211220 Memo Hoogeweg 23c Pannerden
Tekst van het document
Memo
Datum Zaaknummer Onderwerp
20 december 2021 Z/21/381935 bestemmingsplan Hoogeweg 23c
Aanleiding Per brief van 3 december 2021 heeft de advocaat van de eigenaren van Hoogeweg 23 c te Pannerden een brief aan de raad gestuurd. In deze brief stellen clienten van de advocaat de raad in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op de aanvraag van clienten. De advocaat geeft een termijn van twee weken en stelt dat zij dan aanspraak kunnen maken op vergoeding van dwangsommen conform artikel 4.17 Awb. Tevens geeft de advocaat aan dat hij op grond van artikel 8.55d Awb de bestuursrechter zal verzoeken te bepalen dat alsnog op korte termijn een besluit wordt genomen. Naar aanleiding van deze brief heeft de griffie ambtelijk advies ingewonnen. In deze memo wordt ingegaan op de dwangsom en op de eventueel door de bestuursrechter gestelde termijn. Dwangsom Op 17 december is er namens uw raad een brief uitgegaan waarin het volgende is opgenomen: “Volgens vaste jurisprudentie is de Wet dwangsom niet van toepassing op het niet tijdig vaststellen van een bestemmingsplan. De redenering is dat geen sprake is van een beschikking op aanvraag, oftewel een bestemmingsplan is geen beschikking. Als geen sprake is van een beschikking (bestemmingsplan is algemeen verbindend voorschrift of besluit van algemene strekking), dan is geen sprake van een situatie zoals bepaald in artikel 4:17 Awb.
De letterlijke stelling in de relevante uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is: 'Het nemen van een besluit omtrent vaststelling van een bestemmingsplan, ook in het geval daaraan een aanvraag ten grondslag ligt, is niet het nemen van een beschikking op aanvraag als bedoeld in artikel 4:17 gelezen in samenhang met artikel 1:3, tweede lid, van de Awb.’ Kortom, in het geval van niet tijdig vaststellen van een bestemmingsplan worden geen dwangsommen zoals bedoeld in artikel 4:17 e.v. van de Awb verbeurd. Het onderwerp “wijziging van het bestemmingsplan Hoogeweg 23c te Pannerden” zal in de raadsvergadering van 26 januari 2022 opnieuw geagendeerd worden. Te verwachten is dat de raad dan tot besluitvorming zal overgaan.”
Termijn Er is nog wel een behoefte om in te gaan op het punt ten aanzien van de gestelde termijn. Hiervoor het volgende. Algemene wet bestuursrecht (Awb) Het is voor een belanghebbende mogelijk om rechtstreeks beroep in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Hiervoor artikel 6:2 Awb van belang. Deze stelt: ‘Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep worden met een besluit gelijkgesteld: a. de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en b. het niet tijdig nemen van een besluit.’ Als de belanghebbenden beroep instellen en de Afdeling vindt het beroep gegrond, dan kan de Afdeling de gemeenteraad gebieden binnen een bepaalde termijn een besluit te nemen omtrent de vaststelling, en bepalen dat een dwangsom wordt verbeurd wanneer die termijn overschreden wordt. Deze dwangsom is gebaseerd op art. 8:55d Awb. Dit artikel bepaalt: ‘(…) 2. De bestuursrechter verbindt aan zijn uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. (…) De advocaat doelt in zijn brief ook op die mogelijkheid.
Uit de relevante rechterlijke uitspraken in gevallen van niet tijdig beslissen over de vaststelling van een bestemmingsplan(wijziging) trekken we de conclusie dat in de gevallen waarin de gemeenteraad de beslistermijn volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro) niet haalt, de Afdeling in het geval van beroep steevast de gemeenteraad alsnog een termijn geeft om te beslissen en daarbij bepaalt dat een dwangsom wordt verbeurd wanneer die termijn overschreden wordt. In een memo vanuit de portefeuillehouder behorende bij het raadsvoorstel van 29 september 2021 is al betoogd dat er inhoudelijk geen redenen zijn om het raadsvoorstel aan te houden. In dat kader is een spoedige behandeling van raadsvoorstel wenselijk. Conclusie: de gemeenteraad moet zich houden aan de beslistermijnen die in de Wro en de Awb staan en de rechter kan, omdat inhoudelijke redenen om aan te houden ontbreken, de besluitvorming afdwingen door dwangsommen op te leggen.
Met vriendelijke groet, de griffier, I.M. van Dijk
zaaknummer
pagina 2 van 2