22-645 220210 Beantwoording TV LB 220206 Oprichting stichtingen vanuit collectief verzekeringsbelang VGGM
Tekst van het document
Vragen vanuit de raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 36 Reglement van Orde (beantwoording binnen 30 dagen) B. Schriftelijke vragen ter mondelinge beantwoording in de raads- of commissievergadering C. Technische vragen over onderwerpen geagendeerd voor een commissie- en/of raadsvergadering D. Overige technische vragen (vragen die geen betrekking hebben op een voorliggend raadsvoorstel of onderwerp op de commissieagenda; beantwoording binnen 30 dagen)
Categorie: A / B / C / D (doorhalen wat niet van toepassing is) Onderwerp: Z/21/410741 Oprichting stichtingen vanuit collectief verzekeringsbelang VGGM Naam en fractie: Tjeerd Boekhorst, Lokaal Belang Datum indienen: 6 februari 2022 Afdeling: Bedrijfsvoering Contactpersoon: Thijs Barten
Inleiding/Aanleiding: Naar aanleiding van de voorgestelde oprichting van een Stichting Risicobeheer/Expertisebureau en een Stichting Waarborgfonds door VGGM (nummer Z/21/410741) heeft de fractie van Lokaal Belang enkele technische vragen.
Vraag/Vragen: 1. Is de genoemde specifieke dekking voor veiligheidsrisico’s, welk een specifiek product voor verzekeraars is, uitsluitend voor de brandweerzorg (dus voor brandweermannen en brandweervrouwen)? De huidige ongevallenverzekering van VGGM ziet op zowel repressieve brandweer- als GGD-medewerkers. Voor het ambulancepersoneel is een dekking conform de CAO Ambulancezorg afgesloten.
2. Is de Ondernemingsraad brandweer VGGM om een mening en/of oordeel gevraagd? Zo ja, kan aangegeven worden, welke reactie. Zo niet, waarom niet? De Ondernemingsraad van de brandweer is in december 2021 over dit voornemen geïnformeerd. Vanuit de OR-brandweer zijn geen vragen gesteld of bedenkingen geuit. 3. De samenwerking binnen een expertise zal naar verwachting niet alleen een efficiencyen kwaliteitsslag opleveren, maar op termijn ook een besparing door één gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades. Binnen welke termijn kan deze besparing verwacht worden, in aantal jaren? Beoogd wordt om per 2024 een collectieve financiering van het ongevallenrisico te realiseren. Verwacht wordt dat daarmee gelijk een (beperkte) besparing is te realiseren. De besparing per veiligheidsregio zal verschillen, omdat de onderlinge uitgangspunten verschillen. Zo verschillen de dekkingen en de verzekerde groep per veiligheidsregio en fluctueert de premie afhankelijk van het moment van inkoop. Het voordeel wat gaat ontstaan is dat meer grip ontstaat op de premie en risico van fluctuatie op moment van inkoop wordt beperkt. Belangrijk om op te merken is wel dat besparing noch de aanleiding noch het doel is van de beoogde samenwerking.
Goedwerkgeverschap na dienstongevallen is hetgeen de veiligheidsregio’s met elkaar beogen neer te zetten: een uniforme regeling die recht doet aan de bijzonderheden die eigen zijn aan de veiligheidsregio. 4. Uit de raadsinformatiebrief uit het raadsvoorstel blijkt dat er een waarborgfonds wordt opgericht om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de niet verzekerbare aanspraken. Kunnen er voorbeelden van verzekerbare aanspraken (welke in één ongevallenverzekering gedekt kan worden) gegeven worden? Het verzekeren van kapitalen (eenmalige betalingen) in geval van overlijden en blijvende invaliditeit zijn in beginsel goed te verzekeren. Dit neemt niet weg dat de veiligheidsregio’s bij de start van het project geconfronteerd werden met het feit dat slechts één verzekeraar bereid was om dit risico te dekken. Dat maakte de financiering van dit risico kwetsbaar. Kunnen er specifieke voorbeelden van niet verzekerbare aanspraken (welke in het waarborgfonds komen) gegeven worden? Er zijn diverse risico’s, die niet of niet met zekerheid zijn te verzekeren. Zo is het risico op barotrauma (letsel door drukverschil dat kan ontstaan bij duiken) niet standaard ingesloten. Verder is het verzekeren van terrorisme en molest niet vanzelfsprekend en worden divers beroepsgerelateerd letsel niet in alle gevallen erkend, zoals bijvoorbeeld tinnitus.
Daarnaast is van belang dat de veiligheidsregio’s in sommige gevallen uitkeringen willen doen, omdat het letsel evident verband houdt met de werkzaamheden maar deze strikt genomen niet onder de ongevalsdefinitie vallen. Ook rente-uitkeringen (de jaarlijkse uitkering die bovenop de kapitalen komt) is niet vanzelfsprekend verzekerbaar. Aan welke uitkeerbare bedragen dient bij niet verzekerbare aanspraken gedacht worden? Deze bedragen kunnen sterk variëren, afhankelijk van het letsel, maar kunnen oplopen tot grote bedragen (vele tonnen). In welke mate loopt de VGGM en daarmee de gemeente Zevenaar een financieel risico voor de dekking van de niet verzekerbare aanspraken?
Op dit moment dragen de individuele veiligheidsregio’s het risico voor de nietverzekerbare aanspraken. Door gezamenlijk een waarborgfonds op te richten wordt dit risico gespreid.