24-958 240924 Beantwoording overgebleven vragen en toezeggingen commissies 10, 11 en 12 september
Tekst van het document
commissie
Portefeuille Afdeling
Onderwerp
Vraag, opmerking, toezegging
antwoord
Z/24/477293 Verordening Starterslening gemeente Zevenaar 2020, eerste wijziging
Wethouder van Orden zegt toe dat het college (1) zal uitzoeken hoeveel aanvragen starterslening niet gehonoreerd zijn en dit aan de raad te doen toekomen; (2) zo mogelijk jaarlijks bij te houden hoeveel aanvragen niet gehonoreerd zijn en hierover aan de raad te rapporteren; (3) met een voorstel voor extra budget naar de raad te komen als het beschikbaar gestelde budget opraakt.
Antwoorden: (1) zal uitzoeken hoeveel aanvragen starterslening niet gehonoreerd zijn en dit aan de raad te doen toekomen; Antwoord: Navraag bij de SVn levert op dat er 12 leningen om verschillende redenen niet zijn gehonoreerd omdat bijvoorbeeld de benodigde documenten niet binnen de gestelde termijn zijn aangeleverd. Daarnaast zijn er aanvragers die meerdere leningen hebben aangevraagd, wat niet is toegestaan. Deze aanvragers hebben uiteindelijk wel één lening ontvangen. Éen lening is niet geaccepteerd door de SVn, een reden daarvoor wordt niet aangegeven. In de tijd dat er geen budget beschikbaar was zijn er ca. 50 telefonische contacten over de lening geweest. (2) zo mogelijk jaarlijks bij te houden hoeveel aanvragen niet gehonoreerd zijn en hierover aan de raad te rapporteren; (3) met een voorstel voor extra budget naar de raad te komen als het beschikbaar
houder Middelen
Van Orden en Boone
Ontwikkeling Fysieke Leefomgeving en Vestigingsklimaat
gestelde budget opraakt. Antwoord: Wij zullen dit bij gaan houden en aan uw raad melden. 3) met een voorstel voor extra budget naar de raad te komen als het beschikbaar gestelde budget opraakt. Antwoord: Wanneer het budget uitgeput dreigt te raken komen wij tijdig bij u terug voor aanvulling. Ruimte
Van Orden
Ontwikkeling Fysieke Leefomgeving en Vestigingsklimaat
Z/22/415723 2e wijzigingsbesluit bestemmingsplan Rhederlaag
Commissielid Geert Wieggers van de PvdA heeft in de commissievergadering geconstateerd bij het raadsvoorstel “2e wijzigingsbesluit bestemmingsplan Rhederlaag” dat er omissies zitten in de toelichting(en) op het bestemmingsplan (verkeerde NEN-normen, vegetatielegger rivierbedding etc.). Deze omissies zijn door Geert Wieggers op papier gezet (zie bijlage).
Er is vanuit het college een reactie ontvangen. Zie bijlage.
Samenleving
Bijl
Sociaal Beleid
Z/24/466159 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024
Wethouder Bijl zegt toe voor de raadsvergadering van 25 september 2024 schriftelijk te reageren op: (1) het juridische aspect van het gebruik van het woord “recht”; (2) gebruik van termen “eigen bijdrage” versus “abonnementstarieven”; (3) casus van de verbouwingskosten; (4) in hoeverre het gebruik de termen “redelijkerwijs vermijdbaar” (artikel 7 lid 3) in lijn ligt met bestaande jurisprudentie; (5) het al dan niet inzetten van het “mondeling akkoord”; (6) nadere informatie aan de raad in de vorm van een beeldvormende bijeenkomst of raadsinformatiebrief over de cliëntondersteuning.
Zie bijlagen
Ruimte
Kagei
Ontwikkeling Fysieke Leefomgeving en Vestigingsklimaat
Z/24/468869 Subsidieregeling ‘Klimaatadaptieve Maatregelen Gemeente Zevenaar 2025-2027
Er komt vóór de raadsvergadering nog een antwoord op de volgende vraag: Er is een verschil in de bedragen voor 2025 en 2026/2027 (zit een afbouw in). Hoe zijn de bedragen tot stand gekomen en waardoor wordt het verschil veroorzaakt?
Het eerste jaar zijn de niet besteedde gelden van de jaren daarvoor erbij opgeteld. We verwachten een initiële golf van aanvragen van mensen die op deze regeling gewacht hebben. Vrij veel gemeenten hebben al meerdere jaren zo’n regeling.
Aanleiding Tijdens de commissievergadering van 9 september 2024 is door dhr. Wieggers gereageerd op het voorstel ‘2e wijzigingsbesluit bestemmingsplan Rhederlaag’. De reactie had betrekking op onderdelen van de toelichting bij het oorspronkelijke bestemmingsplan uit 2022, en niet zozeer op de wijzigingen die centraal staan in het 2e herstelbesluit. Op verzoek van wethouder Van Orden heeft dhr. Wieggers de omissies op papier gezet en zijn deze via de griffie doorgezet naar de vakafdeling. Het doel was om – zover mogelijk en nodig – verbeteringen door te voeren in de bestemmingsplantoelichting, en in ieder geval een inhoudelijke reactie te geven voor de raadsvergadering van 25 september 2024. Algemeen Het college dankt dhr. Wieggers voor het doorgeven van de omissies en reageert hier graag inhoudelijk op. Evenwel is een aanpassing van de toelichting in het kader van het voorliggende raadsvoorstel niet meer mogelijk. Enerzijds omdat het tweede herstelbesluit zich enkel richt op een beperkt aantal zaken, met als doel het wegnemen van de laatste beroepsgronden. De zaken die dhr. Wieggers noemt zijn daarentegen al bij de vaststelling van het oorspronkelijke bestemmingsplan (in 2022) zo in de toelichting komen te staan, en vallen niet onder de punten waar nog beroep tegen loopt.
Anderzijds is verwerking moeilijk, omdat in het college- en raadsvoorstel geen haakjes zijn om de aangegeven omissies onder te laten vallen. Met andere woorden: alsnog wijzigingen doorvoeren in het stuk, vergt formeel een nieuw college- en raadsvoorstel met bijbehorende procedure. Inhoudelijke reactie In onderstaande tabel wordt een inhoudelijke reactie op de aangegeven punten gegeven. Aandachtspunten
Reactie
De overwegingen over (her)beplanting bij de Veerstal zijn (mogelijk) niet in lijn met de vegetatielegger van het Rijk
In de toelichting is een voorstel van De Veerstal voor de inrichting van een deel van de noordoever opgenomen. Indien uitvoering hiervan afstemming met Rijkswaterstaat vergt – en er hieraan bepaalde eisen worden gesteld – dan blijft dat uiteraard van toepassing. Aan de toelichting kunnen in dat opzicht geen rechten worden ontleend. Overigens kan inhoudelijk niet worden ingeschat of de voorgestelde inrichting wel of niet in lijn is met de vegetatielegger. Wel is helder dat er een goede overlegstructuur is (geweest) tussen RWS en de exploitanten van de campings.
In het stuk worden twee exploitanten vermeld die inmiddels (2021) hun zaak hebben overgedragen.
De overdracht en nieuwe naamgeving had bij de vaststelling van het oorspronkelijke plan (in 2022) al bekend kunnen zijn. Kennelijk is dat toen niet meegenomen in het plan, wat waarschijnlijk te verklaren is uit het feit dat de voorbereiding van het bestemmingsplan al een stuk langer liep.
In het stuk over het bodemonderzoek wordt een (deels) onjuiste NEN-norm genoemd.
De NEN-norm is overgenomen uit het onderzoek dat SWECO destijds heeft uitgevoerd. Overigens is er gebruikgemaakt van puntbrononderzoek, zodat de NEN-norm wel van toepassing lijkt te zijn (zoals dhr. Wieggers ook aangeeft).
Bij de paragraaf over de Europese Kaderrichtlijn Water missen bij de omschrijving van deelgebied Rijn-Oost twee waterschappen.
Klopt. Het is niet duidelijk waarom beide waterschappen niet zijn genoemd, aangezien deze ook in 2022 al deel uitmaakten van deelgebied Rijn-Oost.
Bij camping De Mars zou het mooi zijn als een deel van de gronden nog worden aangewezen als kampeerplaatsen.
Hier zijn we – buiten de kaders van dit bestemmingsplan – inderdaad over in overleg met camping de Mars.
Tot slot Het college hoopt dat met bovenstaande procedurele en inhoudelijke toelichting helder is waarom verwerking in de toelichting niet (makkelijk) uitvoerbaar is. En dat de inhoudelijke toelichting duidelijkheid biedt over het uitblijven van juridische gevolgen.
Vragen fractie Wijzz over verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024:
1. Wat is het juridische aspect van het gebruik van het woordje “recht”, terwijl we als gemeente een compensatieplicht hebben? Net als in de huidige verordening is in de verordening 2024 (in artikelen 9 en 10) de begrenzing van het recht op een maatwerkvoorziening opgenomen. Hiermee is invulling gegeven aan de wettelijke opdracht om in de verordening op te nemen op welke wijze en op basis van welke criteria een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Synoniem voor recht op is in aanmerking komen voor. 2. In artikel 6 staat dat een aanvraag voor een maatwerkvoorziening aangevraagd kan worden via een ondertekend en geretourneerd onderzoeksverslag. Kan dit proces niet korter, door gebruik te maken van mondeling akkoord in het gesprek en dan meteen door naar de aanvraag? De procedure om een maatwerkvoorziening te krijgen, start met een melding die de gemeente gaat onderzoeken (zie artikel 2.3.2 lid 1 Wmo 2015). Een inwoner kan dus pas een aanvraag doen nadat het onderzoek is uitgevoerd. Omdat de Wmo 2015 geen bepaling bevat over de vorm van de aanvraag, is de gemeenteraad voorgesteld om hiervoor bij de Wmopraktijk aan te sluiten door in artikel 6 een ondertekend onderzoeksverslag hiervoor aan te wijzen. Ondertekend omdat een aanvraag op grond van artikel 4:2 lid 1 Algemene wet bestuursrecht ondertekend moet zijn.
Een aanvraag op basis van een mondeling akkoord kan juridisch niet. 3. In artikel 7 lid 3 sub a staat de term vermijdbaar. Mag dit nog wel op basis van de jurisprudentie zo gehanteerd worden? Deze term en ook de term voorzienbaar in artikel 7 lid 3 sub b mogen nog steeds toegepast worden. De jurisprudentie stelt dat dit alleen mag in die situaties waarbij de inwoner al beperkingen heeft en/of beperkingen kan verwachten (bijvoorbeeld bij een progressieve ziekte) en daar redelijkerwijs ook rekening mee had moeten houden. Een voorbeeld is wanneer een inwoner die in een rolstoel zit een woning koopt waarin veel dure aanpassingen nodig zijn. 4. Waarom staat het abonnementstarief van € 20,60 niet meer in de verordening en wordt er alleen gesproken over eigen bijdrage? De eigen bijdrage in de verordening is de bijdrage in de kosten zoals opgenomen in artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de Wmo 2015. Zie hiervoor de begripsbepaling in artikel 1 lid 1 sub d. Het in paragraaf 5 van de verordening en specifiek in artikel 20 eerste lid bepaalde is de op dit moment wettelijke maximale eigen bijdrage van € 20,60 per maand, het zogenaamde abonnementstarief.
Met het oog op de toekomst (verwachte hernieuwde invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage) en omdat het begrip abonnementstarief inwoners niet al te veel zegt, is er voor gekozen om het begrip eigen bijdrage in plaats van het begrip abonnementstarief in de verordening voor te stellen. 5. Wat doet het college in de situatie zoals beschreven in artikel 25 lid 7 als de inwoner overlijdt waarvoor de woonvoorziening is bedoeld en de woning niet verkocht wordt of pas later door
de partner (waarvoor de woonvoorziening niet bedoeld was) verkocht wordt? Dit artikel staat hetzelfde in de huidige verordening. Er is aangesloten bij het feit dat een voorwaarde voor een Wmo maatwerkvoorziening is dat deze individu gericht moet zijn. Het is naar de mening van het college inderdaad niet de bedoeling dat de voorgehouden situatie zich voor kan doen. Dit kan opgelost worden door de volgende wijziging in lid 7 van artikel 25 door te voeren: De eigenaar of mede-eigenaar van een woning waarvoor een woonvoorziening is toegekend, dient bij een verkoop …. Deze wijziging kan via een amendement ingebracht worden.