1182481 Bijlage 2. Wijzigingen ontwerp t.o.v. GRHVOL 2006
Tekst van het document
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers 2024 De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Montferland, Duiven en Zevenaar; Overwegende dat per 1 januari 1997 de bekostiging van de huisvesting van het voortgezet onderwijs gedecentraliseerd is; Gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Gelet op de intentieverklaringen van de respectievelijke gemeenraden tot samenwerking op het terrein van huisvesting van voortgezet onderwijs in de Liemers, zoals deze zijn vastgesteld in de respectievelijke raadsvergaderingen van oktober 1995; Besluiten de volgende regeling te treffen: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Duiven, Montferland en Zevenaar; Overwegende dat: • de Gemeenschappelijke regeling huisvesting voortgezet onderwijs in de Liemers (GRHVOL) in 1995 in werking is getreden om gezamenlijk de huisvestingslasten van het voortgezet onderwijs te dragen; • deze regeling voor het laatst is gewijzigd in 2006; • dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022 is gewijzigd en • bestaande gemeenschappelijke regelingen binnen de overgangstermijn van twee jaar dienen te worden aangepast aan de wet; • dat nu ook de mogelijkheid wordt benut om de regeling waar nodig te actualiseren; gelet op: de toestemmingsbesluiten van de gemeenteraden van Duiven [d.d.
12 december 2023] en Montferland [d.d. 14 december 2023] Zevenaar [d.d 20 december 2023], en de toepasselijke bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Archiefwet; besluit: de Gemeenschappelijke regeling huisvesting voortgezet onderwijs in de Liemers te wijzigen waarna deze als volgt komt te luiden: Gemeenschappelijke Regeling Huisvesting Voortgezet Onderwijs in de Liemers 2024 Begripsbepalingen Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a.
de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
b.
het gemeenschappelijk orgaan: het bestuur van deze gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; 1
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
c.
een deelnemende gemeente: een aan de regeling deelnemende gemeente;
d.
Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Gelderland.
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: A college college van burgemeester en wethouders B deelnemende gemeente de gemeente wiens bestuursorgaan deelneemt aan deze regeling C deelnemer de aan deze regeling deelnemende bestuursorganen D Gedeputeerde Staten Gedeputeerde Staten van Gelderland E gemeenschappelijk orgaan het bestuur van deze gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, van de Wgr F raad gemeenteraad G regeling deze gemeenschappelijke regeling H wet Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Gemeenschappelijk Orgaan Artikel 2 1.
Er wordt een Gemeenschappelijk Orgaan ingesteld.
2.
Het Gemeenschappelijk Orgaan is gevestigd te Zevenaar.
3.
Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.
Belangen en bevoegdheden Artikel 3 1. De regeling is getroffen voor de uitvoering, de financiering en bekostiging van de gemeentelijke taak op het gebied van de huisvesting van het voortgezet onderwijs. 2. Het gemeenschappelijk orgaan stelt jaarlijks ten behoeve van de begroting en de jaarrekening van de deelnemende gemeenten een eigen begroting en een afrekening op ten aanzien van de taak genoemd in het eerste lid. 3. Het gemeenschappelijk orgaan laat de afrekening bedoeld in het tweede lid door een accountant controleren. Samenstelling Gemeenschappelijk Orgaan Artikel 4 1.
Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit de daartoe door de colleges van burgemeester en wethouders aangewezen leden,
2.
Het college burgemeester en wethouders van iedere deelnemende gemeente wijst daartoe een lid aan.
2
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
3.
Als lid en plaatsvervangend lid kunnen slechts warden aangewezen de leden van het college van burgemeester en wethouder van de deelnemende gemeente.
4.
Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan bij verhindering warden vervangen door een daartoe door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsvervangend lid.
5.
Van elke aanwijzing tot lid van het gemeenschappelijk orgaan geven burgemeester en wethouders van de gemeente wie zulks aangaat binnen 8 dagen kennis aan de voorzitter van het gemeenschappelijk orgaan. 1. Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen; 2. Het gemeenschappelijk orgaan bestaat uit een lid per deelnemer; 3. Iedere deelnemer wijst uit zijn midden een lid en een plaatsvervangend lid aan; 4. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan bij verhindering worden vervangen door een aangewezen plaatsvervangend lid. 5. Van elke aanwijzing tot lid en plaatsvervangend lid van het gemeenschappelijk orgaan geven burgemeester en wethouders van de gemeente wie zulks aangaat binnen 8 dagen kennis aan de voorzitter van het gemeenschappelijk orgaan.
Verantwoording Artikel 5 1.
Het lidmaatschap van het gemeenschappelijk orgaan eindigt op de dag waarop het lidmaatschap van bet college van burgemeester en wethouders afloopt. Het college van burgemeester en wethouders wijst in zijn eerste vergadering daaropvolgend -of zo dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk daama- een nieuw lid aan.
2.
Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan te allen tijde ontslag nemen. Hij ricbt een daartoe strekkend verzoek aan het college van burgemeester en wethouders dat hem heeft aangewezen. Het lid houdt zitting in bet gemeenschappelijk orgaan totdat in de opvolging is voorzien.
3.
Het college van burgemeester en wethouders kan een door hem aangewezen lid ontslaan als deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. Het lidmaatschap eindigt op de dag waarop bet ontslagbesluit is bekend gemaakt. 1. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan door het college dat dit lid heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door dat lid in het gemeenschappelijk orgaan gevoerde beleid. 2. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan legt periodiek uit eigen beweging aan het college dat dit lid heeft aangewezen in de vergadering van dat college verslag en verantwoording af van het door dat lid in het gemeenschappelijk orgaan gevoerde beleid. 3. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan verstrekt aan het college dat dit lid heeft aangewezen mondeling of schriftelijk de gevraagde inlichtingen.
Einde lidmaatschap 3
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Artikel 6 1. Het lidmaatschap van het gemeenschappelijk orgaan eindigt op de dag waarop het lidmaatschap van het college van burgemeester en wethouders afloopt. Het college van burgemeester en wethouders wijst in zijn eerste vergadering daaropvolgend, of zo spoedig mogelijk daarna, een nieuw lid aan. 2. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan te allen tijde ontslag nemen. Hij richt een daartoe strekkend verzoek aan het college van burgemeester en wethouders dat dat lid heeft aangewezen. Het lid houdt zitting in het gemeenschappelijk orgaan totdat in de opvolging is voorzien. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan een door dat college aangewezen lid ontslaan als deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. Het lidmaatschap eindigt op de dag waarop het ontslagbesluit is bekend gemaakt. Werkwijze Artikel 76 1.
Het gemeenschappelijk orgaan vergadert ten minste eenmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of indien een van de leden van bet gemeenschappelijk orgaan dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt.
2.
De vergaderingen van het gemeenschappelijk orgaan worden in het openbaar gehouden. De deuren worden gesloten indien een van de leden daarom verzoekt of de voorzitter dit nodig oordeelt. Het gemeenschappelijk orgaan beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
3.
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen betreffende de onderwerpen bedoeld in artikel 24 van de Gemeentewet, wijziging en opheffing van de regeling, het toetreden tot en het uittreden uit de regeling. 1. Het gemeenschappelijk orgaan vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of indien één van de leden van het gemeenschappelijk orgaan dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de voorzitter verzoekt. 2. De vergaderingen van het gemeenschappelijk orgaan worden in het openbaar gehouden.
lnformatie- en verantwoordingsplicht Artikel 7 Het gemeenschappelijk orgaan geeft binnen 3 maanden aan de raden van de deelnemende gemeenten de door een of meer leden van die raden schriftelijk gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met bet openbaar belang. De deelnemende gemeenten geven alle informatie die de accountant nodig oordeelt in het kader van de controle van de jaarrekening van deze gemeenschappelijke regeling.
Vergoedingen
4
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Artikel 8 De leden en de plaatsvervangend leden van het gemeenschappelijk orgaan ontvangen van het gemeenschappelijk orgaan geen enkele tegemoetkoming in de hun functie gemaakte kosten.
Voorzitter Artikel 9 1.
De voorzitter van bet gemeenschappelijk orgaan wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het gemeenschappelijk orgaan uit zijn midden aangewezen.
2.
Artikel 41 b van de Gemeentewet is ten aanzien van de voorzitter van overeenkomstige toepassing.
3.
Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door een hiertoe door het gemeenschappelijk orgaan uit zijn midden aan te wijzen lid.
4.
Het gemeenschappelijk orgaan kan de voorzitter als voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het gemeenschappelijk orgaan niet meer bezit.
5.
Indien de voorzitter tussentijds ophoudt lid te zijn van het gemeenschappelijk orgaan, houdt hij tevens op voorzitter te zijn. In geval tussentijds de functie van voorzitter beschikbaar komt, wijst het gemeenschappelijk orgaan zo spoedig mogelijk een nieuwe voorzitter aan. Gaat het openvallen van de functie van voorzitter gepaard met het openvallen van een plaats in het gemeenschappelijk orgaan, dan wordt het aanwijzen van een nieuwe voorzitter uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het gemeenschappelijk orgaan is bezet.
6.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het gemeenschappelijk orgaan. Hij tekent de stukken die van het gemeenschappelijk orgaan uitgaan.
7.
Artikel 26 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Secretaris Artikel 10 1.
Burgemeester en wethouders van de gemeente van vestiging van het gemeenschappelijk orgaan wijzen in overeenstemming met het gemeenschappelijk orgaan een secretaris aan.
2.
Alle stukken uitgaande van het gemeenschappelijk orgaan warden door de secretaris mede ondertekend.
3.
De gemeente van vestiging brengt voor de werkzaamheden ten behoeve van het gemeenschappelijk orgaan geen kosten in rekening bij het gemeenschappelijk orgaan of de deelnemende gemeenten.
5
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Werkgroepen / ambtelijke ondersteuning Artikel 11 1.
Het gemeenschappelijk orgaan kan werkgroepen instellen ter bestudering van onderwerpen en ten behoeve van de voorbereiding van de uitvoering van taken in het kader van de behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen.
2
Het gemeenschappelijk orgaan regelt de samenstelling en de werkwijze.
3.
De secretaris is tevens secretaris van de in het eerste lid bedoelde werkgroepen, tenzij anders wordt bepaald.
4.
De ambtelijke ondersteuning geschiedt om niet.
Financien Artikel 112 1. 1. Het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting vast uiterlijk 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt. Voor wat betreft de begrotingscyclus zijn de artikelen 34, 34b en 35 van de Wgr van toepassing.
2.
Het gemeenschappelijk orgaan zendt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting uiterlijk op 15 april toe aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. De colleges van burgemeester en wethouders kunnen omtrent de ontwerpbegroting van hun gevoelen zienswijze doen blijken. Het gemeenschappelijk orgaan gaat na of de commentaren waarin dit gevoelen deze zienswijze is vervat aanleiding geven tot wijziging. 2. 3. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage aan het gemeenschappelijk orgaan voor het jaar waarop deze begroting betrekking heeft. op basis van het aantal leerlingen per gemeente dat in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het voortgezet onderwijs bezoekt volgens de meest recente prognose.
4.
De bijdrage wordt op aanwijzing van het gemeenschappelijk orgaan gebruikt ter dekking van huisvestingslasten, waaronder te weten: kapitaallasten, gebruik sportvelden, verzekeringen brand/storm, OZB, onderhoud en overige kosten, gedaan door een of meer van de deelnemende gemeenten.
5.
De bijdrage van de deelnemende gemeenten voor 2006 is, overeenkomstig de vorige Gemeenschappelijke regeling (rbs december 1995) afhankelijk van het aantal leerlingen van het voortgezet onderwijs dat in die gemeente, voor wat betreft het onderwijs is gehuisvest, en de capaciteit van de onderwijsgebouwen in die gemeente. Voor 2006 wordt bij de begroting zowel de capaciteit als het aantal leerlingen vastgesteld.
6
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Ingaande 2007 is de bijdrage van de deelnemende gemeenten afhankelijk van het aantal leerlingen van het voortgezet onderwijs <lat in gemeente, voor wat betreft het voortgezet onderwijs, is gehuisvest op de teldatum 1 oktober van het voorgaande kalenderjaar. Jaarlijks wordt bij de begroting het aantal leerlingen voor het begrotingsjaar vastgesteld. Daarbij wordt de weging van de soort voortgezet onderwijs in acht genomen. Onder weging wordt verstaan de factor die het Rijk hanteert bij de berekening van de vergoeding per leerling voor huisvestingslasten in de Algemene Uitkering uit het· Gemeentefonds. 3. 6. Het Gemeenschappelijk orgaan stelt bij de begroting vast de financiële bijdrage die de afzonderlijke deelnemende gemeenten verschuldigd zijn op basis van het aantal leerlingen per gemeente dat in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar het voortgezet onderwijs bezoekt volgens de meest recente prognose.. Na verrekening van de geraamde lasten met de verschuldigde bijdrage, wordt het deficit tekort of overschot verrekend met het eigen vermogen van de Gemeenschappelijke regeling. Overschotten/tekorten worden via de egalisatiereserve direct afgerekend met deelnemende gemeenten. De egalisatiereserve zal altijd saldo € 0 hebben. De verrekening is per 15 juli van het begrotingsjaar volgend op het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
De verrekening is per 1 juli van het begrotingsjaar. 4. 7. Het eigen vermogen wordt in de vorm van een reserve aangehouden bij de gemeente waar het Gemeenschappelijk orgaan is gevestigd. Jaarlijks wordt daaraan rente toegerekend. Als de reserve leeg is, wordt er geen rente aan toegerekend. De hoogte van het rentepercentage wordt bepaald op dat een annuïtaire geldlening met een looptijd van 40 jaar, en zo deze niet aanwezig is, de daarop volgende looptijd, bij de BNG op 2 januari van het begrotingsjaar. Als deze niet aanwezig is wordt de daarop volgende looptijd genomen die bij de BNG geldt op 2 januari van het begrotingsjaar. 8.
De investeringen worden geacht te worden gedaan op basis van een veertigjarige annuïteit, tegen het rentepercentage dat geldt voor een annuïtaire geldlening bij de BNG met eenzelfde looptijd ten tijde van het raadsbesluit. over de honorering van aangevraagd krediet.
9.
Uitsluitend huisvestingslasten (zie art. 11 lid 4), waaronder kapitaallasten, die voortvloeien uit investeringen volgens de wet op het voortgezet onderwijs, en die voorafgaande aan het betreffende raadsbesluit zijn goedgekeurd door het Gemeenschappelijk orgaan, worden gedekt binnen de begroting van de Gemeenschappelijke regeling. Bij de beoordeling door het Gemeenschappelijk orgaan van de investering wordt geen acht geslagen op eventuele gemeentelijke verordeningen op het gebied van huisvesting.
Verdeling van lasten Artikel 123 De in artikel 112, lid 5, omschreven wijze van verdeling van de lasten sluit aan bij de wijze van vergoeding van deze kosten door het Rijk aan de gemeenten. Wanneer de vergoeding door het Rijk wijziging ondergaat, waardoor het onredelijk wordt om de verdeling van de lasten te doen plaatsvinden op de wijze als omschreven in het bedoelde lid, zal een nieuwe verrekeningswijze worden vastgesteld door de raden van de deelnemende gemeenten, die wanneer dat redelijkerwijs mogelijk is, aansluit bij de vergoeding die de gemeenten ontvangen voor het voortgezet onderwijs. 7
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Wanneer ook dit geen basis is voor de verdeling, wordt deze gebaseerd op het belang dat de verschillende gemeenten hebben bij de onderwijsvoorziening.
Geschillen Zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten Artikel 134 1.
Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt ingeroepen, kan het gemeenschappelijk orgaan het geschil voorleggen aan een daartoe door partijen in te stellen en nader te regelen geschillencommissie.
2.
De in bet vorige lid van dit artikel bedoelde geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken partijen en brengt advies uit over de mogelijkheid partijen tot overeenstemming te brengen.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen zienswijzen naar voren brengen met betrekking tot de besluiten van het gemeenschappelijk orgaan waarvoor de wet dat voorschrijft. Inlichtingen Artikel 14 1. Het gemeenschappelijk orgaan verstrekt uit eigen beweging en op verzoek van de raden van de deelnemende gemeenten of leden daarvan schriftelijk de inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 2. Op verzoek van raden van deelnemende gemeenten of leden daarvan worden door het gemeenschappelijk orgaan de schriftelijk gevraagde inlichtingen binnen drie maanden schriftelijk gegeven. 3. De deelnemende gemeenten geven alle informatie die de accountant nodig oordeelt in het kader van de controle van de jaarrekening van deze gemeenschappelijke regeling. Betrekken van ingezetenen en belanghebbenden Artikel 15 1. Belanghebbenden en ingezetenen worden door het gemeenschappelijk orgaan op uitnodiging bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken. 2. Belanghebbenden en ingezetenen kunnen bij de secretaris van het gemeenschappelijk orgaan een met redenen omkleed verzoek doen om een uitnodiging als bedoeld in het eerste lid te ontvangen. 3.
Het gemeenschappelijk orgaan kan belanghebbenden en ingezetenen betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling door daartoe bijeenkomsten te organiseren. Toetreding, uittreding en opheffing Artikel 165
8
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
1.
Toetreding tot de regeling door andere gemeente kan plaatsvinden bij besluit van de raad het college van die gemeente na verkregen toestemming van de raad, indien tenminste twee-derde van de deelnemende gemeenten daarmee instemt.
2.
Het gGemeenschappelijk orgaan regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden,
3.
Het gGemeenschappelijk orgaan regelt de rechten en verplichtingen welke voor de toetredende gemeente uit de regeling voortvloeien.
4.
De toetreding gaat in op de eerste <lag van de maand, volgende op die waarin het door Gedeputeerde Staten goedgekeurde besluit tot toetreding is opgenomen in het register, bedoeld in artikel 27, lid 2, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
5.
Terstond na de toetreding wijst de raad van de toegetreden gemeente het lid en diens plaatsvervanger aan dat zitting neemt in het Gemeenschappelijk orgaan.
Uittreding Artikel 176 1.
Een deelnemende gemeente kan uittreden uit de regeling door een daartoe strekkend besluit van de raadhet college, na daartoe verkregen toestemming van de raad.
2.
Het Gemeenschappelijk orgaan regelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de financiële gevolgen en overige gevolgen van de uittreding.
3.
De financiële gevolgen voor de uittredende gemeente omvatten tenminste het saldo van de contante waarde van de rechten en verplichtingen van de uittredende gemeente jegens het gemeenschappelijk orgaan, daarin begrepen de aangegane toekomstige rechten en verplichtingen.
Wijziging Artikel 187 1.
De raden van de deelnemende gemeenten deelnemers kunnen aan het gemeenschappelijk orgaan voorstellen doen tot wijziging van de regeling.
2.
Indien het gemeenschappelijk orgaan wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel doen toekomen aan de besturen van colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
3.
Een wijziging is tot stand gekomen wanneer de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten daartoe hebben besloten.
4.
De wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de goedkeuring van Gedeputeerde Staten van het besluit tot wijziging is ontvangen en waarin de wijziging overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, lid 3, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is geregistreerd.
5.
Het gemeenschappelijk orgaan regelt de gevolgen van de wijziging. 9
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
1. Artikel 1, tweede en derde lid, van de wet zijn van overeenkomstige toepassing bij de wijziging van de regeling. Opheffing Artikel 198 1.
De regeling wordt opgeheven wanneer de raden van tenminste twee-derde van·de deelnemende gemeenten deelnemers daartoe besluiten.
2.
In geval van opheffing van de regeling regelt het gemeenschappelijk orgaan, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan.
3.
Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld, dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten zijn gehoord.
4.
Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing, met overeenkomstige toepassing van artikel 16, lid 3.
5.
Alle rechten en verplichtingen van het gemeenschappelijk orgaan gaan na opheffing over op de deelnemers aan de regeling zoals voorzien in het Iiquidatieplan.
Archief Artikel 2019 1.
De bepalingen van de Archiefwet 196295 en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsvoorschriften, voor zover betrekking hebbende op de archiefbestanden van de gemeenten, zijn van overeenkomstige toepassing.
2.
De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.
3.
De gemeentearchivaris van de gemeente van vestiging oefent overeenkomstig de voor hem gestelde regels toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden.
Slotbepalingen Evaluatie van de regeling Artikel 210 De regeling treedt in werking op 1 januari 2006, respectievelijk zodra de regeling is ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 27, lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 1. Deze regeling wordt eens per vier jaar door het gemeenschappelijk orgaan geëvalueerd. 2. Van de evaluatie als bedoeld in het eerste lid wordt een verslag gemaakt dat aan de deelnemers en de raden van de deelnemende gemeenten wordt toegestuurd. Inwerkingtreding 10
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING HUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS IN DE LIEMERS Wijzigingen t.o.v. GRHVOL 2006
Artikel 221 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van vestiging draagt zorg voor toezending van de regeling, besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling zoals bedoeld in artikel 26, van de Wet gemeenschappelijke regeling. De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd en treedt in werking op 1 juli 2024. Artikel 22 De begroting van deze Gemeenschappelijke regeling wordt voor de eerste maal vastgesteld voor het kalenderjaar 2006. De eerste jaarrekening van de deze Gemeenschappelijke regeling heeft betrekking op dezelfde periode als die van de begroting.
Citeertitel Artikel 23 De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.
Artikel 24 De regeling kan warden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling huisvesting voortgezet onderwijs in de Liemers 2024”. Aldus vastgesteld in de raad door het college van de gemeente Montferland in zijn openbare vergadering van 23 februari 2006, << DATUM>> GriffierSecretaris,
Voorzitter Burgemeester,
Aldus vastgesteld in de raad door het college van de gemeente Duiven in zijn openbare vergadering van 6 februari 2006, << DATUM >> Griffier Secretaris,
Voorzitter Burgemeester,
Aldus vastgesteld door de raad het college van de gemeente Zevenaar in zijn openbare vergadering van 22 februari 2006, << DATUM >> GriffierSecretaris,
VoorzitterBurgemeester,
11