24-925 240419 Beantwoording overgebleven vragen en toezeggingen commissies april 2024
Tekst van het document
commissie
Portefeuille afdeling Onderwerp
Vraag, opmerking, toezegging
antwoord
houder Samenleving
Bijl
MO
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zevenaar 2024
Wordt er nu wel of niet verplicht een gesprek gevoerd met ouders?
Het is zeker de bedoeling om in gesprek te gaan met ouders en leerlingen. Maar we stellen in de verordening een “kan” bepaling voor om juist op dit punt ook maatwerk te kunnen leveren. Er is namelijk niet in alle gevallen een gesprek nodig (bijvoorbeeld omdat de situatie al bekend of overduidelijk is bij de aanvraag).
Samenleving
Bijl
MO
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zevenaar 2024
Wanneer wordt een beloning verstrekt (bv een elektrische fiets) voor het zelfstandig naar school kunnen gaan van een kind?
In de voorgestelde verordening is de mogelijkheid van het verstrekken van een (elektrische) fiets niet opgenomen. Bij zelfstandig naar school reizen worden alleen de kosten van het vervoer, bijvoorbeeld per kilometer bij gebruik van de fiets, vergoedt.
Samenleving
Bijl
MO
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zevenaar 2024
Op de vraag waarom er geen was – wordt-lijst was bijgevoegd bij de verordening, zegt wethouder Bijl toe dat deze alsnog wordt bijgevoegd bij deze verordening. En dat dit in de toekomst standaard zal gebeuren bij wijzigingen in de verordeningen
De verordeningen verschillen veel qua structuur. De verordeningen op basis van paragrafen met elkaar vergelijken leidt tot een onoverzichtelijke tabel omdat de paragrafen anders ingedeeld zijn. Daarom is er voor de was-wordt lijst besloten om de artikelen die door de paragrafen heen worden behandeld naast elkaar te leggen. Dit is verder toegelicht in een korte leeswijzer op de eerste pagina van de was-wordt lijst. De waswordt lijst is als bijlage toegevoegd aan deze beantwoording.
Samenleving
Bijl
MO
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zevenaar 2024
Op de vraag waar de 30 minuten looptijd vandaan komt in de verordening geeft wethouder Bijl aan dat hij dit uitzoekt en schriftelijk meedeelt voor de komende raadsvergadering van 17 april.
Uit jurisprudentie volgt dat 30 minuten looptijd tussen woning en opstapplaats als redelijk gesteld mag worden. Zie hiervoor ook de tekst in de toelichting van het begrip opstapplaats en bij artikel 10. Diverse gemeenten, zoals bijvoorbeeld gemeente Arnhem, hanteren daarom deze 30 minuten in hun beleid. Het is overigens een maximale afstand. Omdat de opstapplaatsen nog
Samenleving
Bijl
MO
Aanvraag Vangnetuitkering 2023
Lukt dit niet dan geeft hij dit tijdig aan.
bepaald moeten worden, is nog niet bekend of in onze gemeente deze afstand ook ingezet hoeft te worden.
Hoeveel wordt er in totaal bespaard als de gemiddeld besparing van 400 euro die wordt genoemd in het voorstel op pagina 2 onderaan bij “prijs per uitkering”, wordt behaald?
Op 31 december 2023 heeft Zevenaar 740 uitkeringsdossiers. Bij niet alle uitkeringsdossiers kan een besparing worden gemaakt. Dit komt omdat een deel (98 personen) al parttime werken, en 105 personen werken met een LKS. Hierdoor blijven er 537 uitkeringsdossier over waarop mogelijke besparing op de uitkering gerealiseerd kan worden: 537 * €400,- = €214.800,-. Kanttekeningen daarbij zijn: -
-
-
-
-
Strenger zijn mag, maar wanneer een inwoner recht heeft, heeft deze recht op een uitkering; Effect van handhaving, terugvorderen en maatregelen opleggen op het beeld dat de inwoner van de RSD krijgt en daarmee van de (lokale) overheid; Effect van handhaving, terugvorderen en maatregelen opleggen op andere levensdomeinen van inwoners, het kan voor grotere problemen zorgen; Altijd met oog voor de klant; niet iedere klant kan (parttime) werken en dus een lagere uitkering krijgen. Geen druk waar dat niet realistisch is; RSD streeft naar maximale participatie voor iedere bijstandsgerechtigde. Uitstroom uit de uitkering naar betaald werk is waar we naar streven. Soms is parttime werk het hoogst haalbare of de opstap uit de uitkering. Slechts voor een deel van het bestand is parttime werk daarmee (op den duur) passend; Niet al het werk is passend, zeker niet bij de huidige doelgroep. Plaatsing op werk vraagt een zekere nauwkeurigheid zodat werk doenlijk en passend is, om de afgesproken KPI van duurzaam werk te behalen;
-
-
Ruimte
Van Orden
RO
Bestemmingsplan wijziging Oude Steeg 3 te Zevenaar
De PvdA had de volgende technische vraag gesteld (24921, vraag 2): “Intensieve veehouderijen met meer dan 2000 vleesvarkens, zoals deze casus, vallen onder de IPPC-richtlijn (Integrated Pollution Prevention and Control). Hiervoor gelden BBTconclusies (beste beschikbare technieken) en er kunnen strengere eisen worden
Qua vordering en verhaal handelt RSD adequaat en zijn ze bij. Waar nodig wordt er terug gevorderd. Zijn hard op de cijfers en zacht op de mens – in lijn met de gedachte van de wetgever. De debiteur krijgt altijd de gelegenheid om een betalingsregeling te treffen. Verder wordt er bij het invorderen altijd rekening gehouden met de beslagvrije voet. Wanneer een vordering niet verwijtbaar is, maakt RSD een evenredige belangenafweging of er wel of niet tot gehele of gedeeltelijke terugvordering wordt overgegaan. In 2023 heeft dit geleid tot een terugvordering van € 236.595 en in 2022 ging dit om € 261.281; RSD heeft afgelopen tijd opnieuw de klantmanagers geschoold in de beoordeling van maatregelwaardige gedragingen, hier komt meer aandacht voor en kunnen we actiever op inzetten. Dit kan leiden tot meer opgelegde maatregelen, als middel om gedrag te beïnvloeden en rechten en plichten na te leven. Maatregelbeoordeling is echter geen doel op zich.
Belangrijk is te benadrukken dat zelfs met een maximale besparing het tekort op de BUIG niet wordt opgelost. Zie hiervoor de aanvullende reactie in de beantwoording van de technische vragen (24-921).
Ruimte
Ruimte
Van Orden
Van Orden
RO
RO
Beschikbaar stellen investeringsbudget voor de aankoop Stationsplein 4 te Zevenaar voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen
Beschikbaar stellen investeringsbudget voor de aankoop Stationsplein 4 te Zevenaar voor de opvang van
gesteld. We lezen in het voorstel niets terug over de eisen gesteld in de IPPC. Wat is hier de overweging van?” Ter vergadering is een verduidelijking van het antwoord gevraagd waarbij de vraag is: Valt dit bedrijf onder de IPPC-regeling? M.a.w.: gaat dit bedrijf over de drempel voor wat betreft de IPPC of valt hij eronder? Aad van Orden heeft toegezegd hier nog een antwoord op te geven. In het verleden is de huidige eigenaar van Huize Mathena verzocht om het pand te onderhouden en op te knappen. Kan het college uitzoeken en terugkoppelen hoe dit op grond van de geldende monumentenverordening is gegaan?
Aankoop van de nog te verwerven gronden: uitgezocht zal worden of er een garantie kan komen dat de grond op termijn “om niet” kan worden verkregen (symbolisch bedrag
In een brief van 31 mei 2018 is de eigenaar – destijds BAT Amstelveen – schriftelijk (met klem) verzocht maatregelen te treffen en het pand te onderhouden. In dezelfde brief is aangegeven dat door het ontbreken van een Erfgoedverordening er geen juridische basis was om de eigenaar te kunnen aanspreken op de onderhoudsplicht. In de brief worden geen sancties verbonden bij het niet nakomen van het verzoek. In een later stadium is de erfgoedverordening vastgesteld (26 september 2018) maar heeft deze brief geen vervolg meer gekregen. De garantie dat de grond rondom Huize Mathena op termijn ‘om niet’ kan worden verkregen wordt vastgelegd in de anterieure overeenkomst voor de ontwikkeling Enghuizen fase 2. In deze anterieure overeenkomst is hiervoor de volgende bepaling opgenomen:
Oekraïense vluchtelingen
van 1 euro) en of en hoe dit vastgelegd kan worden bij de aankoop. En daarbij nog de vraag: om hoeveel grond gaat het dan?
Initiatiefnemer draagt het Openbaar Gebied in eigendom over aan de Gemeente, nadat het Openbaar Gebied volledig is aangelegd én ten genoegen van de Gemeente is opgeleverd (conform de in dit artikellid vastgelegde voorwaarden). De eigendomsoverdracht van het Openbaar Gebied vindt plaats voor een koopprijs van € 1,00 exclusief omzetbelasting en vrij op naam Deze bepaling heeft betrekking op het gehele openbare gebied van Enghuizen fase 2. De exacte maat dient te zijner tijd te worden vastgesteld en hangt af van de wijze van ontsluiting van het parkeerterrein op het Stationsplein. De omvang van het perceel rondom Huize Mathena (incl. ondergrond Pand 300 m² ) zal minimaal 1.000 m² bedragen.
Middelen
Boone
IB
Versterken toekomstbestendige ICT-samenwerking Liemerse gemeenten)
Wethouder Boone zegt toe dat het college de verschillende risico’s bij de minimale variant ten opzichte van de optimale variant en het groeimodel, alsmede de risico’s met betrekking tot implementatiekosten, in beeld zal brengen en met de raad zal delen voor de raadsvergadering van 24 april 2024.
Kiezen voor minimale variant en niet voor het groeimodel heeft directe gevolgen voor wat we als samenwerking kunnen realiseren en wat de RID kan presteren. Hieronder risico’s die wij voorzien: •
Beperkte groei aan de I-kant van RID. Dit zal leiden tot een gebrek aan operationele capaciteit en expertise op het gebied van uitvoering bij de RID. Dit kan de effectiviteit van de ICT-organisatie belemmeren en kan op zich weer leiden tot het niet in staat zijn van het behalen van operationele doelen van de RID. Dit heeft consequenties voor de dienstverlening van de gemeenten.
•
Niet toekomstbestendig. Als de RID vast moet houden aan verouderde systemen en processen, lopen we het risico inefficiënt te worden en te veel te betalen voor onderhoud, wat de effectiviteit van de RID en
gemeenten kan schaden. Daarnaast is de RID minder tot niet in staat om van een Automatiseringsorganisatie om te schakelen naar een Regieorganisatie. •
Beperkte capaciteit voor optimalisatie en innovatie. Door te kiezen voor minimale variant loopt de RID het risico dat ze niet in staat is om te voldoen aan de veranderende behoeften van de gemeenten en andere opdrachtgevers. Dit zal kunnen leiden tot hogere kosten bij de gemeentes door meer inzet van medewerkers dan nodig zou zijn.
•
Minder aantrekkelijke werkgever. Het niet kunnen bieden van uitdagende en innovatieve projecten kan leiden tot een afname van het talentniveau binnen de organisatie, wat de prestaties van de RID en de gemeenten kan schaden.
•
Toenemende complexiteit en kosten voor gemeentes. Door beperkte investeringen kunnen gemeentes gedwongen worden om extra middelen te investeren om hun behoeften te dekken, wat kan leiden tot frictie en ontevredenheid.
•
We zetten onvoldoende stappen om de I&A-visie te realiseren: van gemeenten wordt op dit moment veel verwacht op digitaliseringsgebied. Met die minimale variant bestaat het risico dat de RID op een aantal speerpunten onvoldoende dan wel geen stappen kan zetten omdat wetgeving of ontwikkelingen meer vergt. Zo besteedt de RID minder tijd aan het beter inrichten van de informatievoorziening waardoor informatie
mogelijk minder toegankelijk en beschikbaar is. Een ander voorbeeld is dat de RID onvoldoende aandacht kan besteden aan het inrichten van een robuust proces voor de verzamelen, opslaan en analyseren van gegevens. De RID kan ook beperkt werken aan het harmoniseren van het applicatielandschap. Waardoor er (mogelijk) minder consistente en uniforme processen, systemen en procedures binnen de gemeenten zijn. Middelen
Middelen
Boone
Boone
IB
IB
Versterken toekomstbestendige ICT-samenwerking Liemerse gemeenten)
Wethouder Boone zegt toe dat het college in beeld zal brengen hoe de benchmarks op de langere termijn eruit zullen komen te zien zodat inzichtelijk wordt in welke mate de gemeente Zevenaar in/uit de pas loopt, en dit beeld zal delen met de raad voor de raadsvergadering van 24 april 2024.
Versterken Wat gebeurt er als de raad van toekomstbestendige Zevenaar een afwijkend besluit zou nemen ten opzichte van de
•
Om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van ICT-kosten per inwoner (software, personeel en infrastructuur) gaan we dit jaar over het boekjaar 2023 deelnemen aan de benchmark van M&I/Partners. De resultaten hiervan en de vergelijking met andere gemeenten zullen we via de planning & control cyclus met u delen.
•
De laatste benchmark waar wij aan deel namen, betrof boekjaar 2020. Destijds gaven wij 88 euro per inwoner uit aan ICT, terwijl het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten toen 93 euro was.
•
In bijlage 2 "Besluit DB SdL inzake doorontwikkeling RID en nadere onderbouwing financiële middelen” staan in hoofdstuk 2 de verwachtingen van M&I/partners weergegeven. Daarbij wordt rekening gehouden met een gemiddelde van 110 euro per inwoner in boekjaar 2023 en 116 euro per inwoner in 2024. De verwachting is dat deze trend zich in de jaren daarna zal doorzetten.
Als Zevenaar een ander besluit neemt dan de anderen dan gaan we in gesprek met de gemeente Duiven en Westervoort om
ICT-samenwerking Liemerse gemeenten)
gemeenteraden van de gemeenten Duiven en Westervoort?
richting de Kadernota tot een oplossing te komen die recht doet aan elkaars belangen. Het is in de huidige samenwerking niet mogelijk om verschillen tussen de gemeenten te laten ontstaan.
De wordt-was lijst: Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zevenaar 2024 Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zevenaar 2018
De verordeningen verschillen qua structuur veel. De verordening 2018 bestaat uit de paragrafen: 1. 2. 3. 4. 5.
Algemene bepalingen, Bepalingen omtrent het vervoer van de leerlingen van scholen voor primair onderwijs, Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs Bepalingen omtrent weekeinde – en vakantievervoer Slotbepalingen
De verordening 2024 bestaat uit de paragrafen: 1. 2. 3. 4. 5.
Algemene bepalingen Aanvraag van de vervoersvoorziening Beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening (beoordelingsfase) Verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening (onderzoeksfase) Slotbepalingen
De verordeningen op basis van paragrafen met elkaar vergelijken leidt tot een onoverzichtelijke tabel, omdat de paragrafen anders zijn ingedeeld. Er is daarom besloten om de artikelen die door de paragrafen heen worden behandeld naast elkaar te leggen. Dit zijn er van de verordening van 2024 zevenentwintig. Ook de nummering van de artikelen is door het verschil in paragrafen anders. Het kan daarom zijn dat artikelen met elkaar worden vergeleken die een ander nummer hebben, maar qua inhoud wel over hetzelfde gaan. In de verordening uit 2018 is een onderscheid gemaakt tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Hierdoor zijn er aan een aantal onderwerpen twee artikelen gewijd. In de verordening uit 2024 is er geen onderscheid meer gemaakt tussen de onderwijsvormen, waardoor er per onderwerp één artikel aan is gewijd. In verordening 2024 en verordening 2018 worden na de slotparagraaf/slotbepalingen alle artikelen nog toegelicht. In deze wordt-was lijst worden de toelichtingen niet vergeleken. Het komt soms voor dat een onderwerp benoemd wordt in de verordening van 2024 die in de verordening van 2018 niet voorkomt. Dit wordt aangegeven met de tekst ‘’komt niet voor in de verordening van 2018’’.
Artikelen 1 tot en met 27 Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer 2024 Wordt (verordening 2024)
Was (verordening 2018)
Artikel 1: definities - In definitie van aangepast vervoer is toegevoegd touringcar
Artikel 1: begripsomschrijvingen - In definitie van aangepast vervoer wordt touringcar niet benoemd
- In verordening 2024 zijn twee definities eruit gehaald
- In verordening 2018 twee definities benoemd: commissie van onderzoek + commissie voor de begeleiding
- Toevoeging definities van deskundige, gehandicapte leerling
- Geen definitie van deskundige, gehandicapte leerling,
- Geen definitie van ondersteuningsplan, toevoeging ontwikkelingsperspectief
- Een definitie van ondersteuningsplan
- Geen definitie van opdc, toevoeging van OOGO
- Een definitie van opdc
- Geen definitie van regionale verwijzingscommissie
- Een definitie van regionale verwijzingscommissie
- Definitie samenwerkingsverband: toevoeging van uitleg over speciaal en voortgezet speciaal onderwijs
- Definitie samenwerkingsverband: geen uitleg over speciaal en voortgezet speciaal onderwijs
Artikel 2: doelstelling
Komt niet voor in verordening 2018
Verordening 2024 gaat in artikel 2 in op de doelstelling van de verordening (doel: op basis van beoordeling op grond van bepaalde criteria en op basis van onderzoek naar individuele situatie een bekostiging toekennen aan ouders voor goedkoopst passend vervoer van de leerling naar dichtstbijzijnde toegankelijke school. Artikel 3: de aanvraagprocedure Artikel 3 in de verordening van 2024 geeft de stappen weer van een aanvraagprocedure. Weggelaten uit verordening 2018 is punt 2 over de aanvraag voor eerstvolgende schooljaar is weggelaten. Toevoeging in verordening 2024 van punt 3 over het gebruik van gegevens. Bij punt 6 is in verordening 2024 het stukje ‘’aanvraag in nieuwe’’ schooljaar (a)’’ weggelaten
Artikel 5: de aanvraagprocedure In verordening uit 2018 wordt in punt 2 en punt 6a toelichting gegeven over aanvraag in het nieuwe schooljaar. Deze is in verordening 2024 weggelaten.
Artikel 4: Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij aanvraag Artikel 5. OOGO met het samenwerkingsverband Artikel 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening Artikel 6 van verordening 2024 gaat in op de algemene voorwaarden voor de toekenning van de vervoersvoorziening. Het eerste punt (inachtneming van het bepaalde in verordening) overlapt met het eerste punt van verordening 2018. Het tweede punt (wanneer geen vervoersvoorziening toegekend) is nieuw. Het gedeelte over gedeeltelijke bekostiging voor ouders overlapt. Het gedeelte over verantwoordelijkheid bij ouders en de handelingsbekwaamheid en meerderjarigheid van leerling overlappen. Punt 6 (over bepalen wijze, tijdstip en tijdsduur vervoersvoorziening), punt 7 (nadere voorwaarden toekenning) en punt 8 (verstrekking dichtstbijzijnde toegankelijke school) zijn nieuw in verordening van 2024. Artikel 7: herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening Artikel 7 van verordening 2024 gaat over het doorgeven van wijzigingen, vervallen van vervoersvoorziening en herzien, opschorten op intrekken van een verordening. Artikel 8: Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school Artikel 8 van verordening 2024 bestaat uit drie punten. 1. Gaat, net als verordening 2018 in op toekenning van vervoersvoorziening en afstand van woning/opstapplaats. 2.
Gaat in op andere opties tot ingaan vervoersvoorziening (dit verschilt met 2018). 3 Gaat in op toekenning grotere afstand school (dit overlapt met punt 2 van 2018, maar bevat een aantal voorwaarden). Artikel 9: afstandsgrens Artikel 9 van verordening 2024 bestaat uit drie punten. Punt 1 is de toelichting van de minimale afstand tussen woning en
Komt niet voor in verordening 2018 Komt niet voor in verordening 2018 Artikel 2: door het college te achten vervoersvoorziening Verordening 2018 gaat in artikel 2 in op de noodzakelijke te achten vervoersvoorziening (geeft de voorwaarden weer van de verordening; aanvraag vervoersvoorziening in achtneming met verordening, gedeeltelijke bekostiging voor ouders, verantwoordelijkheid schoolbezoek, verstrekking vervoersvoorziening handelingsbekwaamheid en meerderjarigheid leerlingen)
Komt niet voor in verordening 2018
Artikel 3: Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school Artikel 3 van verordening 2018 bestaat uit drie punten. 1. Gaat in op de toekenning van een vervoersvoorziening en de afstand van woning/opstapplaats. 2. Gaat in op de optie als ouders aanvraag doen voor school op grotere afstand 3. Gaat over rol ondersteuningsplan
De betekenis van de afstandsgrens (de afstand tussen woning dan wel opstapplaats en de dichtstbijzijnde school) wordt een
dichtstbijzijnde school. Punt 2 gaat in op de afwijking van punt 1 indien bepaalde voorwaarden van toepassing zijn. Punt 3 gaat in op het bepalen van de voorwaarden uit punt 2. Artikel 10: Aanwijzing opstapplaats Artikel 10 uit verordening 2024 is gewijd aan de aanwijzing van opstapplaats. Punt 1 gaat over de aanwijzing van een opstapplaats, punt 2 gaat in op de rol van ouders, punten 3 en 4 gaan in op het niet toebedelen van een opstapplaats om bepaalde redenen. Artikel 11: peildatum leeftijd leerling Artikel 11 in verordening 2024 gaat over de peildatum van een leerling. Hoewel het artikelnummer verschilt, overlappen de verordeningen van 2024 en 2018 hier. Artikel 12: Andere vergoedingen Artikel 12 in verordening 2024 gaat over andere vergoedingen zoals aanspraak op een toelage. Hoewel het artikelnummer verschilt, overlappen de verordeningen van 2024 en 2018 hier. Artikel 13: schooltijden en wachttijden Dit artikel gaat over de schooltijden en de wachttijden van een vervoersvoorziening Artikel 14: tijdelijk verblijf buiten de gemeente Dit artikel gaat in op de gevolgen van vervoersvoorziening bij een tijdelijk verblijf buiten de gemeente. Artikel 15: Vervoersvoorziening naar stageadres Dit artikel gaat over de toekenning van vervoersvoorziening naar een stageadres (wanneer wordt deze toegekend, door wie een aanvraag, voorwaarden).
aantal keer benoemd in verordening uit 2018, maar aan de afstandsgrens is in verordening 2018 geen apart artikel aan gewijd.
In de verordening uit 2018 wordt de betekenis van opstapplaats een aantal keer genoemd, maar is hier geen apart artikel aan gewijd.
Artikel 7: peildatum leeftijd leerling Zie toelichting artikel 11 verordening 2024.
Artikel 8: andere vergoedingen Zie toelichting artikel 11 verordening 2024.
Komt niet voor in verordening 2018
Komt niet voor in verordening 2018
De verordening uit 2018 heeft hier geen artikel aan gewijd. Maar geeft op pagina 28 wel een definitie van ‘’stage’’ en hoe het stageadres soms is aan te merken als ‘’school’’. de Komt niet voor in verordening 2018
Artikel 16: Verstrekking van vervoersvoorziening Artikel 16 gaat in op de verstrekking van de vervoersvoorziening; het betrekken van het vervoersontwikkelingsplan en de begeleidingskosten. Artikel 17: Bekostiging van de kosten van Artikel 10: Bekostiging van de kosten van het openbaar vervoer en vervoer per openbaar vervoer en vervoer per fiets (brom/snor)fiets
Artikel 17 gaat in op de voorwaarden van bekostiging van het OV en fietsvervoer. De eerste twee punten (over de afstandsgrens en de verstrekking van de bekostiging) overlappen met artikel 10 uit verordening 2018. Er is een derde punt toegevoegd over de kilometervergoeding Artikel 18: Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per (brom/snor) fiets ten behoeve van een begeleider Artikel 18 gaat over de bekostiging van de kosten van ov of fiets t.b.v. een begeleider. De tekst overlapt voor een groot deel met artikel 11 uit verordening 2018. In verordening 2024 is een uitleg over kilometervergoeding toegevoegd. Verder is in artikel 18 brom en snorfiets toegevoegd. Artikel 19: Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Artikel 19 gaat over de vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer. Het eerste punt met vier subcategorieën met voorwaarden voor de verstrekking van aangepast vervoer overlapt met artikel 12 en 19 uit verordening 2018. Het tweede punt uit artikel 12 en 19 in verordening 2018 is weggehaald in artikel 19 van verordening 2024. Artikel 20: Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer Artikel 20 uit verordening 2024 gaat over de bekostiging o.b.v. eigen vervoer. Punt 1 gaat over voorwaarden voor goedkeuring voor leerlingen zelf vervoeren of laten vervoeren. Punt 2 gaat over wat college bekostigt wat betreft eigen vervoer.
Deze is opgedeeld in drie subcategorieën, waarbij c. over de kilometervergoeding is toegevoegd. Punten drie en vier overlappen met artikel 13 en 20 van verordening uit 2018. Punt 5 over de aanspraak op bekostiging van vervoerskosten is weggehaald in verordening van 2024. Artikel 21: Bekostiging andere passende vervoersvoorziening
De twee punten overlappen met verordening 2024. In verordening 2024 een punt over kilometervergoeding toegevoegd.
Artikel 11: Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider Twee punten overlappen met artikel 18 uit verordening 2024 (kosten van begeleider en voorwaarden bekostiging van kosten van ov en fiets). In verordening 2024 puntje toegevoegd over kilometervergoeding.
Artikel 12 + 19 : Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer Punt twee over de kosten van begeleiding komt voor in artikel 12 en 19 van verordening 2018, maar komt niet meer voor in de verordening van 2024.
Artikel 13 + 20: Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer Artikel 13 en 20 van verordening 2018 overlappen grotendeels met artikel 20 uit verordening 2024. Bij punt 1 is echter een subcategorie toegevoegd in verordening 2024. En punt 5 over de bekostiging van vervoerskosten is weggehaald in de verordening van 2024.
Komt niet voor in verordening 2018
Artikel 21 in de verordening van 2024 gaat over andere manieren van reizen dan de reeds beschreven vervoersvoorzieningen Artikel 22: Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie Artikel 22 in verordening 2024 gaat over de vervoersvoorziening het weekeinde en de vakantie. Punt 1 gaat over het toekennen van vervoersvoorziening voor het weekeinde en vakantie met oog op het volgen van passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. Het tweede deel van punt 1 is nieuw in verordening van 2024. Punt 2 gaat over het toekennen van vervoersvoorziening voor het weekeinde voor zover de weekenden vallen binnen bedoelde schoolvakanties. Dit punt is nieuw in verordening 2024. Punt 3 over de vakantie die voorkomt in de schoolgids overlapt met punt 2 van verordening 2018. Punt 4 over het artikel van vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer overlapt met punt 4 van verordening uit 2018. Artikel 23: Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag Artikel 23 in de verordening van 2024 gaat over de eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag. Alle punten zijn hier hetzelfde; alleen het inkomensbedrag is veranderd van € 25.650,- naar € 29.700,-.
Artikel 24: Eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage Artikel 24 van de verordening 2024 gaat over de eigen bijdrage in de vorm van een draagkrachtafhankelijke bijdrage. Alle drie de punten overlappen met artikel 15 van de verordening uit 2018. De bedragen in de tabel zijn gedurende de zes jaar wel veranderd. Artikel 25: Regelgeving en beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet
Artikel 22: vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie Punt 1 van artikel 22 in verordening 2018 overlapt deels met punt 1 van verordening 2024, alleen het deel van voortgezet speciaal onderwijs is nieuw. Punt 2 in verordening 2024 over het toekennen in de bedoelde schoolvakanties komt niet voor in verordening 2018. Punt 2 in verordening 2018 over de vakantie in de schoolgids overlapt met punt 3 in verordening 2024. Punt 4 van verordening 2018 overlapt met verordening 2024.
Artikel 14: Drempelbedrag Alle punten van verordening 2018 en 2024 zijn hetzelfde. Alleen het inkomensbedrag is veranderd.
Artikel 15: Financiële draagkracht Alle punten van verordening 2018 en 2024 zijn hetzelfde voor dit onderwerp. Echter zijn de bedragen in de tabel wel veranderd.
Artikel 23. Beleidsregels en beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet De twee punten (beleidsregels door college Zie uitleg over verordening artikel 25 vaststellen en wanneer verordening niet verordening 2024 voorziet beslist college) overlappen met artikel 23 uit verordening 2018
Artikel 26: Hardheidsclausule Artikel 26 gaat over afwijkingen van de verordening. Deze overlapt geheel met artikel 24 van verordening uit 2018. Artikel 27 intrekking, inwerkingtreding en citeertitel Artikel 27 gaat over de intrekking van de verordening uit 2018, de inwerkingtreding van de verordening 2024 en de citeertitel Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zevenaar 2024. Deze verschilt qua data van de artikelen 25 en 26 uit verordening 2018.
Artikel 24: Afwijken van bepalingen Zie uitleg over artikel 26 verordening 2024
Artikel 25 + 26: Zie uitleg over artikel 27 verordening 2024.