CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

21-467 210204 Beantwoording TV LB 210119 begroting BVO DRAN (cie. Samenleving 9 febr.)

Raadsvergaderingen 2018-2022 24 februari 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/20/375613 ‎Input BVO DRAN kaderbrief 202214.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vragen vanuit de raad aan het college: A. Schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 36 Reglement van Orde B. Schriftelijke vragen ter mondelinge beantwoording in de raads- of commissievergadering C. Technische vragen

Categorie: A / B / C (doorhalen wat niet van toepassing is) Onderwerp: Begroting BVO DRAN (commissievergadering Samenleving 9 februari 2021-kaderbrief BVO DRAN) Naam en fractie: Toon Albers, Lokaal Belang Datum indienen: 19 januari 2021 Afdeling: ………. Contactpersoon: ……….

Vraag/Vragen: 1. Kan zijn dat wij het over het hoofd zien, maar kunt u voor ons nagaan wanneer de vastgestelde begroting BVO DRAN is aangeboden aan de raad ? In het raadsvoorstel van 10 juni 2020 ( aan de orde o.a. ontwerp-begroting DRAN t.b.v. zienswijze door de raad ) is aangegeven dat na vaststelling van de begroting (op 25/6/2020) deze binnen 14 dagen tkn aangeboden wordt aan de gemeenteraden. Door omstandigheden wordt de vastgestelde meerjarenbegroting BVO DRAN vertraagd aangeboden. U vindt deze in de bijlagen. 2. Eveneens zouden wij graag kennis nemen van de reactie op de door onze raad ingediende zienswijze en de behandeling daarvan in het bestuurlijk overleg (via verslag van die vergadering). De reactie op de ingediende zienswijze en de behandeling daarvan in het bestuurlijk overleg is ook in de bijlagen opgenomen.

Aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer regio Arnhem-Nijmegen Datum:

21 september 2020

Onderwerp:

Begroting BVO DRAN

Uw kenmerk:

n.v.t.

Ons kenmerk: n.v.t.

Geachte heer/mevrouw, Bijgaand treft u de Meerjaren Programmabegroting 2021-2024 (inclusief gewijzigde begroting 2020) aan zoals vastgesteld in de bestuursvergadering van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Doelgroepenvervoer regio ArnhemNijmegen van 17 september 2020. Tevens wordt u de Reactienota zienswijzen op de door de gemeenteraden ingediende zienswijzen opgenomen. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen kunt u (gemeenteraden) ter zake bij Gedeputeerde Staten uw zienswijze naar voren brengen.

Met vriendelijke groet,

Namens het bestuur van de BVO DRAN M. van den Beucken Secretaris BVO DRAN

MEERJARENPROGRAMMABEGROTING BVO DRAN 2021-2024 (inclusief gewijzigde begroting 2020)

Versie: 17 september 2020

Inhoudsopgave 1.0

Inleiding ........................................................................................................... 3

1.1

Uitgangspunten meerjarenprogrammabegroting 2021-2024 ........................................... 6

1.2

Uitgangspunten gewijzigde begroting 2020............................................................... 7

1.3

Procedure begroting .......................................................................................... 8

BELEIDSBEGROTING ....................................................................................................... 9 De beleidsbegroting bestaat uit 2 delen (art. 7 lid 2 BBV): ........................................................ 9 2.0

Programmaplan................................................................................................... 9

2.1

Programma Vraagafhankelijk vervoer ....................................................................10

2.2

Programma Routegebonden vervoer ......................................................................11

2.3

Programma Bestedingsplan.................................................................................13

2.4

Overzicht Overhead .........................................................................................14

2.5

Overzicht Onvoorzien .......................................................................................15

3.0

Paragrafen .......................................................................................................16

3.1

Inleiding .......................................................................................................16

3.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...............................................................16

3.2.1

Inventarisatie weerstandscapaciteit...................................................................16

3.2.2

Risico’s .....................................................................................................16

3.3

Financiering...................................................................................................17

3.4

Bedrijfsvoering ...............................................................................................18

FINANCIËLE BEGROTING .................................................................................................19 4.0

Overzicht van baten en lasten naar categorie 2021-2024 ................................................19

4.1

Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar categorie ...................................20

4.2

Overzicht van baten en lasten naar taakveld 2021-2024 ..............................................21

4.3

Bestemmingsreserve ........................................................................................21

Pagina | 2

1.0

Inleiding

Hierbij treft u de Meerjarenprogrammabegroting (MJPB) 2021-2024, inclusief de gewijzigde begroting 2020, van de Vervoersorganisatie Regio Arnhem Nijmegen (BVO DRAN) aan. De resultaten van de aanbestedingen vervoer en callcenter zullen vanaf augustus 2020 hun effect krijgen. Hiermee is in deze MJPB rekening gehouden. Begrotingsbedragen vanaf augustus 2020 zijn gebaseerd op de resultaten van de aanbestedingen. De periode januari tot en met juli 2020 is nog gebaseerd op de huidige contracten met vervoerders en regiecentrale. Het Algemeen Bestuur heeft met vaststelling van de Kaderbrief 2021 de (overige) uitgangspunten voor de opbouw van de meerjarige begroting bepaald. Deze uitgangspunten zijn door de BVO DRAN gehanteerd, tenzij een deelnemende gemeente het verzoek heeft ingediend hiervan af te wijken. In paragraaf 1.1 wordt ingegaan op de algemene uitgangspunten van deze MJPB. Afwijkingen op deze algemene uitgangspunten door deelnemende gemeenten worden hieronder toegelicht. Gemeente Beuningen De gemeente Beuningen voert vanaf augustus 2020 een kilometerbeperking in voor het vraagafhankelijk vervoer. De gemeente heeft berekend dat dit vanaf 2021 een structurele besparing oplevert van € 30.000 per jaar en dit als zodanig op te nemen in de MJPB.

Op basis van een gemeentelijke analyse van het aantal deelnemers in het leerlingenvervoer van de gemeente Beuningen is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +5% een te hoge aanname is. Rekening houdend met demografische ontwikkelingen wordt door de gemeente gevraagd een jaarlijkse toename van +2% in de MJPB op te nemen. Gemeente Mook en Middelaar Eind 2019 zijn door de gemeente Mook en Middelaar in het kader van WLZ vervoer nadere afspraken gemaakt met enkele instellingen. Dit leidt vanaf 2020 tot een afname van de vraagafhankelijke vervoerskosten. Dit effect is op verzoek van de gemeente vanaf 2020 meerjarig verwerkt in de MJPB. Gemeente Overbetuwe Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk vervoer van de gemeente Overbetuwe over de periode 2018-2019 is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% een te hoge aanname is. Daarnaast is door de gemeente besloten om vanaf 1 januari 2020 kilometerbudgetten voor het vraagafhankelijk vervoer in te voeren. Dit heeft een kostenbesparend effect. Door beide constateringen heeft de gemeente Overbetuwe aangegeven een jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer van +5% op te nemen in de MJPB.

Gemeente Renkum Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer van de gemeente Renkum over de periode 2019 is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% (vraagafhankelijk) en 5%-15% (routegebonden) te hoge aannames zijn. Daarnaast worden de komende jaren beleidsinitiatieven ingediend om de kosten van vraagafhankelijk vervoer te reduceren. Hierdoor heeft de gemeente Renkum verzocht om de jaarlijkse toename van het vervoer vanaf 2021 ongeveer op +0% te zetten in de MJPB. Gemeente Rheden Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer van de gemeente Rheden over de periode 2019 is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% (vraagafhankelijk) en 5%-15% (routegebonden) te hoge aannames zijn. Daarnaast wordt vanaf 2020 de omvang van het vervoer nog scherper gemonitord en indien noodzakelijk beleidsinitiatieven ingediend om de kosten van vervoer te reduceren. Hierdoor heeft de gemeente Rheden verzocht om de jaarlijkse toename van het vervoer op +0% te zetten in de MJPB. Gemeente Zevenaar Op basis van een gemeentelijke analyse van het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer van de gemeente Zevenaar is door de gemeente geconcludeerd dat een jaarlijkse toename met +10% (vraagafhankelijk) en 5%-15% (routegebonden) te hoge aannames zijn.

In een businesscase zijn maatregelen uitgewerkt om het maatwerk in het vervoer terug te dringen. Hierdoor heeft de gemeente Zevenaar verzocht om de jaarlijkse toename van het vraagafhankelijk vervoer op +5% en het leerlingenvervoer op 0% te zetten in de MJPB.

Pagina | 3

Provinciale bijdrage OV-vangnet De met de provincie Gelderland overeengekomen samenwerkingsovereenkomst Basismobiliteit 2017-2019 is met één jaar verlengd tot 31 december 2021. Door deze verlenging met één extra jaar heeft de provincie de bijdrage beheerskosten in 2021 verhoogd met 25%, van 75% naar 100%. Deze hogere bijdrage is in de jaarschijf 2021 verwerkt in deze MJPB. Vanaf 2022 wordt geen rekening meer gehouden met OVvangnet vervoer. Klantbijdragen De Wmo-reiziger betaalt een eigen bijdrage die in de begroting is opgenomen. Verrekening door de BVO DRAN van deze eigen bijdragen met vervoerders en deelnemers gebeurd inclusief BTW. In de MJPB zijn daardoor alle bedragen inclusief 9% BTW verantwoord. BTW routegebonden vervoer De kosten die samenhangen met het vraagafhankelijk vervoer worden in de MJPB exclusief BTW verantwoord. Deze BTW is voor de deelnemers aftrekbaar. Kosten die samenhangen met het routegebonden vervoer worden daarentegen inclusief BTW verantwoord. De BTW is compensabel noch aftrekbaar en daardoor kostenverhogend voor de gemeenten. BTW suppleties 2016-2018 De in 2020 in te dienen BTW suppleties zijn incidenteel van aard en worden tussentijds in 2020 verrekend met de gemeenten. Om deze redenen is er in de MJPB geen rekening gehouden met de financiële effecten volgend uit het indienen van deze suppleties.

NEA-index De kosten van het vervoer worden door de vervoerders jaarlijks geïndexeerd met de door Panteia berekende NEA index. De werkelijke indexatie vanaf 1 januari 2020 is vastgesteld op +6,7%. De tarieven volgend uit de aanbesteding hebben een prijspeil 2020, de NEA indexatie van +6,7% is hier al in verwerkt. In de MJPB wordt vanaf het jaar 2021 rekening gehouden met een jaarlijkse NEA indexatie van +2%. In 2020 is de indexatie incidenteel hoger dan gebruikelijk, door onder andere het effect van kosten BPM bij aanschaf van voertuigen. Tot en met 2019 was de gemiddelde indexatie circa +2%. Wmo-subsidie Voor de jaren 2020 tot en met 2023 zijn van de provincie Gelderland beschikkingen ontvangen over de toegekende Wmo subsidie. Binnen deze bedragen is ook de provinciale beheerbijdrage opgenomen. Voor het jaar 2020 wordt rekening gehouden met een indexatie van +3%, voor de jaren 2021-2023 is dit +2,5%. Vanaf 2021 vindt er afbouw plaats van de Wmo subsidie. Ten opzichte van het basisjaar van de afbouw (2020) loopt de subsidie in drie jaar af met -25%, -50% en -75%. In 2024 wordt geen Wmo subsidie meer ontvangen. De verdeling van de Wmo subsidie over de gemeenten is op basis van gereden Wmo-ritten. Kosten begeleiding Tot heden is er in de begroting van de BVO DRAN geen rekening gehouden met kosten voor begeleiding.

De werkelijke kosten hebben een dusdanige omvang dat er voor gekozen is om in deze MJPB de kosten begeleiding wel op te nemen voor de gemeenten die het betreft. Voor de bepaling van de meerjarige begrotingsbedragen zijn de van toepassing zijnde uitgangspunten van het routegebonden vervoer genomen. Doorschuiven restantbudget 2019 aanbestedingsprocedure (BVO lasten) Het in 2019 beschikbare budget voor kosten volgend uit de aanbestedingsprocedure is niet volledig benut. Gedurende het traject is er enige vertraging opgelopen waardoor niet alle voorziene activiteiten in 2019 hebben plaatsgevonden. De datum voor het afgeven van de voorlopige gunningen is verschoven naar december 2019. Hieruit volgende juridische kosten worden bijvoorbeeld nu in 2020 besteed. In totaal is een bedrag van € 61.500 doorgeschoven naar 2020. Indexering BVO lasten Vanaf de start van de BVO DRAN heeft er geen indexatie plaatsgevonden van het budget voor BVO lasten. Vanaf 2020 is in de MJPB een jaarlijkse CPI indexatie verwerkt van +2,7%. De indexatie is enkel doorgevoerd op het structurele deel van de BVO lasten. Bijvoorbeeld niet op het incidentele budget voor kosten aanbestedingsprocedure.

Pagina | 4

Taakstelling BVO lasten Het Algemeen Bestuur heeft besloten om voor de jaren 2021 tot en met 2023 een taakstelling te leggen op het budget voor de BVO lasten. De taakstelling bedraagt voor 2021 -1%, voor 2022 -2% en voor 2023 3%. In de MJPB is deze taakstelling verwerkt. Vanaf 2023 wordt structureel rekening gehouden met een taakstelling van -3%. Herbeleggen en aanvullen regietaken BVO DRAN In de bestuursvergadering van 2 april 2020 is besloten om de implementatie van pakketten A en B en een reservering voor pakket C in de MJPB 2021-2024 te verwerken. Dit in het kader van herbeleggen en aanvullen van regietaken BVO DRAN. Dit besluit zorgt in de gewijzigde begroting 2020 voor een verhoging van de BVO lasten van circa € 155.000. Het structurele effect op de begroting vanaf 2021 bedraagt jaarlijks een ophoging van circa € 350.000 op de BVO lasten. Besluit Begroting en Verantwoording Bij het opstellen van een MJPB voor Gemeenschappelijke Regelingen (GR) dient te worden geconformeerd aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit zorgt voor de volgende opzet van de MJPB van de BVO DRAN. In de basis bestaat de begroting uit 2 onderdelen (art. 7 lid 1 BBV): • de beleidsbegroting • de financiële begroting De beleidsbegroting bestaat op zijn beurt weer uit 2 onderdelen (art.

7 lid 2 BBV): • het programmaplan (Hoofdstuk 2) • de paragrafen (Hoofdstuk 3) De financiële begroting (Hoofdstuk 4) bestaat uit (art. 7 lid 3 BBV): • een overzicht van baten en lasten (inclusief toelichting) • een bijlage met overzicht geraamde baten en lasten per taakveld • een uiteenzetting van de financiële positie Taakvelden Naast de indeling van de begroting naar programma's moet de begroting ook worden ingedeeld naar taakvelden. De voorgeschreven taakvelden zijn opgenomen in het Iv3 informatievoorschift 2020. Daarnaast schrijft het BBV verplicht voor dat een totaaloverzicht van lasten en baten per taakveld opgenomen moet worden (paragraaf 4.2 van deze begroting). Taakvelden en beleidsindicatoren De commissie BBV heeft aangegeven (vraag en antwoord BBV 2018.12.4) dat de opname van beleidsindicatoren voor een GR via het BBV verplicht is gesteld. Het ministerie van BZK heeft daarbij aangegeven dat een GR alleen die indicatoren hoeft op te nemen die behoren bij de taakvelden waarbinnen de GR haar activiteiten uitvoert. Beleidsindicatoren die buiten de taakvelden van de GR vallen, kunnen worden weggelaten. De BVO DRAN zijn geen door deelnemende gemeenten opgelegde beleidsindicatoren bekend. Overhead Op de programma’s mogen alleen de direct toe te rekenen lasten worden geboekt.

Het is niet toegestaan om overheadkosten en een stelpost onvoorzien in een programma te ramen en te boeken. Overheadkosten en een stelpost onvoorzien moeten op aparte overzichten worden gepresenteerd. Dit heeft tot gevolg dat alle kosten van de Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) in de meerjarige begroting als "Overhead" moeten worden gelabeld. De overzichten van "Overhead" en "Onvoorzien" zijn opgenomen in paragraaf 2.4 en 2.5 van deze begroting. 'open einde' systematiek De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. Door periodiek inzicht te geven in het volume van het aantal ritten en bijbehorende kosten worden de gevolgen van verwachtte toenames van ritten en/of kosten tijdig gecommuniceerd met de gemeenten en provincie Gelderland.

Pagina | 5

Binnen de bedragen in deze MJPB is zeer beperkt rekening gehouden met deze onvoorziene wijzigingen in de kosten vervoer, callcenter of regiekosten. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een extra post onvoorzien volgend uit de risico's van een open einde systematiek, ligt daardoor bij de deelnemers. Deze extra post onvoorzien komt dan bovenop de in deze MJPB meerjarig begrote bijdragen van de deelnemers.

1.1

Uitgangspunten meerjarenprogrammabegroting 2021-2024

De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op de begrotingsjaren 2021 tot en met 2024 en de maanden augustus tot en met december van het begrotingsjaar 2020: • Kosten vraagafhankelijk vervoer; • ritten (beladen kilometers) augustus tot en met december 2019 overeenkomstig berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen vraagafhankelijk vervoer • jaarlijkse toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar • vergoeding per beladen kilometer per perceel, jaarlijkse rekening houdend met NEA indexatie (2021-2024: +2%) • Kosten routegebonden vervoer; • routes (beladen tijd) september 2019 overeenkomstig berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen routegebonden vervoer • jaarlijkse toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) of +15% (jeugdwet) ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar • vergoeding per beladen uur per perceel + starttarief voertuig, jaarlijks rekening houdend met NEA indexatie (2021-2024: +2%) • Wmo subsidie; • (geïndexeerde) jaarbedragen overeenkomstig beschikkingen 2020 tot en met 2023 • verdeling naar gemeenten op basis van werkelijke ritten 2019 vraagafhankelijk vervoer • Klantbijdragen; • gemiddelde werkelijke

maandbijdrage september tot en met december 2019 • jaarlijkse toename van de hoeveelheid klantbijdragen in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar • bedragen zijn inclusief Btw, jaarlijks rekening houdend met +1% OV indexatie • Kosten begeleiding; • gemiddelde werkelijke maandkosten begeleiding september tot en met december 2019 • jaarlijkse toename van de hoeveelheid begeleiding in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar • jaarlijks rekening houdend met NEA indexatie (2021-2024: +2%, 2020: +6,7%) • Kosten callcenter; • ritten (declarabele ritten) augustus tot en met december 2019 overeenkomstig berekeningssystematiek uit het Programma van Eisen callcenter • jaarlijkse toename van de hoeveelheid declarabele ritten vraagafhankelijk vervoer in het tweede half jaar van een begrotingsjaar met +10% ten opzichte van het eerste half jaar in dat begrotingsjaar • vergoeding per declarabele rit, rekening houdend met CPI indexatie (2021-2024: +2,7%) • Kosten BVO • structureel deel BVO kosten uit primitieve begroting 2020, jaarlijks rekening houdend met CPI indexatie (2020-2024: +2,7%) • structureel deel BVO kosten vanaf 2021 rekening houdend met taakstelling (2021: -1%, 2022: -2% en vanaf 2023: -3%) •

incidenteel deel BVO kosten uit primitieve begroting 2020 vermeerderd met doorgeschoven activiteiten uit 2019, geen rekening houdend met indexatie • verdeling naar gemeenten op basis van aantal inwoners per 1-1-2019 • verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding bruto vervoerskosten Bij bovenstaande uitgangspunten is rekening gehouden met de uitgangspunten volgend uit de aanbesteding van het vervoer en het callcenter.

Pagina | 6

Ambtelijke voorbereiding Samen met de financials en contactambtenaren van de deelnemende gemeenten is deze meerjaren begroting tot stand gekomen.

1.2

Uitgangspunten gewijzigde begroting 2020

De volgende uitgangspunten zijn van toepassing op de maanden januari tot en met juli van het begrotingsjaar 2020: • Kosten vraagafhankelijk vervoer; • gemiddelde werkelijke maandkosten vraagafhankelijk vervoer september tot en met december 2019 • rekening houdend met NEA indexatie +6,7% • toename van de hoeveelheid vraagafhankelijk vervoer in juli 2020 met +10% ten opzichte van het eerste half jaar van 2020 • Kosten routegebonden vervoer; • gemiddelde werkelijke maandkosten routegebonden vervoer september tot en met december 2019 • rekening houdend met NEA indexatie +6,7% • toename van de hoeveelheid routegebonden vervoer in juli 2020 met +5% (leerlingenvervoer en dagbesteding) of +15% (jeugdwet) ten opzichte van het eerste half jaar van 2020 • Wmo subsidie; • (geïndexeerd) jaarbedrag overeenkomstig beschikking 2020 • verdeling naar gemeenten op basis van werkelijke ritten 2019 vraagafhankelijk vervoer • Klantbijdragen; • gemiddelde werkelijke maandbijdrage september tot en met december 2019 • toename van de hoeveelheid klantbijdragen in juli 2020 met +10% ten opzichte van het eerste half jaar van 2020 • bedragen zijn inclusief Btw, rekening houdend met +1% OV indexatie • Kosten begeleiding; • gemiddelde werkelijke maandkosten begeleiding september tot en met december 2019 • rekening houdend met NEA indexatie +6,7% • toename van de hoeveelheid begeleiding in juli 2020 met +5%

(leerlingenvervoer en dagbesteding) ten opzichte van het eerste half jaar van 2020 • Kosten regie; • primitieve begroting 2020, rekening houdend met CPI indexatie +2,7% • verdeling vraagafhankelijk deel regiekosten op basis van werkelijke ritten 2019 vraagafhankelijk vervoer • verdeling routegebonden deel regiekosten op basis van aantal gebruikers routegebonden vervoer in november 2019 • Kosten BVO • structureel deel BVO kosten uit primitieve begroting 2020, rekening houdend met CPI indexatie +2,7% • incidenteel deel BVO kosten uit primitieve begroting 2020 vermeerderd met doorgeschoven activiteiten uit 2019, geen rekening houdend met indexatie • verdeling naar gemeenten op basis van aantal inwoners per 1-1-2019 • verdeling naar vraagafhankelijk en routegebonden vervoer op basis van verhouding regiekosten vraagafhankelijk en routegebonden vervoer Ambtelijke voorbereiding Samen met de financials en contactambtenaren van de deelnemende gemeenten is deze gewijzigde begroting 2020 tot stand gekomen.

Pagina | 7

1.3

Procedure begroting

Voor de aanbieding en vaststelling van de MJPB 2021-2024 (inclusief de gewijzigde begroting 2020) geldt de volgende procedure. 1. 2. 3. 4. 5.

Het Algemeen Bestuur stelt de ontwerp MJPB vast in het bestuurlijk overleg van 2 april 2020; Het Algemeen Bestuur zendt de ontwerp MJPB binnen een week aan de raden van de gemeenten toe; De gemeenteraden kunnen hun zienswijze omtrent het ontwerp van de MJPB tot en met 3 juli 2020 aan het Algemeen Bestuur kenbaar maken; Het Algemeen Bestuur stelt de MJPB 2021-2024 (inclusief de gewijzigde begroting 2020) vast in het bestuurlijk overleg van 17 september 2020; Het Algemeen Bestuur zendt de vastgestelde MJPB onder bijvoeging van de zienswijzen van de gemeenteraden, zijn commentaar daarop en zo nodig een nota van wijziging binnen twee weken na vaststelling aan de gemeenteraden.

Pagina | 8

BELEIDSBEGROTING De beleidsbegroting bestaat uit 2 delen (art. 7 lid 2 BBV): 1. het programmaplan 2. de paragrafen

2.0

Programmaplan

Hierna wordt per programma aangegeven wat onze uitgangspunten zijn bij de uitvoering van onze taken. Uit te voeren taken Door de deelnemers is de sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer bij de vervoersorganisatie neergelegd. Voor het uitvoeren van de taak aanvullend vervoer is de vervoersorganisatie een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de provincie Gelderland waarin wordt overeengekomen dat de vervoersorganisatie de taak van het aanvullend vervoer (basismobiliteit) uitvoert voor de provincie Gelderland. Beleidskaders Bij de uitvoering van de taken op het gebied van doelgroepenvervoer gelden, naast wat wettelijk is voorgeschreven, de beleids- en/of toetsingskaders die worden aangegeven door de deelnemende gemeenten voor wat betreft het doelgroepenvervoer en provincie Gelderland voor wat betreft het aanvullend vervoer. Ontwikkelingen Het is van belang om tijdig in te spelen op veranderingen voor onszelf maar ook voor de deelnemers en provincie. Het kan gaan om veranderende wet- en regelgeving voor gemeenten of provincie, maar ook voor de gecontracteerde marktpartijen. Het betreft ook beleidsaanpassingen bij gemeenten in het kader van bijvoorbeeld de kantelingsgedachte of krimpende budgetten.

Daarnaast is de instroom van nieuw vervoer waarvoor gemeenten nog definitief de keuze moeten maken een belangrijke factor die invloed heeft op de omvang van de werkzaamheden van de vervoersorganisatie. Indeling en opzet programma’s De programma’s zijn, naast een algemene omschrijving, ingericht met de 3 W’s vragen (art. 8 lid 3 BBV): • Wat willen we bereiken? • Wat gaan we er voor doen? • Wat mag het kosten? Onder “wat willen we bereiken” wordt bij vervoer naast een algemene beschrijving van wat we willen bereiken ook ingegaan op specifieke prestatie indicatoren voor uitvoering van Avan. Bij “wat mag het kosten” zijn naast de lasten ook de bijdragen van de deelnemers/provincie geraamd. Het programmaplan bestaat uit de volgende programma’s: 1. 2. 3.

Vraagafhankelijk vervoer Routegebonden vervoer Bestedingsplan

En de overzichten: 4. 5.

Overhead Onvoorzien

De indeling van de programma’s in de begroting beoogt de financiële inzichtelijkheid van het totale takenpakket zo goed mogelijk in beeld te brengen, te kunnen ramen en later in de jaarrekening te kunnen verantwoorden. De met de provincie Gelderland overeengekomen samenwerkingsovereenkomst Basismobiliteit 2017-2019 is met één jaar verlengd tot 31 december 2021. Vanaf 2022 wordt geen rekening meer gehouden met OVvangnet vervoer. Vanaf 2021 wordt de Wmo subsidie en provinciale beheerbijdrage in 3 jaren afgebouwd naar nul.

Pagina | 9

2.1

Programma Vraagafhankelijk vervoer

Wat willen we bereiken? •

•

Een kwalitatief goede uitvoering van het vraagafhankelijke vervoer met Avan door het callcenter of de regiecentrale en de vervoerders. Hierbij streven wij bij de onderstaande prestatie indicatoren naar de aangeven norm: ‐ stiptheidpercentage rituitvoering per maand > 95%. ‐ gemiddelde wachttijd ritreservering per maand < 30 seconden; ‐ aantal klachten per rit per maand < 0,2%; ‐ afhandelingstermijn klachten < 10 werkdagen; ‐ vereiste certificaten chauffeurs is 100%. Een goede sturing en (financiële) beheersing van uitvoering van het vraagafhankelijke vervoer met Avan.

Wat gaan we er voor doen? •

• • •

• • • • •

Afspraken omtrent het vraagafhankelijk vervoer zijn vastgelegd in het contract met de callcenter- of regiepartij en de contracten met de vervoerders. Met behulp van systeemgerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en daarmee de kwaliteit van de uitvoering geborgd. Jaarlijks wordt door de BVO een audit uitgevoerd bij de callcenter-, regiepartij of vervoerders op hun processen en systemen. Analyseren van de (realtime indien noodzakelijk) rittenbakken, managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan (bij)sturen op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de prestatie indicatoren zoals hierboven beschreven de leidraad. Structureel (tenminste één keer per maand) overleg en afstemming met het callcenter of de regiecentrale over onder andere de uitvoering van het vervoer, gedelegeerd opdrachtgeverschap en doorontwikkeling van Avan. In het kader van de uitvoering spelen de prestatie indicatoren een grote rol. De uitvoering van het gedelegeerd opdrachtgeverschap van het callcenter of de regiepartij richting vervoerders zullen we ook toetsen bij vervoerders. Structureel (tenminste ieder kwartaal) overleg tussen het callcenter of de regiecentrale en vervoerders om de dagelijkse uitvoering af te stemmen. Indien nodig is opdrachtgever hierbij aanwezig.

Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Structureel (4 keer per jaar) overleg en afstemming met gemeenten over Wmo-vervoer gerelateerde zaken via het overleg contactambtenaren Avan. Structureel aanwezig bij overleg Regionale Adviesraad doelgroepenvervoer om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan. Goede communicatie over de uitvoering met betrokken partijen en gebruikers Avan.

Pagina | 10

Wat mag het kosten?

2.2

Programma Routegebonden vervoer

Wat willen we bereiken? •

•

Een kwalitatief goede uitvoering van het routegebonden vervoer met Avan door de regiecentrale en vervoerders. Hierbij streven wij bij de onderstaande prestatie indicatoren naar de aangeven norm: ‐ aantal routes met vaste chauffeur(s) > 99% ‐ aantal ritten binnen maximale reisduur per maand > 95%. ‐ aantal klachten per rit per maand < 0,2%; ‐ afhandelingstermijn klachten < 10 werkdagen; ‐ vereiste certificaten chauffeurs is 100%. Een goede sturing en (financiële) beheersing van uitvoering van het routegebonden vervoer met Avan.

Wat gaan we er voor doen? • • •

Afspraken omtrent het routegebonden vervoer zijn vastgelegd in het contract met de regiepartij en de contracten met de vervoerders. Met behulp van systeemgerichte contractbeheersing wordt naleving van de contracten en daarmee de kwaliteit van de uitvoering geborgd. Jaarlijks wordt door de BVO een audit uitgevoerd bij de regiepartij of vervoerders op hun processen en systemen. Analyseren van de (realtime indien noodzakelijk) rittenbakken, managementinformatie en andere uitvoeringsinformatie en op basis daarvan (bij)sturen op de uitvoering van Avan. Hierbij zijn de prestatie indicatoren zoals hierboven beschreven de leidraad. Pagina | 11

•

•

• • • •

Structureel (tenminste één keer per maand) overleg en afstemming met regiecentrale over onder andere de uitvoering van het vervoer, gedelegeerd opdrachtgeverschap en doorontwikkeling van Avan. In het kader van de uitvoering spelen de prestatie indicatoren een grote rol. De uitvoering van het gedelegeerd opdrachtgeverschap van de regiepartij richting vervoerders zullen we ook toetsen bij vervoerders. Structureel (tenminste ieder kwartaal) overleg tussen regiecentrale en vervoerders, indien nodig is opdrachtgever hierbij aanwezig. Vaste onderwerpen in dit overleg zijn de kwaliteitseisen gesteld aan chauffeurs zoals vaste chauffeur bij leerlingenvervoer en kennismaking chauffeur met de leerlingen/ouders van de kinderen. Voorafgaand aan ieder bestuurlijk overleg is er minimaal één voorbereidend ambtelijk overleg om de onderwerpen van het bestuurlijk overleg voor te bespreken. Structureel (4 keer per jaar) overleg en afstemming met gemeenten die routegebonden vervoer hebben ingebracht over aan dit vervoer gerelateerde zaken via het overleg contactambtenaren Avan. Structureel aanwezig bij overleg Regionale Adviesraad doelgroepenvervoer om ervaringen van gebruikers mee te nemen in de (bij)sturing van de uitvoering van Avan. Goede communicatie over de uitvoering met betrokken partijen en gebruikers Avan.

Wat mag het kosten?

Pagina | 12

2.3

Programma Bestedingsplan

Wat willen we bereiken? •

Het realiseren van nieuwe projecten op het raakvlak tussen doelgroepenvervoer en openbaar vervoer die de basismobiliteit op een alternatieve wijze faciliteren.

Wat gaan we er voor doen? • •

Structureel overleg voeren met gemeenten en provincie Gelderland. Opstellen projectplannen als onderdeel van het bestedingsplan.

Wat mag het kosten?

Pagina | 13

2.4

Overzicht Overhead

Pagina | 14

2.5

Overzicht Onvoorzien

Pagina | 15

3.0

Paragrafen

3.1

Inleiding

In de paragrafen wordt ingegaan op het beleid met betrekking tot de beheersmatige aspecten van de organisatie. In het besluit Begroting en Verantwoording (art. 9 lid 2 BBV) staat aangegeven dat in de begroting ten minste de volgende paragrafen opgenomen moeten zijn, tenzij het desbetreffende aspect niet aan de orde is: -

Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid

De paragrafen “Lokale heffingen”, "Onderhoud kapitaalgoederen", “Verbonden partijen” en “Grondbeleid” zijn niet op de BVO DRAN van toepassing. De overige paragrafen staan hieronder toegelicht.

3.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de BVO DRAN in staat is tegenvallers op te vangen. Bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening dienen de voorzienbare en kwantificeerbare risico’s zo goed mogelijk in beeld te worden gebracht. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing dient ten minste te worden opgenomen: - inventarisatie van de weerstandscapaciteit - inventarisatie van de risico’s - het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s

3.2.1

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, op te kunnen vangen. Tot de aanwezige weerstandscapaciteit van de vervoersorganisatie kunnen slechts twee posten worden gerekend: Reserves Post onvoorzien In de meerjarige begroting van de vervoersorganisatie is geen reserve en geen post onvoorzien opgenomen. De post onvoorzien die tot dit moment in de MJPB werd opgenomen, betrof een bedrag als afgeleide van de BVO lasten. Betreffende post onvoorzien is in deze MJPB opgenomen binnen het saldo "overhead". Ten behoeve van het vervoer, het callcenter en de regie is de 'open einde' systemathiek van toepassing waarbij bij een tekort de deelnemers bij moeten betalen en bij een overschot geld terug krijgen. Het risico hiervoor ligt dus bij de deelnemende gemeenten. De verantwoordelijkheid voor het vormen van een additionele post onvoorzien ligt daardoor bij de deelnemers.

3.2.2

Risico’s

De inrichting van het vervoer is gebaseerd op een ‘open einde’ systematiek. Dit betekent dat de kosten oplopen wanneer een deelnemer meer of aangepast gebruik inbrengt of dat er in een periode meer ritten hebben plaatsgevonden dan begroot. Dit brengt een financieel risico met zich mee voor betreffende deelnemer. Zodoende moet er periodiek inzicht zijn in het volume van het aantal ritten en de hieruit volgende kosten en hier tijdig over worden gecommuniceerd met de deelnemers. Hiervoor worden door de vervoersorganisatie periodiek managementrapportages verstrekt.

Pagina | 16

De gemeenten streven naar het versterken van de eigen kracht van de reiziger en een toename van het gebruik van algemene voorzieningen in combinatie met een afname van het doelgroepenvervoer. Bijvoorbeeld het gebruik van openbaar vervoer en vrijwilligers. Daarnaast sturen de regiecentrale of vervoerders bij het plannen op efficiency. Bijvoorbeeld het afstemmen van verschillende vervoersvormen en slim koppelen van verschillende vervoersstromen binnen de planning. Door invoering van beheersmaatregelen bestaat tijdens de exploitatieperiode de mogelijkheid dat schommelingen in het vervoervolume en/of veranderingen in de wijze van planning leiden tot structurele veranderingen in het aantal inzeturen van vervoerders. De regiecentrale monitort maandelijks de langere termijn ontwikkelingen in het vervoervolume. Indien zich hierin veranderingen voordoen die leiden tot structurele vermindering of vermeerdering van het aantal inzeturen treedt zij tijdig in overleg met de gecontracteerde vervoerders. Bij structurele afschaling van inzeturen kan de vervoerder een claim indienen. Op dit moment is het niet mogelijk aan dit risico een concreet bedrag te koppelen. Claim Munckhof 3 uurs regeling Als enige vervoerder verzet Munckhof zich tegen de aanvullende afspraken betreffende de 3 uurs regeling. Deze lagere vergoeding wordt wel toegepast.

Het risico is dat na een eventueel juridisch proces Munckhof in het gelijk wordt gesteld en alsnog de kosten dienen te worden vergoed. Voor 2020 wordt dit risico gekapitaliseerd op € 40.000,-.

3.3

Financiering

De financieringsparagraaf in de begroting is, in samenhang met de financiële verordening, een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Het financieringsvraagstuk van de vervoersorganisatie is van een beperkte omvang. Dit heeft vooral te maken met het feit dat de meeste bedrijfsvoeringsonderdelen worden afgenomen van de gemeente Arnhem en het grootste deel van de begroting bestaat uit personeelskosten of daaraan gerelateerde kosten. De financieringsrisico's zullen om die reden slechts beperkt zijn. Renterisicobeheer Algemene uitgangspunten met betrekking tot het renterisicobeheer zijn: • geen overschrijding van de renterisiconorm conform de Wet Fido; • nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; • de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Kasgeldlimiet Met het kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten voor bestemming, dus met uitzondering van de stortingen in de reserves.

De liquide middelen betreffen rekening-courant tegoeden. Deposito’s komen voort uit de financiering van het lopende bedrijf en de bestemmingsreserves. De huidige financiële positie geeft geen aanleiding om op de korte termijn maatregelen voor te stellen. Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisiconorm. Als lange financiering wordt volgens de Wet Fido aangemerkt: alle financieringsvormen met een rentetypische looptijd groter dan één jaar. Het renterisico wordt gedefinieerd als het minimum van de netto nieuw aangetrokken schuld en de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van de contractuele renteherzieningen op de opgenomen en uitgezette geldleningen. Het renterisico op de lange termijn wordt beperkt tot de in de wet genoemde 20% van de restant hoofdsom van de rentetypische langlopende leningen. Achterliggende reden voor het gebruik van de renterisiconorm is de spreiding van het renterisico over de jaren. Relatiebeheer Het betalingsverkeer zal is belegd bij de Bank Nederlandse Gemeenten.

Pagina | 17

3.4

Bedrijfsvoering

Waar staat de Vervoersorganisatie Regio Arnhem Nijmegen voor? De vervoersorganisatie is ingesteld ter gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen, ontwikkelen en in stand houden van een kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken doelgroepenvervoer. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van reizigers en hun sociale netwerk en wordt erop toegezien dat het aanvullend vervoer ook in het buitengebied en de kleine kernen voldoende gewaarborgd is en dat het vervoer een optimale aansluiting heeft op het openbaar-vervoer-netwerk. Doelen en taken De vervoersorganisatie heeft tot doel de gezamenlijke sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer voor de deelnemers. De sturing en (financiële) beheersing van uitvoeringstaken en uitvoering van ondersteunende processen op het gebied van doelgroepenvervoer en aanvullend vervoer worden overgedragen aan de vervoersorganisatie. Samenwerkingsovereenkomst provincie Gelderland Voor het uitvoeren van de taak aanvullend vervoer is de vervoersorganisatie (BVO DRAN) een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de provincie Gelderland.

In deze overeenkomst komen de provincie Gelderland en de vervoersorganisatie overeen dat de vervoersorganisatie de taak van het aanvullend vervoer (basismobiliteit) uitvoert voor de provincie Gelderland. Vervoersmodel Het vervoer is tot en met juli 2020 ingericht volgens het "regiemodel". In de aanbestedingen is van dit "regiemodel" afgestapt. Vanaf augustus 2020 wordt het vraagafhankelijk vervoer ingericht volgens het "callcentermodel". Hierbij worden de ritaannames en de direct daarbij behorende activiteiten uitgevoerd door een callcenter. Alle overige taken, waaronder de planning, zijn belegd bij de vervoerders. Voor het routegebonden vervoer zijn ook de callcenter taken belegd bij de vervoerders. Rapporteren Aan de deelnemers wordt per programma gerapporteerd. Het is een overzicht van de geleverde prestaties. De rapportages (inclusief financiën) worden halfjaarlijks opgesteld. Vennootschapsbelasting Het kabinet heeft eind 2014 wetgeving vastgesteld, die erop is gericht dat overheidsbedrijven, die economische activiteiten uitoefenen, op dezelfde wijze als private bedrijven aan vennootschapsbelasting (Vpb) zullen worden onderworpen. Deze wetswijziging is per 1 januari 2016 in werking getreden.

Aangezien de BVO DRAN geen winstoogmerk heeft en in de GR is bepaald dat positieve rekeningresultaten aan de deelnemers worden terugbetaald, hoeft de BVO DRAN geen rekening te houden met Vpb.

Pagina | 18

FINANCIËLE BEGROTING 4.0

Overzicht van baten en lasten naar categorie 2021-2024

Onderstaand is de financiële meerjarenbegroting van de vervoersorganisatie weergegeven. Per onderdeel zal een toelichting worden gegeven.

Pagina | 19

4.1

Toelichting op het overzicht van baten en lasten naar categorie

Lasten BVO Personeelskosten Voor de personeelskosten is uitgegaan van de loonsommen 2019 behorende bij de (voorlopige) functieschalen en een inschatting van de kosten voor aanvullende arbeidsvoorwaarden. Inhuur derden De kosten inhuur derden zijn gebaseerd op een uitgevoerde inventarisatie voor het afronden van het aanbestedings- en implementatieproces. Beheerkosten Beheerkosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren. Huisvesting, ondersteunende taken De kosten voor huisvesting en ondersteunende taken zijn gebaseerd op dienstverleningsovereenkomsten met de gemeente Arnhem en de Connectie. Daarnaast is er een ondertekende huurovereenkomst met de gemeente Arnhem. Klachtencommissie (geschillencommissie) Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren. Consumentenadvies Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren. Accountant Kosten zijn gebaseerd op ervaringen vanuit voorgaande jaren. Callcenter / Regie Vraagafhankelijk WMO/OV Kosten zijn gebaseerd op gegunde tarieven en verwachte hoeveelheden volgend uit de aanbesteding. Routegebonden Kosten zijn vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe contracten niet meer van toepassing. Vervoer Vraagafhankelijk WMO/OV Kosten zijn gebaseerd op gegunde tarieven en verwachte hoeveelheden volgend uit de aanbesteding.

Routegebonden Kosten zijn gebaseerd op gegunde tarieven en verwachte hoeveelheden volgend uit de aanbesteding.

Baten Algemeen De baten zijn verdeeld over de onderdelen BVO, callcenter / regie, vervoer, reizigersbijdrage, de Wmo subsidie en OV-vangnet vergoeding vanuit de provincie Gelderland. Binnen de meerjarige begroting is de subsidie van de provincie opgenomen onder BVO (beheerbijdrage) en het vraagafhankelijk vervoer Wmo. De vergoeding OV-vangnet is opgenomen bij vraagafhankelijk vervoer en regie. Subsidie en beheerbijdrage provincie Gelderland De Wmo subsidie van de provincie voor het vraagafhankelijk Wmo vervoer is voor de jaren 2020 tot en met 2023 opgenomen conform de ontvangen beschikkingen. Vanaf 2021 wordt de subsidie in drie jaren afgebouwd tot nul (75%, 50% en 25%, basisjaar 2020). Deze afbouw is met uitzondering van 2021 ook van toepassing op de vaste bijdrage van de provincie op de beheerkosten. Dit is zo in de begroting verwerkt.

Pagina | 20

4.2

Overzicht van baten en lasten naar taakveld 2021-2024

4.3

Bestemmingsreserve

Doordat jaarlijks het geraamde saldo van baten en lasten wordt verrekend met de deelnemers, worden er geen onttrekking of dotaties aan een bestemmingsreserve voorzien.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Vervoersorganisatie Regio Arnhem Nijmegen van 17 september 2020, de secretaris,

de voorzitter,

M. van den Beucken

R.W.M. Engels

Pagina | 21

Bijlage 5. AB 17 september '20

Aan:

AB BVO DRAN

Onderwerp:

Vaststellen MJPB 2021-2024 (inclusief gewijzigde begroting 2020)

Datum:

7 september 2020

Afzender:

Coen Wenting

Aanleiding: Een gemeenschappelijke regeling is wettelijk verplicht om uiterlijk 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de vastgestelde Meerjaren Programmabegroting bij de toezichthouder (in deze de Provincie Gelderland) aan te leveren. Om te voldoen aan deze verplichting was vaststelling van de Meerjaren Programmabegroting (MJPB) 2021-2024 (inclusief gewijzigde begroting 2020) voorzien in de bestuursvergadering van 25 juni 2020.

Proces: In het bestuurlijk overleg van 2 april 2020 is de ontwerp MJPB 2021-2024 (incl. gewijzigde begroting 2020) besproken en vastgesteld. De ontwerp begroting is op 6 april 2020 voor zienswijze aan de deelnemende gemeenten gestuurd met als reactietermijn 5 juni 2020. Een aantal gemeenten hebben aangegeven dat de gestelde reactietermijn voor het indienen van een zienswijze niet haalbaar is. Naar aanleiding van deze signalen is door de vervoersorganisatie met de toezichthouder overleg gevoerd om te kijken of de deadline van 1 augustus verruimd kan worden en welke voorwaarden daar (mogelijk) aan verbonden zijn. De provincie is akkoord gegaan met behandeling van de MJPB 2021-2024 (incl. gewijzigde begroting 2020) in de bestuursvergadering van 17 september 2020. De vastgestelde begroting moet dan uiterlijk 30 september 2020 bij Gedeputeerde Staten ingediend worden. De zienswijzetermijn is hierdoor door het AB verlengd naar 3 juli 2020.

Resultaat: De vervoersorganisatie heeft van alle gemeenten tijdig een zienswijze ontvangen op de ontwerpbegroting. Daarnaast heeft de vervoersorganisatie zelf ook een ambtelijke wijziging ingediend. De zienswijzen zijn gebundeld en beantwoord in de Reactienota zienswijzen ontwerp begroting 2021-2024 (incl. gewijzigde begroting 2020). De gewenste wijzigingen hebben tot een drietal cijfermatige aanpassingen aan de ontwerp begroting geleid. Twee aanpassingen zijn gedaan op basis van eerder genomen bestuursbesluiten. In het AB van 2 april 2020 is besloten om de implementatie van pakketten A en B en een reservering voor pakket C in de MJPB 2021-2024 te verwerken. Dit in het kader van herbeleggen en aanvullen van regietaken BVO DRAN. Daarnaast is in april 2020 door het AB besloten om de hogere provinciale bijdrage beheerskosten in 2021 te verwerken. De zienswijze met een financieel effect betreft het verzoek van de gemeente Zevenaar om de meerjarige procentuele toename van vervoersoorten voor die gemeente in de begroting naar beneden bij te stellen.

Besluit: Akkoord te gaan met vaststelling van de Meerjaren Programmabegroting 2021-2024 (inclusief gewijzigde begroting 2020) en verzending van de begroting aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland.

2

Reactienota Zienswijzen ontwerp begroting 2021-2024 (inclusief gewijzigde begroting 2020) Versie 7 september 2020

Pagina | 1

Inhoudsopgave

Inleiding

3

Besluitvorming

3

DEEL A: Zienswijzen en beantwoording

4

DEEL B: Zienswijze per gemeente en BVO DRAN

13

Pagina | 2

Inleiding In het bestuurlijk overleg van 2 april 2020 is de ontwerp meerjarenprogrammabegroting (MJPB) 2021-2024 (inclusief gewijzigde begroting 2020) besproken en vastgesteld. De ontwerp begroting is op 6 april 2020 voor zienswijze aan de deelnemende gemeenten gestuurd. In de begeleidende brief is aangegeven dat de periode van zienswijze start op 6 april 2020 en loopt tot en met 5 juni 2020. Een aantal gemeenten hebben in de periode medio april - medio mei 2020 aangegeven dat de gestelde deadline (5 juni) voor het indienen van een zienswijze, gelet de bijzondere omstandigheden voor overlegsituaties (Coronamaatregelen), op de ontwerpbegroting niet haalbaar is. Naar aanleiding van deze signalen is door de vervoersorganisatie met de toezichthouder (Provincie Gelderland) overleg gevoerd om te kijken of de deadline van 1 augustus verruimd kan worden en welke voorwaarden daar (mogelijk) aan verbonden zijn. De provincie is akkoord gegaan met behandeling van de MJPB 2021-2024 (incl. gewijzigde begroting 2020) in de bestuursvergadering van 17 september 2020. De vastgestelde begroting moet dan uiterlijk 30 september 2020 bij Gedeputeerde Staten ingediend worden. De zienswijzen termijn is hierdoor verlengd naar 3 juli 2020. De BVO DRAN heeft van alle gemeenten tijdig een zienswijze ontvangen op de ontwerpbegroting. Daarnaast heeft de BVO DRAN zelf ook een ambtelijke wijziging ingediend.

De zienswijzen zijn in dit document beantwoord en hebben geleid tot aanpassingen in de ontwerp MJPB 2021-2024 (incl. gewijzigde begroting 2020). De MJPB 2021-2024 (incl. gewijzigde begroting 2020) staat op 17 september 2020 ter vaststelling geagendeerd voor het bestuurlijk overleg.

Besluitvorming De gewenste wijzigingen hebben aanleiding gegeven tot het aanpassen van de ontwerpbegroting. Het voorstel van de bedrijfsvoeringorganisatie aan het Algemeen Bestuur van de BVO DRAN is daarom als volgt: •

Kennis te nemen van de ingebrachte zienswijzen van gemeenten;

•

Kennis te nemen van de ingebrachte ambtelijke wijziging van de bedrijfsvoeringsorganisatie;

•

Kennis te nemen van de wijziging van de gewijzigde begroting 2020 als gevolg van de door de vervoersorganisatie ingebrachte ambtelijke wijziging, zoals vastgelegd in de door het AB vastgestelde memo "Begrotingswijziging herbeleggen en aanvullen regietaken BVO DRAN";

•

Kennis te nemen van de wijziging van de MJPB 2021-2024 als gevolg van de door de vervoersorganisatie ingebrachte ambtelijke wijziging, zoals vastgelegd in de door het AB vastgestelde memo "Begrotingswijziging herbeleggen en aanvullen regietaken BVO DRAN";

•

De wijziging van de gewijzigde begroting 2020 als gevolg van de door de gemeente Zevenaar ingebrachte ambtelijke zienswijze, om de procentuele toename van vervoersoorten voor de gemeente Zevenaar naar beneden bij te stellen, vast te stellen;

•

De wijziging van de MJPB 2021-2024 als gevolg van de door de gemeente Zevenaar ingebrachte zienswijze, om de procentuele toename van vervoersoorten voor de gemeente Zevenaar naar beneden bij te stellen, vast te stellen;

•

Kennis te nemen van de wijziging van de MJPB 2021-2024 als gevolg van de door de vervoersorganisatie ingebrachte ambtelijke wijziging over de provinciale bijdrage beheer in 2021, zoals vastgelegd in de door het AB vastgestelde memo "OV Vangnet besluitvorming verlenging samenwerkingsovereenkomst". Pagina | 3

Beantwoording zienswijzen DEEL A: De zienswijzen samengevat inclusief beantwoording. DEEL B: De zienswijze per gemeente en ambtelijke wijziging BVO DRAN (vervoersorganisatie).

DEEL A: Zienswijzen en beantwoording De zienswijzen die zijn ingediend over de ontwerpbegroting hebben betrekking op verschillende onderwerpen. Onderstaand zijn de onderwerpen en de zienswijzen samengevat weergegeven en voorzien van een reactie vanuit de vervoersorganisatie.

A. Meerjarenprogrammabegroting 1.

Een aantal gemeenten hebben aangegeven dat het helaas niet mogelijk bleek om binnen de aangegeven zienswijzetermijn te reageren. Bij deze gemeenten blijkt de raadscyclus hiervoor geen ruimte te bieden. De BVO DRAN wordt verzocht in het vervolg een zienswijzetermijn te hanteren die past binnen alle gemeentelijke raadscycli. Reactie vervoersorganisatie: Naar aanleiding van de constatering dat het voor een aantal gemeenten niet mogelijk bleek om binnen de zienswijzentermijn te reageren, heeft de vervoersorganisatie bij alle gemeenten uitvraag gedaan om aan te geven welke planning gehanteerd dient te worden om dit komend jaar wel mogelijk te maken. Op basis van de reacties zal de vervoersorganisatie in 2021 de bestuursvergaderingen dusdanig plannen dat het voor alle gemeenten mogelijk moet zijn binnen de gewenste termijn te reageren.

2.

Ondanks de lastenstijging waarderen meerdere gemeenten dat de BVO DRAN met deze ontwerp begroting een beter inzicht heeft kunnen geven in de reëel te verwachten kosten in het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer. Ook wordt gewaardeerd dat er een gewijzigde begroting 2020 is opgesteld, waarbij o.a. rekening wordt gehouden met de resultaten van de aanbesteding. Reactie vervoersorganisatie: BVO DRAN dankt u voor de uitgesproken waardering dat met deze ontwerp begroting een beter inzicht is gegeven in de reëel te verwachten kosten in het vraagafhankelijk en routegebonden vervoer en de uitgesproken waardering over het opstellen van een gewijzigde begroting 2020.

3.

De gemeente Berg en Dal heeft het volgende kenbaar gemaakt: "De gemeente Berg en Dal is tevreden dat de bezuinigingstaakstelling Rijk van Nijmegen is toegepast en is positief over de uitkomsten van de aanbesteding." Reactie vervoersorganisatie: Voor kennisgeving aangenomen.

Pagina | 4

4.

De gemeente Beuningen heeft het volgende kenbaar gemaakt: "De uitgangspunten waarop de begrotingswijziging en de meerjarenbegroting zijn gebaseerd, zijn onzes inziens adequaat en verantwoord. Daarnaast is de Beuningse beleidswijziging van een kilometerbeperking voor het vraagafhankelijk vervoer verwerkt. Wel roept de geraamde stijging vraagafhankelijk vervoer met 10% per jaar de vraag op in hoeverre het systeem als zodanig gehandhaafd kan blijven, zodat het vervoer ook in de toekomst beschikbaar blijft voor inwoners die dat nodig hebben." Reactie vervoersorganisatie: Voor kennisgeving aangenomen.

5.

De gemeenten Druten en Wijchen hebben het volgende kenbaar gemaakt: "De gemeenten complimenteren u met de Ontwerp Meerjarenprogrammabegroting zoals die nu voorligt en constateert dat het proces om tot deze meerjarenbegroting te komen in goede ambtelijke afstemming is verlopen. De begroting is goed onderbouwd en geeft vertrouwen, ook meerjarig." Reactie vervoersorganisatie: Voor kennisgeving aangenomen.

6.

De gemeente Lingewaard heeft het volgende kenbaar gemaakt: "De gemeente constateert dat de aanbestedingen geleid hebben tot een verschuiving van de kosten: er is een voordeel geboekt voor het vraagafhankelijk vervoer, terwijl er juist een kostenstijging is in het routevervoer. Dat gaat direct gepaard met een aanzienlijke stijging van de kosten voor onze gemeente. De gemeente is daar zeer verontrust over, vooral omdat met ingang van de nieuwe contracten ons leerlingenvervoer ondergebracht is bij Avan." Reactie vervoersorganisatie: Voor kennisgeving aangenomen.

7.

De gemeente Lingewaard maakt kenbaar dat het goed is dat de gemeente een verder inzicht heeft verkregen in de kosten, maar wil het daar niet bij laten. De gemeente gaat maatregelen treffen om de kosten te beheersen. De eerste maatregel van de maximale kilometergrens voor het Wmo-vervoer is met ingang van 1 januari 2020 al ingegaan. Helaas is deze maatregel door de BVO DRAN niet verwerkt in de ontwerpbegroting. Reactie vervoersorganisatie: De BVO DRAN is bekend met het doorvoeren van betreffende maatregel per 1 januari 2020. Ten tijde van het opstellen van de ontwerpbegroting begin 2020, was door de BVO DRAN nog niet te bepalen welk effect betreffende maatregel op de begroting zou hebben. Van de mogelijkheid om daar zelf een voorstel voor te doen is door de gemeente Lingewaard vervolgens geen gebruik gemaakt.

8.

De gemeente Renkum heeft het volgende kenbaar gemaakt: "Wij volgen de ontwikkelingen binnen het vervoer waar het gaat om de kosten zowel als het gebruik. De kostenontwikkeling die plaatsvindt als gevolg van rijksbeleid baart ons zorgen. De effecten van de afschaffing van de teruggave BPM voor het taxibedrijf bijvoorbeeld, heeft ook voor gemeenten een negatief financieel effect. Verder zien we een beperkte daling van het gebruik van het vraagafhankelijk vervoer naast een forse toename van het route gebonden vervoer en dan wel voornamelijk vanuit de jeugdwet, wat zich in de herziene begroting 2020 duidelijk laat zien.

Pagina | 5

Daarnaast zijn ook de effecten van de nieuwe aanbesteding in uw begroting verwerkt, alsmede de kasschuif van € 61.500 aan middelen uit 2019 bedoeld voor de aanbesteding die deels in 2020 op de begroting drukken. Het is een helder opgesteld stuk, waarvoor onze dank." Reactie vervoersorganisatie: Voor kennisgeving aangenomen. 9.

De gemeente Zevenaar maakt kenbaar dat er op dit moment binnen de gemeente aan een businesscase ‘doelgroepenvervoer’ wordt gewerkt. In deze businesscase worden maatregelen uitgewerkt die het maatwerk in vervoer terugdringen. Dat betekent dat de gemeente alsnog dringend vraagt de percentages in de ontwerp-begroting als volgt aan te passen: het percentage van het Wmo vervoer (vraagafhankelijk vervoer) op 5%, het leerlingenvervoer op 0%. Het percentage vervoer vanuit de Jeugdwet wil de gemeente vooralsnog ongewijzigd laten. De gemeente zal op basis van de businesscase de BVO DRAN informeren hoe de bijstellingen gerealiseerd kunnen worden. Reactie vervoersorganisatie: De door de gemeente Zevenaar gewenste actualisatie van de gehanteerde vervoerspercentages is verwerkt in de definitieve begroting die 17 september 2020 ter vaststelling wordt aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de BVO DRAN. De BVO DRAN kijkt met belangstelling uit naar de door de gemeente Zevenaar toegezegde onderbouwing van deze actualisaties.

10. De vervoersorganisatie verzoekt om de meerjarige begrotingswijziging naar aanleiding van het bestuursbesluit over het herbeleggen en aanvullen van regietaken bij de BVO DRAN in de MJPB 20212024 (inclusief gewijzigde begroting 2020) te verwerken. Reactie vervoersorganisatie: De meerjarige begrotingswijziging is verwerkt in de definitieve begroting die 17 september 2020 ter vaststelling wordt aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de BVO DRAN.

B. Kostenbeheersing Algemene reactie vervoersorganisatie in het kader van kostenbeheersing: De gemeenten zijn verantwoordelijk voor kostenbeheersing binnen het doelgroepenvervoer. Als verlengstuk van de gemeenten verzorgt de vervoersorganisatie de monitoring, bewaking en bijsturing binnen de gegeven (contract)kaders en gemaakte afspraken. De vervoersorganisatie analyseert vervoersdata, monitort (landelijke) vervoersontwikkelingen en adviseert gemeenten, gevraagd en ongevraagd, betreffende (beleids)ontwikkelingen. De Vervoersorganisatie rapporteert aan het Algemeen Bestuur van de BVO DRAN en legt daaraan verantwoording af over haar functioneren. Eventueel verantwoording naar raden is de verantwoordelijkheid van de bestuurder waarbij de vervoersorganisatie kan ondersteunen. 11. Als gevolg van de beëindiging van het regiemodel per 1 augustus 2020 verschuiven taken van een regiecentrale naar vervoerders of de BVO DRAN zelf. De gemeente Beuningen steunt de herschikking van deze taken en daarvoor is de gemeente bereid extra middelen beschikbaar te stellen aan de BVO DRAN. De gemeente erkent de wenselijkheid en het belang daarvan. Daarbij wordt de BVO DRAN verzocht om snel aan de slag te gaan met het uitvoeren van analyses, zodat er in beeld wordt gebracht waar verbeteringen in efficiëntie en/of kwaliteit gerealiseerd kunnen worden. Pagina | 6

Reactie vervoersorganisatie: Gemeenten vragen verhoogde aandacht voor de vervoerskosten. Genoemde elementen zijn onder meer het monitoren en rapporteren van kostenontwikkelingen, het analyseren daarvan en adviseren daarover in kader van verdere efficiëntie en kwaliteitsverbetering. Zowel kosten als kwaliteit van de uitvoering worden gemonitord en voor de gemeenten inzichtelijk gemaakt door de vervoersorganisatie. Voor een verdere professionalisering van de monitorfunctie en het ontwikkelen van voor gemeenten toegankelijkere rapportages (dashboardfunctie) vergt een nadere systeemontwikkeling waarvoor inmiddels gelden zijn gereserveerd (pakket C). Diverse gemeenten nemen inmiddels initiatieven om alternatieven te ontwikkelen ten behoeve van het vervoer en binnen redelijke kaders nadere grenzen te stellen aan het gebruik van het vervoer. De vervoersorganisatie is daarbij ondersteunend. 12. Enkele gemeenten verzoeken de BVO DRAN om te onderzoeken of aanpassingen van systeemkenmerken en/of kostenbesparingen mogelijk zijn zonder de kwaliteit van dienstverlenging daarmee onaanvaardbaar aan te tasten. Dit stelt gemeenten in de gelegenheid om na te denken hoe de voorziening in de toekomst blijvend vorm kan worden gegeven zonder dat dit ten koste gaat van de financiële beheersbaarheid. Reactie vervoersorganisatie: Zie reactie bij punt 11. 13.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=8cf20521-2589-4fb0-9264-d088820b1fb8