220602 Notitie vragen DPRA scenario's Zevenaar (n.a.v. vragen commissie Ruimte 25 mei 2022)
Tekst van het document
Toelichting bij raadsvoorstel Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie
Hieronder de vragen die gesteld zijn bij het raadsvoorstel Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie en de beantwoording.
Vraag 1: Waarom is er voor scenario B gekozen en wat gebeurt er als gekozen wordt voor een ander scenario? Beantwoording vraag 1: In het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie is een viertal scenario’s beschreven die de basis zijn voor het klimaatadaptieve beleid dat de gemeente in de jaren tot het jaar 2050 wil voeren. Bij de eerste twee scenario’s (A en B) wordt ingezet op uitvoering van klimaatadaptieve maatregelen in de buitenruimte in combinatie met een beleidsmatige aanpak. Bij het derde scenario (C) wordt enkel ingezet op een beleidsmatige aanpak terwijl bij het vierde scenario (D) klimadaptatie een bijzaak wordt. Er wordt niet actief op geacteerd. Hieronder de vier scenario’s: • Scenario A: Alle maatregelen uitvoeren als zelfstandige maatregel: bij dit scenario zijn projecten voor klimaatadaptatie leidend in het investeren in de buitenruimte. De middelen zijn voldoende om maatregelen zelfstandig uit te voeren zonder dat aansluiting wordt gezocht met het IBOR-plan, of dat gewacht wordt op natuurlijke vervangingsmomenten. Ook beleidsmatig en richting inwoners wordt klimaatadaptatie opgepakt. • Scenario B: Meekoppelen waar het kan: hier wordt uitgegaan van de kracht van meekoppelen en aanjagen. Binnen reguliere rioolvervangingsprojecten, energietransitie opgaven en wijkreconstructies worden maatregelen uitgevoerd. Zo wordt aangesloten bij logische vervangingsmomenten.
Ook beleidsmatig en richting inwoners wordt klimaatadaptatie opgepakt. • Scenario C: Niet actief uitvoeren van klimaatadaptatie: Scenario C richt zich op het sober uitvoeren van klimaatadaptatie. Alleen beleidsmatig en richting inwoners wordt klimaatadaptatie opgepakt. In de realisatie worden geen projecten meegenomen. Zo wordt het binnen de organisaties toch mogelijk aan de slag te gaan met klimaatadaptatie, alleen missen de middelen om knelpunten buiten op te pakken. • Scenario D: Niet specifiek uitvoeren klimaatadaptatie: In scenario D is het uitvoeren van klimaatadaptatie een bijzaak. De gemeente is passief in het oppakken van klimaatadaptatie omdat de capaciteit niet wordt uitgebreid en de focus primair gelegd wordt op het operationeel houden van de huidige openbare en private ruimte. Het financiële gevolg van de vier scenario’s is ook financieel uitgewerkt. Als de totale investering, gezien over 28 jaar, wordt genomen zien we de volgende (investerings)kosten tot 2050 voor gemeente Zevenaar: Scenario A € 146.578.338 Scenario B € 14.967.344 Scenario C € 6.333.600 Scenario D € 1.539.720 1
Als we bovenstaande scenario’s analyseren dan zien we het volgende als we kijken naar de verschillen op basis van vier cruciale onderdelen: beleidsmatige aanpak, daadwerkelijk buitenruimte omvormen, integrale aanpak en kosten. • Beleidsmatige aanpak: Met scenario A, B en C gaan we beleidsmatig en richting bewoners aan de slag met klimaatadaptatie. Bij de drie scenario’s A, B en C wordt klimaatadaptatie wel beleidsmatig opgepakt en er wordt ook actief richting samenleving en organisaties geacteerd. Er komt binnen de gemeente formatie beschikbaar die bezig gaat met het aanjagen, uitrollen en implementeren van klimaatadaptatie binnen en buiten de organisatie. Bij scenario D heeft de gemeente een passieve houding waarbij ook geen formatie beschikbaar is om werk te maken van klimaatadaptatie. • Daadwerkelijk buitenruimte omvormen: Met scenario A en B wordt werk gemaakt van klimaatadaptatie en gaat de gemeente ook zelf actief de buitenruimte omvormen. Het heeft de voorkeur om niet alleen beleidsmatig werk te maken van klimaatadaptatie. Als gemeente willen we ook de buitenruimte echt klimaatadaptief vorm geven en omvormen om zo ook echt werk te maken van de beleidsambities die vorig jaar zijn geformuleerd en vastgesteld. Als we deze keuze echt willen maken ligt voor de hand te kiezen voor scenario A of B.
Scenario C valt dan naast D ook af omdat in dit scenario middelen ontbreken om uitvoering te geven aan omvorming in de buitenruimte. Alleen bij scenario A en B kan gebruik worden gemaakt van (Rijks)middelen voor aanpak klimaatadaptatie. • Integraliteit uitvoering: Bij scenario B wordt gekozen voor een doelmatige en gerichte aanpak van klimaatadaptatie in samenhang met andere programma’s waarbij een goede basis wordt gelegd. Bij het vorige punt hebben we al beargumenteerd dat als de gemeente echt werk wil maken van klimaatadaptatie de keuze voor scenario A of B voor de hand ligt. Tussen deze twee scenario’s zijn ook verschillen. Bij de keuze voor scenario A wordt maximaal ingezet op klimaatadaptatie. Er wordt echter niet of minder afstemming gezocht met de andere programma’s, wat ook een belangrijke opgave is. De integrale aanpak vanuit het IBOR-plan wordt losgelaten en er wordt volledig ingezet op verwezenlijking van de klimaatadaptieve doelen. Bij scenario B sluiten we volledig aan bij IBOR en wordt zoveel mogelijk gezocht naar samenloop met andere ingrepen en aanpakken binnen de gemeente maar ook daar buiten om zo met deze extra middelen het verschil te maken tussen een regulier en een klimaatadaptieve vormgeving. • Kosten: Omdat scenario B een echte integrale aanpak kent ligt deze ook qua investeringskosten veel lager dan scenario A.
Omdat bij scenario C en D geen werk wordt gemaakt van de daadwerkelijke omvorming van de buitenruimte liggen de kosten van deze twee scenario’s uiteraard lager dan scenario B. Het scenario B komt op basis van bovenstaand naar voren als voorkeursscenario: • Scenario B maakt zowel beleidstechnisch als praktische klimaatadaptatie mogelijk door de middelen voor projecten; • In scenario B is financiële ruimte om in de openbare ruimte projecten van derden te ondersteunen. Bijvoorbeeld bij (school-)pleinen of bedrijven worden meekoppelkansen benut; • Door praktische projecten in vergroening mogelijk te maken met de projectmiddelen kunnen middelen uit het stimuleringsprogramma van het Rijk worden ingezet voor watermaatregelen gecombineerd met vergroening. Zo ontstaat synergie in de aanpak; • Koppelkansen rond woningbouwinvesteringsprogramma’s kunnen we met projectgelden oppakken. Zo creëren we draagvlak en maken we met derden een integraal klimaatadaptieve buitenruimte bereikbaar voor onze inwoners. 2
Samengevat kan gesteld worden dat scenario C en D niet ambitieus genoeg zijn op het gebied van klimaatadaptatie en daarmee niet voor de hand liggen bij de te maken keuze. Bij het vergelijk tussen scenario A en B zien we dat beiden ambitie tonen waarbij in het geval van scenario A in snel tempo werk gemaakt wordt van klimaatadaptatie. Bij scenario B gebeurt dat ook maar hier wordt afstemming gezocht met andere programma’s. Er is sprake van een integrale aanpak waarbij de kosten binnen de perken blijven in tegenstelling tot scenario A. Vraag 2: Wat gebeurt er als besluitvorming wordt uitgesteld? Beantwoording vraag 2: Het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie is het eindproduct van een proces dat we met de samenleving hebben doorlopen in samenwerking met de buurgemeenten en waterschap Rijn en IJssel. Het geeft de richting aan en is de basis voor een klimaatadaptieve inrichting van gemeente Zevenaar in de komende jaren. Uitstel van het besluitvormingsproces betekent dat de aanpak ook doorschuift in de tijd gezien wat gevolgen kan hebben voor (samenwerkings)projecten en financiering van projecten. In het voorstel dat nu voorligt wordt aan de gemeenteraad gevraagd in te stemmen met het uitvoeringsprogramma. Na vaststelling ligt de strategie vast in een meerjarenprogramma met detailuitwerking voor de komende vijf jaren. Om het programma uit te voeren is ook budget nodig.
In het voorstel wordt aan de gemeenteraad gevraagd om de budgetten voor de aanpak van wateroverlast en droogte beschikbaar te stellen en te dekken uit het Watertakenplan. Na vaststelling van het Watertakenplan kunnen deze onderdelen dus ook uitgevoerd worden. Dat geldt niet voor aanpak van Hittestress. De budgetten voor aanpak van Hittestress zijn nu niet in dit voorstel meegenomen en zijn derhalve ook niet beschikbaar na vaststelling van het Uitvoeringsprogramma. Het nieuwe college zal hier voorstellen voor moeten doen aan de gemeenteraad. Er is ook een mogelijkheid om het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie gelijktijdig met het nieuwe Watertakenplan 2022-2026 te behandelen in de raadsvergadering van 21 september 2022. Hieronder de voor- en nadelen hiervan. Voordelen: Het geeft de mogelijkheid om het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie inclusief alle maatregelen en bekostiging compleet in de gemeenteraad in te brengen. De budgetten voor aanpak van hittestress kunnen dan ook meegenomen worden in het voorstel. Het nieuwe college kan dit voorstel dan voorbereiden. Nadelen: • De meerjarenbegroting wordt ambtelijk opgesteld in juni, juli, augustus 2022. De financiële gevolgen van het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie en het Watertakenplan moeten opgenomen worden in de stand ‘Meerjarenbegroting’.
Deze wijziging moet dus gemaakt worden vooruitlopend op het besluit van de gemeenteraad op het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie en het Watertakenplan. Dit is op te lossen door dit voorbehoud te maken en dit te benoemen in het voorstel bij de begroting; • Twee van de drie onderdelen uit het Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie (wateroverlast en droogte) zijn input voor het Watertakenplan. De voorkeur is om het Uitvoeringsprogramma eerst in de raad te hebben en niet tegelijkertijd. Indien anders besloten wordt m.b.t. het Uitvoeringsprogramma dan kan dit nog aangepast worden in het Watertakenplan; • Als er wijzigingen komen zoals bij het vorige punt genoemd dan moet voorkomen worden dat een en ander doorschuift. Het Watertakenplan moet dit jaar goedgekeurd 3
worden door de gemeenteraad. Na de gemeenteraad van september wordt het aantal opties voor behandeling wel heel klein.
4