvesting) hoger zullen worden. In het saldo zit, zoals beschreven een besparing in het kader van de hervormingsagenda van ongeveer 2,6 miljoen (besparingen 3,1 miljoen minus investeringen 0,5 miljoen = 2,6 miljoen). Deze zal grotendeels onderdeel uitmaken van de ingeschatte € 6.000.000 aan reëel geachte besparingen.

14.5 Omvang van taakstelling Als gevolg hiervan zijn een tweetal acties nodig. Ten eerste rekening houden met een hoger tekort, ten tweede taakstellingen bepalen op andere programma’s dan het sociaal domein. Stel dat er zekerheidshalve uit wordt gegaan van een tekort van € 8.000.000 in 2029, dan zullen nog maatregelen moeten worden bepaald voor een bedrag van ongeveer € 2.000.000.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 40 van 44

14.6 Leidraad bij verdeling van taakstelling Dit bedrag moet dan verdeeld worden over de verschillende programma’s, waarbij verschillende uitgangspunten kunnen worden toegepast. De modellen voor het verdelen kunnen zijn: 1. 2. 3. 4. 5.

Op basis van theoretische beleidsruimte Elk programma procentueel gelijk aandeel Verhogen van de inkomsten Alle programma’s met uitzondering van de eigen beleidsterreinen/programma’s. Op basis van inschattingen en toelichtingen in de analyses.

De gemeenteraad kan hierin beslissen welk uitgangspunt zij zouden willen hanteren bij deze verdeling.

14.7 Verbonden partijen en grote subsidie ontvangers Een ander algemene maatregel kan zijn om de verbonden partijen en grote subsidie partijen in dezelfde compensatiemethodiek te brengen als die de gemeente in de algemene uitkering ontvangt. De gemeente wordt voor inflatie gecompenseerd op basis van de ontwikkeling van het BBP. Deze is op dit moment lager dan de inflatie en loonontwikkeling. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente het verschil tussen gevraagde inflatiebijstelling en compensatie op basis van BBP zelf moet dekken. Op basis van de analyse is geconstateerd dat enkele grote subsidieontvangers en verbonden partijen waarin wij rechtstreeks invloed hebben veel verschillende taken uitvoeren. Vanuit verschillende beleidsterreinen worden afspraken gemaakt met deze partijen, maar is het vanuit een integrale benadering mogelijk om deze anders de financieren of bij te laten dragen in de besparingsopdracht. Voorbeelden zijn Ataro, de RDL, MGR sociaal domein de RSD of subsidiepartijen als Kunstwerk en Caleidoz.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 41 van 44

Maatschappelijke effecten

zaaknummer Z/24/475395

pagina 42 van 44

15 Maatschappelijke effecten Op basis van voorgaande kan een deel van de opgave bij alle programma’s worden neergelegd. In onderstaand overzicht worden per programma de belangrijkste potentiële maatschappelijke effecten beschreven van besparingen bij de verschillende programma’s. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de bijlagen die zijn opgenomen in het rapport van BMC.

15.1 Programma bestuur & ondersteuning Een belangrijk onderdeel van het programma bestuur & ondersteuning is de overhead. Deze is nader toegelicht in het voorgaande onderdeel. Een belangrijk onderdeel dat speelt in de overhead is de verbetering van de organisatie. Het proces van verbeteren van de organisatieverandering is in 2024 in volle gang. Door een taakstelling op te leggen voordat dit proces is afgerond kan het risico ontstaan dat een suboptimale organisatie wordt gerealiseerd. Met name de dienstverlening aan inwoners, de financiële, juridische en technologische ondersteuning kunnen onder druk komen te staan.

15.2 Programma openbare orde & veiligheid In de kadernota zijn geen middelen opgenomen voor de handhaving van de vakantieparken. Hiermee is een voorschot genomen op de opgave. Verder is een besparing alleen mogelijk als alle gemeenten die deelnemen in de VGGM besluiten tot een verlaging van de bijdrage. In het voorjaar is op basis van onderzoek echter besloten de bijdrage te verhogen om te zorgen dat de VGGM een robuuste bedrijfsvoering kan bouwen.

15.3 Programma verkeer en vervoer Taakstellingen doorvoeren in dit programma zullen effect hebben op de beschikbaarheid van de buurtbussen. Het netwerk van de buurtbussen en de waardering van de inwoners voor deze faciliteit zijn hoog.

15.4 Programma economie In dit onderdeel zijn maatregelen genomen door bijvoorbeeld het budget voor “Dag van de ondernemer” niet te honoreren. Als taakstellingen op dit taakveld worden belegd dan zal dat leiden tot minder mogelijkheden om in verbinding te staan met de ondernemers in de gemeente.

15.5 Programma onderwijs De uitgaven aan onderwijs zullen de komende jaren toe gaan nemen door de noodzakelijke investeringen bij verschillende scholen. Door een taakstelling op te leggen op dit programma zal het oplossen van de onderwijsvraagstukken (verder) vertraging oplopen.

zaaknummer Z/24/475395

pagina 43 van 44

15.6 Programma sport, cultuur en recreatie Door besparingen door te voeren op het onderdeel sport zullen accommodaties mogelijk verschralen. Het gevolg hiervan kan zijn dat de faciliteiten minder (goed) beschikbaar zijn en daarmee minder kan worden gesport en gesocialiseerd. In het kader van de hervormingsagenda is dit een onderdeel waar een deel van de opgave ligt en daar kan dan geen of maar beperkt invulling aan worden gegeven. Voor cultuur is hetzelfde van toepassing als voor sport. Inwoners kunnen bijeenkomen in de culturele faciliteiten die de gemeente ondersteund. Bij een verlaging van het bijdragen kunnen deze minder toegankelijk worden. Openbaar groen is een ander belangrijk onderdeel in dit programma. Het afgelopen jaar is op basis van het onderhoudsplan inhoud gegeven aan de staat waarin het openbaar groen zich moet bevinden. Taakstellingen kunnen de beschikbare budgetten verlagen waardoor de openbare ruimte niet meer voldoet aan de vastgelegde eisen in het plan. Met mogelijk gevaarlijke situaties in de openbare ruimte tot gevolg door bijvoorbeeld minder maaien van bermen.

15.7 Programma sociaal domein Door meer taakstellingen op te leggen dan reëel worden geacht komen meer voorzieningen in het sociaal domein onder druk te staan. Preventieve maatregelen, voorliggende voorzieningen, goede toeleiding en adequate ondersteuning zijn van belang om inwoners niet tussen wal en schip te laten vallen met mogelijk een belasting op andere taken van de gemeenten als gevolg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=a17bc9c0-a6fd-47a4-a835-e08e75e3d655