22-650 220218 Beantwoording openstaande vragen commissie Ruimte 9 februari 2022
Tekst van het document
commissie
Portefeuille afdeling Onderwerp
Vraag, opmerking, toezegging
antwoord
houder Ruimte
Winters
RO
Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Zevenaar 2022
De wethouder zegt toe dat er een antwoord komt op de vraag hoe de benoeming en het ontslag van de leden van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit is geregeld en daarbij is tevens door wethouder toegezegd dat in de beantwoording scherp aangegeven zal worden hoe de mandatering aan het college exact is geregeld
Zie bijgevoegde memo
Ruimte
Elfrink
MO
Huisvesting statushouders
De wethouder heeft toegezegd na te gaan hoe het precies zit met de boete van het Rijk indien het de gemeente niet lukt om aan de verplichting ten aanzien van de huisvesting van statushouders te voldoen (of we deze gaan krijgen, de toewijzing van (sociale) huurwoningen aan statushouders en de rol daarin van de woningbouwcorporaties).
Als een gemeente niet aan haar taakstelling heeft voldaan, dan geldt voor de provincie als toezichthouder de beginselplicht om in te grijpen. Allereerst zal de provincie kijken of het de gemeente wel of niet toe te rekenen is dat de taakstelling niet is gehaald. Uiteindelijk is het ultieme middel de indeplaatsstelling. De provincie huisvest de vergunninghouders dan namens burgemeester en wethouders en op kosten van de gemeente. Op dit moment is de reactie van de provincie
op het niet behalen van de taakstelling in 2021 nog niet binnen. Duidelijk is dat van de 51 Gelderse gemeenten, er 38 gemeenten in 2021 de taakstelling niet hebben behaald. De achterstand vanuit 2021 voor onze gemeente is eind februari 2022 weggewerkt. De toewijzing van huurwoningen door woningcorporaties vindt plaats volgens de gemeentelijke huisvestingsverordening. De doelgroep vergunninghouders is hierin aangemerkt als urgent woningzoekenden.
Memo Advies/voorstel
onderwerp datum zaaknummer van ambtenaar aan
Memo bij raadsvoorstel Verordening op de Commissie Ruimtelijk Kwaliteit 18 februari 2022 Z/19/342350/ INT/22/1080809 Jacqueline van der Leij Gemeenteraad
Aanleiding voor deze memo De wethouder heeft in de commissievergadering van 9 februari jl. toegezegd dat er een antwoord komt op de vraag hoe de benoeming en het ontslag van de leden van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit is geregeld en daarbij is tevens door de wethouder toegezegd dat in de beantwoording scherp aangegeven zal worden hoe de mandatering aan het college exact is geregeld. Wat zegt de Omgevingswet hierover De Omgevingswet schrijft in artikel 17.7, tweede lid, voor dat de gemeenteraad de leden van een gemeentelijk adviesorgaan benoemt en ontslaat. Dat geldt dus ook voor de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Dat is conform de huidige werkwijze. Voorgesteld is echter onder beslispunt 2. Van het raadsvoorstel om uit praktische overwegingen ervoor te kiezen om dit benoemen en ontslaan van de leden van de gemeentelijke adviescommissie te beleggen bij het college van burgemeester en wethouders middels mandatering. Dit sluit aan bij de lijn van de VNG en de Omgevingswet om sneller vergunningen te verlenen. Daar hoort een goed draaiende adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit ook bij. Modelverordening VNG Bij het opstellen van de modelverordening voor de Gemeentelijke Adviescommissie is de vraag gesteld of alleen de raad leden van de Adviescommissie kan benoemen en ontslaan, of dat dit ook aan het college kan worden overgelaten.
De vraag die daarbij speelt, is of de aard van de bevoegdheid van het benoemen van leden van de adviescommissie, zich tegen mandaat verzet. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaat zou verzetten. Daarvan zou sprake kunnen zijn bij bevoegdheden waarbij een sterke democratische legitimatie nodig is, waar de constitutionele verhoudingen tussen raad en college in het geding zijn of de verantwoording van het college tegenover de raad met betrekking tot essentiële elementen van de verordenende bevoegdheid. Dat is hier niet aan de orde. De onafhankelijkheid van de commissie is namelijk in voldoende mate geborgd. De VNG adviseert gemeenteraden, die benoeming aan het college willen overlaten, dan ook om de bevoegdheid om leden van de adviescommissie te benoemen en ontslaan te mandateren aan het college. Mandatering doet het meeste recht aan de centrale rol die de gemeenteraad vervult bij de onafhankelijk advisering over ruimtelijke kwaliteit in de gemeente.
Onafhankelijke advisering De leden van de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn onafhankelijk ten opzichte van het orgaan waaraan ze adviseren. Dit impliceert dat leden van het college van burgemeester en wethouders en leden van de gemeenteraad geen lid kunnen zijn en dat de leden ook niet in dienst zijn van het orgaan waaraan ze adviseren. Wij maken gebruik van het Gelders Genootschap en van adviseurs die in de praktijk hun deskundigheid hebben laten zien. De leden van deze adviescommissie zijn onbevooroordeeld ten opzichte van het plan waarover ze adviseren. Er bestaat geen (persoonlijke) betrokkenheid bij het desbetreffende bouwplan. Dat kan zijn een betrokkenheid als eigenaar/ opdrachtgever, als architect, maar ook als benadeelde. Indien dat het geval is, neemt het desbetreffende lid geen deel aan de bespreking van dat agendapunt, noch aan de eventuele stemming. Toelichting vanuit Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en RCE De Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn voorstander van de mogelijkheid van het benoemen en ontslaan van leden door het college, vanwege praktische redenen. Voor verhuizingen of tijdelijke vervanging van leden van de adviescommissie hoeft dan niet de gemeenteraad te worden ingeschakeld, hetgeen leidt tot vertraging in het vergunningenproces.
Mandatering De mandatering betekent dat de bevoegdheid tot de benoeming en het ontslag van de leden van de commissie, door het college wordt uitgevoerd, in naam van de gemeenteraad, zonder dat de daarbij horende verantwoordelijkheid overgaat naar het college. Bij mandateren worden geen bevoegdheden overgedragen. De raad blijft formeel de bevoegdheid houden. Conclusie De gemeenteraad vervult weliswaar een centrale rol bij de onafhankelijk advisering over ruimtelijke Kwaliteit. De rechtstreekse verantwoordingsplicht van de adviescommissie aan de gemeenteraad, met het jaarverslag, geeft ook aan dat de raad een centrale rol dient te spelen bij de onafhankelijke advisering over de omgevingskwaliteit. Echter, in het kader van een doelmatige werkwijze is het wenselijk om het benoemen en ontslaan van de leden en plaatsvervangers van de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders. De raad kan het mandaat te allen tijde intrekken, indien blijkt dat het in de praktijk niet gaat zoals de raad dit wil.