22-05-18 TOESPRAAK COMMISSIE RO dhr Hendriks 18 mei 2022
Tekst van het document
TEKST, OP 18 MEI 2022 UITGESPROKEN DOOR L.R.HENDRIKS Geachte leden van de gemeenteraad en commissieleden, Dank voor de gelegenheid die ik krijg om de zienswijzen van een korte toelichting te voorzien. Ik zeg met opzet “kort”. En dat kan omdat mijn commentaar op de Zienswijzennota al in uw bezit is. 1. Artikel 8.4 (te ruime toelating van evenementen in een kwetsbaar gebied). De Bijland is een mooi en kwetsbaar gebied. In mijn commentaar heb ik gewezen op zijn ligging in de zogenaamde Groene Ontwikkelingszone en nabij het Gelders Natuur Netwerk. Dat zijn gebieden die vragen om een veel terughoudender toelating van evenementen dan nu wordt voorgesteld. De familie Seising heeft zich nooit verzet tegen kortstondige en kleinschalige evenementen van educatieve, sociale of daarmee vergelijkbare aard. Het college wijst in zijn verweer op de planregels. Die zouden voorkomen dat “de waarden van de omgeving niet worden geschaad”. Maar daarvoor zie ik geen enkel aanknopingspunt. Bovendien gaat het om een vage bepaling die geen recht doet aan de betrokken belangen. Die ruimhartige opstelling staat in een schril contrast met de opstelling van de gemeente Zevenaar in twee, voor de fam. Seising zeer belangrijke zaken, te weten: 1. De onrechtmatige doortrekking van een hekwerk bij de oversteekplaatsen voor het restaurant. Het bezwaar van de fam. Seising werd pas na drie jaar gegrond verklaard
maar nog steeds wordt het gebruik van de oversteekplaatsen feitelijk belemmerd. 2. De niet-nakoming van afspraken nadat de Fam Seising haar 2 beroepen tegen een bestemmingsplan en een milieuvergunning voor de steenfabriek had ingetrokken. Deze kwestie krijgt hopelijk snel een vervolg. Het college stelt ook dat het met de “impact op de omgeving” wel mee zal vallen. Daarbij baseert het zich op de (citaat): uitstraling van de camping, die zich vooral manifesteert als rustige camping”. Het ligt daarom niet in de verwachting aldus het college- dat hier evenementen gaan plaatsvinden met een grote impact op de omgeving”. Ik stel daar tegenover dat een bestemmingsplan -ook dit bestemmingsplan- een betere onderbouwing verdient. Datzelfde geldt voor de stelling dat “Gezien de inrichting van de camping ontbreken grotere open ruimten, zodat de camping geen grote groepen publiek kan herbergen”. Als én de inrichting van de camping en haar uitstraling het niet aannemelijk maken dat daar evenementen gaan plaatsvinden met een grote impact…..wat is dan nog de reden voor zo’n ruime evenementenregeling? Ik hoop dat u dat in uw afwegingen betrekt. 2. Zienswijze m.b.t. de exploitatie In verband met de voorgenomen bouw van een woning en een uitbreiding van het aantal kampeerplekken heb ik moeten vaststellen dat het ontbreekt aan een kenbare en overtuigende onderbouwing van het bestemmingsplan.
En juist dát is van belang in verband met de waarborgfunctie van een bestemmingsplan. Ik ben van mening dat het college daar te gemakkelijk overheen stapt. Het schrijft namelijk (citaat): “Niet behoeft
een ontwikkeling noodzakelijk te zijn alvorens de Raad een bestemmingsplan mag vaststellen”. Maar dat is ook niet het punt waar het om draait! Waar ik de gemeente heb gevraagd is: onderbouw en toon aan dat een bestemming of ontwikkeling niet alleen in een behoefte voorziet maar ook uitvoerbaar is. Pas dan wordt een bestemmingsplan écht gedragen door de daar aan ten grondslag gelegde motivering. Ik trof nóg wat aan waar ik uw aandacht voor vraag, namelijk de slotzin op blz. 6 van de Zienswijzenota: “”Als laatste merken wij op dat reclamant geen concrete planologische bezwaren ingebracht heeft tegen de ontwikkeling”. Daar keek ik écht van op. Want als ik het goed zie is wettelijk niet voorgeschreven dat het hebben van “concrete planologische bezwaren” medebepalend is. 3. Maximale oppervlakte stacaravans 4. Grootte van de bedrijfswoning 5. plandoelstellingen Ik vat deze 3 onderdelen voor het gemak even samen. Want ook op die punten ontbreekt het aan een kenbare en overtuigende onderbouwing. Conclusie: Want dát mankeert hier: Een onderbouwing die gebaseerd is op de kennis van relevante feiten in plaats van veronderstellingen. Door daaraan voorbij te gaan doet het college tekort aan de af te wegen belangen. Ten slotte: door en namens de fam. Seising is 3 keer aan het Watersportcentrum en zijn advocaat voorgesteld om met elkaar te overleggen.
Niet alleen over dit bestemmingsplan maar over meer zaken die beide bedrijven, en mogelijk ook anderen, raken. Daar is helaas niet op gereageerd. Ik dank u voor uw aandacht. L.R.Hendriks