CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

22. RIB 2022-070 Oplegnota Jaarschijf 2023 - meerjarenbeleidsplan politie Oost-Nederland

Raadsvergaderingen 2022-2026 23 november 2022, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Wijze van afdoening van de ingekomen stukken16.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vernieuwend registreren De politie beschikt nu over een landelijk dekkende infrastructuur en is daarmee in staat informatie landelijk, op moderne manieren op te vragen en te verwerken. Politiemedewerkers delen meer dan ooit dezelfde systemen en dezelfde informatie. De huidige registratieve informatievoorziening is echter onvoldoende flexibel, aanpassingen kosten veel tijd, meervoudige invoer in systemen is vaak nog nodig en systemen zijn technisch verouderd, met als gevolg dat de gebruiksvriendelijkheid te wensen over laat. Landelijk wordt de doorstap gemaakt naar het vernieuwen van de voor het politiewerk noodzakelijke operationele registratieve systemen. Het vernieuwen van deze registratieve systemen is complex: het raakt vrijwel alle operationele werkprocessen, wet- en regelgeving (waaronder de Wpg), maar ook de business intelligence en de samenwerking met ketenpartners. Dit Programma “Vernieuwend Registreren” is dan ook een veelomvattend ambitieus programma waarin alle vernieuwing in het politiewerk, in de ondersteunende systemen en de toepassing van allerlei nieuwe informatietechnologie bij elkaar komen. Mobiel werken We groeien in de komende vier jaar van vaste werkplekken naar steeds meer mobiele werkplekken; de visie op werkplekken is verschoven van vaste apparatuur (tot 2016 het beleid) naar meer mobiele apparatuur.

Op de bureaus zullen vaste werkplekken de uitzondering zijn. Deze zijn slechts aanwezig bij balies, meldkamers en specialistische afdelingen die specifieke randapparatuur of applicaties gebruiken die niet virtueel beschikbaar zijn. In deze categorie vallen ook de werkplekken waarmee hoger gerubriceerde systemen ontsloten worden. Ook op straat willen we nog meer mobiele apparatuur beschikbaar hebben, zodat het werk zo veel mogelijk op locatie kan worden uitgevoerd. Dienstverlening De wereld verandert exponentieel. Niet alleen op het gebied van criminaliteit maar ook economisch, demografisch en technologisch. Daarbij nemen wensen en verwachtingen van burgers ten aanzien

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

19

van dienstverlening toe. Uit verschillende bronnen blijkt, dat het huidige contact tussen samenleving en politie op gespannen voet staat met de eisen van vandaag, laat staan met die van morgen. Om te zorgen dat de politie van overmorgen nog steeds relevant is, is een redesign van onze dienstverlening noodzakelijk. Deze ontwikkeling van dienstverlening betekent, dat de politie de komende jaren dient te investeren in niet alleen technologie maar ook in houding en gedrag, om aan te kunnen sluiten bij de behoefte van de samenleving. De wens van de burger die contact legt met de politie staat centraal. Dit betekent focus op het verlenen van de dienst en het doen van de interventie die zo goed mogelijk aansluit bij het oplossen van het probleem waarmee de burger bij ons komt. In 2019 beginnen we hiermee door webcare voor de hele eenheid te implementeren. Dit betekent dat van 07.00 uur ’s tot 23.00 uur burgers via sociale mediakanalen in direct contact kunnen komen met een politiefunctionaris uit het webcareteam, die hun vraag of niet-spoed melding (de zogenoemde ‘later meldingen’) gelijk in behandeling neemt. Daarnaast zijn we gestart met een pilot binnen het Regionaal Service Centrum (RSC). Hierin wordt gewerkt aan interventies om het servicelevel binnen het RSC naar de afgesproken normen te brengen en daarmee de kwaliteit van dienstverlening te verhogen.

Als laatste wordt de tweede fase van de individuele beoordeling geïmplementeerd. Naast de basisteams worden nu ook de recherche, RSC en het operationeel centrum opgeleid, om slachtoffers individueel te beoordelen om onder andere herhaald slachtofferschap te voorkomen. Kracht van het Verschil Centraal staat “wij zijn een politie van een ieder”. Het afgelopen jaar zijn diverse ontwikkelingen in gang gezet om een meer diverse politieorganisatie te worden. Het moment is nu daar om nog concreter te investeren in meer diversiteit. Landelijk loopt er al geruime tijd een programma “De kracht van het verschil”. In dit kader is het uitvoeringsplan Kracht van het verschil ONL opgesteld. Dit plan kent zes pijlers: van buiten naar binnen, netwerken, inclusieve werkcultuur, leiderschap, recruitment en aanpak discriminatie. Een groot deel van de activiteiten al loopt, zoals de bondgenoten methodiek en diverse netwerken.

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

20

6. Organisatie- en innovatiestrategie De eenheid Oost-Nederland bestaat inmiddels zes jaar. Er is in die periode een belangrijk fundament gelegd voor de toekomst. Dat is nodig, want de politie staat voor grote (operationele) opgaven. We leven in een snel veranderende samenleving die onder andere wordt gekenmerkt door globalisering, individualisering, polarisering en digitalisering. Zo zijn internationale ontwikkelingen steeds vaker verbonden met ontwikkelingen in wijken en buurten. Voorbeelden daarvan zijn de migratieproblematiek, de gevolgen van terroristische aanslagen in Europese steden en de verharding op lokale en internationale schaal. Internet en sociale media spelen hierin in toenemende mate een rol. Deze gebeurtenissen hebben invloed op wat van de politie wordt gevraagd en de wijze waarop zij in verbinding staat met de burgers in de wijken. Welke politie past bij deze ontwikkelingen? We gaan samen met onze stakeholders, leidinggevenden en medewerkers activiteiten ondernemen om tot een strategische agenda voor de eenheid OostNederland te komen. Daarbij sluiten we aan op de strategische thema’s van ‘de politie van overmorgen’.

De politie van overmorgen: • is verbonden met wijk, web en wereld • werkt samen in nieuwe veiligheidscoalities, met publieke en private partners, vanuit ieders • grootste toegevoegde waarde • werkt met state of the art intelligence en technologie • is actief transparant over wat ze doet en wat niet • is een wendbare organisatie mét wendbare medewerkers, die hun talenten en vaardigheden blijven ontwikkelen Binnen de eenheid zijn verschillende stappen gezet, om deze ‘politie van overmorgen’ te kunnen zijn, bijvoorbeeld op het terrein van ondermijning en cybercrime. In de strategische agenda van de eenheid gaan we nadrukkelijk aandacht besteden aan samenwerking. Criminaliteit overstijgt de grenzen van basisteams, districten en eenheden. Om daadwerkelijk verbonden te zijn met wijk, web en wereld, is intensivering van de samenwerking binnen en buiten de eenheid nodig. Om goed in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen, is samenwerking met publieke en private partners bijvoorbeeld essentieel.

Publiek private samenwerking is een effectieve manier om als overheid en bedrijfsleven gezamenlijk vorm te geven aan innovatieve ideeën op het terrein van veiligheid (bijvoorbeeld op het terrein van smart security en smart city, maar ook aan samenwerking met internet service providers in de aanpak van cybercrime en de samenwerking met banken in de aanpak van financieel economische criminaliteit). Het samen bedenken van deze innovatieve oplossingen en het bundelen van expertise is het antwoord op toekomstige vraagstukken en dilemma’s. Een andere uitdaging heeft betrekking op het streven om als politie een wendbare organisatie met wendbare medewerkers te zijn. Hiervoor is aandacht nodig voor de ontwikkeling van teams en medewerkers. De uitkomsten van de Medewerkersmonitor zullen bijvoorbeeld de komende periode gebruikt worden om richting te geven aan de ontwikkeling van teams en medewerkers. Daarnaast zal de werk- en roosterdruk een belangrijk onderwerp van gesprek zijn en blijven in de doorontwikkeling van de organisatie. Ook de komende periode zal uitvoering worden gegeven aan de initiatieven om deze werk- en roosterdruk terug te dringen. Deze en andere thema’s zullen bij het opstellen van de strategische agenda nader worden uitgewerkt.

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

21

7.

Politiesterkte

De politiewet3 schrijft voor dat in het regionaal meerjarenbeleidsplan de verdeling van de beschikbare politiesterkte, waaronder de wijkagenten, over de onderdelen van de regionale eenheid is opgenomen. Als kader geldt dat bij deze verdeling rekening wordt gehouden met het belang van een goede vervulling van de politietaak in alle betrokken gemeenten en de gestelde doelen. Historie De huidige verdeling van politiesterkte tussen de basisteams en districten binnen de eenheid OostNederland is op verschillende verdeelsystemen gebaseerd. Ieder voormalig regiokorps maakte hierin haar eigen afweging. Bij de start van de Nationale Politie in 2013 is die oude sterkteverdeling per voormalig regiokorps als uitgangspunt gehanteerd voor de verdeling van de politiesterkte binnen de eenheid Oost-Nederland. Hierdoor was er vanaf het begin al sprake van een ongelijke verdeling van politiesterkte binnen de eenheid. Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals bevolkingsgroei, horecavestigingen en regionaal klantenpotentieel, maar ook ontwikkelingen in meldingendruk en misdrijven, versterkten de behoefte bij zowel politie als gezagsdragers dat de huidige sterkteverdeling moet worden herzien. HBVS+ Om die reden is in opdracht van het Regionaal Veiligheidsoverleg Oost-Nederland (RVO) door adviesbureau Andersson Elffers Felix (AEF) en de politie een onderzoek uitgevoerd naar de sterkteverdeling.

Mede op advies van AEF en de politie is door het RVO besloten om het HBVS+ als verdeelsysteem te hanteren. Het HBVS+ is gebaseerd op het HBVS-verdeelsysteem dat ook landelijk wordt gehanteerd bij de verdeling van politiesterkte tussen de eenheden en is opgebouwd vanaf gemeenteniveau. Binnen het HBVS+ wordt naast omgevingskenmerken (zoals aantallen inwoners en horecagelegenheden, grens met het buitenland, oppervlakte water) ook werklast (zoals aantal prio 1meldingen en aangiften) voor 20 procent meegewogen. De uitkomst van de HBVS+ verdeling per district is opgenomen in tabel 1. De HBVS+verdeelsleutel per basisteam is opgenomen in bijlage 3.

District Gelderland-Midden

HBVS+ verdeelsleutel 22,3%

District Gelderland-Zuid District IJsselland

17,5% 15,8%

District Noord- en Oost-Gelderland District Twente

23,3% 21,0%

Totaal

100,0%

District

Tabel 1 HBVS+ percentages per district

Schaarste Een verdeelsysteem geeft geen indicatie van de capaciteit die nodig is voor het uitvoeren van alle politietaken. Het geeft slechts een uitkomst hoe schaarse politiecapaciteit het beste verdeeld kan worden. Al langer geven chefs signalen dat het piept en kraakt in teams als gevolg van rooster- en werkdruk. De herverdeling van politiesterkte zal dit niet veranderen. Er zal blijvend vraag zijn naar meer politiesterkte. De totaal beschikbare capaciteit voor de politie is een keuze van de landelijke politiek. De verdeling van deze capaciteit binnen de eenheid en de keuze waarop de schaarse politiesterkte wordt ingezet is een verantwoordelijkheid van het gezag. De politieleiding is aanspreekbaar op de kwaliteit van het politiewerk en het welzijn van haar medewerkers.

3 Artikel 39 Politiewet 2012

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

22

Regeerakkoord In het regeerakkoord van Rutte III zijn extra gelden beschikbaar gesteld voor meer politiesterkte. Afgesproken is dat deze sterkte-uitbreiding wordt gerealiseerd door in de sterkte van de eenheden een deel van de aspiranten te vervangen door volledig opgeleiden. De groep aspiranten die van de sterkte van de eenheden worden gehaald, worden formatief ondergebracht bij het politiedienstencentrum (PDC). Landelijk gezien gaat dat om 957 aspiranten. Er is afgesproken dat deze aspiranten op basis van vervangingsbehoefte (geprognosticeerde uitstroom en doorstroom) operationeel worden opgeleid en ingezet in de eenheden. Voor Oost-Nederland betekent dit dat 225,6 fte aspiranten worden vervangen door 225,6 volledig opgeleiden. Een deel (23,2 fte) van de uitbreiding is door de minister gelabeld voor de versterking van de aanpak van ondermijning en wordt onder gebracht bij de Dienst Regionale Recherche. Het resterende aantal fte (202,4 fte) wordt conform de HBVS+ verdeling verdeeld over de districten en basisteams. Van deze extra capaciteit is 9,2 fte door de minister gelabeld voor digitale expertise in de wijk.

Oost-Nederland

2019

2020

2021

2022

102,1 45%

150,5 66%

178,4 79%

225,6 100%

Tabel 2 Fasering regeerakkoordgelden

Team cybercrime Uit de loonsomberekening van de extra gelden die in het regeerakkoord aan de politie zijn toegekend blijkt dat er nog 16 fte operationele capaciteit resteert. In het RVO (29 november 2018) is het besluit genomen om deze capaciteit als collectief in te zetten op de aanpak van cybercrime. Op korte termijn wordt hiervoor op eenheidsniveau een tijdelijke werkorganisatie ingericht. De programmamanager cybercrime zal binnen twee jaar zorgdragen dat dit team wordt ingebed in de staande organisatie. Ook voor deze uitbreiding geldt dat er (16) aspirantenplaatsen worden omgezet naar (16) formatieplaatsen voor volledig opgeleiden. Voor deze uitbereiding is de aspirantenformatie van de DRR gekort. Nieuwe verdeling Politiesterkte De berekening van de nieuwe politiesterkte is in meerdere stappen uitgevoerd. Allereerst is de nieuwe politiesterkte per district op basis van de HBVS+ verdeelsleutel vastgesteld, waarbij het aandeel van aspiranten voor alle districten is gefixeerd op 13 procent. Vervolgens is de totale omvang van de vijf districtsrecherches vastgesteld op 450 fte van het totale volume van de districten, overeenkomstig het inrichtingsplan van de eenheid. De onderlinge verhouding tussen – en daarmee de omvang van – de vijf districtsrecherches wordt bepaald door de ‘HBVS+-opsporingscomponent’.

In het inrichtingsplan is daarnaast afgesproken dat voor ieder district 15 fte flex-capaciteit en 2 fte leiding is gereserveerd. De resterende sterkte is bestemd voor de basisteams. Ook hiervoor is de HBVS+ verdeelsleutel toegepast. Operationele capaciteit Na vaststelling van de totale politiesterkte is deze vertaald naar operationele capaciteit. Bij de operationele capaciteit telt een volledig opgeleide agent voor 1 fte en een aspirant voor 0,24 fte. Bij de berekening van de operationele capaciteit is ook rekening gehouden met de extra vervangingsbehoefte van districten. Onze eenheid krijgt hiervoor 72 aspiranten toegewezen vanuit de pool van 957 PDC-aspiranten. Voor de toedeling van deze aspiranten binnen de eenheid is naar de vervangingsbehoefte van de districten gekeken voor de komende vier jaar. Hieruit blijkt dat de districten Gelderland-Midden en Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

23

Gelderland-Zuid kunnen volstaan met de 13 procent aspiranten die ieder district in de nieuwe sterkteverdeling heeft. De drie andere districten hebben ook dan nog te weinig formatieplaatsen om in de vervanging van medewerkers die uitstromen of doorstromen te kunnen voorzien en worden daarom gecompenseerd met dit totaal van 72 aspiranten, wat overeenkomt met 17,2 fte operationele capaciteit. Na de bestuurlijke consultatie is vervolgens in het bestuurscollege van 31 oktober 2018 een unaniem voorgenomen besluit genomen over de nieuwe politiesterkte en operationele capaciteit per basisteam. De nieuwe politiesterkte en operationele sterkte van de districten is opgenomen in tabel 3.

Politiesterkte

Operationele capaciteit 2022

Waarvan

Gelderland-Midden Gelderland-Zuid

958,0 753,5

865,2 680,5

103,3 78,1

IJsselland NO-Gelderland

680,7 1.003,9

621,2 913,6

68,0 97,4

6,4 7,0

15 15

2 2

Twente

904,7

820,8

95,5

3,8

15

2

District

Districtsrecherche

PDCaspiranten

Flex capaciteit 15 15

Leiding 2 2

Tabel 3 Operationele sterkte districten

Het overzicht van de nieuwe politiesterkte en operationele capaciteit per basisteam is opgenomen in de bijlage 3. Diensten Naast de politiesterkte van basisteams en districten stellen burgemeesters en de hoofdofficier van justitie ook de sterkte van de diensten vast. De diensten Regionale Recherche (DRR), Regionale Informatie Organisatie (DRIO), Regionaal Operationeel Centrum (DROC), Regionale Operationele Samenwerking (DROS) en de eenheidsstaf/bedrijfsvoering ondersteunen de basisteams en districten met specifieke expertise. Een overzicht met de sterkte van alle organisatieonderdelen is opgenomen in de bijlage. De volgende formatiewijzigingen zijn hierbij doorgevoerd (RVO besluit 7 december 2017). • Versterken heterdaadkracht (inzet en ontwikkeling apparatuur) ondergebracht bij DRR: 4,5 fte ten laste van de DRR; • VIDEX (uitlezen en bewerken van camerabeelden) ondergebracht bij DRR: 5,0 fte ten laste van de DRR; • Beslaghuis ondergebracht bij DROS: 4,7 fte ten laste van de DRR, 4,6 fte ten laste van de DROS en 9,3 fte ten laste van de PDC; • Gemeenschappelijke BOB Kamer ondergebracht bij DRR: 16 fte ten laste van de DRR. De aangekondigde formatiewijziging ten behoeve van de inrichting van een PV-administratie dient nog eerst nader uitgewerkt te worden alvorens deze vertaald kan worden naar formatie.

Tot slot wordt als gevolg van de uitbreiding van de operationele sterkte (regeerakkoord), ook de ondersteuning (bedrijfsvoering) volgens een gestandaardiseerde component uitgebreid. Voor de eenheid OostNederland betekent dit dat er aan de eenheidsstaf 3 fte niet-operationele capaciteit wordt toegevoegd. In onderstaande tabel staat in aanvulling op tabel 3 de overige operationele sterkte van de eenheid weergegeven.

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

24

District

Politiesterkte

Dienst Regionaal Operationeel Centrum (ON)

139,8

Operationele capaciteit 2022 139,8

Dienst Regionale Recherche (ON) Dienst Regionale Informatieorganisatie (ON)

1.016,9 451,2

1.009,4 447,4

Dienst Regionale Operationele Samenwerking (ON) Leiding Eenheid Oost-Nederland

775,4 4,0

756,4 4,0

Staf regionale eenheid (ON)

26,0

26,0

Tabel 4 Operationele sterkte diensten, eenheidsleiding en staf

Vervolg Nadat de operationele capaciteit bestuurlijk is vastgesteld, wordt de vertaling gemaakt naar functies per team. Het overzicht laat op functieniveau de gewenste eindsituatie zien. De verwachting is dat dit overzicht medio 2019 gereed is. Tevens wordt gewerkt aan een uitvoeringsplan waarin is opgenomen op welke wijze de teams in 2022 de eindsituatie bereiken. Daarbij wordt zo veel als mogelijk geanticipeerd op de verwachte uit- en doorstroom. De belangrijkste instrumenten om de instroom te beïnvloeden zijn het gericht toewijzen van aspiranten en vacaturestelling.

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

25

8.

Bijlagen

Bijlage 1 Doelen In onderstaand overzicht staan de cijfermatige doelen op een rij. De landelijke afspraken uit de veiligheidsagenda zijn pas definitief na vaststelling in het LOVP van februari. Onderwerp Telefonische bereikbaarheid

Incidentafhandeling spoedeisend (prio 1) Aantal misdrijven Prognose werkaanbod / Doelstelling

Inspanningsverplichting (Ketenbeheerafspraken) High Impact Crime (HIC) specifiek

2019 Servicenummer politie (0900-8844) • Beantwoorden < 20 seconden • Aanbieden aan meldkamer < 10 sec Alarmnummer 112 • Beantwoorden < 10 seconden • < 15 minuten ter plaatse

80% 90% 90% 85%

Alle misdrijven High Impact Crime • Overvallen Geen afspraken op eenheidsniveau • Straatroven • Woninginbraken (excl. schuur e.d.) (incl. poging) • Voltooide woninginbraken • Geweld 21.000 parketnummers (kwalitatieve afspraken: zie pag. 15)

Kinderporno

• Overvallen oplossingpercentage • Straatroven oplossingpercentage • Woninginbraken oplossingpercentage • Prognose aantal onderzoekdossiers

Geen afspraak op eenheidsniveau

Mensenhandel Ondermijning

• OM verdachten • Aan te pakken CSV’s

24 91

Criminele vreemdelingen

• % ID-onderzoeken voldoet aan kwaliteitseisen • % PV’s voorzien van vreemdelingennummer

90% 100%

Cybercrime Executie Prestatieafspraken OM

• Reguliere zaken Politie % positieve afdoening inzake: • Principale vrijheidsstraffen • Omgezette taakstraffen • Geldboetes • Schadevergoedingsmaatregelen • Ontnemingmaatregelen • Beslagwaarde • Bij minimaal 5% van de zaken t.a.v. vermogenscriminaliteit en t.a.v. Opiumwetzaken wordt door de politie beslag gelegd op (crimineel) vermogen.

46

Afpakken Afspraken vanuit Programma

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

Geen afspraken op eenheidsniveau

80% 80% 70% 80% 70% Nog niet bekend

26

Bijlage 2 Oost-Nederland in beeld

CONCEPT

27

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

28

Bijlage 3 Sterkteverdeling

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

29

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

30

Bijlage 4 Samenvatting Landelijke beleidsdoelstellingen Ondermijning Het regeerakkoord bevat een structurele investering van €5 mln. in 2018, oplopend tot € 10 miljoen vanaf 2019 en een eenmalig anti- ondermijningsfonds van € 100 mln. Deze middelen worden toegedeeld aan de regionale en landelijke partners, op basis van de voorstellen die zij eind september 2018 hebben ingediend. Op landelijk niveau is het Strategisch beraad Ondermijning (SBO) ingericht waarin alle partners zijn vertegenwoordigd, onder onafhankelijk voorzitterschap. Ook is een aanjaagteam ingericht dat het land in gaat om de operationele partijen te faciliteren in het concreet verbeteren en versnellen van de aanpak. Om de gewenste versterking en versnelling van de aanpak van ondermijnende criminaliteit te realiseren zijn de volgende afspraken gemaakt: 1. Prioritering en samenwerking a. als het criminaliteitsbeeld daar aanleiding toe geeft, werken eenheden samen aan de opsporing van ondermijnende en zware criminaliteit, zodat robuuste verbanden ontstaan en slagvaardiger onderzoek wordt gedaan naar regio-overstijgende CSV’s.. b. er is aandacht voor regio- of landsgrensoverstijgende aspecten en als hier sprake van is, wordt hiermee rekening gehouden bij de keuze van de interventies. 2.

Informatiepositie aan de voorkant wordt versterkt De informatiepositie aan de voorkant van het proces wordt verbeterd, als basis voor interventies in de aanpak van ondermijnende criminaliteit (opwerken van signalen in de wijk, mutatie daarvan en organiseren van opvolging via opsporing of andere interventies) . a. vanuit de basisteams wordt een inspanning geleverd om bewustzijn en signalering te vergroten. b. binnen de eenheden worden afspraken gemaakt tussen de basisteams, informatieorganisatie en recherche over opvolging van ondermijningssignalen. Vanuit de recherche wordt de inspanning geleverd om meer aan de opvolging van de signalen uit de basisteams te doen. Ook wordt bezien of er in de districtsrecherche meer aan de aanpak van ondermijning moet worden gedaan. 3. Kwantificeerbaar maken van de (accenten binnen de) aanpak Het doel is het beter kwantificeerbaar maken van de resultaten van de aanpak van ondermijning, in het bijzonder voor wat betreft de accenten in de aanpak te weten illegale wapens en drugs. a. In 2019 worden met landelijke en regionale partners indicatoren ontwikkeld waarmee kwalitatieve en kwantitatieve resultaten en maatschappelijk effecten van de aanpak worden uitgedrukt. b.

tot die tijd wordt “het aantal via strafrechtelijke weg aangepakte csv’s” en de bijdrage van de politie aan integrale handhavingsacties gemonitord, met het realisatiecijfer van 2018 als uitgangspunt (aantal onderzoeken per aandachtgebied, waaronder de accenten illegale wapens en drugs). 4. Financiële invalshoek aanpak a. Elk preweegdocument bevat een financiële paragraaf met financieel-economische aspecten en onderzoeksmogelijkheden. De politie levert hier een bijdrage aan, inclusief advies over de inzet van financiële expertise. Met betrokken partners wordt op basis hiervan aangegeven wat de meest kansrijke wijze van afpakken is: strafrechtelijk, fiscaal of bestuurlijk, of een combinatie. b. In alle ondermijningzaken wordt financieel onderzoek ingezet, tenzij uit de financiële paragraaf evident naar voren komt dat dit geen meerwaarde heeft. OM en politie bespreken op reguliere basis in de daarvoor geëigende gremia de voortgang en mogelijke verbeteringen op dit punt. c. Partners ontwikkelen in 2019 een ‘afpakmonitor’ die inzicht geeft in de resultaten van het integraal afpakken, met gebruik van de beschikbare registraties. De aanname is dat deze afspraak en de

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

31

extra middelen die door het Kabinet zijn uitgetrokken voor versteviging van het afpakken leidt tot verhoging van het beslag en van afgepakte middelen zowel strafrechtelijk, fiscaal als bestuurlijk. d. Partners ontwikkelen in 2019 kwantitatieve resultaat- en effectdoelstellingen met betrekking tot strafrechtelijk afpakken dan wel het leggen van beslag waar het de inzet van de politie betreft. Tot slot is afgesproken dat ten minste een maal per jaar, na voorbereiding in het Strategisch Beraad Ondermijning, in LOVP-verband gesproken over de voortgang van de (integrale) aanpak van ondermijning, in het bijzonder waar het gaat om de inzet van de politie en de daarmee geboekte resultaten. Doel van dat gesprek is het identificeren en in gang zetten van verbeteringen binnen de aanpak door de politie. Mensenhandel Eerder zijn middelen beschikbaar gesteld aan het OM en de politie ten behoeve van de intensivering van de aanpak van mensenhandel (2 miljoen euro structureel). Met de middelen uit het Regeerakkoord worden bovendien politieliaisons aangesteld voor de aanpak van mensenhandel. Voor de politie is de volgende beleidsdoelstelling afgesproken: Meer interventies met een grotere maatschappelijke impact, waarbij de interventies lokaal, bovenlokaal, nationaal als internationaal kunnen zijn. 1.

Beoogde kwalitatieve resultaten en inspanningen Onder het gezag van het openbaar ministerie wordt de signalering en informatiegestuurde aanpak op alle vormen van mensenhandel in de fysieke en digitale wereld versterkt en geborgd door o.a.: a. Optimaliseren van de inzet van gecertificeerde mensenhandelrechercheurs; b. Een doorontwikkeling van het (landelijk; bovenlokaal en lokaal) (realtime) informatiebeeld door het veredelen van informatie. Hiertoe wordt onder meer een werkwijze ontwikkeld waarbij intelligence, opsporing (breder dan de AVIM teams migratiecriminaliteit en mensenhandel) en de gebiedsgebonden politiezorg nauwer met elkaar zijn verbonden en die zich uitstrekt tot zowel de fysieke als digitale wereld. Dit omvat ook een versterkte samenwerking met het landelijke samenwerkingsverband EMM en andere externe partners. c. Het investeren in een politie-breed bewustzijn van het fenomeen, met oog voor het oppikken, registreren en verwerken van signalen die duiden op uitbuiting; d. De bovenlokale samenwerking op mensenhandel bij complexe multiproblematiek of eenheids- / grens overstijgende problematiek wordt verstrekt. Dit vergt een intensivering van de samenwerking met het Openbaar Ministerie en andere relevante partners.

De bijdrage van de politie aan deze samenwerking is in ieder geval het leveren van een goed informatiebeeld en het daarop organiseren van de beschikbare capaciteit. e. Versterken van de bijdrage van politie aan het aanpakken van mensenhandelaren samen met en door andere landen door a. relevante informatie te delen met Europol, andere landen (onder andere in het kader van EMPACT THB) en andere relevante gremia; en f. politieliaisons in bronlanden optimaal te benutten door hen met duidelijke opdrachten en goede lokale inbedding te plaatsen in relevante landen en te zorgen voor een goede verbinding met de eenheden gericht op het uitvoeren van betekenisvolle interventies.

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

32

2. Beoogde kwantitatieve resultaten a. Toename aantal gemelde slachtoffers door de politie bij Comensha. b. Streefcijfers aantal OM-verdachten van mensenhandel 2019 2020 2021 190 205 220

2022 240

Toelichting Het aantal OM-verdachten van mensenhandel dat vanuit de politie instroomt is in de afgelopen jaren sterk gedaald; van 261 in 2012 naar 153 in 2017. Slachtoffers zijn voor daders makkelijk vervangbaar. het is daarom cruciaal om het aantal opgespoorde daders omhoog te brengen. Voor de komende jaar is afgesproken het aantal OM-verdachten aan te leveren dat gemiddeld is bereikt de afgelopen vijf jaar, waarna een jaarlijkse verdere groei volgt van 5%. Een substantieel deel van de aangiften leidt uiteindelijk niet tot het in beeld komen van een verdachte, terwijl er wel opsporingshandelingen zijn verricht. De politie zal deze inspanningen meenemen in de kwalitatieve bespreking van de voortgang. 3. Toename complexe onderzoeken en interventies met oog voor: a) Criminele samenwerkingsverbanden; b) Eenheidsoverstijgende onderzoeken; c) Samenwerking met partners in het kader van het barrièremodel; d) Versterking internationale samenwerking Er wordt gestreefd naar een jaarlijkse toename van complexe onderzoeken en interventies (referentiejaar 2019), hierop wordt. Het is mogelijk dat het aantal OM-verdachten niet wordt gehaald door: - een toename van complexe onderzoeken - het aantal opsporingshandelingen dat niet leidt tot een vervolging of sepotbeslissing - wezenlijke bijdragen van politie aan andersoortige interventies zoals bestuurlijke rapportages.

De resultaten zullen dan ook in samenhang met elkaar moeten worden bekeken en geduid. Randvoorwaardelijk is dat de kennis van politie voor de aanpak van het fenomeen mensenhandel binnen en buiten de AVIM op peil wordt gebracht en op peil blijft (daarna), inclusief financieel, internationaal en opsporen en investeer (gedurende VA) extra in het vergroten van de actuele kennis van het fenomeen. De in 2018 af te spreken doorontwikkeling van het EMM moet tijdens de VA gerealiseerd worden. Daarnaast worden de mogelijkheden tot informatiedeling tussen partners verbeterd. Cybercrime en online seksueel kindermisbruik Met betrekking tot de bestrijding van cybercrime zijn afspraken gemaakt ten aanzien van het aantal uit te voeren onderzoeken en ten aanzien van organisatieontwikkeling. Onderzoeken De onderzoeken zijn verdeeld in: a. reguliere onderzoeken uitgevoerd op regionaal niveau b. fenomeenonderzoeken, die gericht zijn op de brede bestrijding van eenheidsoverstijgende cybercriminele fenomenen en dadergroepen c. onderzoeken van het Team High Tech Crime, waar het gaat om onderzoeken met een high tech component. Om een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te bereiken, worden de doelstellingen geduid in opsporingsonderzoeken en alternatieve interventies. De doelstellingen zijn als volgt:

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

33

regulier

fenomeen

THTC Totaal

onderzoeken Waarvan 25% alternatieve of aanvullende interventies onderzoeken Waarvan 50% alternatieve of aanvullende interventies onderzoeken

2019 310 77

2020 ntb ntb

2021 ntb Ntb

2022 ntb ntb

41 20

ntb ntb

ntb ntb

ntb ntb

20 371

ntb

ntb

ntb

In de tweede helft van 2019 worden deze doelstellingen en onderliggende definities geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie, waaronder de inzichten in benodigde inzet voor fenomeenonderzoeken, en rekening houdend met de effectieve groei van capaciteit vanaf 2020 worden vervolgafspraken gemaakt over het aantal onderzoeken. Daarbij is het maatschappelijk effect het uitgangspunt. Voor de rest van de looptijd van de Veiligheidsagenda is de verwachting dat de ambitie verder kan groeien. Organisatieontwikkeling Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop in de intake en service onderdelen van de basisteams de kennis over deze cyberfenomenen zal worden verbeterd zodat ook op dit terrein een beter aangifteproces mogelijk is, en signalen eerder gezien worden. Het basiskennisniveau van de medewerkers binnen de basisteams en opsporing wordt verder verhoogd en actueel gehouden. Daarnaast is er speciale aandacht voor medewerkers van het Regionaal Service Centrum en Intake&Service ten behoeve van de kwaliteit van het aangifteproces en de dienstverlening. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan het jaarlijks uitbrengen van een cybercrime beeld per eenheid en het aanbieden van specifieke trainingen. De politie rapporteert 1 keer per jaar in het jaarverslag over de activiteiten die op dit vlak zijn uitgevoerd.

Online kindermisbruik De aanpak van online seksueel kindermisbruik vraagt specifieke expertise binnen de politie. De opsporing wordt gedaan door 150 FTE netto capaciteit, verdeeld over 11 gespecialiseerde teams die centraal worden aangestuurd. Het maken van duidelijke keuzes bij de inzet van de capaciteit is een belangrijke voorwaarde voor een effectieve inzet van die capaciteit. Er wordt steeds gestreefd naar een zo groot mogelijk maatschappelijk effect. De focus bij de aanpak van online seksueel kindermisbruik ligt daarom onverminderd op het identificeren van slachtoffers, misbruikers, vervaardigers en keyplayers binnen (online) netwerken. Tegelijkertijd is het van belang dat er voor downloaders en verspreiders geen vrijplaats ontstaat, ook hier dient capaciteit voor beschikbaar te blijven. Door en met JenV wordt daarnaast middels de Hernieuwde aanpak online seksueel kindermisbruik sinds 2018 ingezet op een brede maatschappelijke aanpak die tevens ziet op preventie en verstoring. Hierdoor kunnen politie en OM zich (blijven) richten op acuut misbruik. Om deze aanpak effectief te laten zijn worden voor deze agenda ten aanzien van de politie de volgende resultaatsafspraken gemaakt: 1. De resultaatsafspraken weerspiegelen waar de inzet op gericht wordt.

Jaarlijks wordt verantwoording afgelegd over de categorieën plegers waar de inzet op gericht was (de keuze aan de voorkant), te weten: Misbruiker/vervaardiger, Keyplayer of facilitator binnen netwerk en Bezitter/verspreider.

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

34

2. De ambities zijn voor de volgende jaren hieraan gekoppeld: Jaar: 2019 2020 2021 A: 100 100 100 Vervaardigers/ misbruikers B: Keyplayers 15 15 15 (/netwerken) C: 400 400 400 Bezitters/versp reiders TOTAAL 515 515 515

2022 100

15 400

515

Deze streefcijfers weerspiegelen de focus op onderzoeken ten aanzien van de verschillende categorieën plegers (verdachten/verdenkingen).Meer dan voorgaande jaren wordt het zwaartepunt daarbij gelegd op zwaardere (en arbeidsintensieve) onderzoeken in de categorieën A en B. 3. Tevens wordt gekeken naar de resultaten van de inzet. Daarom wordt in de jaarrapportage tevens gerapporteerd waar bovengenoemde gepleegde inzet toe geleid heeft (het resultaat aan de achterkant). Daarbij gaat het naast de aantallen daders bovenal om de hoeveelheid slachtoffers die door inzet van de 150 FTE zijn geïdentificeerd. 4. Door zowel de inzet (aan de voorkant) als het resultaat te meten (aan de achterkant) kan gekeken worden naar het effect. Dit biedt mogelijkheden tot analyses waaruit we kunnen leren of en wanneer onze sturing leidt tot de gewenste resultaten. Executie In de Veiligheidsagenda zijn ten behoeve van de prioriteit executie de volgende afspraken gemaakt. Afspraken: 1. De politie ontvangt de dossiers die voldoen aan de definitie “er is sprake van een opsporingsindicatie binnen Nederland”. Aan die definitie zijn kwalitatieve randvoorwaarden verbonden die nader zijn omschreven. 2. De politie verricht vervolgens opsporingshandelingen binnen de huidige opsporingscapaciteit ten aanzien van deze dossiers om op die manier het dossier positief af te doen.

Dit betekent uiteraard bij voorkeur dat de veroordeelde wordt aangehouden. 3. Voor de in behandeling genomen dossiers geldt vervolgens een inspanningsverplichting, die inhoudt dat een percentage van 40% van de aangeleverde dossiers positief wordt afgedaan. Over de definitie van ‘positief afdoen’ staat verderop in de tekst meer duiding. 4. Er zijn doorlopend 1008 dossiers bij de politie in behandeling waaraan actief wordt gewerkt. Dit betreft 10 per politie-eenheid. Met deze afspraken wordt invulling gegeven aan de volgende doelstelling: “eenduidige kwalitatieve en kwantitatieve afspraken te maken met inachtneming van de daarbij behorende randvoorwaarden. Het gaat hier om de in het opsporingsregister opgenomen (oude voorraad van) veroordeelden met lagere straffen die niet primair binnen het aandachtsgebied van FASTvallen”. Door middel van de bovenstaande afspraken wordt invulling gegeven aan deze doelstelling. Daarbij wordt ook, aanvullend hierop, een (eerste) afspraak gemaakt over het voorkomen dat nieuwe zaken dreigen terecht te komen in de passieve signalering van E&S (voormalig Opsporingsregister).

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022

35

POLITIE OOST-NEDERLAND Concept Oplegnota Jaarschijf 2023 bij

Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 Versie: 1.0

Colofon © Samengesteld door: Politie Oost-Nederland, Eenheidsstaf Versie 0.1 0.9 1.0 2.0

Ten behoeve van Intern eenheid: ELO, EMO en OR RVO DVO’s; gemeenteraden Bestuurscollege Publicatie

Datum Augustus 2022 September 2022 Najaar 2022 Maart 2023

1. Inleiding Elke politie-eenheid dient volgens de Politiewet1 ten minste elke vier jaar een beleidsplan te laten vaststellen door burgemeesters en hoofdofficier (in Oost-Nederland: het bestuurscollege). Het huidige Meerjarenbeleidsplan (MJBP) van de politie-eenheid Oost-Nederland loopt eind 2022 af. Het bestuurscollege heeft besloten om de beleidsperiode van het MJBP met één jaar te verschuiven. Om hieraan te kunnen voldoen, werd afgesproken dat bij het huidige MJBP 2019-2022 een extra jaarschijf in de vorm van een korte oplegnota zou komen, waarbij het feitelijk gaat om een verlenging van vigerend beleid. Activiteiten voor 2023 Gelet op het besluit van het bestuurscollege, worden in deze oplegnota de activiteiten voor 2023 op de belangrijkste prioriteiten uit het MJBP 2019-2022 kort beschreven. Het betreft de activiteiten op de volgende onderdelen: 1. Veiligheidsstrategie: lokale prioriteiten  Kwetsbare personen o Aanpak personen met verwarde gedrag o Jongeren die doorgroeien naar crimineel gedrag  Ondermijning  Aanpak cybercrime / -fraude  Informatievoorziening 2. Landelijke prioriteiten De huidige landelijke veiligheidsagenda kent een looptijd tot en met 2022. Op dit moment (september 2022) wordt gewerkt aan een nieuwe agenda voor 2023-2026. De thema’s zijn bekend, maar de inhoud moet nog verder uitgewerkt en besproken worden.

In deze oplegnota zijn de onderwerpen op hoofdlijnen benoemd. 3. Politiesterkte In deze oplegnota zijn de verwachte de formatiewijzigingen voor 2023 opgenomen. Daarnaast is het proces van besluitvorming weergegeven ten aanzien van de verdeling van de politiesterkte. Onderdeel van dit proces is een evaluatie van de werklast-component begin 2023. De uiteindelijke verdeling van de politiesterkte wordt opgenomen in het nieuwe MJBP 2024-2027. Omdat de inhoud van het Meerjarenbeleidsplan 2019-2022 ook het komende jaar nog van toepassing is, wordt deze als bijlage bij deze oplegnota gevoegd. Nieuw Meerjarenbeleidsplan 2024-2027 Het jaar 2023 zal ook in het teken staan van een nieuw Meerjarenbeleidsplan voor de periode 2024-2027. We zien dat de prioriteiten ondermijning en cybercrime / digitale transformatie ook in de toekomst belangrijke thema’s blijven.

1 Artikel 39 Politiewet

3

2. Veiligheidsstrategie: lokale prioriteiten 2.1

Actiepunten kwetsbare personen

Personen met verward gedrag:  Vanaf januari 2023 implementeren politie en gemeenten een landelijk uniforme werkwijze voor het melden van (niet acute) zorg over inwoners met zorgwekkend verward gedrag en waarvan niet duidelijk is of deze inwoners (effectieve) zorg ontvangen. Meldingen gaan vanuit het politieregistratiesysteem naar het meldpunt van de gemeente, waar de betreffende burger ingeschreven staat. Bij het meldpunt wordt gekeken welke passende (bemoei)zorg ingezet kan worden.  Onderzoeken hoe in acute situaties van verward gedrag de samenwerking van de politie met (zorg)instanties versneld en verbeterd kan worden door gezamenlijk te kijken naar (terugkerende) knelpunten. Jongeren die doorgroeien naar crimineel gedrag:  Intensivering van: - de effectieve ketensamenwerking om te komen tot een sluitende aanpak jeugdcriminaliteit; - snelle, betekenisvolle en maatwerk afdoeningen jeugdzaken2; - proefondervindelijk op basis van data politie-informatie inzetten om minderjarigen sneller en beter in beeld te krijgen;  Opstellen van een werkwijze voor een Persoonsgerichte aanpak (PGA) van jongeren die doorgroeien naar crimineel gedrag. Aansluiting met Veiligheidshuizen en gemeenten, een solide basis voor de gegevensuitwisseling tussen partners en de borging van de PGA van probleem- en zorgjongeren, staan daarbij centraal;

2.2 

 

2

Actiepunten ondermijning De politie bestrijdt criminele netwerken die door criminele activiteiten omvangrijke vermogens opbouwen, ook door gebruik van geweld. Zij zijn daarmee in staat invloed te verwerven in maatschappelijke structuren en kunnen zo ongewenste sociale druk uitoefenen in de lokale samenleving. De integriteit van het openbaar bestuur (en overheidsambtenaren) en het rechtsgevoel van burgers kunnen hierdoor worden bedreigd. Onze aanpak gebeurt met behulp van de methode van ‘dynamisch sturen’. Dit betekent dat sturing plaatsvindt op basis van een zo actueel mogelijk beeld van de criminele wereld. Strategische keuzes en operationele aanpak (opsporingsonderzoeken en andere interventies) zijn gebaseerd op het actuele beeld én zorgen voor een bijstelling van dit beeld. Afpakken van crimineel vermogen, met als doel de daders in de top van de criminele netwerken financieel te raken, maar ook om het signaal af te geven dat we ondermijning niet tolereren. Meer en vroegtijdiger het lokaal bestuur en andere overheidsinstanties informeren en adviseren over concrete mogelijkheden bestuurlijk te interveniëren bij ondermijnende criminaliteit.

Reprimande/HALT, overleg met OM bij lichte delicten, meewegen context minderjarige verdachten

4

2.3 

Actiepunten cybercrime en – fraude

Naast het vervolgen van daders van cybercrime, zetten we in op het verstoren van het criminele proces en het voorkomen van cybercriminaliteit (bv. sites uit de lucht halen, potentiële slachtoffers waarschuwen en stopgesprekken voeren met geldezels). We maken optimaal gebruik van data. De kansen van de explosieve groei van gegevens benutten we steeds beter. Door een ‘digitale mindset’ en de juiste tools wordt de aanpak gerichter, zien we patronen en krijgen we een goede onderbouwing; daartoe investeren we in de digi-vaardigheid van alle medewerkers en halen we gespecialiseerde kennis in huis. Investeren in een betere samenwerking met ketenpartners (lokaal / internationaal) en binnen de eigen politieorganisatie om zo de seriematige en grensoverschrijdende cybercrime effectiever aan te pakken.

2.4

Actiepunten informatievoorziening

 De in- en externe informatievoorziening is op orde. Op nieuwe ontwikkelingen wordt geanticipeerd.  In de loop van 2023 komen veiligheidsbeelden eenheidsbreed beschikbaar, waardoor de mogelijkheden van duiding en toepassing van de beschikbare informatie in de (lokale) omgeving toeneemt.

5

3. Landelijke prioriteiten 2023-2026 Landelijke veiligheidsagenda3 De afspraken in de nieuwe veiligheidsagenda zijn gericht op de politie en betreffen het aandeel dat de politie levert in de vaak integrale aanpak van een internationale, landelijke of bovenregionale problematiek. Realisatie ervan hangt mede af van andere partijen. Daarom is het van belang om dat de concrete doelstellingen voor de politie in de uitwerkingsfase worden geplaatst binnen een bredere context. Het uiteindelijke doel is om samen met het bestuur, het OM, het departement en partners te werken aan het realiseren van een zo groot mogelijk maatschappelijk effect. De beleidsdoelstellingen in de Veiligheidsagenda helpen daarbij. Beoogd wordt dat de landelijke veiligheidsagenda en de regionale beleidsplannen zoveel mogelijk in elkaars verlengde liggen en elkaar aanvullen. De beleidsdoelstellingen richten zich op landelijke en internationale vraagstukken, die eenheidsoverstijgend zijn en/of waar afstemming in de aanpak of specifieke expertise op landelijk niveau voor nodig is. Met de landelijke beleidsdoelstellingen wordt een aantal belangrijke accenten gelegd, maar ze bestrijken slechts een deel van de taakuitvoering van de politie.

Op dit moment zijn landelijk de volgende thema’s als onderwerp vastgesteld: - ondermijning/georganiseerde criminaliteit (waaronder aanpak criminele geldstromen) - cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit (waaronder online seksueel kindermisbruik) - verbinding met de samenleving/ maatschappelijke onrust - mensenhandel Ook is afgesproken om in de nieuwe Veiligheidsagenda aan de aanpak van milieucriminaliteit en zeden/seksueel misbruik expliciet kort aandacht te besteden, zonder daar doelstellingen aan te verbinden. De invulling van deze thema’s wordt de komende periode landelijk nader uitgewerkt en vastgesteld. Planning is dat er in november een definitieve landelijke veiligheidsagenda is vastgesteld, inclusief afspraken over monitoring van voortgang, governance, etc.

3 Naast de lokale prioriteiten kent de politie landelijke beleidsdoelstellingen die de minister van Veiligheid en Justitie

op basis van artikelen 18 en 20 van de Politiewet eens per vier jaar vaststelt. Zie bijgevoegde Meerjarenbeleidsplan voor meer informatie

6

4. Politiesterkte 4.1

Basisteams

In het bestuurscollege van oktober 2018 is een besluit genomen ten aanzien van het herziene budget verdeelsysteem van de eenheid Oost-Nederland. De verdeling is vastgesteld in het Meerjarenbeleidsplan 2019-2022. Besloten is: stel het HBVS+ verdeelmodel voor de districten en de teams vast voor de komende acht jaar met een tussenevaluatie van de werklast na vier jaar. Bij het besluit tot verlenging van het huidige meerjarenbeleidsplan is afgesproken om ook de tussentijdse evaluatie uit te stellen zodat de uitkomsten meegenomen kunnen worden in het MJBP 2024-2027. Deze evaluatie / werklastmeting zal begin 2023 plaatsvinden.

4.2

Diensten

Naast de politiesterkte van basisteams en districten stellen burgemeesters en de hoofdofficier van justitie ook de sterkte van de diensten vast. Naast hun eigenstandige taken ondersteunen Regionale Recherche (DRR), Regionale Informatie Organisatie (DRIO), Regionaal Operationeel Centrum (DROC), Regionale Operationele Samenwerking (DROS) en Eenheidsstaf/bedrijfsvoering de basisteams en districten met specifieke expertise. Een overzicht met de sterkte van alle organisatieonderdelen wordt opgenomen in de bijlage bij het nieuwe MJBP. Ontwikkelingen binnen het politiewerk en de samenleving maken dat werkzaamheden binnen de diensten soms aangepast moeten worden en dat de inrichting daardoor niet meer helemaal voldoet. De volgende formatiewijzigingen binnen de DROS, DROC en eenheidsstaf zijn in 2023 voorzien om de taken te kunnen blijven uitvoeren:  Regionaal servicecentrum (DROS) Bij de vorming van de Nationale Politie in 2012 heeft de eenheid Oost-Nederland ervoor gekozen om minder formatie in te richten voor het RSC, ten gunste van de robuuste basisteams. Dit heeft geleid tot een minder goede bereikbaarheid van het RSC voor burgers en een hoge werkdruk bij RSC-medewerkers, met een ziekteverzuim van 15 tot 20% als gevolg. Daarbij is het takenpakket van het RSC de afgelopen jaren uitgebreid met o.a.

webcare/livechat, aannemen van alle internetaangiften en werkzaamheden in het kader van het Slachtofferloket. Een werklastmeting wijst uit dat als we de taken van het RSC onveranderd laten, circa 40 fte nodig is om het werk goed uit te kunnen voeren. Op dit moment worden oplossingen in kaart gebracht en gewerkt aan een voorstel om de formatie van het RSC uit te breiden.  Operationeel Centrum (DROC) De DROC maakte een ontwikkeling door van meldkamer naar operationeel centrum met bijbehorende veranderingen in het takenpakket van de medewerkers. Op dit moment wordt daarom binnen alle eenheden een werklastmeting uitgevoerd bij de DROC. De eerste uitkomsten maken duidelijk dat de formatie onvoldoende is. Voor Oost-Nederland geldt dat bij een gelijkblijvend takenpakket een uitbreiding van 20 fte noodzakelijk is.  Staf / bedrijfsvoering Door uitbreiding van taken en wijzigingen in werkzaamheden zal binnen de staf/bedrijfsvoering in 2023 een aantal formatiewijzigingen plaatsvinden. De wijzigingen zullen (op eenheidsniveau) budgetneutraal gerealiseerd moeten worden.  Veiligheid Integriteit en Klachten (VIK); door aanpassingen in het screeningproces wordt rekening gehouden met een toevoeging van 5 fte;  Een social media adviseur om alle basisteams te begeleiden (1 fte).  De afgelopen jaren is ervaring opgedaan met het Q-team.

Het Q-team voert zelf nieuwe innovaties uit en biedt traineeships en trainingen voor medewerkers aan op het gebied van innovatie(technieken). Gezien de positieve resultaten en de wens van de eenheid om blijvend aandacht te besteden aan innovatie wordt de kern van dit team geformaliseerd met 2-3 fte.

7

Naar alle waarschijnlijkheid krijgt iedere eenheid een team re-integratie. De ervaringen van de afgelopen jaren hebben onder andere in Oost-Nederland aangetoond dat dit team een positieve bijdrage levert aan het (langdurig verzuim). Verwacht wordt dat het team gaat werken met een vaste kern (1-2 fte) aangevuld met tijdelijke capaciteit.

8

Regioburgemeester Oost-Nederland Bruls Dhr. Postbus 9105

6500HG NIJMEGEN

datum zaaknummer onderwerp contactpersoon

3 april 2019

/UlT/lg/88244g 2/19/324929

Zienswijze Zevenaar op ontwerp meerjarenbeleidsplan Politie Oost- Nederland Sander Hubers

Geachte heer Bruls, Op 7 februari ontving de burgemeester het ontwerp meerjarenbeleidsplan 2019~2o22 van de Politie OostNederland (hierna: beleidsplan) en de concept Veiligheidsstrategie 201920122 Oost~ Nederland (hierna: veiligheidsstrategie). De burgemeester bespreekt het beleidsplan in het Districtelijk Veiligheidsoverleg en legt het voor aan zijn gemeenteraad. De gemeenteraad van Zevenaar dient een zienswijze in waarover wij u informeren.

inhoudelijk komt de zienswijze op de volgende punten neer: De gemeente Zevenaar stemt in met de gestelde prioriteiten en de ontwikkelingen zoals omschreven in voorliggend beleidsplan en veiligheidsstrategie. De Gemeenteraad van Zevenaar betreurt het dat de operationele capaciteit van het Basisteam Rivierenlandßost, waaronder de gemeente Zevenaar valt, verlaagd wordt met ongeveer :Lo fte. Ondanks het feit dat de totale capaciteit van de Politie-eenheid Oost~Nederland verhoogd wordt. De gemeenteraad wil dat de basispolitíezorg in de gemeente Zevenaar behouden blijft zoals deze in de huidige situatie geregeld is, ondanks de daling van de capaciteit. De gemeenteraad gaat ervan Uit dat de Politie-eenheid Oost-Nederland deze basiszorg garandeert. ln het beleidsplan staat dat er per district flexteams worden gevormd. De gemeenteraad van Zevenaar gaat ervan uit dat de Burgemeesters en de Officier van Justitie in het Districtelijk Veiligheidsoverleg inhoudelijk verder praten over de vorm en inzet hiervan, zodanig dat deze flexteams daadwerkelijk een bijdrage leveren aan de veiligheid in de totale gemeente Zevenaar en

ook zichtbaar zullen zijn. Het Basistearn Rivierenland-Oost levert operationele politiecapaciteit in. Deze capaciteit vloeit niet weg maar wordt onder andere in regionale diensten geinvesteerd. De gemeenteraad van Zevenaar verwacht dat, wanneer extra politiecapaciteit nodig is, de Politie-eenheid OostNederland tijdelijk extra capaciteit ter beschikking stelt. De gemeenteraad gaat ervan uit dat de daling van capaciteit van het Basisteam Rivierenland-Oost die nu wordt geëffectueerd, eenmalig is en dat een verdere daling in de toekomst niet aan de orde

zalzün. Wij willen de veiligheid in onze gemeente waarborgen en, hier willen we in gezamenlijkheid aan werken. Wij hopen dat de punten uit de zienswijze meegenomen worden in de uitvoering van het beleidsplan.

Kerkstraat?

e

PostbusiO

e

6900AAZevenaar

e

(0316) 595111

e

gemeenteírïbzevenaarnl

e

wwwzevenaatnl

Met vriende?ijke groet, Namens de gemeenteraad van Zevenaar,

De burgemeester

Ris lera.E.M.van

r

“MWWMWMWWWMM

zaaknummer

2/19/324929

pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=3f0d96db-243b-4f47-bd69-4f6f12d2e15e