1186697 Bijlage 1 Notitie beleidsplan afval
Tekst van het document
Notitie Afvalstoffenbeleidsplan 2025-2030
Inhoudsopgave 1. Waarom (nu) een notitie 2. Kaders 3. Stand van zaken 4. Verkenning van de mogelijkheden 5. Participatie
pag. 2 pag. 3 pag. 6 pag. 10 pag. 11
1
1. Waarom (nu) een notitie Op 1 januari 2018 zijn de gemeenten Rijnwaarden en Zevenaar samen verder gegaan. Het beleid van de toenmalige gemeenten is toen geharmoniseerd. De afvalinzameling was een van de beleidsvelden waar veel verschillen waren tussen de gemeenten. Zo zamelde Rijnwaarden PMD in met een container en Zevenaar met een plastic zak en had Rijnwaarden al een diftar-systeem in de hoogbouw en Zevenaar niet. De afgelopen zes jaar is gebruikt om de inzamelsystemen van de beide gemeenten in fases op elkaar af te stemmen. De afsluiting van dat proces was het plaatsen van ondergrondse containers voor de inzameling van restafval bij de hoogbouw in Zevenaar. Met die ondergrondse containers kunnen hoogbouwbewoners nu ook in dat deel van de gemeente afrekenen per keer dat zij restafval aanbieden. Hoewel formeel geen onderdeel van de harmonisatie is in 2023 door Reinigingsdienst De Liemers ook het nieuwe aanbiedstation op 7Poort in gebruik genomen als vervanging van het verouderde aanbiedstation aan de Didamseweg. In het vervolg op het realiseren van deze projecten is het nu tijd om te bepalen hoe de gemeente Zevenaar verder wil met de afvalinzameling en welke doelstellingen zij daarbij wil behalen. In dat proces is deze notitie de eerste stap.
Dat is het antwoord op de vraag waarom nu, maar waarom een notitie ? De notitie is vooral bedoeld om richting aan te geven. Eerst uitspreken waar wij in hoofdlijnen naar toe willen met het afvalstoffenbeleid en daarna die richting gaan uitwerken. Dit om te voorkomen dat we in de volle breedte de diepte in gaan, terwijl daar bijvoorbeeld geen behoefte aan bestaat. We spreken in deze notitie vaak over afvalstoffen. Maar waar afval staat kun je vaak ook grondstoffen lezen. Want eigenlijk is alleen het restafval (nog) afval en zijn de gescheiden ingezamelde stromen zoveel mogelijk grondstoffen.
2
2. Kaders Om een antwoord te kunnen geven op de vraag ‘Hoe nu verder met het afvalstoffenbeleid’, schetsten wij eerst enkele kaders waar het gemeentelijk afvalstoffenbeleid rekening mee moet houden. Te beginnen met het landelijke beleid. Daarna leggen wij een relatie met het gemeentelijke klimaatbeleid. 2a. Landelijk afvalbeleid De zogeheten VANG doelstelling is de basis van het afvalstoffenbeleid in Nederland. De afkorting VANG staat voor Van Afval Naar Grondstof. Het programma VANG beslaat de periode van 2015 tot 2025. De ambitie was om in 2020 75% afvalscheiding te bewerkstelligen en 100 kilo restafval per inwoner en in 2025 30 kg restafval per inwoner. De doelstelling van 2020 is niet gehaald. Slechts 15% van alle gemeenten kwam onder de 100 kg uit, maar gemeenten hebben wel stappen gezet. De gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner daalde in die periode van 240 naar 180 kg per inwoner.
De 100 kilo restafval in 2020 bleek voor veel gemeenten niet haalbaar, de doelstelling van 30 kilo in 2025 al helemaal niet. Die laatste doelstelling was gebaseerd op sorteeranalyses en de theoretische haalbaarheid om afval tot het maximale te scheiden en te recyclen met bestaande technieken. Dit vereist perfect aanbiedgedrag van alle inwoners en een perfect werkende infrastructuur. Dit is in de praktijk niet haalbaar gebleken. In het Uitvoeringsprogramma VANG 2021-2025 is de doelstelling dan ook niet meer (expliciet)opgenomen. Wel zet het programma (zonder daar specifieke getallen aan te verbinden) nog steeds in op een betere scheiding van het restafval en verbeteren van de kwaliteit van de grondstoffen. De focus komt meer te liggen op daadwerkelijk hergebruik van de ingezamelde stromen. Het uitvoeringsprogramma VANG 2021-2025 is onderdeel van het Uitvoeringsprogramma circulaire economie, dat streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Het motto van het Uitvoeringsprogramma is : Met optimale afvalscheiding naar hoogwaardige recycling
3
Voor huishoudens betekent een circulaire economie minder spullen gebruiken, producten langer gebruiken, hergebruiken en repareren, en afval meer en beter scheiden zodat het afval te recyclen is. Zo dragen huishoudens eraan bij dat zo min mogelijk waardevolle grondstoffen weglekken en in de verbrandingsoven terechtkomen. Gemeenten hebben een zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval en zijn samen met hun inwoners aan zet voor goede scheiding van huishoudelijk afval. Hoogwaardige afvalscheiding bij huishoudens is essentieel voor hoogwaardige recycling en is daarmee één van de schakels die nodig zijn om gesloten ketens en een circulaire economie te bereiken. In het nieuwe beleid ligt niet alle verantwoordelijkheid bij de gemeenten, maar ook bij andere spelers in de keten. De inzet is te voorkomen dat gemeenten (huishoudelijk) afval moeten inzamelen. Voorbeelden van andere beleidsmaatregelen binnen het kader van het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie zijn: het verbieden van specifieke producten; het opnemen van ontwerpeisen in wetgeving zodat producten een langere levensduur hebben en beter recyclebaar, te repareren of herbruikbaar zijn; het verantwoordelijk stellen van producenten voor de kosten van inzameling en van recycling middels een Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV).
Wat moeten gemeenten wel ? Gemeenten zijn sinds 1 juli 2020 wettelijk verplicht om gft-afval, papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Op die datum trad het besluit gescheiden inzameling in werking. Vanaf 1 januari 2025 moeten gemeenten ook textiel en gevaarlijke afvalstoffen gescheiden inzamelen. Samenvattend: Het streven blijft om in 2050 een circulaire economie te hebben zonder afval, maar voor de kortere termijn zijn er geen specifieke streefcijfers aan die lange termijn doelstelling meer gekoppeld. De nadruk ligt de komende jaren niet alleen op afvalscheiding, maar ook op de kwaliteit van de grondstoffen die dat oplevert. Bij dat streven moet de gemeente een juiste balans vinden tussen de kosten, de dienstverlening en het milieurendement. De zogeheten afvaldriehoek.
De afvaldriehoek
4
2b Gemeentelijk beleid
Begin november heeft het college het Klimaatplan ‘op weg naar een klimaatneutrale organisatie’ vastgesteld. In dit plan zijn doelstellingen geformuleerd die ook van invloed zijn op het afvalstoffenbeleid. Onder andere het behalen van 55% CO2-reductie, 100% vrij van fossiele brandstoffen en 50% circulair in 2030. Voor het opstellen van het afvalstoffenbeleid wordt onderzocht welke stappen ondernomen moeten voor het behalen deze doelstellingen.
2c Tijdsperspectief Omdat ontwikkelingen snel (kunnen) gaan en de rijksoverheid het beleid en de doelstellingen ook regelmatig bijstelt, kijkt het afvalstoffenbeleidsplan in eerste instantie naar de periode tot 2030. Zonder daarbij de blik op de verdere toekomst uit het oog te verliezen. 2d Waarover gaat deze notitie niet ? Deze notitie en als vervolg daar op het afvalstoffenbeleidsplan gaat niet over de huidige of toekomstige rol van Reinigingsdienst De Liemers. RDL is een gemeenschappelijke regeling met een uitvoerende taak. De keuze voor het afvalstoffenbeleid is aan de gemeente. RDL voert het gekozen beleid uit. Het ligt wel voor de hand bij het uitwerken van de plannen RDL en/of andere partijen die betrokken zijn bij de inzameling te raadplegen over de praktische uitvoerbaarheid van plannen.
5
3 Stand van zaken Met welke uitgangssituatie moeten we rekening houden bij het formuleren van het toekomstige beleid. Met andere woorden, hoe staat Zevenaar er nu voor ? 3a Inzamelcijfers In de begroting gebruiken wij als kengetal nu de hoeveelheid aan huis ingezameld restafval. Daarmee komt Zevenaar uit onder de 100kg. Dit is echter niet de “officiële” definitie. Bij die definitie hoort ook de hoeveelheid (grof) restafval die bewoners naar het aanbiedstation brengen. Als we die meetellen komt Zevenaar in 2022 uit op 113 kg. Een verlaging van 18 kg ten opzichte van drie jaar eerder, maar nog geen 100 kg. In onderstaande tabel een overzicht van de belangrijkste stromen in kilogram per inwoner. 2022 93 20 113
NL gemiddeld
Rest aan huis Rest aanbiedstation Rest totaal
2019 98 33 131
GFT Glas Papier PMD Textiel
110 25 59 24 8
112 25 50 30 9
88
182
43 21
In de eerste helft van 2023 is de hoeveelheid restafval op het aanbiedstation, ongerekend naar een heel jaar, verder teruggelopen naar ruim 17 kg. Ook de hoeveelheid ingezameld papier blijft dalen. Dat laatste komt niet door een slechter scheidingsgedrag, maar doordat het gebruik van papier bij huishoudens daalt. De verwachting is dat door de invoering van diftar bij de hoogbouw de hoeveelheid restafval nog met enkele kilo’s daalt, maar dit effect kunnen we pas in de eerste helft van 2024 echt meten. Hoewel Zevenaar dus niet helemaal aan de doelstelling van 100 kg per inwoner voldoet, zit zij met deze hoeveelheid wel duidelijk onder het Nederlandse gemiddelde van 182 kg. Dat ligt aan de stedelijkheidsklasse van Zevenaar (grotere steden behalen meestal een slechter resultaat), maar zeker ook aan de keuze voor diftar. In Zevenaar betalen de inwoners per keer dat zij (rest)afval aanbieden. Er bestaat een redelijk direct verband tussen het gebruik van diftar en de mate van afvalscheiding. Ongeveer een derde van de gemeenten in Nederland heeft minder restafval. In het restafval zit nog veel recyclebaar materiaal. Zevenaar heeft in de aanloop naar de herindeling een sorteeranalyse van het restafval gedaan. Toen bleek dat er vooral nog veel GFT (49 kg per inwoner) in het restafval zat.
Omdat nadien het beleid is gewijzigd, is aannemelijk dat de hoeveelheid GFT in het restafval is teruggelopen. Uit recentere analyses in andere gemeenten blijkt echter dat er nog steeds 25 tot 30 kg per inwoner aan GFT in het restafval zit. Volgens een rapport van Rijkswaterstaat vormen papier, PMD, luiers, textiel en glas daarna de grootste gewichtscomponenten. De situatie in Zevenaar zal hier niet noemenswaardig van afwijken. Dit is desgewenst in het vervolgtraject met een nieuwe sorteeranalyse vast te stellen.
6
3b Beschrijving huidige Inzamelmethode Hier volgt per afvalstroom een korte toelichting, hoe de inzameling nu is vorm gegeven. Restafval Inwoners hebben een minicontainer om restafval aan te bieden. Deze container kunnen zij (tegen betaling) eenmaal per vier weken aanbieden. De frequentie is sinds de herindeling verlaagd van eens per twee weken naar eens per vier weken. Bij hoogbouw staan ondergrondse containers waar bewoners (eveneens tegen betaling) restafval in een zak kunnen aanbieden. GFT Inwoners hebben een minicontainer om Groente-, fruit- en tuinafval (GFT) aan te bieden. Deze container kunnen zij eens per twee weken aanbieden. Papier Inwoners hebben een minicontainer om papier en karton aan te bieden. Deze container kunnen zij eens per maand aanbieden. PMD Inwoners kunnen Plastic-, metalen en drankenkartons (PMD) aanbieden in zakken. Deze zakken kunnen zij eens per twee weken aanbieden. Glas Inwoners kunnen glas brengen naar onder- of bovengrondse containers. Textiel Inwoners kunnen textiel brengen naar diverse bovengrondse containers in de gemeente. Ook is er vijf keer per jaar een huis-aan-huis inzameling door een goed doel. Voor textiel is er sinds kort een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV).
Hoewel de consequenties daarvan nog niet allemaal helder zijn, is de verwachting dat het inzamelsysteem in ieder geval voorlopig op de huidige wijze door kan gaan.
7
Luiers Inwoners kunnen incontinentiemateriaal en luiers naar de beide aanbiedstations brengen. Ook in Pannerden is er een mogelijkheid om luiers in te leveren. De verwerking van de luiers blijkt in de praktijk nog minder goed te verlopen dan voorzien. Slechts een beperkt onderdeel van de luiers is nu nog echt recyclebaar. Desondanks is er wel nieuwe verwerkingscapaciteit in aanbouw, omdat er in het land vraag is naar verwerkingsmogelijkheden voor deze stroom. Mogelijk gaat deze concurrentie ook leiden tot een betere kwaliteit van de verwerking. Om misbruik te voorkomen is voor een luiercontainer een locatie nodig waar enig toezicht is of een ondergrondse container waarvoor gebruikers een pasje hebben. Grof afval Inwoners kunnen grof afval (en veel andere stromen) brengen naar het aanbiedstation. RDL beheert het aanbiedstation. Veel stromen zijn gratis, maar voor een deel van de stromen (vooral bouwafval) moeten bezoekers betalen. Hiervoor geldt een eenheidstarief per kilo. De verwerking kost echter soms meer en soms minder dan 11 cent per kilo. Als mensen stromen gratis naar het aanbiedstation kunnen brengen, betekent dat niet dat de verwerking voor RDL ook gratis is. De verwerking van grof tuinafval kost bijvoorbeeld geld. Het is een bestuurlijke keuze welke stromen mensen gratis kunnen brengen en welke niet.
Er bestaat ook een mogelijkheid om grof afval en grof tuinafval op afroep (tegen betaling) te laten ophalen. Klein chemisch afval Inwoners kunnen klein chemisch afval brengen naar het aanbiedstation op 7Poort. Op het Gelders Eiland is er ook de mogelijkheid om dit aan huis op te laten halen.
Kringloopgoederen Goederen die nog herbruikbaar zijn, kunnen inwoners laten ophalen door of brengen naar het kringloopcentrum. Zij haalt ook elektrische apparaten op. Kwaliteit Zevenaar heeft de laatste jaren geen afkeur van vrachten gekend. Het gescheiden inzamelen van GFT bij de hoogbouw kan in combinatie met strengere eisen van de verwerker een risico op afkeur vormen, maar dat moet de nabije toekomst uitwijzen. PMD is bij veel gemeenten een stroom die voor afkeur zorgt, maar in Zevenaar speelt dat niet. De inzamelmethode van Zevenaar met zakken is daarvoor een belangrijke reden. Uit onderzoek is gebleken dat deze inzamelmethode vanwege de transparantie tot de beste kwaliteit PMD leidt.
8
Kosten De hoogte van de afvalstoffenheffing geeft niet één op één aan welke kosten de gemeente maakt voor de afvalinzameling. Het is echter wel een redelijke indicatie. De hoogte van de afvalstoffenheffing is in Zevenaar in vergelijking met de rest van Nederland aan de lage kant. Uit het meest recent beschikbare landelijke overzicht blijkt dat slechts circa 15% van de gemeenten een lagere heffing heeft.
9
4. Verkenning van de mogelijkheden Uit voorgaande is op te maken dat Zevenaar in de buurt zit van de 100 kg restafval per inwoner. Dit betekent dat onze gemeente minder restafval per inwoner heeft dan het gemiddelde in Nederland. Het nog te maken beleidsplan moet de vraag beantwoorden ‘hoe nu verder’. En dan in eerste instantie in de periode tot 2030. 4a Scenariokeuze Er zijn grofweg drie scenario’s, die hieronder kort beschreven staan. A. Pas op de plaats We maken een pas op de plaats en doen, in afwachting van onder andere landelijke ontwikkelingen, voorlopig weinig tot niets. Dit scenario brengt de klimaatdoelstelling van de gemeente niet dichterbij. B. Aanscherping huidig systeem Dit scenario betreft een scala aan kleinere aanpassingen die samen tot enkele kilo’s minder restafval leiden. Op deze manier moet een verbetering tot 90 kilogram restafval per inwoner in de komende jaren mogelijk zijn. Bij de mogelijke maatregelen valt onder andere te denken aan: • • • •
een uitbreiding van de mogelijkheden om luiers gescheiden in te zamelen; de inzamelfrequentie van GFT in de zomermaanden verhogen; een mix van meer communicatie, de inzet van afvalcoaches en een betere handhaving; een volumekeuze voor de restafvalcontainer bieden, waarbij de standaard kleiner is dan nu.
Een deel van de aanpassingen houdt een verhoging van de service in. Bij alle interventies is het van belang om de mate van service en het milieurendement goed af te wegen, zodat een eventuele serviceverhoging niet leidt tot meer vervuiling van de grondstof. C. Ander inzamelsysteem Gemeenten die betere resultaten dan Zevenaar behalen, maken vaak gebruik van de methode “omgekeerd inzamelen”. Dit is een inzamelmethode waarbij inwoners restafval weg moeten brengen naar ondergrondse containers en de gemeente de overige stromen (vergelijkbaar met nu) aan huis inzamelt. De hoeveelheid restafval kan dalen tot 60 a 70 kg. De filosofie achter omgekeerd inzamelen is dat de service voor de gescheiden in te zamelen grondstoffen hoger is dan voor het restafval. Daarvoor moeten mensen meer moeite doen om er van af te komen. In sommige gemeenten die met deze methode minder restafval inzamelen gaat het wel (gedeeltelijk) ten koste van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. Ook de paar gemeenten die werken met een betaalde afvalzak voor restafval hebben gemiddeld weinig restafval.
10
5. Participatie In het vervolgtraject is ook een keuze nodig hoe de inwoners te betrekken bij het op te stellen afvalstoffenbeleidsplan. De afdeling communicatie zorgt voor advisering over dit onderwerp. We kunnen onder andere het platform Zevenaar Verbindt gebruiken. Gemeenten die ons zijn voorgegaan in het opstellen van het afvalstoffenbeleid hebben vaak informatie bij inwoners opgehaald door middel van een (online)enquête, waarin ook keuzes aan inwoners zijn voorgelegd. Input voor het uitwerken van het afvalstoffenbeleid kunnen we ook ophalen bij bijvoorbeeld woningbouworganisaties en andere direct belanghebbende organisaties.
11