23-822 230523 Beantwoording TV LB 230521 1e voortgangsrapportage
Tekst van het document
Vragen vanuit de raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 36 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Schriftelijke vragen ter mondelinge beantwoording in de raads- of commissievergadering C. Technische vragen over onderwerpen geagendeerd voor een commissie- en/of raadsvergadering D. Overige technische vragen (vragen die geen betrekking hebben op een voorliggend raadsvoorstel of onderwerp op de commissieagenda; beantwoording binnen 30 dagen)
Categorie: A / B / C / D (doorhalen wat niet van toepassing is) Onderwerp: 1e Voortgangsrapportage (Z/23/447277) Naam en fractie: Tjeerd Boekhorst, Lokaal Belang Datum indienen: 18 mei 2023 Afdeling: ………. Contactpersoon: ……….
Inleiding/Aanleiding: Omtrent de 1e Voortgangsrapportage hebben we enkele vragen. Vraag/Vragen: 1. Op 8 maart is er een nieuwe vaste geldlening van 20 miljoen aangetrokken met een looptijd van 25 jaar tegen een rentepercentage van 3,30%. Dit is € 660.000 op basis van een volledig per jaar. Met een correctie van € 325.000 in 2023, zal dus de eerdere rente € 335.000 hebben bedragen. Kan aangegeven worden waarvoor de 20 miljoen lening is aangewend? Betreft dit een, bijvoorbeeld, een aflossing van (hoge) geldlening? Antwoord: Voor de rente over de te verwachten financieringsbehoefte is in de begroting 2023 rekening gehouden met een rentepercentage van 1,41%. We rekenen bij de begroting altijd met het gemiddelde rentepercentage van een half jaar voorafgaand aan het opstellen van de begroting van een 20 jarige lineaire vaste geldlening bij de Bank voor Nederlands Gemeenten. Door de sterk gestegen rente is het werkelijke rentepercentage
bij het afsluiten van de nieuwe geldlening hoger dan geraamd en hebben we dus een aanpassing moeten doen in het rentebedrag. De nieuw aangetrokken geldlening is aangewend om in het begin van 2023 twee lopende leningen af te lossen ter waarde van samen € 14 miljoen. Vlak voor het moment van het aantrekken van de nieuwe geldlening is de financieringsbehoefte voor het komende jaar (en verder voor zover mogelijk) opnieuw ingeschat tegen de achtergrond van een stijgende marktrente. Dit heeft geleid tot het afsluiten van een geldlening van 20 miljoen.
2. De startdatum van 3 investeringsprojecten van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling is met 1 jaar in de tijd verschoven. Het gaat daarbij o.a. om “Gebiedsopgave Babberich met Witte Kruis”. Kan aangegeven worden wat het verschuiven van dit specifieke investeringsproject doet met amendement 3 van de Meerjarenbegroting 2023-2026 Gebiedsopgave Babberich moet sneller, waarbij € 100.000 in het begrotingsjaar 2023 opgenomen is voor extra ambtelijke capaciteit. Wordt deze € 100.000 nog wel in 2023 ingezet? Zo niet, op welke wijze kan het bedrag wel beschikbaar blijven voor Gebiedsopgave Babberich met Witte Kruis? Antwoord: We zetten het zeker in indien het helpt het proces te versnellen of wanneer externe bijstand daarvoor snel gewenst is. Als zodanig hebben wij de wens van snelheid in de gesprekken met gedeputeerden aangegeven. Voor dit moment kunnen de kosten voor 2023 nog gefinancierd worden uit het oorspronkelijke krediet Plan MER Witte Kruis. Mocht blijken dat het proces vraagt om extra bijstand dan kan het bedrag ‘teruggezet’ worden naar 2023.