CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

2025016 management rapportage Rapport De Liemers - Samenleven met vluchtelingen v0.2 (Management samenvatting)

Beeldvormende vergaderingen 2022-2026 20 mei 2025, gemeente Zevenaar5.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten van een inwonersraadpleging over samenleven met vluchtelingen Een onderzoek voor de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar

Januari 2025

CONCEPT Alleen management samenvatting

Colofon Deze raadpleging is uitgevoerd door Populytics, een spin-off van de TU Delft, in opdracht van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar.

2

Auteurs

Mark Beumer (mark@populytics.nl) Tom Geijsen (tom@populytics.nl) Jetske Mulder (jetske@populytics.nl)

Datum

Januari 2025

Versie

0.2 (concept 99% - alleen management samenvatting)

Contact

Populytics b.v. Frambozenweg 139 2321 KA Leiden info@populytics.nl www.populytics.nl

Photo by Sander Weeteling on Unsplash

In één oogopslag: een raadpleging onder ruim 2.500 inwoners over het samenleven met vluchtelingen laat brede steun zien voor drie beleidsdoelen • Raadpleging over samenleven met vluchtelingen: In november en december 2024 hebben 2.562 inwoners van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar deelgenomen aan een raadpleging volgens de methode PWE (Participatieve Waarde Evaluatie). Zij hebben hun gemeenten geadviseerd over het vraagstuk hoe inwoner s en vluchtelingen goed samen kunnen leven. De kern van de raadpleging was dat zij prioriteiten konden stellen tussen tien mogelijke beleidsdoelen van de gemeenten voor het samenleven bij vluchtelingen. Dit deden zij door 50 punten te verdelen over de tien doelen. De uitkomsten zijn representatief voor de drie gemeenten op de kenmerken leeftijd, geslacht, opleiding en woonplaats. De uitkomsten verschillen niet substantieel tussen de drie gemeenten. Het volledige rapport bevat de uitkomsten per gemeente, hier laten we de resultaten voor de drie gemeenten bij elk aar zien. • Houding tegenover vluchtelingen vergelijkbaar met landelijk: De raadpleging stelde de vraag ‘Hoe kijk je aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?’ Deelnemers konden antwoorden op een schaal van 0 (negatief) tot 100 (positief). Scores rond de 50 geven een min of meer neutrale houding weer. De deelnemers aan de raadpleging bevonden zich over het hele spectrum.

Daarmee was een grote diversiteit aan perspectieven op het thema vertegenwoordigd. De houding van inwoners in de drie gemeentes is vergelijkbaar met een landelijke referentie. • Uitkomst – Brede steun voor drie hoogste prioriteiten: De raadpleging laat zien dat verschillende (groepen) inwoners soms verschillende prioriteiten stellen op de hoofdvraag wat goed samenleven is. Daar waar prioriteiten verschillen blijkt hun houding tegenover vluchtelingen het belangrijkste kenmerk om verschillen te verklaren. Negatieve inwoners stellen soms andere prioriteiten dan positieve inwoners. Maar de drie doelen met de hoogste prioriteit worden gedeeld door alle inwoners, ongeach t hun houding (positief, negatief of daartussenin) en ongeacht hun migratieachtergrond (ook vluchtelingen delen deze drie doelen). De drie doelen die gemiddeld het hoogste prioriteit krijgen z ijn ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren’ (gem. 8,6 punten), ‘Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen’ (gem. 6,7 punten) en ‘Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt’ (gem. 6,6 punten). • Gedeelde visie – Zorg dat vluchtelingen op eigen benen kunnen staan en een bijdrage kunnen leveren: Dat betekent dat er een brede gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven met vluchtelingen.

De opvanglocatie en de omgeving eromheen moeten veilig zijn, wat veel deelnemers noemen als randvoorwaarde. Daarnaast moet de opvang van vluchtelingen gericht zijn op zo snel mogelijk zelfstandig mee kunnen draaien en bij kunnen dragen aan de Nederlandse samenleving. Dat moet bereikt worden door het leren van de taal, het volgen van een opleiding en aan het werk te gaan. Inwoners met verschillende houdingen hebben wel andere redenen voor hun prioriteiten en andere verwachtingen over de ve rantwoordelijkheid hiervoor. • Verschillen (1) – Extra informeren: Op twee doelen zien we een duidelijk andere prioritering (puntenverdeling) tussen inwoners met een positieve en negatieve hou ding. De eerste is ‘Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen’. Dit doel is belangrijk voor inwoners met een negatieve houding (meestal meer dan 10 punten) en veel minder voor inwoners met een positieve houding (circa 2,5 punten). Het ‘waarom’ achter dit verschil is genuanceerd en werken we in het rapport uit.

• Verschillen (2) – Meer woningen: Een tweede verschil betreft de optie ‘Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen’. Dat er meer woningen komen is voor alle inwoners belangrijk, óók voor de negatieve groep die lage prioriteit aan deze optie geeft (gem. 2,0 punten). Inwoners met een negatieve houding zijn het echter sterk oneens met het gedeelte achter de komma (‘ook voor vluchtelingen’). Het meningsverschil met de positieve groep gaat expliciet over de verdeling van de bestaande woningvoorraad. Inwoners met een negatieve houding vinden dat autochtone Nederlanders voorrang verdienen, vooral jongeren. Veel inwoners met een positieve houding vinden dat er een ‘eerlijke’ verdeling gemaakt mag worden. 3

1. Management samenvatting

De gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar willen met inwoners en vluchtelingen nadenken over de vraag hoe zij willen samenleven Over de aanleiding en hoofdvraag • Aanleiding: Elk jaar komen er vluchtelingen naar Nederland. De gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar willen helpen bij het opvangen van deze mensen. En bij het zorgen dat zij mee kunnen doen in onze gemeenten: in één woord, samenleven.

• Wetenschappelijk gevalideerd: De Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) is een participatiemethode die Populytics vaak inzet om mensen te betrekken bij beslissingen die hen gaan raken. De methode is ontwikkeld en gevalideerd door wetenschappers, onder andere van de TU Delft.

• Participatie: Om het perspectief van inwoners te betrekken bij het realiseren van een opvanglocatie voor vluchtelingen, heeft Populytics een raadpleging uitgevoerd in opdracht van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Deze raadpleging volgt de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE)-methode.

• Op de stoel van: De essentie van een PWE-raadpleging is om deelnemers in een online omgeving 20 minuten op de stoel van een beleidsmaker of politicus te zetten, in dit geval van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Deelnemers krijgen een zogeheten keuzetaak te zien. Deze keuzetaak modelleert de situatie van beleidsmakers die bezig zijn met het vormen en uitvoeren van migratie- en vluchtelingenbeleid. Deelnemers zien realistische beleidsopties die de beleidsmakers overwegen en ze zien dat er beperkingen zijn. Zij ervaren zodoende dezelfde keuze. Wat adviseren ze vervolgens als zij in de schoenen van een beleidsmaker staan? Deelnemers kunnen hun advies motiveren.

• Hoofdvraag van de raadpleging: De hoofdvraag van de PWE-raadpleging was welke doelen inwoners belangrijk vinden bij het samenleven met vluchtelingen. Wat moet er bijvoorbeeld geregeld worden bij opvanglocaties, en om opvanglocaties heen? • Buiten scope: De raadpleging ging niet over de vraag hoeveel vluchtelingen er komen en waar ze worden opgevangen. Over de keuze voor locaties en het aantal op te vangen vluchtelingen beslissen uiteindelijk de burgemeester en wethouders. Deze informatie is in de raadpleging gedeeld met deelnemers. • Deelname: 2.562 inwoners hebben meegedaan aan de raadpleging. Deelnemers gaven de raadpleging gemiddeld het rapportcijfer 6,9.

5

Over de methode PWE

• Door mee te doen aan een PWE-raadpleging begrijpen deelnemers beter de complexiteit van de beleidskeuze. En de resultaten stellen beleidsmakers in staat om hun keuzes beter aan te laten sluiten op voorkeuren, waarden en zorgen van deelnemers. De gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar hadden ieder een eigen versie van deze keuzetaak. Deze waren grotendeels hetzelfde, maar verschilden van elkaar in de toelichting die bij de verschillende doelen werd gegeven. Elke toelichting was gemeente-specifiek.

De raadpleging kende twee varianten: de eerste variant had als doel om representatieve uitspraken te kunnen doen, de tweede om de inclusiviteit van het traject te verhogen Kaart met code

• Meer dan 20.000 inwoners uit de drie gemeenten zijn willekeurig geselecteerd en proactief benaderd middels een ansichtkaart met code. Op iedere kaart stond een uitnodiging om deel te nemen en een unieke code, om te garanderen dat iedere deelnemer maar één keer mee kan doen. Deze proactieve benadering voorkomt selectiebias: een oververtegenwoordiging van inwoners met een uitgesproken mening over het onderwerp en een ondervertegenwoordiging van deelnemers met een minder uitgesproken mening of die aan zelfselectie doen (‘mijn mening telt toch niet’). Naar 1.800 adressen in Zevenaar is een papieren versie van de raadpleging gestuurd. En de raadpleging is in alle drie de gemeenten op straat afgenomen. • Samen vormen deze deelnemers een groep die op leeftijd, gender en opleidingsniveau ongeveer representatief is voor de bevolking in de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. Een belangrijk doel is om hiermee representatieve conclusies te kunnen trekken voor de bevolking in de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar. • Er hebben 1.457 mensen meegedaan aan deze raadpleging van kaart met code. Hiervan hebben 2 mensen aangeven jonger te zijn dan 16 jaar. En 19 deelnemers kwamen van buiten een van de drie gemeenten. Deze konden de raadpleging wel invullen, maar zijn niet meegenomen in de analyses.

• De resultaten die we laten zien die gemarkeerd zijn met het label ‘kaart met code’ zijn representatief voor de bevolking in de gemeenten Duiven, Westervoort of Zevenaar, afhankelijk van welke gemeente we op dat moment behandelen. 6

Open raadpleging

• De open raadpleging stond open voor alle inwoners van de drie gemeenten die ouder zijn dan 16. Daarmee verhoogt de open raadpleging de inclusiviteit van dit traject. • Een open raadpleging is per definitie niet representatief. Een open raadpleging trekt typisch gezien meer deelnemers met een uitgesproken mening en/of een expliciet belang/interesse bij het onderwerp. Naast de verhoogde inclusiviteit is een belangrijke positieve bijdrage van de open raadpleging dat deelnemers vaak veel uitgebreidere onderbouwingen bij hun keuzes geven. Dit geeft meer inzicht in de waarden die achter voorkeuren liggen. • Er hebben 1.086 mensen deelgenomen aan de open raadpleging verdeeld over de drie gemeenten. Hiervan kwamen 31 deelnemers van buiten een van de drie gemeenten. Deze konden de raadpleging wel invullen, maar zijn niet meegenomen in de analyses. • Omdat de open raadpleging geen representatieve uitkomsten biedt, laten we in deze rapportage voornamelijk de kwantitatieve resultaten zien van de kaart met code. Waar wij deelnemers citeren kunnen deze uit zowel de open raadpleging komen, als uit de versie kaart met code.

De raadpleging bestond uit vier delen

Deel 1. Over de deelnemers

Vragen over de deelnemers zelf, inclusief hun houding tegenover vluchtelingen. Wie hebben er meegedaan?

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

Vragen over samenleven met vluchtelingen (de keuzetaak). Wat vinden inwoners belangrijk? En waarom?

Deel 3. Overige vragen

Aanvullende vragen. Wat vinden inwoners over wederkerigheid, welkom voelen, en de weg vinden?

Deel 4. Over de raadpleging

7

Vragen over de raadpleging zelf. Hoe hebben deelnemers de raadpleging ervaren?

Deel 1. Over de deelnemers

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

Deel 3. Overige vragen

We vatten hierna de hoofduitkomsten samen per Deel. We sluiten af met mogelijke handelingsperspectieven op basis van de resultaten.

Deel 4. Over de raadpleging

Overzicht deelnemers Samenstelling van de respondenten naar geslacht, leeftijd en opleidingsniveau

Duiven

Westervoort

Zevenaar

Aandeel gemeente Duiven*

Kaart met code (n=565)

Open raadpleging** (n=339)

Aandeel gemeente Westervoort*

Kaart met code (n=337)

Open raadpleging** (n=232)

Aandeel gemeente Zevenaar*

Kaart met code (n=555)

Open raadpleging** (n=484)

Vrouw

50,9%

41,1%

53,4%

51,6%

51,0%

54,3%

50,8%

47,0%

50,2%

Man

49,1%

56,3%

43,1%

48,4%

46,0%

43,1%

49,2%

48,8%

47,5%

16 tot 24 jaar

12,2%

5,0%

3,2%

10,5%

2,7%

1,3%

2,0%

6,4%

25 tot 44 jaar

24,5%

19,4%

19,5%

28,5%

27,0%

20,3%

11,0% 26,0%

22,2%

30,8%

45 tot 64 jaar

37,2%

43,9%

45,1%

33,5%

33,8%

41,4%

33,2%

35,7%

31,8%

65 tot 79 jaar

20,2%

28,6%

28,3%

22,3%

31,8%

33,2%

22,6%

33,9%

27,5%

80 en ouder

5,8%

2,8%

2,4%

5,3%

3,9%

3,4%

73%

5,2%

2,9%

Praktisch

26,7%

7,7%

6,3%

30,7%

7,4%

6,0%

32,0%

7,6%

7,2%

Toegepast

47,1%

25,7%

27,0%

45,9%

24,6%

30,2%

45,6%

27,2%

21,3%

Theoretisch

26,2%

62,4%

61,3%

23,4%

56,7%

53,0%

22,5%

54,6%

59,9%

Geslacht

Leeftijd

Opleiding

8

Deel 1. Over de deelnemers

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Er is een grote diversiteit aan perspectieven op het thema vertegenwoordigd in de raadpleging

Kaart met code

Figuur 1. Houding van deelnemers tegenover vluchtelingen “Hoe kijk jij aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?”

100% 19%

15%

14%

14%

23%

27%

• Houding: We hebben deelnemers aan de raadpleging de vraag gesteld: ‘Hoe kijk je aan tegen vluchtelingen in onze samenleving?’ Zij konden antwoorden op een schaal van 0 (negatief) tot 100 (positief). Scores rond de 50 geven een min of meer neutrale houding weer.

80% 30%

31%

Positief (81-100)

60%

Licht positief (61-80) 15% 40%

29%

19%

16%

14%

18%

Circa neutraal (40-60) Licht negatief (20-39)

14%

20%

21%

26%

20%

17%

19%

Zevenaar

Landelijk*

Negatief (0-19)

0% Duiven 9

Westervoort

Deel 1. Over de deelnemers

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

• Diversiteit aan perspectieven vertegenwoordigd: In alle drie gemeenten zijn groepen vertegenwoordigd met een (licht) positieve houding tegenover vluchtelingen, een (licht) negatieve houding, en een ongeveer neutrale positie daartussenin. De verhouding van deze groepen komt overeen met een landelijke referentie*.

• Houding als belangrijkste voorspellende kenmerk: Verschillende inwoners stellen verschillende prioriteiten op de hoofdvraag wat goed samenleven is. Hun antwoord op deze houding-vraag blijkt het belangrijkste kenmerk om verschillen te verklaren. Aanvullende analyses laten zien dat andere kenmerken van inwoners (zoals leeftijd, geslacht en opleiding) geen substantiële voorspellende waarde hebben. Deze laten we verder niet zien in deze rapportage. *Bron: Cordaid 2023

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Binnen de groepen zijn vaak weer deelperspectieven te onderscheiden: positieve en negatieve groepen zijn heterogeen Duiding bij Figuur 1 (vorige slide) • De groep inwoners die zeggen negatief te staan tegen over vluchtelingen is heterogeen: op basis van de motivaties zien we drie (deel)perspectieven op het thema. Een eerste perspectief zien we bij inwoners die de raadpleging hebben voltooid, maar niet inhoudelijk mee hebben willen denken over het onderwerp ‘samenleven met vluchtelingen’. Zij geven veelal aan dat zij geen enkele vorm van opvang willen. Zij doen niet mee met het inhoudelijke deel van de raadpleging omdat zij weinig vertrouwen hebben dat hun deelname invloed heeft op het besluit van de gemeente. Een tweede perspectief is een groep die geen enkele vorm van opvang wil, maar wel meedoet aan de raadpleging en dus het contact aangaat met de gemeente. Zij zijn vaak uitgesproken tegen opvang en voor remigratie. Een derde perspectief is een groep die wel openstaat voor tijdelijke opvang en/of opvang van bepaalde groepen vluchtelingen (zoals mensen uit oorlogsgebieden). Er is een mate van terughoudendheid over opvang, soms sterk, maar ook de wens om mee te denken ‘als het dan toch moet’ of mee te denken hoe het beter kan vanuit bepaalde sterk gevoelde zorgen. • Inwoners die positief staan tegen over vluchtelingen lijken in twee subgroepen uiteen te vallen.

Er is een groep die wijst op de morele plicht om alle mensen een veilig heenkomen te bieden. Zij wijzen op humanitaire gronden, op fatsoen en op de welvarendheid van ons land. Een andere groep staat ook positief tegenover vluchtelingen, maar maakt wel voorbehouden en heeft duidelijke verwachtingen van vluchtelingen. Een aantal (veel) minder vaak gebruikte argumenten zijn dat we vluchtelingen nodig hebben vanwege arbeidsmarkttekorten, dat vluchtelingen en de cultuur die zij meebrengen een verrijking is voor de Nederlandse cultuur, en dat opvangen en hulp bieden goed is voor een mens als sociaal wezen. • We zien geen verschillen in de gebruikte argumenten tussen inwoners van de drie gemeenten. 10

Deel 1. Over de deelnemers

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

Kaart met code

Open raadpleging

Goed onderscheid dient gemaakt te worden tussen vluchteling en gelukzoekers. En tijdelijk verblijf met verplichte terugkeer. Gelukzoekers gelijk weg, raddraaiers gelijk weg. Blijvers: verplicht integreren.

Het wordt tijd dat de gemeente Duiven eens naar eigen inwoners gaat kijken. Ik ben 30 jaar heb een meettijd van 11 jaar en kan geen sociale huurwoning in Duiven vinden. We zijn het zat.

Het zijn er te veel, zelfs nu in de dorpen. Ze passen hier niet, met uitzondering van Europeanen zoals Oekraïners, die begrijpen onze leefstijl en blenden makkelijk.

Ik hoor bij de groep 'Nimby'. Het dorpse gevoel verdwijnt langzaam door de komst van Westerlingen (huizenprijzen) en vluchtelingen/asielzoekers.

Het is een morele plicht om vluchtelingen op te nemen

In verband met vergrijzing van de bevolking zijn ze een aanwinst voor onze economische welvaart

Deel 3. Overige vragen

We zijn allemaal mensen en moeten elkaar helpen. Vluchten doe je niet voor niks.

Ik wil in een sociale wereld/land leven

Oorlogsvluchtelingen MOETEN we helpen, de andere soorten niet.

Ik denk dat andere culturen een positieve bijdrage aan de samenleving geven en je eigen cultuur verrijken

Deel 4. Over de raadpleging

De hoofdvraag van de PWE-raadpleging was welke doelen inwoners belangrijk vinden bij het samenleven met vluchtelingen Ontwerp van het beleidsdilemma • Doel: Inzicht krijgen in de waarde die inwoners toekennen aan verschillende beleidsdoelen voor samenleven met vluchtelingen.

• Keuzesituatie: Deelnemers verdeelden 50 punten over tien opties. Onder de roze informatieknoppen konden deelnemers aanvullende informatie lezen over ieder doel. Onder de Help-knop rechtsboven konden mensen overige aanvullende informatie lezen, bijvoorbeeld over vluchtelingenopvang in de drie gemeenten, vluchtelingenopvang in het algemeen in Nederland, en verschillende typen vluchtelingen. • Motivatie: Deelnemers konden hun keuzes toelichten. • Looptijd: De PWE-raadpleging stond online tussen 4 november en 1 december 2024. Deelnemers konden meedoen in het Nederlands. • Drie gemeenten, één keuzetaak: De afbeelding hiernaast laat de keuzetaak zien voor de gemeente Zevenaar. De keuzetaken van de gemeenten Duiven en Westervoort waren identiek op enkele specifieke situatiekenmerken na achter de roze informatieknoppen. 11

Deel 1. Over de deelnemers

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Figuur 2. Prioritering van de doelen – kaart met code

Representatieve uitkomsten Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)

Duiven (n=565)

Westervoort (n=337)

8.4

Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren

9.1

8.6

Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen

6.5

6.3

6.4

Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt

6.3

5.9

6.6

Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen

4.8

5.0

4.5

Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen

4.8

4.6

4.3

Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente

4.7

4.3

4.9

Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk

4.5

3.9

4.9

Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen

3.7

3.8

3.8

Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen

3.2

3.7

3.5

Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente

2.8

Legenda

12

Zevenaar (n=555)

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

Deel 1. Over de deelnemers

5 tot 7,5 punten

7,5 punten of meer

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

0

2

4

2.7

6

8

10

Deel 3. Overige vragen

0

2

4

2.6

6

8

10

0

2

Deel 4. Over de raadpleging

4

6

8

10

Figuur 3. Prioritering van de doelen – open raadpleging Uitsplitsing Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.055)

Duiven (n=339)

Westervoort (n=232)

8.6

Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen

6.8

Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt

6.6

8.5

8.3

6.8

6.7

6.2

6.8

Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen

5.0

4.7

4.8

Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen

5.0

5.1

4.8

Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente

4.4

4.9

4.4

Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk

4.8

4.5

4.5

4.1

4.1

Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen

3.6

Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen

3.1

Legenda

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

Deel 1. Over de deelnemers

5 tot 7,5 punten

7,5 punten of meer

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

2.7

2.2

Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente

13

Zevenaar (n=484)

0

2

4

3.4

2.5

6

8

10

Deel 3. Overige vragen

0

2

4

2.3

6

8

10

0

2

Deel 4. Over de raadpleging

4

6

8

10

De drie opties met gemiddeld genomen de meeste punten krijgen consistent prioriteit van verschillende groepen inwoners. Er is een gedeelde basis voor de vraag ‘hoe samen verder?’

14

Kaart met code

•

Verschillende houding, verschillende prioriteiten: Er is geen ‘gemiddelde’ inwoner van Duiven, Westervoort of Zevenaar. Achter de gemiddelde scores van Figuren 2 en 3 zien we verschillende groepen verschillende prioriteiten stellen. In theorie kan het zo zijn dat de hoogste prioriteit voor de ene groep, de laagste prioriteit is voor een andere groep. Het zoeken naar verschillen en overeenkomsten tussen verschillende groepen is een belangrijke stap in het analyseproces. Statistische analyse laat zien dat het kenmerk ‘houding t egenover vluchtelingen’ (op een schaal 0/negatief tot 100/positief) de belangrijkste voorspeller is van verschillen tussen inwoners in hun prioritering van de tien doelen. Andere kenmerken, zoals leeftijd, geslacht en opleidingsniveau, leverden geen substantiële verschillen op in prioritering. Anders gezegd, inwoners met een positieve houding maken andere keuzes dan inwoners met een negatieve houding. Maar hoewel ‘houding’ belangrijke verschillen laat zien tussen inwoners, bestaat over de drie hoogste prioriteiten eensgezindheid.

•

Gedeelde basis – Veilig op weg naar zelfstandigheid: De opties ‘Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren’, ‘Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen’ en ‘Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt’ krijgen van alle inwoners (hoge) prioriteit, ongeacht of ze een nega tieve, neutrale of positieve houding ten aanzien van vluchtelingen hebben. Dat betekent dat er een brede gedeelde basis is in ‘het hoe’ van samenleven met vluchtelingen. De opvanglocatie en de omgeving eromheen moeten veilig zijn, wat veel deelnemers noemen als randvoorwaarde. Daarnaast moet de opvang van vluchtelingen gericht zijn op zo snel mogelijk zelfstandig mee kunnen draaien en bij kunnen dragen aan de Nederlandse samenleving. Dat moet bereikt worden door het leren van de taal, het volgen van een opleiding en aan het werk te gaan. Inwoners met verschillende houdingen hebben wel andere verwachtingen over de verantwoordelijkheid hiervoor. Dit werken we verderop in het rapport nader uit.

•

Verschillen (1) – Extra informeren: Op twee doelen zien we een duidelijk andere prioritering (puntenverdeling) tussen inwoners met een positieve en negatieve houding. De eerste is ‘Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen’. Dit doel is belangrijk voor inwoners met een negatieve houdin g (meestal meer dan 10 punten) en veel minder voor inwoners met een positieve houding (circa 2,5 punten). Het ‘waarom’ achter dit verschil is genuanceerd en werken we ook verderop in het rapport uit (PM, in definitieve rapport paginanummer toevoegen).

•

Verschillen (2) – Meer woningen: Een tweede verschil betreft de optie ‘Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen’. Dat er meer w oningen komen is voor alle inwoners belangrijk, óók voor de negatieve groep die lage prioriteit aan deze optie geeft. Inwoners met een negatieve houding zijn het echter sterk oneens met het gedeelte achter de komma (‘ook voor vluchtelingen’). Het meningsverschil met de positieve groep gaat expliciet over de verdeling van de bestaande woningvoorraad. Inwoners met een negatieve houding vinden dat autochtone Nederlanders voorrang verdienen, vooral jongeren. Veel inwoners met een positieve houding vinden dat er een ‘eerlijke’ verdeling gemaakt m ag worden.

•

Gradaties en tussenposities: Hoewel we soms spreken in termen van de ‘positieve groep’ of de ‘negatieve groep’ is het belangrijk om in gedachten te houden dat er veel variatie zit binnen de groepen en veel overlap tussen de groepen. Anders gezegd, de verschillen in houding zijn kenmerkend voor opvattingen en prioriteiten, maar niet stereotypisch. Ter illustratie, we zien in de groep mensen met een negatieve houding als meest voorkomende opvatting dat (autochtone) inwoners voorrang zouden moeten hebben bij woningen. Maar in deze groep zijn ook inwoners die voor gelijke behandeling zijn. En vice versa zien we in de groep mensen met een positieve houding ook inwoners die vinden dat autochtone Nederlanders voorrang zoude n moeten hebben bij een woning, hoewel dat niet de kenmerkende houding in die groep is. Deze gradaties en tussenposities zien we bij alle opties. Met citaten van deelnemers brengen we in d it rapport deelperspectieven in kaart.

•

Profielen van de groepen inwoners & Uitwerking per optie: In dit rapport brengen we verder per gemeente de voorkeuren van mensen met verschillende houding gedetailleerd in kaart. We werken houdingsprofielen uit voor de groep met een negatieve houding ten aanzien van vluchtelingen, die met een neutrale houding en die met een positieve houding. Dat detailleren we nog verder door voor elk van de tien opties (beleidsdoelen) verschillen en deelperspectieven te laten zien tussen deze drie houdingsprofielen. Deel 1. Over de deelnemers

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Figuur 4. Prioritering van doelen naar houding tegenover vluchtelingen

Kaart met code

Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)

Negatief (0-19)

Circa neutraal

(20-39)

(40-60)

(61-80)

Positief

⍉

(81-100)

8.6

Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren

10,7

9,7

9,3

7,6

6,9

Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen

6,4

6,2

6,7

6,7

6,5

6.7

Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt

9,1

7,6

6,2

5,8

5,1

6.6

Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen

9,4

5,6

4,1

3,9

2,9

4.7

Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen

2,0

3,4

4,6

5,7

6,2

4.8

Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente

5,3

5,1

5,4

4,0

3,9

4.6

Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk

4,7

5,5

4,8

4,2

4,1

4.5

Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen

1,5

3,4

3,7

4,6

4,7

3.8

Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen

0,5

1,9

2,6

4,2

4,5

3.2

Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente

0,4

1,4

2,3

3,2

4,1

2.3

Legenda

15

Licht positief

Licht negatief

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 punten of meer

Figuur 5. Prioritering van doelen naar vluchtelingenachtergrond

Kaart met code

Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n= 1.457)

Niet-gevlucht (n=1.390)

8.6

Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen

6.7

Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt

6.6

Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen

4.7

Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen

4.8

Dat de landelijke overheid de opvang van vluchtelingen betaalt. En dit geen extra geld kost voor de gemeente

4.6

Dat vluchtelingen een bijdrage leveren aan de samenleving, los van werk

4.5

Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen

16

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 punten of meer

6.8

3.8

5.4 4.1 5.0 3.8 4.3

2.3

0

2

4

• De groep ‘Vluchteling’ bevat deelnemers die antwoordden ‘Ik ben zelf gevlucht’ en/of ‘Iemand uit mijn familie is gevlucht’.

5.6

3.2

Dat vluchtelingen zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen in de gemeente 0 tot 2,5 punten

7.7

3.8

Dat vluchtelingen verspreid wonen over wijken, dorpen en kernen

Legenda

Vluchteling (n=86)

3.2

6

8

10

0

2

4

6

8

• De raadpleging bevatte de vraag ‘Ben jij zelf gevlucht? Of is iemand uit je familie gevlucht?’ Deelnemers konden meerdere antwoorden aanvinken.

10

• Gelijktijdig met de raadpleging heeft Bureau AM gesprekken gevoerd met vluchtelingen. Deze gesprekken geven inzicht in redeneringen en praktische realiteit van vluchtelingen. De resultaten zijn in een separaat rapport gevat.

Enkele aanvullende vragen laten onder andere zien dat bijna 80% van de inwoners vindt dat goed samenleven een kwestie van wederkerigheid is

Kaart met code

Overige stellingen over samenleven met vluchtelingen Totaal Duiven, Westervoort en Zevenaar (n=1.457)

Goed samenleven moet van twee kanten komen: van vluchtelingen en van inwoners

8% 4% 9%

Ik kan meer mijn best doen om in contact te komen met vluchtelingen

18%

Vluchtelingen kunnen meer hun best doen om in contact te komen met inwoners

6% 6%

Vluchtelingen moeten hulp krijgen om hun weg te vinden in de zorg, het onderwijs en binnen de overheid

11% 4% 13%

Vluchtelingen moeten zich welkom voelen in onze gemeente

12% 6%

0% Helemaal mee oneens

17

Deel 1. Over de deelnemers

Mee oneens

35%

12%

31%

30%

39%

20% Neutraal

Bijna 80% van de deelnemers vindt dat goed samenleven van twee kanten moet komen.

43%

7%

33%

41%

21%

Mee eens

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

Bijna de helft van de inwoners (48%) vindt dat vluchtelingen meer hun best kunnen doen om in contact te komen met inwoners.

29%

34%

40%

15%

Een op de drie inwoners (37%) vindt dat ze meer hun best kunnen doen om in contact te komen met vluchtelingen. Circa 30% ziet geen rol voor zichzelf.

60%

Een meerderheid van inwoners (60%) vindt dat vluchtelingen zich welkom moeten voelen.

26%

80%

100%

Helemaal mee eens

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Hoe hebben deelnemers de raadpleging gewaardeerd? Toelichting

Ik kon mijn mening kwijt in deze raadpleging

De grafieken hiernaast laten zien hoeveel deelnemers het (helemaal) eens en (helemaal) oneens waren met verschillende stellingen over de raadpleging. Het betreft hier de antwoorden van kaart-met-codedeelnemers van alle drie gemeenten samen.

Deel 1. Over de deelnemers

7% 17%

18%

74%

75%

• Driekwart van de deelnemers (75%) geeft aan er op te vertrouwen dat de raadpleging eerlijk is. Dit is vergelijkbaar met andere PWE’s over dit onderwerp. Deelnemers geven bijv. aan het fijn te vinden dat er ruimte was om hun antwoorden toe te lichten.

18

Ik vertrouw erop dat deze raadpleging eerlijk is

6%

• Deelnemers zijn positief over de raadpleging: 87% van de deelnemers geeft een voldoende. Deelnemers die meededen via de kaart met code beoordelen de raadpleging gemiddeld met een rapportcijfer 6,9. Dit is vergelijkbaar met andere PWE-raadplegingen.

• Driekwart van alle deelnemers (79%) vindt de raadpleging makkelijk te begrijpen. Dit is vergelijkbaar met andere PWE’s over dit onderwerp. Er zijn ook deelnemers die aangeven het hier (helemaal) mee oneens te zijn. Zij zeggen bijvoorbeeld dat het lastig is de raadpleging online in te vullen, of dat het veel werk is.

Kaart met code

Ik vond het een belangrijk onderwerp om mijn mening over te geven 2%

9%

Ik vond de raadpleging moeilijk te begrijpen 4%

15%

(Helemaal) mee oneens Neutraal

79%

88%

(Helemaal) mee eens

Deel 2. Over samenleven met vluchtelingen

Deel 3. Overige vragen

Deel 4. Over de raadpleging

Tot slot, de brede basis voor de hoogste prioriteiten biedt handelingsperspectief. Denk ook na over prioriteiten die binnen bepaalde groepen van bijzonder belang zijn Handelingsperspectief voor gedeelde prioriteiten

Handelingsperspectief voor prioriteiten van specifieke groepen

De raadpleging laat zien dat er ongeacht houding gedeelde prioriteiten zijn (Figuur 4). En ook vluchtelingen stellen dezelfde hoogste prioriteiten (Figuur 5). Dat biedt een brede basis voor verdere beleidsvorming binnen de gemeenten. De visie dat vluchtelingen zelfstandig mee kunnen draaien in de Nederlandse maatschappij is niet alleen op gemeentelijk niveau op te lossen.

Naast gedeelde prioriteiten zijn er ook prioriteiten die vooral binnen specifieke groepen bestaan. Voor deze inwoners zijn ze van bijzonder belang. Het kan raadzaam zijn op zoek te gaan naar oplossingen in beleid die ook deze prioriteiten adresseren zonder de verschillen tussen groepen te vergroten.

• Dat vluchtelingen de Nederlandse taal en cultuur leren: Er zijn diverse opties voor gemeentes, zoals extra taallessen en lessen over leven in Nederland. Ook het stimuleren van ‘natuurlijke’ momenten om de taal te leren, zoals werk en opleiding, zijn behulpzaam en door veel inwoners genoemd.

• Voor de inwoners met een negatieve houding is dat met name de optie ‘Dat inwoners extra geïnformeerd worden over de komst en opvang van vluchtelingen’. De raadpleging laat zien dat binnen deze groep inwoners verschillend over deze optie nadenken. Er is een groep die aangeeft extra contactmomenten te zien als kans om te protesteren. Er is ook een groep die aangeeft verrast te zijn geweest in het verleden door ontwikkelingen en zorgen te hebben over de huidige situatie. Deze tweede groep hecht hoge prioriteit aan extra informatie. De vraag is of deze groepen te scheiden zijn. Een andere vraag is of de aanwezigheid van de eerste groep een belemmering mag zijn voor de behoefte van de tweede groep.

• Dat vluchtelingen werken of een opleiding volgen om aan werk te komen: Gemeentes kunnen actief bemiddelen om plekken voor opleiding, stage of werk te vinden. Er zijn meerdere praktische obstakels, bijvoorbeeld in het proces van BSN-aanvraag, maar ook een gebrek aan kinderopvangplekken dat sommige statushouders verhindert (voltijds) aan het werk te gaan. • Dat iedereen zich in en rond een opvanglocatie veilig voelt: Voor veel inwoners een randvoorwaarde. In de raadpleging geven weinig tot geen inwoners concrete voorbeelden van onveiligheid in de gemeentes.

19

• Dat er meer woningen komen voor alle inwoners, ook voor vluchtelingen: Dit doel is ook een duidelijke gedeelde prioriteit, ondanks het puntenverschil tussen inwoners met een negatieve en positieve houding. Het creëren van extra woonruimte kan een expliciet verdelingsvraagstuk minder scherp maken.

• Voor de inwoners een positieve houding is dat met name de optie ‘Dat we meer dingen doen om inwoners en vluchtelingen met elkaar in contact te brengen’. Nut en noodzaak van contact tussen inwoners en vluchtelingen zijn vrij breed gedeeld over inwoners met verschillende houdingen. De uitvoering is echter belangrijk. De raadpleging wijst op twee uitgangspunten: (1) faciliteer andere organisaties eerder dan dit zelf te doen als gemeente, en (2) hanteer altijd een strikt vrijwillige basis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=3cd6783e-6798-4577-9131-fb042123e00c