CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

20. RIB 2021 -043 Informatieprotocol en richtlijnen toe- en uittreding GMR.pdf

Raadsvergaderingen 2018-2022 7 juli 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Wijze van afdoening van de ingekomen stukken12.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSINFORMATIEBRIEF – Nr. 2021-043 Aan de leden van de gemeenteraad

Datum Zaaknummer Onderwerp

8 juni 2021 Z/21/385587/1033369 Informatieprotocol en toe- en uitredingsrichtlijnen Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen Portefeuillehouder Lucien van Riswijk Contactpersoon Hans Bosch E-mail h.bosch@zevenaar.nl Telefoon 0316-595615

Geachte leden van de gemeenteraad,

Inleiding Op 1 januari 2021 is de Groene Metropoolregio van start gegaan. Het algemeen bestuur van de regio heeft het informatieprotocol en de richtlijnen voor toe- en uitreding uit de gemeenschappelijke regeling vastgesteld. Deze documenten zijn voor consultatie aan de deelnemende gemeenten aangeboden. Het college stemt in met de documenten. De documenten worden ter informatie aan de gemeenteraad voorgelegd. Kernboodschap, context en inhoud In het informatieprotocol worden afspraken gemaakt over welke informatie de raden, colleges en ambtelijke organisatie van de deelnemende gemeenten, op welk moment kunnen verwachten vanuit de Groene Metropoolregio. Met dit informatieprotocol versterken we de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden, door duidelijke afspraken over welke informatie wanneer moet worden aangeleverd. Daarnaast beschrijft het informatieprotocol welke methodes er zijn (naast de formele momenten) om informatie te delen en uit te wisselen met elkaar. De Groene Metropoolregio is nog volop in ontwikkeling. Dat kan betekenen dat een aanpassing van de afspraken die we maken in dit protocol op een bepaald moment noodzakelijk is. De richtlijnen voor toe- en uitreding bevatten regels over het proces en financiële randvoorwaarden voor het geval een gemeente tot de Groene Metropoolregio wil toetreden dan wel uit het samenwerkingsverband wil stappen.

In de richtlijnen wordt daartoe een aantal algemene uitgangspunten geformuleerd voor wat betreft de te volgen procedure en worden de kaders voor het berekenen van de toetredingskosten en uittredingskosten bepaald

Context ☐ Actueel maatschappelijk onderwerp/probleem ☐ Collegeprogramma ☐ Motie/amendement/toezegging ☑ Anders: Ter informatie

Communicatie en vervolgproces De regioagendacommissie, bestaande uit raadsleden van de aan de Groene Metropoolregio deelnemende gemeenten, wordt in de gelegenheid gesteld te adviseren over informatieprotocol en de richtlijnen voor toe- en uitreding. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar,

Danielle Jansen secretaris

Bijlagen 1031186 1031189 1031190 984304 1034655

Lucien van Riswijk burgemeester

Informatieprotocol Toetredingsrichtlijnen Uittredingsrichtlijnen Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen Reglement van orde Algemeen Bestuur Groene Metropoolregio

zaaknummer Z/21/386892

pagina 2 van 2

Informatieprotocol Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen Het AB van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen, bijeen in zijn vergadering van 24 februari 2021 ; Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet; Gelet op de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen; Gelet op het Reglement van orde AB Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen; Besluit vast te stellen het volgende Informatieprotocol Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen:

Hoofdstuk 1 Inleiding Naast meer slagkracht is transparantie en een democratische legitimering van de samenwerking een belangrijke doelstelling van de versterkte regio. De versterkte regio heeft geresulteerd in het openbaar lichaam de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (verder Groene Metropoolregio). De basis vormt de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen en het betreft een samenwerking tussen de college’s van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Uitgangspunt voor de Groene Metropoolregio is een opgavegerichte samenwerking, waarin de raden concrete opgaven in een jaarlijks programma vaststellen. De gemeenten voorzien de opgaven van afdoende middelen en een helder mandaat, zodat bestuurlijk opdrachtgevers daarop slagvaardig kunnen handelen. Het regioprogramma bevat voor iedere opgave een opdrachtformulering die is uitgewerkt in samenwerking met andere betrokken overheden en maatschappelijke partners. De raden van individuele gemeenten kunnen intekenen op deze opgaven. Er wordt alleen een concreet uitvoeringsmandaat gevraagd. In dit informatieprotocol geven we aan welke informatie de gemeenten wanneer kunnen verwachten vanuit de Groene Metropoolregio en vanuit de opgaven. Dit protocol stelt de gemeenten in staat om toezicht te houden op het functioneren van de Groene Metropoolregio.

Een goed werkend informatieproces heeft echter meer voordelen: het kan het begrip en de samenwerking verstevigen. Zo willen we bijdragen aan een sterke regionale samenwerking. Voorwaarde voor het slagen van de Groene Metropoolregio is dat de gemeenschappelijke regeling dicht bij de deelnemende gemeenten blijft staan. Zij zijn immers zelf de Groene Metropoolregio. Transparantie over de besluitvorming en de werkwijze binnen de opgaves is cruciaal. De regioagendacommissie speelt een belangrijke rol hierin. Zij vormt een schakel tussen het bestuur van de Groene Metropoolregio en de raden in de regio.

Doel In dit informatieprotocol maken we afspraken over welke informatie de raden, college’s en ambtelijke organisatie van de deelnemende gemeenten, op welk moment kunnen verwachten vanuit de Groene

1/8

Metropoolregio. Met dit informatieprotocol versterken we de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden, door duidelijke afspraken over welke informatie wanneer moet worden aangeleverd. Daarnaast beschrijft het informatieprotocol welke methodes er zijn (naast de formele momenten) om informatie te delen en uit te wisselen met elkaar. De Groene Metropoolregio is nog volop in ontwikkeling. Dat kan betekenen dat een aanpassing van de afspraken die we maken in dit protocol op een bepaald moment noodzakelijk is.

Uitgangspunten We hanteren een aantal uitgangspunten ten aanzien van de informatievoorziening vanuit de Groene Metropoolregio, die leidend zijn bij het opstellen van dit informatieprotocol: 1. We stellen aan alle deelnemende gemeenten dezelfde informatie beschikbaar. 2. We zijn transparant over de werkwijze en de besluitvorming binnen de Groene Metropoolregio. 3. Voor een goede balans tussen transparantie en bureaucratie, rapporteren we op hoofdlijnen. 4. We rapporteren op inhoud, proces en op financieel vlak.

Proces Dit informatieprotocol is in concept vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Groene Metropoolregio. Omdat het gaat over de informatie aan de colleges en raden van de gemeenten, vinden we het belangrijk om hen vooraf te betrekken bij de totstandkoming van het protocol en hierop input te laten leveren. AB-leden kunnen de concept versie desgewenst ter consultatie voorleggen aan hun raad. AB-leden mogen zelf bepalen of en hoe zij hieraan vorm geven. De raadsleden kunnen desgewenst opmerkingen meegeven aan het AB-lid. Vervolgens zal het AB het informatieprotocol definitief vaststellen.

Hoofdstuk 2 Bestuur Algemeen bestuur Het AB bestaat uit leden van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. Zij worden benoemd door de colleges in de regio. Het AB kiest uit haar midden een voorzitter. Aan het AB behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het AB zijn opgedragen en de bevoegdheden die op basis van de regeling aan het AB zijn overgedragen. De vertegenwoordigers van een gemeente in het AB zijn aanspreekbaar op en verantwoording verschuldigd aan hun raad over het door hem in het AB gevoerde beleid. Het Reglement van orde van de betreffende gemeenteraad is hierbij leidend. Het AB-lid en het AB verstrekken aan de gemeenteraden alle informatie die nodig is voor de beoordeling van het huidige en toekomstige beleid. De wijze waarop de informatie wordt verstrekt is bepaald in artikel 13 van het Reglement van orde. In hoofdstuk 4 van dit Informatieprotocol wordt hierop een toelichting gegeven.

Dagelijks bestuur

2/8

Het DB (verder DB) telt drie leden inclusief de voorzitter. Zij vertegenwoordigen in het DB niet de gemeente waar ze burgemeester of wethouder zijn, maar zij nemen plaats in het DB namens het AB. Zij worden dan ook benoemd door en zijn verantwoording schuldig aan het AB. Het DB is belast met de dagelijkse gang van zaken van de Groene Metropoolregio. De wet kent het DB een aantal bevoegdheden toe, zoals het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten waaronder het benoemen en ontslaan van personeel. Daarnaast bereidt het DB de vergaderingen van het AB voor en voert de besluiten uit die daar worden genomen. Het DB en elk DB-lid is aanspreekbaar op en verantwoording schuldig aan het AB over het door hen gevoerde beleid. De wijze waarop het DB ter verantwoording kan worden geroepen, is bepaald in artikel 14 van het Reglement van orde. Ieder lid van het AB kan schriftelijk vragen stellen, informatie opvragen en heeft recht van interpellatie. Een DB-lid kan door het AB worden ontslagen als dit lid het vertrouwen van het AB niet meer heeft. Het DB en elk DB-lid verstrekt aan het AB alle informatie die nodig is voor de beoordeling van het huidige en toekomstige beleid. De wijze waarop de informatie wordt verstrekt is bepaald in artikel 13 van het Reglement van orde. In hoofdstuk 4 van dit Informatieprotocol wordt hierop een toelichting gegeven.

Het DB verstrekt aan de gemeenteraden alle informatie die nodig is voor de beoordeling van het huidige en toekomstige beleid. De wijze waarop de informatie wordt verstrekt is bepaald in artikel 13 van het Reglement van orde. In hoofdstuk 4 van dit Informatieprotocol wordt hierop een toelichting gegeven.

Voorzitter De Voorzitter wordt door en uit het AB benoemd. De voorzitter leidt de vergaderingen van het AB en DB en zorgt voor naleving van het Reglement van orde. Daarnaast vertegenwoordigt de voorzitter de Groene Metropoolregio in en buiten rechte. De voorzitter is aanspreekbaar op en verantwoording schuldig aan het AB over het door hem gevoerde bestuur. De wijze waarop de voorzitter ter verantwoording kan worden geroepen is bepaald in artikel 14 van het Reglement van orde. Ieder lid van het AB kan schriftelijk vragen stellen, informatie opvragen en heeft recht van interpellatie. De voorzitter kan door het AB worden ontslagen als dit lid het vertrouwen van het AB niet meer heeft. De voorzitter verstrekt aan het AB alle informatie die nodig is voor de beoordeling van het huidige en toekomstige beleid. De wijze waarop de informatie wordt verstrekt is bepaald in artikel 13 van het Reglement van orde. In hoofdstuk 4 van dit Informatieprotocol wordt hierop een toelichting gegeven. De voorzitter verstrekt aan de gemeenteraden alle informatie die nodig is voor de beoordeling van het huidige en toekomstige beleid. De wijze waarop de informatie wordt verstrekt is bepaald in artikel 13 van het Reglement van orde. In hoofdstuk 4 van dit Informatieprotocol wordt hierop een toelichting gegeven.

Hoofdstuk 3 adviescommissies en ontmoetingen Regioagendacommissie Het AB stelt een adviescommissie in, te weten: de regioagendacommissie. De regioagendacommissie moet nog vorm krijgen. De regeling laat bewust ruimte voor de raadsleden en griffiers om hieraan een eigen invulling te geven voor wat betreft frequentie, onderwerpen en

3/8

werkvormen, zodat de functie van de regioagendacommissie zich gaandeweg naar wens kan ontwikkelen. De regioagendacommissie kan hier zelf vorm en inhoud aan geven.

Maatschappelijk adviesforum Er wordt een maatschappelijk adviesforum opgericht. Dit komt minimaal jaarlijks bij elkaar of vaker als dat door het AB of een aantal maatschappelijke partners gevraagd wordt. Dit forum adviseert het regiobestuur gevraagd en ongevraagd over de integraliteit van de opgaven en het partnerschap daarbij van onze partners. Dit staat los van de participatie van onze partners in de inhoudelijke opgaven. Het maatschappelijk adviesforum is divers van samenstelling en bevat vertegenwoordiging uit onze triplehelix samenwerking in The Economic Board (onderwijs, andere overheden en bedrijfsleven), maar ook uit maatschappelijke organisaties, zoals zorginstellingen, corporaties. De samenstelling kan per keer wisselen, ook in relatie tot de ontwikkeling van de opgaven. Indien van toepassing kunnen de aanwezigen een lobbyrol oppakken richting andere overheden of andere relevante (potentiële) partners.

Hoofdstuk 4 Informatieproces In dit hoofdstuk komen de verschillende soorten informatie aan de orde, namelijk: opiniërende, reguliere, gevoelige en externe informatie.

4.1 Opiniërende informatie Opiniërende informatie gaat over het verschaffen van informatie door de Groene Metropoolregio waardoor de gemeenten hun visie en standpunten kenbaar kunnen maken.

Raadsontmoetingen Er zijn minimaal twee raadsontmoetingen in een jaar. Tijdens deze ontmoetingen krijgen de raadsleden onder andere informatie over de stand van zaken van de opgaven, relevante ontwikkelingen, nieuwe agendapunten in voorbereiding. Peilingen van de mening van raadsleden zijn mogelijk. Op de raadsontmoetingen kunnen ook uitspraken (‘resoluties’) worden aangenomen, waarin wordt opgeroepen om een bepaalde aanpassing in het voorstel op te nemen alvorens het door te sturen naar de gemeenteraden. Dergelijke uitspraken zijn niet bindend, maar zullen door het regiobestuur wel als zwaarwegend advies in haar afwegingen worden betrokken. Ze worden aan de individuele raden aangereikt. Als er opgaven zijn waarvoor in de opdrachtformulering is gekozen om het beeldvormende en eventueel oordeelsvormende deel van de besluitvormingscyclus op regionaal niveau te organiseren, dan kan dit op een raadsontmoeting worden geagendeerd. De vorm en inhoud van deze bijeenkomst komt in samenwerking met de regioagendacommissie tot stand. De regioagendacommissie bepaalt de openbaarheid van de ontmoeting, de agenda en bijbehorende documenten alsmede het verslag.

Collegeontmoetingen Er zijn minimaal drie collegeontmoetingen in een jaar. De realisatie van de opgaven staat daar centraal. Alle betrokken collegeleden worden bijgepraat en kunnen elkaar bevragen op richting/ besluitvorming. Er is daarnaast ruimte voor uitwisseling over opgaven in voorbereiding, kansen voor de regio en urgente vragen van andere overheden of partners. Ook kan in deelsessies reguliere inhoudelijke uitwisseling tussen portefeuillehouders plaatsvinden als daaraan behoefte is (zie ook paragraaf 4.6 4/8

Regionaal portefeuilleoverleg ‘nieuwe stijl’). Netwerken en kennisuitwisseling zijn ook nadrukkelijk onderdeel van deze collegeontmoetingen. De vorm en inhoud van deze bijeenkomst wordt bepaald door het AB. In beginsel zijn de ontmoetingen, de agenda en bijbehorende documenten niet openbaar. Uiteraard kunnen AB-leden de eigen raad wel informeren.

4.2 Reguliere informatie Dit betreft de meer formele informatiemomenten.

Begroting De begroting vormt het inhoudelijke en financiële kader voor het handelen van de Groene Metropoolregio. Wij zien de ontwerpbegroting daarmee als instrument om ook te voldoen aan de wettelijke eis om jaarlijks beleidsmatige en financiële kaders op te stellen. De ontwerpbegroting levert input voor de gemeentelijke kader- of perspectiefnota. De begroting bevat een algemeen geconsolideerd deel voor de algemene taken van de Groene Metropoolregio (zogenaamd procesgeld op basis van de inwonersbijdrage). Tegelijkertijd wordt een eerste concept-opgavebegroting aangeboden voor de financiën die met de opgaven zijn gemoeid. Met dit laatste kunnen de gemeenten in hun begroting opgavegeld reserveren. Raden kunnen bij de bespreking van deze eerste indicatieve begroting nog zaken meegeven voor de opgaven. Die worden verwerkt en de opgaven worden verder uitgewerkt. Begin september worden deze, gebundeld in de regionale agenda, aangeboden aan de gemeenteraden, zodat deze definitief verwerkt kunnen worden in de meerjaren(programma) begroting van de gemeenten. De jaarrekening over het afgelopen jaar wordt gelijk met de ontwerpbegroting voor het volgend jaar aangeboden aan de deelnemende gemeenten. Het proces in aanloop naar de vaststelling van de begroting ziet er als volgt uit: • De ontwerpbegroting wordt vóór 15 april door het DB aan de raden verstuurd.

• Om de zienswijzen van gemeenten op de ontwerpbegroting nog te kunnen verwerken in de begroting, is het van belang dat de zienswijzen van gemeenten op tijd, in ieder geval binnen de termijn die de Wgr hiervoor geeft, bij de Groene Metropoolregio zijn ontvangen. In de praktijk komt dat er op neer dat de zienwijzen in de tweede week van juni moeten zijn aangeleverd. Daarmee hebben de raden 2 maanden de tijd om hun zienswijze op te stellen en in te dienen. • Het DB voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting en biedt dit aan het AB aan. • Het AB stelt de begroting tijdig vast. De definitieve begroting wordt vervolgens uiterlijk 1 augustus aangeboden aan de gemeenteraden en aan Gedeputeerde Staten. • Om de positie van de raden te versterken, wordt teruggekoppeld op welke wijze de zienswijzen van de raden al dan niet zijn verwerkt in de begroting. Deze terugkoppeling wordt naar de raden verstuurd na vaststelling van de begroting door het AB, in de vorm van een zienswijzenota die naar alle gemeenteraden gaat.

Jaarrekening In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd, zowel financieel als inhoudelijk, over het voorgaande jaar. Er wordt gerapporteerd over de voortgang en afwijkingen op de geformuleerde doelstellingen, de voorgenomen activiteiten, de planning in de tijd en de besteding van de middelen.

5/8

Het proces in aanloop naar de vaststelling van de jaarrekening loopt grotendeels gelijk op met het proces voor de begroting voor twee jaar daarna en ziet er als volgt uit: • Het DB biedt de voorlopige jaarrekening, samen met de accountantsverklaring, vóór 15 april aan de raden aan. • De gemeenteraden kunnen binnen acht weken bij het DB hun zienswijze over de jaarrekening kenbaar maken. Het DB voegt de zienswijzen bij de jaarrekening en biedt deze aan het AB ter vaststelling aan. • Het AB stelt de jaarrekening vóór 15 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft vast. De definitieve jaarrekening wordt vervolgens ook voor 15 juli aangeboden aan de gemeenteraden en aan Gedeputeerde Staten.

AB vergaderingen De agenda en bijbehorende bijlagen zijn openbaar. De stukken worden uiterlijk 10 dagen voor de vergaderingen digitaal verzonden naar de AB-leden alsmede de leden van de regioagendacommissie. Desgewenst kunnen de stukken ook aan andere belangstellende raadsleden worden verzonden. De vergaderingen van het AB zijn ook openbaar. De vergaderingen zijn digitaal te volgen en nadien terug te zien. Het verslag zal na vaststelling in de eerstvolgende AB vergadering naar de college’s en raden worden verzonden. Tevens wordt het verslag dan ook geplaatst op de website. Het concept verslag zal eerder onder de AB-leden worden verspreid voor intern gebruik. Dit geldt niet voor documenten waarop geheimhouding is gelegd of wanneer wordt vergaderd met gesloten deuren. Onderzocht zal worden of het mogelijk is om te werken met een digitaal vergadersysteem zoals ibabs, voor zowel het AB als de regioagendacommissie. Ook zienswijzen en besluiten van de raden met betrekking tot de Groene Metropoolregio en opgaven kunnen worden geplaatst. Gebruik van een dergelijk systeem geeft vorm aan de procesmatige en inhoudelijke afstemming tussen alle betrokkenen.

4.3 Informatie op verzoek Buiten het hierboven geschetste proces kan er bij raden en/of raadsleden behoefte zijn aan extra informatie. Men wil bijvoorbeeld in het bezit komen van bepaalde documenten. Of men heeft specifieke vragen. Het gaat hierbij niet om de vergaderstukken van het AB. Deze zijn immers al openbaar. Dergelijke verzoeken kunnen worden gericht aan het AB, het DB of de voorzitter. Volstaan kan worden met het verzenden van het verzoek per mail naar de secretaris. Binnen vier weken zal het orgaan waaraan het verzoek is gericht, antwoorden op de vragen dan wel de gevraagde stukken ter beschikking stellen. Dat zal ook digitaal gebeuren. Mocht deze termijn te krap zijn, dan krijgt de verzoeker hiervan bericht waarbij wordt aangegeven binnen welke termijn beantwoording wel mogelijk is. Het AB ontvangt een afschrift van de ontvangen verzoeken alsmede van de antwoorden hier. Tevens worden deze documenten geplaatst op de website van de Groene Metropoolregio. Indien de raad en/of het college informatie wenst te verkrijgen van het lid van het AB van de betreffende gemeente, dan gelden hiervoor de gemaakte afspraken binnen die gemeente.

6/8

4.5 Opgaven De Groene Metropoolregio is een opgavegerichte samenwerking. De informatievoorziening vanuit de opgave is dan ook belangrijk. Binnen de opgave zullen aanvullende afspraken worden gemaakt over de informatievoorziening. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de werkwijze van het DB. Frequent wordt vanuit de opgave de voortgang teruggekoppeld. Hiervoor worden de gebruikelijke kanalen gebruikt, zoals raadsinformatiebrieven en raadsontmoetingen.

4.6 Wijze van verstrekken van informatie Website Veel informatie is voor iedereen toegankelijk. Deze informatie wordt op de website www.groenemetropoolregio.nl geplaatst, zodat deze makkelijk vindbaar is voor iedereen. Het gaat hierbij in ieder geval over de vergaderstukken voor de vergaderingen van het AB alsmede de besluiten van het AB. Hetzelfde geldt voor de vergaderingen en stukken van de regioagendacommissie, ook die zijn openbaar en op deze website te vinden.

Persberichten Rondom nieuwswaardige gebeurtenissen wordt een persbericht opgesteld. Daarbij is het uitgangspunt dat de Groene Metropoolregio afstemming zoekt met de gemeente als dit nodig is – en vice versa.

Nieuwsbrief Regelmatig wordt door de Groene Metropoolregio een nieuwsbrief verstuurd. De informatie van Bureau Brussel wordt hierin ook opgenomen. De ontvangers van deze nieuwsbrief hebben zichzelf aangemeld.

Hoofdstuk 5 Verantwoording De volgende verantwoordingsrelaties zijn te onderscheiden: 1. een lid van het AB is verantwoording schuldig over het door hem gevoerde bestuur aan de (eigen) gemeenteraad en het (eigen) college; 2. het DB, alle leden van het DB en de voorzitter zijn verantwoording schuldig over het door hen gevoerde bestuur aan het AB. Het AB, als collectief, is dus aan niemand verantwoording schuldig. Voor het ter verantwoording roepen van een lid dat door de gemeente is aangewezen (hierboven onder 1 genoemd) gelden de afspraken die in die betreffende gemeente zijn gemaakt. Dit is met name een interne aangelegenheid binnen die betreffende gemeente. Voor het ter verantwoording roepen van (een lid van) het DB of de voorzitter, bevat het Reglement van orde van het AB enkele instrumenten.

Hoofstuk 6 Slotbepaling In situaties waarin het informatieprotocol niet voorziet, wordt op dat moment een passend manier gevonden om de informatie te delen – zowel qua vorm als inhoud.

7/8

Dit protocol treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2021.

Aldus vastgesteld in het AB van 24 februari 2021:

De secretaris, Drs. A. Joustra De voorzitter, Drs. H.M.F. Bruls

8/8

Richtlijnen toetreding Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen

In het algemeen bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen vastgesteld op 24 februari 2021

1

Inleiding Deze richtlijnen, vastgesteld door het algemeen bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, zijn de uitwerking van artikel 33 van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmege\n (verder de regio). Hieronder wordt een aantal algemene uitgangspunten geformuleerd op het gebied van de te volgen procedure en de uitgangspunten voor het berekenen van de toetredingskosten.

PARAGRAAF 1. PROCEDURE VAN TOETREDING

1. De gemeente die wil toetreden tot de Gemeenschappelijke regeling maakt dit schriftelijk kenbaar bij het algemeen bestuur van de regio. Dit is de start van deze procedure.

2. Het algemeen bestuur van de regio bevestigt de ontvangst daarvan schriftelijk en informeert vervolgens de overige gemeenten dat zij kennis heeft genomen van het verzoek van deze gemeente.

3. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden door het dagelijks bestuur van de regio in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze aspecten is een onafhankelijke deskundige betrokken.

4. Het algemeen bestuur van de regio neemt een besluit over het al dan niet toe willen staan van toetreding door de gemeente die dat verzoek heeft gedaan en bij een positief besluit ten aanzien daarvan over de voorwaarden tot toetreding inclusief de toetredingskosten, waarbij de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden betrokken. Het algemeen bestuur neemt dit besluit binnen vijf maanden na ontvangst van het verzoek. Het dagelijks bestuur kan de beslistermijn verdagen met maximaal drie maanden.

5. Het algemeen bestuur van de regio maakt het besluit, zoals bedoeld in artikel 4, schriftelijk bekend aan de gemeente dat het verzoek tot toetreding heeft gedaan.

6. Mocht het algemeen bestuur besluiten de toetreding van de gemeente die dat heeft verzocht niet te willen toestaan, dan kan deze gemeente verzoeken om een besluit van de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten over het al dan niet toestaan van toetreding. In dat geval maakt zij dit binnen zes weken na dagtekening van de beschikking zoals bedoeld in paragraaf 1, artikel 5, kenbaar.

7. In de situatie zoals bedoeld in paragraaf 1, artikel 6, stelt het algemeen bestuur een voorstel op voor de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten, dat ter besluitvorming wordt toegestuurd aan de colleges van de aan de regio deelnemende leden. Mocht, conform artikel 32, eerste lid, van de regeling, minimaal tweederde van de deelnemende gemeenten besluiten toetreding wel te willen toestaan, dan neemt het algemeen bestuur een nieuw besluit waarin de voorwaarden tot toetreding 2

zijn opgenomen. Het algemeen bestuur maakt dit besluit schriftelijk bekend aan de gemeente met het verzoek tot toetreding.

8. In het geval van een positief besluit van het algemeen bestuur of een besluit zoals bedoeld in paragraaf 1, artikel 7, stelt het algemeen bestuur van de regio een voorstel vast tot aanpassing van de Gemeenschappelijke regeling. Deze wordt door het dagelijks bestuur ter vaststelling toegestuurd aan de colleges van de deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling.

9. Een hiertoe door het algemeen bestuur van regio aangewezen gemeente, in casu de gemeente Overbetuwe, (zie artikel 37 van de Gemeenschappelijke regeling) stuurt de hierboven genoemde besluiten naar Gedeputeerde Staten van de Provincies Gelderland en Limburg. Tevens draagt deze gemeente zorg voor de bekendmaking van de gewijzigde regeling.

10. De gewijzigde Gemeenschappelijke regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de regeling aan Gedeputeerde Staten is toegezonden.

PARAGRAAF 2. RICHTLIJN BEREKENING TOETREDINGSKOSTEN

1. Voordat een gemeente formeel kenbaar maakt toe te willen treden tot de regio (het voornemen tot toetreden), kan het dagelijks bestuur van de regio verzocht worden te inventariseren welke voorwaarden en toetredingskosten zoals beschreven in paragraaf 1 sub 4, met toetreding gepaard gaan. Op basis hiervan maakt het dagelijks bestuur van de regio een quick scan die een indicatief karakter heeft en waaraan de betreffende gemeente geen rechten kan ontlenen.

2. De kosten van de in paragraaf 1, artikel 3, genoemde onderzoeken, inclusief de kosten van de inzet van de onafhankelijke deskundige, die met toetreding tot de gemeenschappelijke regeling gepaard gaan, komen ten laste van de toetredende gemeente. Deze kosten zijn de eenmalige kosten ten gevolge van toetreding en worden ten laste gebracht nadat het voornemen tot toetreden formeel bekend is gemaakt. Ook wanneer een quick scan wordt uitgevoerd, worden deze kosten ten laste van de gemeente gebracht die overweegt om toe te treden. Ook indien toetreding uiteindelijk niet wordt toegestaan, zijn deze kosten verschuldigd. De regio doet redelijkerwijs al het mogelijke om deze kosten voor de toetredende gemeente zo laag mogelijk te houden.

3. De toetredingskosten die worden gemaakt door de toetreding worden alleen ten laste gebracht indien het besluit tot toetreding, zoals bedoeld in paragraaf 1, artikel 8, daadwerkelijk is genomen. De toetredingssom is opgebouwd uit: a.

Eenmalige kosten op toetredingsdatum: de noodzakelijke investeringen die ten behoeve van de toetreding worden gemaakt; 3

b.

Tijdelijke kosten, contant gemaakt tegen de waarde op de toetredingsdatum: de transitiekosten die gedurende 2 jaar na toetreding noodzakelijk zijn om projectmatig eventuele bedrijfsvoeringsactiviteiten te integreren;

c.

Structurele kosten contant gemaakt tegen de waarde op de toetredingsdatum: de extra exploitatiekosten (boven de exploitatiekosten van de reguliere dienstverlening) die als gevolg van de toetreding gedurende een periode van maximaal vijf jaar worden gemaakt;

d.

Een tegemoetkoming in de initiële stichtingskosten van de regio.

4. Als sprake is van een algemene reserve, wordt de toetredende gemeente verplicht naar rato een bedrag in de algemene reserve te storten. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling.

5. De op grond van deze richtlijnen vastgestelde toetredingsvergoeding kan in maximaal vier jaarlijkse termijnen na de formele toetreding worden betaald.

PARAGRAAF 3. SLOTPARAGRAAF Deze richtlijn treedt in werking na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in het algemeen bestuur van 24 februari 2021:

De secretaris, Drs. A. Joustra De voorzitter, Drs. H.M.F. Bruls

4

Richtlijnen uittreding Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen

In het algemeen bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen vastgesteld op 24 februari 2021

1

Inleiding Deze richtlijnen, vastgesteld door het algemeen bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, zijn de uitwerking van artikel 33 van de Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen (verder de regio). Hieronder wordt een aantal algemene uitgangspunten geformuleerd op het gebied van de te volgen procedure en de uitgangspunten voor het berekenen van de uittredingskosten.

PARAGRAAF 1. PROCEDURE VAN UITTREDING 1. De uittredende gemeente maakt schriftelijk bij het algemeen bestuur van de regio kenbaar te willen uittreden uit de regeling. Dit is de start van deze procedure tot uittreding. 2. Het algemeen bestuur van de regio bevestigt de ontvangst daarvan schriftelijk en informeert vervolgens de overige gemeenten dat zij kennis heeft genomen van het verzoek van deze gemeente. 3. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden door het dagelijks bestuur van de regio in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze aspecten is een onafhankelijke deskundige betrokken. Zie ook paragraaf 2.2. 4. Het algemeen bestuur van de regio neemt een besluit over de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties. Hierbij wordt de hoogte van de uittredingskosten vastgesteld. Het algemeen bestuur neemt dit besluit binnen vijf maanden na ontvangst van het verzoek. Het dagelijks bestuur kan de beslistermijn verdagen met maximaal 3 maanden. 5. De hoogte van de uittredingskosten zoals genoemd onder lid 5, wordt bij beschikking bekend gemaakt aan de gemeente met het verzoek tot uittreding. Deze brief gaat vergezeld van een rapport van feitelijke bevindingen, opgesteld door een accountant. 6. Vervolgens stelt het algemeen bestuur van de regio een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling voor.

Deze wordt door het dagelijks bestuur ter vaststelling toegestuurd aan de colleges van de overige deelnemende gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. De besluitvorming heeft betrekking op aspecten van de nieuwe regeling en kan de uittreding van de uittredende gemeente niet blokkeren. 7. Een hiertoe door het algemeen bestuur van regio aangewezen gemeente, in casu de gemeente Overbetuwe, (zie artikel 37 van de Gemeenschappelijke regeling) stuurt de hierboven genoemde besluiten naar Gedeputeerde Staten van de Provincies Gelderland en Limburg. Tevens draagt deze gemeente zorg voor de bekendmaking van de gewijzigde regeling.

2

8. De gewijzigde regeling treedt in werking op de feitelijke datum van uittreden. Deze ligt conform het gestelde in artikel 33 van de gemeenschappelijke regeling niet eerder dan één jaar na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.

PARAGRAAF 2. RICHTLIJN BEREKENING UITTREDINGSKOSTEN 1. Voordat een gemeente formeel kenbaar maakt uit te willen treden uit de gemeenschappelijke regeling, kan het dagelijks bestuur van de regio worden verzocht te inventariseren welke consequenties zoals beschreven in paragraaf 1, artikel 3, met uittreding gepaard gaan. Op basis hiervan maakt het dagelijks bestuur van de regio een quick scan die een indicatief karakter heeft en waaraan een gemeente geen rechten kan ontlenen. 2. De kosten van de in paragraaf 1, artikel 3, genoemde onderzoeken, inclusief de kosten van de inzet van de onafhankelijke deskundige, die met uittreding uit de gemeenschappelijke regeling gepaard gaan, komen ten laste van de uittredende gemeente. Deze kosten zijn de eenmalige kosten ten gevolge van uittreding en worden ten laste gebracht nadat het voornemen tot uittreden formeel bekend is gemaakt. Ook wanneer een quick scan wordt uitgevoerd, worden deze kosten ten laste van de gemeente gebracht die overweegt om uit te treden. 3. De uittredingskosten zijn de kosten die te maken hebben met (de afbouw van) de overcapaciteit die kan ontstaan in de personele en de materiële sfeer. Deze komen eveneens ten laste van de uittredende gemeente en worden alleen in rekening gebracht als de gemeente daadwerkelijk besluit uit te treden op basis van de in paragraaf 1 beschreven procedure.

Basis voor de uittredingskostenberekening zijn de gemiddelde realisatiecijfers (afbouw bedrijfsvoeringsorganisatie, aangegane verplichtingen algemeen, aangegane verplichtingen per opgave) van de drie jaar jaren voorafgaand aan het jaar waarin het voornemen tot uittreden kenbaar wordt gemaakt. 4. De kosten die niet direct aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend, worden berekend door totalen per kostensoort naar rato te berekenen. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling. 5. Middelen die onderdeel uitmaken van een (algemene) reserve van de regio, worden naar rato in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. Voor het bepalen van de kostenverdeelsleutel wordt aangesloten bij het bepaalde hierover in artikel 29 van de regeling. 6. De regio doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden (geen nieuwe investeringsplannen, geen uitbouw formatie etc.). Het algemeen bestuur doet met de gemeente die wil uittreden onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen 3

(eventuele mogelijkheid tot overname personeel, verlaging investeringen, opdrachtverlening elders etc.). 7. De op grond van deze richtlijnen vastgestelde uittredingsvergoeding kan in maximaal vierjaarlijkse termijnen na de op grond van paragraaf 1, artikel 8, bepaalde datum van uittreding worden betaald. 8. Totdat de gemeente daadwerkelijk is uitgetreden, betaalt deze gemeente volledig mee en heeft deze gemeente alle rechten en plichten van een volwaardig lid. 9. De hoogte en de wijze van berekening van de uittredingskosten wordt ter toetsing voorgelegd aan een accountant die hierover zal rapporteren in rapport van feitelijke bevindingen.

PARAGRAAF 3. SLOTPARAGRAAF Deze richtlijn treedt in werking na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in het algemeen bestuur van 24 februari 2021:

De secretaris, Drs. A. Joustra De voorzitter, Drs. H.M.F. Bruls

4

Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar; overwegende dat: -

-

zij op 1 juli 2015 een Gemeenschappelijk orgaan Arnhem-Nijmegen City Region zijn aangegaan om – na opheffing van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen als WGR+ regio – regionaal samen te werken op de terreinen duurzaamheid, economie, mobiliteit en wonen;

zij in het voorjaar van 2019 een initiatief hebben genomen om na te denken over versterking van de regionale samenwerking;

die versterking nodig is vanwege een dubbele urgentie: slagkracht in de opgaven, en transparantie en democratische legitimatie;

zij op 21 januari 2020 ermee hebben ingestemd dat de contourennotitie met daarin de contouren van een vernieuwde samenwerking in de regio Arnhem-Nijmegen wordt gebruikt voor de

-

uitwerking van de definitieve voorstellen;

de raden input hebben geleverd aan de contouren voor de vernieuwde samenwerking van de regio Arnhem-Nijmegen;

de regio met de grote diversiteit van culturen, landschappen, steden en dorpen ook een sterk samenhangend netwerk is van steden en ommeland;

de regio het grootste verstedelijkt gebied buiten de Randstad en een modern kennisintensief gebied is, met als topsectoren Health & Hightech, Food en Energy;

de regio voor de uitdaging staat hoe om te gaan met groei, zodat het een balans kan behouden tussen levendige stedelijkheid en ontspannen leefkwaliteit, waartoe in 2018 een aanzet is gegeven

-

-

met het document 'Gezonde Groei';

de regio op termijn een energieneutrale, circulaire regio wil zijn, waarbij circulariteit een aspect is van al het handelen van de regio en een inspiratiebron –waar ieder initiatief – van lokaal tot internationaal – bij kan aanhaken;

de regio zich wil profileren als regio om zich zo gezamenlijk en eendrachtig in de etalage te zetten voor samenwerking met Provincie, Rijk, Europa en maatschappelijke partners; de opgaven waar de regio voor staat vragen om een (meer) uitvoeringsgericht

samenwerkingsverband met als kernwaarden transparantie, robuustheid, flexibiliteit en slagkracht; voor succesvolle samenwerking in de regionale opgaven een basis nodig is die de samenwerking

faciliteert en de opgaven ondersteunt, zodat er een helder aanspreekpunt is, de regio aanwezig is in lobbycircuits en op de hoogte is van nieuwe ontwikkelingen waarop kan worden ingesprongen, er regionale bijeenkomsten kunnen worden georganiseerd, en de opgaven kunnen worden

-

voorbereid en onderling afgestemd;

voor deze faciliterende en coördinerende taken een basisvoorziening nodig is in de vorm van een regiobestuur met een compact regiobureau.

gelet op:

de Wet gemeenschappelijke regelingen;

de toestemming van de respectievelijke gemeenteraden op grond van artikel 1, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen:

Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; b. gemeenten: de deelnemende gemeenten; c. raden: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten; d. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. regeling: onderhavige gemeenschappelijke regeling; f. opgave: een in de regionale agenda opgenomen opgave gericht op ruimtelijke ontwikkeling en sociaaleconomische ontwikkeling op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn en waar elke gemeente aan kan deelnemen; g. regionale agenda: de jaarlijks vast te stellen verzameling van opgaven; h. netwerkdirectie: de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten en de regiodirecteur. 2. Begrippen die in lid 1 van dit artikel niet zijn gedefinieerd, hebben de betekenis zoals de wet hieraan geeft.

Artikel 2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, genaamd ‘Regio Arnhem-Nijmegen’. 2. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is statutair gevestigd in Elst (gemeente Overbetuwe).

Artikel 3 Bestuursorganen 1. De Regio Arnhem-Nijmegen kent, onverminderd de mogelijkheid tot het instellen van commissies, de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter.

Hoofstuk 2 Belangen, taken en bevoegdheden Artikel 4 Belangen De regeling wordt getroffen om de positie van de Regio Arnhem-Nijmegen te versterken en een kwalitatieve groei van de regio – met behoud van de typische balans tussen levendige verstedelijking en ontspannen leefkwaliteit – te bewerkstelligen op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling (waaronder wonen, landschap, verkeer en mobiliteit) en sociaaleconomische ontwikkeling (waaronder werkgelegenheid, bedrijvigheid, recreatie, toerisme, leefbaarheid en cultuur) op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn.

Artikel 5 Taken 1. De Regio Arnhem-Nijmegen heeft de volgende taken: a. het bevorderen en faciliteren van de samenwerking op majeure maatschappelijke thema’s en opgaven die de gemeenten niet alleen en binnen hun gemeentegrenzen op zich kunnen nemen, en/of waarvoor mogelijkheden liggen om externe middelen te werven;

b. het voorbereiden en vastleggen van de regionale agenda bestaande uit opgaven gericht op ruimtelijke ontwikkeling en sociaaleconomische ontwikkeling op de schaal van de regio, en waarbij integraliteit, innovatie, duurzaamheid en circulariteit belangrijke uitgangspunten zijn; c. het inspireren en stimuleren van de gemeenten en samenwerkingspartners om deel te nemen en bij te dragen aan de opgaven uit de regionale agenda; d. het regisseren van de uitvoering en monitoren van de opgaven uit de regionale agenda; e. het positioneren en profileren van de regio, en het behartigen van de belangen van de regio op interregionaal, nationaal en internationaal niveau in partnerschap met andere overheden, bedrijven en maatschappelijke partners; f. het signaleren van en inspelen op ontwikkelingen die van meerwaarde zijn voor de regio; g. het faciliteren van overleg, kennisdeling en ontmoeting in de regio. Artikel 6 Bevoegdheden 1. De gemeenten dragen geen bevoegdheden over aan de Regio ArnhemNijmegen, met uitzondering van de bevoegdheid van de colleges om een subsidie te verstrekken aan de Stichting The Economic Board. 2. De gemeenten verlenen ieder afzonderlijk de mandaten, volmachten en machtigingen aan de Regio Arnhem-Nijmegen. 3. De Regio Arnhem-Nijmegen is behoudens instemming van de gemeenten niet bevoegd tot: a. het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten; b.

het afgeven van garanties of andere waarborgen; c. het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken; d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; e. commerciële dienstverlening aan private partijen.

Hoofdstuk 3 Het algemeen bestuur Artikel 7 Samenstelling algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur bestaat uit leden van de deelnemende gemeenten, de voorzitter inbegrepen. 2. Ieder college wijst uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur aan, alsmede diens plaatsvervanger. 3. Een lid van het algemeen bestuur heeft zitting in het algemeen bestuur gedurende dezelfde periode als de zittingsduur van het college die het vertegenwoordigt. Indien het lid in de nieuwe zittingsperiode opnieuw deel uitmaakt van het college kan hij terstond opnieuw worden aangewezen als lid van het algemeen bestuur. 4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester of wethouder van de vertegenwoordigde gemeente te zijn.

Artikel 8 Vergaderingen 1. Besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 2. Leden van het algemeen bestuur hebben een stemverhouding naar rato van de grootte van de gemeente. 3. Het aantal stemmen per lid van het algemeen bestuur per gemeente wordt jaarlijks op 1 januari bepaald naar inwonertal van de gemeente op basis van de meest recente CBS-cijfers, aan de hand van de volgende staffel: Tot 20.000 inwoners:

1 stemmen

20.000-49.999 inwoners:

2 stemmen

50.000-99.999 inwoners:

3 stemmen

Meer dan 100.000 inwoners: 4 stemmen 4. In afwijking van het eerste lid worden besluiten omtrent de begroting en jaarrekening genomen met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Een

besluit is aangenomen indien de meerderheid van stemmen ook de meerderheid van de inwoners van de regio vertegenwoordigt. 5. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar onverminderd artikel 22, vierde en vijfde lid, van de wet. 6. Het algemeen bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of ten minste vier leden van het algemeen bestuur daarom verzoeken. 7. De directeur van het regiobureau neemt deel aan de vergaderingen van het algemeen bestuur. De directeur heeft uitsluitend een adviserende rol. 8. Voor de vergaderingen van het algemeen bestuur kunnen door het algemeen bestuur anderen, waaronder bestuurlijk vertegenwoordigers van de Provincie Gelderland, onderwijsinstellingen, ondernemers en andere maatschappelijke instellingen als adviseur worden uitgenodigd. Zij kunnen aan de beraadslaging deelnemen. 9. Bestuurlijk opdrachtgevers van een opgave zijn in ieder geval agendalid van het algemeen bestuur.

Artikel 9 Taken en bevoegdheden algemeen bestuur 1. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die voorts bij of krachtens deze regeling aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een bestuurscommissie zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur is in ieder geval bevoegd tot: a. voorbereiden van opgaven voor de regionale agenda, inclusief het anticiperen en inspelen op actuele zaken en initiatieven van raden t.a.v. nieuwe opgaven; b. het vaststellen van de regionale agenda waarvan de opgaven deel uitmaken; c. het benoemen van de bestuurlijke opdrachtgevers in de opgaven;

d. het bewaken, monitoren, coördineren van de inhoudelijke opgaven; e. het vaststellen van de begroting en de jaarrekening; f. het faciliteren van de samenwerking. 3. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot het oprichten van of deelnemen in stichtingen, vennootschappen, en coöperatieve en andere verenigingen passend binnen de te behartigen belangen, de taken en de bevoegdheden van de Regio Arnhem-Nijmegen dan wel het ontbinden van die rechtspersonen of het beëindigen van de deelneming. De raden worden vooraf in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen naar voren te brengen. 4. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of een bestuurscommissie bevoegdheden overdragen met uitzondering van de bevoegdheid tot: a. het vaststellen van de regionale agenda; b. het vaststellen en wijzigen van de begroting; c. het vaststellen en wijzigen van de deelbegrotingen (per opgave); d. het vaststellen van de jaarrekening; e. het vaststellen van de deelrekeningen (per opgave); f. het vaststellen van verordeningen; g. het instellen van bestuurscommissies; h. het oprichten van, deelnemen aan of ontbinden van rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 9, derde lid, van deze regeling.

Hoofdstuk 4 Dagelijks bestuur Artikel 10 Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere leden, door en uit het algemeen bestuur gekozen. Hierbij is in ieder geval één lid van het dagelijks bestuur afkomstig van de gemeente Arnhem of Nijmegen.

2. Een lid van het dagelijks bestuur treedt af op de dag waarop hij ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. Het lid kan, indien hij opnieuw is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur, terstond opnieuw worden benoemd. 3. De directeur van het regiobureau neemt deel aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur. De directeur heeft uitsluitend een adviserende rol.

Artikel 11 Vergaderingen 1. Besluiten van het dagelijks bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 2. Elk lid heeft één stem. 3. Vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 4. De besluitenlijst van het dagelijks bestuur wordt toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur. 5. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of één van de bestuursleden daarom verzoekt.

Artikel 12 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief

beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.

Hoofdstuk 5 Voorzitter Artikel 13 Voorzitter 1. De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen, evenals zijn plaatsvervanger. 2. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door zijn plaatsvervanger.

Artikel 14 Taken en bevoegdheden van de voorzitter 1. De voorzitter bevordert een goede behartiging van de zaken van de Regio Arnhem-Nijmegen. De voorzitter is binnen de gestelde kaders het gezicht naar buiten. 2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur. 3. De voorzitter tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. De stukken worden medeondertekend door de directeur. 4. Het dagelijks bestuur kan besluiten de ondertekening van de stukken die van de Regio Arnhem-Nijmegen uitgaan op te dragen aan een ander lid van dit bestuur, aan de directeur, genoemd in artikel 24 van deze regeling, of aan een andere medewerker van de Regio Arnhem-Nijmegen. 5. De voorzitter vertegenwoordigt de Regio Arnhem-Nijmegen in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.

Hoofdstuk 6 Commissies Artikel 15 Commissies van advies 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, zulks met inachtneming van artikel 24 van de wet. 2. Het algemeen bestuur stelt in ieder geval een regioagendacommissie in. 3. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en samenstelling van de in dit artikel bedoelde commissies.

Artikel 16 Bestuurscommissies 1. Het algemeen bestuur kan een bestuurscommissie instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen en het uitvoering geven aan taken en bevoegdheden, voor zover deze niet zijn voorbehouden aan het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te brengen. 3. Het algemeen bestuur regelt, met inachtneming van artikel 25 van de wet, hun bevoegdheden en samenstelling.

Hoofdstuk 7 Verantwoordings- en informatieplicht Artikel 17 Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk, zijn aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

4. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 5. Het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 18 Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies geven aan de raden van de gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de bestuurscommissies verstrekken aan de raden van de gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd. 3. Het reglement van orde van het algemeen bestuur bevat bepalingen van de wijze waarop deze inlichtingen worden verstrekt.

Artikel 19 De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de colleges 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dat dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 en artikel 18 van de wet alle inlichtingen, die door het college of door één of meer leden van het college worden verlangd. 2. Een lid van het algemeen bestuur is het college dat dit lid heeft aangewezen met inachtneming van artikel 16 en artikel 18 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van dat college aangegeven wijze. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college die hem heeft aangewezen worden ontslagen, als dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.

Artikel 20 De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de raden

1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad met inachtneming van artikel 16 en artikel 19 van de wet alle inlichtingen, die door de raad of door één of meer leden van de raad worden verlangd. 2. Een lid van het algemeen bestuur is de raad met inachtneming van artikel 16 en artikel 19 van de wet verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.

Hoofdstuk 8 Reglement van orde Artikel 21 Reglement van orde algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 22 en 23 van de wet voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. 2. In het reglement van orde worden onder meer regels gegeven omtrent de wijze van het verstrekken van inlichtingen en het afleggen van verantwoording als bedoeld in de artikelen 17 tot en met 20 van deze regeling.

Artikel 22 Reglement van orde dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur wordt overgelegd.

Hoofdstuk 9 De organisatie Artikel 23 Regiobureau 1. Er is een regiobureau met aan het hoofd een directeur. 2. De directeur zorgt voor een juiste taakvervulling van het regiobureau. 3. Op het personeel van het regiobureau is de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties van toepassing.

Artikel 24 Directeur 1. Het dagelijks bestuur beslist over het aangaan, schorsen en beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de directeur en stelt zijn/haar taken en bevoegdheden vast. De directeur wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen op een door het dagelijks bestuur te bepalen wijze. 2. De directeur is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles, dat de hun opgedragen taak aangaat, behulpzaam. 3. Door de directeur worden alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan medeondertekend. 4. Het algemeen bestuur kan voor de directeur een instructie vaststellen.

Artikel 25 Klachten De gemeentelijke ombudsman voor het Rijk van Nijmegen is bevoegd tot behandeling van klachten zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 26 Archief 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling en haar organen, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995. 2. Ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde, stelt het algemeen bestuur een archiefverordening vast, die aan Gedeputeerde Staten wordt verzonden. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van de Regio Arnhem-Nijmegen. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats en een e-depot aan. 5. De directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling en haar organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats of het edepot.

6. Ten aanzien van de in het vorige lid genoemde archiefbescheiden is, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, de archivaris belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995. Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening als bedoeld in het tweede lid de nodige bepalingen. 7. De archivaris wordt door het dagelijks bestuur aangewezen.

Hoofdstuk 10 Regionale opgaven Artikel 27 Regionale opgaven 1. De raden besluiten na aanbieding van de door het algemeen bestuur vastgestelde regionale agenda over deelname aan een opgave. Per opgave wordt een opgave overeenkomst afgesloten tussen de Regio Arnhem-Nijmegen en de deelnemende gemeenten. 2. Een opgave overeenkomst bevat in ieder geval: a. een omschrijving van de opgave, het doel en de toegevoegde waarde voor de inwoners; b. een begroting, met de van toepassing zijnde kostenverdeelsleutel; c. de door de gemeente te leveren ambtelijke capaciteit; 3. Als een gemeente niet deelneemt aan een opgave vrijwaren de gemeenten die wel deelnemen aan de betreffende opgave, deze gemeente voor kosten en risico’s die aan de opgave zijn verbonden of daaruit voortvloeien. 4. Het algemeen bestuur stelt voorwaarden vast met betrekking tot het deelnemen aan een reeds gestarte opgave en het beëindigen van deelnemen aan een opgave. 5. De directeur stemt in de netwerkdirectie de invulling van ambtelijke capaciteit voor de opgaven af.

Hoofdstuk 11 Financiën Artikel 28 Financiële organisatie

1. De begroting, begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten gestelde regelingen. 2. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel 212 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. Artikel 213 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 29 Bijdragen van de gemeenten 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke afzonderlijke gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Als algemene kostenverdeelsleutel heeft te gelden een kostenverdeling naar rato van het inwonertal van de deelnemende gemeenten, op basis van de meest recente CBS-cijfers. 3. De gemeente Mook en Middelaar krijgt 50% korting op de verschuldigde bijdrage. 4. De kostenverdeelsleutel voor een opgave wordt bepaald in de desbetreffende opgave. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen een kostenverdeling naar rato van het inwonertal van de deelnemende gemeenten op basis van de meest recente CBS-cijfers. Hiervan kan bij uitzondering voor een opgave worden afgeweken. 5. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks op 15 januari en op 15 juli telkens de helft van de in lid 1 bedoelde bijdrage. 6. De gemeenten dragen er zorg voor dat het samenwerkingsverband te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=48f8ec41-33d3-4862-b542-2ec16d96dc9d