2. 1222434 - Ruimtelijke onderbouwing Kruuthuuske Tolkamer
Tekst van het document
Aangetroffen dieren de kans bieden te vluchten of naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden te verplaatsen. Potentiële schuilplaatsen te controleren op de aanwezigheid van schuilende dieren. Dieren enkel buiten de kwetsbare perioden te verstoren. Het tijdig ongeschikt maken van schuilplaatsen.
Het aspect ecologie vormt hiermee geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.
4.8
Archeologie & cultuurhistorie
4.8.1
Archeologie
4.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing 4.8.1.2 Situatie projectgebied De locatie ligt binnen de begrenzing van UNESCO-monument Herwen-De Bijland. De in het kader van de Unesco-nominatie van de Nedergermaanse limes geselecteerde site Herwen – De Bijland omvat in situ resten van een Romeins militaire vindplaats, verspoelde resten van een vindplaats met Romeinse steenbouw en militaria, het castellum Carvium, en een gebied waarin volgens recente inzichten de Dam van Drusus moet hebben gelegen. Hier is een gebied aangewezen als kernzone met resten van een tijdelijk Romeins kampement (aangewezen als toekomstig archeologisch rijksmonument) en een ruim gebied daaromheen als bufferzone, die ook aansluit op de bufferzone bij Keeken in Duitsland. Er kunnen binnen de bufferzone drie zones worden onderscheiden: Zone B1 (midden rood): hierin is een hoge verwachting op in situ Romeinse resten; Zone B2 (lichtrood, landzone): hierin is van een hoge tot middelhoge verwachting op verspoelde Romeinse resten; Zone B3 (blauw, water): Deze zone bestaat uit de wateroppervlakken van de Bijland, de Oude Waal en het Bijlandsch Kanaal binnen de bufferzone. Bovengenoemde zones zijn te onderscheiden in afbeelding 4.5.
Afbeelding 4.5 Uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Zevenaar, projectgebied is zwart omlijnd (Bron: gemeente Zevenaar)
Het projectgebied ligt in zone B2 zoals zichtbaar op bovenstaande afbeelding. Er geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen vanaf 2.500 m2 (en dieper dan 100 cm onder maaiveld). Deze oppervlaktenorm wordt niet overschreden, de te verwachten verstoring dieper dan 100 cm (alleen voor het hoofdgebouw) is lager dan 600 m2. Gelet op vorenstaande wordt een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.8.2
Cultuurhistorie
4.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. Romeinse limes In de omgevingsvisie van de provincie Gelderland is in artikel 2.60 benoemd dat in bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen rekening gehouden dient te worden met de mogelijke overblijfselen van Romeinse limes in de bufferzone die de provincie heeft ingetekend op de verbeelding van de omgevingsverordening. Op de Cultuurhistorische kaart van de provincie Gelderland is het projectgebied gelegen in een bufferzone van de Romeinse Limes. Binnen deze zone mogen de kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zoals forten, burgerlijke nederzettingen, kampdorpen, grafvelden, de militaire infrastructuur (bestaande uit wegen, waterwerken, wachttorens en scheepswrakken) niet worden aangetast. Onderdeel van de onderbouwing van nieuwe ontwikkelingen moet zijn: een beschrijving van de in het projectgebied aanwezige cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten en het door de gemeente te voeren beleid en de onderbouwing hiervan.
Binnen het projectgebied of in de omgeving van het projectgebied zijn geen archeologische vondsten bekend of zijn er geen cultuurhistorische waarden die verband houden met de activiteiten rondom de Romeinse Limes. Als blijkt dat in het projectgebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dient de initiatiefnemer hier rekening mee te houden en contact op te nemen met de gemeente. Gelet op het hiervoorgenoemde, kan geconcludeerd worden dat het voornemen uitvoerbaar is op het onderdeel archeologie en cultuurhistorie. 4.8.2.2 Situatie projectgebied Er bevinden zich in het projectgebied of in de directe omgeving geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden volgens de Cultuurhistorische kaart van de provincie. In de omgeving van het projectgebied zijn geen vondsten bekend die een relatie hebben met de Romeinse Limes. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het initiatief. 4.8.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de archeologische en cultuurhistorische waarden.
4.9
Klimaatadaptatie
4.9.1
Algemeen
Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico's voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten. De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing 4.9.2
Situatie projectgebied
Op basis van de klimaatatlas Zevenaar is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het projectgebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het projectgebied enige plasvorming verwacht wordt na een extreem hevige bui. In de toekomstige situatie neemt de verharding binnen het projectgebied toe. Het hemelwater dat hier op de verharding valt zal ter plekke in de grond geïnfiltreerd worden. Bij een zeer hevige bui heeft de sloot in het oosten van het projectgebied (parallel aan de Batavenweg) ruim voldoende bergingscapaciteit om het overtollige water op te vangen. Het aanplanten van exta groen verbeterd tevens het waterbergend vermogen van het projectgebied. Hittestress Uit de kaartbeelden bij het onderdeel hittestress is op te maken dat het binnen het projectgebied Geen tot weinig hittestress wordt verwacht. Dit komt door het groene karakter van het projectgebied en de aanwezige bomen. Met voorliggend plan wordt een gebouw gerealiseerd en een parkeerplaats aangelegd. Voor deze ontwikkeling worden enkele bomen gekapt en na realisatie in het dubbele aantal teruggeplant. Naar verwachting zal de warmte in het projectgebied enigszins toenemen door de nieuwe verharding. Het terugplanten van de bomen zal daarentegen meer verkoeling brengen.
Wanneer de hittekaart wordt vergeleken met het naastgelegen terrein van het tankstation kan worden aangenomen dat de hitte niet zal leiden tot een grote toename aan warmte, en daarmee hittestress. De woningen worden goed geïsoleerd conform de geldende regels uit het Bouwbesluit. Hierdoor zijn de woningen goed bestand tegen eventuele hitte. Droogte De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtevoeligheid in 2050 een lichte verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee blijft in het projectgebied sprake van lagere grondwaterstanden en een hogere droogtegevoeligheid. Uitgangspunt van het plan is om het hemelwater in de toekomstige situatie nog altijd op eigen terrein te bergen en laten infiltreren. Het projectgebied ligt niet in een gebied met een vergrote kans op een natuurbrand bij langdurige droogte. Overstroming Uit de bij dit thema horende kaartbeelden blijkt dat het projectgebied ligt in een gebied met een extreem kleine kans (minder dan 1x per 30.000 jaar) op een overstroming. Gezien de kans op een overstroming kan de invloed van de gevaren op overstroming op voorliggend plan niet significant genoemd worden.
4.10
Besluit Milieueffectrapportage
4.10.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een plan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (kolom 3, plannen); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (kolom 4, besluiten); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. beoordeling gehanteerd. 4.10.2 Situatie projectgebied 4.10.2.1 Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming Het projectgebied bevindt zich op circa 640 meter afstand van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Uit de stikstofdepositieberekening is gebleken dat er zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 4.10.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan.
Dit betekent dat de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld.
Uit deze aanmeldnotitie is gebleken dat ten gevolge van het plan geen significant negatieve effecten op de omgeving zullen optreden. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieueffecten wordt verwezen naar de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing 4.10.3 Conclusie Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk het de voorgenomen ontwikkeling geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft.
4.11
Wateraspecten
4.11.1 Vigerend beleid 4.11.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 4.11.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen.
Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. 4.11.1.3 Provinciaal beleid In de omgevingsvisie van Gelderland wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 4.11.1.4 Beleid waterschap Rijn en IJssel Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Reest en Wieden, Vechtstromen, Groot Salland en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. Waterschap Rijn en IJssel heeft een waterbeheerplan opgesteld voor de periode 2022-2027.
Dit plan beschrijft het beleid voor alle taakgebieden van Waterschap Rijn en IJssel. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak we deze willen bereiken. Het plan gaat over het waterbeheer in het hele stroomgebied van Rijn en IJssel en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten we in de samenwerking met onze partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning wordt vervolgens het beleid voor de planperiode 2022-2027 beschreven voor de primaire taakgebieden: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water. Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water. Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water. Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater. Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer.
4.11.2 Waterparagraaf 4.11.2.1 Watertoets Het waterschap Rijn en IJssel geeft aan dat voor dit plan de normale procedure voor een watertoets kan worden doorlopen. Het waterschap geeft aan dat voor ontwikkelingen binnen de grenzen van het projectgebied de volgende onderwerpen van belang zijn: Advies Waterveiligheid Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de ontwikkeling zodanig vorm te krijgen dat de gevolgen van een overstroming en wateroverlast beperkt blijven. Dit betekent o.a. dat bij voorkeur niet gebouwd wordt in laaggelegen gebieden; dat kwetsbare functies en vitale infrastructuur aangelegd worden boven het niveau waarop het water kan komen in geval van een overstroming. Op de Risicokaart wordt het projectgebied aangemerkt als ‘Kleine kans – omvang overstroming’ en ‘Zeer kleine kans – omvang overstroming’. De diepte bij een overstroming bedraagt 2 tot 5 meter. Dit betekend dat de tweede verdieping van het gebouw veilig is. Bewoners van de woningen kunnen bij een overstroming zichzelf in veiligheid brengen. Advies Klimaatadaptatie Het waterschap heeft de voorkeur het watersysteem zo in te richten dat het bestand is tegen de verwachte klimaatverandering met zwaardere buien en langere droge perioden. Advies Kwaliteit oppervlaktewater Het nemen van voorzorgsmaatregelen om verontreiniging van het oppervlaktewater te voorkomen.
Advies toename verharding Voor ontwikkelingen binnen de (nieuwe) bebouwde kom moet het volume van de waterbergende voorziening zodanig groot zijn dat een bui T100+10% kan worden geborgen, zonder dat schade aan gebouwen ontstaat. Het benodigde volume kan berekend worden door het oppervlak aan nieuw verhard gebied (m2) te vermenigvuldigen met 80 mm. Voor ontwikkelingen in het buitengebied moet een bui T10+10% kunnen worden geborgen, dit komt overeen met een benodigd bergingsvolume van 55 mm per m2 nieuw verhard oppervlak. Parallel aan de Batavenweg is een diepe sloot gelegen. Met het waterschap is in de voorbereidingsfase van deze omgevingsvergunning contact gezocht over de mogelijkheid overtollig water af te voeren via deze sloot. Het waterschap concludeert dat de sloot voldoende bergingscapaciteit heeft om het water af te voeren dat niet kan infiltreren door het toegenomen oppervlakte aan verharding.
Advies Afvalwaterketen Hemelwater wordt zo min mogelijk afgevoerd naar de afvalwaterzuivering, zodat meer water in de grond wordt vastgehouden. Het gemeentelijk rioolstelsel dient de toename te kunnen verwerken zonder het milieu zwaarder te belasten. Advies Grondwaterbeheer
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Het waterschap streeft naar doelmatig waterbeheer dat optimaal de functies en het huidige gebruik ondersteunt. Nieuwe functies sluiten aan bij het gewenst grond- en oppervlaktewaterregime. Hiermee het waterschap structurele overlast door te hoog grondwater voorkómen en verdroging door te laag grondwater tegengaan. Het waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het watertoetsresultaat is bijgevoegd in Bijlage 7. 4.11.2.2 Dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals duikers, keerwanden en merktekens. Gebouwen mogen niet worden gebouwd. In de voorbereidingsfase van voorliggende ontwikkeling is contact opgenomen met het waterschap. Uit het contact met het waterschap zijn geen verdere maatregelen voortgekomen die betrekking hebben op de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering.
De bebouwing binnen het projectgebied is niet geprojecteerd binnen het werkingsgebied van de dubbelbestemming. Voorliggende ontwikkeling is hiermee uitvoerbaar in combinatie met de dubbelbestemming. 4.11.2.3 Keur Waterschap Rijn en IJssel 2023 De Waterschapswet (artikel 78) verleent de waterschappen de bevoegdheid om verordeningen vast te stellen. De keur is een verordening opgesteld ten behoeve van het uitoefenen van waterschapstaken in het regionale waterbeheer. De keur ziet op de uitoefening van het regionale waterbeheer. In deze keur wordt er van uitgegaan dat in provinciale verordeningen geen gebods- en verbodsbepalingen voorkomen betreffende de waterstaatswerken in beheer bij het waterschap. Een deel van het projectgebied ligt binnen de ‘buitenbeschermingszone 1’, zoals te zien in afbeelding 4.6. In het Keur zijn enkele regels opgenomen met betrekking tot werkzaamheden binnen deze zone. In de begripsomschrijving wordt deze zone aangemerkt als een kernzone die als zodanig is aangegeven, waarin ter bescherming van dat waterstaatswerk voorschriften krachtens deze keur van toepassing zijn. Waterschap Rijn en IJssel onderscheidt buitenbeschermingszones. Deze sluiten direct aan op de beschermingszones. Voor de buitenbeschermingszones geldt een beperkt aantal verboden. Bij de waterkering loopt de beschermingszone ook ondergronds, op basis van de 1:5-lijn.
Op gronden binnen de buitenbeschermingszone 1 zijn enkele leden uit artikel 3.1 Watervergunning kernzone, beschermingszone, buiten-beschermingszones en profiel van vrije ruimte van waterstaatswerken van toepassing: Beschermingszone oppervlaktewaterlichaam, kade en waterkering 5. Het is verboden zonder vergunning van het bestuur gebruik te maken van de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, kade en waterkering door anders dan in overeenstemming met de functie daarin of daarop: a. werken aan te brengen, te hebben of te verwijderen; b. opgaande (hout)beplantingen aan te brengen of te behouden, dan wel aanwezige (hout)beplantingen te verwijderen; c. werkzaamheden te verrichten d. georganiseerde activiteiten te houden. Buitenbeschermingszone 1 waterkering 7. Het is verboden zonder vergunning van het bestuur in, op, onder of boven de buitenbeschermingszone 1 van een waterkering: a. permanente afgravingen en seismische onderzoeken te verrichten; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing b. werken met een overdruk te plaatsen en te hebben; c. explosiegevaarlijk materiaal te hebben of explosiegevaarlijke inrichtingen te hebben of te wijzigen; d. een windturbine te plaatsen, wijzigen, vervangen of verwijderen. Gesloten periode 10. Het is verboden zonder vergunning van het bestuur in, op, onder of boven de kernzone, beschermingszone, buitenbeschermingszone 1 en buitenbeschermingszone 2 van een waterkering in de periode van 15 oktober tot 15 maart werkzaamheden als bedoeld in hoofdstuk 2 en 3 van deze keur uit te voeren, met uitzondering van: a. b.
werkzaamheden door of namens het bestuur in het kader van hoogwaterveiligheid; en werkzaamheden door derden die redelijkerwijs niet uitvoerbaar zijn buiten de genoemde periode, mits wordt gewerkt volgens een door of namens het bestuur vooraf goedgekeurd risicobeheersplan.
Afbeelding 4.6 Uitsnede verbeelding Keur 2023, projectgebied is aangeduid in het rood, situering van het gebouw is aangeduid in het zwart (Bron: waterschap Rijn en IJssel)
Conclusie Binnen de buitenbeschermingszone 1 (groene stippen) vinden bouwwerkzaamheden plaats ten behoeve van het bouwen van het hoofdgebouw. Binnen de beschermingszone (geel gebied) vinden geen werkzaamheden plaats, de gronden worden enkel gebruikt en onderhouden ten behoeve van de buitenruimte van het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing appartementencomplex. Voor voorliggend initiatief dient verder contact te worden opgenomen met het waterschap voor nadere afstemming over het graven en bouwen in de buitenbeschermingszone 1. De definitieve afstemming wat betreft het bouwen binnen het invloedsgebied van de dijk zal plaatsvinden tijdens de bouwaanvraag behorende bij deze omgevingsvergunning. De beschermingszone heeft voornamelijk betrekking op constructieve eisen en het in stand houden van de dijk als belangrijk object voor de waterkering. In de bouwaanvraag zal verder beoordeeld worden met welke voorschriften rekening moet worden gehouden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 5
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzondering. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een omgevingsvergunning of bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en gemeente. Hierin is tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 6 6.1
VOOROVERLEG
Het Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
6.2
Provincie Gelderland
Op grond van artikel 6.18 Bor wordt in het kader van vooroverleg (art. 3.1.1 Bro) voorliggende omgevingsvergunning voorgelegd aan de provincie Gelderland.
6.3
Waterschap Rijn en IJssel
Het waterschap Rijn en IJssel is vroegtijdig geïnformeerd over het plan doordat de initiatiefnemer contact heeft gezocht met het waterschap en het planconcept heeft voorgelegd. Na het overleg is geconcludeerd dat de naastgelegen sloot voldoende bergingscapaciteit heeft om het toegenomen oppervlakte aan verharding op te vangen.
6.4
Maatschappelijk draagvlak
6.4.1
Participatie
Tijdens de voorbereidende fase van deze omgevingsvergunning heeft de initiatiefnemer een bewonersavond georganiseerd en zijn er na deze avond vervolggesprekken georganiseerd om de onderwerpen waarop vragen en bezwaren ontstonden gezamenlijk uit te werken. Het geanonimiseerde verslag van de bewonersavond is toegevoegd als Bijlage 8. De bezwaren vanuit de omwonenden richtten zich tijdens de bewonersavond op de planaspecten: locatiekeuze, ontsluiting en verkeersveiligheid, lichtinval en terreininrichting. Het resultaat van de gesprekken met omwonenden en eventuele planaanpassingen naar aanleiding van deze gesprekken worden hieronder beknopt toegelicht: Locatiekeuze Voor de locatie is gekozen omdat de initiatiefnemer grondeigenaar is van het perceel, en het perceel zich leent in omvang en ligging voor het bouwen van appartementen voor starters en jongeren. Hierdoor kan op korte termijn bij het succesvol doorlopen van de benodigde procedure gebouwd worden. Vanuit de omwonenden is het niet gelukt om op dit onderwerp overeenstemming te bereiken. Voor de initiatiefnemer is het niet mogelijk dit initiatief op een andere locatie plaats te laten vinden. Daarbij werd tijdens de informatieavond genoemd dat de gronden niet bebouwd dienen te worden omdat het projectgebied deel zou uitmaken van het buitengebied.
In de onderbouwing bij de onderdelen Ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 3.1.2) uit onderhavige omgevingsvergunning is gesteld dat het projectgebied niet tot het buitengebied behoort en dat het groen in het projectgebied aangeduid kan worden als stedelijk groen. Dit wordt gesteld op basis van de aansluiting aan de bestaande bebouwing in het zuiden en oosten van het projectgebied, de directe aansluiting aan de kern Lobith aan de overzijde van de Batavenweg en het ontbreken van daadwerkelijk agrarisch gebruik.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Ontsluiting en verkeersveiligheid Het projectgebied wordt ontsloten via het Kruuthuuske, een weg met een breedte van 4,8 m. In de huidige situatie is het niet mogelijk deze weg met de auto te bereiken door wegversperringen die de weg tot een fietsgebied maken. Vanuit de omwonenden werden bezwaren genoemd die ingaan op de verkeersveiligheid en de drukte die de nieuwe woningen zullen veroorzaken. Met het initiatief wordt het hek dat autoverkeer tegenhoud enkele meters naar het zuiden verplaatst, zodat auto’s toegang kunnen verkrijgen tot de parkeerplaats in het projectgebied. Dit maak autoverkeer mogelijk in de eerste meters van het noordelijke deel van het Kruuthuuske. Enkel de 12 bewoners en bezoekers van het appartementencomplex zullen deze weg gebruiken omdat uitsluitend zij toegang hebben tot het parkeerterrein. Dit word bereikt door slagbomen te plaatsen voor de toegang van het parkeerterrein. Het is hiermee onwaarschijnlijk dat op het Kruuthuuske hard wordt gereden, mede door de korte afstand en doordat enkel bewoners toegang hebben tot het perceel. De ontsluiting van het Kruuthuuske op de Zwarteweg is in de huidige situatie te smal om autoverkeer te faciliteren en te ontsluiten. Lichtinval en terreininrichting Ook de lichtinval van autokoplampen die vanuit het projectgebied de dijk oprijden werd genoemd als aandachtpunt.
Om te voorkomen dat licht uit koplampen toch de woningen bereikt heeft de initiatiefnemer zich tijdens de informatiebijeenkomst op 11 juli 2023 bereid verklaard om daarvoor passende maatregelen te treffen. Aansluitend daarop heeft hij de vertegenwoordigers van aanwonenden schriftelijk uitgenodigd om over dit- en andere planaspecten met hem in overleg te gaan. De vertegenwoordigers van de omwonenden hebben daarop afwijzend gereageerd. Bij de terreinindeling en ontsluiting van het projectgebied is om deze reden zo veel als mogelijk rekening gehouden met het woongenot van omwonenden. De onbebouwde gronden van het projectgebied worden parkachtig ingericht en voor iedere boom die gekapt wordt, worden twee bomen teruggeplant. Het onderhoud van het groen valt onder het beheer van de initiatiefnemer of zal onder de verantwoordelijkheid van een mogelijke vereniging van eigenaren komen te vallen. Tevens worden de parkeerplaatsen groen ingepast. De gronden van het projectgebied zullen met name gebruikt worden door de bewoners zelf. Steun voor het initiatief Tijdens de informatieavond kon het plan naast de nodige bedenkingen, vragen en bezwaren ook rekenen op steun. Met name de doelgroep die wordt bedient met de woningen werd gewaardeerd. Starters en jongeren hebben moeite in de regio een geschikte én betaalbare woning te vinden.
Tijdens de bewonersavond werd benadrukt dat vanuit de beoogde doelgroep de vraag naar de woningen aanwezig is en dit initiatief om deze reden wordt gewaardeerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 1
Indicatief erfinrichtingsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 4
AERIUS Berekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 5
Quickscan Natuurtoets
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 6
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 7
Watertoetsresultaat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage 8
Verslag bewonersavond
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
♦
♦
♦
www.zevenaar.nl